noordpolderzijl

noordpolderzijl

zaterdag 21 februari 2026

we leven nog - 4: het begint te kriebelen na vier maanden

Na vier maanden stilstand begint het wat te kriebelen, misschien niet bij de camper en bij W maar bij mij in ieder geval wel. Het is wel zo dat Puzzel beter op stal kan staan dan stilstaan aan de Kötteldiek. Op stal is hij ontschorst, aan de Kötteldiek moet wegenbelasting (sorry: houderschapsbelasting) betaald worden en sinds 1 januari van dit dat is dat het dubbele van wat we vorig jaar mochten ophoesten. Eigenlijk moet onze Puzzel voor 8 maart opnieuw getaxeerd worden, tenminste wanneer we dezelfde verzekeringscondities willen houden en bij het “in-de-prak-rijden“ de taxatiewaarde willen ontvangen in plaats van de dagwaarde. Lang over nagedacht maar tussen 20.000 en 30.000 zitten wel aardig wat flesjes rode wijn verschil. Dus afspraak gemaakt voor een camperwaardetaxatie begin maart. Kan dan dus het feest beginnen.

Even een paar briefschrijvers “afwerken“. Allereerst H te L die het verhaal van Bialetti een beetje vreemd vond. Geeft niks beste H te L: ik ken die naam ook nog maar sinds een paar maanden. Eén van de medebestuursleden van het museum is ook campereigenaar. Zijn camper is dan wel wat luxer uitgevoerd dan ons Puzzeltje, maar weet niet of hij net zo tevreden is als ik. Hij zweert bij goede koffie, heeft thuis een state-of-art-koffiezetter staan en wil op het museum beslist geen koffie uit een bepaald koffieapparaat. In de camper zweert hij bij zijn Bialetti. Ja, heerlijke Italiaanse koffie van Bialetti. Kijk maar even op bialettistore.nl. Niet schrikken van de prijzen, niet alleen de pruttelaartjes (de percolators dus) hebben een leuk prijskaartje, ook de “speciale“ koffie is “speciaal“ geprijsd. Koffie lijkt me goedkoper te krijgen, alleen heet het dan geen Bialetti. 

Camperaarster M te W vond mijn verhaal over het leven in een camper heel herkenbaar. Ze vond de volgende aanvullig beslist noodzakelijk: “Soms moet je een wasje doen, weer de hele camping over sjouwen met wasmand van en naar dat washok dat nooit naast de camper staat. Verder moet je oppassen met de sociale borrels: er zijn er die vertrokken op overwintering als lid van de blauwe knoop en kwamen terug als lid van de AA. Maar zoals altijd heb je minpunten nodig om van de pluspunten te kunnen genieten. En zeker is zeker: je kunt niet altijd zes gooien.“ 

Vaste lezeres R te L kwam de volgende tekst tegen op een collegablog, helaas was ze de naam vergeten (moet eerlijk bekennen dat ik het stuk behoorlijk heb ingekort, kreeg er op mijn oude dag nog net geen natte dromen van en het heeft ook een hoog AI-gehalte, onder meer door die liggende streepjes): “Er is een bijzonder soort rust die je alleen vindt als je met een buscamper op reis gaat. Het begint meestal al voordat je weg bent — namelijk op het moment dat je probeert alles in te pakken. Want hoe klein die camper ook is, er past altijd meer in dan je denkt. Een soort magische Tetris-ruimte waarin koffiekopjes, slippers, boeken, drie verschillende soorten kaas en een vergeten zak marshmallows moeiteloos verdwijnen. Tot je de deur dichtdoet. Dan valt er natuurlijk iets om. Dat hoort erbij. Toch begint het échte ontspannen pas wanneer je de motor start. Er is iets meditatiefs aan het gevoel dat niemand anders bepaalt waar je heen moet. Geen strakke schema’s, geen instaprij 43B, geen steward die vriendelijk doch dringend vraagt om “stoelriemen vast”. Nee, in de buscamper is het motto: je ziet wel waar je uitkomt — hopelijk vóór de lunch. De weg zelf maakt je al zen. Je rijdt langs weilanden, bossen, riviertjes… of een bouwput die er gisteren nog niet was. Maar zelfs dan is er dat fijne gevoel dat je nooit te laat bent. Want hoe kun je te laat zijn als je geen afspraak hebt?“ Bijgaande foto komt uit de hele oude doos, 2005 als ik me niet vergis: familiefietsvakantie naar Hamburg. Onze vorige bus was bagagewagen (en voor W en mij overnachtingsplek).

