noordpolderzijl

noordpolderzijl

vrijdag 29 mei 2026

camperfietsen - 14: een broekje (niet voor in de branding)

Was toch een hele nette foto in mijn vorige blog? Bedoel die van mijn achterkant met die winkelhaak in de broek. Nee, geen bil te zien, was een stuk been. Stof van mijn korte broek was na 15 jaar trouwe (zomer)dienst een beetje op (heet dat niet "sleets"?) en toen ik mijn prettige lijf op het zadel hijste, zei broekje “prtt“. W begon nog spontaan te zingen “een broekje in de branding“, maar geloof toch echt dat de zee nog hemelsbreed op zo’n 75 kilometer ligt. Liedje is van Gerard Cox overigens. Weet nog dat ik het slot het mooist vond:

Een broekje in de branding
Overtuig u er eerst van
Wat zat er in voordat het aangedreven kwam

Kreeg wel de opdracht een fietsroute te plannen die de ANWB-winkel in Zeist als highlight had, maar meer daarover in het dagverslag.

“Je moet je echt proberen te beperken“, sprak W toen ze gisteren las wat ze allemaal beleefd had. Schijnt dat mijn verhalen de laatste tijd steeds langer worden. Weet het, maar er zijn zoveel leuke dingen om te vertellen en ik heb zoveel foto’s die ik hier niet plaats omdat elk dagverslag anders een compleet boekwerk wordt. Voorbeeld? Nou, nog eentje dan, nog eentje dan en dan ..... Bijgaande foto is van 27 mei en laat een dagelijks ritueel van ons tweetjes zien. Op het moment dat we de lamp aandoen steken we beiden een vinger op om aan te tonen “hij doet het“. Het ritueel is in ons leven gekomen op de eerste avond nadat in Liempde de Camper Pitt Stop ons weer van 12 volt had voorzien. Nee, we houden het bij één voorbeeld.

vrijdag 29 mei: @ werkhoven

Vandaag mag de bus een dagje stilstaan. Wie W kent is dat absoluut niet op de bewoners van Puzzel van toepassing. We moeten in ieder geval iets doen aan dat “broekje (niet) in de branding“. Voor de verandering weer eens een warme nacht.

Oude stenen genoeg hier in de buurt, nieuwe trouwens ook en dan vooral “dure“ stenen, dat hebben we gisteren gezien tijdens ons verkenningstochtje op de fiets. Vandaag opnieuw gestapelde stenen in de herkansing, waaronder Slot Zeist. Ooit het lustoord van Willem Adriaan, graaf van Nassau-Odijk en kleinzoon van prins Maurits. Gebouwd in de tweede helft van de zeventiende eeuw. Het slot was oorspronkelijk bedoeld als woonhuis voor adellijke families, maar kreeg later verschillende andere functies. In de negentiende eeuw werd het gebouw gebruikt door de Hernhutters, een protestantse geloofsgemeenschap die veel invloed had op de ontwikkeling van Zeist. Nu het ideale decor voor vorstelijke evenementen, historie opsnuiven of genieten van kunst en cultuur.

Twee broeken in de uitverkoop bij de ANWB gescoord. Nou ja, je weet hoe dat gaat: W scoren en ik passen. Kan er voorlopig weer tegen. En toen mocht het de bossen in. Een pad dat we eigenlijk altijd “meenemen“ in onze route is het Gravelpad Kerckebosch–Oud London. Nou ja, wij? Zij van Komoot regelt dat voor ons: je klikt een paar punten aan op de kaart em Miep doet de rest. Ze heeft zo haar voorkeuren: bij Hotel Oud Londen het pad op (eerste stuk is verhard en heet het Zwitsersekade). Ten zuid westen van de Jagersingel (een drukke oversteek) heet het Padvinderslaantje. Je passseert enkele Scouting blokhutten (prima uitpufbankjes!).

Bij Kasteel Zeist vroeg W of hier het trainingskamp van de KNVB was. Wist alleen een ontwijkend NEE uit mijn mond te krijgen. Laten we nu een tijdje later langs de KNVB Campus fietsen. Heb altijd gemeend dat het een klein gebouwtje was waar het Nederlands Elftal bij tijd en wijle trainde maar ChatGTP zegt het volgende: “De KNVB Campus in Zeist is het nationale voetbalcentrum van Nederland. Op deze campus trainen de Nederlandse voetbalteams, waaronder het Nederlands elftal. Het terrein behoort tot de Koninklijke Nederlandse Voetbalbond (KNVB) en ligt midden in een bosrijke omgeving op de Utrechtse Heuvelrug. De campus beschikt over moderne trainingsvelden, sporthallen, vergaderruimtes en een hotel voor spelers en staf. Ook worden hier opleidingen voor trainers en scheidsrechters georganiseerd. De KNVB Campus werd vernieuwd en uitgebreid in 2016 en geldt tegenwoordig als een van de modernste voetbalcomplexen van Europa.“ W moest nog even een foto sturen naar onze voetballende kleinzoon en was later in een uitvoerige chat met hem verwikkeld.

En dan kom je vanzelf op Landgoed Heidestein terecht, natuurgebied tussen Zeist en Driebergen. Het landgoed ligt op de Utrechtse Heuvelrug en bestaat uit bossen, heidevelden, zandverstuivingen en lanen. Zoals veel van dat soort landgoederen eindigde ook Heidestein op het bordje van de natuurbescherming, in dit geval het Utrechts Landschap. Als je te vroeg bent voor rijpe kersen moet je zeker nog een paar maand wachten tot de heide bloeit.

