noordpolderzijl

noordpolderzijl

zaterdag 22 augustus 2026

nog even weg vóór de slachting - 1: autofietsen naar nunspeet

Zuslief (de oudste) onderhoudt de contacten met het handjevol ooms en tantes die het tot heden toe overleefd hebben. Kreeg een appje met de tekst “Tante T heeft wederom een jas uitgedaan“. Vond ik wel een heel mooie uitdrukking die precies aangeeft wat er aan de hand is. De rest van de familie (uw scribent incluis) kende de term niet, terwijl het toch gangbaar Nederlands schijnt te zijn. Volgens Wiki is de uitdrukking "een jas uitdoen" (of "een jasje uitdoen") een figuurlijke spreekwijze die betekent dat iemand veel krachten of energie heeft ingeleverd, flink is afgevallen, of zwaar heeft geleden na een grote inspanning of tegenslag. En natuurlijk kan het ook pikant: in oudere volkstaal of schertsend taalgebruik werd er soms ook mee bedoeld dat iemand zwanger is (waarbij 'jas' een Bargoens woord voor condoom was). 

Kende wel iets soortgelijks: “het gaat iemand zeer weinig naar den vleesche“. De uitdrukking "naar den vleesche" betekent letterlijk "in aards, stoffelijk of lichamelijk opzicht". Als het iemand "zeer weinig naar den vleesche ging", betekent dit dat het hem in het dagelijks leven, qua welvaart, gezondheid of aardse voorspoed, helemaal niet voor de wind ging. Bijgaand plaatje is dus eigenlijk "helemaal verkeerd".

 

zaterdag 22 augustus: @ nunspeet

De titel van dit blog vraagt ongetwijfeld om de nodige uitleg. Allereerst “de slachting“: na een hele lange wachttijd (vanaf half maart) heb ik dan eindelijk een oproep gekregen voor een operatie. Niet de snel jubelen, want het kan nog tot een dag van tevoren worden gecanceld omdat er iemand is die eerder dood dreigt te gaan of zoiets. Woensdag ben ik aan de beurt. Nog even er tussenuit onder het motto “nu kan het nog“. Het begrip “autofietsen“ is qua term nog niet eerder genoemd maar we hebben het het laaste half jaar veel gedaan: W gaat op de fiets naar een camperplaats en ik mag de bus verplaatsen. Nu is de afstand naar Nunspeet iets verder dan “aangenaam“, dus heb ik haar bij station Empe-Voorst vrijgelaten. Dit station is eigenlijk de opvolger van een veel ouder station dat al in 1876 werd geopend, in de tijd dat de spoorbomen nog tot aan de hemel groeiden. Het maakte onderdeel uit van de spoorlijn Apeldoorn–Zutphen (een stukje van de Oosterspoorweg van Amsterdam via Apeldoorn naar Zutphen. Het reizigersvervoer bleek uiteindelijk niet voldoende. Precies 62 jaar na de opening, werd station Voorst gesloten voor reizigers. Tijdens de Tweede Wereldoorlog was er nog een korte opleving: van 25 september 1940 tot 5 mei 1941 stopten er weer reizigerstreinen. Daarna bleef de locatie nog enige tijd als los- en laadplaats voor goederen in gebruik. Het stationsgebouw werd uiteindelijk in 1946 gesloopt. De goederenfunctie verdween later eveneens; in 1965 werd de spoorverbinding met Voorst definitief beëindigd. En dan, na 68 jaar, komt het station terug: op 10 december 2006 werd op vrijwel dezelfde plek een nieuwe halte geopend, nu onder de naam Voorst-Empe. Heel eenvoudig uitgevoerd: slechts één perron met een overkapt wachthuisje, fietsenstalling en kaartautomaat. En op die plek begon W aan haar tocht over de Veluwe naar Nunspeet. Overigens wel na het afwachten van een “buitje“, kort maar zeer hevig. Gelukkig hadden we een soepje bij ons en nog voldoende gas in de propaanfles om ervoor te zorgen dat de soep heet werd opgediend. De regen tikte knus op het camperdak. Toen W op de fiets stapte was de zon al weer met haar werk begonnen.

