noordpolderzijl

noordpolderzijl

donderdag 27 juli 2017

fietsen in (oost-)duitsland – 3: droge voeten

woensdag 26 juli: @ verden

Hoogwater dus aan de Weser, onze camperplek van gisteren stond vanmorgen behoorlijk onder water. Puzzeltje was op tijd verplaatst en tegen campertarief stonden we op een comfortplaats op de camping. “Als je de neus de andere kant op plaatst kun je de stoelen nog op het grasveld zetten”, waren de woorden die de knul-van-de-camping sprak in de stromende regen. Zou hij het gemeend hebben? Ondanks positieve berichten van Buienradar zag het er nog dreigend uit en de jongens van deze website (Helga van Leur doet sinds een maand de voorspellingen niet meer) hadden het helemaal mis. Achteraf maar goed dat we Bad Karlshafen vanmorgen voor gezien hielden, maar hierover later meer.
 
We hebben de Weser naar het noorden gevolgd (geen snelwegen svp), tot het moment dat de zon begon te schijnen en dat was op de plek waar de Aller haar (vele) water in de Weser laat lopen. Het plaatsnaambordje liet “Verden” zien. Verden staat vooral bekend door het “bloedbad van Verden”: in 782 liet Karel de Grote zo’n 4.500 gevangen genomen Saksen een kopje kleiner maken. Widukind mocht zijn hoofd houden en een paar jaar later gaf hij zich gewonnen en werd een vroom christen. Je moet er iets voor over hebben om je kop op je lijf te houden.

Puzzel werd geparkeerd op Reisemobilstelplatz Verden (code CC 15.245). Aan de stroompaal voor 1 € per acht uur en het parkeerkaartje kostte 6 flappen. Goede plek, vlak bij het centrum, alleen gaan die Duitsers ’s morgens zo ontzettend vroeg naar hun werk. Op de fiets naar het noorden, een stuk van de Weserradweg gevolgd. Dank zij een ooievaarsopvangcentrum stikt het in de omgeving van de babybrengers.


En het gesprek onderweg? Deze keer ging het over Flüsse en wel of het “die” oder “der” is. Want waarom die Weser en die Aller, terwijl het der Rhein en der Main is. Nog bonter wordt het met de Rhône: op zijn Frans “Le Rhône” (mannelijk dus), terwijl de Duitse versie plotseling geen ballen meer heeft en als “die Rhône” door het leven moet gaan. Beetje schimmig verhaal op internet hierover: schijnt te maken hebben met “vroeger”. Zoek zelf maar even op wanneer je geïnteresseerd bent. Overigens samenvattend: doe maar “die” wanneer je het niet weet; 90 % van alle Duitse rivieren langer dan 100 km zijn vrouwelijk. Interessante reisgesprekken toch?
V: 95.973; A: 96.187


 

woensdag 26 juli 2017

fietsen in (oost-)duitsland – 2: natte voeten

 
dinsdag 25 juli: @ bad karlshafen

Nee, we hebben geen ischias, astma, reuma of bronchitis en toch zitten we in Bad Karlshafen, de plek waar al deze ellende met zout water wordt behandeld. Paderborn lag in de regen vanmorgen en de camperplek (waar overigens ook twee caravans stonden) zag er behoorlijk verzopen uit. Tijdens de korte verplaatsing naar Bad Karlshafen deden de ruitenwissers weer goed werk en na de plundra van de Lidl (irgendwo unterwegs) konden we nog net voor de Mittagsruhe inchecken op de camping, waar we voor € 11,00 op de Wohnmobilstellplatz staan vlak aan de Weser. Beetje krankzinnig: tien meter verder sta je op de camping en betaal je (voor dezelfde faciliteiten) ineens meer dan het dubbele.
Het duurde een behoorlijke tijd voor het “bijna-droog” werd, ik had nog even de hoop dat het vandaag een echte Hüttentag zou worden, vooral toen eerst de ogen van W en daarna de mijne dichtvielen. Het werd tegen vijven toch nog even een rondje dorp (of stad). Helaas fototoestel en telefoon vergeten, maar zoveel interessants was er in de regen niet te fotograferen.