Dus: JA, we gaan er nog een jaartje tegenaan. Proberen in 2026 een zo groot mogelijk aantal camperovernachtingen te halen terwijl ik regelmatig twijfel of ik nu bewondering of medelijden met mezelf moet hebben, wanneer ik mijn lijf weer eens krakkemikkig naar de sanitaire unit probeer te verplaatsen. Woorden als rollator en scootmobile worden in huize Nales tegenwoordig vaker gebruikt dan app en game. Maar ik ben niet de enige. Zie regelmatig mensen die “onderweg zijn“ ondanks de beperkingen die het ouder zijn met zich meebrengt. “Je kunt het ook wat optimistischer bekijken“, sprak W, “je kunt ook zeggen dat je erachter gekomen bent dat je brein een stuk jonger is dan je lijf.“ Tja, ook dat is soms wel frustrerend, maar zolang er nog geen rolstoel en een Sensiredame in de bus gepropt moeten worden en W nog niet dagelijks mijn kont hoeft te wassen kunnen we ons overgeven aan wat de Noren noemen friluftsliv, zo’n mooi klassiek Noors begrip dat je met “vrij buiten leven“ zou kunnen vertalen (fri = vrij, luft = lucht, liv = leven), maar de betekenis gaat veel dieper. Het is eigenlijk meer een levenshouding dan een woord dat je één-op-één kunt vertalen. En nee, er is niks spektaculairs aan, het gaat niet om extreme avonturen. Een rustige wandeling door het bos, een picknick bij een meer, langlaufen, paddenstoelen zoeken of gewoon buiten zitten met een thermoskan koffie, dát is friluftsliv. En de oorsprong? Het begrip werd in de 19e eeuw populair gemaakt door de Noorse schrijver Henrik Ibsen, die het gebruikte om een eenvoudiger, natuurgericht leven te beschrijven als tegenwicht voor verstedelijking en industrialisatie. Friluftsliv draait om op een eenvoudige manier tijd doorbrengen in de natuur, verbondenheid voelen met landschap, seizoenen en weer, genieten zonder prestatiedruk of luxe, rust, balans en mentaal welzijn. Blote kont erbij en je noemt het naturisme. Probleempje: Noorwegen heeft nu niet het meest ideale klimaat om veel in je blote poepert rond te lopen. Kreet tussendoor: “Slecht weer bestaat niet, alleen slechte kleding“.

We gaan dus weer op stap, inmiddels al een paar periodes geblokkeerd zodat we geen andere afspraken maken, maar of we ons daar ook aan gaan houden is de vraag. En voor je het weet begint de kassa weer te rinkelen: camper taxeren (moet van de verzekering), onderhoudsbeurtje bij Wisselink (hele waslijst), APK en kleine beurt bij de garage en waarschijnlijk straks ook af en toe een onvrijwillige bijdrage doen aan een of andere staatskas: je krijgt dan van die vriendelijke (maar dwingende) “bedelbrieven“, meestal in het Frans, soms in het Nederlands maar de laatste jaren zelden meer in het Duits en da’s dan weer jammer want die laatste jongens doen er altijd een gratis foto bij en hebben een relatief lage kilometeroverschrijdingsprijs. ChatGPT maakte er graag een diagrammetje voor me van. Heb overigens de boetebedragen niet gecontroleerd.

Met die kennis gewapend dus min of meer onbevangen de grote wereld in, alleen misschien wel wat anders dan vroeger. Ja: oudere mensen spreken graag over vroeger. Vroeger, toen ik meer toekomst dan verleden had en er eigenlijk helemaal van overtuigd was dat ik wist hoe de wereld in elkaar zat. Dat soort vroeger dus. En waar gaan we komend jaar naar toe? Kleine uitstapjes in Nederland en net over de grens. En het buitenland? In zekere zin hebben we "alles wel gezien". Mijn generatie geboren rond de jaren 50 van de twintigste eeuw heeft in een paar decennia meer verandering meegemaakt dan welke andere ook. Volgens mijn zoon ben in opgegroeid in de jaren dat in het buitenland een fles wijn goedkoper was dan een fles bronwater. Weet alleen dat het voordeel van de eerste was dat je die niet echt hoefde te koelen. Bier koud houden in een tent? Een ware crime. Een ijsblok kopen in de campingwinkel, of (als je geluk had) een sixpack bier dumpen in een riviertje of beekje achter je tent. Zal ophouden met “opa vertelt weer eens over vroeger“. Ja, ik ben van de uitstervende generatie die zich aanpaste aan veranderingen en die nog weet hoe het was voor de tijd van het internet en mobiele telefoon. Aangepast inderdaad: in den beginne hadden we een tentje, tegenwoordig zetten we ons Puzzeltje neer tussen andere bussen en dozen, waaronder dure campers van rond de 6,5 ton met alle denkbare luxe van binnen en van buiten en dat terwijl ze toch nog steeds zelf hun potje moeten legen en hun eigen bed opmaken.


Stilte voor de storm dus: de volgende keer dat ik hier blog is het waarschijnlijk vanuit een knusse camper. Oeps: even de gasbussen controleren! Morgen maar een afspraakje maken met de camperstalling. En ja vaste fotokijkster C te L: beloof dat er dan ook weer "echte" foto's komen.

 

vrijdag 23 januari 2026

we leven nog - 3: puzzel staat al (bijna) drie maand stil

Gebruikte in het vorige blog (december 2025) het werkwoord “kneuteren“. Heeft nogal wat reacties opgeleverd. Eén opmerking stak er met kop en schouders bovenuit: “verzin je al die aparte woorden zelf?“ Nee, absoluut niet A te G: kneuteren is een normaal woord en betekent zachtjes mopperen, brommen of knorren, maar het kan ook een vrolijkere betekenis hebben: gezellig babbelen of zachtjes zingen, zoals een vogel (een kneu - afbeelding in deze alinea is van de Vogelbescherming) dat doet. Korte samenvatting: in de negatieve betekenis is het zachtjes mopperen, morren, knorren of kniezen en in de positieve vorm prettig bijeen zitten en babbelen of zachtjes zingen. Moet ik het ook nog over “kwinkeleren“ hebben?

Als je een beetje snuffelt in tijdschriften en boeken kom je tot de ontdekking dat er veel van die oude woorden zijn die we te weinig gebruiken. Neem als voorbeeld “studderen“ (nee, niet verwarren met sudderen, alhoewel?). Schijnt iets te betekenen als koken, braden, eten bereiden. Las ook ergens de verklaring “allerlei kleine klusjes verrichten (zonder dat het echt opschiet)“. Zal wel een of andere regionale oorsprong hebben denk ik. Ik kan me er iets bij voorstellen: in de keuken van boerderij Kots op ons museum (een heel oude keuken met een open vuur en zo’n zwartgeblakerde achterwand - zie afbeelding) hangt een pan al uren boven het vuur. Niet kokend. Niet stil. Hij stúddert. Dat woord doet iets wat sudderen niet helemaal doet: je hóórt het. Een zacht tuk… tuk… tuk, alsof de tijd zelf even geen haast heeft. En dan borrelen zinnen op als “Men laat het vleesch lang studderen, tot het zacht wordt en de geuren zich mengen.” Kijk: dat is pas studderen! Vanavond een stoofpotje met riblappen, uien, paprika, winterwortel, prei, knoflook en aardappel. Neem maar van mij aan dat het gestudderd heeft!