Wanneer je op het routekaartje voor vandaag kijkt (kaartje in de volgende alinea) zie je dat we twee keer Odijk geschampt hebben, Datzelfde kaartje laat zien dat langs Odijk het riviertje de Kromme Rijn loopt. Dit is een oude zijtak van de Rijn die door plaatsen als Wijk bij Duurstede, Werkhoven, Odijk en Bunnik stroomt richting Utrecht. Dit watertje heeft een grote rol gespeeld in de geschiedenis van Odijk. Het was belangrijk voor landbouw, handel en vervoer. De grond langs de rivier was vruchtbaar, waardoor boeren er goed gewassen konden verbouwen en vee konden houden. Daardoor ontstond er al vroeg bewoning in het gebied rond Odijk. Daarnaast werd de Kromme Rijn gebruikt als transportroute. Boeren en handelaren vervoerden producten zoals graan, fruit en hout per boot naar grotere plaatsen, vooral naar Utrecht. Wegen waren vroeger vaak slecht, waardoor vervoer over water sneller en gemakkelijker was. De rivier hielp Odijk (maar ook Bunnik en Werkhoven) dus om economisch te groeien. Overigens hebben we het dan over een iets andere Kromme Rijn dan tegenwoordig, het was een belangrijke tak van de Rijn, zo belangrijk dat het deel uitmaakte van de de noordgrens van het Romeinse Rijk, de zogenaamde Lower Germanic Limes. De Romeinen gebruikten de Rijn als natuurlijke grens tussen hun rijk en de gebieden van Germaanse stammen in het noorden. Gisteren kwamen we een grenssteen tegen. In 1122 veranderde de geschiedenis van de Kromme Rijn ingrijpend. Bij Wijk bij Duurstede werd een dam gebouwd in de Rijn om overstromingen te voorkomen en de waterstand beter te regelen. Hierdoor stroomde er veel minder water door de Kromme Rijn en verloor de rivier haar functie als hoofdarm van de Rijn. Toch bleef zij belangrijk voor de omgeving. In de negentiende en twintigste eeuw veranderde de rivier vooral in een recreatiegebied.


En dan de boodschappen. Een paar jaar geleden had je in Werkhoven nog Anno's Dagwinkel, maar dat was toen ik er de laatste keer kwam al meer een sociale ontmoetingsplaats dan een echte winkel. Snapte al niet dat Anno zijn hoofd boven water kon houden met de verkoop van perssinaasappels, chocolademelk, vla, melk, een spuitbus slagroom, gemberontbijtkoek, zelfrijzend bakmeel, gehaktkruiden en laurierblad. Ik noem maar wat essentiële levensbehoeften. De dichtstbijzijnde super voor ons is nu de Jumbo in Odijk. Fietsroute iets verlegd en we komen er op het eind langs. Wel iets anders gekocht dan de hierboven genoemde artikelen. En met een verrassende eindsprint (nou ja sprint: wind tegen en op het einde van de tocht) kwamen we via de oprijlaan van kasteel Beverweerd na 28,2 kilometer tegen half drie weer op onze camperplaats aan. Een mooie dag, maar het fietsen viel me vandaag tegen. Kwestie van een combinatie van hitte, wind tegen en nog wat oude vermoeidheid in de benen? 31 graden, broeierig. Er wordt later op de dag regen verwacht, maar eerst zien en dan pas geloven. En morgen? Morgen is er weer een dag. We gaan naar de polder in Zoertermeer: twee dagen aandacht besteden aan een deel van de familie. Of W de 70 kilometer per fiets aflegt hoor je morgen.


 

donderdag 28 mei 2026

camperfietsen - 13: te vroeg voor vroege kersen

Natuurlijk een paar vragen over de versierde steen in het vorige blog. Had geen ruimte meer om er een verhaaltje bij te schrijven, dus bij dezen. Het gaat om een min of meer nieuwe rage: “Happy Stones“. In het kort: je zoekt (of koopt) een mooie gladde steen, beschildert deze, zet er een leuke boodschap op en verstopt hem. Iemand die jouw steen vindt, neemt hem mee of verplaatst hem weer. Wil je meer informatie, klik op Doodle Stones.

Of we het nieuws volgen? Een vraag van H te W. Jazeker H te W, het journaal van 20:00 uur is vaste prik en ook de belangrijkste nieuwsfeiten uit de kranten van DPG via “uit andere media“ worden door ons bekeken. Moet je eerlijk bekennen dat ik op dit ogenblik meer geïnteresseerd ben in www.hallesbelang.nl. Dat komt natuurlijk ook omdat het belangrijkste nieuwsfeit van Het Parool de afgelopen week ging over het prijsniveau van de bitterballen op terrassen in Amsterdam: Eigenlijk bestaat het uit niet veel meer dan gefrituurd paneermeel met wat ragout van het een of ander, maar de bitterbal is natuurlijk veel meer dan dat. Een portie bitterballen is het hart van de kroeg. Een namiddag borrelen met vrienden zónder bitterballen is als een kind zonder moeder.

Één van mijn vaste volgers, K te Z, had gedacht dat ik gisteren wel aandacht zou besteden aan het Offerfeest. Was me even ontgaan, K te Z, was teveel gefocust op die bitterballen. Heb naar aanleiding van je vraag nog even de digitale kranten bekeken en inderdaad: ondermeer Trouw besteedde aandacht aan dit islamitische feest en vertelt: “Eigenlijk doet de naam ‘Offerfeest’ de betekenis van het islamitische feest tekort. Het doet al snel denken aan schapen of slachten, maar het gaat om veel meer“. De aanleiding van het Offerfeest, in het Arabisch Eid al-Adha, is het verhaal dat de profeet Ibrahim bereid was zijn zoon te offeren uit gehoorzaamheid aan God. Op het moment dat Ibrahim zijn offer wilde uitvoeren, greep God in en werd er een dier geofferd in plaats van zijn zoon. Het verhaal staat symbool voor geloof, vertrouwen, gehoorzaamheid en toewijding aan God. Het verhaal komt niet alleen bij de mohammedanen voor, ook de christelijke kerken kennen het, alleen heeft dan Abraham het mes in de hand en heet de zoon niet Ismaël maar Isaak. Het wordt in die laatste cultuur alleen niet gevierd. In de islamitische wereld heeft het Offerfeest een vooral een sociale betekenis: families bezoeken elkaar; wanneer er een schaap, geit, koe of ander toegestaan dier geslacht is wordt het wordt verdeeld onder familie, vrienden en mensen die het minder breed hebben. Naastenliefde en delen met anderen zijn belangrijke onderdelen van het feest. Volgens Trouw: “Het Offerfeest benadrukt niet alleen religieuze gehoorzaamheid, maar ook waarden als solidariteit, dankbaarheid en zorg voor elkaar. Daarom heeft het feest voor veel moslims een diepe spirituele én maatschappelijke betekenis“. 

