noordpolderzijl

noordpolderzijl

maandag 24 augustus 2026

nog even weg vóór de slachting - 3: fietsen over de veluwe

H te W ondervindt altijd problemen bij het maken van afbeeldingen door AI-beeldgeneratoren. Hij komt regelmatig gebouwen tegen die in werkelijkheid niet bestaan. Hoe dat zit met mijn “Groeten uit Nunspeet“ wilde hij graag weten. Wel beste H te W: ervaring heeft geleerd dat je zo’n chatbot goed duidelijk moet maken wat je wilt en dat hij/zij vooraf elke afbeelding grondig moet verifiëren op bestaanbaarheid. Zo bevat “mijn“ ansichtkaart (zie vorig blog) linksboven een afbeelding van het Veluwemeer met zeilboten, geschoten vanaf het strand in de buurt van de Zwaan. Rechtsboven wordt de dorpskerk van Nunspeet weergeven; deze kerk heeft een toren uit de 15e eeuw en staat aan het Kerkplein. Het stationsgebouw (lijn Amersfoort - Zwolle) dat op de kaart staat is nog steeds in gebruik. Het C.J. van Liendenhuis is een voormalig rustoord, heeft nu een horecabestemming. Kwam het pand ook tegen op een oud suikerzakje. Schapen op de Veluwse heide maakt de kaart af. Weergegeven is de situatie in het Zanderbos.

Had bij het vorige blog nog een standbeeld over aan het einde van mijn verhaal. Het beeld heeft de titel “de Vruchtbaarheid“ en is gemaakt door Charlotte van Pallandt. Tegenwoordig staat het bij de turborotonde aan de N302/Knardijk bij Harderhaven, aan de kant van Zeewolde. Maar dat is niet de oorspronkelijke plaats. Van Pallandt maakte het beeld in 1958 als symbool voor de vruchtbaarheid van het nieuwe land. Het was oorspronkelijk bedoeld voor het gemaal Colijn in de Noordoostpolder, maar daar kwam het nooit terecht. Het beeld werd in plaats daarvan bij de Hardersluis geplaatst en daar in 1960 onthuld. Daar stond het ruim veertig jaar. Bij de aanleg van de nieuwe verbindingsweg tussen het oude en het nieuwe land kwam het echter letterlijk in de weg te staan. Begin 2002 werd het verwijderd. Vervolgens kreeg het een nieuwe plek bij de turborotonde langs de N302. Op 29 januari 2003 werd het daar opnieuw onthuld, bij de officiële opening van de nieuwe vaste oeververbinding tussen Flevoland en Gelderland: het Aquaduct Veluwemeer.

maandag 24 augustus: @ nunspeet

Met de uitdrukking “A vaillan coeur rien impossible“ (niets is onmogelijk voor een moedig hart) deed ik vanmorgen mijn ogen open en aanvaardde een nieuwe dag. En als er nog geen tegeltje van is dan maken we die ter plekke! Nog even verbaasd de wenkbrauwen gefronst. Het blijkt dat “ideeëloos“ de officiële spelling is van het woord dat zowel W als ik spellen als “ideeënloos“. We mogen de tussen-N vergeten. Leefden we ruim 30 jaar geleden dan hadden juist wij weer gelijk gehad: in het Groene Boekje van 1995 stond nog “ideeënloos“ (met n), maar dat was inconsequent. In latere edities staat “ideeëloos“. Dit stemt overeen met de regel voor de tussen-n bij afleidingen, net zoals bij harteloos, argeloos, sprakeloos enzovoort. Kreeg nog even de bibbers toen het Ziekenhuis Enschede om half tien belde. Je weet dat je maar zo afgebeld kunt worden. Gelukkig ging het deze keer alleen over veranderingen in medicatie, dus kon met een gerust hard verder met het accepteren van weer een nieuwe dag.

Scheepsraad: “wat brengt ons deze dag?“ Vertelde gisteren al dat we drie opties hebben: in één keer naar de Kötteldiek met op dinsdag een klungeldag, in twee etappes terug (nadruk op fietsen W) en blijven. Dat laatste is het uiteindelijk geworden: een rustig dagje de Zwaan met een fietstocht over de Veluwe naar de Gortelse Heide, dat aan de noordkant van de Veluwe tussen Gortel en Vierhouten ligt. Het is één van de karakteristieke open heidegebieden van Kroondomein Het Loo. Dé plek om te voldoen aan de paarse-heidebehoefte van W. Kroondomein Het Loo omvat ruim 10.000 hectare bos, heide en andere natuur. Een “basisroute“ van Komoot en een kaart met fietsknooppunten vormden ons uitgangspunt. In het gebied liggen ongeveer 1600 hectare heideterrein. 