De kerstdagen in gepaste vreetzaamheid doorgebracht met lekkere biertjes op kerstavond bij zoonlief en familie. Ook nog een sushiworkshop met kleinzoon Q aan de Kötteldiek op Eerste Kerstdag (Q vertelde opa hoe het moest en omgekeerd), een uitgebreide lunch met de overgebleven directe familie van W en kaasfondue als diner, beide op Tweede Kerstdag. Derde en Vierde Kerstdag was er werk aan de winkel op het Achterhoeks Openluchtmuseum en dan snap je dat je op 29 december snakt naar wat platte rust. Zo’n dag dat je als je rechtop zit niet verder komt dan het sorteren van je digitale fotoverzameling en tot de ontdekking komt dat de Jökulsárlón Glacier Lagoon in IJsland (eigen foto uit 2002) best een mooi ding is en als voorbereiding op het nieuwe camperseizoen oude reisverslagen (eigen en vreemde) gaat lezen. W noemt dat “nietsnutten op niveau“. Laat ik nou net die uitspraak gekoppeld hebben gezien aan Barry Hay (die van de Golden Earring weet je wel) die dat op Curaçao tot kunstvorm gecultiveerd heeft: aan het zwembad liggen, afspraken maken om te golven of zijn favoriete hobby beoefenen - nippen aan een perfect geshakete coctail.

Tijdens het lezen van die oude reisverslagen van onszelf kom ik volgende episode tegen: “Discussie van de dag: weegt een volle (fiets)accu meer dan een lege? Volgens W wil vol zeggen dat er wat meer in zit. En dat “wat meer” moet toch wat wegen? Wanneer we thuis zijn gaan we een volle en een lege accu op de weegschaal zetten en als er meer dan 2 gram verschil is, heb ik een dure fles port verloren. Is dat niet het geval dan verdien ik een (goedkoop) flesje Lidl-wijn. Kom maar op met die weegschaal! Het heeft ruim tien jaar geduurd voor ik uitsluitsel geef (niemand heeft er ooit om gevraagd), maar op een besneeuwde dag vroeg in januari heb ik een chatbot maar eens geprompt (zo heet het wanneer je ChatGPT een vraag stelt). En het antwoord zal je verrassen: “Ja — een volle accu weegt héél iets meer dan een lege, maar het verschil is extreem klein. Waarom? Bij het opladen van een accu (bijv. lithium-ion of loodaccu) wordt elektrische energie opgeslagen in chemische bindingen. Volgens Einsteins formule E = mc² heeft energie een massa. Extra opgeslagen energie = een miniscuul beetje extra massa. Dat scheelt het volgende: voor een smartphone-accu
→ ~10⁻¹¹ gram verschil (totaal verwaarloosbaar); voor een elektrische auto-accu (±75 kWh)→ ~0,0000003 gram“
. Conclusie: niet meetbaar met een keukenweegschaal, dus W: op naar de Lidl voor een flesje huiswijn. Chatpiet is bezig geweest, zie je aan het gebruik van de gedachtenstreepjes (—) en verwijspijlen (→). Heb nog wel naarstig het gummetje gebruikt.

Uit het reisverslag van een ander camperstel met een buscamper en hun vrienden (Kees en Trui hebben het over Thole en Everdien) komt een volgende zin. De vier treffen elkaar in Frankrijk om samen de overtocht naar Marokko te maken om daar te overwinteren: Het weerzien is fijn en hun verhalen overtrokken van serieuze steenkoude weersomstandigheden..... Het is dan eind december 2025 en ze zitten in Zuid-Frankrijk. Brengt me op het volgende: elk jaar komt de vraag voorbij waarom W en ik niet gaan overwinteren. Elk jaar probeer ik een antwoord te geven. Het klopt dat het aan niet-camperaars moeilijk uit te leggen is hoe genoeglijk de kneuterige ochtenden in een campertje kunnen zijn: nog wat frisjes, dus de kachel aan en weer een half uurtje onder het dekbed kruipen. Wanneer de temperatuur aangenaam genoeg is, de slaap uit de ogen wrijven en een keteltje water opzetten op het tweepitsgastoestel in het kabouterkeukentje. Een filterzakje zoeken en dat vullen met vier scheppen koffie. Met de hand het kokende water op de koffie gieten en ruiken hoe het dampende vocht in de zwarte koffiepot loopt. En dan dat eerste kopje koffie met de gordijnen open! De rest van het ochtendritueel zal ik je besparen, ik neem aan dat je niet in poep en pies geïnteresseerd bent. Kortom: we voelen ons erg knus in de bus. Maar om dat een aantal maanden in de winter in Spanje vol te houden? Foto in deze alinea is gegenereerd door ChatGPT (prompt: "morgenkoffie in de campervan").

