noordpolderzijl

noordpolderzijl

vrijdag 10 juli 2026

even naar het westen - 1: (geen) boodschappen doen in the mall

Even een binnenkomer: kwam in de Volkskrant een artikel tegen met als titel: “In de Kaspische Zee, waar begin deze eeuw nog steuren zwommen, sjokken nu kamelen“. Interessant verhaal: klikkerdeklik. Dan denkt ieder normaal mens “gut, hoe kan dat“, alleen uw scribent zit anders in elkaar. Ik denk dan: volgens mij is de Kaspische Zee geen zee maar een meer omdat het niet in open verbinding staat met de wereldzeeën. Maar ja, we kennen ook de term “binnenzee“ en het water van dat putje is zout. Zoutmeer beter? Ga je een beetje grasduinen op internet kom je de volgende zin tegen: “Omdat het water geen uitweg heeft naar de oceaan, is de Kaspische Zee ecologisch gezien een gigantisch zoutmeer. Juridisch gezien is de status nog complexer: na jarenlange discussies hebben de omringende landen afgesproken dat het water een speciale juridische status krijgt, waardoor het officieel geen meer meer is, maar ook niet simpelweg onder het internationale zeerecht valt“. Vijf landen hebben direct met de Kaspische Zee te maken: het zijn kuststaten (gezamelijk ook aangeduid met “de Kaspische vijf): Rusland, Kazachstan (heeft de langste kustlijn aan de noord- en oostzijde), Turkmenistan, Iran (vormt de complete zuidgrens) en tenslotte Azerbeidzjan. Wil je een studie maken van de Kaspische Zee bekijk dan vooral de term endoreïsch bekken en vergeet daarbij ook niet dat de Wolga, de Oeral, de Terek en de Koera de voornaamste rivieren zijn die het meer (de zee) voeden, waarbij de Wolga met 80% hiervan het grootste deel levert. En dat allemaal naar aanleiding van een artikel in een krant op een zonnige dag. Stel niet teveel vragen, want de Kaspische kookpot borrelt bij mij over.

vrijdag 10 juli: @ zoetermeer

Als je in dit blog Zoetermeer ziet staan weet je eigenlijk al dat we dochterlief met man en kind gaan opzoeken. De Achterhoekse vlag gaat weer in top in Pijnacker in Huize Van Bourgondiën/Nales. De plekken op camping De Drie Morgen worden steeds luxer, dus ook duurder. Deze keer waren we € 99,30 kwijt voor drie nachten, maar dan staan we wel “met uitzicht“. Waarom? Andere plekken waren niet meer te krijgen. En toen bedacht ik me: moet ik nu weer over Zoetermeer schrijven? Waarom niet over Leidschendam, die plaats ligt misschien nog wel dichter bij de camping? Leidschendam valt niet op, misschien dat ik er daarom nooit (of weinig) over geschreven heb. Het verhaal over een dam in de Vliet heb ik al wel eens verteld (de laatste keer was dat eind mei 2025), want zeg je Leidschendam dan bedoel je water en in het bijzonder De Vliet, een sectie van het grotere Rijn‑Schiekanaal, een historische waterverbinding tussen Leiden en Delft. Ook daar heb ik al eens over verhaald, bijvoorbeeld in oktober 2024. We gaan niet in herhaling vallen.

Maar één ding weten we zeker: voortaan gaan we boodschappen doen in Leidschendam en niet meer in Zoetermeer. Leidschendam voelt prettiger aan. De plaats maakt onderdeel uit van de gemeente Leidschendam-Voorburg, zo’n gemeene die in de loop der tijden door fusies steeds groter geworden is. En dat terwijl hier vroeger de Romeinen al rondliepen (en schuitjevaarden). De huidige Vliet volgt namelijk voor een belangrijk deel het tracé van het Romeinse Kanaal van Corbulo. Dat water is genoemd naar de veldheer Gnaius Domitius Corbulo die het rond 47 - 50 na Christus liet aanleggen om een verbinding te krijgen tussen de Rijn en de Maas. Het doel was militair én economisch: schepen hoefden niet langer over de gevaarlijke Noordzee te varen, maar konden veilig binnendoor reizen. Toen in de 17e eeuw de Vliet als trekvaart werd aangelegd werd op verschillende plaatsen gebruik werd gemaakt van het bestaande Romeinse tracé. Daardoor ligt de huidige Vliet niet overal exact op het Romeinse kanaal, maar volgt zij wel voor een aanzienlijk deel dezelfde route. Een bespreking van de resultaten van archeologisch onderzoek zal ik je besparen, maar neem van mij aan dat wanneer je naar de Vliet kijkt je een watertje ziet dat haar oorsprong voor een belangrijk deel heeft in een bijna 2.000 jaar oud Romeins infrastructuurproject. Een kleine 20 kilometer was ons rondje vandaag.