De Gortelse Heide behoort tot de noordelijke heidegebieden; verder naar het zuiden liggen onder meer de Asselse en Soerense Heide. Tussen de grotere heidevelden zijn bovendien heidecorridors aangelegd. Daardoor kunnen planten en dieren zich tussen de verschillende gebieden verplaatsen. Dat de Veluwe tegenwoordig nog zulke grote open heidevelden bezit, is overigens niet vanzelfsprekend. Rond het begin van de twintigste eeuw werden veel Nederlandse heidevelden ontgonnen of bebost, vooral met grove den. Ook op de Veluwe gebeurde dat op grote schaal. Koningin Wilhelmina vond echter dat de grote heideterreinen van haar landgoed behouden moesten blijven. Mede daardoor zijn belangrijke delen van de Veluwse heide niet in bos veranderd. Het beheer is erop gericht te voorkomen dat de heide langzaam dichtgroeit met bomen en struiken. Volgens W was de heide vandaag op zijn mooist: dieppaars. Dat de beloofde edelherten, reeën en wilde zwijnen zich vandaag niet lieten zien zal wel aan het tijdstip gelegen hebben. Ik las ergens “Wie vroeg op pad gaat, heeft dan ook een grotere kans om wild te zien“ en het liep inmiddels al tegen de middag toen we vertrokken. 

Overigens kwam ik wel bordjes tegen met “Staatsbosbeheer“, soortgelijke bordjes met “Kroondomein“ heb ik niet gezien. Voor de zekerheid maar gevraagd of de Gortelse Heide wel tot het Kroondomein hoort, deze keer aan Google. Antwoord: Ja, de Gortelse Heide (ongeveer 108 tot 148 hectare groot) maakt deel uit van Kroondomein Het Loo, het grootste aaneengesloten landgoed van Nederland. Het glooiende heidegebied ligt op de Veluwe nabij het buurtschap Gortel en sluit direct aan op de omliggende koninklijke bossen en natuurgebieden“. Gemakkelijker kan ik het niet maken.

 

Onderweg seinde Komoot ons in “U hebt het Verscholen Dorp bij Vierhouten“ bereikt. Mooie gelegenheid om even te stoppen ergens diep in de bossen. Terwijl W op zoek ging naar de plek die herinnert aan een van de meest bijzondere onderduikverhalen uit de Tweede Wereldoorlog, was ik getuige van het wegwijzeren van vier Franse dames aan een Duits echtpaar, voertaal Engels. Had ik moeten filmen! W kwam met wat foto’s en een verhaal terug: vanaf 1943 vonden tientallen mensen in het Verscholen Dorp een schuilplaats voor de Duitse bezetter. Het ging vooral om Joden, maar ook om verzetsmensen, studenten, werkweigeraars en enkele geallieerde militairen. De afgelegen ligging in de bossen maakte het mogelijk om een gemeenschap te vormen die vrijwel onzichtbaar moest blijven. Het initiatief kwam onder anderen van verzetsman Piet Bakker, die samen met anderen een veilige plek zocht voor mensen die dringend moesten onderduiken. In het bos werden eenvoudige hutten gebouwd, gedeeltelijk ingegraven en zoveel mogelijk aan het oog onttrokken. De bewoners noemden hun schuilplaats aanvankelijk het Pas-Op-kamp. Er stonden uiteindelijk negen hutten, waarin afhankelijk van de omstandigheden ongeveer tachtig tot ruim honderd mensen verbleven. Op 29 oktober 1944 kwam er een abrupt einde aan de relatieve veiligheid toen twee Duitse militairen het kamp ontdekten tijdens een jachtpartijtje. De onderduikers kregen een waarschuwing en velen konden ontsnappen, behalve acht Joodse bewoners. Zij werden later in het kamp gefusilleerd.

Overigens is nog steeds een deel van het Kroondomein Het Loo van 15 september tot 25 december gesloten. Als officiële reden wordt aangegeven: om de natuur rust te geven en faunabeheerders ruimte te geven voor populatiebeheer. Vroeger noemden we dit gewoon “jachtseizoen“, tegenwoordig gooit men er termen tegenaan als “aantalsreductie“. Als je dan iets verder in de materie duikt zie je op de officiële website van het Koninklijk Huis staan dat in de periode september-december ongeveer 90% van het afschot plaatsvindt. Jachtseizoen dus, alleen is de terminologie tegenwoordig anders.

