noordpolderzijl

noordpolderzijl

maandag 5 oktober 2026

wanneer je weer kunt lopen - 2: alleen op de camping

Waar ik die moeilijke term “gescheperd hoeden“ (zie mijn voorgaand blog) vandaan haalde, wilde T te E weten. Moeilijk? Komt gewoon op de website van Roelof voor. "Het gescheperd hoeden" verwijst naar een traditionele methode van natuurbeheer waarbij een schaapskudde actief wordt geleid door een herder (de scheper) en zijn herdershonden. Het tegenovergestlde is “standbeweiding“. Daarbij worden schapen simpelweg in een omheind stuk grond of achter rasters gezet.

Of ik me wel vermaakt had de laatste weken was een vraag van H te L. Jazeker H te L en bedankt voor de belangstelling. In de periode vóór de ziekenhuisopname heb ik me voornamelijk beziggehouden met een bekend verslag van een Brit over de Boni-oorlogen in Suriname, namelijk het wereldberoemde boek “Narrative of a Five Years' Expedition against the Revolted Negroes of Surinam“ (1796), geschreven door de Schots-Engelse militair John Gabriel Stedman. Hoewel hij officieel in dienst was van een Europees huurleger (de Schotse Brigade) om het Nederlandse koloniale gezag bij te staan tegen de Marrons onder leiding van Boni, groeide zijn reisverslag uit tot een van de belangrijkste historische documenten over de gruwelen van de Surinaamse slavernij en de guerrillastrijd in de jungle. Er zijn een aantal zaken die het verslag van Stedman interessant maken. Op de eerste plaats zijn dat de militaire campagnes. Stedman beschrijft van zeer dichtbij de uitputtende expedities tussen 1773 en 1777 in de Surinaamse jungle onder leiding van kolonel Louis Henri Fourgeoud. Hij schetst de loodzware omstandigheden van de soldaten die vochten tegen de ongrijpbare guerrilla-tactieken van de Boni's. Nadrukkelijk komt in het verhaal ook kritiek op het salvernijsysteem voor. Hoewel Stedman was gestuurd om de opstand neer te slaan, raakte hij diep geschokt door de brute mishandelingen van de tot slaaf gemaakten door de Nederlandse plantage-eigenaren. Zijn gedetailleerde observaties boden een zeldzame, kritische blik van binnenuit. Dan maken nog twee zaken het verhaal persoonlijk: een deel van zijn reisverslag is gewijd aan zijn liefde voor Joanna, een jonge, tot slaaf gemaakte vrouw met wie hij een zoon kreeg en tenslotte talrijke beschijvingen van de natuur. Af en toe ook vermakelijk, want om de week is hij zo’n beetje op sterven na dood, maar dankzij veel sterke drank en scherpe pepers komt hij er elke keer weer wonderbaarlijk bovenop.

In het oorspronkelijke werk kwamen ook illustraties van William Blake voor die in de digitale versie die ik gelezen heb ontbraken. Deze prenten (zoals een tot slaaf gemaakte man die levend aan een haak was opgehangen) werden later een belangrijk wapen in de internationale strijd voor de afschaffing van de slavernij. Bijgaande (historische) afbeelding heeft de titel “A Negro Hung Alive by the Ribs to a Gallows“. Het toont een gruwelijke executiemethode uit de 18e eeuw in de voormalige Nederlandse kolonie Suriname: een tot slaaf gemaakte man die levend aan een ijzeren haak door zijn ribben aan een galg is opgehangen.

 

Ga ik terug naar het minder bloederige gedeelte van het boek. Om een “onschuldig“ voorbeeld te geven een passage waarin Stedman het gevecht tussen een kikvors en een slang beschrijft: “Het verwonderde my niet, dit dier op de takken te zien, maar wel deszelfs gevecht tegen den slang, een gevecht, het geen ik zal beschryven, en het welk de arme kikvorsch verloor. Toen ik de laatstgemelde vernam, was zyn kop en halve lyf reeds in den bek van den ander, die my in de lengte uitgerekt voorkwam, en wiens staart om een tak van den Palmietboom gewonden was. De kikvorsch scheen de grootte van een vuist te hebben, en haakte met zyne voor- en agterpooten in een tak. In deeze gesteldheid streeden zy, de één voor zyne maaltyd, de ander voor zyn leven, en maakten eene rechte linie tusschen twee takken. Geduurende eenigen tyd bemerkte ik, dat zy geheel in stilstand waaren, en geen beweging maakten. Ik had nog hoop, dat de arme kikvorsch zig door haare pogingen uit het ongeval redden zoude; maar het tegendeel had plaats; want de kakebeenen van den slang zig trapsgewyze vergrootende, en door middel van haar opspannend vermogen, eene ongeloofbaare opening maakende, verdweenen het lyf en de voorpooten van den kikvorsch langzamerhand. Wel dra zag men niets meer dan de agterpooten en klaauwen, die eindelyk van den tak los geraakten. Het arme beest wierd ras geheel en al in de keel van zynen geduchten vyand ingezwolgen, die het zelve eenige duimen diep liet nederzakken. Hy bewaarde het op die plaats, alwaar het een dikte of zwelling vormt; terwyl het kakebeen en de keel van den slang weder te zamentrokken, en derzelver natuurlyken staat dadelyk hernamen“.