Ik vertelde al dat je goed boodschappen kunt doen in Leidschendam, de plaats heeft zelfs een overdekt winkelcentrum, de Westfield Mall of the Netherlands (ook bekend onder de oude naam Leidsenhage). Naar men zegt de grootste van Nederland. Officieel heropent in maart 2021 met 280 winkels variërend van internationale merken zoals Nike, Zara, H&M, LEGO en Apple-resellers tot Nederlandse speciaalzaken. Daarnaast kent de Mall een groot horeca-aanbod: restaurants, cafés en de overdekte Fresh! Food Hall, waar je gerechten uit verschillende keukens kunt proberen. Ja: je kunt er ook parkeren. Wij probeerden het op de fiets met Komoot als onze beste vriend. Nee, boodschappen doen hoefden we niet in de Mall, ook al schijn je er een rolstoel te kunnen lenen. W parkeerde me even op een bankje in de schaduw (er moest er toch eentje op de fietsen passen) en was na 5 minuten weer terug: NOD (niet ons ding). Nog even gekeken naar een foeilelijk beeldenpaar, een kunstwerk van de Nederlandse beeldhouwsterer Berry Holslag met de naam Reclining Figures. Volgens Wikipedia: “De liggende houding roept associaties op met rust, ontspanning en de relatie tussen het menselijk lichaam en de omgeving. Holslag geeft daar een eigentijdse invulling aan door haar karakteristieke keramische techniek en toegankelijke, menselijke beeldtaal“. Ik ben geen kunstkenner.

Terug naar de camping via het beschermde dorpsgezicht met de sluis en natuurlijk op de achtergrond de Petrus- en Pauluskerk. Bron van bijgaande foto van de Mall: rmglas.nl.

 

We hoefden ook geen boodschappen te doen voor het eten want op vrijdag rijdt de foodtruck camping de Drie Morgen op, dus W kookt. Tenminste: dat was de bedoeling. “Wegens omstandigheden vandaag geen foodtruck“. Tja, grote voordeel is dat ik niet hoef te kiezen. Vorige keer was het “hete kip“, die was toen zo heet dat ik bijna een krat van een bepaalde vloeistof nodig had om de brand te blussen. Op zich niet zo’n punt, maar reken eens uit hoe vaak je dan ’s nachts je bed moet verlaten! Noodplan: soep uit een pakje, gebakken eieren met kaas op brood en een uitgebreid toetje. Ook niks mis mee, alleen levert dat afwas op. W is hier ook een brandje aan het blussen, noem het maar een fietsbrand.

 


Eigenlijk heeft de camping maar één groot nadeel: je hebt een fiets of een auto nodig om ergens te komen. De dichtstbijzijnde OV-halte is bushalte Stompwijkseweg die op een kleine kilometer afstand ligt. Bus 45 brengt je naar Den Haag (via Leidschendam, Malle of the Netherlands en Mariahoeve) of Leiden (via Voorschoten). Het dichtstbijzijnde treinstation is Voorburg (op ca. 4,5 km) met treinen richting: Den Haag, Leiden, Schiphol en Amsterdam. Het voormalige Station Leidschendam‑Voorburg is nu alleen een RandstadRail‑station en ligt op zo’n 3,5 km van de camping verwijderd. De RandstandRaillijnen 3, 4 en E stoppen hier. Zie bijgaand kaartje. 

Heb geprobeerd om Copilot een kaartje te laten maken met daarop de camping, de diverse ov-haltes/stations en als oriëntatie de Vliet. Kreeg mevrouw niet voor elkaar, na zes pogingen heb ik het maar opgegeven. De Vliet liep alle richtingen op behalve de juiste. Uiteindelijk gaf ze toe dat ze het niet kon: “De illustraties die ik maak zijn altijd artistieke reconstructies, hoe nauwkeurig ik ze ook probeer te tekenen. Ik kan dus niet rechtstreeks Google Maps‑coördinaten, exacte hoeken of echte topografie overnemen. Daarom blijft de Vliet in mijn tekeningen steeds nét verkeerd liggen — hoe vaak jij ook gelijk hebt (en je hébt gelijk).“ Overigens dat “net verkeerd liggen“ moet je ook met een korreltje zout nemen. De Vliet loopt bij Leidschendam van noordoost naar zuidwest en als je die dan consequent van noordwest naar zuidoost tekent noem ik dat iets anders dan “net verkeerd“. De opmerking “AI kan fouten bevatten“ is dan weer een wijsheid als een koe. De opdracht: “kun je van dit feest een cartoon maken“ werd overigens wel weer correct uitgevoerd met als begeleidend commentaar: “Berry… ik snap je teleurstelling, en ik ga het niet mooier maken dan het is. Maar één ding kan ik wél: een beetje lucht terugbrengen in deze hele Vliet‑soap. De cartoon die je vroeg staat nu klaar — een teleurgestelde Copilot‑gebruiker die wanhopig probeert de looprichting van de Vliet te achterhalen.“

Was druk op de weg: file van de Duitse grens tot Arnhem en later zat de A12 vanaf de afslag N11 helemaal dicht. Dus was de keuze niet erg reuze en via Alphen aan de Rijn en Leiden kwamen we toch nog op de camping terecht. Deze keer niet in net-iets-minder-dan-twee-uur, het werd ruim-tweeëneenhalf- uur. We hebben geen haast. V: 225.006; A: 225.182. Rijtemperatuur oplopend van 24 naar 28 graden en daar bleef het ook bij tijdens onze fietstocht. Zon op/onder: 05:33/22:00 (gegevens Zoetermeer). Een mooie dag. En morgen? Morgen is er weer een dag. We blijven op plekje 35 staan, W heeft een fietsbingoroute gescoord voor morgenvroeg en morgenmiddag mag ze met dochtert naar de sauna.