Tenslotte een vraag van T te L: of ik een reparatiesetje bij me heb voor problemen aan de camper. Ja T te L, ik gebruik twee dingen: kruipolie en ducttape. Een en ander geheel volgens bijgaande beslissingsboom en tot op heden bevalt het uitstekend. Hoort eigenlijk nog één tak bij “Can I fix it?“ No→seek help.

 


donderdag 28 mei: @ werkhoven

Toen ik vanmorgen mijn ogen opendeed fluisterde W mij het volgende in het oor: “Bij de kynologenclub werd hij chagrijnig, met dien verstande dat veel mensen vinden dat de taal door de spelfouten op internet verloedert.” Een normaal mens zou de wenkbrauwen fronsen, maar na 52 huwelijksjaren (en een jaar samenwonen) wist ik dat mijn eega mij vertelde wat me te wachten stond bij de Spellingtest. En weer eens 0 fouten, ja: beiden!

Iets verder dan halverwege Halle en de Noordzee ligt Werkhoven, die plaats van "Kersen rood, zomer in de sloot" (of schoot). Het is een traditionele weerspreuk die aangeeft dat de zomer definitief is begonnen zodra de kersen beginnen te kleuren en rijp zijn om te plukken. Helaas nog net geen kersentijd, de eerste bommetjes worden volgende week verwacht. Het echte kersenseizoen is iets later: verse, lokale kersen zijn doorgaans volop verkrijgbaar van medio juni tot en met augustus. Voor ik weer een lading commentaar krijg, er is inderdaad nog een variant namelijk “Kersen rood, handel dood”. Vroeger werd dit gezegd in de agrarische sector; zodra de kersen rijp waren (hartje zomer) lag de handel stil omdat iedereen op vakantie was of van het weer genoot.

Werkhoven werd het deze keer dus niet om de kersen, maar om de aardbeien. Nu moet ik me ernstig inhouden. Mijn broer zou zeggen: “Breek hem de bek niet open“. Er is een bekende historische uitspraak van de beroemde Duitse schrijver Johann Wolfgang von Goethe die beide vruchten combineert: "Men moet aan kinderen en vogels vragen hoe kersen en aardbeien smaken." Hij was erg filosofisch bezig op het moment dat hij dat zinnetje noteerde: vogels pikken instinctief altijd de allerbeste, rijpste en lekkerste vruchten uit de boom en kinderen proeven voedsel met een open, eerlijke blik en genieten er intens van, zonder verborgen agenda of aangeleerde beleefdheid. Volgens mijn leraar Nederlands op de kweekschool (daar heb je hem weer) benadrukt deze spreuk de pure, onbevooroordeelde en oprechte beleving van de natuur en het leven. Ik zal je zijn gedachten over de volgende twee spreekwoorden besparen: "Met hoge heren is het kwaad kersen eten" en "Petrus en Paulus nemen de aardbeien mee."

We hadden alle tijd op Hessenoord vanmorgen. Moesten eerst wel even door de reptielenfase heen, want koud vannacht. Minumumtemperatuur (tegen 06:00 uur) 10 graden (bron: Buienradar). We waren voorbereid: ’s nachts zijramen weer dicht en W een ponnetje aan. Voor mij gewoon weer twee dekbedden.

Werkhoven dus, in het hart van het Kromme‑Rijngebied, waar “de rivier als een zilveren lint door het landschap slingert“. Centraal in het dorp staat de Sint‑Stephanuskerk, een robuust gebouw dat al sinds de middeleeuwen in Werkhoven staat te staan met een toren die stormen, oorlogen en stille zomers doorstaan. De vroegste vermelding van een kerk in Werkhoven (toen Werkundia) stamt uit de de tijd rond 800 na Chr. Eerst van hout, maar rond 1100 werd de houten kerk vervangen door een stenen gebouw van tufsteen. Rond 1480 kreeg de kerk een gotisch uiterlijk en in 1830 volgde een verbouwing in neo‑gotische stijl. Leuk detail: tijdens de restauratie van 1995 werd de tufsteen van de noordmuur weer zichtbaar gemaakt.

Wij kwamen echter niet voor de kerk, wij zochten camperplaats de Kersenpit op. Al eens eerder gestaan en toen genoten van de overheerlijke bommetjes. De camperplaats ligt een eindje buiten Werkhoven en fietsend van het dorp naar de camperplaats (eventjes een zijpad in) vind je Kasteel Beverweerd, verscholen tussen hoge bomen en omringd door water. Het kasteel heeft eeuwenlang adellijke families, kunstenaars en zelfs een internationale school gehuisvest. De laatste jaren is het een beetje verloederd. Vond op de website van RTV Utrecht (bijgaande foto is overigens van W) een artikel (begin 2026) met als strekking: “na jarenlange leegstand wil de nieuwe eigenaar kasteel Beverweerd restaureren en er een hoogwaardig hotel en restaurant te realiseren. Ook het kasteelpark krijgt een opknapbeurt. De gemeente Bunnik zegt positief tegenover het plan te staan om het historische landgoed te behouden en een nieuwe, toekomstbestendige functie te geven.“ Eerdere pogingen om een nieuwe bestemming te geven aan het kasteel (appartementen, zorgwoningen) kwamen niet van de grond. Werkhoven en het kasteel wachten geduldig af.