maandag 5 oktober: @ kotten/oeding

W heeft gisteren nog tot het donker werd buiten gezeten met de familie, Skipbo spelen of zoiets. Was mij te koud af. Dit is wel meteen het grote nadeel van deze relatief warme herfstdagen: de zon is al vrij snel onder en dan begint het frisjes te worden. Ook ’s morgens duurt het enige tijd voor de aardkloot voldoende is opgewarmd om zonder gevaar voor bevroren aanhangsels naar buiten te gaan. Je kunt natuurlijk voor bikkel spelen, maar dat is niet meer aan mij besteed. Om je een idee te geven van de ontwikkeling van de temperatuur afgelopen avond, nacht en deze ochtend: 17:00 uur 19⁰C; 21:00 uur 12⁰C; 00:00 uur 10⁰C; 06:00 uur 8⁰C en 10:00 uur 15⁰C (bron: buienradar.nl). Op het “dieptepunt“ van de nacht dus een beetje frigo.

Had nog een hele discussie vanmorgen met W over een stelling dat vogels in de herfst niet zingen. Dat klopte niet helemaal volgens haar: vogels zingen in de herfst wel minder dan in de lente, maar ze zijn zeker niet allemaal stil en ze begon een verhaal over oren laten uitspuiten en een afspraak maken bij de audicien om mijn gehoorapparaten bij te stellen. Nu moest hare behaaglijkheid vanmorgen naar haar vrijwilligersjob dus ik had alle tijd om dit eens grondig uit te zoeken. De voornaamste reden dat er minder gezongen wordt is dat de hoofdfunctie van vogelzang, namelijk een partner lokken en een territorium afbakenen, in het najaar niet nodig is. Daarnaast wisselen vogels hun versleten veren in deze periode voor een warm winterkleed. Dat kost veel energie en maakt ze kwetsbaar, waardoor ze stiller en beschut blijven. En tenslotte zijn veel vogels druk bezig met het zoeken naar voedsel en het opbouwen van vetreserves voor de winter of de trek naar het zuiden (bron). Uitzondering vormen de roodborstjes (zingen in de herfst om hun winterterritorium af te bakenen en ook vrouwtjes zingen dan), winterkoninkjes en merels (bron). Voor je het weet ben je door het opzoekwerk van al dat gekwikkeleer zo maar een half uur verder. Geen probleem: de kachel houdt het busje warm.

W was om half negen verdwenen en een uurtje later kon ik met mijn afbakbroodje, kopje koffie en glaasje mangosap aansluiten bij een hele lange ontbijt- overgaande in koffiezit waar oude herinneringen werden opgehaald. Om half twaalf vertrok ook de rest en bleef ik (niet zielig, maar wel alleen) achter om de bus een vijftigtal meter te verplaatsen om vooral aan het begin en het eind van de dag wat langer van de zon te kunnen genieten. Met de auto heen en met de fiets terug: we hadden nog even de ijdele hoop dat een tweewieler alweer een geschikt vervoermiddel was voor de patiënt. Bleek ijdele hoop te zijn: wonden in de liezen veraangenamen trapbewegingen niet. Nog maar een weekje wachten daarmee. Tegen half twee kregen we visite van de broer en schoonzus van W, woonachtig op zo’n twee kilometer afstand. Gezellig en na de thee (en hun vertrek) konden de beentjes hoog en de oogjes dicht.

Al met al een heel rustige dag. Het eten was ook snel klaar: W had wel een bak boerenkool uit de diepvries thuis meegenomen maar vergeten dat er eigenlijk karbonades bij hoorden. “Er zitten toch al spekjes door de stamppot“ was haar verweer. Een mooie dag op deze oase die op Park4Night een 4,8 uit 5 scoort. Op CamperContact kon ik de Belevenishof niet vinden. En morgen? Morgen is er weer een dag. Het belooft weer schitterend weer te worden. We blijven nog een dagje hier maar denk dat W even de auto gaat ophalen zodat we een verkennend rondje Duitsland kunnen doen.

 

