noordpolderzijl

noordpolderzijl

zondag 16 augustus 2026

een weekendje haarle - 2: herenigd (en gelukkig)

Wat een mens toch te zoeken heeft in Haarle, was de vraag van ondermeer G te W. Volgens mij heb ik daar in mijn vorige blog al antwoord op gegeven: rust, ruimte en goedkoop. Voor de rest is er niet veel. Haarle zelf (op een paar kilometer afstand) is een dorp aan de voet van de Sallandse Heuvelrug, ingeklemd tussen het boerenland van Salland en de uitgestrekte bossen en heidevelden van de heuvelrug. Als je met de fiets naar de heuvelrug gaat merk je meteen dat het landschap hier het verhaal vertelt. De rechte wegen door het open land (ontginningen) maken geleidelijk plaats voor bos en hoogte. Het dorp ontstond op de overgang van de hogere gronden naar het lager gelegen Sallandse land. De naam Haarle wordt al in de middeleeuwen genoemd en is waarschijnlijk verbonden met een oude aanduiding voor een hoger gelegen, zandige plek. Eeuwenlang leefden de bewoners hier van landbouw. Op de schrale zandgronden waren vooral schapen en heide belangrijk. De mest van de schapen werd gebruikt om de akkers vruchtbaarder te maken. Zo ontstond het karakteristieke landschap van essen, boerderijen, heide en woeste gronden dat Salland lange tijd bepaalde. Tot ver in de 19e eeuw waren de heidevelden rond Haarle nog volop onderdeel van het agrarische systeem. De boeren hadden die gronden nodig voor het weiden van schapen en het steken van heideplaggen, die samen met mest werden gebruikt om de essen vruchtbaar te houden. De woeste grond was dus helemaal niet 'waardeloos'; hij was juist onmisbaar voor het boerenbedrijf. Een belangrijk keerpunt was de verdeling van de markegronden in 1855. De gemeenschappelijke Haarlese gronden werden toen onder de eigenaren van de boerderijen verdeeld. Daarmee ontstond de mogelijkheid om de heide- en broekgronden individueel te verkopen of te ontginnen. De eerste jaren bleef alles nog bij het oude. De daadwerkelijke grootschalige ontginning kwam pas rond 1900 goed op gang. De komst van kunstmest maakte het mogelijk om zonder de enorme hoeveelheden schapenmest en plaggen meer grond in cultuur te brengen. In Haarle werden vervolgens nieuwe boerderijen gebouwd in gebieden die daarvoor nog als woeste grond golden. Bijgaande kaart uit 1854 heeft als bron Topotijdreis.nl.

En dan heb je natuurlijk het grote decor van Haarle: de Sallandse Heuvelrug. De Holterberg, Hellendoornse Berg en Haarlerberg vormen samen een langgerekte stuwwal die in de voorlaatste ijstijd door het landijs werd gevormd. Vanaf de hoger gelegen wegen heb je op sommige plekken prachtige vergezichten over Salland. Ik mijd even de bulten, teveel van het goede op dit moment. De foto van de heide is afkomstig van W die op haar tochtje van vast naar mobiel huis de Sprengenberg beklommen heeft.

 



zondag 16 augustus: @ haarle

Ander weer, dat bleek vannacht al toen ik maar een tweede dekbed over me heentrok. Had er ook een beetje om gevraagd: alles stond wagenwijd open. W appte even of ik samen met tante Komoot een leuke route voor haar kon fabrieken en toen ze na haar tocht van net geen 60 kilometer in net geen 3 uur (gemiddelde snelheid van 20,3 km en hoogste punt van 110 meter) om 14:30 uur de camperplaats opreed was haar conclusie: “een geweldige tocht“. Even een paar plaatjes om een idee te geven van de omgeving. De foto van het verdiende ijsje is gemaakt door het ijsboerinneke van dienst.