zaterdag 4 juli 2026

bootje varen - ijsje eten - 4: dat was het dan weer

En zo pruttelden we een paar dagen door de Achterhoek. “Je verhalen worden te belerend“, sprak W, “Gewoon wat minder voor schoolmeester spelen“. Zal het proberen. Maar als iemand een vraag stelt over de term “kijkbuiskinderen“ (in een van mijn vorige blogs gebruikt) dan moet je toch even vertellen dat "Dag lieve kijkbuiskinderen..." de iconische begroeting van Meneer de Uil was die daarmee elke uitzending van De Fabeltjeskrant opende. De poppenspelserie begon in 1968, werd af en toe stopgezet, maar kwam regelmatig weer terug. Jarenlang waren het dagelijkse uitzendingen op de publieke omroep. Toen deze in juni 1989 genoeg had van De Fabeltjeskrant, kocht de toen net opgerichte commerciële tv-zender RTL Veronique de serie. RTL4 ging verder met de uitzendingen in het kinderprogramma Telekids, maar er sloop sluikreclame in de serie. Zo bouwde Willem Bever in een van de afleveringen een schotelantenne, waarmee hij ook RTL4 kon ontvangen. Uiteindelijk kwam er ook nog een 3D-animatiefilm op de markt. Vond het een leuke uitzending, maar heb de commerciële variant niet meer bewust meegemaakt. Weet nog wel dat elke keer wanneer ik met mijn vrienden in onze stamkroeg (de Lange Gang in Groenlo) zat, we een kwartje in de jukebox gooiden om het Stoomlied van Ed en Willem Bever te horen (“Als mijn manometer goed staat, weet ik wel dat alles goed gaat“). Neem van mij aan dat ik het lied heel vaak gehoord heb, maar voor een kwartje had je dan ook drie nummers.

Nog zo’n lied en versje dat in je hoofd blijft zitten. Kleine zus stuurde een foto van het hoge noorden met de tekst “toch de winterjassen niet voor niks meegenomen“. Schoot me ineens een versje van Annie M.G. Schmidt te binnen die ik de rest van de dag niet meer kwijt kon. Volgens mij ooit gezongen door Hetty Heijting. Gaat over de kerstman die samen met zijn rendier in bad moet. Zal me beperken tot het eerste van de zeven coupletten:






Er staat een huis in Lapland een huis met een dak van sneeuw
Daar woont de kerstman met zijn vrouw al twee en een halve eeuw
En naast het huis is een stalletje daar woont het rendier Jan
Een rendier nou dat is een dier dat heel hard rennen kan

zaterdag 4 juli: @ kötteldiek

Drie kinderen (in de groei), één vader en twee grootouders (de laatste drie zo’n beetje uitgegroeid, misschien nog een beetje aanwas in de breedte) konden aardig wat naar binnen werken gisteren. De spareribs waren zo lekker dat zelfs de vegetarische dames zich er aan waagden terwijl ik speciaal voor hen een overheerlijke schotel in mijn elektrische wok had gemaakt (met vegetarische kip, hoe komen ze op zo’n naam). Wokpan was overigens ook bijna leeg. Na afloop van het gebunkerte een spelletje Hitster (Nederlandse artiesten), dat overduidelijk door zoonlief werd gewonnen. Kwam volgens hem omdat er veel kroegmuziek uit zijn jonge jaren ten gehore werd gebracht. Het Stoomlied zat er niet tussen.

Een genoeglijke avond ging over in een wat koude nacht (in mijn beleving, W had nergens last van). Om negen uur samen ontbijten. Beetje vroeg, maar kleinzoon moest op voetbalkamp en de twee meiden moesten shoppen. Je gaat tenslotte zes weken naar Indonesië, dan heb je een zomerjurkje of .... nodig (vond de één, de ander moest nieuwe survivalschoenen hebben). Pa mocht mee, ik denk niet alleen om voor het vervoer te zorgen. W en ik deden een variatie op “neem uw bed op en wandel“. Vrij naar het evangelie van Johannes (hoofdstuk 5, vers 1 tot 15) want daar staat: Sta op, neem uw matras op en wandel.“ Afscheid nemen van kind en kleinkinderen (en natuurlijk van het landgoed) dat er netjes uitzag. Moet ook wel want de komende zes weken wordt daar weinig aan gedaan.

 

Met kilometerstand 225.005 waren we weer thuis. Boel uitpakken en de bus mag uitrusten tot vrijdag, dan gaan we naar het westen (naar het andere deel van het nageslacht). Eerst nog even wat anders doen: vrijwilligerswerk, een vergaderavond, W een dagje uit met een vriendin en we mogen nog voor hondenoppascentrale spelen. Druk, druk, maar het leven is waard om geleefd te worden (vrij naar Albert Camus die ooit stelde dat de vraag of het leven wel of niet de moeite waard is om geleefd te worden, de belangrijkste vraag van de filosofie is).

vrijdag 3 juli 2026

bootje varen - ijsje eten - 3: het uitzwaaigebeuren

Had het gisteren over “weetjes“ in de Nederlandse spelling. Wil nog even één voorbeeld geven, namelijk het woord “trukendoos“. Hoewel je "truc" met een c schrijft, is "trukendoos" met een k. Als je "trucendoos" schrijft, zou je de c als een s uitspreken, zoals bij "cent" en "cel". Het verkleinwoord van truc is trucje en het meervoud is trucs (of truken). Logisch toch als je het doorhebt?