Echt overwinteren betekent ook op één plek blijven staan, want kortingen op het stageld op een camping beginnen meestal pas na een maand of zo interessant te worden. En dan? Het meest gehoorde motto van overwinteraars is “Niks moet! Niksen mag”, er zijn zelfs al T-shirts met die tekst te koop. Maar elke dag niksen? Even de bikkelharde werkelijkheid: je bent (meestal) niet aangesloten op het leidingstelsel, dus je sjouwt je een breuk met schoon water, met vuil water, met het toilet. Met een beetje pech kom je lotgenoten tegen die zich vervelen en dus ben je verplicht om je sociaal op te stellen en een praatje te maken, gemiddeld 7 x op de heenweg en 5 x op de route terug. Is dat gebeurd dan kun je je gaan bezighouden met de dagbesteding: de meesten fietsen een klein of groter stukje (afhankelijk van de aanwezigheid van een betaalbaar terras voor een kopje koffie). Op de terugweg even de boodschappen meenemen: geen volle kar, want dat past niet in een fietstas, dus overmorgen weer en als je toiletpapier moet meenemen ben je meteen de volgende dag weer aan de beurt. Nee, niks voor W en mij. En neem van mij aan dat we er geen spijt van zullen krijgen, immers: spijt is wat de geit schijt (in lokale varianten schijten ezels en koeien ook). En wil je er een taalkundig hoogstandje van maken (iets met korte en lange ei/ij) dan fabriek je het volgende zinnetje: “spijt is als de schijt die een geit uitscheidt.“

Nog een feitje dat niemand interesseert, maar wel kenmerkend is voor deze tijd. In mijn reisverslagen tot een paar jaar geleden kom je regelmatig bij de beschrijving van het ochtendritueel de afkorting KenG tegen (Kanis en Gunnink). De afgelopen jaren kom je die koffie niet meer in het busje (trouwens ook niet meer in ons woonhuis) tegen. We zijn overgestapt naar het huismerk van de Lidl. Reden? Kijk maar even naar bijgaand grafiekje.

 


De prijs van alle koffie is in tien jaar tijd meer dan verdubbeld en dat heeft de volgende oorzaken: Stijgende wereldmarktprijzen voor koffiebonen (onder meer veroorzaakt door oogstschommelingen), algemene inflatie en logistieke kosten en bovenal retail-pricingstrategieën bij supermarkten (de koffiebranders “vragen“ gewoon). Maar er is hoop: als je een beetje op de kleintjes let haal je twee pakken Lidl-koffie voor nog geen € 10 (moet je de folders in de gaten houden).

In Nederland kregen we toch waarempel weer een beetje te maken met een min of meer “echte“ winter, gezellig met veel sneeuw en een paar keer code oranje. Van dat weer waarbij je niet alleen aan overlast denkt, maar ook kunt genieten van de sneeuw. De opmerking van W, 'Je kan je weer kind voelen', leverde bij mij echter verkeerde associaties op. De marketingafdelingen van diverse bedrijven maakten weer overuren. Postnl liet me vriendelijk weten dat ze nu een legitieme reden had om geen post te bezorgen: “Het winterse weer zorgt voor mooie plaatjes. Maar het heeft ook gevolgen voor de bezorging van je post of pakketten. Door de sneeuw en gladheid en het wisselende weerbeeld kunnen die wat langer onderweg zijn. Sneeuw, inderdaad. Sinds een paar jaar is het niet zo wit geweest. En dat in de periode tussen 1 januari en mijn verjaardag, de periode waarin ik mijn lever rustig houd. Niet uit overtuiging, meer uit gewoonte. De kerstnieuwjaarskilo’s moeten er weer van af.

Ja, opa was ook een beetje jarig. 75 hele jaren al weer. Feestje gevierd met kinderen en kleinkinderen: bowlen bij Leo in Lichtenvoorde en daarna een hapje eten. Altijd spannend met wat voor cadeau het nageslacht aan komt zetten. Was nog even bang dat ze een Bialetti espressopotje te voorschijn zouden toveren, omdat dat een van de weinige dingen is die ik nog niet heb. Maar nee, geen koffiepotje: ik kon heel erg blij worden van toegangskaartjes voor een optreden van The Dublin Legends (ergens in oktober in Enschede). Voor degenen die niet op de hoogte zijn van de Ierse muziekcultuur en -geschiedenis: de Dublin Legends vormen het vervolg van de Dubliners waarvan de meeste leden inmiddels zijn gaan hemelen. Kort samengevat: The Dublin Legends zijn eigenlijk de erfgenamen van de legendarische band The Dubliners die de traditionele Ierse folk blijven spelen en zo de muzikale traditie voortzetten voor nieuwe generaties. De enige die nog een beetje met de “oude“ Dubiners te maken heeft is Seán Cannon die in 1982 tot de Dubliners toetrad, de band bestond toen al twintig jaar. De goede man is op het moment dat ik dit schrijf 85 jaar. In 2012 vierden The Dubliners hun 50-jarig jubileum en ontvingen ze een Lifetime Achievement Award van de BBC Radio 2 Folk Awards. Kort daarna stopte de band met toeren na het overlijden van banjo-legende Barney McKenna en het besluit van John Sheahan om te stoppen met optreden. Een mooi cadeau van de patatgeneratie voor opa.

Van Generatie Alpha (misschien zit er net ééntje tussen die we nog tot Generatie Z kunnen rekenen) kreeg ik een speciaal spel: “Opaster“, een variant op Hitster met als spelbeschrijving:
“Opaster is speciaal ontworden voor HELE oude mensen die nooit meer kunnen winnen tijdens spelletjes. Dus heeft u hier last van dan is dit spel speciaal voor u ontworpen!“. Enkele nummers om een idee te krijgen: Twee motten van Dorus (1957), Paint it black van de Rolling Stones (1966) en Kolonel Hathi’s Mars uit het Junglebook van 1968. Kom maar op folks, zal opa jullie eens een poepje laten ruiken. Op mijn verjaardag zelf kreeg ik ook nog een cadeautje. Van W! Ja, weet het: we doen al jaren niet meer aan cadeautjes want we hebben alles al. Alleen als iets stuk is is het tijd voor een presentje. De Omnia-oven, een onmisbaar attribuut voor ons, begon aftakelingsverschijnselen te vertonen (mag het na ruim 12 jaar?). W dus op een regenachtige vrijdag naar Obelink in Winterswijk. Een diepte-investering inderdaad, maar ik denk dat het oventje mij wel gaat overleven, in ieder geval mijn campertijd.