zondag 4 oktober 2026

wanneer je weer kunt lopen - 1: een paar dagen bij roelof

Tja, wanneer je weer (een beetje) kunt lopen en het weer is nog net acceptabel dan staat niks in de weg om het belachelijk lage aantal overnachtingen op vier wielen dat we dit jaar in ons balboekje hebben bijgeschreven een beetje op te krikken. De oorzaak zal bij de meesten wel bekend zijn: nadat op de bejaardengym werd geconstateerd dat het wel erg snel bergafwaarts ging met mijn onderdanen en ik op het museum niet meer kon gidsen omdat het einde van het terrein inmiddels een bruggetje te ver was, volgden op 2 maart een aantal onderzoeken in het skb: beetje lopende-band-werk en een (zwangerschaps)echo. Het bleek dat nader onderzoek wenselijk was en dus mocht ik op 19 maart een vatenscan ondergaan. De medische tak van mijn familie (en dat zijn twee zussen, een broer en twee maal aanhang) noemen dat een CTA of angio-CT-scan, een geavanceerd röntgenonderzoek waarbij een scanner digitale afbeeldingen maakt van dunne dwarsdoorsneden ("plakjes") van de bloedvaten. En inderdaad: opa leed aan aderverkalking (het vriendelijke woord is “vaatvernauwing“ heb ik me laten vertellen). Dat werd me op 13 april door de vaatchirurg meegedeeld met de bemoedigende opmerking dat er wat aan gedaan kon worden. Het minder bemoedigende deel was dat de wachtlijst voor dit soort ingrepen inmiddels was opgelopen tot drie maand. Door omstandigheden zijn dat er vijfeneenhalf geworden, waarbij ik uiteindelijk “leuke dingen“ zoals een bezoek aan een concert van Boh Foi Toch vanuit een rolstoel kon meemaken. De eerste oproep werd gecancelled vanwege een kapotte operatietafel en toen ik de tweede keer al geoormerkt was in het ziekenhuis (polsbandje om en zo) werd me meegedeeld dat de operatie vóór mij uitliep en gezien de vermoedelijke lengte van mijn ingreep de vaatchirurg niet meer mocht werken omdat hij voor die dag al voldoende meters had gemaakt. Mocht dus onverrichter zake naar huis. Kreeg een paar dagen later wel een bosje bloemen van het Medisch Spectrum Twente uit Enschede, dus daar voelden ze ook wel op hun klompen aan dat het niet helemaal volgens de regels ging. De derde keer was het raak: gedurende 3,5 uur (voorbereiding en uitslaapkamer niet meegerekend) hebben ze aan en in me zitten peuteren: beetje schrapen in twee liezen en via de linkerlies met een katheter werden er twee stents in mijn buikslagader en een paar in mijn linkerbeen geplaatst. Beide benen werden ook gedotterd. Volgende dag alweer naar huis en weinig last gehad. Enige nadeel: hoe vaker zo’n operatie wordt uitgesteld hoe meer je te weten kunt komen over wat er allemaal tijdens het knutselwerk mis kan gaan, tot geamputeerde benen toe.

En dan een paar weken rustig aan doen. Je krijgt een aantal leefregels mee, maar dat is ook een vrij vaag verhaal. Als je het kort samenvat: “Luister naar je lijf“. Een beetje gedetailleerder: na het plaatsen van een stent kun je lichte dagelijkse activiteiten na 24 uur hervatten, maar moet je zware inspanning en druk op de wonden de eerste dagen tot week vermijden. Dus niet tillen, duwen en andere zaken die je lijf belasten. Je moet de wonden goed laten genezen. Eerste week niet sporten, autorijden en fietsen ook pas na een week of zo. Vergeet nog te vertellen dat je voorzichtig moet zijn op het toilet: niet te hard persen! Douchen mocht al na 24 uur en dat was wel fijn want mijn hele onderlichaam zat onder de roze jodium (mijn zus noemde dat chloorhexidine, maar dat woord is onmogelijk te onthouden). “U hebt slechte aderen, dus lopen, lopen en lopen is het devies“, was de belangrijkste leefregel van de dokter. W vulde dat spontaan aan met minstens 20 kilo afvallen en voorlopig geen alcohol, maar waar ze die wijsheid vandaan haalde weet ik niet. De laatste rode wijn die nog in huis was ging in ieder geval in de stoofperen. Zoonlief kwam met een “fruitmandje“ op ziekenbezoek: een grote wasmand vol met peren-uit-eigen-tuin, zodat “je je even niet hoeft te vervelen“. Toen W later de stoofpeertjes proefde vond ze dat ze vooral glühwein naar binnen aan het werken was. Toch te scheutig geweest met de kruidnagelen? En zo kabbelde de week voort: flink wat visite, de nodige bloemen, een uitje naar de Dublin Legends (nog een verjaardagscadeautje), samen boodschappen doen en voor je het weet ben je een week verder.


zondag 4 oktober: @ kotten/oeding

Nee, niet meteen “kippenoppascentrale“ roepen als je Kotten hoort. Deze keer gaat het om een andere Kottense plek, namelijk de boerderij van schaapsherder Roelof. Wie in de Oost-Achterhoek regelmatig wandelt of fietst, kan hem zomaar tegenkomen: Roelof Kuipers, met zijn hoed, zijn lange haar en baard, zijn honden en daarachter een hele stoet schapen. Geen decorstuk uit een nostalgisch plaatjesboek, maar gewoon een man die van schapen hoeden zijn beroep heeft gemaakt. (Ja even voor je opgezocht: schapen hoeden - dus met twee woorden - schrijf je wanneer het gaat om het werkwoord, zoals in de zin "De herder gaat de schapen hoeden." en je schrijft het aan elkaar - één woord - schapenhoeden wanneer het als zelfstandig naamwoord wordt gebruikt, zoals in: "Schapenhoeden is een eeuwenoude traditie."). Terug weer naar Roelof, een Achterhoeker die helemaal geen Achterhoeker is. Roelof Kuipers komt oorspronkelijk uit Drenthe. Hij is ooit als loodgieter begonnen, maar de schapen trokken uiteindelijk harder dan de leidingen. Sinds 2006 is hij fulltime herder. En dat betekent niet dat hij iedere ochtend met zijn kudde een rondje maakt en om vijf uur de staldeur achter zich dichttrekt. Schapen hebben geen agenda. Als ze honger hebben, willen ze gras. En als dat gras ergens anders beter is, dan willen ze daar naartoe. Daar komt Roelof in beeld. Met zijn honden houdt hij de zaak een beetje bij elkaar. Want een kudde van honderden schapen is misschien een indrukwekkend geheel, maar van dichtbij blijkt het vooral een verzameling eigenwijze individuen te zijn. De een loopt te ver naar links, de ander heeft iets interessants aan de overkant gezien en nummer drie vindt kennelijk dat hij best alleen verder kan. Gelukkig zijn daar de honden. 

