Soms hebben W en ik best serieuze gesprekken. Neem als voorbeeld gisteravond. Je weet dat we bij een aspergeteler staan en ik had even opgezocht dat de familie net iets minder dan 5 hectare aspergevelden heeft. Vraag van W: “kan een boer leven van alleen aspergeteelt?“ Boer Peeters zit qua hectares op het randje, al is het wel zo dat naast oppervlakte andere factoren een rol spelen, namelijk de opbrengst per hectare, verkoopprijs. de hoeveel werk hij zelf doet en de bewerkingen die de asperges op het bedrijf ondergaan. Vooral de verkoopprijs is doorslaggevend en die is afhankelijk van de verkoopmethode. Een aspergeteler die een groot deel via de veiling/groothandel afzet, krijgt een heel andere prijs dan iemand die rechtstreeks aan consumenten, restaurants of via een eigen winkel verkoopt. Bij asperges is dat verschil interessant genoeg om het bedrijfsmodel behoorlijk te beïnvloeden. Een boerderijwinkel, verkoop langs de weg en horeca-afzet kunnen het rendement per hectare sterk verhogen. Familie Peeters heeft bewust voor deze laatste strategie gekozen: het gaat niet om zoveel mogelijk hectares, maar juist om een groot deel van de opbrengst rechtstreeks aan particulieren verkopen. Daarbij komt dat ze hun asperges zelf wassen, sorteren, schillen en verpakken. Daarnaast verwerken ze asperges tot bijvoorbeeld aspergesoep (en met € 4,50 voor een niet al te groot bakje behoorlijk aan de prijs). Samenvattend: met 4,5–5 hectare kunnen Johan en Esther dus kennelijk wel degelijk een bedrijf runnen, maar het verdienmodel is duidelijk anders dan bij een grote teler die zijn asperges vrijwel allemaal via de veiling afzet. Nu we het toch over asperges hebben: W gaf bijgaande foto de titel “koeien die verstoppertje spelen“, ik meende toch echt dat het aspergefolie was.
Heb ChatGPT een uitgebreide berekening laten maken van de financiële kant van onze aspergeboer. Zal je de exacte cijfers besparen (veelal ook aannames), maar de eindconclusie is zeer duidelijk: omdat Peeters een bedrijf heeft opgebouwd dat niet alleen bezig is met het telen en steken van asperjes, is zijn toko economisch levensvatbaar.
woensdag 9 september: @ helden
Een dag met weer eens wat lagere temperaturen. Net geen 20 of zo hier in Helden. Een ideale dag om de buurt op de fiets te verkennen. Alleen niet in de vroege ochtend, want pas om 12:00 werd het een graad of 17 en met een westenwind kracht 3 voelde het frisser aan. Gisteren nog in de korte broek en de sandalen, vandaag beentjes bedekken, sokken aan en doe ook maar een truitje. En zo’n ochtend is ook snel voorbij en alle tijd voor het maken van een route door onder meer de Heldense Bossen, gisteren al twee keer geschampt en vandaag een beetje beter verkennen. Het bosgebied is ongeveer 1100 hectare groot en ligt tussen Helden, Kessel, Maasbree en Baarlo. Komoot beloofde ons met een aantal plaatjes dat met de vele stuifzandheuvels de Heldense Bossen een bijzonder stukje natuur zijn. Die stuifzandduinen zijn in de loop van de ijstijden en later door wind ontstaan. In de middeleeuwen was het gebied vooral een open landschap van heide, zand en vennen. Schapen graasden er en de heide werd geplagd voor gebruik in de potstal. Het huidige bos kreeg vooral vorm in de eerste helft van de twintigste eeuw. In de jaren twintig en dertig werden op grote schaal grove dennen aangeplant. Dat gebeurde niet in de eerste plaats voor natuur of recreatie, maar voor de houtproductie. Het dennenhout was namelijk zeer geschikt als mijnhout in de Limburgse en Belgische kolenmijnen. De dennen werden gebruikt om mijngangen te stutten. Het gebied was daarmee onderdeel van de economische ontwikkeling die door de mijnbouw in Zuid-Limburg werd veroorzaakt. Daardoor bestaat het bos nog steeds voor een belangrijk deel uit naaldbomen, hoewel het landschap geleidelijk verandert. Oude productiebossen worden op sommige plaatsen omgevormd tot meer natuurlijke bossen, met meer variatie in boomsoorten en structuur. Het bos is bovendien groter dan je op het eerste gezicht zou denken. De Heldense Bossen maken deel uit van een veel groter aaneengesloten landschap met onder meer de Kesselse Bergen, het Kesseleikerbroek en De Meeren. Samen vormen deze gebieden een opvallend groen gebied in de driehoek Helden–Baarlo–Kessel.
Op een bepaald ogenblik zei W: “dit komt me bekend voor“. En dat kan, we waren al eerder (2024) bij het “Silhouet van de Heilige Familiekapel“. Op deze plek stond vanaf 1900 een kapelletje dat tijdens de Tweede Wereldoorlog werd verwoest. Men heeft hier nu een open metalen constructie neergezet en moet de herinnering levend houden aan alle gebouwen die tijdens de Tweede Wereldoorlog in Baarlo zijn verwoest.