Bijna op het eind van onze fietstocht deden we Vierhouten aan, een lieflijk dorpje midden tussen uitgestrekte bossen en heidevelden. Volgens het toeristenfoldertje heeft het dorp “een bijzonder karakter: "het is van oorsprong een agrarische enclave, maar tegenwoordig wordt het vooral geassocieerd met natuur, recreatie en toerisme. De oude landbouwgronden liggen als een open gebied tussen de omringende bossen“. Volgens W was het meest karakteristieke aan het dorp de ijscoboer (ervaring van afgelopen zaterdag). Als je weet dat “hout“ een oude naam voor bos is, kun je je voorstellen waar de naam vandaan komt: er liggen vier bossen in de directe omgeving: het Elspeterbos, het Gortelsebos, het Vierhouterbos en het Vreebos. Dat was al zo in 996, toen werd de naam voor het eerst genoemd. Voor de volledigheid: de ijscoboer was gesloten en een broodje en een sapje bij de plaatselijke super kon ook niet. Er is geen eigen supermarkt meer in Vierhouten. De laatste lokale buurtsuper (Supermarkt Mulder aan de Nunspeterweg 18) heeft in oktober 2023 na 92 jaar definitief de deuren gesloten. Achteraf gezien hadden we wel op één van de vele terrasjes kunnen plaatsnemen, immers de aow en het pensioen bleek vandaag overgemaakt te zijn.

W had het aan het begin van onze fietstocht al aangekondigd: een beklimming van de 30 meter hoge uitkijktoren op het transferium van Nunspeet. Ik kon het toen nog uitstellen met de belofte dat we er op de terugweg weer langs zouden komen. En inderdaad: 2,5 kilometer voordat Komoot zou roepen “bestemming bereikt“ stapten we af en bedwong W 130 treden, verdeeld over zeven trappen. Boven, op het overdekte uitkijkplatform, kon ze uitpuffen. De toren werd in 2002 gebouwd als onderdeel van het Veluwetransferium Nunspeet en volgens W viel het uitzicht verschrikkelijk tegen. Ze had gehoopt in de verte het Veluwemeer te kunnen zien, maar meer dan een paar boomtoppen en daken van huizen werd haar niet getoond. Ik was wijzer en bleef beneden (zie bewijsfoto).



Toen we na net geen 30 km camperplaats 17 opdraaiden kon W haar kiepstoel uitproberen, een soepje naar binnen werken, de kleding aanpassen aan de weersomslag (volop zon en 22 graden), de fiets pakken en even Nunspeet onveilig maken. Dat ijsje dat haar in Vierhouten niet gegund was, weet je wel? Een mooie dag. En morgen? Morgen is er weer een dag, terug naar de Kötteldiek en voorbereiden op “de slachting“. Denk dat ik W halverwege weer de bus uitgooi. Met fiets, dat dan weer wel.

zondag 23 augustus 2026

nog even weg vóór de slachting - 2: een (klein) rondje veluwemeer

Veel vragen over het schilderij dat ik gisteren bij mijn verhaal over het “vleesch“ plaatste (voor de duidelijkheid neem ik het prentje nog een keer op). Als je het plaatje gaat zoeken kom je terecht bij “A Meat Stall with the Holy Family Giving Alms", een buitengewoon interessant schilderij van de Nederlandse schilder Pieter Aertsen (1507/08–1575), gemaakt in 1551. Het bevindt zich tegenwoordig in het North Carolina Museum of Art. Het is een behoorlijk groot olieverfschilderij op paneel van ongeveer 116 × 169 cm. Zal het schilderij niet gaan “duiden“, daarvoor kun je wel op internet terecht. 

Wat ik niet wist is dat het eigenlijke religieuze verhaal verborgen zit in de achtergrond. Door de openingen van de kraam zie je de Heilige Familie op hun vlucht naar Egypte (zie uitsnede van het schilderij). Maria zit op de ezel en geeft brood aan arme mensen: “alms“ zijn aalmoezen. Beetje vreemde vogel die Pieter, hij ging zo’n beetje zijn eigen gang: hij schilderde alledaagse scènes en verwerkte daar vervolgens een bijbels tafereel in. De opdracht voor het doek kwam waarschijnlijk van het slagersgilde van Antwerpen ter gelegenheid van het 50-jarig jubileum van het gildehuis.