De fietstocht van W ging over de Veluwe. De hei was een stuk paarser dan vorige week en behalve een lang traject langs het Apeldoorns Kanaal (dat loopt van Dieren via Apeldoorn naar Hattem) mocht W weer over een voormalige spoorlijn fietsen. Deze keer was het een stuk van de voormalige Baronnenlijn, de spoorverbinding van Apeldoorn via Het Loo, Vaassen, Emst, Epe, Heerde en Wapenveld naar Hattemerbroek, waar aansluiting bestond op de spoorlijn naar Zwolle. De lijn werd tussen 1887 en 1889 aangelegd door de Koninklijke Nederlandsche Locaal-Spoorwegmaatschappij (KNLS). De bijnaam Baronnenlijn verwijst naar de adellijke en invloedrijke heren uit de streek die zich sterk hadden gemaakt voor de aanleg. Zij zagen het spoor als middel om de Noordoost-Veluwe economisch te ontwikkelen. De spoorlijn was niet alleen bedoeld voor reizigers. Vooral het goederenvervoer was belangrijk. Fabrieken en andere bedrijven langs het traject kregen aansluiting op het spoor, waardoor onder meer papier, hout, steen en andere producten konden worden vervoerd. De lijn droeg daarmee aanzienlijk bij aan de industrialisatie van de dorpen aan de oostkant van de Veluwe. Er zat bovendien een koninklijk tintje aan. De Baronnenlijn maakte gebruik van de bestaande spoorverbinding naar Paleis Het Loo, die in 1876 was aangelegd voor koning Willem III. De nieuwe lijn liep aanvankelijk via Het Loo verder richting Vaassen en Epe. Het reizigersvervoer werd steeds minder belangrijk door de opkomst van de autobus en werd in 1950 beëindigd. Het goederenvervoer hield het aanzienlijk langer vol: pas in 1972 reden de laatste goederentreinen. Daarna werd de spoorlijn opgebroken.








Ik draaide om half drie camperplaats de Zwaan in Nunspeet op, W twee uur later. Zij had ruim 50 kilometer afgelegd vanaf station Voorst-Empe. Een mooie dag. V: 225.898; A: 225.999. Rijtemperatuur 18-19 graden. Later op de camperplaats af en toe wat warmer. Belangrijker: het bleef droog (de buien scheerden boven- en onder langs Nunspeet). Zon op/onder: 06:30/20:47 (gegevens Nunspeet). En morgen? Morgen is er weer een dag. We blijven nog een paar dagen hier “nu het nog kan“. Het zal wel fietsen worden. Niet iedereen trekt er zich wat van aan dat hij op de Biblebelt zit en het morgen zondag is.

dinsdag 18 augustus 2026

een weekendje haarle - 4: done

R te dH was weer even op Whatsapp. Hij vond mijn verhaal over de rekkelijken en de preciezen maar heel karig, ook al was het afwasgerelateerd. Weet niet of mijn publiek geïnteresseerd is in de theorieën van de Leidse hoogleraar Jacobus Arminius. Zijn volgelingen werden de rekkelijken, ook wel remonstranten of arminianen genoemd. Deze groep vond dat de mens, ondanks zijn zondigheid, een zekere vrijheid van wil had. Gods genade was noodzakelijk, maar de mens kon die genade wel aannemen of afwijzen. De preciezen, ook contraremonstranten genoemd, stonden onder invloed van onder anderen de Leidse hoogleraar Franciscus Gomarus. Zij hielden sterker vast aan de klassieke calvinistische predestinatieleer. Volgens hen was de mens door de zonde niet in staat uit zichzelf voor God te kiezen. Het was uiteindelijk God die bepaalde wie werd uitverkoren. Gods genade was dus niet afhankelijk van een beslissing van de mens. Kan er vervolgens ook nog de politiek bijhalen: stadhouder Maurits schaarde zich achter de preciezen terwijl Johan van Oldenbarnevelt bij de rekkelijken hoorde. Het kostte Johan zijn kop, maar dat had ik in een vorig blog al verteld. Een godsdienstig meningsverschil was uitgegroeid tot een nationaal politiek conflict, dat uiteindelijk beslist werd tijdens de Synode van Dordrecht (1618-1619). De remonstranten werden veroordeeld en hun leer werd verworpen in de Dordtse Leerregels. Honderden remonstrantse predikanten werden afgezet en een aantal werd verbannen. Het werd uiteindelijk: God bepaalt, de mens ontvangt. Maar wat heeft dit met afwas te maken, ook al is W daar eerder deze week over begonnen?

