noordpolderzijl

noordpolderzijl

dinsdag 5 mei 2026

camperfietsen naar het zuiden - 3: even een (natte) trap op de rem

Had gisteren even terloops de naam het gehucht genoemd waar wij ons Puzzeltje geparkeerd hebben: Auwel-Holt. Auwel-Holt is een dorp in de gemeente Straelen in het uiterste westen van de Duitse bondsstaat Noordrijn-Westfalen. Het dorp schurkt tegen het Nederlandse Limburg aan. Onze camperplaats ligt achter een herberg die op de kruising van twee belangrijke verkeerswegen ligt: de L480 (Arcener Straße) en de L2 (Maasstraße). Niet al te druk, we hebben er geen last van gehad. Vond het wel een aangenaam plekje, W wat minder (“ik voel me net een koe in de wei“). Smaken kunnen verschillen.

Na twee etappes mag je zeggen “de kop is eraf“. Kon ChatGPT nog een passend plaatje laten maken van waar nu de kop eigenlijk af is. Kreeg een vraag van H te H waarom W zo graag naar de stad van Jacobus wil. Antwoord is eigenlijk helemaal niet zo moeilijk. In ieder geval niet om religieuze redenen. Het eindpunt van de Camino de Santiago is het veronderstelde graf van de apostel Jakobus de Meerdere. Neem van mij aan dat W niks heeft met de apostel Jacobus vereren, boete doen en helemaal niet de intentie heeft om dichter bij God te komen. Tegenwoordig omschrijft een groot deel (ongeveer 68%) de motivatie als een bredere spirituele zoektocht, gericht op bezinning en het vinden van rust. Geloof dat W ook niks heeft met de termen “persoonlijke groei en mentale reset“, dus niksnie reflectie tijdens levensveranderingen, zoals een pensioen of na een moeilijke periode. Denk dat de insteek gewoon “een sportieve uitdaging“ is. Eenvoudigweg kijken of het lukt en vooral lol hebben aan het fietsen.

dinsdag 5 mei: @ boxtel

“De route van een zeiler is geschreven in het zand bij laag water“. Iets soortgelijks geldt voor een camperaar: “Een camper heeft een motor, vier wielen en een stuur“. Nee, we hebben onze tocht naar het zuiden nog niet opgegeven en W houdt nog steeds van fietsen, alleen niet van fietsen in de regen. Vanmorgen was het vies, koud en nat in Auwel bij Straelen, geen weer om te fietsen maar meer om je te verheugen over het feit dat je net dit weekend drie (dure) geraniums van een plaatselijke bloemencorsoclub in de grond hebt gepoot en geen buren hebt om die water te geven (want: ook op vakantie): vaste fotokijkster C te L houdt me vanaf een van de Waddeneilanden in de gaten. Frisjes ook: het dashboard van mijn laptop gaf een buitentemperatuur aan van 10 graden met een real feel van 9 en de thermometer in de camper vertelde dat het binnen 14,1 was bij het opstaan om 08:35 uur. Ook morgen hangt er “een zware regendag“ in onze nek te hijgen. Nu ben ik niet zo van de weersverwachtingen, maar soms geldt de regel: waar rook is is ook vuur. Als dan Buienradar 31 mm regen verwacht voor Sint Odiliënburg op woensdag dan weet je dat daar dan misschien geen vuur is, maar wel genoeg nattigheid om het te doven. Laat nu in Liempde een camperbedrijf zitten dat quickservice biedt: repareren zonder afspraak. Maar.... alleen op woensdag. Daarbij komt dat het morgen woensdag is en dat het gezellig gaat regenen! Zo'n beetje de hele dag. En laten we nu ook nog wat te repareren hebben. Boxtel heeft een mooie camperplaats en ligt vlak bij Liempde zodat we niet voor het het kraaien van de haan hoeven te vertrekken om op tijd in de rij te gaan staan bij de camperdokter. Duidelijk toch?

Dus als eindbestemming “Camperplaats Boxtel“ ingetypt en van de ene Stellplatz naar de andere was het 92 kilometer volgens Google Maps, de teller van ons campertje gaf 91 aan. Een groot deel van de route ging over de A67 en laat dit nu de eerste keer in mijn leven zijn dat ik bewust een groot deel van die snelweg gereden heb. Het heeft nooit op onze route gelegen: meestal gaan we hier van noord naar zuid (of andersom) en laat nu de A67 een belangrijke oost-westverbinding zijn die de grens bij België (Eersel/Bladel) via Eindhoven en Venlo verbindt met de Duitse grens. Wel een drukke weg. Wegenwiki noemt het een cruciale logistieke route: de weg maakt deel uit van de Europese route E3 en is een vitale schakel voor het goederenvervoer tussen de havens van Antwerpen/Rotterdam en het Duitse achterland. Voor de bouw van de A67 was er geen hoogwaardige oost-westverbinding in dit deel van Nederland. Er bestond wel een netwerk van secundaire wegen, maar opschieten deed het niet. Wel was in het Rijkswegennet 1821 een “Groote Weg“ voorzien van Turnhout en Valkenswaard naar Venlo en Straelen, maar deze voorloper van de A67 is nooit volledig aangelegd. Op dezelfde manier was in de verschillende Rijkswegenplannen vanaf 1927 de aanleg van een rijksweg Eindhoven-Venlo voorzien, die via Helmond zou lopen. De realisatie daarvan had voor de Tweede Wereldoorlog echter nog niet plaatgevonden. De doorslag tot de aanleg van de A67 werd gegeven door “angst“: de voornaamste reden waarom vrij veel prioriteit werd gegeven aan de A67/E3 was militair belang. Bij een mogelijke slag om het Ruhrgebied tegen invallende Sovjets zouden Oost-West-aanvoerlijnen van cruciaal belang zijn. Langs het Belgische deel van de route lagen ook bases die goede aanvoerlijnen nodig hadden. Zeker in de jaren '50 werd in de regio af en toe wel gesproken over de NATO-weg Antwerpen-Roergebied. Het grote knutselen begon in de jaren 60 van de vorige eeuw en uiteindelijk werd de A67 deel voor deel in tien jaar tijd opgeleverd. Latere aanpassingen laat ik hierbij buiten beschouwing. Wil je het hele verhaal over de A67 lezen? Ga naar: https://www.wegenwiki.nl/A67_(Nederland). De afsluitingen op onderstaand kaartje dateren van vorig jaar.