 


Vandaag ruilen we Borculo in voor Harreveld en dat terwijl ik nog maar weinig over dat plaatsje (sorry “stadje“) verteld heb. Lang voordat de Dommerholtjes Borculo onveilig gingen maken (zij verschenen pas in de negentiende eeuw op het Borculose toneel en ook lang voordat Borculo een gemeente werd, maakte het deel uit van de eeuwenoude Heerlijkheid Borculo. Binnen dat kleine landsheerlijke gebied lagen de boerderijen als eilanden in een zee van akkers, weilanden en houtwallen. Ook het erf Dommerholt behoorde tot die wereld, al was er toen nog geen sprake van die naam. De bewoners leefden onder het gezag van de Heer van Borculo, betaalden hun lasten, namen deel aan het markebestuur en bewerkten dezelfde grond die vaak al generaties lang in gebruik was. Eigenlijk was de Heerlijkheid Borculo een eeuwenoud, nagenoeg onafhankelijk staatje in de Achterhoek dat in 1375 stadsrechten verwierf. De heerlijkheid ontstond rond de 11e en 12e eeuw bij het kasteel Het Hof, dat ten oosten van de huidige stad lag. Naast de stad Borculo hoorden ook Eibergen, Neede, Geesteren en Lichtenvoorde tot de bezittingen. Opvallend is de positie van Grol (Groenlo) als je naar bijgaande landkaart uit 1741 kijkt. Na de heren van Borculo kwam het gebied in 1360 in handen van de familie Van Bronckhorst. De bezitsverhoudingen waren nogal ingewikkeld: de Bronckhorsten dienden de hertog van Gelre, maar Borculo zelf was een leen van de bisschop van Münster. Daardoor was het niet altijd pais en vree in dit gebied. De regio werd zwaar getroffen door oorlogen en rampen, waaronder een verwoestende stadsbrand in 1590. De machtige heerlijkheid, inclusief kasteel Het Hof, werd in 1777 aangekocht door prins Willem V, waardoor koning Willem-Alexander nog altijd de titel "Heer van Borculo" draagt.

In de negentiende eeuw, toen de familie Dommerholt in beeld kwam, was Borculo niet meer dan een gat, een kleine plattelandsgemeente waar het ritme van de seizoenen het leven bepaalde. De boerderijen lagen verspreid over de buurtschappen, verbonden door zandwegen die in de winter nauwelijks begaanbaar waren. Het land bracht niet altijd overvloed voort, maar met hard werken en zuinig leven wist men een bestaan op te bouwen. De tijd kabbelde voort. Borculo kende een aantal ingrijpende gebeurtenissen. De stormramp van 10 augustus 1925 is wel de meest bekende staat nog altijd in het collectieve geheugen gegrift. In enkele minuten veranderde een groot deel van de stad in een puinhoop. Huizen stortten in, kerktorens werden beschadigd en vele gezinnen verloren hun bezittingen. Ook de boeren in het buitengebied werden getroffen door vernielde schuren, omgewaaide bomen en beschadigde gewassen. 

Wil je meer weten over Borculo en zijn geschiedenis bezoek dan de website van de Stichting Stad en Heerlijkheid Borculo. De Stichting is een historische organisatie in het gebied van de (voormalige) gemeenten Borculo, Eibergen, Neede en Lichtenvoorde. Deze gemeenten hebben eens gedurende kortere of langere tijd deel uitgemaakt van de heerlijkheid Borculo, inderdaad: ook Lichtenvoorde.

vrijdag 3 juni: @ harreveld

Vandaag nemen we afscheid van de geur van kuilvoer. Vroeger noemden we dat persvoer, maar kan zijn dat dat niet helemaal hetzelfde is. Wacht wel op een echte boer die reageert. Hoe ruikt kuilvoer? Omschrijf het maar eens. Iets van: “fris, lichtzuur en ietwat zoetig“. Het is in ieder geval een heel apart geurtje. De camperaar naast me had het over “suikers in het gras die door melkzuurbacteriën worden omgezet in zuren“. Het zou zo maar kunnen. Zeker is dat het niet ruikt naar rot of schimmel. Vraag me alleen af waarom dat bij kuilvoer, zoals op bijgaande foto, wordt gesproken over "silobanden" terwijl het toch overduidelijk autobanden zijn.

Op naar Harreveld. Inderdaad: opnieuw. Een kleine maand geleden waren we er met het busje om de 73e verjaardag van W te vieren. Deze keer parkeerden we Puzzel voor een avond en een nacht om afscheid te nemen van zoon en kleinkinderen die over een paar dagen hun vrouw en moeder achternavliegen. Trefpunt: ergens in Indonesië. Wat anders dan de afspraak “donderdagmiddag om 15:00 bij de kerk van Vichy“ die we ruim 50 jaar geleden eens maakten met vrienden op onze eerste grote reis naar het buitenland. Je kon toen nog parkeren op het kerkplein met de 2CV. Denk niet dat dat tegenwoordig nog kan. Puzzel kan goed staan op “Erve Zoon“. Hadden liever op zaterdagavond afscheid genomen maar helaas: kleinzoon op voetbalkamp en beide dames verplichtingen elders. Alleen van zoonlief afscheid nemen is ook niet alles, volgens W. Dus vandaag maar naar het nageslacht anders zien we ze in maanden niet. Beetje rustig aan vanmorgen want geen haast. Ontbijten met het laatste brood dus een gebakken eitje met kaas erop om het weg te krijgen. Afwas wegwerken (W), één fiets in het achteronder, gaskraan dicht, stroomkabel inrollen en stoelen omdraaien. Geloof dat ik dan alles wel benoemd hebt. Oeps: bijna het matje laten liggen. W op de fiets. Eerst maar naar de Kötteldiek in verband met de zaterdagkrant. We waren daarvoor een beetje aan de vroege kant, het bleek nog steeds vrijdag te zijn. Boodschappen inslaan voor het etentje van vanavond en W even wat platte rust. Afbeelding in deze alinea is het wapen van de familie van Dorth, een aantal jongens en meisjes die een belangrijke rol in het dorp hebben gespeeld. 

