noordpolderzijl

noordpolderzijl

maandag 7 september 2026

nog even weg voor de slachting - 10: in kotten is het nog steeds mooi

Kwam deze week in een digitaal krantenartikel weer zo’n verhaal tegen over halfnaakte feestvierende Britten in het buitenland. Schijnt dat dat hinderlijke gedrag niet normaal is voor de doorsnee-Brit, maar een hardnekkig vooroordeel. Natuurlijk zit er wel een kern van waarheid in bij specifieke groepen in populaire feestbestemmingen, maar dat geldt ook voor Nederlandse jongeren op de Appelhof op Terschelling die van kratten bier muren bouwen of feestvierende tieners in Renesse een aantal decennia geleden. Het beeld van halfnaakte Britten ontstaat vooral in badplaatsen op Mallorca en Ibiza of - wat verder weg - in Chersonissos. Hier trekken groepen Britse jongeren naartoe voor goedkope alcohol en het nachtleven, waarbij mannen vaak zonder shirt en vrouwen in minimale kleding over de boulevard of door straten lopen. Kan me bij die ontblote bovenlijven wel wat voorstellen: in het Verenigd Koninkrijk is het vaak grijs en koel. Zodra Britten in de Zuid-Europese zon landen, willen ze maximaal vitamine D opnemen. Dit leidt sneller tot het uittrekken van kleding (en de beruchte kreeftrode zonnebrand) dan bij toeristen die warm weer gewend zijn. En natuurlijk speelt de pers ook een rol: schandalen rondom luidruchtige en schaars geklede Britse toeristen doen het wat beter in het nieuws dan een net verhaal over keurig geklede Britten met uitstekende omgangsvormen die met een stiff upperlip en de Times onder de rechterarm in een qeu op de dubbeldekker staan te wachten. Voorlopig hou ik het erop dat de miljoenen Britse gezinnen, ouderen en cultuurreizigers die jaarlijks op vakantie gaan zich net zo gedragen als alle andere toeristen.

maandag 7 september: @ kotten

Ja, je leest het goed: Kotten of all places. De reden is simpel: W had een afspraak gemaakt met S te W, tijdelijk verblijvend te K, om een eind te gaan wandelen en om eventueel ’s avonds gemeenschappelijk een vorkje te prikken buiten de deur. Dat we daarvoor uit Zoetermeer moesten komen was haar klaarblijkelijk ontschoten (of niet, daar blijf ik van af). Maakt me eigenlijk niet zoveel uit waar mijn busje staat en aan rijden heb ik geen hekel. Sta er iets anders in dan een jaar of dertig/veertig geleden toen ik nog ’s avonds in de auto stapte om de volgende morgen 1200 kilometer verder weer uit te stappen op de vakantiebestemming. Kinderen sliepen ’s nachts in de auto. Overantwoord? Weet het niet: hou het op andere tijden. En W reed ook sommige stukken! Kotten: we hebben net het Volksfeest 2026 van Kotten gemist. Wel een leuke oude foto gevonden, iets met schutters van Vereniging Wilhelmina.

Na het wakker worden eerst de nodige zinnen foutvrij maken, bijvoorbeeld “Iemand die naïef is, is een naïeveling, een naïeve man met kinderlijke naïviteit“; je moet maar weten dat bij de eerste drie naïefachtige woorden de klemtoon anders ligt dan bij het laatste woord, waardoor de eerste drie een e krijgen en het laatste juist niet. Het digitale spelletje heet de Spelling Test. Daarna ontbijten en de boel kuisen, zoals de Belgen dat noemen en vervolgens op weg naar het oosten. Weer even via de Kötteldiek want we hadden wat essentiële dingen vergeten (vooral kleding). De afstand Zoetermeer - Lichtenvoorde was vandaag hetzelfde als vrijdag maar in tijd scheelde ruim een uur: vandaag in 1:52 uur (tot Lichtenvoorde). Ook nog even langs de supermarkt om wat Nederlandse artikelen in te slaan die je in het buitenland niet (of moeilijk) kunt krijgen. Naar alle waarschijnlijkheid gaat de neus van Puzzel morgen richting zuiden.

Een koude tarwesmoothie stond op ons te wachten in de schaduw van Erve Holthoes in Kotten. Veel te vertellen, want we hadden elkaar sinds vrijdagmorgen alle vroegte niet meer gezien. De dames deden het daarna nog eens dunnetjes over want ze gingen aan de wandel. Ik trok mij terug in mijn mobiele kantoor: er moest nog van alles geregeld worden op vrijwilligerswerkniveau. Tegen half zes verplaatsten we ons met de fietsen 3,5 kilometer naar het bruisende grensdorp Oeding. Waar de meeste Nederlanders de grens oversteken voor tabak, drank of brandstof brachten wij (vrienden incluis) vandaag een bezoek aan de andere kant van de grens voor het vierde item dat in Duitsland erg goedkoop is: uit eten gaan. We kozen voor Pizzeria La Piazza. Een gezellige tent en we konden “buiten“ zitten, wel onder een afdak en met windschermen. Was heel goed te eten en uiterst betaalbaar. Voor het donker werd waren we weer thuis. De meisjes moesten nog even reetjes kijken in het tweeduuster. Om toch nog een "eigen" foto te hebben in dit blog, hieronder mijn toetje.

