noordpolderzijl

noordpolderzijl

maandag 25 mei 2026

overpinksteren - 5: over rook- en knakworsten die een nieuwe eigenaar hebben en toch hetzelfde gebleven zijn

Nog even terugkomen op de naamgever van de brug bij Grave. John Thompson was luitenant in het Amerikaanse leger en maakte deel uit van de parachutisten die op 17 september 1944 boven Nederland werden gedropt. Hun opdracht was om belangrijke bruggen veilig te stellen zodat geallieerde grondtroepen snel konden oprukken richting Duitsland. De brug bij Grave was daarbij van groot belang. Officieel ging het om de Company E van het 504th Parachute Infantry Regiment, onderdeel van de Amerikaanse 82ste Luchtlandingsdivisie. Er zit een interessant verhaal vast aan onze John: hij leidde een peloton van slechts zestien man. Dat had te maken met het feit dat het merendeel van de parachutisten te vroeg sprong. Het groene springlicht ging te vroeg aan. Bijna de gehele Company E sprong direct bij het lichtsignaal en belandde daardoor kilometers te ver van het doel in en rondom Velp. Thompson stond als jumpmaster in de deuropening van zijn C-47. Hij keek naar beneden, zag huizen in plaats van open veld, en weigerde te springen. Hij beval zijn 'stick' (de groep parachutisten in zijn vliegtuig) te wachten tot ze de beboste en bebouwde kom voorbij waren. Pas toen hij open weilanden zag, gaf hij het commando om te springen. Hierdoor landde Thompson samen met slechts 15 van zijn manschappen (zestien man in totaal) in een weiland dat toevallig extreem dicht bij de brug van Grave lag. Omdat ze volledig afgesneden waren van de rest van de compagnie, besloot Thompson niet te wachten op hergroepering. Om het verrassingseffect niet te verliezen, startte hij direct de aanval. De manschappen waadden door sloten met water tot aan hun nek om onopgemerkt dichterbij te komen. Met behulp van een bazooka schakelden ze een Duitse flaktoren (bunker) uit, waarna ze binnen korte tijd de strategische zuidzijde van de brug wisten te bezetten. Ik hou wel van dit soort verhalen.

maandag 25 mei: @ balgoy

Wakker worden op tweede pinksterdag maak je ook maar eens per jaar mee. Laten W en ik nu dezelfde fout gemaakt hebben in de spellingtest van vanmorgen: religieuze feestdagen krijgen een hoofdletter. Het is dus Hemelvaartsdag (of kortweg Hemelvaart), Pasen en Pinksteren. Afgeleide woorden krijgen in de officiële spelling geen hoofdletter. Daarom is het “tweede pinksterdag“ en ook “op een mooie pinksterdag“ (je weet wel van: “morgen kan ze zwanger zijn, kan ook nog vandaag; kan van de behanger zijn of van een franse zanger zijn of iemand uit Den Haag“. Tekst is van Annie M.G. Schmidt, muziek van Harry Bannink. André van den Heuvel zong ook mee. 

“Waarom fietsen we niet naar Oss“, vroeg W, “Mijn moeder ging daar vroeger met de trein naar een winkeltje van de Unox waar ze aan particulieren van die verspil-me-nietjes verkochten. Misschien kunnen we daar nog goedkoop wat inslaan.“ Oeps, erg veel zeer gedateerde informatie. Had een uurtje of zo nodig om een en ander op een rijtje te zetten. Allereerst Unox en Oss: Unox bestaat alleen nog als merk. Eind 2024 - begin 2025 is Unox grotendeels overgenomen door Zwanenberg Food Group. Het ging daarbij om het merk Unox, de rookworsten, knakworsten, soepen, sauzen en een deel van de productieactiviteiten. Unilever hield bepaalde onderdelen zelf zoals Cup-a-Soup en Unox Noodles. Eigenlijk werkte Zwanenberg al jarenlang achter de schermen voor Unox. Zo produceerde het bedrijf al sinds 2004 Unox-producten. In 2018 nam Zwanenberg de complete Unox-fabriek in Oss over. Al jaren worden dus Unox-rookworsten door Zwanenburg gemaakt. En niet alleen de worsten van Unox. Ook de iconische rookworst van de HEMA komt (weer) uit Brabant. Ruim een jaar geleden verdween de productie van de HEMA-rookworsten nog uit Oss. Na een samenwerking van tachtig jaar koos het warenhuis toen voor een andere leverancier en een aangepast recept om te kunnen voldoen aan het BeterLeven Keurmerk. De klanten pikten het niet en sinds januari 2026 mag Zwanenberg de worst weer produceren. 