dinsdag 18 augustus: @ kötteldiek

Niets is mooier in een droog land dan wakker worden van het zachte getik van de regen. Zolang het geen dagen duurt, altijd een heerlijk ontspannen geluid in de camper. En dat terwijl ik net lekker aan het dromen was. Dromen van carnaval. Gekleed als gevulde koek: naakt en met een amandel in mijn navel door de straten van Groenlo. Groenlo, inderdaad: in Lichtenvoorde wordt geen carnaval meer gevierd.

Koffie, de afwas en een beetje poetsen en dan naar het stenen huis. Even afrekenen: 3 x € 12,00 + 6 flappen voor een nachtje W. Koopje toch: all-in-prijs. Het werd trouwens wel wat duurder: op de terugweg moest ik uitwijken voor een bus-met-L en laat nu net aan de rechterkant een bord “pas op wergwerkzaamheden“ een beetje (dicht) tegen de wegrand staan. Rechter spiegel naar de filistijnen (je mag zelf weten of je het met een hoofdletter schrijft of niet). Verzekeringswerk? Even uitzoeken. 

En dat terwijl ik zat te filosoferen over de juistheid van de historische feiten in de film Gladiator II. Dit weekend gezien en mijn conclusie: een spectaculaire en vermakelijke film, maar duidelijk minder goed dan de eerste Gladiator. Categorie popcornfilm en dat van die historische onjuistheden hoor je een volgende keer wel, moet ik eerst nazoeken. Van één ding ben ik wel 100 procent zeker: in de film laat de regisseur het Colosseum vollopen met water, waarna er een soort mini-zeeslag plaatsvindt, compleet met schepen en haaien. Dit kan op dat moment onmogelijk: onder de bodem van de arena zat een compleet systeem van gangen, liften en installaties voor dieren en gladiatoren. In een eerdere scène liet men leeuwen uit een opening midden in de arena komen; lijkt me vrijwel onmogelijk om vlak daarna een grote watergevechtschouwburg te organiseren: het water zou ongetwijfeld weglopen. En de haaien? Gewoon een Hollywoodgeintje.

Een iets andere route dan de heenweg, moest nog even tanken en dat is het goedkoopst bij Kusters net buiten Ruurlo. Ruitenwissers de gehele terugreis op intervalstand en het werd tijdens de rit niet warmer (of kouder) dan 16 graden. Zag later dat er 7 mm regen gevallen was in Lichtenvoorde, alle kleine beetjes helpen. Het “gewone“ leven gaat weer zijn gang. Even wachten voor een volgend avontuur. Tot die tijd heb ik nog even een nadenkertje voor je. Waren die jongens helderziende in 1977?

maandag 17 augustus 2026

een weekendje haarle - 3: en weer gescheiden

Een niet nader te noemen vaste lezer heeft het idee dat ik af en toe uit mijn nek zit te kletsen. Hij kon namelijk die bewuste foto van het kunstwerk ’t Gonst in Nieuw-Heeten niet op mijn website vinden. Ik help graag, het blog kun je hier vinden en voor het gemak druk ik de foto ook nog een keer met plezier af. Geen probleem niet nader te noemen vaste lezer.

 

R te dH wees mij op het feit dat tegelijkertijd met het ontginnen van de woeste gronden in de omgeving van Haarle er iets anders gebeurde op de Haarlerberg en Sprengenberg. Grote delen van de heide werden niet tot landbouwgrond gemaakt, maar bebost. Toen Van Wulfften Palthe zijn landgoed uitbreidde, werd vanaf het einde van de 19e eeuw begonnen met de ontginning van heide voor bosbouw; de Nederlandse Heidemaatschappij speelde daarbij een belangrijke rol. Koppel ik dit even aan mijn verhaal van gisteren dan kan ik stellen dat het proces van de markeverdeling begon in 1855, maar de grote verandering van heide naar landbouwgrond en bos vond vooral plaats tussen ongeveer 1890 en 1930. Eigenlijk wel geinig: fiets je in de omgeving van Haarle dan zijn grote delen van het landschap nog maar iets meer dan honderd jaar oud of zelfs nog jonger. De foto in deze alinea is een volgens mij gephotoshopte opname die ik vond met de aanduiding @marketingoost.