Een reisdag. V: 226.396; A: 226.591; rijtemperatuur 23 tot 29 graden en weinig bewolking (later op de dag wat meer). Zon op/onder: 06:53/20:07 (gegevens Kotten). Best wel een mooie dag. En morgen? Morgen is er weer een dag. We gaan naar het zuiden. Hoever? Da’s afhankelijk van de weersverwachting.

zondag 6 september 2026

nog even weg voor de slachting - 9: fietsen langs (volle) terrassen

Waarom we de laatste jaren altijd op camping De Drie Morgen terecht komen en we Delftse Hout en de Abwoudse Hoeve links laten liggen, was een vraag van G te W. Tja, daar vraag je me wat G te W. Zoiets groeit maar heeft vooral te maken met de verhuizing van onze dochtert met haar familie een aantal jaren geleden van Delfgauw naar Pijnacker. Afstandtechnisch gezien ligt deze camping meer voor de hand. Wij logeerden in juni 2023 voor het eerst hier. De camping lag er toen zo’n drie jaar midden in de kale polder. Elk jaar is het groen een stukje hoger geworden en ziet de camping er daardoor een beetje “aangekleder“ uit. De geschiedenis van De Drie Morgen gaat een stuk verder terug dan 2020 en heeft een relatie met de Floriade van 1992, de grote internationale tuinbouwtentoonstelling die honderduizenden bezoekers trok. Voor overnachtingsmogelijkheden was daardoor behoefte aan extra ruimte. De familie Van Dam begon aan de Voorweg met kampeermogelijkheden in de periode rond de Floriade. De tentoonstelling ging, de camping bleef en groeide uit tot een blijvende camping verscholen tussen bomen en oude Zoetermeerse landerijen. Maar Zoetermeer bleef veranderen. Het gebied tussen Zoetermeer, Leidschenveen en Leidschendam werd aangewezen voor een ingrijpende herinrichting. De Nieuwe Driemanspolder moest veranderen van agrarisch poldergebied in een combinatie van natuur, recreatie en waterberging. De familie Zegwaard-van Dam besloot mee te gaan met die ontwikkeling. In plaats van te verdwijnen, verhuisde de camping mee naar het nieuwe landschap en ging daar in het coronajaar 2020 van start. De camping is momenteel in handen van Edith Zegwaard-van Dam (een nazaat van de grondleggers). Zij runt samen met Ron Zegswaard de toko.

W had tijdens haar wandelingen en fietstochtjes langs het water opgemerkt dat er bijzonder veel water in de polder stond. Navraag bij schoonzoon M (zo’n wandelende encyclopedie) leerde dat het Hoogheemraadschap van Rijnland eind juli/begin augustus begonnen is met het tijdelijk opslaan van zoet water tegen de droogte met als doel tegengaan dat er teveel zout water het gebied binnendringt. De verzilting was het gevolg van de aanhoudende droogte. Het waterpeil steeg door het binnenlaten van zoet water met ruim een meter (van -4,76 meter naar -3,76 meter NAP), zodat wandelpaden moesten worden afgesloten. Het water staat inmiddels wat minder hoog, maar hoger dan dat we gewend zijn. Wel een hele puzzel: het waterschap moet er wel voor zorgen dat de waterpeilen overal hoog genoeg blijven voor de stabiliteit van de dijken in het gebied. Eigenlijk is de Nieuwe Driemanspolder oorspronkelijk bedoeld voor wateropslag bij droogte: de polder is in eerste instantie aangelegd om bij extreme regen tijdelijk water op te vangen. In deze uitzonderlijke droge situatie gebruikt Hoogheemraad Rijnland de beschikbare ruimte tijdelijk om zoet water vast te houden. Dat is nu het geval.

zondag 6 september: @ zoetermeer

Daling van de temperatuur (tot 10 graden buiten) zorgde voor een prettige nacht bij zowel W als bij uw schrijver van dienst. Een inhaalslag zullen we maar zeggen. Toen ik om negen uur mijn ogen opende had W al een uur lang digitaal contact met de buitenwereld. Koffie, broodjes (buiten ontbijten in het zonnetje): je kent ons ochtendritueel inmiddels wel. Vervolgens allebei ruzie met de digitale krant. We hebben een nieuw abonnement afgesloten (kostenbesparing), dus ook een nieuw abonnementsnummer en dat moet “gekoppeld“ worden. Volgens kenners een flûte du centime, maar die kenners kennen W en mij niet.

 

W na de afwas (en de ruzie met de krant) een eindje fietsen. Vandaag naar de andere kant van de brug waarover ik gisteren schreef en wel naar het Westerpark, een van de uitgestrekte groene gebieden die deze omgeving kent. Je beseft hier vaak nauwelijks dat je je aan de rand van groeiende steden bevindt. Het Westerpark (net buiten Zoetermeer) werd vanaf het einde van de jaren zeventig aangelegd, tegelijk met de nieuwe woonwijk Meerzicht. Waar de stad steeds verder oprukte in het voormalige polderlandschap, moest het Westerpark ruimte bieden aan natuur, ontspanning en sport. Oorspronkelijk maakte de bodem van het park deel uit van de Driemanspolder, die vanaf de zeventiende eeuw werd drooggemalen. Daarvoor was het gebied door eeuwenlange turfwinning veranderd in een waterrijk landschap. Vanaf 1668 werd begonnen met de drooglegging, waarna de nieuwe poldergrond voor landbouw en veeteelt werd gebruikt. In de huidige inrichting zijn nog steeds sporen van dat oude polderlandschap herkenbaar, bijvoorbeeld in de richting van sommige sloten en bossingels. Bij de aanleg van het Westerpark werd bewust geen strak stadspark ontworpen. Het werd een afwisselend landschap met bos, open graslanden, waterpartijen en heuvels. W was niet zo geïnteresseerd in de schapentuin en de natuurweide, maar ging op jacht naar een vogelkijkhut, die ze overigens niet kon vinden: volgens mij moet zoiets nog gebouwd worden. De woning van de kaboutertjes stond niet op haar bucketlist, maar als je er toch bent....