Wil nog even terugkomen op dat stationnetje waar ik gisteren W uit de bus gezet heb en laten fietsen. Geloof dat ProRail Voorst-Empe inmiddels geen station meer noemt maar een halte. Kan me nog herinneren dat er gelijktijdig met Voorst-Empe nog een halte geopend werd, namelijk Apeldoorn de Maten. De inpassing van die twee haltes in bestaande halfuursdienst tussen Apeldoorn en Zutphen had nogal wat voeten in de aarde en had negatieve gevolgen voor de aansluitingen in Apeldoorn en Zutphen. Een naadloze overstap van en naar het westen in onder meer Apeldoorn was vanaf dat moment van de baan. De Reisplanner laat je tegenwoordig van Zutphen via Arnhem reizen om bijvoorbeeld op Schiphol te komen. Afbeelding afkomstig van Google StreetView.

zondag 23 augustus: @ nunspeet

Wakker worden op camperplaats De Zwaan, een paar kilometer buiten het centrum van Nunspeet, midden in het agrarische landschap van de Veluwe en nog preciezer: in de Biblebelt. Een rustig begin dus, vooral omdat het zondag is. We hebben plaats 17 van de 60 (verharde) plekken en ja: W staat weer eens in een (voormalig) weiland. Ooit camperplaats van het jaar (2011 geloof ik), maar inmiddels een beetje groter en onpersoonlijker geworden. Dat laatste kan ook aan ons liggen: we zijn niet zo van de praatjes bij de afwasbakken over de prijs van de Dreft. Modern georganiseerd met een zelfbedieningszuil voor in- en uitchecken. De Zwaan is een echt familiebedrijf, gerund door Lammert en Anneke de Zwaan. Stroom en warm water wordt apart afgerekend, zelfs het afwaswater moet je betalen, da’s wel weer een minpuntje. Verdere voorzieningen: toiletten en douches, water, loospunten voor afvalwater en cassettetoiletten. Voor de mensen die wel van het groepsgebeuren houden is er een recreatieruimte en een jeu-de-boulesbaan. Gisteren reed er iemand met een golfkarretje rond om te kijken of eenieder wel netjes ingecheckt had. Nunspeet ligt met ongeveer 2 kilometer net te ver voor een wandelingetje voor W maar met de fiets is het goed te doen. En inderdaad kwamen we hier voor dat fietsen: het Veluwemeer, de bossen en de heide zijn gemakkelijk per fiets bereikbaar, terwijl Harderwijk en Elburg goed te doen zijn.


Als je op zondag naar de kerk wilt hebt je in Nunspeet keuze genoeg. De plaats zelf telt momenteel twaalf kerken/kerkelijke locaties. Als je het gemeentebreed gaat bekijken komen er nog zes bij (vijf in Elspeet en één in Hulshorst). Wel veel afscheidingen van afscheidingen en zo is Nunspeet een mooi voorbeeld van een plaats op de Biblebelt. Die Biblebelt moet je zien als een mozaïek van dorpen en gemeenschappen, niet als een scherp begrensd gebied, een langgerekte streek in Nederland waar orthodox-protestantse geloofsgemeenschappen van oudsher sterk vertegenwoordigd zijn. De band loopt grofweg van Zeeland via de Alblasserwaard, de Gelderse Vallei en de Veluwe naar Overijssel, al zijn de grenzen niet scherp. Belangrijke plaatsen zijn onder meer Urk, Barneveld, Ede, Veenendaal, Nunspeet, Elspeet, Staphorst en Rijssen. De wortels van de Biblebelt liggen vooral in de Reformatie en de latere ontwikkeling van orthodox-calvinistische stromingen door diverse afscheidingen, maar dat laatste heb ik al genoemd. Hoe de Biblebelt zich over Nederland uitstrekt kun je heel eenvoudig zien door te kijken naar het percentage SGP-stemmers in een een gemeente (zie bijgaand kaartje).