maandag 17 augustus: @ haarle

Na een rustige nacht (met veel regen volgens W) werd ik vanmorgen om negen uur wakker naast een lijfje dat het warm had gehad vannacht. Had zelf mijn twee dekbedden nog over, dus weinig van gemerkt. Kreeg vervolgens een hele tirade over rekkelijken en preciezen over me heen, maar dan in het kader van de afwas. Kon er eerst geen touw aan vastknopen, immers met rekkelijken en preciezen wordt vooral een tegenstelling bedoeld die in de Nederlandse Republiek aan het begin van de zeventiende eeuw ontstond binnen het gereformeerde protestantisme. Nou kan ik zelf een verhaal gaan afsteken over de fundamentele verschillen tussen de groepen die wat dieper gingen dan simpelweg "softe" tegenover "strenge" gelovigen. Zal ik je besparen. Het afwasverhaal van W had helemaal niets te maken met fundamentele verschillen in onze kijk op God, de mens en de kerk. Het had alles te maken met onze kijk op de afwas! W vond dat ik beter moest voorspoelen vóór ik de vaat in de afwasbak deed: ze vond me te gemakkelijk, zeg maar te “rekkelijk“. Heb me maar ingehouden en niet verteld dat dit conflict (nee: niet het afwasprobleem) uiteindelijk leidde tot de onthoofding van Johan van Oldenbarnevelt (13 mei 1619). En dat allemaal op een vroege maandagmorgen.

Mocht tijdens het afbakken van de broodjes een route voor de fietskoningin in elkaar prutsen. Het werd er eentje die op de kaart een stuk minder mooi leek dan de route van gisteren. Ik werd gezien de grote kans op kletsnat worden niet uitgelaten vanmorgen. Geen punt: voel het zadel van gisteren nog in mijn kont. W was om kwart voor twee thuis en vond het maar een route van niks. Jammer, heb alleen maar haar aanwijzingen opgevolgd.



Over de rest van de dag valt niet zoveel te zeggen, alleen dat de boer meende het gras van zijn paradijs te moeten maaien. Niks mis mee, maar ik was net met mijn siësta bezig. Met bezettingsproblemen van de elektrocar, voorbereidingen van de vergadering van de A4d en afzeggingen van standhouders op de ambachtendag van het museum zal ik je niet vermoeien. Zo’n dag dus. W had een bui op de terugreis, hier is het (tot nu toe) droog gebleven.



zondag 16 augustus 2026

een weekendje haarle - 2: herenigd (en gelukkig)

Wat een mens toch te zoeken heeft in Haarle, was de vraag van ondermeer G te W. Volgens mij heb ik daar in mijn vorige blog al antwoord op gegeven: rust, ruimte en goedkoop. Voor de rest is er niet veel. Haarle zelf (op een paar kilometer afstand) is een dorp aan de voet van de Sallandse Heuvelrug, ingeklemd tussen het boerenland van Salland en de uitgestrekte bossen en heidevelden van de heuvelrug. Als je met de fiets naar de heuvelrug gaat merk je meteen dat het landschap hier het verhaal vertelt. De rechte wegen door het open land (ontginningen) maken geleidelijk plaats voor bos en hoogte. Het dorp ontstond op de overgang van de hogere gronden naar het lager gelegen Sallandse land. De naam Haarle wordt al in de middeleeuwen genoemd en is waarschijnlijk verbonden met een oude aanduiding voor een hoger gelegen, zandige plek. Eeuwenlang leefden de bewoners hier van landbouw. Op de schrale zandgronden waren vooral schapen en heide belangrijk. De mest van de schapen werd gebruikt om de akkers vruchtbaarder te maken. Zo ontstond het karakteristieke landschap van essen, boerderijen, heide en woeste gronden dat Salland lange tijd bepaalde. Tot ver in de 19e eeuw waren de heidevelden rond Haarle nog volop onderdeel van het agrarische systeem. De boeren hadden die gronden nodig voor het weiden van schapen en het steken van heideplaggen, die samen met mest werden gebruikt om de essen vruchtbaar te houden. De woeste grond was dus helemaal niet 'waardeloos'; hij was juist onmisbaar voor het boerenbedrijf. Een belangrijk keerpunt was de verdeling van de markegronden in 1855. De gemeenschappelijke Haarlese gronden werden toen onder de eigenaren van de boerderijen verdeeld. Daarmee ontstond de mogelijkheid om de heide- en broekgronden individueel te verkopen of te ontginnen. De eerste jaren bleef alles nog bij het oude. De daadwerkelijke grootschalige ontginning kwam pas rond 1900 goed op gang. De komst van kunstmest maakte het mogelijk om zonder de enorme hoeveelheden schapenmest en plaggen meer grond in cultuur te brengen. In Haarle werden vervolgens nieuwe boerderijen gebouwd in gebieden die daarvoor nog als woeste grond golden. Bijgaande kaart uit 1854 heeft als bron Topotijdreis.nl.