“De jongens zijn carten, ik ga met jullie een eind fietsen“, aldus dochterlief. Wel woorden meegekregen van W dat er niet teveel bulten en kilometers in de route mochten zitten en er regelmatig gestopt moesten worden, maar die nam dochtert zich ter harte, zou later blijken. Maar eerst wilde ze koffie. “Ik wil het best zelf zetten“, zei ze, waarom mijn antwoord was: “Jij komt niet in mijn keukentje!“. W kon niet achterblijven en zette “Jij komt niet aan mijn komkommertje“ in. Een vragende blik van dochterlief gaf aan dat het wonderschone lied 'Het Komkommertje' van het duo Betsy & Jo ver voor haar tijd was. Nadeel van zo’n nummer is wel dat het de hele dag bij je blijft: "Jij komt niet aan mijn komkommertje, jij blijft van mijn snijboon af!".

Het voordeel van fietsen met onze dochtert is dat we vrijwel altijd op een terreas terecht komen. Deze keer was het het terrans van de Balije Tuin, zo’n plek in de polder van Nootdorp, precies tussen het Balijbos en het Bieslandse Bos. Volgens de website van de ondernemer “een groene oase waar natuur, rust en goed eten samenkomen“. Het goede eten hebben we niet gehad, wel een prima Hertog Jannetje van de tap en voor de meisjes een Cola Zero. Het is een geliefde locatie dus afgeladen vol. We konden nog net een plekje vinden. Toen we een tijdje later probeerden een tweede terras te attaqueren (Knus in de Delftse Hout) hadden we minder succes: “duizenden“ wachtenden voor ons. Wat wil je: misschien wel de laatste zonnige zondag van 2026?

Op de terugweg kwamen we een soort kunstwerk tegen (dachten we). Locatie: weide achter de Ikea in Delft in het polder- en natuurgebied Buytenhout. De QR-code die erbij stond deed het niet, maar gelukkig konden we Google de foto laten opzoeken en die kwam tot de ontdekking dat het ging om een bijenburcht. Het is een speciaal ontworpen constructie van boomstammen, takken en zand/leem, bedoeld om nestgelegenheid te bieden aan wilde bijen. Veel soorten wilde bijen maken namelijk hun nesten in de grond of in gaten in dood hout.

Omdat we bij uitspanning Knus niet terecht konden moest ik bij aankomst op de camping zelf wat knutselen. Soepje en een afbakbroodje uit de noodvoorraad vormden een prima (zeer) late lunch. Genuttigd in de stralende zon, aan de warme kant zelfs en dan bedoel ik niet alleen de soep. Een mooie, relatief zonnige dag. Temperatuur oplopend naar 23 graden. Veel minder wind dan de afgelopen dagen. En morgen? Morgen is er weer een dag. We gaan naar de Achterhoek want we hebben een afspraak met vrienden. Denk dat het morgen rijden in de korte broek wordt.

zaterdag 5 september 2026

nog even weg voor de slachting - 8: nummer drie is 14 geworden


Waarom juist lepelaars zo vaak genoemd worden in mijn blog, vroeg W te Z zich af. Heel eenvoudig W te Z: mijn Allessie heeft twee lievelingsvogels, namelijk flamingo’s (maar dan moeten ze wel uit het Zwillbrock komen) en lepelaars. En laten die laatste beestjes hier nu regelmatig, dikwijls en vaak voorkomen. Lepelaars zijn één van de meest opvallende en succesvolle broedvogels van Nederland. De Driemanspolder bij Zoetermeer is inmiddels een vaste plek waar je ze regelmatig kunt zien foerageren. De lepelaar (Platalea leucorodia) is een inheemse moerasvogel die vooral voorkomt in kustgebieden, moerassen en natte graslanden. Nederland heeft een stabiele en groeiende populatie dankzij herstel van moerasgebieden en beschermde broedplaatsen.Belangrijke broedgebieden liggen o.a. in het gebied van de Waddenzee, de Oostvaardersplassen, de Biesbosch en de Zuid-Hollandse kustgebieden. Ze broeden vooral in kolonies, vaak in rietlanden of moerasbos. Lepelaars houden van een aantal omgevingsfactoren (biologen noemen dat geloof ik “habitat“) die juist in de Nieuwe Driemanspolder voorkomen, namelijk ondiep water, sloten en plas-dras zones, rietkragen en open moerasland. Voor de duidelijkheid: de Driemanspolder is geen broedgebied maar een plek voor de vogels om te fourageren en uit te rusten. (Bron foto: Vogelbescherming)