Wij reden ietsje verder en kwamen (rijdend van de A12 naar Werkhoven) aan de linkerkant de boomgaard van Wim en Marjolein Oskam tegen. Naast hun bedrijf openden ze een paar jaar geleden een kersenkraam die in het kersenseizoen, wat ongeveer loopt van juni tot augustus, een een druk bezocht adres is. Oeps: zou bijna de aardbeien vergeten. De kersenkraam is in de loop der jaren steeds verder uitgebreid. Je kunt er niet alleen kersen en aardbeien halen, maar ook eigen appels, peren, asperges, eieren, ijsjes van Merels ijs (lokaal gemaakt in Werkhoven), aardappelen van Wims broer Co en Schulp sappen, gemaakt van eigen appels! Tijdens en naast het kersenseizoen is ook de fruitautomaat geopend. Och en als je overal klein (het liefst groot) geld van weet te maken en je hebt een paar vierkante meters grond over dan begin je toch een camperplaats? De gasten zijn allemaal behoorlijk tevreden, en dat kan ook niet anders met goede staanplaatsen, prima sanitair, simpel en netjes. aardige eigenaren. 

De camperplek is sinds 2025 aangesloten bij het landelijke netwerk Langs Boerenerven. Dat is een samenwerkingsverband van camperplaatsen bij boerenerven verspreid door Nederland. We hebben in de afgelopen jaren al op verschillende van die erven gestaan.

En dan moet er gefietst worden. Heerlijke omgeving! Voor mij dan: ik hou van ruimte en een baken. Dat was vandaag de watertoren van Werkhoven. Deze staat buiten het dorp en vormt bijna het geografisch middelpunt van het Kromme Rijngebied. De watertoren is 43 meter hoog en gebouwd tussen 1934 en 1937 in opdracht van Waterleidingbedrijf Zuid-Oost-Utrecht. Wat de toren bijzonder maakt, is de vorm. Veel Nederlandse watertorens zijn rond met een duidelijk zichtbaar waterreservoir, maar die van Werkhoven is juist vierkant en strak vormgegeven. Door de vrije ligging tussen de weilanden is hij al van ver zichtbaar en een echt herkenningspunt in de streek. Sinds 1989 wordt de toren bewoond. De huidige eigenaren hebben hem stap voor stap gerestaureerd en opengesteld voor publiek, alleen vandaag zat de poort dicht.

Een boerderij ijsje (zonder streepje?) bij een zorgboerderij vlak voor Cothen. Op dezelfde plek was ook een camping gevestigd, camping de Bossewaard. Verderop in Cothen midden op de brink de Toffe Peer, een bronzen beeld van kunstenaar Ab Bosman. Het beeld eert de rijke geschiedenis van de fruitteelt in de regio en symboliseert dat er veel "toffe peren" in Cothen wonen. Het kunstwerk werd geplaatst bij het afscheid van Cothen als zelfstandige gemeente in 1996, voordat het onderdeel werd van de gemeente Wijk bij Duurstede. Heb het plaatje meteen doorgestuurd naar de twee toffe peren van het PeerToftheater.

En net na Cothen - aan de oevers van de Kromme Rijn - schampten we kasteel (of huis) Rhijnestein. Het kasteel behoort tot de oudste ridderhofsteden van de provincie Utrecht en werd al in 1248 genoemd in officiële documenten. De oorsprong van Rhijnestein ligt waarschijnlijk nog eerder, in de dertiende eeuw. Er zit een heel verhaal vast aan dit soort gebouwen. Het oudste deel van het kasteel is een middeleeuwse woontoren die oorspronkelijk bedoeld was als verdedigbaar woonhuis. In de Middeleeuwen maakte Rhijnestein deel uit van een netwerk van versterkte huizen langs de Kromme Rijn. Door de strategische ligging speelde het kasteel een rol in regionale conflicten en machtsstrijd tussen edelen en bisschoppen. Pikant detail: een bekende bewoner was Jan van Rhijnestein, een bastaardzoon van de bisschop van Utrecht. Hij kreeg in de veertiende eeuw de reputatie van roofridder nadat hij omliggende dorpen had geplunderd. Als straf werd het kasteel gedeeltelijk verwoest. In de negentiende eeuw kreeg Rhijnestein zijn huidige uiterlijk. Vandaag de dag is Rhijnestein een particulier landgoed en een rijksmonument.

En toen kon het kwartetten beginnen: de diverse kastelen en/of landhuizen in de buurt van Langbroek. Heb in het verleden aandacht besteed aan de buitenverblijven van de “rijke stinkerds“. Vandaag beperk ik me tot een plaatje van Sterkenburg en de opmerking dat het geslacht Sterkenburg uitstierf in de vijftiende eeuw uit met Catharina van Sterkenburg, die bij haar huwelijk in 1456 met Wouter van Isendoorn van haar vader Gijsbrecht “dat huys ende herlicheyt tot Sterckenborgh met sijner hofstat ontving“. De rest kun je ongetwijfeld opzoeken mocht je daar behoefte toe gevoelen.

Wat was dat biertje na 31,7 kilometer lekker. En wat was het weer een mooie dag. Nee: W heeft de afstand Halle - Werkhoven niet met de fiets overbrugd. Te ver en vooral geen mooie route. V: 224.433; A: 224.536. Rijtemperatuur 20 tot 23 graden. Tijdens het fietsen werd het een tikje warmer. Wind zuidoost 2 tot 3. Zon op/onder: 05:28/21:44 (gegevens Werkhoven). En morgen? Morgen is er weer een dag. Er zijn dan wel geen kersen maar ongetwijfeld fietspaden. En morgen begint mijn blog met een verhaal over onderstaande foto. Probeer maar vast iets te verzinnen.



woensdag 27 mei 2026

camperfietsen - 12: de pilletjes van de dokter

Aan de titel van dit blog kun je zien dat we onze oude hobby weer hebben opgepakt: W met de fiets en ik met de camper. We hebben nog een weekje voor het vrijwilligersgeweld weer losbarst (fietsexamens van Veilig Verkeer, avondvierdaagse van Lichtenvoorde, elektrocarwerk en “op het museum is altijd wel wat te doen“). En dan heb ik het nog niet gehad over de bijklusactiviteiten van W. Vandaag even naar het oosten en later in de week naar het westen richting een deel van het nageslacht. Even voor de duidelijkheid: vrijwilligerswerk doe je misschien een beetje voor een ander maar vooral voor jezelf. Je moet me niet aankomen met verhalen als “Wat zijn jullie toch goed bezig“, we hebben er zelf lol in en is die lol er niet meer dan gaat de stekker er gewoon uit.