Ten tweede: de fabriekswinkel. De fabriekswinkel van Unox (W wist nog op te hoesten dat die winkel in de Gasstraat stond) werd in februari 2018 definitief gesloten. Na ongeveer tachtig jaar kwam er een einde aan het feest. De voornaamste reden was dat de fabriek werd overgenomen door Zwanenberg Food Group. De nieuwe eigenaar Zwanenberg vond het commercieel gezien niet rendabel om de winkel open te houden. Het monumentale pand staat er nog steeds, maar heeft sindsdienst geen winkelfunctie meer.

Ten derde: Oss zelf. Afstand een probleem? Als het onder de 40 kilometer totaal is moet het (vlak terrein en relatief weinig wind) te doen zijn. Laat de routeplanner nu net 39,9 kilometer laten zien en nadat ik er een extra (archeologische) highlight aan had toegevoegd 43 kilometer, de Jumbo in Wijchen leverde nog een extra twee kilometer op. Museum skippen en weinig lopen: gaan met die banaan.

Wat moet je over Oss weten? W en ik zien het vooral als een moderne Brabantse werkstad, maar misschien doen we de plaats daarmee tekort. Ons werd aangeraden vooral het graf van de “Vorst van Oss“ te bezoeken, iets buiten het dorp aan de A50. Had er nog nooit van gehoord en eerlijk gezegd: kijk naar bijgaande foto en je hoeft niet meer naar het monument. De “Vorst van Oss“ was een machtige krijgsheer, die ongeveer 2700 jaar geleden leefde. Hij werd begraven in een grafheuvel met een kostbaar bronzen zwaard, bijzondere sieraden en een urn (ook van brons). Het vorstengraf werd ontdekt in 1933, toen men een aantal heuvels op de heide ging egaliseren. In 2003 is de grafheuvel gereconstrueerd. De reconstructie aan de zuidrand van industrieterrein Vorstengrafdonk laat een dwarsdoorsnede van de heuvel zien. Het vorstengraf was onderdeel van een veel groter grafveld. Een paar honderd meter naar het oosten liggen nog meer grafheuvels: monument Paalgraven. Wil je meer weten? http://www.vorstengrafoss.nl.

In de stad zelf herinnert het moderne kunstwerk “Het Zwaard van Oss” aan dat indrukwekkende verleden. Midden op een rotonde staat een een replica van het rondgebogen zwaard dat in 1933 is opgegraven in Oss. Deze “replica“ is wel een stukje groter dan het origineel. Het kunstwerk heeft namelijk een doorsnede van 9 meter en is 4,5 meter hoog en als het donker is prachtig verlicht. Niet van brons, dat zou te begrotelijk worden, maar van staal.

Met de rest van de binnenstad waren we overigens snel klaar: best wel compact. Een kerk (de Grote Kerk) met de Albert Heijn vlak in de buurt, een aantal oude straatjes, flink wat terrasjes op “de Heuvel“ en dan heb je het wel gehad. Nog even over die kerk. De officiële naam is de Onze Lieve Vrouw Onbevlekt Ontvangen Kerk, maar iedereen noemt hem Grote Kerk. Eerder stond er op dezelfde plek de middeleeuwse Willibrorduskerk. Eigenlijk hadden we ook Museum Jan Cunen moeten bezoeken, zo’n museum dat van-alles-wat heeft: moderne kunst en een afdeling geschiedenis van stad en regio. Het strompelen door het museum van Wijchen is me een paar dagen geleden niet goed bevallen en omdat het ook nog weer 20 kilometer terugfietsen was hebben we dit maar geskipt.



Oss is niet alleen oud. Het is ook een echte industriestad. Uit een foldertje: “In de negentiende en twintigste eeuw groeide de stad razendsnel dankzij de boterindustrie, vleesverwerking en later de farmaceutische industrie. Namen als Unox, Organon en Zwanenberg zijn onlosmakelijk verbonden met Oss. Daardoor kreeg de stad een eigen karakter: hardwerkend, ondernemend en een beetje eigenwijs.“ Daarnaast is Oss een fusiegemeente. Dat kun je ook zien in aan het wapen van Oss. De eerste versie stamt uit 1817: “Van lazuur, beladen met een os, staande onder een boom op een terras, alles van goud". Bij de gemeentelijke herindeling 1994 toen een aantal omringende gemeenten werden opgeheven en bij Oss werden gevoegd, moest het wapen veranderen. Er werden wat kenmerkende elementen uit de wapens van andere gemeenten toegevoegd (de mijter bijvoorbeeld voor Bergen). In 2003 volgde er opnieuw een gemeentelijke herindeling en moest het wapen opnieuw worden aangepast. Men besloot de oude versie (uit 1917) weer te gebruiken, maar ditmaal in de oorspronkelijke kleuren, omdat het gebied van de nieuwe gemeente ongeveer overeenkwam met het Maasland, dat ook dit wapen voerde. De boom en de ondergrond vervielen; uitsluitend de os bleef. Deze versie ("In sinopel een os van zilver. Het schild gedekt met een gouden kroon van negen parels") kon in 2011 een volgende gemeentelijke herindeling glansrijk doorstaan. van 2011 ongewijzigd.