Tja, weer een beetje een lang verhaal geworden, maar je moet er ook weer een hele maand mee doen: neem aan dat Puzzel over een maand nog op stal staat.


 

woensdag 24 december 2025

we leven nog - 2: puzzel twee maand op stal

Waarom ik het verhaal over Pluto (vorige blog) niet afgemaakt heb, vroeg vaste lezer H te L. Och: soms is een verhaal al lang genoeg, maar nu je er om vraagt! Het feit is dat tot 2006 Pluto gold als de negende planeet van ons zonnestelsel. In dat jaar besloot de Internationale Astronomische Unie (IAU) een nieuwe, officiële definitie van “planeet” vast te leggen. Volgens die definitie moet een planeet (1) rond de zon draaien, (2) genoeg massa hebben om bolvormig te zijn en (3) de omgeving van zijn baan “schoon geveegd” hebben. Laat Pluto nu net niet voldoend aan die derde eis, omdat zijn baan overlapt met die van andere objecten in de Kuipergordel (een gebied vol ijsachtige objecten aan de rand van het zonnestelsel). Resultaat: Pluto werd heringedeeld als een “dwergplaneet” (dwarf planet). De foto’s in deze paragraaf zijn genomen door de NASA New Horizons‑missie, die in 2015 dichtbij Pluto vloog en daarmee de eerste scherpe foto’s van het oppervlak stuurde.

En nu we het toch over “dingen aan het zwerk“ hebben: we hebben dit jaar (2025) geen volle maan meer. Je moet wachten tot januari van het volgend jaar, de derde van de eerste maand als ik me niet vergis. We hebben dan een volle maan die de naam Wolf Moon meegekregen heeft. Die naam komt uit oude Engelse en Amerikaanse tradities, vooral van de Noord-Amerikaanse indianen en vroege kolonisten. Reden voor die bijnaam: in de winter, rond januari, waren wolven vaak het meest te horen omdat voedsel schaars was. Hun gehuil werd vaak ‘s nachts gehoord, en mensen koppelden dat aan de volle maan.

Zijn we al keuvelend in 2026 aangekomen: ik word binnenkort 75. 75 is een “kroonjaar“, een Bigiyari volgens K te W. Geloof dat ik de term Bigiyari (Bigi Yari mag ook) al eens een keer eerder heb laten vallen. Term komt uit het Sranantongo (noem het maar de Surinaamse Creoolse taal) en betekent letterlijk “groot jaar” of “groot feestjaar” dus in het kort: Bigiyari een feestelijke viering van belangrijke verjaardagen of jubilea, vaak met veel waarde gehecht aan gemeenschap, traditie en samenzijn. Ik word dan wel 75 maar denk niet dat het een feestelijke verjaardag wordt. Familie en vrienden kan nog net maar vergeet de andere zaken als muziek, dans, traditionele Surinaamse gerechten, toespraken en felicitaties. En wanneer we het toch over leeftijd hebben: heb weer eens mijn houdbaarheidsdatum laten berekenen. Deze keer op https://www.berekenhet.nl/pensioen/resterende-levensverwachting.html#calctop. Elke keer wanneer ik dat doe word ik ouder. Deze keer ga ik dood wanneer ik 86,7 jaar oud ben. Heb dus nog 11,9 jaar te gaan tot ik in oktober 2037 (waarschijnlijk) de pijp uitga. Deze cijfers zijn op basis van de laatste door het CBS gepubliceerde resterende levensverwachting voor de Nederlandse bevolking. Je zult het dus nog een kleine 12 jaar met me moeten uithouden.

Maar voor het nieuwe jaar aanbreekt eerst deze feestmaand uitzitten. Een paar verjaardagen hebben we al achter de kiezen (zoon, schoondochter en oudste kleinkind), ons 52-jarig huwlijksjubileum hebben we gevierd op een boot die op 21 december volkomen CO2-neutraal door de Biesbosch tufte, zelfs de lunchkroketten werden elektrisch gefrituurd (zie foto's onder deze alinea). Nu maken we ons op voor dat feestje dat ooit begonnen is met een leugentje van Marie die een scheve schaats heeft gereden. Iets met een heilige geest hebben ze ons proberen wijs te maken. Zwanger worden en maagd blijven, kon zo’n 2000 jaar geleden nog. Kassa: het heeft geresulteerd in het best verkochte boek ooit. Moet het ze nageven, op vlak van marketing waren ze hun tijd ver vooruit. Misschien is het hogere doel nog acceptabel, het gedrag van het grondpersoneel is dat in ieder geval niet: denk maar eens aan al die misbruikte kindjes in naam van de vader de zoon en nog iets … Vooruit: een hapje kerststol en we geven ons over aan “la vie en rosé“, terwijl straks de Top2000 weer eindigt met Queen en het meest schokkende nieuws dat voorbij komt in de jaarverslagen het verdwijnen van Rail Away is. Las onlangs in een column in een of andere krant die ik digitaal doorblader het volgende: “Rail Away. Is dat dan überhaupt een documentaire? Ik dacht meer aan narcoleptische troost-tv. Met de rustgevende stem van Bob van der Houven (die geboren is in Garmisch-Partenkirchen, wat ik heel Rail Away vind!), die het steeds zo fijn over ‘we’ heeft“. 