Even later vond W dat ik moest worden uitgelaten. De opdracht was wel om de bergen te vermijden, want die had ze vandaag al voldoende beklommen en
“ik wil ook graag heel met je terugkomen“, waren de geruststellende woorden. Het werd een leuke rit van 22,4 kilometer met als doel het vlakke land van de omgeving van Haarle verkennen. Dat is gelukt. Hoogtepunt? Ongetwijfeld het kunstwerk met de naam ’t Gonst in Nieuw-Heeten. Het werd in 2006 gemaakt door de beeldhouwster Saske van der Eerden. Het is eigenlijk één kunstwerk dat uit verschillende onderdelen bestaat: zes mensenhoofden en een hondenkop, verspreid over het dorpshart. Ik laat even de plaatselijke VVV aan het woord: “De titel is mooi gekozen. Gonzen betekent immers dat er overal geluid, bedrijvigheid en beweging is. Van der Eerden wilde met de beelden de levendigheid en saamhorigheid van Nieuw-Heeten verbeelden. De hoofden zijn als het ware een dwarsdoorsnede van de dorpsbevolking: jong en oud. Het aardige is dat de beelden niet zomaar los van elkaar staan. Ze lijken met elkaar te communiceren. Een vrouw fluistert een oudere man iets in het oor – misschien een geheim, misschien een roddel. Een hond lijkt tegen zijn baasje te blaffen. Een groepje vogels vormt een gesprek met een man. Een jongetje kijkt omhoog naar de kerk, waarvan de klok hem vertelt hoe laat het is. En voor de school staat een meisje dat naar de overkant lijkt te roepen. Daarmee heeft Van der Eerden eigenlijk het hele dorp in een paar beelden gevangen: praten, luisteren, roddelen, roepen, kijken en elkaar ontmoeten.“ “Het komt me allemaal wel bekend voor“, sprak W en daar had ze gelijk in: we hebben er al eens vaker bij stilgestaan. De laatste keer ongeveer 4 jaar geleden, toen hebben we zelfs nog een foto gemaakt.



Om vijf uur terug, tijd voor een biertje en een luie stoel. En voor je het weet sta je weer in je kabouterkeukentje. Wel gemakkelijk deze keer: had een restant kip siam meegenomen dat ik vrijdag vakkundig in elkaar gemetseld had: onderdelen uit een doosje van de Jumbo, een paar kipfilets van de Esbro en een (deel van een) zak basmatirijst. Uiteraard aangevuld met alles wat heel nodig op moest en enigszins bij het gerecht pastte. Nu een kwestie van even in de elektrieke wok en klaar is B. Gezellig samen eten en dan is het de hoogste tijd voor het avondprogramma. Wel binnen, want het wordt frisjes buiten. Een mooie dag: wisselend bewolkt, max zo’n 24 graden en een wind kracht 2 uit het noordwesten. Zon op/onder:
06:18/20:58 (gegevens Haarle). En morgen? Morgen is er weer een dag. W fietst waarschijnlijk weer terug en haar kennende zal ik eerst nog even worden uitgelaten. Je hoort van de hoed en de rand in het volgende blog.

een weekendje haarle - 1: verkoeling

Je hoorde ze denken “zijn ze wel gelukkig die twee?“ toen de buren me weer eens in mijn eentje zagen wegrijden. Deed me denken aan een artikeltje in een (digitale) krant van afgelopen week. Vergeef me, de naam is me ontschoten, maar het moet er eentje geweest zijn van de DPG-media. “Zijn jullie wel gelukkig? Tante zelf is heel gelukkig. Zij verloor haar man al in de tweede maand van haar huwelijk en ze is nooit hertrouwd: ‘uit piëteit voor den overledene’ zoals ze het motief noemt. Aan die piëteit is nooit getornd geworden: niemand heeft haar ooit meer gevraagd en toen is Tante een soort cultus gaan bedrijven. Een cultus rond haar ‘grote, ruw afgebroken huwelijksgeluk’ waarvan overigens geen sterveling, Tante incluis, zich iets positiefs of negatiefs weet te herinneren.“ Ja hoor, we zijn heel gelukkig en misschien mag ik daarom wel vast vooruit, want inderdaad: W komt na, temininste als ze bijgeslapen is.

Busje is sinds onze laatste trip nog twee keer gebruikt en wel voor een daguitstapje en als boodschappenwagen. De dagtocht ging naar het Witte Veen, op de grens bij Buurse, waarbij ons uitgangspunt de Haarmühle was, ideetje van W, dus altijd goed. “En als ik jou dan uitgelaten heb, fiets ik wel terug naar huis. Maak maar twee mooie routes“. Op naar de Haarmühle, net over de grens bij Alstätte. Dienstag Ruhetag, dus parkeerplek genoeg en de knip kon in de kontzak blijven want de catering moest uit eigen keukentje komen. Voor de (weinige) mensen die er nog nooit geweest zijn: de Haarmühle zelf is een bezoek waard. Op deze plek wordt al sinds 1188 een molen vermeld; de huidige watermolen dateert uit 1619. Het water dat hier als Alstätter Aa langs de molen stroomt, heet aan Nederlandse kant de Buurserbeek. En na alle opgedane ervaring kun je prettig op het terras neervallen, alleen Dienstag Ruhetag en dat ook in de schoolvakanties.