Dan nog even de vlag van Oss, officieel vastgesteld op 2 januari 2003 als de gemeentelijke vlag. Wikipedia omschrijft dit dundoek als volgt: “aan de hijszijde boven wit en onder groen, in de vlucht vier banen in rood, geel, wit en blauw“. Als je een beetje verder gaat snuffelen kom je te weten dat de kleuren van de vlagafkomstig zijn uit de voormalige gemeentewapens en -vlaggen van Oss (wit en groen), Megen, Haren en Macharen (rood en geel) en Ravenstein (wit en blauw). Weet niet wat je met deze non-informatie moet maar ik ben het kwijt.

Dat we een stuk door de Maashorst gefietst hebben, moet je maar van me aannemen. Het was er lekker koel, maar we kennen daar de weg en heb er in de afgelopen jaren al het nodige over geschreven. Boodschappen in Wijchen en terug naar de camperplaats. 44,9 kilometer op de teller, best veel voor een gehandicapte man. Het ijsje van de dag moest W vandaag in Wijchen halen (ja dezelfde weg terug) omdat het daar koopzondag was. Meer dan een ijsje heeft ze niet gekocht. Het was weer een mooie dag met een aantal nieuwe dingen en ja: Oss was voor ons ook nieuw. En morgen? Morgen is er weer een dag. We gaan vanavond Yvon vertellen dat we morgen gaan vertrekken. Het wordt richting Achterhoek, niet omdat we stoppen met onze tocht maar om even bij de apotheek wat pillen op te halen. Maar dat verhaal hoor je morgen. Sluit af met een kapelletjesfoto voor onze vaste fotokijkster en kapelletjesverzamelaar C te L. Dit kapelletje is gewijd aan Maria, de moeder van de zeeverkenners. Bijgaande foto is gemaakt door W, wil je meer foto's of informatie, beste C te L, klikkerdeklik.

zondag 24 mei 2026

overpinksteren - 4: programma’s gescheiden

“Jouw verhaal over de driedeling van Gelderland (Veluwe, Achterhoek en Betuwe) in een vorig blog getuigt van een enorme bejaardheid“ schreef een “jeugdige lezer“ (F te P) mij. Je moet met je tijd meegaan, is haar mening. Tegenwoordig dien je meer rekening te houden met een indeling van Gelderland op basis van samenwerkingsverbanden. Ze noemt met name moderne onderwerpen als woningbouw, verkeer, economie, openbaar vervoer, zorg, natuurbeheer, arbeidsmarkt en infrastructuur. Niks indeling op basis van oude historische cultuurstreken. Gewoon een frisse wind laten waaien door bestuurlijk Gelderland en dan kom je op de volgende deelgebieden uit: de groene metropoolregio Arnhem-Nijmegen, regio Rivierenland, Achterhoek, Noord-Veluwe en Foodvalley. Ook bijgaand kaartje is van ChatGPT.

Eigenlijk zit ik met een levensgroot probleem. Heb dit seizoen al een paar keer asperges gegeten en in tegenstelling tot voorgaande jaren stinkt mijn urine niet. Die geur wordt veroorzaakt door zwavelverbindingen die vrijkomen bij de afbraak van asparagusinezuur. Volgens Gemini van Google: “Dat je dit nu niet ruikt en andere jaren wel, komt vrijwel zeker doordat je reukvermogen tijdelijk is verminderd (virus of verkoudheid , of doordat de hoeveelheid enzymen in je lever is veranderd (de enzymen die je lichaam gebruikt om stoffen in asperges af te breken variëren. Dit proces kan door de jaren heen veranderen door bijvoorbeeld je leefstijl, medicatie of voedingspatroon). Tenslotte kan er sprake zijn van asperge-anosmie: je hebt wél stinkende urine, maar omdat je specifieke geurgenen hebt nemen jouw hersenen de zwavelgeur niet waar.“ Copilot van Microsoft had nog een aanvulling: “Het kan ook nog aan de asperges liggen, niet elke asperge bevat dezelfde hoeveelheid geurproducerende stoffen. Dat hangt af van onder meer ras, bodem, oogsttijd en versheid“. De lieverd sluit uiteindelijk af met een geruststellend “het is niet iets om je zorgen over te maken“. Vanavond toch maar weer asperges op het menu en dan gaan we voor “wie van de drie“.