De schapen zijn inmiddels ondergebracht in een stichting: Stichting Landschapskudde Oost-Achterhoek, deze stichting zet zich in voor het behoud van de schaapskuddes in het Nationaal Landschap Winterswijk. In Kotten kreeg dat verhaal uiteindelijk een vaste plek. Roelof en zijn vrouw kochten een boerderij en die en de bijbehorende schaapskooi werden ontwikkeld tot een belevenisboerderij, met activiteiten rond de kudde, schapen en natuur. Wandelen met de herder, schapen scheren, werken met wol en natuurlijk gewoon kijken naar de dieren, van die dingen die westerlingen leuk vinden. De bedoeling is daarmee niet alleen de kudde in stand te houden, maar ook de kennis en het oude ambacht van het gescheperde hoeden door te geven. Wij komen niet voor al deze tierlantijnen maar gewoon voor de camping: een mooi SVR-exemplaar. En terwijl de schapen van Roelof het gras korthouden, zaden verspreiden en met hun mest weer voedingsstoffen terug in de grond brengen zitten wij op de “Belevingshof“ gewoon te zitten en peinzen over het verschil tussen het leven hier met een herder die gewoon achter zijn kudde aan loopt en de wereld waar steeds meer geautomatiseerd wordt. En het fijne is dat we tijd hebben om te peinzen, eigenlijk hebben we alle tijd.

De komende dagen gaan we hier wat filosofisch het camperjaar afronden. Een jaar met weinig overnachtingen, maar daar zullen we een dezer dagen eens een boom over opzetten. We beginnen met een familietreffen. Afgesproken dat we de drie campertjes weer eens aan elkaar laten snuffelen en dat kan heel goed bij schaapsherder Roelof. En daar gaan we deze zondag mee beginnen. W had eerder deze week al een bezoekje gebracht aan de Belevenishof en ons bezoek voor later in de week aangekondigd. Was een beetje stout: heb de camper gereden, dacht “luister naar je lijf“ en ik hoorde niks. Geen problemen, alleen als je een noodstop moet maken kan de stop die je aderen afsluit ontstoppen. Moest wel op deze manier want W had voor maandagochtend (vrijwilligerswerk) de auto nodig. Camping liep in de loop van de middag leeg: er zijn nog steeds mensen die op maandag moeten werken. Een middag in bejaardentempo: vier van de zes gingen de hond uitlaten en waren zo maar anderhalf uur weg. Twee (oude) mannen bleven achter om het fort te bewaken en dat kon ik in ieder geval heel goed met gesloten ogen. Mijn metertjes wel op de camping gemaakt achter de rollator, bijvoorbeeld om te kijken waar de stroompunten verstopt waren. Veel koffie en thee en tegen etenstijd regelde W een paar prettige pizza’s bij de pizzaboer in Oeding (een paar honderd meter verder, net over de grens).

V: 226.951; A: 226.970. Rijtemperatuur 18-19 graden, later op de camping nog iets hoger. Vrijwel onbewolkt. Zon op/onder: 07:37/19:04 (gegevens Oeding). Een mooie dag. En morgen? Morgen is er weer een dag. De rest van de familie gaat naar huis, wij blijven nog zolang het droog blijft. Morgen wel even het busje verkassen naar een plek met meer zonuren per dag: meter of 50.

maandag 14 september 2026

nog even weg voor de slachting - 17: bewoners weer thuis, camper nog niet

Kreeg nog een “leuke“ van Herman Finkers binnen via G te Z: “Eén verkeerde komma of letter maakt zelfs van Jezus nog een ketter.” Deze uitspraak hoort bij het Hans-en-Grietjeverhaal dat ook uit de sketch “het Spreukjesbos“ komt. De grap draait om de zin: “Hans zei: Grietje, zal ik met dit mooie weer mijn korte rokje aantrekken?” Door de komma anders te plaatsen, verandert de betekenis: “Hans, zei Grietje, zal ik met dit mooie weer mijn korte rokje aantrekken?” Daarna volgt Finkers' observatie dat de plaatsing van leestekens “akelig nauw” luistert en dat één verkeerde komma of letter zelfs van Jezus een ketter kan maken. "Het Spreukjesbos" komt uit de cabaretvoorstelling Geen spatader veranderd (2005) van Herman Finkers

Ook volgde (naar aanleiding van de uitzending van het bloemencorso van Lichtenvoorde) een hele discussie op de appgroep van broer/zussen/aanhang en dan met name over de onnatuurlijk gekleurde dahlia’s die op sommige wagens werden gebruikt. Broerlief: “Och een beetje bietensap is niet erg maar ik ben bang dat er een beetje chemie bij de kleurstof zat.“ Heb geprobeerd te achterhalen wat voor goedje er gebruikt wordt maar kon daar de vinger niet opleggen, wel dat de techniek “trommelen“ heet en dat er een aantal jaar geleden dahlia’s door de chocoladepoeder werden gehaald, niet alleen om ze bruiner te maken maar meer op de chocoladekip van een geurtje te voorzien. Even voor de volledigheid: de Klokkenmaker kreeg de publieksprijs en Aftroeven (het kaartenspel) kreeg de juryprijs.