Net na de middag waren we dus in Boxtel (eigenlijk is het Lennisheuvel maar Boxtel bekt beter) en droog, dus W na een kopje uiensoep op de fiets en boodschappen doen in ’s-Hertogenbosch. Waarom naar Den Bosch? Nog steeds op zoek naar een horlogedokter en leven op aardappelen alleen is ook niet alles. Een beetje eten was er ook wel in Boxtel te vinden, maar de plaatselijke horlogemaker (met de mooie naam Le Cloc Caduc) was gesloten. 5 mei, sommige mensen hebben dan vrij. Had ze toch weer even zo’n 40 kilometer op de fietsteller staan (en een werkend horloge!). Ik mocht inmiddels van mijn camper een mobiel kantoor maken: er viel weer eens van alles te regelen (notulen van de Avondvierdaagse Lichtenvoorde, wat e-mailverkeer met betrekking tot het museum; Veilig Verkeer Nederland en de elektrocar komen morgen aan de beurt). Prima camperplaats, maar behoorlijk aan de prijs (€ 21,50, stroom en douche apart bijbetalen).






Weertechnisch gezien een wat mindere dag. Morgen nog meer bagger, maar we komen er wel overheen. Er gloort licht aan de einder: we gaan donderdag weer op stap. Vermoedelijk route: Straelen - Sint Odiliënberg - Maastricht - Aken. In die laatste plaats komen we dus waarschijnlijk op zondag aan, maar je weet
“De route van een zeiler is geschreven in het zand bij laag water“, alleen dan iets met een camper erin. Om het moreel een beetje hoog te houden bijgaand de verwachting voor de komende dagen voor Aken. En de zon komt ook in Boxtel op: vanmorgen om 6:03. Ze gaat onder om 21:08. Vergeet ik nog helemaal te vertellen dat we tegenwoordig vergezeld zijn van twee kunstwerkjes. De grootste hebben we onlangs "ons-lieveheer-op-dashboard" genoemd. 


maandag 4 mei 2026

camperfietsen - 2: etappe bocholt - straelen

“Wel leuk al die informatie over zonnebrandcrème, maar de belangrijkste vraag ‘wat doet het spul eigenlijk?‘ heb je niet aan bod laten komen“, vond K te H. Nou vooruit: een korte cursus “kun je verbranden - verbrand dan mee“: zonnebrandcrème beschermt je huid tegen UV-straling (waarbij UV staat voor UtraViolet). Je hebt twee soorten ultraviolette straling: UVB (deze veroorzaakt verbranding, maar zorgt ook voor een mooi bruin zomers kleurtje) en UVA (zorgt voor huidveroudering en schade op lange termijn. Beide stralingstypen beschadigen het DNA en verhogen het risoco op huidkanker. Dan hebben we nog zo’n leuke afkorting in dit verband: de SPF (Sun Protection Factor) geeft aan hoeveel UVB wordt tegengehouden. Zo houdt SPF 30 zo’n 96,7% van de UVB-straling tegen en zorgt een factor 50 voor ongeveer 98% blokkering.

Nog even terugkomen op mijn stukje over persvrijheid. S te K had ergens opgevangen dat er door de UNESCO een of andere prijs werd uitgereikt. Heb het natuurlijk opgezocht en inderdaad: het gaat om de Guillermo Cano Wereldpersvrijheidsprijs (genoemd naar een Colombiaanse journalist die in 1986 werd vermoord omdat hij kritisch schreef over de gewelddadige drugsoorlogen in het land. Er wordt beweerd dat de huurmoordenaars werden betaald door Pablo Escobar, de bekende drugsbaron.) Voor de volledigheid: het Sudanese Journalists Syndicate heeft in 2026 de prijs gewonnen.

 

W kwam gisteren na sluitingstijd van de redactie nog aanzetten met een mooie foto die ze gemaakt had tijdens haar wandeling rond de Aa-see. Voor de kenners: ja, dit is inderdaad blauwe regen (één van de varianten van het geslacht Wisteria heb ik me laten vertellen). De struik op de afbeelding is inmiddels op leeftijd en heeft de hele muur overgenomen: genoeg ruimte om zijn paarsblauwe bloementrossen te laten hangen. Aanraken mag, maar eet geen plantendelen want die zijn giftig en dan met name de zaden en de peulen. Je schijnt er wel een bakje vol van naar binnen te moeten werken om ernstige klachten te krijgen, maar toch oppassen met kinderen en huisdieren.