Bad Karlshafen werd in 1699 door landgraaf Carl zu Hessen uit de grond gestampt op de plek waar de Diemel zich bij de Weser voegt. Carl was van plan een kanaaltje te graven naar Kassel om zo de tol bij Hannoversch Münden te ontlopen. Toen het kanaaltje 17 kilometer gevorderd was ging onze graaf de pijp uit en zijn nazaten hadden het wel gehad met graven. De haven (via een sluisje verbonden met de Weser) wordt op dit ogenblik op de schop genomen en er hoort geen druppel water te zien te zijn (maar ja: gisteren en vandaag is er zo’n halve meter regen gevallen). Bijgaande foto (internet) laat zien hoe het was en hoe het in 2018 weer zal worden. De stad heette eerst Sieburg, maar kreeg na de dood van de graaf de naam Carlshafen.
De eerste bewoners van de stad waren Hugenoten die vanwege hun geloof Frankrijk moesten ontvluchten en in Carlshafen een nieuw thuis vonden. Deze Fransen brachten voor Duitsland onbekende beroepen mee: kousen-, handschoenen- en hoekenmaker. Toen er zoutwaterbronnen werden ontdekt begon men zout te winnen. Via Gradierwerke (ik heb er géén vertaling voor kunnen vinden, maar wel een foto) deden wind en zon hun best om het water te laten verdampen zodat zout achterbleef. Later kwam men tot de ontdekking dat het zoute water goed was voor de gezondheid en in 1838 werd het eerste badhuis geopend. De toevoeging “Bad” aan de plaatsnaam gebeurde pas in 1977 en wanneer de “C” is veranderd in de “K” is mij onbekend. Het stadje maakte op ons een wat verlopen indruk, een soort van “vergane glorie”: er is erg veel leegstand (horeca en winkels). Alleen de Weser Therme (2004) zagen er bloeiend uit.

Halverwege de avond begon de grote volksverhuizing: de Weser bleef maar stijgen en alle laaggelegen percelen moesten worden ontruimd. Gelukkig hebben wij een campertje en stonden wij binnen 5 minuten op een hoge plek op de camping, caravanbezitters daarentegen waren nog uren bezig met hun voortent. De foto’s van het wassende water dateren van woensdagochtend. Voor de duidelijkheid: ons busje stond op dinsdagavond met de neus pal voor cijfertje 1.
 
 
 
V: 95.903; A: 95.973

maandag 24 juli 2017

fietsen in (oost-)duitsland – 1: feest in paderborn

maandag 24 juli: @ paderborn

De Tour is afgelopen: géén legitieme reden meer om op de kont thuis te zitten. Ook de oppasdiensten zijn (voorlopig) verleden tijd. Nog wel eventjes drie overnachtingen in Delft (Abtwoudse Hoeve) op het lijstje bijgeschreven in verband met de Q-oppascentrale en één wilde overnachting in Best in verband met een “ook-ik-stop-met-werken”-feestje van zwager/broer R. Overigens kun je het beter een clandestiene overnachting noemen, want zo wild was het niet voor de kerk van de Jehova’s Getuigen. Ook heeft Puzzel me nog even naar het noorden gebracht waar hij mocht blijven wachten tot het baasje weer van de zeilboot stapte: een fantastisch tochtje met een nachtje droogvallen op het wad onder Schiermonnikoog (mooi om het water zien op te komen), een winderig nachtje in de marina van Lauwersoog (lekkere douche en een mooie porseleinen troon) en tenslotte een onweersnachtje aan een steigertje ergens op het Lauwersmeer.
 
