“Leuke AI-plaatjes“ was het algemene commentaar. Weet het: ChatGPT kan er wat van. Nog één voorbeeld. In het vorige blog schreef ik het zinnetje “Nadat ik dinsdagnacht een invasieleger van aliens had verslagen met Oekraiense drones schoot me de Wohnmobilstellplatz in Bocholt te binnen." Heb aan ChatGPT gevraagd om op basis van die zin een cartoon te maken en het resultaat zie je in deze alinea.
.jpg)
Mooie temperaturen gisteren (en vandaag nog beter) dus kreeg ik de onvermijdelijke vraag over de hoeveelheid kleding die de familie momenteel draagt. We zijn decent gekleed beste lezers, gewoon
decent. Vroeg me af wanneer de mens voor het eerst kleding ging dragen en kwam bij mijn speurwerk een heel interessant artikel tegen waarin werd gesteld dat dat minstens 100.000 jaar geleden moet zijn. Andere bronnen hebben het over 100.000
tot 170.000 jaar geleden. Dit alles heeft te maken met het ontstaan van de kleerluis en dat beestje is een bewijs voor de ontwikkeling van onze garderobe: er is via een DNA-vergelijking van de kleerluis en de hoofdluis vastgesteld
dat de kleerluis zich zo’n 107.000 jaar geleden als aparte soort heeft ontwikkeld. En die beestjes leven alleen in textiel, waarvan akte. Mensen gingen kleding dragen omdat ze naar koudere gebieden trokken.

Één van mijn vaste fotokijksters miste een plaatje van de camperplaats. Halen we nu in met drie foto’s. De bomen staan centraal in beide plaatjes omdat W en ik ons afvroegen
wat de naam was van de bomen die deze camperplaats domineerden. Volgens Plantnet is het de Noorse Esdoorn (met een waarschijnlijkheid van 72 %). Als het niet klopt ligt het aan de app Plantnet. Ook een onderzoek van de schors (zie foto hieronder) leverde de Noorse Esdoorn op.
donderdag 9 april: @ bocholt

Nog een dagje Bocholt in de deelstaat Noordrijn-Westfalen. Voor mijn niet-Achterhoekse lezers: vlak bij de Nederlandse grens tegenover plaatsen als Winterswijk en Aalten. De geschiedenis van
Bocholt is sterk verweven met die van de Nederlandse Achterhoek. Door de directe grensligging is er eeuwenlang sprake geweest van één samenhangende regio. Ten tijde van Karel de Grote (rond 800) was het één
pot nat en hoorde het hele gebied tot het Frankische Rijk. De vraag is overigens of er toen al wel sprake was van een Bocholt. Het zal er om spannen. De oorsprong van de plaats gaat terug tot de middeleeuwen en het kreeg al in de 13e eeuw stadsrechten,
wat wijst op haar vroege betekenis als handelsplaats. Maken we een sprongetje naar een andere grote Karel, namelijk Karel V: rond 1500 was die Karel wel de baas over beide kanten van de huidige staatsgrens maar hoorde de Achterhoek
tot Gelre en Bocholt tot Münster. De definitieve grens is niet op één specifiek moment bepaald, maar kwam tot stand door een proces van verdragen en correcties, met als belangrijkste
basis de Vrede van Münster (1648) In die tijd werden ook de “beroemde“ grensstenen geplaatst. De foto in deze alinea is gemaakt door M.F. Naaldenberg (https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=3260382). Staatsrechtelijke grenzen waren er dan wel, maar fysieke? Bocholt en de Achterhoek hadden dezelfde handelsnetwerken en veel culturele
overeenkomsten. Zelfs de taal die in Bocholt en Winterswijk gesproken werd was dezelfde: van “Duits” of “Nederlands” zoals we dat nu kennen was nog geen sprake, in de regio werden varianten van het
Nedersaksisch gesproken. Nedersaksisch was een verzamelnaam voor dialecten die gesproken werden in een groot gebied van oostelijk Nederland waaronder de Achterhoek, Twente en Münsterland. De dialecten aan beide kanten
van de huidige grens liepen vloeiend in elkaar over. Er was geen duidelijke taalgrens zoals nu. En ja: er was een officiële taal: het Middelnederduits. Dat was de taal voor de handel en het bestuur. Het Standaardnederlands
en het Hoogduits ontwikkelden zich pas later (vanaf ca. 16e–17e eeuw). De Tachtigjarige Oorlog en latere politieke ontwikkelingen zorgden voor een duidelijke grens waarbij Bocholt uiteindelijk Duits (Pruisisch) en de
Achterhoek Nederlands werd. Op dit ogenblik is de grens weer aan het verdwijnen. Sinds de EU en open grenzen is de verbinding opnieuw sterker geworden: veel Nederlanders winkelen in Bocholt, Duitsers werken of recreëren
in de Achterhoek en we kennen veel gezamenlijke (grensoverschrijdende) projecten op het gebied van economie, natuur en toerisme.Een rustige nacht, weinig kabaal. Vanmorgen om acht uur was het afgekoeld naar 11 graden in ons busje en dat kwam overeen met de verwachting van Buienradar (zie bijgaande afbeelding). Wel wat
minder zonnig dan gisteren, maar je kunt niet alles hebben in dit leven. We maakten er een slowstart van: W achter haar telefoon onder de dekens en ik op mijn zetel met de laptop voor mijn neus. Hadden we iets gemeenschappelijks?
Jazeker: beiden hadden we in de dagelijkse spellingstest het woord triatlon fout. Allebei waren we overtuigd van het feit dat er een H in het woord voorkwam. Heb je met mensen die al veel spellingswijzigingen hebben meegemaakt.
W wees me evenwel fijntjes op het feit dat de H in triatlon al verdwenen is met de spellingswijziging van 1947 en toen waren we zelfs nog geen embryo. Ze gaf me wel een verwijzing naar een artikel in Onze Taal, waaruit blijkt
dat we beiden toch niet zo dom zijn: “De officiële spelling is triatlon, zonder h. Vergelijkbare woorden zijn biatlon, triatleet, atleet
en atletiek. Etymologisch gezien ligt de spelling met th meer voor de hand. Het woorddeel -atlon gaat namelijk terug op het Griekse woord athlon (‘wedstrijd’), dat in die taal met
de letter thèta wordt geschreven. En de thèta, die een andere klank weergeeft dan de t, wordt in het Latijnse alfabet traditioneel weergegeven als th; vergelijk thema en theater. Bij
de spellingherziening van 1947 is echter besloten de combinatie th in leenwoorden niette handhaven als ze aan het eind van een woord staat (labyrint, chrysant), als ze gevolgd wordt door een medeklinker (antraciet,
etnoloog, atleet), of als er een f of ch aan voorafgaat (difterie, allochtoon). Het woord triatlon staat overigens pas sinds 1995 in het Groene Boekje.“