 


maandag 4 mei: @ straelen

Een rustige namiddag en avond. Blog van gisteren al vroeg afgesloten: meer dan genoeg tekst. Het feit dat we gisteravond bonenprut met drumsticks (beide componenten uit de diepvries) hebben gegeten moet je dan ook vandaag van ons vernemen. Na 16:00 uur huttendag, want het ging regenen: zo’n bui die lang aanduurt, niet veel aanbrengt, maar waar je toch goed nat van kunt worden. De temperatuur stortte ook in. Door de visite dit weekend hadden we Flikken Maastricht (vrijdag) gemist. Dit jaar zonder Victor Reinier. Je weet dat ik nieuwsgierig ben, dus erg benieuwd naar het kijkgedrag van de Nederlander: heeft Flikken Maastricht dit jaar zonder “Wolfs“ minder kijkers? Het seizoen is nog niet afgelopen maar de feiten zijn duidelijk. Het programma is niet meteen ingestort zonder Reinier (start was nog sterk), maar: er is wel een zichtbare daling tijdens het seizoen. Afleveringen hebben vaker onder de 1 miljoen kijkers en dat is minder dan vorige seizoenen toen vaak 1,1 tot 1,5 miljoen naar een aflevering keken. Er is dus niet sprake van een instorting en de serie blijft relatief succesvol. Twee afleveringen gezien, ook die van komende week, dus seizoen 20 is voor ons afgesloten.

Wakker worden midden in Bocholt, waar ook de stad tot leven komt. Acht uur was het inmiddels bij mij, W had al een half uur haar best gedaan om het knorrende varkentje niet wakker te maken. In tegenstelling tot de bewoners van Bocholt hebben we geen haast, we willen wel naar het zuiden maar hebben niet echt plannen die strak in schema’s passen: een uurtje eerder of later, who cares? Misschien past het woord “pruttelen“ dat ik gisteren noemde meer bij het tempo dat wij hebben: een soort van tandje lager schakelen. Gisteren al de Stellplatzgebühr afgerekend: € 12,00 en daar kwam € 2,50 aan munten voor de stroom bij. Vergeet ik nog de 2 x € 0,50 voor het toilet omdat we liever een lelietjes-der-dalengeurtje in ons busje ruiken. Maandag, dus twee spellingstesten. Laten ze nu tegenwoordig diskjockey met een K schrijven. 

Het was nog geen half tien toen ik bijgaande foto van W maakte en zij de barre tocht mocht aanvaarden. Het grote probleem voor W vandaag was dat ze de Rijn over moest. Ik had een heel mooie route gevonden maar die maakte gebruik van een veerpont. En je raadt het al: op maandag kun je de Rijn bij Xanten niet met droge voeten oversteken. De passagiersveerboot met de mooie naam Kehr Tröch II vaart niet op maandag en om nu te wachten tot de eerste oversteek (woensdag) is ook al zoiets. Betekent dus dat er een andere route gevonden moest worden. Veerboten zijn dun gezaaid tussen Rees en Wesel, eigenlijk heb je er maar twee namelijk Grieth - Grietherort en Bislich - Xanten. Beide varen alleen in het seizoen (zeg maar april tot oktober) en dan ook nog niet alle dagen. Een fietser moet het met bruggen doen en dan kun je kiezen uit Rees en Wesel; belangrijk detail: die bruggen liggen hemelsbreed 20 kilometer uit elkaar. Routetechnisch gezien kwam alleen Wesel in aanmerking.



Het middagbammetje hebben we samen gegeten in Hamb. Nee, heb er ook nog nooit eerder van gehoord, dus alles wat ik hier vertel is opzoekwerk. Hamb was tot 1969 een zelfstandige gemeente en maakt tegenwoordig onderdeel uit van Sonsbeck in het district Wesel. En ja: we zitten nog steeds in NoordRijn-Westfalen. 1000 inwoners heeft het dorp en het leunt erg op de stad Kevelaer, dat min of meer bekende bedevaartsoord. Een leuke parkeerplek was er niet te vinden in Hamb, maar een snel broodje aan de kant van de weg kan natuurlijk altijd. W heeft wel mooie plekjes gezien, zo heeft ze een hele tijd langs de Issumer Fleuth (spreek uit als "Flöt") en de Niers gefietst.

Terwijl W twee pedalen nodig had om vooruit te komen had ik er aan eentje genoeg. Een lieflijk landschap dat niet uitnodigde voor gehaast geraas met een snelheidsmonster, maar een rustige tocht met een camper die een kalm, tevreden gepruttel laat horen terwijl je over smalle wegen rijdt, langs velden die net weer groen zijn geworden. Raam open, arm naar buiten: de airco hoeft nog niet aan, de wind doet zijn werk. Rijtemperatuur oplopend van 17 naar 19 graden. Op de camperplaats werd het later nog een graad warmer. Half een was ik op onze eindplek voor de dag: Wohnmobilstellplatz am Paradies (op het bord stond overigens ZUM Paradies, maar een kniesoor die daar op let). Toen alles stond en de soep warm was kwam W aanfietsen met 65,7 kilometer op de teller. De Wohnmobilstellsplatz maakt onderdeel uit van een Landgasthaus, helaas “geschlossen“, iets met Montag Ruhetag of zo. Voor € 12,50 all-in mochten wij 24 uur blijven, das dus drie Euro goedkoper dan in Bocholt. We zitten aan de rand van Straelen, de buurtschap heet Auwel-Holt. Walbeck (van de asperges) en de Duits/Nederlandse grens Venlo/Arcen aan de Maas liggen om de hoek.