Een fietstocht om het hele Veluwemeer is op dit ogenblik gezien mijn lichamelijke gesteldheid wat toe veel van het goede. Gelukkig vaart van medio april tot medio oktober tussen Nunspeet en Biddinghuizen het Veluwerandveer. Uit de toeristenfolder: “Een unieke verbinding over het water die het mogelijk maakt in één dag te genieten van zowel de Veluwe als de polder. Van oud naar nieuw land! Het pontje brengt je in circa 15 minuten van Gelderland naar Flevoland en vice versa. Per oversteek kunnen maximaal 12 fietsen mee. De kosten zijn € 4,00 p.p. (Kinderen 4 t/m 12 € 2,00 p.p.)“

Met die kennis gewapend konden Komoot en ik aan de slag en rekening houdend met de windrichting (en -kracht), de ligging van het veer en de bruggen over het Veluwemeer kwam er een aantrekkelijke fietsroute uit onze koker. Één minpunt (volgens W): zes jaar geleden hebben we een compleet rondje Veluwemeer gefietst en toen prima geluncht aan het Erkermederstrand (zie bijgaande foto). Deze plek lag vandaag behoorlijk buiten de route.

Al snel konden we met droge voeten het water over door gebruik te maken van het Veluwerandveer, een fiets- en voetveer over het Veluwemeer, tussen de Gelderse oever bij Hulshorst/Nunspeet en de Bremerbaai in Flevoland. Denk dat het speciaal bedoeld is voor het fietsrecreatieverkeer. Was even in de war met het Horsterveer tussen Strand Horst en Zeewolde. Dat bestaat al sinds 1993 en is vooral belangrijk voor voor scholieren uit Zeewolde die naar scholen in Harderwijk en Ermelo gaan. Het Veluwerandveer is nog vrij jong; het werd in 2004 geopend. Het stond als eerste op onze bucketlist want op het laatste moment hebben we de route omgedraaid en besloten om tegen de klok in te fietsen.


Net aan de overkant van het Veluwemeer, dus op Flevolandse bodem kwamen we langs
het Monument voor Prima Mensen. Als je het zoekt: het staat aan de Bremerbergdijk in Biddinghuizen, vlak bij de Bremerbaai (een paar honderd meter ten westen van de plek waar het fietspontje naar Nunspeet vertrekt of - in ons geval - aankomt). Het kunstwerk werd in 2014 gemaakt door de kunstenaar Domenique Himmelsbach de Vries. Het is een betonnen pentagram (vijfpuntige ster), met aan twee punten een hand met een opgestoken duim. Volgens W is dat het bekende “like“-symbool dat je vooral in social meda gebruikt (ik gebruik wat anders, maar nu dwaal ik weer eens ernstig af). Er zit een hele filosofie achter het beeld. Kort samengevat: het is een eerbetoon aan gewone, vaak onbekende mensen die nooit een standbeeld zouden krijgen. Aan de voet liggen keramische tegels met hun namen. De eerste vijf tegels werden bij de officiële onthulling op 25 augustus 2015 geplaatst en dat aantal is inmiddels behoorlijk uitgebreid: regelmatig komen er tegels voor “prima mensen“ bij. Klein detail: het monument staat volgens de initiatiefnemers op het geografische middelpunt van Nederland.

Het Veluwemeer is vernoemd naar het Veluwse landschap, een bosgebied in de provincie Gelderland. Het Veluwemeer ligt tussen de provincies Gelderland en Flevoland en is de grootste van de Veluwerandzeeën, onderdeel van de voormalige Zuiderzee. In het zuidwesten komen de Veluwerandzeeën van Wolderwijd, Nuldernauw en Nijkerkernauw samen. Er zijn maar een paar plekken waar je van het Veluwerandmeer in de Flevopolder komt. Één van die plekken is de Blauwe Dromer, een sluis bij gemaal Lovink bij Harderwijk (specifiek de Harderhaven). De sluis is alleen geschikt voor recreatievaart en vormt de doorgang tussen het Veluwemeer en de lager gelegen poldervaart en kent een verval van ruim vijf meter. De Blauwe Dromer is ook een opvallend stuk landschapskunst vlak bij de sluis, gemaakt door de kunstenares Jacqueline Verhaagen. Het is een van de bekendste kunstwerken in Flevoland en heeft een heel eigen, bijna poëtische betekenis. Ga ik niet meer oplepelen want toen W van mij naar de andere kant van de weg mocht om een plaatje te schieten, sprak ze de gedenkwaardige woorden “Hier ben ik vaker geweest!“. Inderdaad W, de laatste keer was dat in augustus 2024. Degene die meer informatie wil over het kunstwerk kan daar terecht. Via Google kom je ook veel te weten.