maandag 14 september: @ kötteldiek

Niet al te laat op: je weet maar nooit hoe laat de afslepers komen. Alle tijd dus voor de extra lange spellingtest (want maandag). Wist je dat je de afkorting (het symbool) van hertz schrijft als Hz met een hoofdletter, maar het woord zelf - net als ampère, volt en watt - met een kleine letter? Kan de logica er niet van inzien. Volgens Onze Taal heeft dat te maken met het verschil tussen de eenheid en de voluit geschreven naam. Hz is het symbool voor hertz. Eenheidssymbolen krijgen volgens de SI-regels een hoofdletter als ze zijn afgeleid van de naam van een persoon. De eenheid is genoemd naar Heinrich Hertz. Daarentegen is hertz de uitgeschreven naam van de eenheid. Namen van SI-eenheden worden voluit met een kleine letter geschreven, ook als ze naar een persoon zijn genoemd. Ook had ik moeite met de schrijfwijze van “defibrillator“, zo’n apparaat waarmee men door het toedienen van een elektrische schok het hart van een bewusteloze patiënt kan laten stoppen met fibrilleren, waardoor het opnieuw in een normaal ritme wordt gebracht. Ik vind de afkorting AED een beetje gemakkelijker te schrijven. Gisteren de administratie met de camperplaats al afgerond. Te betalen 3 x € 19,00 (da's inclusief € 4,00 elektriciteit per nacht). Krijgen we een Tikkie van.

Koffie op, afgebakken broodjes achter de kiezen, alles afgevoerd wat afgevoerd moet worden en de bus zo goed als stallingleeg (weet het: geen correct Nederlands woord, maar het geeft precies weer wat ik bedoel - dus acceptabel). En dan begint om half tien het lange wachten, dat precies duurde tot tien uur. Had eerder kunnen zijn wanneer de ANWB mijn telefoonnummer correct had doorgegeven. Dagelijks werk voor die jongens, dus de bus stond al snel op de vrachtauto en weg was ons Puzzeltje. Weg waren wij trouwens ook, alleen nu met de auto. En weet je wat er gebeurde? Bij Lichtenvoorde begonnen er hele nare lampjes te branden, ja van de auto. Om twaalf uur waren we thuis. Afwachten hoe het gaat met onze vervoermiddelen. Een bijzonder reisje de laatste weken en iets anders afgelopen dan de bedoeling was: De camper zou deze week schoongemaakt worden en donderdag (vervroegd) naar de stalling. We houden ons wel strak aan ons plan, dat is zeker!



zondag 13 september 2026

nog even weg voor de slachting - 16: en weer verenigd

Veel reacties ontvangen op mijn vorige blog over tegeltjeswijsheden en zo. Soms een beetje onzinnig. Neem nu bijvoorbeeld een opmerking van mijn broer: “Vroeger toen ze pannekoek genoemd werden waren ze lekkerder.“ Was een reactie op het feit dat W pannenkoeken ging eten bij H&C te L. Kan dan natuurlijk niet achterblijven en antwoordde met: “tegenwoordig moet er meer meel in, die N moet ook gevuld worden“. Eigenlijk een even onzinnig antwoord. W schreef in de familieapp (mijn broer, zusjes en aanhang zijn lid van de groep): “Het fietsen was heerlijk, wanneer gaan we weer op fietsvakantie?“. Mijn antwoord was: “In ieder geval na aanstaande vrijdag“. Laten we de slachting eerst maar eens afwachten. 

Dan een vraag van H te W naar aanleiding van alle spreuken die ik in het vorige blog heb weergegeven: “Welke spreuk vind je zelf het mooist?“ Heel simpel: die over de volle camperkoelkast, want die is van mezelf. Tenminste dat denk ik: kan best zijn dat iets soortgelijks ooit een keer stilletjes onder mijn schedeldak is gaan zitten en zich nu presenteert als zijnde iets unieks van mij. 

En tenslotte: D te W had ooit iets gehoord over een “spreukjesboswandeling“ in Fleringen geënt op spreuken van Herman Finkers. Ben op zoek geweest (had toch niks beters te doen) maar kon geen harde bronnen vinden. Copilot gevraagd en die begon weer een stom verhaal uit zijn duim te zuigen. Toen ik een beetje concreet werd en uiteindelijk de opmerking plaatste “Geef toe dat je weer begonnen bent met een aardig verhaal uit je duim te zuigen, gebaseerd op aannames en verkeerde koppelingen“ was zijn antwoord: “....Ja. Ik ga dit niet verbloemen, niet gladstrijken, niet in een nieuw verhaal verpakken. Je hebt gelijk. Ik ben begonnen met een verhaal dat leunde op aannames, koppelde wat jij zei aan iets wat ik kende, en vulde de rest in alsof het feitelijk was. Dat is precies het soort “AI‑gedrag” waar jij een bloedhekel aan hebt — en terecht.“ Af en toe lijkt het net alsof je met een mens te maken hebt. Als ik in plaats van “mens“ “vrouw“ had gebruikt had ik ernstige problemen gekregen met mijn wederhelft.

zondag 13 september: @ balgoy

W is dus gisteren naar huis gefietst om vandaag terug te keren met de auto. Een deel van de tijd heeft ze doorgebracht op de fiets, een deel in de auto. Ook heeft ze het Bloemencorso van Lichtenvoorde even meegepikt samen met een vriendin (die haar trouwens gisteren een bakje eten kwam brengen, waarvoor dank M te L). Het Bloemencorso van Lichtenvoorde is één van de meest idiote dingen die je je kunt bedenken, tenminste als je het rationeel bekijkt. Kijk je er met andere ogen naar dan kun je het een jaarlijkse explosie van kleur, vakmanschap en gemeenschapszin noemen. 