In dit blog het verslag van twee dagen. Oorzaken: op dinsdag weinig beleefd en vooral geen zin om te schrijven. Soms heb je dat.

dinsdag 27 mei: @ halle

“Alle wegen leiden naar Halle“, is een uitspraak van onze zoon en hij kan het weten: hij woont in Harreveld. De reden dat we in Halle neerstrijken heeft te maken met het feit dat we te maken hebben met een “pillencalculatieprobleem“. Het zit zo: al jaren heb ik een voorraad pillen van minimaal drie maand. Ooit zo geregeld toen we nog regelmatig, dikwijls en vaak lang in het buitenland vertoefden. Een tijdje geleden vond Pleegzuster Bloedwijn (in overleg met de huisarts) dat er wel een pilletje of twee bijkon, iets met variatie en maagbescherming als ik het goed onthouden heb. Deze laatste aanvulling op het medicijnenmenu maakt nog geen deel uit van het ik-heb-voolopig-genoeg-systeem, dus het was even slikken toen de bodem van één van de potjes in zicht kwam. Vandaag even naar de apotheek in Lichtenvoorde en daarna de bus in Halle neerzetten. En tussendoor even thuis douchen en bij de Aldi voor een paar dagen inslaan. W gaat natuurlijk op de fiets van Balgoy naar Halle: de bikkel.

Camping Hessenoord in Halle is het geworden. Als je gaat zoeken naar de oorsprong van de naam van de camping kom je nergens een officieel gedocumenteerde verklaring tegen, ook niet op de website van de camping. Geen probleem: taalkundig is de naam vrij goed te duiden. Allereerst heb je “Hessen“ en dat verwijst ongetwijfeld naar de historische Hessenwegen: handelsroutes waar Duitse kooplieden (“Hessen”) vroeger over trokken, ook door de Achterhoek. “Oord” betekent een plek, streek of verblijfplaats. “Hessenoord” zou dus iets betekenen als: “plek van de Hessen” of “oord aan de Hessenroute”. En dat past precies in dit gedeelte van de Achterhoek waar de Hessen met hun brede karren vanuit Hessen via Bocholt, langs de Vennebulten (pas op: struikrovers!) en de Radstake over de “Halse Rug“ (het omliggende gebied was vroeger nat en moerassig) richting Halle, Zelhem trokken en daarna verder westwaarts naar Doesburg aan de Oude IJssel, een belangrijke Hanzestad. Voor de Achterhoek hield het daar op, voor de Hessen nog niet, die reisden vaak verder westwaarts met hun handelswaar: zout, textiel, graan, ijzerwaren, wijn, koloniale goederen en verder alles waar op dat moment vraag naar was. De Hessenweg in de Achterhoek was geen strak aangelegde “weg” zoals nu, maar een netwerk van zandige handelsroutes. We staan op de camping op het gezinsveld, maar geen gezin te bekennen, nog specifieker: we hebben het complete veld voor ons alleen. In de verte, op het Platanenveld, staat nog een camper verstopt achter de struiken. Op het Rustzoekersveld is het wat drukker.

En dan Halle zelf, een klein kerkdorp tussen Zelhem en Varsseveld in de gemeente Bronckhorst. Eigenlijk mag het geen naam hebben: de supermarkt is al een paar jaar geleden verdwenen en veel middenstand is er inmiddels ook niet meer in dit dorp van ongeveer 2.000 inwoners. Meestal rustig, maar als ze feesten dan doen ze dat goed. Binnenkort staan er maar liefst drie happenings op stapel. Vooraf moet je weten dat Halle drie “deelkernen“ heeft: Halle-Dorp (de dorpskern rondom de Grote Kerk), Halle-Heide (de uitgestrekte buurtschap ten noorden van het dorp en Halle-Nijman (de buurtschap richting Zelhem). De feesten dus! Allereerst is er wat te doen in Halle-Heide: op zaterdag 13 en zondag 14 juni 2026 vindt het festival 'Op 't Arf in de Hiet' plaats rond het Heidehuus. Hier fiets je langs verschillende boerenerven voor muziek, theater en dans. Wil je meer weten: Festival Halle-Heide. Dan volgt de kermis van Halle, ook bekend als School- en Volksfeest: dit traditionele dorpsfeest en de bijbehorende kermis vinden plaats van donderdag 2 tot en met zondag 5 juli 2026. En kun je er helemaal niet genoeg van krijgen dan kun je nog naar de Halse Dag, de jaarlijkse streekmarkt in het centrum van Halle. Dti jaar wordt dat evenement gehouden op zondag 6 september 2026. Je reist dan in het centrum 30 jaar terug in de tijd. Het laatse nieuws en het programma vind je op Halse Dag.

Maar we waren er nog niet: W moest zo’n 80 kilometer ploeteren door het hete Nederlandse land, al viel het op de fiets best wel mee, was haar mening. Dwars door Wijchen en Nijmegen en toen de Ooypolder in, bij Millingen aan de Rijn het pontje benutten en als laatste markante tussensop Babberich. Toegegeven: in die 80 kilometer zat ook een heen-en-weertje naar Halle City voor het noodzakelijke dagelijkse ijsje. Mijn telwerk liet wat meer kilometers zien (V: 224.319; A: 224.433), maar ik mocht ook een “ommetje“ A50/A12 (stervensdruk aan de andere kant) en een uitje naar Lichtenvoorde voor de pilletjes en de boodschappen. Warme dag: rijtemperatuur tussen de 26 (’s morgens voor tien uur al) en 32 graden (omstreeks 13:00 uur). En wat een rust op camping Hessenoord. Volgens Carel, de eigenaar, zag het er met de pinksterdagen (jazeker: kleine letter!) iets anders uit op het terrein. Toen W tegen tweeën arriveerde kon de ruststand beginnen. Oeps: vergeten dat de waston een paar uur zijn werk had gedaan in de garage van de bus en even geleegd moest worden. 