Op het keerpunt van onze tocht moesten we de oversteek maken Twee belangrijke onderdelen van onze fietstocht waren de oversteek bij Harderwijk en de veerdienst. Was eerst nog de vraag in hoeverre we met de fiets gebruik zouden maken van het aquaduct bij Harderwijk. Zelfs de geleerde heren (lees AI) spraken elkaar tegen en eentje beloofde ons een brug. Niet dus: wij mochten gewoon met de auto’s mee onder het Veluwemeer door rijden via het aquaduct, gelukkig wel op een vrijliggend fietsfpad naast de N302. Voor het uitzicht wat minder. We hadden het kunnen weten: hebben een paar jaar geleden hier ook de oversteek gemaakt.

Tegen half vier draaiden de vier wielen de camperplaats weer op na ruim 31 kilometer. De eerlijkheid gebiedt te vertellen dat we ons zo’n kleine drie daarvan hebben laten voortbewegen door het pontje over het water. Mooie dag, droog gebleven en de hoeveelheid wind viel mee. Het besluit om de route om te draaien was windtechnisch gezien een goede beslissing. Temperatuur: tegen de 20 graden maximaal, zon zo’n 40 procent gemiddeld. Opvallend: weinig bankjes aan de “nieuwe“ kant van het water. En morgen? Morgen is er weer een dag en bij het ontbijt valt de beslissing: blijven (en een rondje Veluwse bossen), terug in één keer (zodat we dinsdag een “klungeldag“ in Lichtenvoorde hebben) of terug in twee etappes (waarbij W het fietswerk volledig voor haar rekening kan nemen). Dit is nu precies het voordeel van reizen met een camper. Je verneemt de beslissing morgen. Als afsluiter krijg je het plaatje van sculptuur de Vruchtbaarheid van me. Verhaal hiervan zal ik morgen vertellen. Vandaag ruimtegebrek.

zaterdag 22 augustus 2026

nog even weg vóór de slachting - 1: autofietsen naar nunspeet

Zuslief (de oudste) onderhoudt de contacten met het handjevol ooms en tantes die het tot heden toe overleefd hebben. Kreeg een appje met de tekst “Tante T heeft wederom een jas uitgedaan“. Vond ik wel een heel mooie uitdrukking die precies aangeeft wat er aan de hand is. De rest van de familie (uw scribent incluis) kende de term niet, terwijl het toch gangbaar Nederlands schijnt te zijn. Volgens Wiki is de uitdrukking "een jas uitdoen" (of "een jasje uitdoen") een figuurlijke spreekwijze die betekent dat iemand veel krachten of energie heeft ingeleverd, flink is afgevallen, of zwaar heeft geleden na een grote inspanning of tegenslag. En natuurlijk kan het ook pikant: in oudere volkstaal of schertsend taalgebruik werd er soms ook mee bedoeld dat iemand zwanger is (waarbij 'jas' een Bargoens woord voor condoom was). 

Kende wel iets soortgelijks: “het gaat iemand zeer weinig naar den vleesche“. De uitdrukking "naar den vleesche" betekent letterlijk "in aards, stoffelijk of lichamelijk opzicht". Als het iemand "zeer weinig naar den vleesche ging", betekent dit dat het hem in het dagelijks leven, qua welvaart, gezondheid of aardse voorspoed, helemaal niet voor de wind ging. Bijgaand plaatje is dus eigenlijk "helemaal verkeerd".

 