Op een van de parkeerterreinen begon onze fietstocht die we al na een paar honderd meter moesten aanpassen. We hadden al een paar bordjes “verboden voor fietsers“ genegeerd, maar het traject dat volgens haar van Komoot “comfortabel“ was had niets weg van een fietspad. We konden de Duitsers niet de schuld geven want we waren al op Nederlandse bodem. De grens loopt hier dwars door het landschap, maar daar trekt de natuur zich niets van aan. Je fietst van Duitsland Nederland in en even later weer terug, zonder slagboom of douanier die je tegenhoudt. Op het gevoel hebben we de route aangepast, maar daardoor ook een beetje ingekort. Niet erg want toen Komoot vertelde “U bent terug op de route, navigatie wordt hervat“, had ze nog een paar niet zo “comfortabele“ paadjes voor ons in petto. Het is een landschap van heide, bos, grasland, vennen en veen, doorsneden door oude zandwegen en lanen. Soms merk je nauwelijks dat je door een natuurgebied fietst; juist de afwisseling maakt het aantrekkelijk. Het ene moment rijd je tussen de bomen, even later ligt er een open stuk heide voor je en weer wat verder kijk je uit over een natte laagte. Het Witte Veen is een overblijfsel van een veel groter hoogveengebied dat zich vroeger langs de Nederlands-Duitse grens uitstrekte. In de negentiende eeuw bestond het gebied grotendeels uit woeste heide en hoogveen. Er werden schapen geweid, plaggen gestoken en turf gewonnen. Later werd een groot deel ontgonnen voor de landbouw. Wat te nat of te arm was voor de boeren, bleef gespaard en vormt nu de kern van het natuurgebied. Sinds 1982 is een groot deel in bezit van Natuurmonumenten. 

Ook de geschiedenis van de grens is hier nog zichtbaar. Oude grenspalen van Bentheimer zandsteen staan er als stille getuigen. En waar tegenwoordig fietsers rustig hun rondje maken, trokken vroeger smokkelaars door het veen. Op het einde wachtte de Haarmühle maar met een speciaal terras. De geserveerde soep was ongetwijfeld net zo lekker als dat van het nabijgelegen restaurant maar in elk geval een stuk goedkoper. W trapte inderdaad een klein 40 kilometer naar huis en vond dat Komoot en ik een mooie route hadden geknutseld.

 

Een paar dagen later moesten we op excursie naar de nieuwe Esbrowinkel in Wehl. De kranten stonden er vol van de afgelopen weken en toen vaste lezeres (tevens vriendin van W) L te D hoog opgaf over die nieuwe Esbro Shop XXL moesten we natuurlijk op pad. XXL is een beedje overdreven (qua winkeloppervlakte dan) maar qua hoeveelheid kipproducten mag er misschien nog wel een X’je bij. Achterliggende bedrijfsmodel: het assortiment bestaat uit kipproducten die niet zijn verkocht aan (grote) klanten. Reden hiervoor kan bijvoorbeeld zijn dat de kipfilets te klein zijn of dat een bestelling door een klant is geannuleerd. Natuurlijk kun je dan schermen met “duurzaam ondernemen“ en het “zo min mogelijk belasten van het milieu“, uiteindelijk gaat het erom om de laatste stukjes kip aan de man te brengen. De ondernemer krijgt nog een paar cent en de consument is redelijk goedkoop uit. Toen we de inhoud van de winkelwagen in de bus gepakt hadden mocht W zo’n 30 kilometer naar huis fietsen. Busje mocht mee omdat het voorzien is van een fietsendrager.

zaterdag 15 augustus: @ haarle

In mijn eentje dus naar Haarle (bij Nijverdal), gewoon omdat het daar altijd rustig is en vooral goedkoop. “Heb het eigenlijk wel gehad met staan in een weiland“, sprak W, “wil liever naar een camping met een zwembad“. Haar mening veranderde toen ik tarieven noemde van campings in het hoogseizoen en afsloot met toeristenbelasting, milieuheffing en het bedrag dat je mag betalen voor “keuze voorkeursplek“. Sommige campings maken het tegenwoordig zo bont om ook nog administratiekosten in rekening te brengen. De eindconclusie was dat staan in een weiland ook zijn charmes kent. “Jij gaat nu, ik slaap uit morgen en kom dan na op de fiets“. Prima geregeld toch? Beetje boodschappen inslaan, vertrekken met een buitentemperatuur van 31 graden en (geloof me of niet) een klein uurtje later op 60 kilometer afstand uitstappen met een buitentemperatuur van 21 graden. Reden: een prettig regenbuitje. Het werd nog wel wat warmer later op de middag, maar de luifel moest een eindje uitgedraaid worden om inregenen te voorkomen. Heerlijk die afkoeling. Tijd voor een film en de kooksessie (weer genoeg voor een compleet weeshuis). V: 225.774; A: 225.836. Zon op/onder (gegevens Haarle): 06:23/21:03. Het was weer gezellig met mezelf.

vrijdag 7 augustus 2026

een weekje pruttelen - 8: en weer klaar!