zondag 24 mei: @ balgoy

Niet zo’n echt fijne nacht: beetje veel warm. Zo’n nacht waarbij (in ieder geval tot aan een uur of vier) twee blote lijven naast elkaar liggen te liggen met alle ramen open om maar een beetje “koelte“ te vangen. Och, zoiets hoort er ook bij als je campert en het is mooi weer. Om 06:00 uur vanmorgen was het afgekoeld naar 17 graden (binnen) en twee uur later waren daar al weer een paar streepjes bijgekomen. W mag en moet vandaag alleen fietsen: ik heb de kilometers en het strompelwerk van de afgelopen dagen in mijn benen zitten en die ledematen vragen nu om een dagje rust. Even naar de super kan nog net, dus na ons ontbijt even naar de Jumbo in Wijchen, gewoon open op Eerste Pinksterdag.

Daarna moest W “meters maken“ en had een leuk tochtje uitgestippeld: van Balgoy naar Grave, daar de brug over; langs de linkeroever van de Maas naar de grote veerpont bij Megen in de N329 en via de rechteroever terug. Links en rechts wordt dan bepaald door de stroomrichting. Bijgaand kaartje was het uitgangspunt, maar de nodige aanpassingen werden tijdens het fietsen gemaakt wanneer een muziekcorps uitnodigde om deel te nemen aan het feestgewoel in een van de dorpen, een weg was afgezet of een pad schreeuwde om wel of niet befietst te worden.



In deze omgeving kom je regelmatig, dikwijls en vaak herinneringen aan de Tweede Wereldoorlog tegen, eentje hebben we er onlangs bezocht: de stalen parachutes van Overasselt. Geen wonder dat je hier vaak met de neus op de feiten wordt gedrukt: in de winter van 1944 en het voorjaar van 1945 veranderde het Land van Maas en Waal van een rustige landbouwstreek in een gebied vol spanning, vernieling en oorlogsgeweld. De dorpen tussen de Maas en de Waal lagen ineens dicht bij het front. Dat alles had te maken met de rivieren in dit deel van het land, die speelden een belangrijke rol in de oorlog. De Waal was een natuurlijke barrière en werd zwaar bewaakt. Maar voor je bij de Waal bent moet je de Maas over, tenminste als je van Normandié komt. Één van de opties was de grote verkeersbrug bij Grave en die brug heeft zo’n belangrijke rol gespeeld dat hij later werd hernoemd tot John S. Thompsonbrug (naar één van Amerikaanse officieren). Voor de geallieerden was deze brug van groot strategisch belang, omdat zij een snelle route nodig hadden richting Nijmegen, Arnhem en uiteindelijk Duitsland. Op 17 september 1944 begon Operation Market Garden. Het plan van de geallieerden was ambitieus: parachutisten moesten belangrijke bruggen in Nederland veroveren, terwijl grondtroepen snel zouden oprukken via een smalle corridor. De brug bij Grave was één van de eerste grote bruggen die intact moest worden ingenomen. Als de Duitsers de brug zouden opblazen, zou de opmars ernstig vertraging oplopen. Een tweede essentiële brug was die over de Waal bij Nijmegen. Deze kwam op 20 september in geallieerde handen. Hierdoor was het Land van Maas en Waal eind september al bevrijd gebied, Hoewel het in de winter van 1944 - 1945 geen onafgebroken groot slagveld was, was er allesbehalve rustig. Het gebied leefde maandenlang onder de dreiging van oorlog, met beschietingen, militairen, vernielingen en voortdurende onzekerheid. De brug bij Grave is tegenwoordig een belangrijk historisch monument. Jaarlijks worden hier herdenkingen gehouden voor de soldaten van de 82e Airborne Division. Ook zijn er monumenten en informatieborden die uitleg geven over de gebeurtenissen van september 1944. Daarmee blijft de brug niet alleen een verkeersverbinding over de Maas, maar ook een blijvende herinnering aan een beslissend moment in de oorlogsgeschiedenis van Nederland. Op haar tocht langs de dijken kwam W regelmatig herinneringen aan de Tweede Wereldoorlog tegen, soms groot (zoals bij de brug bij Grave), maar meestal klein: plaquettes van neergestorte geallieerde vliegtuigen; evacuaties tijdens de winter van 1944–1945; beschietingen over de Maas en Waal; de aanwezigheid van Amerikaanse en later Canadese troepen. Veel van die kleinere monumenten zijn niet groot of toeristisch, maar juist lokaal geplaatst door dorpsgemeenschappen.