En terwijl wij zaten en lagen kon onze vogelapp zijn werk doen: behalve het “gangbare“ spul als merel, houtduif, bonte specht en spreeuw ook het geluid opgevangen van de bosrietzanger, zwartkop, putter, zanglijster, boomklever, tjiftjaf, gekraagde roodstaat, wielewaal en de roodborst. Zal er ongetwijfeld een paar overgeslagen hebben. De zwarkop liet het meest van zich horen, vertelde Merlin (da’s zij van de vogelapp). De pastasalade van vandaag had als vulling penne en garnalen en was goed binnen te houden. Laat in de avondstand: het was nog lang warm buiten.

woensdag 27 mei: @ halle

Met 27 graden (binnen) tegen elf uur naar bed en met 16 graden (nog steeds binnen) om half acht wakker worden. Lekker afgekoeld, dus goed geslapen. Niks te horen en vooral pikdonker, dus dat wil wel. Alhoewel pikdonker? Zon op/onder: 05:25/21:38 (gegevens Meuhoek/Halle). Ontbijten met een trui aan, voor het eerst weer sinds een tijdje; nog wel buiten.

Had een route uitgestippeld door het typische coulisselandschap van deze streek: weilanden, houtwallen, beekjes en kleine bossen die elkaar afwisselen; eigenlijk het “lievelingslandschap“ van W. De naam “Halle” komt waarschijnlijk van een oud Germaans woord dat verwijst naar een hoger gelegen plek of een open ruimte in het landschap. Het werd een route die past bij de uitstraling van de omgeving: geheimzinnig, spannende verhalen en veel bijgeloof. Wat vind je bijvoorbeeld van het verhaal van de Wodanseik, dat ik zou zou kunnen laten beginnen: “Lang geleden, toen de Achterhoek nog donkerder en wilder was, geloofden de mensen dat de god Wodan hier neerdaalde tijdens stormachtige nachten. Ze vertelden dat zijn paard, met vurige ogen en hoeven die vonken sloegen, rond de eik cirkelde. De wind die door de takken gierde, was volgens hen het gefluister van geesten die hem vergezelden. Niemand durfde op zulke nachten dicht bij de boom te komen. Toch was de eik niet alleen een plek van ontzag, maar ook van bescherming. Reizigers die verdwaald waren in de mist, vonden vaak onverwacht hun weg terug zodra ze de silhouet van de Wodanseik zagen. Boeren legden er kleine offers neer, een broodkorst, een munt, een stukje wol, in de hoop op een goede oogst of een voorspoedig jaar.“ En aan dat alles word je herinnerd als je bij het bijlmonument Wodanseik op de kruising van de Halsedijk met de Landeweerweg in Halle staat en kijkt naar de boom met zijn diep gegroefde stam en “takken [die] kronkelen als armen die verhalen vasthouden, en zijn wortels reiken zo ver dat men zegt dat ze de geheimen van de aarde zelf aanraken.“ Kan je het complete verhaal van Ludovicus en de Wodanseik (uit het jaar 801) wel vertellen maar dan zijn we zo drie kantjes A4 verder. Kan je natuurlijk ook een linkje geven.

Niet alleen de Wodanseik boezemt angst in. In deze omgeving heb je ook nog het verhaal van de boelekeerl, een boemanfiguur die ouders vroeger gebruikten om kinderen weg te houden bij gevaarlijke plekken zoals gierputten, sloten, kolken en poelen. Hij werd voorgesteld als een enge kerel of monster dat onder het water, onder een vlonder of in een gierput zat. Als kinderen te dichtbij kwamen, zou hij ze grijpen en naar beneden trekken. Dit werd bewust verteld om ongelukken te voorkomen en dat werkte, want kinderen bleven er wel uit de buurt. Het verhaal van de Boelekeerl leeft vooral in de streek rond Halle, Zelhem en de Slangenburg. In Halle is zelfs een Boelekeerlspad, een wandelroute van ongeveer 6 km waar je onderweg verwijzingen tegenkomt naar het verhaal. Het beeld van de graaiende hand hebben we deze keer niet zelf gezien (mocht er niet met de fiets komen) dus de foto is geleend.

Zelfs Smoks Hanne kwam nog even op haar bezem aanvliegen om te kijken of we wel op het goede pad bleven (W kon haar nog net op de foto krijgen). Volgens de bronnen was Smoks Hanne oorspronkelijk een kruidenvrouwtje dat in de 19e eeuw leefde in de buurt van Zelhem in een eenvoudige hut. Ze plukte kruiden in het bos en gaf mensen raad en middeltjes tegen ziekten. Door de jaren heen groeide haar reputatie uit tot die van een goede heks: iemand met genezende krachten en een zesde zintuig. Ze werd een markante dorpsfiguur, en haar naam bleef hangen omdat ze indruk maakte op de gemeenschap. Terwijl ik Smoks Hanne bewonderde scoorde W onze lunch bij de lokale Aldi en nam ook nog sperzieboontjes mee (want die zagen er zo lekker uit).

Tegen drieën waren we weer op ’t nös, met veel vragen waar we ook weer antwoord op gekregen hebben. “Meuhook“ moet dan betekenen “natte moerasachtige uithoek“ terwijl Gemini (die van Microsoft) het in eerste instantie houdt op een mestvork, de domme doos! En ja: er liep vroeger een spoorlijn van Ruurlo naar Doetinchem. Het was een lokaalspoorlijn van de GOLS (Geldersch-Overijsselsche Lokaalspoorweg-Maatschappij). De lijn werd geopend in 1885 en je kon heerlijk boemelen van Ruurlo via Wolfersveen en Zelhem naar Doetinchem. Voor reizigers werd de spoorlijn al in 1937 gesloten, omdat bus- en autoverkeer steeds belangrijker werden. Goederentreinen reden tussen Doetinchem en Zelhem nog door tot 1972. Veel van het oude tracé is vandaag nog zichtbaar. Vanaf de voormalige halte Wolfersveen tot Zelhem is het baanvak grotendeels goed te volgen via een smal pad, ideaal om te fietsen maar je moet geen tegenliggers krijgen (en die kregen we niet). De rest van de vragen en de antwoorden zal ik je besparen: het verhaal wordt te lang.