Even samen de afwas doen en daarna moest W hoognodig een eindje fietsen: haar horloge had een dokter nodig en ze schijnt niet zonder klokje te kunnen. Fijn dat ze even naar het dorp ging: kon ze meteen een paprika meenemen. Vond nog een blikje bonen, had nog een lading uien en van huis nog een pakje hamblokjes meegenomen. Driegangenmenu: uiensoep (inclusief geraspte kaas), rode kidneybonen met paprika/hamblokjes/ui en een bakje vla toe. Wederom een culinair hoogstandje. En dankzij dit extra ommetje van 10 kilometer van W kan ik jullie blij maken met een foto van het centrum van Straelen.

Een mooie dag. De camper vertrok met kilometerstand 223.357 en werd geparkeerd toen er 223.422 op de teller stond. W had ook zoiets afgelegd. Zon op/onder: 06:02/21:02. Droog, de regen komt vanavond en vannacht; daarover morgen eventueel meer. We gaan zo in de avondstand. Kijken of we een goed netwerk hebben, anders wordt het lezen. Op het kaartje de afgelegde route van W.






zondag 3 mei 2026

camperfietsen naar het zuiden - 1: de aftrap (lichtenvoorde - kotten - bocholt)

Één van de mooiste woorden in onze taal is “pruttelen“. Je kunt het op verschillende manieren gebruiken. Als je het woord opzoekt in het woordenboek, kom je een paar betekenissen tegen, allemaal met een beetje hetzelfde gevoel van zacht, borrelend en niet al te krachtig: zachtjes koken of borrelen (daar mogen dan kleine geluidjes bijhoren, zoals in: de koffie staat te pruttelen en een paar uur later de soep ook), een motor die een onregelmatig, zacht draaiend geluid maakt en tenslotte (betrekking hebbend op mensen): zachtjes mopperen of klagen. Zo vindt W regelmatig dat ik weer eens zit te pruttelen. Zal proberen dat woord een paar keer terug te laten komen in de teksten van de komende dagen. En natuurlijk krijg je weer zo’n AI-plaatje van me: laat maar pruttelen die boel.

Ik moest in januari al een streep trekken door de maand mei en met grote letters noteren “vakantieblokkade“. Moet wel, want voor je het weet slibt de agenda weer dicht met allerlei ditjes en datjes waarvan een ander vindt dat je hoognodig aanwezig moet zijn. Proberen ze je ook nog veren in de kont te steken om je maar over te halen toch bij die ene (natuurlijk belangrijke) bespreking je neus te laten zien. Moest van W “op mijn strepen“ gaan staan (of waren het haar streepjes?) Enige concessie: niet te ver weg, kan een oproep krijgen voor een ziekenhuisopname en dan moet je binnen een paar dagen weer naar de Achterhoek kunnen pruttelen (eigenlijk nog iets verder: in Enschede schijnen ze net iets beter te kunnen ontstoppen dan in Winterswijk). Niet alleen de chauffeur is gammel, ook aan zijn busje mankeert het nodige. Andere omschrijving: beetje defecte zooi in de camper en pas in juni bij de camperdokter terecht kunnen voor een onderhoudsbeurt. Voornaamste probleem: geen werkend 12-voltsysteem. Daardoor is vrijstaan onmogelijk want je moet aan de paal (220 volt). De grote vraag was of onze gewone garage dit euvel kon verhelpen (dacht zelf aan een defecte zekering). Bus moest toch voor de APK onder het mes.

We hadden de afgelopen dagen geluk en de dagen brachten ons precies wat we nodig hadden: buiten zitten met de zon op ons bolleke en smeren maar, de komende dagen zullen we de zonnebrondcrème niet veel nodig hebben en hoeven we ons ook geen zorgen te maken over zaken als houdbaarheid en prijs van dat spul. De kranten stonden er de afgelopen weken vol van. Een van de belangrijkste punten van de krantenverhalen was: zit er verschil tussen A-merken en zo’n flesje van de Etos (huismerken dus). Ook de vraag “hoe lang is het spul houdbaar“ was een hot item. Voor de mensen die onder een steen geleefd hebben de afgelopen weken: omdat in Europa alle zonnebrandproductucten aan dezelfde strenge regels moet voldoen beschermt een goedkoop huismerk in principe net zo goed als een duur A-merk. Immers de aangegeven SPF (de beschermingsfactor, oftewel hoeveel procent UVB wordt tegengehouden, moet kloppen); daarnaast moet de veiligheid zijn gecontroleerd. Het grote verschil zit ’m in de gebruikservaring: A-merken zijn vaak wat minder plakkerig. Het gaat hier dus om de luxe en het comfort. Ik doe het wel met een tube “Kruidvat Solait SPF30 Sunmilk“, mijn buurvrouw met “Biodermal SPF30 Gezicht“ en beiden laten we “La Roche-Posay Anthelios SPF50+“ links liggen (en dat vooral vanwege het prijskaartje). Dan de tweede vraag: hoe lang is het spul houdbaar? De meest gangbare berichten zijn: ongeopend twee tot drie jaar, geopend 12 maanden. Eigenlijk geldt de praktische regel: heb je het potje vorig jaar geopend? Dan liever vervangen.