Toen W terug was van haar tocht konden we samen nog even naar het pop-upmuseum dat door de wederhelft van Yvon (van de camperplaats), verzamelaar Ruud van Haren, tijdens het pinksterweekend is opengesteld. De tentoonstelling richt zich op de geschiedenis en herdenking van de Watersnoodramp in het Land van Maas en Waal. Ruud heeft het nodige verzameld (en uitgestald): originele edities van kranten die de watersnoodrampen van 1926 en 1953 beschrijven, plus staatscouranten uit 1925; oude kaarten en archiefstukken van en uit de dorpen langs de Maas uit 1873; penningen, documenten en een houtskooltekening van Mastenbroek; boeken over Wijchen, Balgoiy en het Land van Maas en Waal. Kwam ook Boudewijn nog tegen en een plaatje van Wim Kersten en de Viltjes, ja: die van het bloemetjesgordijn, maar nu iets over het water in de Maas.







Tegen vijven waren er drie geuren die de baas probeerden te spelen op de camperplaats: zonnebrandcrême, asperges die op verschillende manieren werden klaargemaakt en een weëge geur van paardenpis (kon alleen niet achterhalen waar dat gemeur vandaan kwam, geen manege in de buurt).

Een mooie Eerste Pinksterdag. Volop zon en achter in de 20 graden. En morgen? Morgen is er weer een dag! We blijven nog een dagje hier en fietsen naar Oss, de plaats waar Zwanenberg de fabriek van Unox heeft overgenomen, maar daarover morgen meer. Dan ook het verhaal van de moeder van W die regelmatig ging winkelen in Oss.

zaterdag 23 mei 2026

overpinksteren - 3: een pontjesdag zonder pontjes

Heb een paar opmerkingen gekregen over het lied van Boudewijn de Groot waarin hij Het Land van Maas en Waal bezong. Volgens muziekkenner M te E heeft het wel wis en waarachtig wat met het gebied te maken waarin wij nu bivakkeren. Ze zegt “De Groot haalde inspiratie voor dit lied uit Hatsji-Bratsji's toverballon, een kinderboek van Franz Karl Ginzkey uit 1904 dat hem als kind voorgelezen werd. In dit verhaal zweeft Pietje in een ballon over het Land van Maas en Waal. De Groot had allerlei fantasieën bij dit land en stelde in 1966 de titel voor aan Lennaert Nijgh“. Mag ik het dan als volgt samenvatten? Je zou kunnen denken dat het lied een beschrijving van de streek is, maar dat klopt helemaal niet. In het echte Land van Maas en Waal zijn geen “groene hemels”, “bruine zonnen” of “circus Jeroen Bosch”-achtige optochten. De tekst is expres surrealistisch en fantasierijk geschreven. Het idee van het lied kwam uit het hoofd van De Groot die als kind een verhaal gehoord had over iemand die “over het Land van Maas en Waal” vloog. Die naam klonk voor hem geheimzinnig en sprookjesachtig.

Gisteren tijdens onze fietstocht vroeg W: “Maakt het Land van Maas en Waal onderdeel uit van de Betuwe?“ Wel dat soort vragen stellen en meteen eisen dat de teksten van mijn blogs niet te lang worden. Valt niet helemaal te rijmen, maar: ik doe mijn best. De verhouding tussen de Betuwe en het Land van Maas en Waal is eigenlijk vrij simpel: het zijn twee verschillende streken binnen het Gelderse rivierengebied, maar ze liggen direct naast elkaar en hebben veel overeenkomsten. Voornaamste punt: de Betuwe ligt ten noorden van de Waal en Het Land van Maas en Waal ligt tussen die twee rivieren. De Waal vormt als het ware de scheiding tussen beide gebieden. En ik vroeger maar geleerd hebben dat Gelderland uit drie delen bestond: de Veluwe (de Vale ouwe), de Graafschap (de olde Graafschap) en de Betuwe (onze rijke Betuw). Die drie delen worden ook in het Gelders volkslied bezongen: alle drie “kostlijk deel van Gelres Oord". Laten we het er maar op houden dat “voortschrijdend“ inzicht heeft gezorgd voor een wat meer fijnmazige indeling en dat de oude driedeling tegenwoordig veranderd is in Veluwe, Betuwe, Land van Maas en Waal, Graafschap (Achterhoek) plus nog een paar kleinere regio’s zoals de Liemers. Kan ik mee leven, jij ook? ChatGPT heeft het kaartje in deze alinea gemaakt. Ik sta er niet 100 procent voor in.