 
 
Terug naar het heden: uitgangspunt van deze tocht (twee weken volgens W, drie weken volgens mij; het zal wel een compromis worden) is het routeboek van de NKC-reis “Oost-Duitsland per fiets”. Ons kennende zal er de nodige keren worden afgeweken van het schema.
Uiteindelijk hebben we zondag 6 juli op het nippertje de zegening van vakantiegangers en hun voertuigen (auto, scooter, fiets en rollator) gemist. Alle gekheid op een stokje: in Groenlo doen ze dat echt! Ik citeer de parochiewebsite: “Voor velen is het een rustgevende gedachte als zij, de inzittenden en ook hun auto, voor de vakantie gezegend zijn en in het drukke verkeer geen gevaar vormen voor zichzelf, de inzittenden en andere weggebruikers. Ook het verschoond blijven van ander onheil speelt een rol; den aan ziek worden, diefstal, letterlijk niet meer thuis komen”. Samenvattend: wierookkwast erover en er kan je niets meer gebeuren! Ongeveer hetzelfde als: biechten en opnieuw doen.

“Snelwegen vermijden” was de opdracht aan Ome Tom en die bracht ons door het lichtglooiende Münsterland naar Paderborn. Eigenlijk stond Bad Karlshafen gepland, maar W wilde graag asfalt onder de wielen hebben vannacht. De zonneschijn was in vloeibare vorm uitbundig aanwezig geweest vandaag en ik ben het met haar eens: 3,5 ton langzaam maar zeker zien wegzakken in een zompig grasmatje is ook niet alles. CP Rolandsbad, Campercontactcode 27.453, 5 € per nacht en 50 cent per kwh stroom; ruime plaatsen en het centrum op iets meer dan een kilometer afstand. De vuile troep (nat en droog) kan morgen ook gedumpt worden.

Paderborn, we waren er vorig jaar (eind november) ook al eens. We hebben toen een ongelooflijk mooie fietstocht langs onder meer de Lippe en rondom de Lippesee gemaakt. Fietsen was er vandaag niet bij: soort van veel nattigheid dus. Maar met een parapluutje en een regenjas en beiden gewapend met een stappenteller konden we wandelend Paderborn in. En: we vielen weer eens met de neus in de boter. Eerst dachten we dat we op een verlate (of vervroegde) kerstmarkt waren aanbeland. Al snel kwamen we tot de ontdekking dat het Liborifeest werd gevierd, één van de grootste en oudste volksfeesten in Duitsland. De drie K’s (Kirche – Kultur – Kirmes) gaan in Paderborn naadloos samen en zorgen er voor dat je in Paderborn geen honger en dorst hoeft te lijden. Even volkomen terzijde: wijlen mijn opa besprak ook altijd de drie belangrijkste K’s van de wereld: Kerk en Kapitaal waren de laatste twee, de eerste komt de censuur van W niet door. Even terug naar Paderborn: uitgangspunt van het feest is de sterfdag van de heilige Liborius (die ergens in de vierde eeuw leefde). Zijn oude botten worden sinds 836 in Paderborn bewaard. (“Graag wat minder jaartallen”, hoorde ik de laatste tijd van een drietal vaste volgers. Ik probeer mijn best te doen, maar beloof niks). Negen dagen lang duurt het feest en in het najaar doen de Paderborners het nog eens dunnetjes over.
Paderborn = bron van de Pader. De Pader is het kortste riviertje van Duitsland. Uit meer dan 200 bronnen komt in de stad 5.000 m3 water per seconde uit de bodem. Dat water vormt de Pader, die 4 kilometer later bij Schloss Neuhaus in de Lippe mondt. Einde Pader. De geschreven geschiedenis van Paderborn begint bij Karel de Grote, die in 777 op deze plek een stulpje liet bouwen. In 800 wordt Kareltje keizer en wordt in Paderborn een bisdom gesticht en worden stad en omgeving een prinsbisdom. Zo’n vijf eeuwen later treedt de stad toe tot de Hanze en dan kan het grote bouwen beginnen. In 1802 wordt het prinsbisdom ingepikt door Pruisen en nadat Nappie (daar-is-ie-weer) een paar jaar de baas had gespeeld vond het Congres van Wenen dat Pruisen Paderborn wel mocht houden. Een paar bommetjes in WO 2 zorgden er voor dat 85 % van de stad in puin lag. Echt mooi gerestaureerd is de stad niet, al zijn er wel leuke optrekjes te vinden. Het hoogtepunt is natuurlijk de Dom met haar toren van 93 meter, de gotische blikvanger van de stad. Maar zoals gewoonlijk: als wij een kerkje bekijken is het ingepakt en wordt het gerestaureerd, zo ook deze keer. Even een blikje naar binnen geworpen (er was een dienst bezig; let wel: maandagmiddag half vier!) en het zag er smaakvol uit. De foto hieronder (toren zonder jasje) is niet van ons (zie je ook aan de lucht!), maar komt van Wikipedia, de foto hierboven (torentje met jas) is evenals de foto met het mozaïekwerk wel met onze eigen Canon gemaakt.