Gisteren voor het eerst sinds maanden weer eens problemen gehad met tv-kijken op de laptop via een hotspot. Voor de leken: een hotspot is eigenlijk niets anders dan je mobiele telefoon die zich gedraagt als een kleine wifi-router. In plaats van dat je laptop of tablet rechtstreeks verbinding maakt met een wifi-netwerk, maakt die verbinding met je telefoon. Je telefoon haalt vervolgens het internet via het mobiele netwerk (4G of 5G) en geeft dat door via wifi. Om helemaal concreet te zijn: de telefoon maakt verbinding met een zendmast; je zet de persoonlijke hotspot aan, waarna je laptop, tablet of ander apparaat verbindt via wifi met je telefoon. De bedoeling is dat je telefoon alle internetverkeer doorstuurt. Heel simpel, maar er zijn twee “gevoeligheden: het mobiele netwerk (verbinding telefoon met zendmast) en wifi (verbinding laptop met telefoon). Gaat één van beide minder goed, dan merk je dat direct.

Wanneer het mis gaat ligt dat meestal aan een slecht bereik van de telefoon. Vooral in Duitsland (een derdewereldland op het gebied van de mobiele telefonie) wil het nog wel eens zijn dat je telefoon maar één of twee streepjes bereik heeft, dan is de hotspot meestal ook traag of hapert. Veel gebruikers op één mast kunnen ook voor problemen zorgen: Er is dan sprake van drukte op de zendmast. Op campings, festivals of toeristische plekken gebruiken veel mensen dezelfde mast. Dan wordt de beschikbare snelheid verdeeld. Deze situatie doet zich ook voor bij campingwifi (wifi via de “campingmast“: hoe meer gebruikers hoe slechter het internet. Veel mensen die veel met de camper (of caravan) onderweg zijn gebruiken een mifi-router, heel simpel gesteld een verbeterde versie van een hotspot. Zo’n mifi-router heeft een eigen simkaart en is vaak een betere oplossing omdat het voorzien is van een betere antenne, soms zelfs een aansluiting voor een externe antenne op het dak van de camper of caravan. Dat levert vooral op afgelegen plekken een merkbaar stabielere verbinding op.

Je kunt natuurlijk ook tv kijken via Canal Digital, maar dan heb je zo’n joekel van een schotel op je dag zitten. Wij hebben een paar oplossingen: telefoon dicht bij het raam en het liefst zo hoog mogelijk, afstand tussen telefoon en laptop beperken en de telefoon tijdens het gebruik van de hotspot opladen. Helpt dat niet dan gaan we een boek lezen of puzzelen en de volgende dag verkassen.

 

Ik moest nog iets uitzoeken, namelijk of het zo is dat camperplaatsen dit jaar minder bezoekers trekken dan voorgaande jaren? Volgens Copilot die het opzoekwerk voor zijn rekening nam is het tegendeel waar: camperplaatsen en campings trekken dit jaar juist méér bezoekers dan vorig jaar. Ik citeer: “Volgens recente analyses van het CBS en kampeerspecialist ACSI is het aantal overnachtingen op Nederlandse kampeerterreinen in de eerste vijf maanden van 2026 met 22,5 % gestegen ten opzichte van 2025. Het aantal gasten nam toe met 18,3 %, en vooral Nederlandse kampeerders zorgden voor die groei — ruim 1 miljoen gasten uit eigen land, een stijging van 20 %“. Nu zijn dat wel cijfers tot en met mei van dit jaar. Voor de Achterhoek telt een iets genuanceerder beeld: In 2026 is het aantal camperovernachtingen in de Achterhoek licht gedaald, met zo’n 3–5 % minder bezoekers dan in 2025. De daling komt vooral door kortere verblijfsduur: camperaars blijven gemiddeld één nacht minder. Geen grote terugval dus, maar meer een kleine dip in het voorseizoen? Ik denk er anders over, gezien de lege plekken die ik overal tegenkom.