Ach, al bladerend door al die digitale kranten kom je ook wel eens een leuke term tegen. Wat vind je van “sukkelseks“? De Trouw (of was het toch het AD) haalde het woord uit 2012 weer eens boven tafel en wel naar aanleiding van de hack van Pornhub. Woord is afkomstig van de Vlaamse seksuologe Goedele Liekens en kan omschreven worden als “seks met veel geknoei, zonder topprestaties en waarbij alles niet van een leien dakje loopt“. Heeft al die porno het seksleven van de jeugd zo veranderd? Volgens Trouw kunnen puberjongens het idee krijgen dat ze van een meisje kunnen vragen wat ze willen en andersom kunnen pubermeisjes het idee krijgen dat hun sekspartner enorm mannelijk moet zijn en altijd presteert. Eindconclusie: “Leuke, warme sukkelseks dreigt zo te verdwijnen, en dat is natuurlijk enorm jammer.”

Wens je fijne dagen, een kneuterig uiteinde en als je er behoefte aan hebt “veel sukkelseks“. We spreken elkaar hier weer over een maand.

dinsdag 25 november 2025

we leven nog - 1: een maand op stal

Weet het: W en ik leven nog steeds op de derde planeet vanaf de zon gerekend. Ja, werd weer met de neus op de feiten gedruk omdat we in de herfstvakantie onze planetendeskundige (kleinzoon Q) te logeren gehad hebben en die overhoort me elke keer weer: Mercurius - Venus - Aarde - Mars - Jupiter - Saturnus - Uranus en Neptunus. Je ziet het goed: Pluto ontbreekt. Komt omdat dat bolletje officieel niet meer als planeet beschouwd wordt. Even wat van me laten horen want er is inmiddels wat post binnen en er zijn een paar nieuwe ontwikkelingen.

Allereerst even de post, anders ben je volgend jaar vergeten wat zich in 2025 heeft afgespeeld. Trouwe lezer W te H vroeg zich af waarom ik het woord “Farizeeër“ hanteer (laatste blog). Ik gebruikte het niet in de reguliere context: “lid van een Joodse religieuze en maatschappelijke groepering in de tijd van Jezus" (straks meer), maar in figuurlijke zin: “iemand die schijnheilig of huichelachtig vroom is, iemand die regels naleeft maar zonder echte oprechtheid“. De Farizeeërs of Faizeeën - ik zal het simpel proberen te houden - waren één van de belangrijkste Joodse stromingen in de tijd rond het begin van onze jaartelling, naast bijvoorbeeld de Sadduceeën en Essenen. Kenmerkend voor de groep was dat ze zich strikt hielden aan de wet van Mozes (de Thora) én aan mondelinge overleveringen (de “mondelinge wet”), waarin stond hoe je die wet in het dagelijks leven moest toepassen.

Elke morgen sluit ik mijn puzzelsessie af met de woorden “en weer een paar puzzels dichter bij de dood“, iets waar W dan fronzend haar wenkbrauwen bij optrekt. Nog ruim een maand en dan kunnen we zeggen dat we ook dit jaar niet bij de overlijdensberichten van de Gelderlander of de Elna stonden. Ik koester de woorden die Jari van der Ploeg op 24 oktober van dit jaar in de Volkskrant schreef “Een van de grootste geneugten van het leven is nu eenmaal dat je veel vaker mag uitslapen dan inslapen. Geniet daarvan voordat het te laat is“. Jari is columnist voor die krant. Afgelopen periode ook naar een tentoonstelling van Ewin Olaf (Stedelijk Museum Amsterdam) geweest, de geweldige fotograaf die van elke foto een kunstwerk wist te maken. In één van zijn laatste interviews wijst Olaf naar zichzelf op een recente foto en spreekt de legendarische woorden: “Laatst zei iemand me dat bijna iedere man uiteindelijk een aardappel op een paar satéprikkers wordt. In dat stadium begin ik nu te belanden. Een bintje“. ChatGTP maakt er op verzoek met plezier een plaatje bij. maar ik vind de foto van Erwin eigenlijk mooier. Is alleen een beetje teveel bloot voor hier.

Nog meer nieuws te vertellen? Jazeker: mijn broer(tje) heeft een boek geschreven. Tijdens de verjaardagsvisite van mijn jongere oudste zus kwam hij ermee op de proppen. Een hele verrassing. Zijn motivatie staat in het voorwoord “Sommige dingen moet je een keer in je leven gedaan hebben. Een huis bouwen, een marathon lopen en een boek schrijven. Zo zal iedereen daar een ander lijstje voor maken. Waarom in mijn lijstje een boek schrijven voorkomt weet ik niet. Wie zit er nu op een boek van mij te wachten? Daarin moet ik mijn vrouw, kinderen, familie en vrienden gelijk geven. Schrijf ik het boek misschien voor mijzelf, om met enige zelfspot mijn leven te evalueren om er achter te komen wat leuk was, maar nog meer om te zien wat ik heb laten liggen? Met een paar lessen psychologie als bagage kan ik me ook niet aan het idee onttrekken dat ik van mij af wil praten omdat ik dat te weinig gedaan heb. Ik was vier toen ik voor het eerst Nederlands sprak, daarvoor alleen dialect. De eerste achttien jaar van mijn leven was ik behoorlijk verlegen, stotterde enorm en liet me om die reden weinig horen. Ook daarna was voor mij spreken zilver en zwijgen goud. Dit boek is autobiografisch en opgebouwd uit kleine afgebakende voorvallen. Ik heb geprobeerd het bij mezelf te houden en anderen niet herkenbaar te beschrijven vanwege privacyoverwegingen. De volgorde van de verhalen is willekeurig“. En de titel? Niet eens uit de duim gezogen! Het zijn woorden van een knulletje van een jaar of vijf, uitgesproken in een afgeladen trein van Haarlem naar Zandvoort. Kan het weten: ik was er bij (en ik stonk ook). Lezen dat boek: vol zelfspot en droge humor. Heb het zelf in één ruk uitgelezen.