“Waarom staat hier nu een bordje Boekelderbos?“ was een paar kilometer verder de vraag van W, die zich voor de verandering eens bezig hield met details van de route. Meestal fietst ze mee en geniet. Vandaag maakte ze zich zorgen of het Boekenderbos onderdeel uitmaakte van de Heldense Bossen. Heel fijn zo'n vraag W, levert me weer een paar regels verhaal op. Heb het opgezocht en Staatsbosbeheer gebruikt een zeer interessante formulering: het Boekenderbos ligt in het gebied dat bekendstaat als “de Heldense bossen” en/of “In den berg”. Dus het antwoord op de vraag van W is dat het Boekenderbos en De Heldense Bossen geografisch aangrenzend zijn, maar officieel/naamkundig onderscheiden. Waar je je al niet druk over kunt maken op je oude dag.
Bospaden, fietspaden en af en toe autoluwe wegen vormden onze route tot we terecht kwamen op “Weg 208“, een gravelweg. Een betere omschrijving zou zijn “een strak en goed begaanbaar onverhard pad dat dwars door de natuur loopt en geschikt is voor vrijwel elk type fiets“
Toen we Panningen indraaiden hadden we aan de Beekstraat weer een déjà-vu: de Sint-Odiliakapel, een klein maar interessant stukje religieus erfgoed, zo’n klein verhaal onderweg: een eenvoudig gebouwtje, maar inmiddels ruim 160 jaar oud. Maar ik zal niet in herhaling vallen: het verhaal van Odilia (we hebben er twee in de aanbieding, namelijk die van de Elzas en eentje uit Keulen) heb ik in oktober 2024 al verteld. Ben je geïnteresseerd, (her)lees dan dat verhaal.
De voorlaatste highlight van onze tocht werd gevormd door de Lidl in Panningen. Een uitgebreide beschrijving lijkt me niet nodig. Uiteindelijk werd besloten dat we een dezer dagen hamblokjes in de pastasalade krijgen en dat de door mij voorgestelde garnalen de koeling van de super niet mochten verlaten. Na een late lunch op een bankje aan de voet van de Onze-Lieve-Vrouw-van-Zeven-Smartenkerk in Panningen vertrokken naar een kerk die we gisteren alleen vanuit de ooghoeken hadden gezien. En inderdaad vandaag met andere ogen (en een fototoestel) gekeken naar de Sint-Lambertuskerk aan het Mariaplein in Helden. W maakte een foto waarop de kerk stond te schitteren in de zon. Zeer afwisselend weer vandaag zullen we maar zeggen. Een rijksmonument, al is de kerk die we vandaag mochten bewonderen niet helemaal de kerk die hier oorspronkelijk stond. Het gebouw heeft in de loop der eeuwen nogal wat meegemaakt. Helden had al in 1288 een eigen parochie. De huidige kerk kwam volgens de gemeentelijke dorpsgeschiedenis in 1455 tot stand in opdracht van de kartuizers uit Roermond. De kerk kreeg in 1572 te maken met de Tachtigjarige Oorlog. Staatse troepen van Willem van Oranje trokken door de streek en staken de Lambertuskerk in brand. Toen de rust in volgden herstelwerkzaamheden. Ook in de negentiende eeuw werd de kerk verschillende keren aangepast en gerestaureerd. Het meest dramatische hoofdstuk kwam echter in november 1944. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd de kerktoren door de Duitsers met springstof opgeblazen. Daarbij werden ook de gewelven van het schip zwaar beschadigd. Na de oorlog werd de kerk in 1952-1953 herbouwd. Het enige wat echt oud is een klok die in de toren hang, deze werd in 1574 gegoten.
Op dat Mariaplein staat ook een koepeltje, eigenlijk moet je “kiosk“ zeggen. Dit gebouwtje werd in de loop der jaren een ontmoetings- en muziekplek voor het dorp. De gemeente beschrijft het Mariaplein met kiosk als een aantrekkelijke plaats voor het ‘Dörper’ verenigingsleven, onder meer voor schuttersgilde, fanfare en andere verenigingen. Heb ik niet van mezelf maar van Omroep Peel en Maas. De foto in deze alinea is ook van W en laat de onderkant van het dak van het koepeltje zien.
En toen, na 26 kilometer afwisselend fietswerk (bossen, akkers, dorpjes en zelfs nog een toefje heide), konden we de boodschappen uit de fietstassen halen en op de juiste plek opbergen. Op een klein buitje na drooggehouden (en tijdens die bui konden we schuilen onder een carport waar geen auto’s stonden). Eenmaal terug op het nest een flinke regenbui en dat terwijl W net onder de douche stond: ze had 50 cent uit kunnen sparen. Een mooie dag, maar ik heb het wel gehad met dat fietswerk: het gaat elke dag moeizamer. En morgen? Morgen is er weer een dag en bij de afbakbroodjes gaan we dan bekijken hoe onze reis verder gaat.


.webp)


.webp)



.webp)



.jpg)

















.png)
.jpg)






















.jpg)