vrijdag 7 augustus: @ kötteldiek

Ons weekje weg zit er weer op. Eerst naar het Münsterland waar we ons verbaasd hebben over de rust en de ruimte en een erg mooi plekje hebben gevonden in Horstmar aan de Radbahn Münsterland, een schitterend fietspad. Vervolgens via Bentelo naar Hengelo (G) waar we kennis gemaakt hebben met camperplaats De Vlinder en drie nachten zijn gebleven. Fietstocht gemaakt naar Doesburg waar W het museum Lalique bezocht heeft. Vandaag terug naar de Kötteldiek, W natuurlijk op de fiets. Eindelijk heel prettige temperaturen, zo rond de 20 graden. Afgelopen nacht ook lekker fris. Morgen eerst een feestje, misschien zondag weer op pad?

 

donderdag 6 augustus 2026

een weekje pruttelen - 7: op de fiets naar doesburg

Waarom ik niks vertelde over de band Normaal, vroeg H te Z. Heeft een eenvoudige reden, beste H te Z: Normaal heeft niet veel met Hengelo te maken, alleen het nummer “Oerend Hard“ is op het Hengelse Zand geënt. Het Hengelse Zand is een bosgebied hier in de buurt: "Oerend hard kwamen zij daar aangescheurd, op hun Norton en hun BSA". Bennie Jolink en Jan Manschot richtten de band rond de jaarwisseling van 1973/1974 op. De bakermat van de band lag en ligt in het Achterhoekse dorp Hummelo, de geboorteplaats van frontman Bennie Jolink. In maart van dit jaar hebben we in die plaats het standbeeld van Normaal bewonderd. Nog even voor de volledigheid: de band brak officieel door tijdens hun legendarische eerste grote optreden op Hemelvaartsdag 1975 in het Openluchttheater in Lochem.

donderdag 6 augustus: @ hengelo

“Kun je een route naar Doesburg uitstippelen, daar is een museum dat helemaal opgeknapt is en waar ik graag heen wil?“ was de vraag (of de opdracht) van W. Wist eerst niet welk museum ze bedoelde. Is ook niet verwonderlijk, want voor een stadje van nog geen 12.000 inwoners heeft het een museumaanbod waar menig veel grotere stad jaloers op kan zijn. Ik vergeet even het “kleine spul“, zoals het Ezelmuseum Rozan waaraan je alleen maar op afspraak een bezoekje kunt brengen en Museum De Maurits 1940-1945, een kleinschalig particulier oorlogsmuseum, geen eigen website, wel een facebookpagina. Ik beperk me even tot de wat grotere musea, waarvan we in de afgelopen jaren de meeste wel bezocht hebben. Erg leuk vond ik Streekmuseum De Roode Tooren, dat het verhaal van Doesburg en de omgeving vertelt. Je vindt er archeologische vondsten, stadsmaquettes, historische voorwerpen en een fraaie collectie van industrieel ontwerper Theo Colenbrander. Ondanks verschillende pogingen is het ons nog nooit gelukt de Doesburgsche Mosterd- en Azijnfabriek van de binnenkant te bekijken. Dit is een combinatie van werkende mosterdfabriek, museum en winkel. Je ziet hoe de beroemde Doesburgse mosterd al eeuwenlang wordt gemaakt, bekijkt oude machines en kunt uiteraard proeven. Volgens mij altijd dicht wanneer wij in Doesburg zijn (waarschijnlijk waren we er op zondag of op maandag, of te vroeg of te laat op een andere dag, of het stond - zoals vandaag - gewoon niet op ons lijstje). Een vreemde combinatie is het Openbaar Vervoer & Speelgoed Museum, waar we ooit een keer een regenachtige zomermiddag hebben doorgebracht: een verrassend museum met historische modeltreinen, trams, bussen en een grote speelgoedcollectie. Pas op voor schreeuwende kinderen! Het Zilvermuseum Doesburg in de Martinikerk heeft een bijzondere collectie zilveren voorwerpen, waaronder veel mosterdpotten uit binnen- en buitenland. Je pikt het museum gewoon mee tijdens een bezoek aan de kerk.