Het gaat goed met de lepelaars in Nederland. De populatie is in de afgelopen 20 jaar enorm gegroeid en wanneer we het hebben over deze vogels dan zijn we bezig met het vertellen van een van de meest succesvolle vogelherstelverhalen in Nederland. Even een paar cijfers: het onderzoeksinstituut Sovon laat zien dat de lepelaarpopulatie vanaf ongeveer 2005 een significante jaarlijkse toename vertoont van meer dan 5% per jaar. Dit betekent dat de populatie in ongeveer 15 jaar meer dan verdubbelde. In de periode 2013–2025 is er nog steeds een duidelijke toename, maar iets minder sterk. (Bron foto: Sovon Vogelonderzoek)

Om even terug te komen op die andere lievelingsvogel, de flamingo: W gaat een aantal keren per week naar het Zwillbrock en komt daar dan vaak Erik Ottema tegen die je met een gerust hart een flamingospotter kunt noemen. Erik maakt de prachtigste foto’s van de vogels en weet er ook alles over te vertellen. Zo kwam W onlangs terug met het verhaal dat er verschillende soorten flamingo’s in het Zwillbrocker Venn zitten en dat die samen voor nageslacht kunnen zorgen. De vogels accepteren niet alleen soortgenoten, maar ook flamingo's van een andere soort binnen de kolonie. Daardoor ontstaan gemengde paren die succesvol jongen grootbrengen. Dit wordt hybridisatie genoemd. De flamingohybriden zijn vruchtbaar en uit de jarenlange registratie blijkt dat zij gezond en sterk zijn. Binnen de kolonie komen daarom verschillende combinaties voor. En dan komt Erik met zijn kennis (en foto’s) aan het woord: “De kolonie in het Zwillbrocker Venn kent slechts twee oorspronkelijke hoofdsoorten: Phoenicopterus roseus (rechts op bijgaande foto) en Phoenicopterus chilensis (links). Het overige deel van de flamingo's bestaat inmiddels uit hybriden die uit deze verschillende kruisingen zijn voortgekomen.“

zaterdag 5 september: @ zoetermeer

Gisteravond een verschrikkelijk mooie zonsondergang in de Driemanspolder. Doordat het aan het begin van de avond geleidelijk opklaarde na een middag met buien, zorgde de zon ervoor dat er door de aanwezige waterdamp en brekende bewolking een prachtige, dieprode en oranje gloed over de polder en de waterplassen trok. Het was alleen jammer dat we op de camping zaten en niet aan de rand van zo’n waterplas. Ook een foto maken met een telefoon is wat anders dan een plaatje maken met zo’n grote toeter, maar het resultaat mag er best zijn (vinden wij). Maandag verkassen we hier en de verwachtingen tot die tijd vallen best mee: in ieder geval relatief droog.


De voornaamste reden om dit weekend in Zoetermeer te camperen is het feit dat kleinzoon Q (in de leeftijdsrangorde van de kleinkinderen nummer drie van vier) onlangs 14 geworden is. Een bezoekje van ons zat er op zijn eigenlijke verjaardag niet in want om een retourtje Japan te nemen om een taartje te eten is een beetje van de pot gerukt. Ja, hij was er met zijn ouders op vakantie; iets anders dan een fietsvakantie naar Vlieland. We staan tijdens onze bezoekjes aan de familie graag met de camper op camping De Drie Morgen in de Driemanspolder. Fietsafstand naar Pijnacker is zo’n 7 kilometer, dus goed te doen (als het droog is en niet te hard waait). Het bijzondere is dat je er met de auto bijna net zo lang over doet.

We waren pas om een uur of drie uitgenodigd, dus konden een lange ochtend “aan ons huwelijk werken“. Geintje natuurlijk, het klopt dat er na ruim 52 jaar nog wel wittebrood is, alleen de weken zijn allang om. We kennen inmiddels elkaars dromen, alleen de playlist voor tijdens de uitvaart is nog onbekend. Voldoende kijkje in ons huwelijksleven gehad? Dan kunnen we nu verder. Op zo’n er-hoeft-niks-ochtend worden de broodjes laat geserveerd, het was al een eind over elven. Zelfs W had na het ontbijt nog wat administratieve taken, namelijk de correctie van een kookboek met allemaal buitenlandse recepten. Vervolgens moest ze opnieuw op jacht, nu gewapend met een verrekijker en de doelstelling een rondje-rond-de-plas. Op het kaartje is de blauwe stip de plek van onze camping.


Gezien de wind (west 4) zonder extra lusje naar Pijnacker gefietst. Tussen de camping en Pijnacker ligt een behoorlijke te nemen horde, namelijk de A12, waar je maar op een beperkt aantal plaatsen onderdoor of overheen komt. De A12 tussen Den Haag en Zoetermeer is niet zomaar een snelweg: dit is het allereerste stuk autosnelweg van Nederland, aangelegd in de jaren ’30. De A12 was niet de twaalfde snelweg, maar kreeg het nummer omdat wegen rond Den Haag de nummers 11–14 kregen. Het traject Voorburg – Zoetermeer, onderdeel van de huidige A12, werd in 1937 geopend en vormt daarmee het oudste autosnelwegdeel van Nederland. In 1938 volgde het stuk richting Gouda. De weg had gescheiden rijbanen, ongelijkvloerse kruisingen en zelfs de eerste vluchtstroken ter wereld. Nederland was hiermee het derde land ter wereld met een echte autosnelweg (na Duitsland en Italië). Vandaag kozen we voor “onderdoor“, da’s minder hoogteverschil.