Mooie dag. Heel mooi fietsen. Een stuk koeler dan gisteren: niet warmer dan 24 graden. Trui aan op de fiets. En morgen? Morgen is er weer een dag. We hebben camperplaats De Kersenpit in Werkhoven gereserveerd (tja, reserveren schijnt daar te moeten). Om te fietsen 101 kilometer, beetje teveel van het goede. Hoe we dat gaan oplossen (er gaan zelfs geruchten dat er niet gefietst wordt, want: saaie route) krijg je in een volgend blog te horen.





maandag 25 mei 2026

overpinksteren - 5: over rook- en knakworsten die een nieuwe eigenaar hebben en toch hetzelfde gebleven zijn

Nog even terugkomen op de naamgever van de brug bij Grave. John Thompson was luitenant in het Amerikaanse leger en maakte deel uit van de parachutisten die op 17 september 1944 boven Nederland werden gedropt. Hun opdracht was om belangrijke bruggen veilig te stellen zodat geallieerde grondtroepen snel konden oprukken richting Duitsland. De brug bij Grave was daarbij van groot belang. Officieel ging het om de Company E van het 504th Parachute Infantry Regiment, onderdeel van de Amerikaanse 82ste Luchtlandingsdivisie. Er zit een interessant verhaal vast aan onze John: hij leidde een peloton van slechts zestien man. Dat had te maken met het feit dat het merendeel van de parachutisten te vroeg sprong. Het groene springlicht ging te vroeg aan. Bijna de gehele Company E sprong direct bij het lichtsignaal en belandde daardoor kilometers te ver van het doel in en rondom Velp. Thompson stond als jumpmaster in de deuropening van zijn C-47. Hij keek naar beneden, zag huizen in plaats van open veld, en weigerde te springen. Hij beval zijn 'stick' (de groep parachutisten in zijn vliegtuig) te wachten tot ze de beboste en bebouwde kom voorbij waren. Pas toen hij open weilanden zag, gaf hij het commando om te springen. Hierdoor landde Thompson samen met slechts 15 van zijn manschappen (zestien man in totaal) in een weiland dat toevallig extreem dicht bij de brug van Grave lag. Omdat ze volledig afgesneden waren van de rest van de compagnie, besloot Thompson niet te wachten op hergroepering. Om het verrassingseffect niet te verliezen, startte hij direct de aanval. De manschappen waadden door sloten met water tot aan hun nek om onopgemerkt dichterbij te komen. Met behulp van een bazooka schakelden ze een Duitse flaktoren (bunker) uit, waarna ze binnen korte tijd de strategische zuidzijde van de brug wisten te bezetten. Ik hou wel van dit soort verhalen.

maandag 25 mei: @ balgoy

Wakker worden op tweede pinksterdag maak je ook maar eens per jaar mee. Laten W en ik nu dezelfde fout gemaakt hebben in de spellingtest van vanmorgen: religieuze feestdagen krijgen een hoofdletter. Het is dus Hemelvaartsdag (of kortweg Hemelvaart), Pasen en Pinksteren. Afgeleide woorden krijgen in de officiële spelling geen hoofdletter. Daarom is het “tweede pinksterdag“ en ook “op een mooie pinksterdag“ (je weet wel van: “morgen kan ze zwanger zijn, kan ook nog vandaag; kan van de behanger zijn of van een franse zanger zijn of iemand uit Den Haag“. Tekst is van Annie M.G. Schmidt, muziek van Harry Bannink. André van den Heuvel zong ook mee. 

“Waarom fietsen we niet naar Oss“, vroeg W, “Mijn moeder ging daar vroeger met de trein naar een winkeltje van de Unox waar ze aan particulieren van die verspil-me-nietjes verkochten. Misschien kunnen we daar nog goedkoop wat inslaan.“ Oeps, erg veel zeer gedateerde informatie. Had een uurtje of zo nodig om een en ander op een rijtje te zetten. Allereerst Unox en Oss: Unox bestaat alleen nog als merk. Eind 2024 - begin 2025 is Unox grotendeels overgenomen door Zwanenberg Food Group. Het ging daarbij om het merk Unox, de rookworsten, knakworsten, soepen, sauzen en een deel van de productieactiviteiten. Unilever hield bepaalde onderdelen zelf zoals Cup-a-Soup en Unox Noodles. Eigenlijk werkte Zwanenberg al jarenlang achter de schermen voor Unox. Zo produceerde het bedrijf al sinds 2004 Unox-producten. In 2018 nam Zwanenberg de complete Unox-fabriek in Oss over. Al jaren worden dus Unox-rookworsten door Zwanenburg gemaakt. En niet alleen de worsten van Unox. Ook de iconische rookworst van de HEMA komt (weer) uit Brabant. Ruim een jaar geleden verdween de productie van de HEMA-rookworsten nog uit Oss. Na een samenwerking van tachtig jaar koos het warenhuis toen voor een andere leverancier en een aangepast recept om te kunnen voldoen aan het BeterLeven Keurmerk. De klanten pikten het niet en sinds januari 2026 mag Zwanenberg de worst weer produceren. 


Ten tweede: de fabriekswinkel. De fabriekswinkel van Unox (W wist nog op te hoesten dat die winkel in de Gasstraat stond) werd in februari 2018 definitief gesloten. Na ongeveer tachtig jaar kwam er een einde aan het feest. De voornaamste reden was dat de fabriek werd overgenomen door Zwanenberg Food Group. De nieuwe eigenaar Zwanenberg vond het commercieel gezien niet rendabel om de winkel open te houden. Het monumentale pand staat er nog steeds, maar heeft sindsdienst geen winkelfunctie meer.

Ten derde: Oss zelf. Afstand een probleem? Als het onder de 40 kilometer totaal is moet het (vlak terrein en relatief weinig wind) te doen zijn. Laat de routeplanner nu net 39,9 kilometer laten zien en nadat ik er een extra (archeologische) highlight aan had toegevoegd 43 kilometer, de Jumbo in Wijchen leverde nog een extra twee kilometer op. Museum skippen en weinig lopen: gaan met die banaan.