zaterdag 22 augustus: @ nunspeet

De titel van dit blog vraagt ongetwijfeld om de nodige uitleg. Allereerst “de slachting“: na een hele lange wachttijd (vanaf half maart) heb ik dan eindelijk een oproep gekregen voor een operatie. Niet de snel jubelen, want het kan nog tot een dag van tevoren worden gecanceld omdat er iemand is die eerder dood dreigt te gaan of zoiets. Woensdag ben ik aan de beurt. Nog even er tussenuit onder het motto “nu kan het nog“. Het begrip “autofietsen“ is qua term nog niet eerder genoemd maar we hebben het het laaste half jaar veel gedaan: W gaat op de fiets naar een camperplaats en ik mag de bus verplaatsen. Nu is de afstand naar Nunspeet iets verder dan “aangenaam“, dus heb ik haar bij station Empe-Voorst vrijgelaten. Dit station is eigenlijk de opvolger van een veel ouder station dat al in 1876 werd geopend, in de tijd dat de spoorbomen nog tot aan de hemel groeiden. Het maakte onderdeel uit van de spoorlijn Apeldoorn–Zutphen (een stukje van de Oosterspoorweg van Amsterdam via Apeldoorn naar Zutphen. Het reizigersvervoer bleek uiteindelijk niet voldoende. Precies 62 jaar na de opening, werd station Voorst gesloten voor reizigers. Tijdens de Tweede Wereldoorlog was er nog een korte opleving: van 25 september 1940 tot 5 mei 1941 stopten er weer reizigerstreinen. Daarna bleef de locatie nog enige tijd als los- en laadplaats voor goederen in gebruik. Het stationsgebouw werd uiteindelijk in 1946 gesloopt. De goederenfunctie verdween later eveneens; in 1965 werd de spoorverbinding met Voorst definitief beëindigd. En dan, na 68 jaar, komt het station terug: op 10 december 2006 werd op vrijwel dezelfde plek een nieuwe halte geopend, nu onder de naam Voorst-Empe. Heel eenvoudig uitgevoerd: slechts één perron met een overkapt wachthuisje, fietsenstalling en kaartautomaat. En op die plek begon W aan haar tocht over de Veluwe naar Nunspeet. Overigens wel na het afwachten van een “buitje“, kort maar zeer hevig. Gelukkig hadden we een soepje bij ons en nog voldoende gas in de propaanfles om ervoor te zorgen dat de soep heet werd opgediend. De regen tikte knus op het camperdak. Toen W op de fiets stapte was de zon al weer met haar werk begonnen.

De fietstocht van W ging over de Veluwe. De hei was een stuk paarser dan vorige week en behalve een lang traject langs het Apeldoorns Kanaal (dat loopt van Dieren via Apeldoorn naar Hattem) mocht W weer over een voormalige spoorlijn fietsen. Deze keer was het een stuk van de voormalige Baronnenlijn, de spoorverbinding van Apeldoorn via Het Loo, Vaassen, Emst, Epe, Heerde en Wapenveld naar Hattemerbroek, waar aansluiting bestond op de spoorlijn naar Zwolle. De lijn werd tussen 1887 en 1889 aangelegd door de Koninklijke Nederlandsche Locaal-Spoorwegmaatschappij (KNLS). De bijnaam Baronnenlijn verwijst naar de adellijke en invloedrijke heren uit de streek die zich sterk hadden gemaakt voor de aanleg. Zij zagen het spoor als middel om de Noordoost-Veluwe economisch te ontwikkelen. De spoorlijn was niet alleen bedoeld voor reizigers. Vooral het goederenvervoer was belangrijk. Fabrieken en andere bedrijven langs het traject kregen aansluiting op het spoor, waardoor onder meer papier, hout, steen en andere producten konden worden vervoerd. De lijn droeg daarmee aanzienlijk bij aan de industrialisatie van de dorpen aan de oostkant van de Veluwe. Er zat bovendien een koninklijk tintje aan. De Baronnenlijn maakte gebruik van de bestaande spoorverbinding naar Paleis Het Loo, die in 1876 was aangelegd voor koning Willem III. De nieuwe lijn liep aanvankelijk via Het Loo verder richting Vaassen en Epe. Het reizigersvervoer werd steeds minder belangrijk door de opkomst van de autobus en werd in 1950 beëindigd. Het goederenvervoer hield het aanzienlijk langer vol: pas in 1972 reden de laatste goederentreinen. Daarna werd de spoorlijn opgebroken.








Ik draaide om half drie camperplaats de Zwaan in Nunspeet op, W twee uur later. Zij had ruim 50 kilometer afgelegd vanaf station Voorst-Empe. Een mooie dag. V: 225.898; A: 225.999. Rijtemperatuur 18-19 graden. Later op de camperplaats af en toe wat warmer. Belangrijker: het bleef droog (de buien scheerden boven- en onder langs Nunspeet). Zon op/onder: 06:30/20:47 (gegevens Nunspeet). En morgen? Morgen is er weer een dag. We blijven nog een paar dagen hier “nu het nog kan“. Het zal wel fietsen worden. Niet iedereen trekt er zich wat van aan dat hij op de Biblebelt zit en het morgen zondag is.