 
 
Terug bij de bus: 7,5 kilometer was het gemiddelde van de twee stappentellers. Later deze week toch maar even synchroniseren: stel dat de een deze reis veel meer kilometers aflegt dan de ander!

Trabantjes worden gerecycled, tenminste dat zagen we op de markt.
 
V: 75.702; A: 95.903

woensdag 12 juli 2017

ontgroepen in elburg

maandag 10 juli: @ elburg

Best gezellig zo’n familieweekend en fijn dat alles droog ingepakt kon worden. Voor ons Puzzeltje niet zo’n probleem, maar de grote gezinstent van junior wil je niet graag nat meenemen, vooral als het vakantievertrek voor eind deze week gepland staat. Wel druk zo’n weekend: W moet bijslapen en ik moet ontgroepen.
Neus van Puzzel naar het noorden gestuurd: even afscheid nemen van de camperplaats aan de Havenkade in Elburg (campercontact 13450; sanitair in het havengebouw en voor een tientje of zo sta je op één van 18 plekken, inclusief stroom). Wanneer je nog gebruik wilt maken van dit mooi gelegen plekje moet je vlot zijn: na de Botterdagen (begin september van dit jaar) gaat de haven op de schop en in de plannen is er geen plaats meer voor campers. De gemeente had nog wel een alternatieve locatie aan de Kamperdijk in gedachten, maar is teruggefloten door de gemeenteraad. Er wordt beweerd dat de Recron en twee plaatselijke recreatiebedrijven (camping Veluwe Strandbad en camping Old Putten) een babbeltje hebben gemaakt met de raadsleden die vervolgens een stokje voor de plannen van de ambtenaren hebben gestoken. “Het aanbieden van camperplaatsen is géén taak van de gemeente” heeft de raad begin dit jaar in meerderheid vastgesteld en dat terwijl ze sinds 2011 het aantal plaatsen hebben uitgebreid van vijf naar achttien en de overnachtingstarieven hebben gehalveerd (was in 2011 € 15,00, exclusief toeristenbelasting). Weer zo’n unieke locatie die dank zij de Recron verdwijnt. Even de Vispoort door en je bent in het historische stadje en de nostalgische botters op zichtafstand.

Volgens de boekjes is campergedrag niet toegestaan in de haven, maar de barbecues van zowel camperaars als de vele plezierbooteigenaren maakten overuren, stoeltjes stonden buiten en luifels waren uitgedraaid. Na de rib-eye met velderwtjes moest de zetel naar binnen en de ramen op een kiertje: donkere wolken pakten zich samen. Helaas werkte de beloofde wifi voor de havengasten van geen meter, was het signaal van de chinees aan de overkant te zwak en waren de 20 andere zendertjes beveiligd met een wachtwoord. Gelukkig had de aangeschafte krant twee bladzijden met puzzels en met een drupje rood werd het donker en bedtijd. De koelkast en een paar ledlampjes konden de stroompaal niet bewegen om in staking te gaan: verantwoord doorlussen is ook een kunst. Het was weer gezellig met mezelf.
 