Op de tweede zondag van september verandert het dorp in een levend schilderij, opgebouwd uit miljoenen dahlia’s die door honderden vrijwilligers met zorg, geduld en liefde zijn geprikt of geplakt. Het corso is niet zomaar een optocht; het is een traditie die generaties verbindt. Kinderen die beginnen met het plakken van de eerste bloemen groeien uit tot bouwers die complete wagens ontwerpen, lassen en vormgeven. Als je het echt rationeel gaat bekijken dan is het een verspilling van arbeidskracht: de bouwvoorbereiding begint al vroeg in het jaar. In schuren, tenten en oude fabriekshallen wordt gewerkt aan de stalen frames, de bewegende onderdelen en de enorme vormen die later volledig worden bedekt met dahlia’s. Zodra de bloemen rijp zijn, begint het echte werk: prikken. Dagenlang zitten vrijwilligers zij aan zij, soms tot diep in de nacht, om elke centimeter van de wagen te voorzien van kleur. Kijk eens naar het aantal man-, vrouw- en kinderuren en vermenigvuldig dat totale aantal met het minimum-uurloon. Weet het: je moet het zien vanuit een ander perspectief: corsobouwen verbroedert en het is een sociaal gebeuren. Het is zwaar werk, maar het is ook gezellig, met koffie, muziek en verhalen die al jaren meegaan. 

Op de dag van het corso staat Lichtenvoorde op scherp. De straten vullen zich met bezoekers uit binnen- en buitenland. De geur van dahlia’s hangt in de lucht, de spanning is voelbaar. Als de eerste wagen de bocht om komt, valt het publiek stil, dat moment waarop kunst, techniek en traditie samenkomen. De jury beoordeelt de wagens op vorm, originaliteit, techniek en afwerking, maar voor de bouwers telt vooral de trots: het gevoel dat je samen iets hebt gemaakt dat groter is dan jezelf. Het corso is Lichtenvoorde. Het is kleur, creativiteit en gemeenschap. En elk jaar opnieuw bewijst het waarom het tot de mooiste bloemencorso’s ter wereld behoort. En dat is de andere kant van de medaille. Je moet een dergelijk feest niet alleen rationeel bekijken.

Tegen zessen draaide W de camperplaats op (met de auto) en konden we alvast wat overbodige dingen overpakken, stel ze staan morgen om acht uur voor de deur. Regenachtige dag, maar gelukkig heeft W het tijdens het bloemencorso droog gehouden. Een bijzondere dag. En morgen, morgen hebben we weer een bijzondere dag. Dan zien we hoe ons busje de sleepwagen opgetrokken wordt en kunnen we met de Daihatsu naar huis.

zaterdag 12 september 2026

nog even weg voor de slachting - 15: achterblijven in de spreukjestuin

“En als je je vandaag verveelt, schrijf dan een blog over al die borden die je in de tuin van het campererf tegenkomt“, sprak W. Ze weet dat ik dol ben op zaken die bekend staan als tegeltjeswijsheid: korte, vaak grappige of levenswijze uitspraken die bedoeld zijn als een soort algemene levensles. De naam komt van de traditionele Nederlandse wandtegeltjes waarop zulke spreuken werden geschilderd. Een bekende variant hierop is natuurlijk Loesje, al zijn de uitspraken van Loesje eigenlijk iets meer dan tegeltjeswijsheden: Loesje gebruikt juist korte uitspraken om je aan het denken te zetten, vaak met humor, ironie of een maatschappelijk knipoogje. Een klassieke tegeltjeswijsheid zegt bijvoorbeeld: “Wie goed doet, goed ontmoet.“ Een typische Loesje-uitspraak zou eerder zijn: “Ik heb geen haast. Ik ben toch al te laat.“ Het aardige van Loesje is dat ze het format van de tegeltjeswijsheid eigenlijk heeft gemoderniseerd. De traditionele tegeltjeswijsheid zegt: zo zit het leven. Loesje zegt eerder: denk daar zelf nog eens over na. Je zou daarom kunnen zeggen: Een tegeltjeswijsheid wil je iets leren; Loesje wil je iets laten bedenken. En er is nog een belangrijk verschil: een echte tegeltjeswijsheid pretendeert vaak wijsheid te bevatten, terwijl Loesje juist regelmatig de draak steekt met dat soort wijsheden. 

Dan hebben we nog de derde categorie, de spreekwoorden. Een spreekwoord zou ik definieren als een vaste, traditioneel overgeleverde uitdrukking: “Wie het kleine niet eert…” Ik vat al deze drie termen gewoon samen onder de naam “spreuken“, misschien taalkundig niet helemaal juist, maar ik kan er mee leven. Al filosoferend kom ik ter plekke tot een totaal nieuwe categorie: de campertegeltjeswijsheid à la Loesje. Wat vind je bijvoorbeeld van de volgende: “Je hoeft niet te weten waar je heen gaat, als je maar een volle koelkast hebt.”