Harreveld is één van de kerkdorpen van Lichtenvoorde en de twee plaatsen zijn al eeuwenlang nauw met elkaar verbonden. In de middeleeuwen maakte Harreveld deel uit van de Heerlijkheid Lichtenvoorde. De afgelopen dagen brachten we door in de Heerlijkheid Borculo, nu dus in een een andere. Een heerlijkheid was in de middeleeuwen een gebied waar een heer bepaalde rechten bezat, zoals het recht om recht te spreken, belastingen te heffen en bestuurders aan te stellen. Als ik helemaal volledig moet zijn moet ik vertellen dat Lichtenvoorde pas in de 17e eeuw een zelfstandige heerlijkheid werd. Daarvoor maakte het deel uit de van de heerlijkheid Borculo, al vormde het daarbinnen wel een eigen voogdij (een gebied met een beperkt eigen bestuur).

De Heerlijkheid Lichtenvoorde omvatte niet alleen het huidige dorp Lichtenvoorde, maar ook de buurtschappen Harreveld, Lievelde, Vragender en Zieuwent. De oorsprong van de heerlijkheid gaat terug tot de dertiende eeuw. Rond deze tijd werd het kasteel van Lichtenvoorde gebouwd, dat uitgroeide tot het bestuurlijke centrum van het gebied. Van het kasteel is alleen nog het Richtershuis, het voormalige koetshuis over (foto onder deze alinea). De heren van Lichtenvoorde waren leenmannen van de graven van Zutphen, die later onderdeel werden van het hertogdom Gelre. Hoewel de heren trouw verschuldigd waren aan hun landsheer, bezaten zij binnen hun eigen gebied een grote mate van zelfstandigheid. Zij oefenden zowel bestuurlijke als rechterlijke macht uit en hadden invloed op het dagelijks leven van hun inwoners. De economie van de Heerlijkheid Lichtenvoorde was voornamelijk gebaseerd op landbouw. Boeren verbouwden graan, hielden vee en gebruikten de uitgestrekte heidevelden en bossen voor begrazing en houtwinning. Daarnaast ontstonden kleine ambachten, zoals smederijen, molens en bierbrouwerijen. De inwoners waren verplicht bepaalde belastingen en diensten te leveren aan de heer, zoals het onderhoud van wegen en watergangen of het verrichten van herendiensten.

Binnen de heerlijkheid namen adellijke huizen een belangrijke plaats in. Naast het kasteel van Lichtenvoorde waren er verschillende havezaten, waaronder de Havezate Harreveld. Deze adellijke landhuizen vormden centra van bestuur en grondbezit. De eigenaren hadden vaak invloed op de benoeming van bestuurders en werkten samen met de heer van Lichtenvoorde bij het bestuur van de heerlijkheid. In het voorjaar van 2026 heeft oud-schoolmeester Godfried Nijs een lezing over de Havezate bij de Oudheidkundige Vereniging Harvelt verzorgd. Hij maakte daarbij gebruik van een door Ai-kunstenaar Paul van Druten, gemaakte video. In deze alinea een afbeelding uit deze productie (bron Elna Lichtenvoorde).

Aan het einde van de achttiende eeuw kwam een einde aan het oude heerlijkheidsbestuur. Tijdens de Bataafse Revolutie van 1795 werden de heerlijke rechten afgeschaft. Bestuur en rechtspraak kwamen voortaan in handen van de overheid, waardoor de macht van de adel sterk afnam. Hiermee verdween de Heerlijkheid Lichtenvoorde als zelfstandig bestuursgebied, maar haar grondgebied vormde later de basis voor de gemeente Lichtenvoorde die in 2005 fuseerde met Groenlo tot Oost Gelre.

Een tijdje doorgebracht in de schoot van de familie op Erve Nales. Zoals gebruikelijk geen gedetailleerde familiefoto’s, als de (klein)kinderen fotomodel willen worden moeten ze dat (later) zelf maar bepalen. Vandaar ook een groot aantal "algemene" plaatjes. Natuurlijk samen eten en opa mocht (als gebruikelijk) voor het voer zorgen. En uiteraard moesten we naar de vogels luisteren. Op bijgaande poster de vogels die we gespot/gehoord hebben van 15:30 tot 15:35 uur met behulp van de app Merlin.

 

Een mooie dag. V: 224.975; A: 224.999 (eindstand Harreveld). Rijtemperatuur rond de 21 graden, later op de dag oplopend naar 24. Zon op/onder: 05:19/21:56 (kan trouwens nog mooier: zuslief appte dat bij haar in Noord-Zweden de zon om 02:00 uur nog prettig aan het schijnen was). En morgen? Morgen is er weer een dag. Dan even een paar dagen naar de Kötteldiek vanwege diverse verplichtingen en afspraken. Aan het eind van de week een lang weekend naar het westen, ook daar woont wat nageslacht.

donderdag 2 juli 2026

bootje varen - ijsje eten - 2: over de wilde, woeste wateren

Kreeg van W te L te horen dat je veel beter kunt spreken van “hydrateren“ dan van “drinken“, klinkt veel beschaafder. Vond ik een goede vondst tot ik later de column van Sylvia Witteman in het Parool las, laat zij nu dezelfde twee termen (drinken en hydrateren) gebruiken. Toeval? 