 

 

dinsdag 11 juli 2017

familieweekend

07 tot 10 juli: @ groesbeek

De patatgeneratie (ook genoemd de pragmatische generatie) samen met twee babyboomers (van de protestgeneratie) en vier (klein)kinderen (die nog geen overkoepelende naam hebben)verzameld in Groesbeek. De camping “bij Ons” kent twee soorten afval: wegwerpluiers en lege roséflessen. Een yuppencamping met een hoog ons-kent-ons-gehalte. Niks mis mee voor een keertje, al moet je wel accepteren dat de 12-jarigen ’s avonds om 11 uur nog met zaklampen rond je camper rennen en de pamperdragers zich ‘s ochtends tegen zessen melden, zodat de speeltuin om half zeven (bij het krieken der dagen) al druk bezocht wordt. Er stonden een aantal leuke VW T2-camperbusjes geparkeerd.
Van de heenreis hebben we een “echte” reis gemaakt met een lunchstop op de camperplaats bij kasteel Doornenburg (campercontact 20940; gratis maar géén voorzieningen). Binnenkort maar eens een nachtje daar bivakkeren en behalve het kasteel ook Fort Pannerden bezoeken.

 
 
Tussen de bedrijven door was er ook nog tijd voor het verkennen van de omgeving per fiets. Het is een schitterende omgeving met veel bultjes. Vooral de Duivelsberg was een echte kuitenbijter. De Zevenheuvelenweg daarentegen was goed te doen met een fiets met ondersteuning; W heeft met dat stukje asfalt minder plezierige ervaringen: twee keer gelopen tijdens de 4daagse, waarvan één keer met behoorlijk wat blaren. Ook in het Reichswald aan de andere kant van de grens zijn leuke fietspaden. De oude spoorlijn van Groesbeek via Kranenburg naar Kleve wordt tegenwoordig gebruikt voor tochtjes met de Draisine, een fiets op rails. Volgens mij is Draisine overigens een totaal verkeerd woord voor zo’n lorrie: in 1817 werd door ene Freiherr Von Drais in Duitsland de loopfiets uitgevonden en dat houten gevalletje kreeg de naam Draisine. Naast de spoorlijn is tot aan Kranenburg een schitterend fietspad aangelegd, het stukje naar Kleef moeten we een volgende keer maar eens verkennen. We komen ongetwijfeld terug in deze regio.
 
 
Het was een gezellig weekend: de verjaardag van oma W werd gevierd en oma trakteerde op een middagje speeltuin: de Leemkuil onder de rook van Nijmegen. Ook geslaagd! Oma wordt trouwens wel oud: ze heeft tegenwoordig moeite om een waxinelichtje op batterijen uit te blazen, maar met hulp van het jongste kleinkind werd ook dat probleem opgelost. Volgens jaar ongetwijfeld weer een familiekampeerweekend.
 
 


 




 
 
 

vrijdag 7 juli 2017

(oude) rivieren en kanalen

maandag 03 juli: @ tolkamer

Een klein gaatje in de agenda, mooi weer, dus wat let ons? Het was al weer een tijdje geleden dat we de Europakade in Tolkamer opzochten, dus de keuze was snel gemaakt. Een eurootje duurder geworden dit jaar, maar voor die prijs heb je nu ook gratis wifi. Eigenlijk betaal je alleen voor het uitzicht, want behalve stroom (1 € per kwh) zijn er geen voorzieningen. En voor stroom moet je geluk of een hele lange kabel hebben: de stroompunten staan aan het eind van de kade.