En dan heb je natuurlijk het grote decor van Haarle: de Sallandse Heuvelrug. De Holterberg, Hellendoornse Berg en Haarlerberg vormen samen een langgerekte stuwwal die in de voorlaatste ijstijd door het landijs werd gevormd. Vanaf de hoger gelegen wegen heb je op sommige plekken prachtige vergezichten over Salland. Ik mijd even de bulten, teveel van het goede op dit moment. De foto van de heide is afkomstig van W die op haar tochtje van vast naar mobiel huis de Sprengenberg beklommen heeft.

 



zondag 16 augustus: @ haarle

Ander weer, dat bleek vannacht al toen ik maar een tweede dekbed over me heentrok. Had er ook een beetje om gevraagd: alles stond wagenwijd open. W appte even of ik samen met tante Komoot een leuke route voor haar kon fabrieken en toen ze na haar tocht van net geen 60 kilometer in net geen 3 uur (gemiddelde snelheid van 20,3 km en hoogste punt van 110 meter) om 14:30 uur de camperplaats opreed was haar conclusie: “een geweldige tocht“. Even een paar plaatjes om een idee te geven van de omgeving. De foto van het verdiende ijsje is gemaakt door het ijsboerinneke van dienst.






Even later vond W dat ik moest worden uitgelaten. De opdracht was wel om de bergen te vermijden, want die had ze vandaag al voldoende beklommen en
“ik wil ook graag heel met je terugkomen“, waren de geruststellende woorden. Het werd een leuke rit van 22,4 kilometer met als doel het vlakke land van de omgeving van Haarle verkennen. Dat is gelukt. Hoogtepunt? Ongetwijfeld het kunstwerk met de naam ’t Gonst in Nieuw-Heeten. Het werd in 2006 gemaakt door de beeldhouwster Saske van der Eerden. Het is eigenlijk één kunstwerk dat uit verschillende onderdelen bestaat: zes mensenhoofden en een hondenkop, verspreid over het dorpshart. Ik laat even de plaatselijke VVV aan het woord: “De titel is mooi gekozen. Gonzen betekent immers dat er overal geluid, bedrijvigheid en beweging is. Van der Eerden wilde met de beelden de levendigheid en saamhorigheid van Nieuw-Heeten verbeelden. De hoofden zijn als het ware een dwarsdoorsnede van de dorpsbevolking: jong en oud. Het aardige is dat de beelden niet zomaar los van elkaar staan. Ze lijken met elkaar te communiceren. Een vrouw fluistert een oudere man iets in het oor – misschien een geheim, misschien een roddel. Een hond lijkt tegen zijn baasje te blaffen. Een groepje vogels vormt een gesprek met een man. Een jongetje kijkt omhoog naar de kerk, waarvan de klok hem vertelt hoe laat het is. En voor de school staat een meisje dat naar de overkant lijkt te roepen. Daarmee heeft Van der Eerden eigenlijk het hele dorp in een paar beelden gevangen: praten, luisteren, roddelen, roepen, kijken en elkaar ontmoeten.“ “Het komt me allemaal wel bekend voor“, sprak W en daar had ze gelijk in: we hebben er al eens vaker bij stilgestaan. De laatste keer ongeveer 4 jaar geleden, toen hebben we zelfs nog een foto gemaakt.