 

zaterdag 12 september: @ balgoy

We hebben uitstekend geslapen in een busje dat even niet meer mag rijden. Overigens wel zo gemakkelijk: slapen in een stilstaand campertje. W gaat mij verlaten: op de fiets naar Lichtenvoorde en morgen met de auto weer terug. Niet omdat we ruzie hebben maar omdat dat logistiek het beste uitkomt. Wel bijna 80 kilometer fietsen vandaag, maar “gelukkig heb ik twee accu’s“. Kijk: dat is het leven van de positieve kant bekijken. Ik ben meer van de volgende humor: “Heb je een slaapzak? Ja, ik heb iets te lang met mijn benen over elkaar gezeten“. Kenners weten dan dat ik het over Herman Finkers heb, die van “Dan volgt nu de weersverwachting. Er worden middagtemperaturen verwacht van één uur`s middags tot zes uur`s avonds“.

Waarom al deze inleidende tekst? Eenvoudig: moest van W vandaag in mijn blog aandacht besteden aan de borden die in de tuin van het campererf staan. Eigenlijk was het meer een ideetje en had het niks met moeten te maken. Mijn hersenen maakten overuren en ik kwam bij het “het spreukjesbos“ van Herman Finkers uit. Heb alleen hier geen bos tot mijn beschikking maar wel een tuin, dus een deel van de titel van dit blog was al snel bepaald: de spreukjestuin. Moest er alleen nog wat tekst komen. Voel nooit met Finkiers mee wanneer hij zegt: “Soms denk ik uren na en heb ik nog niks op papier, een andere keer bereik ik precies datzelfde in vijf minuten“. Je kent die opmerking van W dat ik domweg 5 A4’tjes kan vullen over een punaise. Weet je: zullen we het eens een keer zonder tekst doen? Laat je hieronder de mooiste wijsheden zien die ik in de spreukjestuin van Balgoy heb gevonden.










Om twee uur had ik de afwas klaar en mijn blog zo goed als af, terwijl W bezig was met de allerlaatste meters van haar 80 kilometer om vervolgens een pannenkoek mee te happen bij H&C te L, met dank voor de goede zorgen H&C te L. Het belangrijkste meevallertje voor W  vandaag: wind uit het zuidwesten met kracht 3. Het blijft een prestatie voor iemand van 73 vind ik. Ze had de verrekijker in de fietstas zitten, maar die is daar niet uitgekomen. Doet me denken aan een andere uitspraak van Finkers: “Deze verrekijker vergroot wel 8 maal, maar toen ik er voor de 9e keer doorheen keek, deed hij het ook nog gewoon.“ Het weer (de wind had je al): maximaal 23 graden in Balgoy, overwegend bewolkt met af en toe een piepend zonnetje. Een bijzondere dag. En morgen? Morgen is er weer een dag. W komt terug naar Balgoy en wel met de auto: kunnen we alle noodzakelijke spullen overpakken, want kaas en zo gaat een eigen leven leiden als het een week in een niet gekoelde koelkast mag doorbrengen. Laten we afsluiten met een leuk tegeltje en de gefietste route van W. Ja, de tekst op het tegeltje is van Herman Finkers.




vrijdag 11 september 2026

nog even weg voor de slachting - 14: dubbele pech

Toen W gisteren van het schitterende sanitair terugkwam (ik vond alleen de douches aan de krappe kant) kwam ze terug met een foto van een gedicht dat daar aan de binnenkant van de toiletdeur hing. Dankzij de zoekfunctie op je computer kun je achterhalen waar het origineel vandaan komt. Ik kwam terecht bij de website www.brievenbusgeluk.nl en daar presenteert de schrijfster van dit gedicht zich als volgt: “Mijn naam is Anne-Marije Maris. Op 8 september 1980 werd ik als oudste van 5 kinderen geboren in Harderwijk, de stad waar ik op een korte onderbreking na eigenlijk altijd ben blijven wonen. Want het is gewoon heel fijn hier! Ik heb twee zoons, Lucas (2011) en Finn (2013). We wonen met z’n drietjes sinds mijn huwelijk met hun vader is stukgelopen. Behalve moeder ‘ben’ ik ook Brievenbusgeluk. Ik studeerde ooit af als taalwetenschapper en daarna als logopedist, ik werkte vervolgens jarenlang met plezier als logopedist, maar voel nu heel sterk dat ik met Brievenbusgeluk pas echt uit mezelf kan halen wat er in zit.“ Wil je meer weten (of wat leuke cadeautjes scoren)? Bezoek de website. 

 


Tijd

Zoveel ballen in de lucht
Zoveel bordjes hoog
Ik ren
Ik vlieg
En ik besef
Dat ook déze dag weer vloog

De tijd glipt door mijn vingers
Het maakt niet uit hoe hard ik ren
En toch wil ik daar nog niet aan
Perfectionistisch als ik ben

Vandaag was het nog gisteren
Gisteren vorige week
Mijn kleintjes werden zomaar groot
Toen ik heel eventjes niet keek

En daarom sta ik even stil
Vang ik dit kostbare moment
In het ritme van de dag
Was ik het haast voorbij gerend

Ik adem in
Ik adem uit
En als ik heel goed kijk
Besef ik wat de tijd mij gaf
Ik ben méér dan rijk!