Van H te G kwam de vraag of W inmiddels is bevorderd tot “mevrouw Nales“. Ben me hiervan niet bewust, dus heb een deel van mijn schrijfsels nog eens nageplozen en ben tot de conclusie gekomen dat “W“ de liefkozende versie is en “mevrouw Nales“ gebruikt wordt bij serieuze aangelegenheden. Wees gerust: het gaat steeds om dezelfde persoon. Om even concreet te worden: als je verderop in dit verhaal leest dat ik met mevrouw Nales in het bootje zat, dan regende het en hadden we te maken met stormen op de Berkel (dan kwam het idiote plan om te gaan varen uiteraard uit haar koker), als W het idee had om te gaan varen liet de zon zich regelmatig zien op ons lieflijke tochtje over het water waarbij de wind ons op de juiste momenten de goede kant opdrukte. Je hebt het helemaal door? Mooi zo, nu nog wachten op de beschrijving van onze tocht.

Had het gisteren over “verbreding van de agrarische activiteiten“, een mooie omschrijving voor “neveninkomsten zoeken“. Het Dommerholt was en is daar goed in. Waar het erf vroeger volledig in het teken stond van de melkveehouderij, zijn landbouw, recreatie en ijsverkoop tegenwoordig met elkaar verbonden. Het agrarische karakter van het bedrijf is altijd herkenbaar gebleven, ook nu nog. Kijk bijvoorbeeld naar de camperplaats: de ruime standplaatsen liggen aan de rand van de weilanden en sluiten aan bij het open landschap van de Hambroek. “Op de boer is het nooit stil“, zei W terwijl een boer het gras aan het keren was. Je verblijft dan ook midden in een werkend agrarisch bedrijf. De koeien in de wei, het maaien van het gras, het inkuilen van de oogst of het melken behoren tot het gewone dagelijkse leven op het erf. We kennen het wel, maar kan me heel goed voorstellen dat dat voor gasten “uit de groe stad“ juist een belangrijk onderdeel van hun verblijf vormt. Zij zoeken niet de drukte van een recreatiepark, maar de rust van het Achterhoekse buitengebied.

Overigens heet de eigenaar van het Dommerholt geen Dommerholt maar Evenhuis. Nee, ik ga nu niet de hele familiegeschiedenis uitdiepen, maar moet wel een paar dingen kwijt. In 1791 wordt Hendrik Dommerholt geboren in de omgeving van Gorssel. Hij behoort nog tot de oorspronkelijke Gorsselse tak, in 1837 krijgt hij een zoon, Jan Willem Dommerholt die later landbouwer wordt en zich vestigt in Borculo. Hij is de eerste Dommerholt die duidelijk in de Borculose bevolkingsregisters voorkomt. Diens zoon Hendrik Dommerholt (genoemd naar opa) ziet het levenslicht in 1873 en zet samen met ene Hendrika Johanna Oonk de Borculose tak voort. Dommertholt verschijnt dus pas in de negentiende eeuw op het Borculose toneel. Maar dan worden er plotseling geen jongens meer in de familie geboren en trouwt ene Dommerholt met een Evenhuis en samen zetten zij het werk op de boerderij voort. Kon bij die gebeurtenis het jaartal 1903 vinden. De grootmoeder van de huidige eigenaar hield evenwel de naam “Erve Dommerholt“ aan. En dat is altijd zo gebleven ook toen Wilbert en Erna Evenhuis het melkveebedrijf overnamen en in 1999 startten met de productie van ambachtelijk boerenijs van melk van eigen koeien. Dat bleek een groot succes en vormde het begin van de IJsboerderij 't Dommerholt. Daarna volgden verdere uitbreidingen: een grotere ijssalon (2006), uitbreiding van de recreatieve voorzieningen, de verkoop van zuivelproducten en uiteindelijk het camperpark, waarmee het erf uitgroeide tot een veelzijdig agrarisch recreatiebedrijf. Dommerholt is aangesloten bij de groep Langsboerenerven, een samenwerkingsverband van inmiddels 19 camperplaatsen. Als je de link aanklikt kun je lezen Onze camperplaatsen hebben allemaal hun eigen verhaal en karakter maar wat ze verbindt is de prachtige landelijke omgeving, de hoge kwaliteit én het kloppende hart van de beherende boeren en boerinnen voor wat hun is toevertrouwd. Beleef hun Boerenerven in de breedste zin van het woord; van veeboer tot akkerbouwer, van bloemkweker tot hobbyboer… De laatste keer dat we op een camperplaats van deze groep stonden was een paar weken geleden toen we net te vroeg waren voor de vroege kersen van de Kersenpit in Werkhoven.