Om vijf uur terug, tijd voor een biertje en een luie stoel. En voor je het weet sta je weer in je kabouterkeukentje. Wel gemakkelijk deze keer: had een restant kip siam meegenomen dat ik vrijdag vakkundig in elkaar gemetseld had: onderdelen uit een doosje van de Jumbo, een paar kipfilets van de Esbro en een (deel van een) zak basmatirijst. Uiteraard aangevuld met alles wat heel nodig op moest en enigszins bij het gerecht pastte. Nu een kwestie van even in de elektrieke wok en klaar is B. Gezellig samen eten en dan is het de hoogste tijd voor het avondprogramma. Wel binnen, want het wordt frisjes buiten. Een mooie dag: wisselend bewolkt, max zo’n 24 graden en een wind kracht 2 uit het noordwesten. Zon op/onder:
06:18/20:58 (gegevens Haarle). En morgen? Morgen is er weer een dag. W fietst waarschijnlijk weer terug en haar kennende zal ik eerst nog even worden uitgelaten. Je hoort van de hoed en de rand in het volgende blog.

een weekendje haarle - 1: verkoeling

Je hoorde ze denken “zijn ze wel gelukkig die twee?“ toen de buren me weer eens in mijn eentje zagen wegrijden. Deed me denken aan een artikeltje in een (digitale) krant van afgelopen week. Vergeef me, de naam is me ontschoten, maar het moet er eentje geweest zijn van de DPG-media. “Zijn jullie wel gelukkig? Tante zelf is heel gelukkig. Zij verloor haar man al in de tweede maand van haar huwelijk en ze is nooit hertrouwd: ‘uit piëteit voor den overledene’ zoals ze het motief noemt. Aan die piëteit is nooit getornd geworden: niemand heeft haar ooit meer gevraagd en toen is Tante een soort cultus gaan bedrijven. Een cultus rond haar ‘grote, ruw afgebroken huwelijksgeluk’ waarvan overigens geen sterveling, Tante incluis, zich iets positiefs of negatiefs weet te herinneren.“ Ja hoor, we zijn heel gelukkig en misschien mag ik daarom wel vast vooruit, want inderdaad: W komt na, temininste als ze bijgeslapen is.

Busje is sinds onze laatste trip nog twee keer gebruikt en wel voor een daguitstapje en als boodschappenwagen. De dagtocht ging naar het Witte Veen, op de grens bij Buurse, waarbij ons uitgangspunt de Haarmühle was, ideetje van W, dus altijd goed. “En als ik jou dan uitgelaten heb, fiets ik wel terug naar huis. Maak maar twee mooie routes“. Op naar de Haarmühle, net over de grens bij Alstätte. Dienstag Ruhetag, dus parkeerplek genoeg en de knip kon in de kontzak blijven want de catering moest uit eigen keukentje komen. Voor de (weinige) mensen die er nog nooit geweest zijn: de Haarmühle zelf is een bezoek waard. Op deze plek wordt al sinds 1188 een molen vermeld; de huidige watermolen dateert uit 1619. Het water dat hier als Alstätter Aa langs de molen stroomt, heet aan Nederlandse kant de Buurserbeek. En na alle opgedane ervaring kun je prettig op het terras neervallen, alleen Dienstag Ruhetag en dat ook in de schoolvakanties.