Hoogte moesten we toch al “overbruggen“ vanwege de Burgemeester Waaijerbrug en da’s weer een compleet nieuw verhaal. Wie aan een brug denkt, ziet meestal een min of meer rechte verbinding voor zich: van de ene kant naar de andere, liefst zo kort mogelijk. De Burgemeester Waaijerbrug aan de westkant van Zoetermeer doet het heel anders. Deze fiets- en voetgangersbrug slingert zich bijna sierlijk door het landschap en vormt daarmee een verbinding tussen het Westerpark en de Nieuwe Driemanspolder. Onderweg worden de Leidschendamseweg en de spoorbaan van de RandstadRail gekruist. De brug is ontworpen door het Leidse architectenbureau Syb van Breda & Co. Het ontwerp ontstond uit een gemeentelijke prijsvraag uit 2009. Het meest bijzondere vind ik de lantaarnpalen. Las ergens dat deze (op vliegende schotels lijkende) objecten een extra functie hebben. Naast lichtbrengers in de duisternis zijn het namelijk ook de draagkolommen van de brug. Voor de volledigheid: de brug is ongeveer 280 meter lang en bestaat bijna volledig uit weervast cortenstaal. Het is een grote bonk roest en dat schijnt nu net de bedoeling te zijn: door het roesten heeft het zijn karakteristieke warmbruine kleur gekregen en het heeft als voordeel dat het niet geschilderd hoeft te worden. Eind 2013 werd de brug officieel geopend. De foto hieronder is afkomstig van https://www.nationalestaalprijs.nl/project/fiets-en-voetgangersbrug-jan-waaijerbrug. Op die site vind je alle informatie over de brug.


Naar Pijnacker dus voor een verjaardagsvisite en een aansluitende barbecue. Gewoon gezellig. En: de Achterhoekse vlag wapperde weer fier boven in de vlaggenmast. Een mooie dag, beetje wind, vooral in de polder, maar met de ondersteuning op standje levensgevaarlijk was de rit heen en terug naar Pijnacker goed te doen. Temperatuur rond de 20 graden en zeer wisselend bewolkt. Wel droog. En morgen? Morgen is er weer een dag. We blijven nog een dagje hier. Er gaan geruchten dat we gaan fietsen.

vrijdag 4 september 2026

nog even weg voor de slachting - 7: een lijdensweg naar het westen

Een aantal vaste lezers was gecharmeerd van de foto’s van het zeilgebeuren uit 2001. Of er ook een plaatje uit die tijd was van de schrijver van deze stukjes. Heb er inderdaad eentje kunnen vinden: op nevenstaand plaatje moet je zoeken naar het achterste lijk.



vrijdag 4 september: @ zoetermeer

Warme nacht maar toch goed geslapen. Schijnt een beetje gespookt te hebben vannacht volgens anderen, heb er zelf weinig van gemerkt. Afscheid genomen van het Kottense land en vooral van familie en vrienden en via de Kötteldiek (tandartsafspraak van W) en plundra van de Aldi naar Zoetermeer. Het wordt er niet gezelliger op om op vrijdagmiddag van de Achterhoek naar het westen van het land te rijden. Normaal nog geen twee uur, deze middag bijna drie uur, niet vanaf Kotten maar gemeten vanaf vertrek Aldi Lichtenvoorde. Eigenlijk reden we van file naar file terwijl er niet echt grote problemen waren. Het begon bij de aansluiting van de A18 op de A12 en vervolgens het hele stuk naar Arnhem. De A12 (Duitse grens - Arnhem) wordt verbreed en de A15 wordt doorgetrokken. Nieuwe 90-kilometerzones en afzettingen zorgden voor langzaam rijdend en soms stilstaand verkeer. Op dit stuk zul je de komende jaren ongetwijfeld rekening moeten houden met een structurele vertraging. Volgens de laatste berichten van Rijkswaterstaat duurt de vertraging to eind 2030, dan pas wordt het knooppunt De Liemers (A15/A12) opgeleverd en kan het verkeer weer met normale snelheden rijden. Tot die tijd geldt een maximum van 90 km/uur ondanks het feit dat de extra rijstroken tussen Arnhem en de Duitse grens al in 2028 beschikbaar komen voor verkeer. En voor de rest zorgden pechgevallen en vooral drukte voor het nodige oponthoud. Volgens W is er gewoon veel te veel verkeer op de weg. Ook het regenachtige weer werkte niet mee aan een vlotte verkeersdoorstroming. Tegen kwart voor vier draaiden we camping de Drie Morgen op en mocht ik mezelf tracteren op een koel blikje goudgeel tarwesap. Van files krijg je gewoon dorst.

W vond dat ze lang genoeg had stilgezeten en ging op wandelend jacht (naar lepelaars geloof ik). Ze kwam een half uurtje later teleurgesteld terug. “Het enige wat mooi was waren de donkere wolken“, waren haar woorden en vervolgens stortte ze zich op een Filipine (een soort puzzel voor de duidelijkheid).

De truckfood kwam vandaag wel zijn vaste vrijdagplek innmen, in tegenstelling tot de vorige keer dat we hier waren. Onze koelkast was echter voorzien van attributen die op moesten en weggooien is ook zonde, dus vandaag mocht ik in actie komen: rijst met sperziebonen en kip piri piri, uiteindelijk kwam het allemaal in de wokpan terecht. De pindasaus die twee dagen in de koelkast had gebivakkeerd vormde geen goede match met de piri piri dus kon de kliko in, dus toch nog een beetje verspilwerk.