 
Lagere-school-werk van vroeger: “de Rijn komt bij Lobith ons land binnen”. Daar klopt geen jota van: ooit – toen de Rijn nog langs Lobith stroomde, behoorde die plaats niet tot Nederland. Een groot aantal plaatsen in de Liemers (en ook in de Betuwe en de Ooy) hoorden vele eeuwen lang tot het hertogdom Kleef. Pas in 1815 (het Wener Congres) kwam men er achter dat het niet zo handig was een aantal Duitse enclaves in Gelderland te hebben en uiteindelijk na veel gesteggel de Duitse puntjes op de kaart definitief bij het koninkrijk van Willem I. En toen Lobith uiteindelijk Nederlands was, stroomde de Rijn er niet meer langs. Dat had te maken met de aanleg van het Pannerdens Kanaal. Dit kanaal werd aanvankelijk als verdedigingslinie gegraven, zonder verbinding met de Rijn en de Waal. Halverwege het graven werd besloten een paar schepjes zand meer te verplaatsen met als doel de waterafvoer naar de IJssel en de Nederrijn veilig te stellen. Het kanaal tussen Pannerden en Angeren (bij Arnhem) is zo’n zes kilometer lang en was in 1707 bevaarbaar. Het oorspronkelijke waterloopje (langs Lobith en Zevenaar) werd afgedamd en kreeg een nieuw stempeltje: de Oude Rijn en verloor onmiddellijk alle betekenis voor de scheepvaart. Er zijn nog meer oude Rijnlopen te vinden in dit gebied. Samen vormen ze de Rijnstrangen.

Men hield van graven en baggeren in die tijd: eind 18e eeuw werd het Bijlands Kanaal gegraven, een drie kilometer lange waterweg tussen Tolkamer en Millingen aan de Rijn. Hierdoor werd een scherpe bocht in de toenmalige Boven-Waal afgesneden. Overigens heeft dit helemaal niets te maken met het recreatiegebied de Bijland: dat is gewoon een gezellig plasje dat ontstaan is na zandafgravingen vanaf 1926 (de eerste serieuze zandwinning in Nederland).

Ons fietstochtje ging vandaag langs de oevers van het Pannerdens Kanaal (op oude kaarten ook Nieuwe Rijn genoemd, om de naamsverwarring in dit gebied nog groter te maken). Twee keer een pontje. Mooie uiterwaarden (noem je dat ook zo bij een kanaal?), de Betuwelijn die onder het Pannerdens Kanaal doorpiept en nog géén activiteit van de bouw van de A15 die hier het water binnenkort via een brug zal oversteken. Een kort-weggetje-binnendoor leverde een erg mooi paadje op tussen de berenklauwen.

En waar komt dan tegenwoordig de Rijn ons land binnen? Tussen Spijk en Millingen vormt de rivier gedurende acht kilometer de grens met Duitsland. De grenspaaltjes staan dus virtueel in het midden van het water. Kom je Nederland binnen (en je vaart keurig aan de rechterkant) dan wordt de rivier bij Spijk oranje. Ga je Nederland uit (en je vaart weer keurig rechts) dan verlaat je acht kilometer eerder bij Millingen ons land. Veel water dus in dit gebied en dat nodigt uit tot de aanleg van fietspaden en het uitstippelen van fietsroutes.
Het was weer gezellig!


 
 


 

 

maandag 3 juli 2017

timmeren in delft

zondag 25 juni: @ Delftse Hout

“En als jullie dan toch in het westen zijn, kun je na afloop van Sail ook wel even oppassen”. Het leven van gepensioneerde camperaars is afwisselend. Dus na Sail Den Helder, waar we op ons overnachtingsterrein op de scheepswerf zaterdag toch de gemeenschappelijke barbecue maar hebben geskipt (want het is geen feest als Imca niet is geweest). Op zondagmorgen de afscheidskoffie wel opgeslobberd en na de dank-je-welletjes de neus van de Puzzel naar het zuiden gericht.

