“Jouw verhaal over de driedeling van Gelderland (Veluwe, Achterhoek en Betuwe) in een vorig blog getuigt van een enorme bejaardheid“ schreef een “jeugdige lezer“ (F te P) mij. Je moet met je tijd meegaan, is haar mening. Tegenwoordig dien je meer rekening te houden met een indeling van Gelderland op basis van samenwerkingsverbanden. Ze noemt met name moderne onderwerpen als woningbouw, verkeer, economie, openbaar vervoer, zorg, natuurbeheer, arbeidsmarkt en infrastructuur. Niks indeling op basis van oude historische cultuurstreken. Gewoon een frisse wind laten waaien door bestuurlijk Gelderland en dan kom je op de volgende deelgebieden uit: de groene metropoolregio Arnhem-Nijmegen, regio Rivierenland, Achterhoek, Noord-Veluwe en Foodvalley. Ook bijgaand kaartje is van ChatGPT.
Eigenlijk zit ik met een levensgroot probleem. Heb dit seizoen al een paar keer asperges gegeten en in tegenstelling tot voorgaande jaren stinkt mijn urine niet. Die geur wordt veroorzaakt door zwavelverbindingen die vrijkomen bij de afbraak van asparagusinezuur. Volgens Gemini van Google: “Dat je dit nu niet ruikt en andere jaren wel, komt vrijwel zeker doordat je reukvermogen tijdelijk is verminderd (virus of verkoudheid , of doordat de hoeveelheid enzymen in je lever is veranderd (de enzymen die je lichaam gebruikt om stoffen in asperges af te breken variëren. Dit proces kan door de jaren heen veranderen door bijvoorbeeld je leefstijl, medicatie of voedingspatroon). Tenslotte kan er sprake zijn van asperge-anosmie: je hebt wél stinkende urine, maar omdat je specifieke geurgenen hebt nemen jouw hersenen de zwavelgeur niet waar.“ Copilot van Microsoft had nog een aanvulling: “Het kan ook nog aan de asperges liggen, niet elke asperge bevat dezelfde hoeveelheid geurproducerende stoffen. Dat hangt af van onder meer ras, bodem, oogsttijd en versheid“. De lieverd sluit uiteindelijk af met een geruststellend “het is niet iets om je zorgen over te maken“. Vanavond toch maar weer asperges op het menu en dan gaan we voor “wie van de drie“.
zondag 24 mei: @ balgoy
Niet zo’n echt fijne nacht: beetje veel warm. Zo’n nacht waarbij (in ieder geval tot aan een uur of vier) twee blote lijven naast elkaar liggen te liggen met alle ramen open om maar een beetje “koelte“ te vangen. Och, zoiets hoort er ook bij als je campert en het is mooi weer. Om 06:00 uur vanmorgen was het afgekoeld naar 17 graden (binnen) en twee uur later waren daar al weer een paar streepjes bijgekomen. W mag en moet vandaag alleen fietsen: ik heb de kilometers en het strompelwerk van de afgelopen dagen in mijn benen zitten en die ledematen vragen nu om een dagje rust. Even naar de super kan nog net, dus na ons ontbijt even naar de Jumbo in Wijchen, gewoon open op Eerste Pinksterdag.
Daarna moest W “meters maken“ en had een leuk tochtje uitgestippeld: van Balgoy naar Grave, daar de brug over; langs de linkeroever van de Maas naar de grote veerpont bij Megen in de N329 en via de rechteroever terug. Links en rechts wordt dan bepaald door de stroomrichting. Bijgaand kaartje was het uitgangspunt, maar de nodige aanpassingen werden tijdens het fietsen gemaakt wanneer een muziekcorps uitnodigde om deel te nemen aan het feestgewoel in een van de dorpen, een weg was afgezet of een pad schreeuwde om wel of niet befietst te worden.