We hadden vandaag een reisdag volgens W (met de achternaam We zijn er bijna). V: 226.205, A: 226.396. Zon op/onder: 06:48/20:14 (gegevens Zoetermeer). Temperatuurtechnisch zijn we er echt niet op vooruit gegaan. Bij vertrek 23 graden en dat kelderde in een (lange) regenbui al snel naar 18 graden. Om 18:00 uur was het op de camping nog maar 16 graden en met een west 4 worden we nog net niet zeeziek. Morgen een nieuwe dag met nieuwe kansen. Één groot voordeel: in Lichtenvoorde is bijna 8 mm nattigheid gevallen vandaag.

nog even weg voor de slachting - 6: reünie in kotten

Zijn er schrikbarende dingen gebeurd de afgelopen dagen? Niet echt. Het meest interessante was dat je vacuüm van twee puntjes moet voorzien, terwijl mechanicien het weer zonder zo’n trema mag doen. Nog zo’n weetje: de juiste schrijfwijze van de kleding die Ot en Sien droegen is ot-en-sienkleding. Nog eentje dan om het af te leren: als de cowboy over de prairy galoppeert schrijf je dat woord met “ie“ (ook in het Engels, al zou je daar eerder een “Y“ verwachten). Het meervoud is dan prairies. Bron: beterspellen.nl.

donderdag 3 september: @ kotten

Jarenlang hebben we elk jaar weer een paar weken samen op een boot doorgebracht: een groep van aanvankelijk zo’n 20 kerels, later (toen de boot een stuk kleiner werd) teruggebracht tot zo’n vier mannen. Ja: af en toe mochten de vrouwen ook mee, maar dan was het sfeertje op een of andere manier anders. Schipper van dienst was meestal G te W wiens lijf in de loop der tijd in volume afnam terwijl de mijne juist een tegengestelde beweging vertoonde. Af en toe ging zwager R te K ook mee, al zagen we die ook op andere gelegenheden. Bijgaande foto's zijn gemaakt in juni 2001. We varen sinds een aantal jaren niet meer. De reden van dat feit heb ik al eerder in dit blog uitgebreid beschreven (iets met oude mannen en stijve botten en zo), maar we komen nog wel regelmatig bij elkaar. Zo ook deze donderdag. G te W komt in de Achterhoek om een weekje van woning te ruilen met R te K (vrouwen mogen ook meedoen) en om dit feit een feestelijk tintje te geven wilde ons keukenprinsje wel voor ons koken: lekker ouderwets namelijk mosselen voor de jongens en kaasfondue voor de meisjes.

Moest nog wel vanuit Bentelo komen en een ommetje maken via de Kötteldiek. Niet om W op te pikken, nee: die ging op de fiets. Wel moesten de nodige kledingstukken mee en weer eens voor alle seizoen iets: Buienradar is niet erg stabiel voor de komende weken. Nog even een prijscheck gedaan: er moest diesel worden bijgevuld. Kon in Groenlo voor een cent meer terecht dan in Oeding en voor € 2,329 per liter kreeg Puzzel een plens in haar buikje. Niet helemaal vol want de tankautomaat is begrensd. Snap niet helemaal waarom ze dat bedrag niet aangepast hebben inmiddels.

Om vier uur ’s middags kon iedereen elkaar in de armen sluiten en na de koffie gingen de meisjes de hond uitlaten, G te W moest zijn elektrieke auto weer aan de praat krijgen, R te K ging de keuken in en ik mocht een achterstallige afwas wegwerken. Kwam eerder op de dag tot de ontdekking dat ik geen theedoeken had ingepakt. Toen kwam het etentje op tafel. We begonnen met een heldere tomatenconsommé. Die kun je maken door rijpe tomaten te pureren met zout en ze een nacht te laten uitlekken in een schone doek, zodat je een helder, smaakvol sap overhoudt. Ons keukenprinsje hanteerde de bereidingswijze uit de klassieke Franse keuken en gebruikte eiwitten om de consommé volledig helder te maken. Deze traditionele techniek heet klaren (of clarifier). Zwager tilde een tip van de sluier op: maak een mengel rauw eiwit gecombineerd met fijngehakte tomaten en kruiden. Roer dit vervolgens door de koude, troebele tomatenbouillon, Terwijl de bouillon langzaam tegen de kook aan wordt gebracht, stollen de eiwitten. Het gestolde eiwit drijft naar boven en vormt een soort filterende koek (kruim of raft genoemd) aan het oppervlak. Dit eiwit trekt als een magneet alle zwevende, troebele deeltjes uit de bouillon aan. Het eindresultaat: onder de eiwitkoek blijft een perfect spiegelgladde, kristalheldere consommé over, die je er vervolgens voorzichtig onderuit schept of zeeft. R te K vertelde dat hij voor dit klaren tien eiwitten had gebruikt. Wat overbleef van de eieren werd in het toetje verwerkt bleek later: zelfgemaakt advocaat met walnotenijs. Tussendoor de aangeklede mosselen en kaasfondue, maar dat had ik al vermeld. Weer een culinair hoogstandje en vooral heel gezellig.