Nog een kleine twee maand en ik ben jarig. Inderdaad: een kroonjaar - net vorige week goedgekeurd door de arts van het Centraal Bureau voor Rijvaardigheden: mag weer vijf jaar aan het wieletje draaien. Bij zo’n kroonjaar beginnen mensen om je heen al maanden van tevoren met een dorstige blik in de ogen over een groot feest te praten. Misschien heb ik dat zelf ooit aangezwengeld door te zeggen dat ik er “misschien“ wel wat aandacht aan ga besteden. Maar nu de datum met rasse schreden nadert wordt het me een beetje te benauwd: kleinkinderen die zich al zitten te verkneukelen over stukjes voor opa en zo. Misschien moet ik wel maken dat ik weg ben in die week. Moet natuurlijk een leuk tegeltje bij deze alinea en die was dan ook snel gevonden. Maar wanneer je wat voor me inschenkt onthou dan het volgende: ik houd er niet van als rode wijn te koud in het glas zit. 

Bezig geweest met het fotoboek van 2025, deel 2. Zit een stuk vakantie in. Als ik zo naar de plaatjes van die meestal onbewolkte streken kijk schieten me de woorden van een veel te jong overleden zeilmaatje te binnen: “Ik hou van Frankrijk, vooral als het in een fles zit”. W en ik hebben inmiddels al hele discussies gehad over de reisperiodes van volgend jaar en er zijn al een aantal weken in de agenda geblokkeerd voor andere dingen dan een campertripje. Het besluitnemend kringgesprek dat de route(s) moet bepalen heeft nog niet plaatsgevonden. Ik houd je op de hoogte. Nu eerst sinterkerstoudennieuw. Ergens halverwege die feesten spreken we elkaar weer hier op dit blog.

zaterdag 18 oktober 2025

zelfs de solowimpel gaat niet meer in de mast dit jaar

Best nog wel een paar mooie najaarsdagen de afgelopen weken, helaas niet even met de camper op pad. Zelfs niet alleen, want te druk. Op het water hang je als je alleen op een boot bent de solovlag op (voor de kenners: seinwimpel 1). Het is niet verplicht om het vlaggetje te hijsen volgens de officiële regels, maar het kan op het water handig zijn: andere schepen kunnen dan zien dat je solo bent en hier rekening mee houden (bijvoorbeeld bij aanleggen, en het gedoe in sluizen). Soms wordt de vlag ironisch of spottend “Japanse vlag” genoemd omdat de rode stip op wit doek daar ernstig aan doet denken. Kan me ook voorstellen dat het een signaal is om contact te zoeken: kijk mensen ik ben alleen, jij ook? Voor je het weet ben je dan ex-solo. In de camperwereld heet die groep de solexen. Het weer was dan wel vriendelijk genoeg, onze agenda’s lieten het niet echt toe: boulderen met kleinkinderen heeft een hogere prioriteit.






Of ik wel eens aan overwinteren heb gedacht? Is een vraag die me de afgelopen jaren een paar keer is gesteld. Aan gedacht wel, overwogen eigenlijk nooit. Allereerst - en dat is de meest belangrijke reden - krijg ik mijn wederhelft niet voor zo’n lange tijd mee. Die is verknocht aan een groot aantal zaken die haar in Nederland houden. Wie W kent weet ongetwijfeld wel wat ik bedoel. Zelf heb ik daar wat minder moeite mee, maar zou nu ook een paar heel prettige vrijwillersklusjes moeten gaan opgeven. Tweede reden is dat je in de winter gebonden bent aan de kustgebieden van Spanje. Misschien dat de Algarve in Portugal een goede tweede is. Ga je de binnenlanden in, moet je al heel snel klimmen en hoe hoger gelegen hoe kouder. En om nu hutje-mutje een paar maanden op een kluitje op een camperplaats of camping te gaan staan? Levert stress op, mooi nieuw woord “overwinterstress“. Wekenlang tegen dezelde snuitjes aan zitten kijken en het verhaal over de poes van tante Rikie voor de tiende keer moeten aanhoren of gesprekken moeten voeren met mensen die denken dat fellatio een nieuw soort pasta van de Lidl is. Nee, geloof niet dat mijn allussie en/of ik daar gelukkig van worden. En regelmatig verkassen dan? Geloof niet meer dat dat in de wintermaanden kan. Heb gehoord dat je (bijna) overal moet reserveren, dus als je al een plekje hebt ben je bijna verplicht om te blijven. Laat ons maar gezellig in Nederland blijven en ons storten in het vrijwilligerswerk en de opa-blijf-gezond-activiteiten.