Tenslotte in dit deel voor de pauze nog even een bericht van T te D die sprak van een gemiste kans: “Als je foto’s laat zien van de Beekvlietstuw“ hoort daar het verhaal bij dat je 'Slinge wordt Berkel' kunt noemen“. Helemaal gelijk beste T te D, maar je weet dat wanneer ik alles omschrijf wat mijn ogen (en de camera) zien, ik elke dag een streekroman kan vullen. Bijgaande foto (© Gerald Harmsen, Waterschap Rijn en IJssel) laat zien dat ter hoogte van de stuw bij Beekvliet de Slinge zich bij de Berkel voegt, maar dat is niet wat we bedoelen met 'Slinge wordt Berkel'. Ooit was het namelijk de Slinge zelf die hier verder stroomde en via Lochem en Zutphen de IJssel bereikte. De Berkel liep dood in de moerassen ten noorden van Borculo tot er in de dertiende eeuw een verbinding werd gegraven tussen Berkel en Slinge. Misschien omdat de heer van Borculo op die manier water door stads- en slotgracht kon laten stromen, maar meer waarschijnlijk omdat Zutphen zich zo een handelsroute naar het Duitse achterland verschafte. De gegraven verbinding werd allengs de hoofdafvoer van het Berkelwater en zo werd het riviertje langs Lochem en Zutphen niet meer Slinge, maar Berkel. Het hele verhaal tref je hier aan.

donderdag 2 juli @ borculo

De dag begon (zoals elke werkdag) met vier hersenkrakers van beterspellen.nl. Vandaag waren er helaas twee “weetjes“ bij, namelijk “applaudisseren“ en “uitentreuren“. Weetjes, omdat er totaal geen logica te bespeuren is. Neem nu “uitentreuren“. Dit werkwoord betekent eindeloos, telkens opnieuw, tot vervelens toe. Je kent het bijvoorbeeld uit de uitdrukking: "Hij vertelde het verhaal uitentreuren." Zag later dat de oorspronkelijke betekenis letterlijk was "uitgetreurd zijn" of "zo lang treuren tot het verdriet op is". Het ging dus om iets dat duurde totdat alle treurnis was uitgeput. Vanaf de 17e en 18e eeuw kreeg het woord een figuurlijke betekenis. Men gebruikte het voor handelingen die zó lang werden voortgezet dat ze uitputtend of vervelend werden. Van "tot je uitgetreurd bent" verschoof de betekenis naar "tot je er helemaal genoeg van hebt". Je kunt daar volgens de geleerde dames en heren het stempeltje “gelexicaliseerd bijwoord“ op plakken (de oorspronkelijke letterlijke betekenis is vrijwel verdwenen en het woord wordt nu vooral als vaste uitdrukking gebruikt) maar ik ben bang dat inmiddels al 80 procent van mijn kijkbuisvriendjes is afgehaakt. Samenvattend: ik ben meer van de echte spelling dus het verhaal van de D en de DT bijvoorbeeld. Maar nu “on topic“.

Dat we op het Dommerholt terecht kwamen had te maken met drie dingen: nieuwsgierigheid (want we zijn er nog nooit geweest), het vermaarde ijs (gisteren geproefd en inderdaad zo lekker dat we vandaag weer in de rij stonden) en de Berkelzomp. Bij dat laatste hoort een verhaal! Eeuwenlang was de Berkel veel meer dan een schilderachtige rivier. Voordat spoorwegen en verharde wegen het vervoer overnamen, vormde de rivier een belangrijke handelsroute tussen de Achterhoek, de Duitse grensstreek en de IJssel. De schepen die deze route bevoeren waren de Berkelzompen: kleine, platbodemde vrachtschepen die speciaal waren gebouwd voor het ondiepe en kronkelige water van de Berkel. Ze speelden vanaf de zeventiende tot het begin van de twintigste eeuw een belangrijke rol in de economische ontwikkeling van de streek. Een Berkelzomp was ongeveer twaalf meter lang, tweeënhalve meter breed en had een diepgang van slechts zo'n veertig centimeter. Dankzij de platte bodem kon het schip varen op water dat voor andere schepen te ondiep was. De zomp werd voortbewogen met een klein zeil wanneer de wind gunstig stond, maar vaak moesten de schippers bomen, staken of een treklijn gebruiken om vooruit te komen. De Berkel was namelijk grillig en kende veel ondiepe gedeelten, waardoor varen een vak apart was. De lading bestond uit producten die in de Achterhoek werden geproduceerd of juist van elders werden aangevoerd. Hout, turf, graan, meel, kalk, bouwmaterialen en landbouwproducten vonden via de Berkel hun weg naar Zutphen, waar aansluiting bestond op de IJssel en daarmee op de rest van Nederland. Andersom werden onder meer zout, koloniale waren en andere handelsgoederen landinwaarts vervoerd. Voor veel dorpen langs de rivier, zoals Borculo, Eibergen en Lochem, vormde de Berkelscheepvaart een belangrijke bron van inkomsten.

Om de rivier beter bevaarbaar te maken werden vanaf de zeventiende eeuw zogenoemde Berkelcompagnieën opgericht. Zij legden sluizen aan bij watermolens, verbeterden de vaarweg en organiseerden het scheepvaartverkeer. Ondanks deze inspanningen bleef de Berkel een moeilijke rivier. Bij een lage waterstand liepen de zompen regelmatig vast. Schippers bouwden dan soms een tijdelijke dam in de rivier, waardoor het water zich ophoopte. Zodra voldoende water was verzameld, werd de dam doorgestoken en liet men de zomp met de ontstane watergolf weer een stuk verder varen. Deze bijzondere techniek illustreert hoe inventief de schippers moesten zijn om hun bestemming te bereiken. Aan het einde van de negentiende eeuw verloor de Berkelzomp geleidelijk zijn functie. De aanleg van spoorlijnen, verbeterde wegen en later gemotoriseerd vervoer maakte vervoer over water minder aantrekkelijk. Bovendien werd de Berkel gekanaliseerd en veranderde de economische betekenis van de rivier. Rond 1905 verdween de laatste Berkelzomp uit de vaart en leek een eeuwenoude traditie voorgoed verleden tijd.