Op een van de parkeerterreinen begon onze fietstocht die we al na een paar honderd meter moesten aanpassen. We hadden al een paar bordjes “verboden voor fietsers“ genegeerd, maar het traject dat volgens haar van Komoot “comfortabel“ was had niets weg van een fietspad. We konden de Duitsers niet de schuld geven want we waren al op Nederlandse bodem. De grens loopt hier dwars door het landschap, maar daar trekt de natuur zich niets van aan. Je fietst van Duitsland Nederland in en even later weer terug, zonder slagboom of douanier die je tegenhoudt. Op het gevoel hebben we de route aangepast, maar daardoor ook een beetje ingekort. Niet erg want toen Komoot vertelde “U bent terug op de route, navigatie wordt hervat“, had ze nog een paar niet zo “comfortabele“ paadjes voor ons in petto. Het is een landschap van heide, bos, grasland, vennen en veen, doorsneden door oude zandwegen en lanen. Soms merk je nauwelijks dat je door een natuurgebied fietst; juist de afwisseling maakt het aantrekkelijk. Het ene moment rijd je tussen de bomen, even later ligt er een open stuk heide voor je en weer wat verder kijk je uit over een natte laagte. Het Witte Veen is een overblijfsel van een veel groter hoogveengebied dat zich vroeger langs de Nederlands-Duitse grens uitstrekte. In de negentiende eeuw bestond het gebied grotendeels uit woeste heide en hoogveen. Er werden schapen geweid, plaggen gestoken en turf gewonnen. Later werd een groot deel ontgonnen voor de landbouw. Wat te nat of te arm was voor de boeren, bleef gespaard en vormt nu de kern van het natuurgebied. Sinds 1982 is een groot deel in bezit van Natuurmonumenten. 

Ook de geschiedenis van de grens is hier nog zichtbaar. Oude grenspalen van Bentheimer zandsteen staan er als stille getuigen. En waar tegenwoordig fietsers rustig hun rondje maken, trokken vroeger smokkelaars door het veen. Op het einde wachtte de Haarmühle maar met een speciaal terras. De geserveerde soep was ongetwijfeld net zo lekker als dat van het nabijgelegen restaurant maar in elk geval een stuk goedkoper. W trapte inderdaad een klein 40 kilometer naar huis en vond dat Komoot en ik een mooie route hadden geknutseld.

 

Een paar dagen later moesten we op excursie naar de nieuwe Esbrowinkel in Wehl. De kranten stonden er vol van de afgelopen weken en toen vaste lezeres (tevens vriendin van W) L te D hoog opgaf over die nieuwe Esbro Shop XXL moesten we natuurlijk op pad. XXL is een beedje overdreven (qua winkeloppervlakte dan) maar qua hoeveelheid kipproducten mag er misschien nog wel een X’je bij. Achterliggende bedrijfsmodel: het assortiment bestaat uit kipproducten die niet zijn verkocht aan (grote) klanten. Reden hiervoor kan bijvoorbeeld zijn dat de kipfilets te klein zijn of dat een bestelling door een klant is geannuleerd. Natuurlijk kun je dan schermen met “duurzaam ondernemen“ en het “zo min mogelijk belasten van het milieu“, uiteindelijk gaat het erom om de laatste stukjes kip aan de man te brengen. De ondernemer krijgt nog een paar cent en de consument is redelijk goedkoop uit. Toen we de inhoud van de winkelwagen in de bus gepakt hadden mocht W zo’n 30 kilometer naar huis fietsen. Busje mocht mee omdat het voorzien is van een fietsendrager.

zaterdag 15 augustus: @ haarle

In mijn eentje dus naar Haarle (bij Nijverdal), gewoon omdat het daar altijd rustig is en vooral goedkoop. “Heb het eigenlijk wel gehad met staan in een weiland“, sprak W, “wil liever naar een camping met een zwembad“. Haar mening veranderde toen ik tarieven noemde van campings in het hoogseizoen en afsloot met toeristenbelasting, milieuheffing en het bedrag dat je mag betalen voor “keuze voorkeursplek“. Sommige campings maken het tegenwoordig zo bont om ook nog administratiekosten in rekening te brengen. De eindconclusie was dat staan in een weiland ook zijn charmes kent. “Jij gaat nu, ik slaap uit morgen en kom dan na op de fiets“. Prima geregeld toch? Beetje boodschappen inslaan, vertrekken met een buitentemperatuur van 31 graden en (geloof me of niet) een klein uurtje later op 60 kilometer afstand uitstappen met een buitentemperatuur van 21 graden. Reden: een prettig regenbuitje. Het werd nog wel wat warmer later op de middag, maar de luifel moest een eindje uitgedraaid worden om inregenen te voorkomen. Heerlijk die afkoeling. Tijd voor een film en de kooksessie (weer genoeg voor een compleet weeshuis). V: 225.774; A: 225.836. Zon op/onder (gegevens Haarle): 06:23/21:03. Het was weer gezellig met mezelf.