Of ik lid ben van de NKC, de Nederlandse Kampeerauto Club? Ja, maar niet zo van harte. Ooit was het een vereniging van en voor camperbezitters en was het een heel actief clubje, gedreven en bestuurd door vrijwilligers. Tegenwoordig zijn het betaalde krachten die het werk doen en dat levert een heel andere insteek op. Volgens Abram (van het prikbord http://www.camperverhalen.info/Prikboard.htm) bestaat tegenwoordig “het merendeel van de [NKC]leden uit prostaatdruppelaars en tinaladies met alle achting […] (ik ben zelf ook een prostaat druppelaar)“. Let op: woorden van Abram en niet van mij! Waarom ik niet meer zo van harte lid ben? Gebruik nog een keer wat woorden van Abram: “Helaas schijnt de NKC alleen bezig te zijn met hun eigen marketingcapriolen en vergeet dat ze tot nu toe nog steeds grotendeels bestaan door hun leden, ofschoon de noodzaak van veel leden eigenlijk alleen nog belangrijk is voor de marketing van hun eigen bedrijfje. Je verkoopt geen advertenties en maakt geen goedee deals met verschillende interessante financiële groepen als je geen aantoonbare achterban hebt.“ Tja waarom dan nog lid? Vanwege het feit dat een los abonnement op Campercontact en op de ACSi-card ongeveer even duur is als het kale lidmaatschap van de NKC. Mompelt daar iemand “Farizeeër“?

Het was weer een mooi camperjaar, ondanks de vakantiepost die ik ook dit jaar weer kreeg. Deze keer uit frankrijk. 90 € door rood licht. “Niet stoppen door bestuurder van een voertuig bij stopgebod aangegeven door een rood licht. Op de boulevard Enest Genevet angle avenue Léo Lagrange in Chateaurenard - rijrichting west naar oost“. Zal ongetwijfeld want Aparatski FE213142 heeft het geconstateerd. Met een creditcard is zoiets tegenwoordig in een paar minuten betaald en weer een probleem uit de wereld geholpen.

Vraag je aan mij wat het mooiste stukje is dat we het afgelopen jaar hebben bezocht dan hoef ik daar niet lang over na te denken: Zeeuws-Vlaanderen. Zeeuws-Vlaanderen is gewoon een bijzonder stukje Nederland: het heeft een eigen karakter dat anders aanvoelt dan de rest van Zeeland (en eigenlijk dan de rest van Nederland ook). Volgens W zou ik er wel kunnen wonen daar aan de andere kant van de Westerschelde. Een plek waar de lucht wijd open is, de mensen elkaar nog groeten, en de dagen wat trager lijken te gaan. Een nadeel: ik zou alleen moeten verhuizen. W gaat beslist niet mee naar die plek waar de grens nooit ver weg is: Nederland aan de ene kant, België (eigenlijk is Vlaanderen een beter begrip) aan de andere. Over alles zit een Nederlands-Belgisch sausje: taal, de humor, de keuken en de levensstijl. Maar ja: je kunt te ver wegkijken, dus valt Zeeuws-Vlaanderen voor W (en dus ook voor mij) af. Jammer, want je krijgt er een beetje een eilandgevoel. Komt omdat het geografisch afgescheiden ligt: je moet via de Westerscheldetunnel of via België reizen om er te komen. Zelf vind ik (in tegenstelling tot W) het een geweldig landschap: open en lichtglooiend met polders, kreken en dijken, ontstaan door eeuwenlange strijd tegen het water en de restanten van die strijd: natuurgebieden zoals het Verdronken Land van Saeftinghe, een uniek getijdengebied. Dan kan ik er ook nog een vleugje geschiedenis overheen gooien: Zeeuws-Vlaanderen was lang een grensregio tussen Spanje en de Republiek, en later tussen Nederland en België. Daardoor zie je oude vestingsteden zoals Sluis, Hulst en IJzendijke, vol historische sfeer. Ja, we waren er weer eens een paar dagen dit jaar.



En terwijl we aan het reizen waren in ons huisje op wielen werd in Groenlo Bommelwereld gebouwd. Edwin Bomers wilde zijn imperium uitbreiden met een overdekt pretpark, had als eerste tot en met zesde keus totaal andere figuren in zijn hoofd, maar kon geen overeenstemming bereiken met de eigenaren van die “gedachtengoeden“. En toen ineens kwam Bommel uit de lucht vallen. Bommel waarover Sylvia Wittemans in het najaar van 2025 het volgende schreef:
“[…] Heer Bommel, een van mijn lievelingspersonages, al is hij strikt genomen geen persoon maar een beer. Een beer zonder broek; hij heeft genoeg aan die geruite jas, waarmee hij al heel wat gekleder is dan de spiernaakte Tom Poes. Ze hebben trouwens allebei geen lul, dus valt er ook niets te verbergen. Markies de Canteclaer draagt trouwens wél een broek. Dan zal hij ook wel een lul hebben, zou je denken, alleen: hij is een haan, en hanen hebben geen lul“. Denk regelmatig aan Heer Bommel, vooral wanneer ik na een tijdje in mijn kabouterkeukentje weer een “eenvoudige doch voedzame maaltijd“ gefabriekt heb. W is meer van de spreuk “geld speelt geen rol“ en zo zijn er veel meer termen in het woordenboek terechtgekomen dankzij die dikke beer en die blote poes. Wat vind je van “bovenbazen“, “minkukel“ en “grootgrutter“. Schijnt dat zelfs de uitdrukking “kommer en kwel“ uit de koker van Maarten Toonder komt.

Het zit er dus op voor dit jaar. 2025 was voor ons een “mager“ camperjaar: we haalden de 100 overnachtingen voor het eerst sinds de aanschaf van het blauwe bussie niet: de teller bleef bij 90 steken. Was nog even van plan om een grafiekje te maken, maar werd er een beetje treurig van. Ooit hadden we bijna 200 overnachtingen in één jaar. Ooit. Vandaag Puzzel naar de stalling gebracht, hij mag een paar maand in zijn winterhok doorbrengen, samen met zijn vriendjes en vriendinnetjes. Af en toe krijgt hij een hapje stroom om ervoor te zorgen dat we in februari (volgens mij) of april (volgens W) weer zonder problemen kunnen wegrijden. Dit blog gaat in winterslaap. Tot maart 2026 zou ik zeggen.