En dan komen de vrijwilligers om de hoek kijken; vrijwilligers die de geschiedenis in ere willen houden. In dit geval het verhaal van van de oude bootjes. In 1987 werd de Stichting De Berkelzomp opgericht met als doel een historisch verantwoorde replica te bouwen. Twee jaar later werd in Borculo de Jappe te water gelaten, gebouwd naar een negentiende-eeuwse tekening uit het archief van geoloog en waterstaatskundige W.C.H. Staring. Inmiddels varen ook replica's in Eibergen, Almen en Lochem. Vrijwillige schippers nemen bezoekers mee over de Berkel en vertellen onderweg over de geschiedenis van de rivier, de scheepvaart en het landschap. Zo is de Berkelzomp uitgegroeid van een onmisbaar vrachtschip tot een varend monument dat het verhaal van de Achterhoek levend houdt. We waren op deze tocht de enige passagiers (behalve dan honderden steekvliegen). Één vrijwilliger deed het verhaal, eentje stond er aan het roer en een derde keek toe want de roerganger was in de leer. Kortom: meer bemanning dan passagiers. 








Na de "spectaculaire" boottocht (eindje heen en zelfde eindje terug over een stuk van de gekanaliseerde Berkel) nog even een korte fietstocht om af te kicken. Via de Hambroekplas (heet tegenwoordig "de meren van Borculo") naar de restanten van een oude havezate (de Hoeve), gebouwd in de late middeleeuwen en gesloopt in 1860, punt 3 op bijgaande routekaart. Als je goed kijkt ontdek je dat de voormalige kasteellocatie nog zichtbaar is in het landschap. Ook is de parkaanleg nog herkenbaar, waaronder de vijver van Park de Waterster, dat is geclassificeerd als gemeentelijk monument. Belangrijk? Helemaal nit: we moesten gewoon een waypoint hebben voor onze fietstocht en eigenlijk niet de moeite waard: dichtgegroeid zodat je wel heel erg goed moest kijken, al zag het er in eerste instantie op de kaart wel aardig uit (zie detail routekaart hieronder).


Een mooie dag. Zo’n dag waarvan je zegt “de hemel regelmatig een ander kleed aan“ en dat kun je ongetwijfeld zien op de foto’s die we vandaag gemaakt hebben. Een nuchtere Achterhoeker zou het omschrijven als “behoorlijk wisselvallig weer“. Wel af en toe een trui (of vest, ja zelfs een zomerjas) aan, da’s ook voor het eerst sinds een paar weken. W in de late ochtend nog even op de fiets naar de stad. Ze heeft wat meer beweging nodig dan ik. Het bleek dat we wel in het bezit zijn van vier vliegenmeppers maar dat die (door omstandigheden) alle vier in ons stenen huis liggen terwijl we er nu hier op de camperplaats (op de boer) juist eentje nodig hebben. Laat Borculo nu een Action hebben met van die zeer praktische moordwerktuigen (goede kwaliteit voor een zacht prijsje: twee voor 70 Eurocent). Alleen per twee stuks te koop, zodat ons bezit nu aangegroeid is tot 6 (vliegenmeppers wel te verstaan). Het is geen impulsaankoop geweest want W heeft ook het Kruidvat en de Hema in haar koopjesjacht betrokken. En voor je begint te mailen en te appen: inderdaad een verkeerde foto (drie in plaats van twee). Temperatuur een beetje wisselend: 23 graden in de ochtend, later een dipje (regenbui, maar toen zaten we binnen) en daarna weer oplopend naar 21. Het fijne van deze weersomslag is dat de nachten lekker koel zijn en je geen zonnebril hoeft mee te nemen. Niet te vroeg juichen want over een week gaan we weer richting hittegolf.

Nog één ding: wel eens van een “rookhoen“ gehoord? Ik niet, tenminste tot vanmorgen. Toen W op vliegenmepperjacht was kwam ik een site over het Hof van Borculo tegen en daar las ik het volgende De onderdanen van een heerlijkheid hadden soms te maken met vreemde verplichtingen  jegens hun heren. Zo moest elk huis met een schoorsteen in de heerlijkheid Borculo een rookhoen leveren aan de kasteelheer van Borculo. Deze rookhoenbelasting moest worden voldaan op Vastenavond (carnavalsdinsdag). Dat velen hier onderuit probeerden te komen, blijkt uit een lijst uit het jaar 1805. De in totaal 716 huizen met schoorsteen leverden uiteindelijk maar 541 kippen“. Op de kweekschool heb ik (heel) vroeger wel de term geleerd die overeenkomt met deze vorm van belasting, namelijk haardstedengeld of schoorsteenbelasting (ook wel haardbelasting of hearth tax in het Engels). Daarbij betaalde men belasting op basis van het aantal haarden of schoorstenen in een huis. Omdat een haard een goede indicator was van de grootte en welstand van een woning, was dit een praktische manier voor overheden om belasting te heffen.“ Vanaf heden is dus het woord “rookhoenbelasting“ een geaccepteerd Scrabblewoord in huize Nales.

En om een lang verhaal af te sluiten: deze dag werd u aangeboden door W (dus niet door mevrouw Nales). Alleen: we hadden wel een mast, maar geen zeil.