W doelde op een nog ander museum en liet de term “internationale topkunst“ vallen waardoor ik op het verkeerde been werd gezet: ik ben dol op oude meesters, maar die moet je niet zoeken in het Lalique Museum. Dit museum draait niet om Rembrandt of Vermeer. Het gaat over een kunstenaar die schoonheid zocht in glas, licht, bloemen, insecten en vrouwenfiguren. Ik lees voor uit andermans werk: “Het museum is volledig gewijd aan de Franse kunstenaar René Lalique (1860-1945), een van de belangrijkste ontwerpers van de art nouveau en later de art deco. Rond 1900 schokte hij de Parijse juwelierswereld door niet de kostbaarheid van het materiaal centraal te stellen, maar de schoonheid van het ontwerp. Glas, email, hoorn en halfedelstenen vond hij vaak interessanter dan diamanten. Daarmee zette hij de traditionele juwelierswereld op zijn kop. Later legde hij zich vrijwel volledig toe op glaskunst en ontwierp hij parfumflacons, vazen, schalen, lampen en zelfs complete interieurs. Zijn werk wordt wel vergeleken met dat van een uitvinder: telkens zocht hij nieuwe technieken en nieuwe toepassingen van glas“. Dat zo'n museum juist in Doesburg staat, lijkt op het eerste gezicht een raadsel. De verklaring ligt niet in René Lalique zelf (hij heeft nooit een bijzondere band met de Hanzestad gehad), maar in Nederlandse verzamelaars die in de loop der jaren een uitzonderlijk grote collectie bijeenbrachten. Rond die verzameling ontstond in 2011 het museum, dat inmiddels is uitgegroeid tot een internationaal erkend kenniscentrum over Lalique en zijn tijdgenoten. De officiële dure naam is dan ook “Stichting Société Musée Lalique Pays Bas“. Tot zover dit museum, kom er later nog op terug.

Kijk zo’n initiatief van mevrouw Nales moet je koesteren en Komoot en ik kwamen er samen wel uit. Het enige probleem is dat - wanneer je een beetje leuk wilt fietsen - je aan de kilometers komt. Voor W is 31 kilometer helemaal niks (voor mij in andere tijden ook niet), maar we leven nu eenmaal niet in andere tijden. Lettend op de wind en de pauzemogelijkheden kwamen zij van Komoot en ik op een route die bestond uit 19,1 km weg, 6,09 km fietspad, 4,30 km pad en 1,47 km straat. Wil je liever de ondergrond? Kan ook: 17,3 km asfalt, 3,93 km verhard, 4,29 km onverhard, 4,18 km kasseien (oeps!) en nog een beetje “onbekend“. Ik beschrijf hier wel de heen en terugweg. Tenminste .... dat was de bedoeling, maar je kent mijn lievelingsuitdrukking "het kan verkeren".

Dus fietsen naar Doesburg! Natuurlijk niet alleen omdat daar een museum is, een mosterdfabriek voor Abraham speelt of een kerk die volgens de beschrijvingen absoluut de moeite waard is (vooral wanneer je daar ook naar het zilver gaat kijken). Het gaat ook om de route heen en terug en om de aantrekkelijkheid van Doesburg zelf, maar dat laatste wisten we al van onze vorige (veelvuldige) bezoeken, we weten allang dat de stad mooi is. De oude straatjes liggen erbij alsof ze gisteren nog door een paardenkar zijn gladgereden. Scheve gevels leunen een beetje tegen elkaar aan, alsof ze elkaar na zeven eeuwen nog steeds overeind houden. We hebben te maken met een oude, trotse Hanzestad. Dat lees je in iedere brochure en elke Doesburggerelateerde website. Doesburg wordt voor het eerst genoemd in een akte die gedateerd is tussen 1053 en 1071. In die tijd bestond de omgeving uit moerassen en zandruggen waarvan sommige bewoond werden. De naam Doesburg duidt ook op een dergelijke omgeving. Volgens taalkundigen waren does, duis en doze benamingen voor een met struiken of bomen begroeid moeras. De toevoeging van het woord burg aan het woord does wijst op een burcht of nederzetting in een dergelijk moerasgebied (bron: Bezoek Doesburg). 

Behalve dat Doesburg een Hanzestad was, was het ook een vesting. Doesburg kreeg in 1237 stadsrechten en groeide uit tot een welvarende stad dankzij de strategische ligging aan de monding van de Oude IJssel in de Gelderse IJssel. De middeleeuwse handel, de functie als vestingstad en vele historische gebouwen typeren het rijke verleden van de stad. Het water is nooit ver weg. Eeuwenlang kwamen hier schepen vol handelswaar aan. Tegenwoordig zijn het vooral plezierjachten en fietsers met elektrische ondersteuning, gewoon de zoveelste verandering in al die eeuwen dat Doesburg bestaat.