dinsdag 18 augustus 2026

een weekendje haarle - 4: done

R te dH was weer even op Whatsapp. Hij vond mijn verhaal over de rekkelijken en de preciezen maar heel karig, ook al was het afwasgerelateerd. Weet niet of mijn publiek geïnteresseerd is in de theorieën van de Leidse hoogleraar Jacobus Arminius. Zijn volgelingen werden de rekkelijken, ook wel remonstranten of arminianen genoemd. Deze groep vond dat de mens, ondanks zijn zondigheid, een zekere vrijheid van wil had. Gods genade was noodzakelijk, maar de mens kon die genade wel aannemen of afwijzen. De preciezen, ook contraremonstranten genoemd, stonden onder invloed van onder anderen de Leidse hoogleraar Franciscus Gomarus. Zij hielden sterker vast aan de klassieke calvinistische predestinatieleer. Volgens hen was de mens door de zonde niet in staat uit zichzelf voor God te kiezen. Het was uiteindelijk God die bepaalde wie werd uitverkoren. Gods genade was dus niet afhankelijk van een beslissing van de mens. Kan er vervolgens ook nog de politiek bijhalen: stadhouder Maurits schaarde zich achter de preciezen terwijl Johan van Oldenbarnevelt bij de rekkelijken hoorde. Het kostte Johan zijn kop, maar dat had ik in een vorig blog al verteld. Een godsdienstig meningsverschil was uitgegroeid tot een nationaal politiek conflict, dat uiteindelijk beslist werd tijdens de Synode van Dordrecht (1618-1619). De remonstranten werden veroordeeld en hun leer werd verworpen in de Dordtse Leerregels. Honderden remonstrantse predikanten werden afgezet en een aantal werd verbannen. Het werd uiteindelijk: God bepaalt, de mens ontvangt. Maar wat heeft dit met afwas te maken, ook al is W daar eerder deze week over begonnen?

dinsdag 18 augustus: @ kötteldiek

Niets is mooier in een droog land dan wakker worden van het zachte getik van de regen. Zolang het geen dagen duurt, altijd een heerlijk ontspannen geluid in de camper. En dat terwijl ik net lekker aan het dromen was. Dromen van carnaval. Gekleed als gevulde koek: naakt en met een amandel in mijn navel door de straten van Groenlo. Groenlo, inderdaad: in Lichtenvoorde wordt geen carnaval meer gevierd.

Koffie, de afwas en een beetje poetsen en dan naar het stenen huis. Even afrekenen: 3 x € 12,00 + 6 flappen voor een nachtje W. Koopje toch: all-in-prijs. Het werd trouwens wel wat duurder: op de terugweg moest ik uitwijken voor een bus-met-L en laat nu net aan de rechterkant een bord “pas op wergwerkzaamheden“ een beetje (dicht) tegen de wegrand staan. Rechter spiegel naar de filistijnen (je mag zelf weten of je het met een hoofdletter schrijft of niet). Verzekeringswerk? Even uitzoeken. 

En dat terwijl ik zat te filosoferen over de juistheid van de historische feiten in de film Gladiator II. Dit weekend gezien en mijn conclusie: een spectaculaire en vermakelijke film, maar duidelijk minder goed dan de eerste Gladiator. Categorie popcornfilm en dat van die historische onjuistheden hoor je een volgende keer wel, moet ik eerst nazoeken. Van één ding ben ik wel 100 procent zeker: in de film laat de regisseur het Colosseum vollopen met water, waarna er een soort mini-zeeslag plaatsvindt, compleet met schepen en haaien. Dit kan op dat moment onmogelijk: onder de bodem van de arena zat een compleet systeem van gangen, liften en installaties voor dieren en gladiatoren. In een eerdere scène liet men leeuwen uit een opening midden in de arena komen; lijkt me vrijwel onmogelijk om vlak daarna een grote watergevechtschouwburg te organiseren: het water zou ongetwijfeld weglopen. En de haaien? Gewoon een Hollywoodgeintje.

Een iets andere route dan de heenweg, moest nog even tanken en dat is het goedkoopst bij Kusters net buiten Ruurlo. Ruitenwissers de gehele terugreis op intervalstand en het werd tijdens de rit niet warmer (of kouder) dan 16 graden. Zag later dat er 7 mm regen gevallen was in Lichtenvoorde, alle kleine beetjes helpen. Het “gewone“ leven gaat weer zijn gang. Even wachten voor een volgend avontuur. Tot die tijd heb ik nog even een nadenkertje voor je. Waren die jongens helderziende in 1977?