Heb in het grijze verleden wel eens wat verteld over de boerderij van mijn zwager en schoonzus, het Holthuis in Kotten, vroeger kadastraal bekend onder nummer H11-I (waarbij H voor Kotten staat). Vandaag even een beetje gegoogeld en kwam weer wat nieuwe informatie tegen. Zal je niet lastig vallen met genealogische gegevens van de boerderij, die kun je zelf terugvinden op
https://www.buurtschap.info/h11-I.html. Kwam onder meer tegen dat zwagert in 2023 meegedaan heeft aan het prestigieuze Luikenproject van de Boerderijenstichting Achterhoek. Hierbij zijn 6 traditionele luiken op de boerderij in ere hersteld, wat bijdraagt aan de prachtige, cultuurhistorische uitstraling van het erf. Als je in de buurt ben moet je ook een blik werpen op de Schoppe: zoals bij veel authentieke Achterhoekse boerderijen hoort er bij het erf een karakteristieke schuur (met oude binten), een onmisbaar onderdeel van de historische bedrijfsvoering in Kotten.

Een prima dag. V: 226.137; A: 226.205. Rijtemperatuur 19 - 23 graden; halfbewolkt. Zon op/onder: 06:48/20:14 (gegevens Kotten). En morgen? Morgen is er weer een dag. We gaan naar het westen van het land. Één van de kleinkinderen verjaart. Ook gezellig. Het enige tegeltje dat ik kon vinden met “mossel“ kwam niet door de censuur. Vandaar dit onschuldige delftsblauw.

donderdag 3 september 2026

nog even weg voor de slachting - 5: opnieuw wachten

Tijdje niks van me laten horen in verband met een (beoogde) ziekenhuisopname. Beoogd inderdaad: het is een soort soap geworden. Even het tijdspad: op 19 maart van dit jaar mocht ik door een scan nadat ik volgespoten werd met een of andere contrastvloeistof. Een CT‑scan van de bloedvaten heet officieel een CT‑angiografie. Daarbij wordt contrastvloeistof via een infuus ingespoten zodat er schitterende foto’s gemaakt konden worden van mijn bloedvaten. De vaatchirurg bekeek de foto’s grondig en vond het verantwoord om wat vernauwingen in de aorta en de benen te lijf te gaan. Dat bericht werd me op 13 april meegedeeld met de boodschap: wachtlijst van 3 maanden. Het werden er vier, maar helaas één dag voor de opname kreeg ik te horen dat de operatietafel defect was en de behandeling op 26 augustus ging dus niet door. Weer in de wacht. Och met een tarwesmoothie op zijn tijd viel het wachten voor mij wel mee. Had wel het idee dat W er meer moeite mee had, maar die zag mij dan ook dagelijks minder kunnen. Op dit ogenblik zelfs voor sommige momenten een leenrolstoel in huis. Ik had me er al bij neergelegd en elke avond wanneer de schemering ingevallen was dacht ik “en weer een dag dichter bij de dood“. Moest ik van W veranderen in de tekst “en weer is er een dag voorbijgegleden zonder dat ik er echt moeite voor heb gedaan“. Update: nieuwe opnamedatum vrijdag 18 september.

En zo links en rechts iemand een matabisjoe toestoppen helpt ook niet. Een matabisjoe (of matabi) is een historisch begrip uit zuidelijk Afrika dat een fooi, beloning, geschenk of steekpenning betekent. Het woord werd in de 19e eeuw onder meer gebruikt in reisverhalen over de Transvaal en de Zambezi om een belofte of beloning aan arbeiders of dragers aan te duiden en in één van die reisverhalen kwam ik de term tegen. Al lezend kom je nog eens wat te weten. Vraag je aan AI om een plaatje te maken bij de term “matabisjoe“, krijg je een nietzeggende afbeelding.

Wel leuk die discussies met die chatbotten. Stelde de vraag “waar slaat dit op? oftewel: geef eens uitleg!“ en kreeg als antwoord Aha — nu snap ik waarom je verbaasd bent over mijn plaatje. Ik had het woord verkeerd geïnterpreteerd. Ik heb matabisjoe opgevat als een soort Achterhoekse uitroep in de trant van “schiet op!”. Daar blijkt helemaal geen grond voor te zijn. Ik heb het woord nagezocht en het woord blijkt een oude benaming te zijn voor een oorlam: een portie sterke drank, in dit geval waarschijnlijk een borrel/jeneverachtig drankje. Een oorlam was oorspronkelijk het rantsoen sterke drank dat aan zeelieden werd verstrekt. Het woord zelf komt uiteindelijk van het Maleise orang lama, letterlijk ongeveer “oudgast” of “iemand die er al lang is”. Maar matabisjoe lijkt specifiek een Zuid-Afrikaanse vorm/benaming te zijn geweest. Dus mijn tekening was eigenlijk compleet mis. Mijn tekening stelde een man voor die: “MATABISJOE!” = “SCHIET OP!” zou roepen. Dat is nergens op gebaseerd. Een veel toepasselijker beeld zou zijn: een groep uitgeputte Afrikaanse roeiers in een lange kano op de Zambesi, die na 22 uur roeien reikhalzend uitkijken naar de beloofde fles drank — de “matabisjoe”. Leuk geprobeerd!