Een groot gedeelte van onze reis van Den Helder naar Delft ging over de voormalige jaagpaden van het Noordhollands Kanaal (wordt gerekend tot de Nederlandse “missertjes”, omdat het eigenlijk maar zo’n 50 jaar dienst heeft gedaan. Hierover later meer). Tot eind 1824 moesten zeeschepen van en naar Amsterdam over de vaak woelige en op veel plaatsen ondiepe Zuiderzee. Met name de ondiepte bij Pampus zorgde voor grote problemen, omdat het de doorgang naar het IJ blokkeerde. Men haalde wel allerlei trucjes uit de toverdoos, zoals het lichteren van schepen (een deel van de lading overslaan in kleinere schepen, zodat het schip minder diepgang krijgt) en het gebruik van scheepskamelen (drijvers die aan een schip worden verbonden, waardoor het schip minder diep in het water ligt). De ultieme oplossing van dit probleem zou zijn het graven van een rechtstreekse verbinding van Amsterdam naar de Noordzee, maar in 1820 durfde men dat (nog) niet aan en ook technisch was het niet haalbaar. Koning Willem I was dol op kanaaltjes (laat google maar eens los op de zoekterm “willemsvaart”) en besloot tot de aanleg van het Groote Noordhollands Kanaal. Amsterdam wilde eerst niet betalen, maar toen men overeenstemming bereikte over de bevaarbaarheid van het watertje door zeeschepen kon in 1819 letterlijk de spade in de grond. In feite ontstond het kanaal door het met elkaar verbinden van een aantal boezemwateren, die overigens wel verbreed en uitgediept moesten worden. Vijf jaar en elf miljoen gulden later was het destijds breedste en diepste kanaal ter wereld klaar en was Amsterdam via 80 kilometer kanaal verbonden met Den Helder. De kaart boven deze alinea is "westgeörienteerd", doet misschien een beetje vreemd aan voor moderne noordgeoriënteerden.


 

Als je Noordhollands Kanaal zegt, denkt een watergek onmiddellijk aan vlotbruggen (een soort pontonbrug, waarvan het drijvende gedeelte weggetrokken kan worden). De vlotbruggen zijn toegepast, omdat het in de tijd van de aanleg van het kanaal nog niet mogelijk was bruggen te bouwen met een grote overspanning. Na de opening van het kanaal in 1824 bloeide Den Helder op: economisch ging het voor de wind. Overigens was wind niet bruikbaar op het kanaal: schepen konden er niet zeilen en moesten worden voortgetrokken door paarden over de jaagpaden die langs het kanaal liepen. Daarvoor was een jaagdienst opgezet. Kleine schepen werden ook door mensen gejaagd: het huren van één paard kostte 80 cent per uur en de tocht Amsterdam – Den Helder duurde 14 tot 15 uur. De grootste schepen hadden tot 24 paarden nodig om vooruit te komen. Ik kon niet goed stoppen bij een vlotbruggetje, met dank dus aan Wikipedia die het ongetwijfeld niet erg vindt dat ik een fotootje leen. Het was echter maar tijdelijk: in 1876 werd het Noordzee kanaal geopend. De verbinding Amsterdam - IJmuiden was een stuk sneller en comfortabeler.Toch een keertje terug naar dit gebied: er valt nog zoveel te zien.

Schoonzoon M werd veertig en trakteerde zijn vrienden op een etentje aan zee. Opa en oma werden getrakteerd op een oppasmiddag en –avond, ook een feest! Na een kop koffie en een taartje in de stad met de jarige en onze dochter, konden we kleinzoon Q “loslaten” in Delft, waar van alles te doen was. Straattheater is niet zo interessant als je bijna vijf bent. Een hamer, stukken afvalhout en rechte spijkers (en een oma die helpt) nodigen uit om een vlag te knutselen. Als opa dan later nog laat zien dat ducttape ook gebruikt kan worden om wiebelige vlagconstructies te verstevigen en een camper in een regenbui uitermate geschikt is om rood-wit-blauw aan te brengen is de middag zo voorbij. Overigens: we stonden op Delftse Hout tegen Acsi-tarief. Een kind maak je blij met pasta (schuifvoer noemen we dat, maar dit terzijde) en een lekker toetje. Op tijd naar bed, want morgen weer naar school (Q wel te verstaan).
 
 

 
Maandagmorgen 175 kilometer terug naar ons vaste huis. Het was een zeer verrassend en erg leuk (lang) weekend. Doen we vaker!