De vonkenverdeler (de paal met stroomvoorziening) had in de loop van de nacht alle muntjes verbruikt. Toen we gisteren de stroomkabel aansloten hadden we nog een Guthaben (wat een mooi Duits
woord) van € 0,44 op de paal staan, restantje van een vorige camperaar en we hebben dat toen aangevuld met een muntje van twee. Totaal genoeg voor 3 kWh en dat is ongeveer ons normale stroomverbruik per dag (koelkast,
fietsaccu’s laden, verlichting en opladen van laptop en telefoons).

In de loop van de middag moest W terug naar het stenen huis. Kleinkind 2 gaf ’s avonds een muziekvoorstelling met haar school in Zutphen. Slechts een beperkt aantal kaartjes verkrijgbaar
dus opa mocht niet mee: hij kon “in den vreemde“ in zijn busje achterblijven terwijl oma de fiets pakte en de tocht van gisteren in omgekeerde richting (en via wat andere paden) mocht volbrengen. Vrijdag zien we
elkaar weer voor een nieuw avontuur. Moest eerst nog wel even naar een Fahrradmechaniker voor “ein bisschen Luft“. Eerst een hele discussie over de vertaling van “een fietsband oppompen“. W begon nog
even met het woord “blasen“, maar volgens mij ben je dan in Duitsland niet met fietszaken bezig. Bleek uiteindelijk heel simpel te zijn, iets met Reifen aufpumpen met een Fahrradpumpe. Daarna nog even naar de stad
(W dan welteverstaan). Hoewel Bocholt geen grote toeristische trekpleister is, heeft het wel een aantal interessante plekken zoals de St.-Georg-Kirche en het marktplein (Marktplatz). Kan natuurlijk
zijn dat W meer geïnteresseerd was in de verschillende Geschäftsläden van de Innenstadt. Ik mocht intussen nadenken of het ietsje naar achter schuiven van de pensioenleeftijd eigenlijk niet volkomen logisch
is. Immers: toen onze AOW in 1957 werd ingevoerd hadden we nog een levensverwachting van vijf jaar na de pensioendatum; dat is nu dus vier keer zo lang. Aan de andere kant zijn afspraken afspraken. Wordt tijd dat we weer eens
wat met broer en zussen doen: dit onderwerp vraagt om veel discussie met nog meer bier en vol liefde gebakken eieren met spek. Kon W en haar fiets prima volgen via Google Maps en om een uur of drie de achtervolging afsluiten met een appje “welkom
thuis“.


De middag vloog eigenlijk om. Komt natuurlijk ook omdat ik maar zo een kleine anderhalf uur kwijt was. Werd wakker gemaakt door “appgeluiden“: er moest weer het nodige georganiseerd
worden voor het museum. Daarna al snel “koken“, nou ja een bakje rijsteprut (uit de diepvries thuis) warm maken en twee eieren bakken en voor je het weet zit je in de avondstand. Eigenlijk vliegt zo’n dag
voorbij en zit je weer te kijken naar De Slimste Mens.