In deze omgeving kom je regelmatig, dikwijls en vaak herinneringen aan de Tweede Wereldoorlog tegen, eentje hebben we er onlangs bezocht: de stalen parachutes van Overasselt. Geen wonder dat je hier vaak met de neus op de feiten wordt gedrukt: in de winter van 1944 en het voorjaar van 1945 veranderde het Land van Maas en Waal van een rustige landbouwstreek in een gebied vol spanning, vernieling en oorlogsgeweld. De dorpen tussen de Maas en de Waal lagen ineens dicht bij het front. Dat alles had te maken met de rivieren in dit deel van het land, die speelden een belangrijke rol in de oorlog. De Waal was een natuurlijke barrière en werd zwaar bewaakt. Maar voor je bij de Waal bent moet je de Maas over, tenminste als je van Normandié komt. Één van de opties was de grote verkeersbrug bij Grave en die brug heeft zo’n belangrijke rol gespeeld dat hij later werd hernoemd tot John S. Thompsonbrug (naar één van Amerikaanse officieren). Voor de geallieerden was deze brug van groot strategisch belang, omdat zij een snelle route nodig hadden richting Nijmegen, Arnhem en uiteindelijk Duitsland. Op 17 september 1944 begon Operation Market Garden. Het plan van de geallieerden was ambitieus: parachutisten moesten belangrijke bruggen in Nederland veroveren, terwijl grondtroepen snel zouden oprukken via een smalle corridor. De brug bij Grave was één van de eerste grote bruggen die intact moest worden ingenomen. Als de Duitsers de brug zouden opblazen, zou de opmars ernstig vertraging oplopen. Een tweede essentiële brug was die over de Waal bij Nijmegen. Deze kwam op 20 september in geallieerde handen. Hierdoor was het Land van Maas en Waal eind september al bevrijd gebied, Hoewel het in de winter van 1944 - 1945 geen onafgebroken groot slagveld was, was er allesbehalve rustig. Het gebied leefde maandenlang onder de dreiging van oorlog, met beschietingen, militairen, vernielingen en voortdurende onzekerheid. De brug bij Grave is tegenwoordig een belangrijk historisch monument. Jaarlijks worden hier herdenkingen gehouden voor de soldaten van de 82e Airborne Division. Ook zijn er monumenten en informatieborden die uitleg geven over de gebeurtenissen van september 1944. Daarmee blijft de brug niet alleen een verkeersverbinding over de Maas, maar ook een blijvende herinnering aan een beslissend moment in de oorlogsgeschiedenis van Nederland. Op haar tocht langs de dijken kwam W regelmatig herinneringen aan de Tweede Wereldoorlog tegen, soms groot (zoals bij de brug bij Grave), maar meestal klein: plaquettes van neergestorte geallieerde vliegtuigen; evacuaties tijdens de winter van 1944–1945; beschietingen over de Maas en Waal; de aanwezigheid van Amerikaanse en later Canadese troepen. Veel van die kleinere monumenten zijn niet groot of toeristisch, maar juist lokaal geplaatst door dorpsgemeenschappen.
Toen W terug was van haar tocht konden we samen nog even naar het pop-upmuseum dat door de wederhelft van Yvon (van de camperplaats), verzamelaar Ruud van Haren, tijdens het pinksterweekend is opengesteld. De tentoonstelling richt zich op de geschiedenis en herdenking van de Watersnoodramp in het Land van Maas en Waal. Ruud heeft het nodige verzameld (en uitgestald): originele edities van kranten die de watersnoodrampen van 1926 en 1953 beschrijven, plus staatscouranten uit 1925; oude kaarten en archiefstukken van en uit de dorpen langs de Maas uit 1873; penningen, documenten en een houtskooltekening van Mastenbroek; boeken over Wijchen, Balgoiy en het Land van Maas en Waal. Kwam ook Boudewijn nog tegen en een plaatje van Wim Kersten en de Viltjes, ja: die van het bloemetjesgordijn, maar nu iets over het water in de Maas.
Tegen vijven waren er drie geuren die de baas probeerden te spelen op de camperplaats: zonnebrandcrême, asperges die op verschillende manieren werden klaargemaakt en een weëge geur van paardenpis (kon alleen niet achterhalen waar dat gemeur vandaan kwam, geen manege in de buurt).
Een mooie Eerste Pinksterdag. Volop zon en achter in de 20 graden. En morgen? Morgen is er weer een dag! We blijven nog een dagje hier en fietsen naar Oss, de plaats waar Zwanenberg de fabriek van Unox heeft overgenomen, maar daarover morgen meer. Dan ook het verhaal van de moeder van W die regelmatig ging winkelen in Oss.




.jpeg)




.jpeg)
.jpeg)
.jpeg)








.jpeg)















.jpeg)



.jpeg)
.jpeg)
.png)
.jpeg)

.jpeg)


.jpeg)
.jpeg)