Nog één item voor ik aan het dagverslag begin. Afgelopen week heeft het museum veel aandacht in de pers gekregen. Allereerst natuurlijk meerdere advertorials, advertenties die eruit zien als redactionele artikelen maar gewoon door de opdrachtgever aangeleverd zijn. Daarnaast een mooi stuk een een tweetal plaatselijke kranten, een interview ter gelegenheid van het 90-jarig bestaan van het museum (bijgaande foto stond bij dat artikel en is gemaakt door Marc Ebbers). Topstuk was echter een column van Frank Zand, ook in een paar plaatselijke krantjes. Een deel ervan wil ik je niet onthouden: “Ik was bij het Achterhoeks Openluchtmuseum in Lievelde (daar kwam ik toevallig ook een collega tegen). Als je het over vrijwilligers hebt, dan zie je daar het levende bewijs van wat betrokkenheid betekent. Deskundigheid, vriendelijkheid, hart voor de zaak - powerpensionados. Zonder hen zou het museum niet draaien, zonder hen zou een stuk van onze geschiedenis verdwijnen. Je hoeft er maar rond te lopen om te zien hoeveel waarde vrijwilligers toevoegen, vaak zonder dat ze het zelf zo benoemen.“ Genoeg veren in eigen kont gestopt voor vandaag en over naar de orde van de dag.

zondag 3 mei: @ bocholt

Was al bijna vergeten dat het zaterdag 2 mei al weer zover was: de internationale dag van het naakt tuinieren, ofwel World Naked Gardening Day. Een dag waarop duizenden mensen wereldwijd hun kleding laten liggen en met blote billen in de borders duiken. Was deze keer niet van de partij, want visite en schoonzoon is niet echt van het bloot. Dus even niet de aarde, de zon, het gras en de frisse lucht aan mijn blote lijf voelen. Een cartoon in de Gelderlander herinnerde mij er aan dat ik deze dag eigenlijk gekleed in tuinhandschoenen door zou moeten brengen. Cartoon maar even bijgevoegd, denk dat de uitgever dat wel goed vindt met naamsvermelding: W heeft al jaren een abonnement op de Gelderlander. Tenslotte: de dag van het naakt tuinieren is niet alleen een grappige traditie. Het is een speels en luchtig protest tegen hoe serieus we alles nemen.

“Wat gaan jullie nu doen de komende tijd?“ is een vraag die de afgelopen weken regelmatig is gesteld. Terechte vraag want er komen vier dingen samen die niet helemaal bij elkaar passen: vakantie van een maand, verwachte oproep voor een ziekenhuisopname (tussen nu en tien weken), een lijf dat bruist van de energie (W dus) en een vent die al blij is als hij de dichtstbijzijnde stoel haalt en tegenwoordig supermarkten uitkiest op basis van de afstand parkeerplaats - einde van de winkel (je snapt al welk snuitje daarbij hoort). Een schijnbaar onmogelijke puzzel die binnen een paar minuten was opgelost. W wilde altijd al een keertje naar Santiago de Compostella fietsen, een tochtje van zo’n 2.300 kilometer (bijgaande kaart laat de route "bij benadering" zien). Met wat elektrieke ondersteuning dat dan wel weer, want moeders is inmiddels de 70 ruim gepasseerd. Ik houd van rijden (en kan ook niet veel anders meer), dus het hotelbed van W wordt dagelijks verplaatst door mij. Doen we de catering er ook bij en voila: zowel W als ik zijn volkomen tevreden. I love it when a plan comes together (gejat van Hannibal Smith uit The A-Team). Santiago zullen we de komende weken wel niet halen, maar Luxemburg of een eindje Frankrijk in moet lukken tot we een telefoontje van het ziekenhuis krijgen: niet te ver om in één dag terug te keren naar de Kötteldiek. Later in het jaar zullen we de draad weer oppakken en het ritje afmaken. Of (dat kan natuurlijk ook) het blijkt dat er geen reet aan is aan deze constructie. In dat geval heeft een camper vier wielen en een fietsendrager en passen we het programma dynamisch aan.Voorlopig op Komoot naar Aken en dan de Vennradweg volgen tot ergens in het noorden van Luxemburg (Troisvierges) via een uitstapje naar Oost-België. In het Luxemburgse land pikken we dan een of andere variant van de pelgrimsroute op, ergens langs een watertje: W is niet meer zo van het klimmen.

Bus APK’tje gehad en de binnenverlichting heeft het ook even gedaan (een uurtje of zo), moet ergens een kortstluiting zitten want de zekeringen knallen er uit. Alles op 12 volt doet het dus niet (water, verwarming) maar daar valt wel een mouw aan te passen. Vroeger in onze tentperiode wisten we niet beter. Denk dat we het probleem even parkeren tot het moment van groot onderhoud van de binnenkant van Puzzel, ergens in juni. Probleem van de broer van W met zijn camper is veel groter: die stopte aan de kant van de Pleijroute (Arnhem) en moest worden afgesleept, maar daarover straks meer. Ook mijn zusje heeft problemen met het campertje: springt telkens in de noodloop en dat in de Vogezen. Zijn onze problemen dus peanuts.

