Kreeg van verschillende kanten de vraag wat ze nu eigenlijk allemaal in het ziekenhuis in Enschede aan me verbouwd hebben. Om eerlijk te zijn wist ik dat in het begin niet helemaal. De vaatchirurg had W wel op de hoogte gebracht na de operatie en zelfs mij de volgende ochtend bij de nacontrole het een en ander verteld, maar om eerlijk te zijn blijft daarvan niet al te veel hangen op zo’n moment. Laten we zeggen: je gedachten zijn elders. Kwam later mijn operatieverslag tegen maar daar wordt je ook niet vrolijk van. Zal je niet opzadelen met het hele verhaal maar slechts één klein stukje als voorbeeld geven: “Vrijprepareren en teugelen van de distale AIE, oorsprong AFP en AFS. De AIE is partieel verkalkt, arterie hier geschikt om af te klemmen. 5.000 IE heparine iv. Echogeleid aanprikken Arterie Femoralis Communis rechts en plaatsen 7 Fr sheet. Hierdoor stiff terumo tot in de aorta. Wisselen voor pigtail catheter.“ Later zei W: “Je doet zoveel met AI, kun je dat mens niet vragen om het operatieverslag te vertalen naar begrijpbaar Nederlands?“ Een prima idee. Opeens lag ik weer op de operatietafel en kon precies volgen wat er met mij gebeurde onder “algehele anaesthesie in rugligging“. Zullen we het daarbij laten? Details zijn niet zo interessant. Ben je toch geïnteresseerd dan kom je maar eens op de koffie.
Kreeg van H te G de opmerking dat ik wel erg tevreden klonk in mijn vorige blog. Kan best H te G, voel me naar omstandigheden best “senang“. Deze week nog een beetje kalmpjes aan, volgende week een vergaderweek en daarna moeten we serieus weer wat aan de conditie doen, dan moeten de wonden voldoende hersteld zijn.
woensdag 6 oktober: van kotten naar de kötteldiek
Onze laatste “vakantiedag“. Nog één dag redelijk weer, na vandaag begint de herfst. W wilde nog even “de oude man uitlaten“ en had als verzoekje het Klokkenmuseum in Gescher ingediend, maar trok vanmorgen haar voorstel in: strontverkouden, slecht geslapen en last van de rug. Geen probleem: hou je het verhaal over de Glockenstadt van me tegoed. Alvast een opwarmertje: je moet voorzichtig zijn met het woord “klok“, dat woord heeft in het Nederlands twee hoofdbetekenissen namelijk een tijdsmeter of uurwerk (een apparaat dat de tijd aangeeft, zoals een wandklok, wekker, polshorloge of de digitale klok op je telefoon) en een luidklok of bel (een groot, meestal bronzen, kelkvormig voorwerp dat in een kerktoren hangt en hard klinkt wanneer er een klepel tegenaan slaat, zoals een kerkbel of de klok van een carillon). In Gescher houden ze zich bezig met de laatste versie. Nu is dat dorp ook zonder museum al de Glockenstadt. Niks niet een of ander toeristisch stempeltje, gewoon bikkelharde werkelijkheid. In deze Duitse stad worden al eeuwen klokken gegoten en ook tegenwoordig staat er nog een actieve klokkengieterij, namelijk Glockengießerei Petit & Gebr. Edelbrock. Het bedrijf bestaat al sinds 1690 en is momenteel de enige actieve klokkengieterij in Noordrijn-Westfalen. Ze gieten nog altijd traditionele kerkklokken en kunstgietwerk in brons, messings en aluminium. De website van deze firma is een bezoekje waard. Maar nogmaals: vandaag even niet.
Dacht tijdens het (zonovergoten) opstaan: dit was de laatste nacht van het jaar 2026 in ons busje. En het waren er niet veel: 88 slechts (we hebben ooit tegen de 200 aangezeten), 9 % heb ik alleen gebivakkeerd. Opvallend cijfer: 60 % doorgebracht op een camperplaats. Ook de kilometerteller van ons bussie kroop dit jaar maar 5.000 streepjes omhoog. Reden van dit alles: we waren in verwachting. Nee, niet van het zoveelste kleinkind maar van een nogal ingrijpende operatie aan mijn vaten en die werd maar steeds vooruitgeschoven. In de buurt blijven was het credo, dus we zijn maar een paar keer enkele kilometers de grens over geweest. Daarbij kwam dat de geest wel wilde maar het lijf steeds meer zei “doe het zelf maar“. Lopen zat er al bijna niet meer in en toen ook de fietskilometers steeds minder werden moesten we onze manier van reizen aanpassen en vonden we de bikedrive uit: W op de fiets van cp naar cp en ik de bus verplaatsen. Mooie uitvinding waarin we ons beiden konden vinden al is samen fietsen toch veel gezelliger. Bijkomend voordeel: we hoefden niet zo vaak te tanken omdat W nooit meer dan 70 kilometer op een dag aflegde en dus het busje ook zoiets. Van de dieselprijs werd je dit jaar ook niet echt vrolijk.