zaterdag 23 mei: @ balgoy

Pinksterzaterdag en wakker worden met het volgende bericht: “Pinksterzaterdag in Wijchen verloopt zomers warm en droog. De temperatuur loopt op naar een tropische 30 °C, gecombineerd met flink wat zon en een zwakke wind. Houd rekening met een UV-index rond de 6; onbeschermd verbranden kan al in 15 tot 25 minuten.“ (bron: Weerplaza.nl) Vannacht niet al te warm geweest, dus goed geslapen. De zon stond al wel vroeg op het camperdak te tetteren: lang uitslapen was er niet bij.

Koffie, ontbijten met afbakbroodjes (buiten), wat sanitair gerommel en de afwas waren de hoogtepunten van deze ochtend vóór we ons konden opmaken voor een hernieuwde kennismaking met het Land van Maas en Waal. Had wat verzoekjes van W verwerkt in een fietsroute die de werktitel “van Balgoy naar Hernen“ meegekregen had. Omdat we gisteren al kennis gemaakt hebben met het fenomeen “Pontjesdagen“ (het draait vooral om fietsen, varen, genieten van het Maasgebied én allerlei kleinschalige activiteiten onderweg) doen we vandaag de Pontjesdagen zonder pontjes: we houden niet van lang wachten in de palle zon. De Pontjesdagen zijn nog een vrij jong evenement (het fenomeen bestaat pas een paar jaar), maar ze zijn in korte tijd uitgegroeid tot een populair toeristisch weekend in het Maasgebied. Het idee achter de Pontjesdagen ontstond vanuit een eenvoudige gedachte: “ontspannen recreatie dichtbij huis”. De Pontjesdagen stimuleren mensen om het Maasgebied op een rustige en duurzame manier te beleven, vooral zonder haast, met aandacht voor natuur en landschap. De nadruk lag oorspronkelijk op de pontjes over de Maas (niet alleen praktisch vervoer, maar ook cultureel erfgoed én een belevenis op zich), later - toen de organisatie groeide - kwamen er allerlei activiteiten bij zoals streekmarkten, rondleidingen, kunstprojecten, kortingsacties, proeverijen en culturele optredens. Wij storten ons vandaag in dit feestgewoel, maar dan zonder de pontjes, terwijl die eigenlijk in het centrum van de belangstelling zouden moeten staan volgens de organisatie: “[....] De pontjes zelf hebben trouwens een veel langere geschiedenis dan het evenement. Eeuwenlang waren veren onmisbaar voor bewoners van de streek. Voor bruggen overal verschenen, waren pontjes dé verbinding tussen dorpen, markten en steden. Boeren, handelaren, kerkgangers en reizigers maakten dagelijks gebruik van deze overtochten. Sommige veerdiensten bestaan al honderden jaren.“ (bron: www.pontjesdagen.nl).

Ons eerste stoppunt was het kasteel Wijchen. Één van de vele kastelen hier in de omgeving. De oorsprong van dit gevalletje ligt eind 14e eeuw, toen de eerste versie van het kasteel werd gebouwd: 1392 om precies te zijn. Tot aan de 17e eeuw was het voornamelijk een verdedigingswerk met een ander uiterlijk dan het huidige kasteel. De achtereenvolgende bewoners, eigenaren en de bij een kasteel horende familieruzies zal ik je deze keer besparen. In 1932 kocht de gemeente Wijchen het kasteel. Het werd als raadhuis in gebruik genomen. Na een grondige restauratie zijn sinds 1996 de raad- en trouwzalen van de gemeente in het kasteel gehuisvest. Met de Museumkaart konden we “gratis“ naar binnen en (bijna) het gehele gebouw bekijken. Rottrappen, pas later zag ik dat het pand ook een lift had. Sommige zalen zijn in gebruik door de gemeente en dus niet openbaar.