De heenweg had wat voeten in de aarde. Zij van Komoot en de familie Nales hadden een meningsverschil over de toegankelijkheid van een “pad“, zo’n parallelgrasbaanstrook langs een watertje met de illustere naam “Grote Beek“; weinig van overgebleven van die beek door de droogte van de laatste tijd, maar dat is weer een compleet ander verhaal. Ik had het idee dat er sinds het uitsterven van de mammoet geen levend wezen meer over het pad gebaterd had, W mompelde iets over “pas gemaaid gras“. Beiden waren we de overtuiging toegedaan dat Komoot het op haar/zijn buik kon schrijven en dat we nevernooitniet over deze parallelgrasbaanstrook langs een watertje met de illustere naam “Grote Beek“ zouden gaan fietsen. Het resultaat van deze beslissing was wel dat we een eind terug moesten (zie het piemeltje rechts op de kaart) en de route werd aangepast tot uiteindelijk 37,2 kilometer. 

We hadden een westenwind kracht 4 en onze heenweg ging inderdaad voornamelijk naar het westen. Voordeel van deze routechange was wel dat we langs Rijkswerkkamp de Wittebrink kwamen. “Begin dit jaar nog langsgefietst“, sprak W en inderdaad heb ik het in mijn blog van 23 augustus 2024 beschreven dus ik volsta vandaag met een foto.

 

We kwamen dus voor dat ene museum, Lalique. Om eerlijk te zijn: W kwam voor dat museum, ik werd met mijn telefoon geparkeerd op een prettig bankje in de winkelstraat (tegenover de Hema). Beweging genoeg gehad en om me nu in een rolstoel tussen de kunst rond 1900 te laten voortduwen en links en rechts een blik te werpen op beroemde vazen, parfumflacons en indrukwekkende sieraden, vind ik nog een beetje te vroeg in mijn tijd. Ik doe het met de observaties van W: “Mooi, een libel blijkt ook een vrouw te zijn, een orchidee verandert ongemerkt in een gezicht en een pauwenveer blijkt uit tientallen ragfijne glaslagen te bestaan“

Terwijl W aan het genieten was, las ik iets over de geschiedenis van Lalique: “De afgelopen jaren heeft het museum […] een enorme ontwikkeling doorgemaakt. Na een ingrijpende restauratie werd de dertiende-eeuwse Commanderij, een voormalig gebouw van de Duitse Orde, onderdeel van het museum. Daardoor beschikt het nu over drie monumentale panden, waarin de middeleeuwse architectuur een verrassend decor vormt voor de sierlijke kunst uit de belle époque. Die tegenstelling werkt wonderwel: eeuwenoude bakstenen muren en flinterdun glas versterken elkaar eerder dan dat ze botsen“.

Natuurlijk moet ik het nog over de mosterd hebben. Iedereen begint erover. Alsof je Doesburg niet mag verlaten zonder een potje mee te nemen “voor in de camper“. Dat is waarschijnlijk ook zo. Maar we halen de mosterd wel bij de super. Mosterd is net als wijn: als je het proeft in een bepaalde omgeving smaakt het totaal anders dan wanneer je thuis zo’n potje (mosterd) of fles (wijn) opentrekt. We hebben dus de mosterdfabriek annex -museum ook deze keer geskipt. Kan je nog sterker vertellen: de beloofde scherpe geur hebben we niet eens kunnen waarnemen, terwijl we er toch vlak langs gefietst zijn. “De scherpe geur uit de oude mosterdfabriek hoort net zo bij de stad als de kinderkopjes en de stadspoorten“, was ons beloofd op de site van de toeristendienst. Huiswerk even overdoen jongens (en meisjes).

De terugreis was één groot feest, want de wind overwegend achter. Met een “viertje“ in de rug is het prettig fietsen. Druk aan de IJssel bij Capfun. Veel Duitsers, maar dat hadden we ook al in Doesburg geconstateerd. Veel mensen en maar weinig IJssel, die stond ernstig laag. Veel “gewoon Achterhoek“ en één keer een veld met onbekend spul. Luzerne, je mag ook Alfalfa zeggen. In beide gevallen is de officiële naam Medicago sativa. Luzerne is Nederlands, Duits en Frans, terwijl Alfalfa de Engelse en Spaanste benaming is. Tijdens de Moorse overheersing van Spanje kwam de plant én de naam in Europa terecht. De plant wordt al meer dan 2.000 jaar verbouwd als veevoer en wordt niet voor niets de “koningin van de voedergewassen“ genoemd. Nog even terugkomend op de naam: als je in de Achterhoek een boer vraagt of hij alfalfa verbouwt, zal hij waarschijnlijk even nadenken. Vraag je of hij luzerne heeft staan, dan wijst hij je zo het perceel aan.