Kleinzoon Q die een kleine week bij ons heeft doorgebracht (immers vakantie) is vanmorgen weer meegenomen door zijn vader en moeder. Als dank voor het aangenaam verpozen heeft hij voor ons gisteravond het voorgerecht gemaakt (iets met bladerdeeg en kaas) en zijn moeder knutselde iets met asperges in elkaar. Allemaal goed binnen te houden. Toen het nageslacht op zondagmorgen was vertrokken konden wij ons bussie inpakken, W op de fiets stappen voor een monsteretappe van ergens tussen de 20 en 30 kilometer, weet je bij haar nooit van tevoren want ze fietst “op gevoel“. Ik noem dat verdwalen, zei rangschikt de extra kilometers onder “een blokje om“. Had graag een foto van de sportieve-dame-op-leeftijd-die-aan-haar-monstertocht-begint willen maken, maar dat zat er even niet in. We mochten via Kotten om ons autootje af te leveren (broerlief met de kapotte camper, weet je nog?). De tocht begon dus op een iets andere plek en in alle consternatie hebben we het fotomoment overgeslagen. Ben benieuwd wanneer we een foto maken op de plaats van bestemming. Uiteindelijk kwamen we beiden uit op Womopark Am Aasee in Bocholt, we waren er al eerder dit jaar. Gewoon een fijne etappe om “er even in te komen“ en voor de rest valt er niet zoveel over te vertellen. Voor de duidelijkheid: kaartje laat de camperroute zien.

De bus vertrok met kilometerstand 223.315. Eindstand 223.357. Rijtemperatuur oplopend naar 22 graden. W hield het droog en klokte 20.05 km. De kop is er af en omdat ze vanuit Kotten vertrok waren het minder kilometers dan oorspronkelijk de bedoeling was. Zon op/onder: 06.01/21:00 (gegevens Bocholt). Hoopte nog een beetje te kunnen nagenieten van de volle maan van 1 mei. Toen we vrijdag terugkwamen van het verjaardagspartijtje van kleinkind 2 stond deze schitterend aan een onbewolkte hemel te tetteren. Afgelopen nacht wat minder (al wat aan het afnemen) en vrijwel onzichtbaar: bewolkt en een opkomst van de maan na kinderbedtijd. Las ergens het volgende: De volle maan in mei wordt ook wel ‘bloemenmaan’ genoemd. Dat heeft te maken met het op gang komen van de lente, waardoor er overal bloemen te zien zijn.“ Dit jaar nog? En dat allemaal op de Dag Van De Persvrijheid. Op 3 mei vieren we het grondrecht dat “vrijheid van drukpers“ heet. In onze grondwet staat artikel 7 bekend als de ultieme vrijheid alles te mogen zeggen en schrijven wat je wil. Dat moeten we intact houden. Las onlangs in een krant dat in slechts een vijfde van de wereld totale persvrijheid geldt, beetje weinig. Waarom deze dag juist op deze datum? 3 mei is gekozen vanwege de ondertekening van het Verdrag van Windhoek in 1991, waarin enkele Afrikaanse kranten tekenden voor meer persvrijheid. Kan je nog wel even in het oor fluisteren dat UNESCO deze dag ook in een of ander lijstje heeft staan (dus het is min of meer officieel) maar of je daar werkelijk in geïnteresseerd bent? Later in de middag een voorzichtig buitje, maar het mocht allemaal geen naam hebben, al was W wel blij met een pluutje toen ze nog even een rondje Aa-see liep. Ik mocht niet mee: moest het fort bewaken of zoiets.



maandag 27 april 2026

de lente lokt - 11: terug van het feestje

“Toch fijn dat die Fransman dat zo goed onder woorden gebracht heeft“, appte W te W mij. Moest eerst heel diep nadenken en toen viel het kwartje: het ging over wind. Maar voor de duidelijkheid, beste W te W: Sir Francis Beaufort was geen Fransman maar een Ierse marinecommandant. De schaal die door hem in 1805 (het kan ook een jaartje later geweest zijn) werd bedacht is een systeem om de windkracht aan te duiden op basis van de snelheid en de effecten die de wind heeft op de omgeving. In tegenstelling tot een exacte meting van de snelheid op één moment, kijkt de schaal naar het gemiddelde van de windsnelheid over 10 minuten. De Britse marine zag al snel voordelen van deze schaal. Zo werd het in opdracht van de Admiraliteit in 1838 ingevoerd. Sindsdien wordt de schaal van Beaufort wereldwijd in de zeevaart gebruikt.

Interessant detail: de schaal van Beaufort fungeerde oorspronkelijk als tabel voor oorlogsschepen en als meetinstrument voor het algehele gedrag van de zeilen van een schip bij verschillende windsnelheden Met een toenemende windkracht werd het zeiloppervlak kleiner. Daarom was zijn schaal vooral gebaseerd op de zichtbare effecten van de wind op scheepszeilen.