Wat moet je over Oss weten? W en ik zien het vooral als een moderne Brabantse werkstad, maar misschien doen we de plaats daarmee tekort. Ons werd aangeraden vooral het graf van de “Vorst van Oss“ te bezoeken, iets buiten het dorp aan de A50. Had er nog nooit van gehoord en eerlijk gezegd: kijk naar bijgaande foto en je hoeft niet meer naar het monument. De “Vorst van Oss“ was een machtige krijgsheer, die ongeveer 2700 jaar geleden leefde. Hij werd begraven in een grafheuvel met een kostbaar bronzen zwaard, bijzondere sieraden en een urn (ook van brons). Het vorstengraf werd ontdekt in 1933, toen men een aantal heuvels op de heide ging egaliseren. In 2003 is de grafheuvel gereconstrueerd. De reconstructie aan de zuidrand van industrieterrein Vorstengrafdonk laat een dwarsdoorsnede van de heuvel zien. Het vorstengraf was onderdeel van een veel groter grafveld. Een paar honderd meter naar het oosten liggen nog meer grafheuvels: monument Paalgraven. Wil je meer weten? http://www.vorstengrafoss.nl.

In de stad zelf herinnert het moderne kunstwerk “Het Zwaard van Oss” aan dat indrukwekkende verleden. Midden op een rotonde staat een een replica van het rondgebogen zwaard dat in 1933 is opgegraven in Oss. Deze “replica“ is wel een stukje groter dan het origineel. Het kunstwerk heeft namelijk een doorsnede van 9 meter en is 4,5 meter hoog en als het donker is prachtig verlicht. Niet van brons, dat zou te begrotelijk worden, maar van staal.

Met de rest van de binnenstad waren we overigens snel klaar: best wel compact. Een kerk (de Grote Kerk) met de Albert Heijn vlak in de buurt, een aantal oude straatjes, flink wat terrasjes op “de Heuvel“ en dan heb je het wel gehad. Nog even over die kerk. De officiële naam is de Onze Lieve Vrouw Onbevlekt Ontvangen Kerk, maar iedereen noemt hem Grote Kerk. Eerder stond er op dezelfde plek de middeleeuwse Willibrorduskerk. Eigenlijk hadden we ook Museum Jan Cunen moeten bezoeken, zo’n museum dat van-alles-wat heeft: moderne kunst en een afdeling geschiedenis van stad en regio. Het strompelen door het museum van Wijchen is me een paar dagen geleden niet goed bevallen en omdat het ook nog weer 20 kilometer terugfietsen was hebben we dit maar geskipt.



Oss is niet alleen oud. Het is ook een echte industriestad. Uit een foldertje: “In de negentiende en twintigste eeuw groeide de stad razendsnel dankzij de boterindustrie, vleesverwerking en later de farmaceutische industrie. Namen als Unox, Organon en Zwanenberg zijn onlosmakelijk verbonden met Oss. Daardoor kreeg de stad een eigen karakter: hardwerkend, ondernemend en een beetje eigenwijs.“ Daarnaast is Oss een fusiegemeente. Dat kun je ook zien in aan het wapen van Oss. De eerste versie stamt uit 1817: “Van lazuur, beladen met een os, staande onder een boom op een terras, alles van goud". Bij de gemeentelijke herindeling 1994 toen een aantal omringende gemeenten werden opgeheven en bij Oss werden gevoegd, moest het wapen veranderen. Er werden wat kenmerkende elementen uit de wapens van andere gemeenten toegevoegd (de mijter bijvoorbeeld voor Bergen). In 2003 volgde er opnieuw een gemeentelijke herindeling en moest het wapen opnieuw worden aangepast. Men besloot de oude versie (uit 1917) weer te gebruiken, maar ditmaal in de oorspronkelijke kleuren, omdat het gebied van de nieuwe gemeente ongeveer overeenkwam met het Maasland, dat ook dit wapen voerde. De boom en de ondergrond vervielen; uitsluitend de os bleef. Deze versie ("In sinopel een os van zilver. Het schild gedekt met een gouden kroon van negen parels") kon in 2011 een volgende gemeentelijke herindeling glansrijk doorstaan. van 2011 ongewijzigd.


Dan nog even de vlag van Oss, officieel vastgesteld op 2 januari 2003 als de gemeentelijke vlag. Wikipedia omschrijft dit dundoek als volgt: “aan de hijszijde boven wit en onder groen, in de vlucht vier banen in rood, geel, wit en blauw“. Als je een beetje verder gaat snuffelen kom je te weten dat de kleuren van de vlagafkomstig zijn uit de voormalige gemeentewapens en -vlaggen van Oss (wit en groen), Megen, Haren en Macharen (rood en geel) en Ravenstein (wit en blauw). Weet niet wat je met deze non-informatie moet maar ik ben het kwijt.

Dat we een stuk door de Maashorst gefietst hebben, moet je maar van me aannemen. Het was er lekker koel, maar we kennen daar de weg en heb er in de afgelopen jaren al het nodige over geschreven. Boodschappen in Wijchen en terug naar de camperplaats. 44,9 kilometer op de teller, best veel voor een gehandicapte man. Het ijsje van de dag moest W vandaag in Wijchen halen (ja dezelfde weg terug) omdat het daar koopzondag was. Meer dan een ijsje heeft ze niet gekocht. Het was weer een mooie dag met een aantal nieuwe dingen en ja: Oss was voor ons ook nieuw. En morgen? Morgen is er weer een dag. We gaan vanavond Yvon vertellen dat we morgen gaan vertrekken. Het wordt richting Achterhoek, niet omdat we stoppen met onze tocht maar om even bij de apotheek wat pillen op te halen. Maar dat verhaal hoor je morgen. Sluit af met een kapelletjesfoto voor onze vaste fotokijkster en kapelletjesverzamelaar C te L. Dit kapelletje is gewijd aan Maria, de moeder van de zeeverkenners. Bijgaande foto is gemaakt door W, wil je meer foto's of informatie, beste C te L, klikkerdeklik.