Ik trapte eind februari af in Lettele. Niet omdat het zo’n mooi weer was maar omdat busje getaxeerd moest worden voor de verzekering. Als dat niet het geval was geweest had het ding een maand langer in de stalling gestaan: duurder wordende motorrijtuigenbelasting die je met schorsing kunt ontlopen weet je wel. Maar wat niet is, is niet. Begin maart samen naar Steenderen, we waren nog nooit op camperplaats Landlust geweest. Een paar “tussendoortjes“ later kwamen we opnieuw op een onbekende camperplaats vlak in de buurt: Erve Berg en Dal tussen Eibergen en Haaksbergen in (maar nog net aan “onze“ kant van de provinciegrens.
In mei begon ons reisje “camperfietsen naar het zuiden“, waar ons meest zuidelijke punt Aachen was. W vond de twee etappes Maastricht - Aachen en Aachen - Sint-Odiliënberg (ja we gingen weer naar het noorden) de twee mooiste van de serie. Overpinksteren deden we in Balgoy, we moesten wel reserveren want heel Nederland zat vol. Na Pinksteren wilden we gaan kersen eten in Werkhoven (camperplaats de Kersenpit). Het werd wel de camperplaats maar voor de kersen waren we net een weekje te vroeg. Een paar dagen Zoetermeer (camping de Drie Morgen) sloot onze meivakantie af.
De week van de Lichtenvoordse Avondvierdaagse brachten we weer eens door op camping Het Zotte Schaap, niet omdat het moest maar omdat het kon. En toen het begeleiden van het wandelgeweld was afgelopen was het al weer juli, een maand met een paar kleine reisjes. Allereerst een paar dagen Borculo waar we camperplaats ’t Dommerholt geïnspecteerd hebben en vooral het ijs hebben goedbevonden. Het tochtje over de Berkel in de Joppe (een replica berkelzomp) voegde niet veel toe. Vervolgens een paar dagen Zoetermeer voor een paar leuke dingen met kinderen en kleinkind en we zaten de rest van de maand uit in onze camper op het erf van broer/zwager en schoonzus in Kotten waar we speelden voor kippenoppas.
Eind juli begonnen we aan een verkenning van het Westmünsterland, net over de grens. We kwamen niet verder dan Horstmar. Ondanks andere berichten bleek het daar toch te heuvelachtig te zijn voor man-met-vaatlijden, dus na een paar (fantastische) dagen terug de grens over en eerst een nachtje in Bentelo en daarna een paar (warme) dagen in Hengelo (G) doorgebracht. Daar kennis gemaakt met een relatief nieuwe camperplaats namelijk De Vlinder. De Achterhoek bleek plat (en de wind viel mee) zodat we vanuit de cp een rondje Doesburg gedaan hebben. 38 kilometer, in andere tijden een peulenschil, nu een monstertocht.
In augustus hebben we nog twee bikedrives gehouden: eentje naar Haarle (Sallandse Heuvelrug) en eentje naar Nunspeet (cp De Zwaan). Bij de laatste camperplaats heb ik me nog gewaagd aan een (klein) rondje Veluwemeer en de dag daarop een rondje Veluwe, maar toen ik na twee keer 30 kilometer teruggekeerd was bij ons bussie heb ik een streep door het fietsen gezet. Toen de operatie eind augustus niet doorging (kapotte operatietafel) en we toch nog even een paar dagen van het mooie weer konden genieten in het westen van het land (kleinzoon Q vierde zijn 14e verjaardag) heb ik die stelligheid ingetrokken. Daarna konden we ook nog een paar dagen naar Helden, gemeente Maas en Peel in de provincie Helden. Via Oirschot naar Balgoy (Willy op de fiets en ik met de bus). Op de camperplaats bij Balgoy werd na een paar dagen ons busje afgesleept. W was inmiddels naar Lichtenvoorde gefietst om het bloemencorso live mee te maken en de auto op te halen. Even leek het erop dat bestuurder én busje tegelijkertijd op de operatietafel zouden liggen, maar de ingreep van de bestuurder werd op het allerlaatste moment een week uitgesteld.
Een week na mijn operatie vond ik het tijd om een paar dagen “bij te komen“. We kozen voor De Belevenishof in Kotten. De eerste nacht met twee bekende busjes (van de zusjes en aanhang) en daarna twee nachten moederziel alleen op een groot veld. Maar toen was het inmiddels al weer volop oktober.
We verklaren het seizoen voor gesloten. Komende dagen Puzzel leegpakken, en een beetje poetsen en dan met een kilometerstand van ongeveer 227.000 een paar maand geschorst op stal. Het was een bijzonder jaar. En volgend jaar? Volgend jaar hebben we weer een jaar met nieuwe kansen op nog meer prijzen. Om de tussenliggende tijd door te komen nog een paar tegeltjes om na te denken.

.jpg)







.jpeg)
.jpeg)



.jpg)
.jpg)







