Nog meer reagluurders op mijn blog van gisteren, nu over mijn uitdrukking “ja schudden en nee knikken“. Onder meer E te Z vond dat ik dit fout had. Het is allemaal heel betrekkelijk beste E te Z: in sommige culturen, zoals in Bulgarije, Griekenland en delen van Turkije, betekent nee knikken en ja schudden vaak het tegenovergestelde van wat wij gewend zijn. Waar knikken in Nederland 'ja' betekent en schudden 'nee', is het daar vaak omgekeerd: knikken voor nee en schudden voor ja. Wat dacht je overigens van de Achterhoek en Twente: de meeste mensen zeggen “joa, joa“, terwijl ze eigenlijk “nee“ bedoelen. Het kan ook “ik heb er geen zin in“ betekenen.

maandag 27 april: @ kötteldiek

Het was vannacht nog kouder dan gisteren: toen iets na vijven het eerste licht de donkere nacht probeerde te verjagen stond de thermometer in het woongedeelte van het busje op net geen 7 graden, ruim een graad minder dan gistermorgen. Kan: we hebben de IJsheiligen nog niet gehad. De IJsheiligen zijn vier of vijf katholieke heiligen waarvan de naamdagen vallen tussen 11 en 14 (soms tot 15) mei. Het staat bekend als de laatste periode in het voorjaar met een verhoogd risico op nachtvorst. Traditioneel wordt dit gezien als het moment waarna vorstgevoelige planten veilig buiten geplant kunnen worden. Voor de katholieken die “ze niet meer op een rijtje hebben“: Marmetus, Pancratius, Servatius (die van Maastricht), Bonifatius van Tarsus en Sofia van Rome. Over het juiste aantal zijn de katholieken het niet helemaal eens, heb ik me laten vertellen. Dat vraagt om uitleg: de oorspronkelijke reeks is vier, maar omdat men merkte dat het koude weer soms net iets langer kon aanhouden heeft men in Noord- en Midden-Europa (dus ook Nederland) "Koude Sofie" aan het rijtje toegevoegd en toen hadden we plotseling vijf van die koude heiligen.

Wakker worden en dan bedenken dat het Koningsdag is. Koningsdag, moet nog steeds aan die andere datum wennen, heb driekwart van mijn leven met de 30e moeten leven. “Ik had vannacht mijn koning naast mij liggen“, zei iemand, maar dat was in mijn dromen tussen 07:30 en 08:30, toen ook de hele binnenstad van Lichtenvoorde afgesloten was door wegwerkzaamheden en ik verantwoordelijk was voor de route van alle wandelaars van de Lichtenvoordse Avondvierdaagse. Opbreken en naar huis, want de nodige verplichtingen roepen deze week: elektrocar, feestdag op het museum, kleinzoon Q te logeren en kleindochter 2 jarig. Daarna kunnen we weer met onze “koets“ op stap en dan hopelijk wat langer dan een paar dagen achter elkaar. Niet al te ver weg, want de vatenboer kan het zo maar in zijn hoofd krijgen om even aan mijn aorta en wat andere (slag)aders te gaan knutselen. 

W is van de markten en laat nu schoonzus S te K op de grootste markt van de Achterhoek gaan staan: de Oranjemarkt in het centrum van Eibergen. S had een paar lapjes over (of kasten tekort) en heeft één van de twee- tot driehonderd kramen gehuurd om opruiming te houden en klein geld te maken. Achterhoek Promotie vertelt dat er “[… een breed aanbod aan kleding, brocante, speelgoed, kunst en lokale lekkernijen]“ is. Concreet: W op de fiets van Zutphen via Eibergen naar Lichtenvoorde, een sportieve ondernemeing van zo’n 50 kilometer. En ik? Ik blijf aan de kant omdat er toch iemand moet zijn om foto's te nemen. Oh nee: busje moet teruggereden worden naar de Kötteldiek.

Een leuk weekend en nu een weekje “werken“. De eerste “artistieke impressies met een hoog AI-gehalte“ vlogen me vanmorgen om negen uur al om de oren. Willem besteedde aandacht aan wat voor velen het hoogtepunt van de week moet worden: de viering van het 90-jarig bestaan van het Achterhoeks Openluchtmuseum. En dat ik rond 11 uur het bordje Kötteldiek zag met 233.304 km op de teller, een buitentemperatuur van 12 graden en eerder al een vergeten tuinstoel bij vriendin E te Z had afgegeven zal ongetwijfeld niemand interesseren, maar ik ben het kwijt.

zondag 26 april 2026

de lente lokt - 10: nog een feestje - 2

De mailbox stroomde vol naar aanleiding van die AI-foto van gisteren (ikzelf aan het koken in een Vincent van Gogh-achtige camper). Of het veel moeite kost zo’n plaatje te genereren. Nee hoor, zo gepiept. Je maakt een foto van je kop, load die up naar ChatGPT en vervolgens geef je een correcte “prompt“. (Soort modewoord dat “prompt“: een specifieke opdracht, vraag of instructie in natuurlijke taal die je aan een AI-model (zoals ChatGPT) geeft om een reactie, tekst of afbeelding te genereren). Het fungeert als het startschot voor de AI; hoe duidelijker en gedetailleerder de prompt, hoe beter het resultaat. Ik hanteerde voor de foto de volgende tekst: “gebruik bijgaande foto voor een cartoon van een fietser met helm bij de Warkense Molen, graag een beetje in de stijl van Charley Toorop“.