Met de leenrolstoel naar het Lichtenvoordse Openluchttheater (inderdaad “theater“ en geen “museum“). Vriendje van onze zoon trad op in het voorprogramma van Boh Foi Toch. Vriendje heet Jaap Huinink (rechts op de foto) en die heeft samen met Onno Zijdel de Achterhoekse band Noest opgericht. Twee soorten nummers brachten ze: rustige akoestische Achterhoekse luisterliedjes en kabaalmuziek met een mooi ritme. Volgens de kenners bestaat hun repertoire uit melancholische en verhalende liedjes in het Achterhoeks, ondersteund door instrumenten zoals hammond, piano, pedal steel, bas en drums. Heb een paar nummers beluisterd op Spotify en vooral de rustige nummers kwamen daar veel beter over.


Het Lichtenvoordse Openluchttheater, weer zo’n schitterende Achterhoekse uitvinding, letterlijk uit de Lichtenvoordse klei getrokken, ware het niet dat we hier in de regio zand hebben en geen klei. Niks stenen theater, gewoon een paar zeiltjes in de open lucht ergens in een paar weilanden, een podium en de nodige drank- en vreetketen. Het is een tijdelijk theater, ontstaan uit een bijzondere periode en telkens opgebouwd op een locatie waar natuur, cultuur en Achterhoekse nuchterheid bij elkaar komen. Het idee ontstond in 2020, midden in de coronacrisis. Voor de evenementenbranche viel vrijwel van de ene op de andere dag het werk weg. Optredens, feesten en andere evenementen werden afgelast en veel mensen die normaal hun brood verdienden met evenementen zaten thuis. Een aantal Lichtenvoordse ondernemers besloot niet bij de pakken neer te zitten. Onder anderen Luuk Domhof van De Timp en Nienke Penterman sloegen met anderen de handen ineen en bedachten een openluchttheater. Buiten kon immers meer dan binnen. De eerste locatie lag aan de N18, bij de zuidelijke afslag van Lichtenvoorde. Daar werd een weiland tijdelijk veranderd in een theaterterrein. Het bleek een schot in de roos. In slechts twaalf weken werden ongeveer 6.500 kaarten verkocht. Er waren muziekoptredens, theater, voorstellingen en andere evenementen. Het publiek kreeg iets wat in de coronatijd schaars was geworden: een avondje uit, in de buitenlucht en met voldoende ruimte om afstand te houden. Het succes smaakte naar meer. In 2021 keerde het openluchttheater terug, maar nu op De Schans aan de Visserijdijk bij Vragender. 

In twee coronajaren kwamen uiteindelijk bijna 15.000 bezoekers naar het tijdelijke theater. Daarmee was duidelijk geworden dat het concept niet alleen een noodoplossing was. Mensen bleken de combinatie van cultuur en buitenlucht bijzonder te waarderen. Toch kon het theater na 2021 niet op De Schans blijven. De regelgeving voor het natuurgebied maakte een voortzetting daar onmogelijk. De gemeente Oost Gelre sprak wel haar steun uit voor een vervolg en er moest dus een nieuwe plek worden gezocht. Die nieuwe plek werd dit jaar gevonden bij Hoppan, aan de G.J. Doorninkweg in Lichtenvoorde. Vier eigenaren van de hopplantage waren enthousiast over het plan. De hopvelden en de groene singels eromheen vormen een bijna vanzelfsprekend decor voor een openluchttheater. De beplanting zorgt bovendien voor beschutting tegen de wind. Tussen de hoge hopranken krijgt het begrip “cultuur in de natuur“ waarmee de jongens van de Timp (en Nathals en nog een aantal bv’tjes uit Zieuwent) mee showen een heel letterlijke betekenis. Het nieuwe theater is voorlopig opnieuw een proef, deze keer slechts twee dagen. We waren er op de tweede dag met Noest en Boh Foi Toch, maar dat had ik al verteld. Heerlijk vooraan in de rolstoelrij met collega-demente-bejaarden. Nee, geen foto’s van. Gelukkig! 

dinsdag 1 september: @ bentelo

Volgens W moeten we onze vakantie maar weer eens verzetten en wel naar de periode 1 tot 17 september. Programma was al snel gemaakt: eerst twee dagen “ontechten“, dan een avond (met overnachting) naar de kippenoppascentrale in Kotten waar deze keer niet de kippen op ons wachten maar een soortement reünie, op vrijdag doorsteken naar Zoetermeer omdat Nummer Drie zijn 14e verjaardag viert en vervolgens anderhalve week “afhankelijk van het weer“. Dat ontechten vond in Bentelo plaats, op zoek naar rust. En ja: die heb ik gevonden. Naast mij stond er nog maar één campertje op het terrein, ook een Pösseltje, maar dan een kleine variant. Voor de rest ruimte, veel ruimte. V: 226.097; A: 226.137; rijtemperatuur 17- 20 graden, later op de cp wat hoger. Zon op/onder: 06:45/20:19 (gegevens Bentelo).

woensdag 2 september: @ bentelo

Ook vandaag weinig te vertellen: inclusief gisteren 5 films gekeken (niks bijzonders en hooguit B-werk); daarnaast een aflevering van “we zijn er bijna“ en vier concerten van de Dubliners, kun je zo heerlijk bij koken. John, de eigenaar van de cp, kwam zijn dagelijkse praatje maken en vond het wel leuke muziek. Voor je het weet ben je weer een half uur verder. En verder: niks! Niveau als bijgaand grapje: “Wat is het verschil tussen een dood vogeltje? Zijn rechter pootje is even lang“. Donderdag naar Kotten, misschien via de Kötteldiek. Je hoort van me.