Een paar leuke exposities op het kasteel, te beginnen met een bijzondere presentatie van kunstenaar Yves Eau (ja het is een pseudoniem). Hij maakt kunstwerken van natuurlijke materialen zoals drijfhout, stro, wilgentakken, zonnebloemen en plantenmateriaal. Van dat spul produceert hij “interpretaties“ van onder meer bekende schilders (Vincent van Gogh en Claude Monet konden we met ons kunstkennersoog ontwaren). Vaak lijken de creaties van de kunstenaar op het eerste gezicht schilderijen, maar als je er met de neus bovenop gaat staan zie je het bijzondere materiaalgebruik. Yves was er zelf ook en probeerde zijn geëxposeerde werken aan de man te brengen. “Kleurstelling past niet helemaal bij de inrichting van onze living“, sprak W toen ze een prijskaartje had gezien.


Veel indruk maakte de tentoonstelling Het Woeste Water, die aandacht besteedt aan de oudejaarsnacht van 1925 toen de Maasdijk bij Nederasselt doorbrak. Het water stroomde het Land van Maas en Waal in. Dorpen in vijf gemeenten werden verrast door het natuurgeweld. Huizen verdwenen onder water en mensen moesten vluchten. Na enkele dagen begon het streng te vriezen. Drijvende ijsschotsen zorgden voor nog meer schade aan huizen en land. Pikant detail: de Nederlandse regering noemde het geen nationale ramp. Daarom was er geen geld van de overheid. De inwoners moesten het zelf oplossen. Onze Willemien (koningin van dienst) kwam nog wel even handjes schudden maar de knip bleef gesloten. Een deel van de expositie gaat dan ook over inzamelingsacties die toen gehouden werden en hoe de noodhulp op gang kwam. Voor W en mij een totaal onbekend verhaal.

Toen we genoeg cultuur hadden opgesnoven kon onze fietstocht “echt“ beginnen. Een windmolentje pakken we daarbij graag mee, vooral wanneer het de “Schoonoord“ in Alverna is (klemtoon op de tweede lettergreep: Al-VER-na), een ronde stenen beltmolen uit 1887. De molen staat op een vrij lage belt (een kunstmatige heuvel) naast het voormalige klooster Schoonoord dat gelijktijdig is gebouwd en dat in 1980 is afgebroken. Interssant feit: de molen is tijdens de oorlog door het verzet gebruikt om signalen te geven. Regelmatig gerestaureerd, de laatste restauratie dateert van 2006. De molen is weer draaivaardig en laat af en toe de wieken wapperen. Draaivaardigheid niet verwarren met maalvaardigheid, maar er is hoop: het authentieke gaande werk uit 1887 is nog steeds aanwezig, al is het decennialang niet gebruikt. Met een paar handige handjes en vooral met een flinke pot subsidiegeld kan de molen dus nog maalvaardig gemaakt worden. Je weet dat ik wat heb met molens. Het mooiste van Schoonoord vind ik de ligging: een herkenningspunt midden in het landschap van Wijchen en Maas en Waal. Er stond een vrachtwagen voor pianovervoer voor de molen, dus je zult het met een geleende foto moeten doen.

Na de molen volgden een achttal “wegtrapkilometers“, voor een deel door de woonwijken van Wijchen, maar ook het industriegebied liet zich van zijn mooiste kant zien. Daarna een stukje weidse weiden en toen tikten we de Heerlijkheid Leur aan. Tja, hoe heerlijk is een heerlijkheid? In de vroege middeleeuwen slaagden enkele adellijke grondbezitters erin om steeds meer politieke, economische en juridische macht te verwerven. Ze noemden zich ‘heer’ en hun gebied heette ‘heerlijkheid’. De heer woonde in een kasteelachtige woning, van waaruit hij zijn gebied bestuurde. Zo ook bij Leur in het Land van Maas en Waal. Zo’n heerlijkheid bestond vooral uit een hoeveelheid rechten, zoals het recht om orde te handhaven, rechtspraak toe te passen en belasting te innen. Ook het jachtrecht, visrecht en molenrecht hoorden daarbij. Vaak waren de heren alleen verantwoording verschuldigd aan de koning of de keizer, dus niet aan een hertog of graaf. Www.spannendegeschiedenis.nl: “Het Land van Maas en Waal telde verschillende van dit soort heerlijkheden. Als een van de weinige heeft Leur haar karakter als landgoed kunnen bewaren. Leur hoorde in de Middeleeuwen tot het aartsbisdom Keulen. In 1311 kwam Leur in het bezit van Cisterciënzer monniken, die de woeste grond ontgonnen en geschikt maakte voor de landbouw. Eind 18e eeuw is een landgoed aangelegd met park in romantische landschapsstijl. Opvallend zijn de grote, statige lanen met prachtige eiken en beuken. Te midden van dit parkbos vinden we geen kasteel, maar een sober, statig landhuis met classicistische motieven uit de 18e eeuw. Het landgoed telt bijna 50 hectare en is nog altijd in bezit van een adellijke familie“. We kwamen een paar keer een landhuisachtig bouwwerk tegen, die we voor Huis Leur uitscholden, een juiste foto vonden we op internet (www.heerlijkheidleur.nl).