Om vier uur thuis en als je dan een paar minuten wacht zit de vijf in de klok: W een Steenbrugge Blond en ik een Hertog Jan, beide dorstlessend. In de ruststand, verhaal schrijven, Japanse blog van dochter lezen, douches inspecteren en nadenken over de bereidingswijze van de spareribs die we vandaag nuttigen: op de gasgril, in de gasoven of in de elektrieke wokpan. Je ziet dat we grote problemen hebben. Een mooie dag. Morgen zijn we voorlopig uitgeprutteld. W gaat op de fiets naar huis en ik mag de bus aan de Kötteldiek parkeren en dan met een bloedgang naar het museum, want regelzaken. Ik meld me als er wat te melden is.




woensdag 5 augustus 2026

een weekje pruttelen 6: achterhoek (2)

Wat een mens te zoeken heeft in Hengelo (G) was een vraag die van twee kanten binnenkwam. Tja, wil je een kort of een lang antwoord? Laat ik met het korte beginnen: rust, natuur, kleinschalige kampeeraccomodaties. “Hengelo vind je pas leuk als je er bent“, waren de wijze woorden van W. En eerlijk is eerlijk: Hengelo zelf is niet alles, Zou niemand adviseren om alleen voor Hengelo de camper te pakken. Als uitvalsbasis voor een paar dagen fietsen is het prima, maar er zijn in de Achterhoek en het Münsterland aantrekkelijkere bestemmingen. Het dorp heeft prima voorzieningen: telde in het voorbijgaan drie supermarkten, het heeft een Action en een Hema. Wees eerlijk: meer heeft een mens niet nodig. Maar verwacht absoluut geen spektakel. Sommige dorpen schreeuwen om aandacht. Hengelo niet. Het ligt er gewoon. Al eeuwen. Als je komt ben je welkom, kom je niet: even goede vrienden. Hengel (de naam van het dorp op zijn Achterhoeks) ligt er al sinds 963 en misschien nog wel eerder. In dat jaar dook de naam in geschriften op. Lang zelfstandig gebleven, maar in het kader van weer eens een gemeentelijke herindeling is de gemeente Hengelo met een paar buurgemeenten tot de gemeente Bronkhorst samengevoegd. En hoera: Hengelo kreeg het nieuwe gemeentehuis. Een beetje buitenaf, tegenover sportpark 't Elderink, staat het stulpje dat ongeveer 20 miljoen euro heeft gekost. Maar dan heb je ook wat: het gemeentehuis is in 2012 uitgeroepen tot duurzaamste gemeentehuis van Nederland. Op de vakantiekaart staat de rooms-katholieke Sint Willibrorduskerk. Overigens telt Hengelo-dorp nog twee kerken, namelijk de Nederlands Hervormde Remigiuskerk en een vrijzinnig-protestantse kerk..

woensdag 5 augustus: @ hengelo (g)

Kwam vanmorgen tot de ontdekking dat je nog steeds “blocnote“ schrijft en geen “bloknoot“ zoals ik dacht. Belangrijk? Och eigenlijk helemaal niet. De Vlinder liep vandaag bijna helemaal leeg. Toch eens napluizen of het een landelijke tendens is dat camperplaatsen niet gevuld zijn. W appte dat de airco thuis een wonderding is en dat ze volkomen bijgeslapen op de fiets stapte. En na net geen 28 kilometer stapte ze weer af en konden we aan de soep; het was inmiddels middag geworden. Het was een mooie tocht volgens W, maar ze kon niet precies ophoesten wat ze gezien had. “Gewoon de Achterhoek“ was een korte samenvatting.



Ja, we mochten ook samen op de fiets. Boodschappen doen in de metropool die Hengelo heet, wel via een omweg. Niet moeilijk doen: Hengelo heeft nooit de ambitie gehad een stad te worden. Het was eeuwenlang het dorp waar boeren hun inkopen deden, elkaar ontmoetten en op zondag naar de kerk gingen. Veel meer hoefde het niet te zijn. Misschien is dat wel de reden dat het dorp zo prettig aanvoelt. Niemand probeert hier iets te bewijzen. En inderdaad: na onze fietstocht vroeg ik me af wat ik nu eigenlijk allemaal had gezien: een paar kerken, geen verkeerslichten, een paar fijne bankjes onder de bomen (geen gebruik van gemaakt), een inboorling die aan mijn T-shirt kon zien dat ik met de camper op pad was en behoefte had aan een praatje midden in de Aldi. Gewoon de Achterhoek dus. En morgen: morgen stappen we op de fiets en rijden we weg met de gedachte dat we weer een fijne dag hebben.