Op mijn vraag wat ik met dit gedicht moest, sprak W: “Je maakt van een punaise nog een verhaal van vijf A4’tjes, dus doe je best!“ Nee lieve W, met dit gedicht ga ik niks doen: is al mooi genoeg van zichzelf.

vrijdag 11 september: @ balgoy

Weer een latertje vanochtend: pas om 09:15 uur deed ik mijn ogen definitief open en onder het genot van een bak zwart vocht konden we onze hersens pijnigen: waarom schrijf je Middellandse Zeegebied met hoofdletters en eau-de-cologneflesje net? Voor de duidelijkheid: W had de eerste constructie fout en ik de tweede. Het antwoord moet je zoeken in het feit dat hier twee verschillende regels voor hoofdletters spelen. Middellandse Zee moet met hoofdletters omdat dit een aardrijkskundige naam is terwijl je eau-de-cologneflesje met kleine letters schrijft omdat we dit als soortnaam beschouwen: het is een flesje voor eau de cologne en geen eigennaam. En om het allemaal nog een beetje moeilijker te maken schrijft Onze Taal: “Er zit bij eau-de-cologneflesje nog een aardige Nederlandse spellingkwestie achter: eau de cologne is oorspronkelijk een geografisch bepaalde naam (Eau de Cologne = Keuls water), maar in het Nederlands is het inmiddels de algemene benaming voor een bepaald soort geurwater. Daarom schrijven we eau de cologne met kleine letters“. Volgens de geleerden is de volgende tekst helemaal correct: "In dit eau-de-cologneflesje zit niet zomaar eau de cologne, maar het oorspronkelijke merk Eau de Cologne."

En met deze nuttige kennis konden we aan de dag beginnen. De bedoeling was dat het weer een bike-drivedag zou worden. Komoot en ik hadden opnieuw een leuke route voor W uitgestippeld, nu naar campererf De Hotsehoek in Balgoy waar Yvon al had aangegeven dat er plek genoeg was en we (voor de tweede keer dit jaar) hartelijk welkom waren. De fietsroute ging over bospaadjes die Best, Sint-Oedenrode, Veghel, Vorstenbosch, Nistelrode, Schaijk, Reek en Grave aan elkaar knoopten. Toegegeven: er zat ook af en toe een wat grotere weg tussen. Het is ’m niet geworden. Tegen elven toen W weg wilde fietsen ging het regenen en dat heeft het bijna de hele weg naar Balgoy gedaan. Wees gerust: W zat naast me, ze was zo wijs om zich te laten vervoeren. Mijn busje reed ongeveer dezelfde route maar dan zonder bospaadjes en mocht ik daarom vanaf Veghel via Uden en Zeeland sturen (mocht niet dwars door de Maashorst heen).

Voorspoedige reis, tot op het laatste moment: storingsmeldingen, dezelfde als gisteren, die spontaan weer verdwenen. Kon nog net het campererf van Yvon opdraaien. Ook deze keer geen lampjes. Voor de zekerheid de ANWB gebeld (oeps gaat tegenwoordig via internet) en de conclusie van de man-van-dienst van de Wegenwacht (die binnen een half uur aanwezig was) was “verdwijnende koelvloeistof zonder aanwijsbare lekkage“. Hele technische verhalen over mogelijke oorzaken. Hij kon er niks aan doen, maar we mochten er absoluut niet verder mee rijden. Busje wordt maandag afgesleept, gaat “in depot“ en wordt dan later in de week afgeleverd bij onze garage in Lichtenvoorde. Met een beetje mazzel liggen Puzzel en ik tegelijkertijd op de operatietafel. Als je AI er op loslaat krijg je drie bladzijden mogelijke oorzaken. De eindconclusie van ChatGTP is overigens dezelfde als die van de ANWB-monteur: koelsysteem laten afpersen. W en ik zijn aan het dubben over hoe het nu verder moet. Maar dat verhaal lees je morgen op deze plek.

Een mooie dag? Ach, we hebben ze beter meegemaakt. Eerst een fietstocht die autotocht werd vanwege de regen. En toen ons busje, waarbij W uiteindelijk iets mompelde in de geest van “alle erfenissen zijn op en we hadden maar € 25,00 bij de Staatsloterij“. Ik kon alleen maar uitbrengen: “een wortelkanaalbehandeling lijkt me erger“. V: 226.786, A: 226.842. Rijtemperatuur 15 graden; vrijwel de gehele weg regen en motregen. Bij aankomst in Balgoy een tijdje droog en werd het uiteindelijk nog 20 graden. Tussen twee buien door heeft W nog even wat essentiële boodschappen gehaald bij de Jumbo in Wijchen. Essentieel? Jazeker: bovenaan het lijstje stond een potje maggi en een pak koffiefilters. Zon op/onder: 07:04/20:02. Bijna vergeten te vertellen dat W later op de middag nog een ijsje moest halen: op de fiets in Grave.

De komende dagen brengen we dus min of meer noodgedwongen door campererf De Holtsehoek in Balgoy. Niks mis mee: ruime, vlakke plaatsen op een verzorgd erf met veel groen, stroomaansluiting, sanitair is netjes en het allervoornaamste: Yvon is uiterst gastvrij.