zondag 26 april: @ zutphen

We deden het vroeger ook: kamperen in de kou, maar was afgelopen nacht erg blij met ons busje, waar de thermometer voor de zon opkwam (om 06:15 uur) 8 graden aanwees. Denk dat het in het tentje van de buren nog een stuk kouder geworden is vannacht. De zon deed trouwens al snel haar opwarmwerk en tegen negenen was het verantwoord om onder de dekbedden vandaan te komen. Ik dus, W moest nog even digitaal contact leggen met de mensheid onder het genot van een kopje opgietfilterkoffie, betere koffie kun je niet voorstellen. Een lange, interessante dag stond er bij het opstaan voor de deur, want feest van zus en zwager in de Maalderieë. Maar eerst dus wakker worden op de Heicohoeve dat op zo’n 5 kilometer van het historische Zutphen ligt. Wakker worden op het veld dat de Bongerd heet betekent wakker worden tussen de fruitbomen: bongerd is een ander woord voor boomgaard. En onder die fruitbomen geen strak gemaaid gazon: gewoon hoog gras wat misschien lastig is als het nat weer is. Gisteren en vandaag was het evenwel droog dus genoeg gefladderte tussen de struiken en bomen en geen natte voeten. Interessant detail: alle directe buren om ons heen (drie equipes) zijn vanmorgen vertrokken. Toeval, of heeft één van ons vannacht te hard gesnurkt? We hebben nu een zee van ruimte. Wel valt het hoge gras extra op nu er zoveel groen te zien is. W sprak de gedenkwaardige woorden “ik hou wel van een rommelig sfeertje“. Buiten ontbijten, dat doe je niet zo snel als je thuis bent met deze temperaturen, maar hier kan het. 

Wanneer je “Maalderieë“ zegt dan heb je het ook meteen over de Warkense Molen. In 1878 liet de familie Nijendijk deze korenmolen bouwen. Om ook te kunnen malen wanneer er geen of weinig wind was breidden ze in 1924 uit met een maalderij met elektromotor. Alle machines zijn inmiddels verwijderd en De Maalderieë is tegenwoordig een authentieke feestlocatie direct naast de molen. Bij het complex hoort ook een authentieke bakkerij met takkenbosoven. Tijdens speciale dagen wordt hier in het Bakkerijkmuseum nog steeds brood gebakken van het meel dat in de molen gemalen is. Dat het museum een historische bakkerijcollectie heeft zal je misschien minder interesseren, maar mijn museumhart gaat kloppen van gereedschappen en machines die vroeger door bakkers werden gebruikt, zoals een amandelwrijfmachine. Fietsen naar Warken dus, een kleine, uitgestrekte buurtschap (je mag ook gehucht zeggen) bij Warnsveld. Zelfs deze plekken hebben geschiedenis. Warken schijnt al in 1059 genoemd te zijn (geschiedkundigen zeggen dat het betreffende document vervalst was, maar dat zijn peanuts). Schrijfwijzen als Werken en ook Wercken wisselden af met Warken. Opmerkelijk is een oude lindeboom bij boerderij Aalderink, een van de oudste lindebomen van Nederland. De boom heeft mogelijk als grensbepaling gediend van de marke van Warken en is naar schatting geplant rond 1650. De oorspronkelijke boom is in de loop der eeuwen deels uiteengevallen, maar vanaf 1930 is er uit de wortelvoet een nieuwe stam gegroeid. Deze “jonge“ stam is inmiddels zelf al ruim 21 meter hoog. Heb het niet van mezelf, maar van een erkend boomkenner met de naam Bert Schut die uitvoerig onderzoek heeft gedaan naar de ernstig bejaarde boom.



We werden al om 13:00 uur verwacht, dus al vroeg in de middag op de fiets om de “monstertocht“ van een kleine 7 kilometer af te leggen. Inderdaad monstertocht want mijn benen hebben niet alleen moeite met lopen, tegenwoordig ook al met trappen. Tempo wat aanpassen, dan kom je er wel. De zon werkte mee en de wind (ergens tussen noord en oost) hield het op maximaal 1 Beaufort (volgens het weerbericht; de real feel was een puntje meer): niks mis met de weersomstandigheden. Gehoorapparaten in, vang ik ook hier en daar nog wat op van een gesprek: wel zo handig dat je weet wanneer je op het juiste moment ja moet schudden en nee moet knikken. Het was een leuk en gezellig feestje op een bijzondere locatie. De Affligem blond was goed binnen te houden, veel babbels met mensen waarvan blijkt dat je ze toch een keer eerder gezien en gesproken hebt. En vooral tot de ontdekking komen dat neven, nichten en achterneefjes/nichtjes weer een stuk ouder geworden zijn. Kreeg bij het weggaan nog een cadeautje van mijn jongste zus, een aanvulling voor mijn verzameling. Je mag één keer raden wat ik spaar!


Tegen vijven weer terug. “Het is net of het sneller gaat dan de heenweg“, zei W. Ze vergat dat ze de wind achter had op de terugweg, de route was ongeveer hetzelfde. Een mooie dag. En voor de statistieken: W en ik zagen er 50 jaar geleden op het feest van zus en zwager iets anders uit dan tegenwoordig. Kijk maar naar de bewijsfoto: alleen waren we toen jong en mooi, tegenwoordig alleen nog maar mooi. Half zes in de avondstand.