Na het Hernense Ven opnieuw een kasteel: Kasteel Hernen. Naar men zegt één van de best bewaarde middeleeuwse kastelen van Nederland. Je voelt onmiddellijk de sfeer als je in de buurt komt: dikke verdedegingsmuren verbergen ridders, jonkvrouwen en schandknapen (oeps: schildknapen). W fluisterde onmiddellijk “Floris was here!“ en als je in het najaar van 1969 naar de nederlandse televisie gekeken hebt weet je wat dat betekent: hier werden opnames gemaakt voor de populaire jeugdserie Floris, met onder andere de jonge Rutger Hauer in de hoofdrol. Dankzij die serie kreeg het kasteel landelijke bekendheid en spreekt het nog steeds tot de verbeelding van jong en oud. Overigens: de opnamen (dertien afleveringen) vonden plaats in de zomer en herfst van 1968, voor een groot deel op Kasteel Doornenburg en daarnaast onder meer op Kasteel Hernen, Slot Loevestein en in Gent en Brugge. Wat Kasteel Hernen bijzonder maakt, is dat het nooit is verbouwd tot een luxe paleis, zoals bij veel andere kastelen gebeurde. Daardoor heeft het zijn oorspronkelijke middeleeuwse karakter behouden. De geschiedenis van het kasteel gaat terug tot de veertiende eeuw. Waarschijnlijk stond er eerst een eenvoudige woontoren, die later werd uitgebreid tot het kasteel zoals we dat nu kennen. Door de eeuwen heen woonden hier verschillende adellijke families. Zij gebruikten het kasteel niet alleen als woning, maar ook als veilige vesting in onrustige tijden. “Het is een waterkasteel“, sprak W, “en het staat bekend om zijn karakteristieke overdekte weergangen“. Ze kan het weten want ze is een paar jaar lang donateur geweest van Geldersch Landschap & Kasteelen die dit complex nu beheert. 

De tuinen werden gebruikt voor een plantenbeurs: je mag 5 Euro per persoon neertellen om vervolgens plantjes te mogen kopen, beetje vreemde gedachtengang vind ik. De foto's die we van het kasteel maakten bevat dan ook een aantal kraampjes.

In het jaar dat ik geboren werd stond Kasteel Hernen op een postzegel afgebeeld (Zomerzegel 1951 - kastelenserie). Voor ik vragen krijg over zomerzegels in het algemeen: Zomerpostzegels of kortweg Zomerzegels was in Nederland een jaarlijkse uitgifte van een serie bijzondere postzegels met een toeslag die bestemd is voor "sociaal en cultureel werk". De eerste serie zomerzegels werd in 1935 uitgegeven. Daarna kwam er elk jaar een serie zomerzegels op de markt, met uitzondering van de periode 1942 tot 1946. De dienstdoende postbesteller (volgens mij was dat toen TNT Post) heeft besloten vanaf 2011 géén Zomerpostzegels meer uit te geven.

Een bezoek aan de Lidl aan de Touwslagersbaan in Wijchen topte ons tripje bijna af en met de fietstassen vol nat en droog konden we beginnen aan de laatste kilometers naar onze camperplaats waar ons busje heerlijk in de zon stond te tetteren maar waar de grote witte doos van de buurman ons de nodige schaduw gaf. W begon spontaan het begin van het Gelders volkslied te zingen “Waar der beuken brede kronen Ons heur koele schaduw biên“ maar ze was even de weg kwijt: allereerst zitten we niet op de Veluwe en ten tweede was het kunststof dat ons zijn schaduw bood. Een mooie dag. En morgen? Morgen is er weer een dag. We blijven nog een dagje hier (misschien moet ik schrijven: we blijven nog één dagje hier, maar ik heb geen cursus koffiedikkijken gevolgd). Na een kopje zout water (W noemt dat soep) moest één van ons nog even een ijsje halen, in Grave inderdaad. 28 fietskilometers is te min. En om half vijf hadden we een biertje verdiend.