noordpolderzijl

noordpolderzijl

woensdag 7 oktober 2026

wanneer je weer kunt lopen - 4: hoe ai kan helpen een operatieverslag te lezen

Kreeg van verschillende kanten de vraag wat ze nu eigenlijk allemaal in het ziekenhuis in Enschede aan me verbouwd hebben. Om eerlijk te zijn wist ik dat in het begin niet helemaal. De vaatchirurg had W wel op de hoogte gebracht na de operatie en zelfs mij de volgende ochtend bij de nacontrole het een en ander verteld, maar om eerlijk te zijn blijft daarvan niet al te veel hangen op zo’n moment. Laten we zeggen: je gedachten zijn elders. Kwam later mijn operatieverslag tegen maar daar wordt je ook niet vrolijk van. Zal je niet opzadelen met het hele verhaal maar slechts één klein stukje als voorbeeld geven: “Vrijprepareren en teugelen van de distale AIE, oorsprong AFP en AFS. De AIE is partieel verkalkt, arterie hier geschikt om af te klemmen. 5.000 IE heparine iv. Echogeleid aanprikken Arterie Femoralis Communis rechts en plaatsen 7 Fr sheet. Hierdoor stiff terumo tot in de aorta. Wisselen voor pigtail catheter.“ Later zei W: “Je doet zoveel met AI, kun je dat mens niet vragen om het operatieverslag te vertalen naar begrijpbaar Nederlands?“ Een prima idee. Opeens lag ik weer op de operatietafel en kon precies volgen wat er met mij gebeurde onder “algehele anaesthesie in rugligging“. Zullen we het daarbij laten? Details zijn niet zo interessant. Ben je toch geïnteresseerd dan kom je maar eens op de koffie.

Kreeg van H te G de opmerking dat ik wel erg tevreden klonk in mijn vorige blog. Kan best H te G, voel me naar omstandigheden best “senang“. Deze week nog een beetje kalmpjes aan, volgende week een vergaderweek en daarna moeten we serieus weer wat aan de conditie doen, dan moeten de wonden voldoende hersteld zijn.

 woensdag 6 oktober: van kotten naar de kötteldiek

Onze laatste “vakantiedag“. Nog één dag redelijk weer, na vandaag begint de herfst. W wilde nog even “de oude man uitlaten“ en had als verzoekje het Klokkenmuseum in Gescher ingediend, maar trok vanmorgen haar voorstel in: strontverkouden, slecht geslapen en last van de rug. Geen probleem: hou je het verhaal over de Glockenstadt van me tegoed. Alvast een opwarmertje: je moet voorzichtig zijn met het woord “klok“, dat woord heeft in het Nederlands twee hoofdbetekenissen namelijk een tijdsmeter of uurwerk (een apparaat dat de tijd aangeeft, zoals een wandklok, wekker, polshorloge of de digitale klok op je telefoon) en een luidklok of bel (een groot, meestal bronzen, kelkvormig voorwerp dat in een kerktoren hangt en hard klinkt wanneer er een klepel tegenaan slaat, zoals een kerkbel of de klok van een carillon). In Gescher houden ze zich bezig met de laatste versie. Nu is dat dorp ook zonder museum al de Glockenstadt. Niks niet een of ander toeristisch stempeltje, gewoon bikkelharde werkelijkheid. In deze Duitse stad worden al eeuwen klokken gegoten en ook tegenwoordig staat er nog een actieve klokkengieterij, namelijk Glockengießerei Petit & Gebr. Edelbrock. Het bedrijf bestaat al sinds 1690 en is momenteel de enige actieve klokkengieterij in Noordrijn-Westfalen. Ze gieten nog altijd traditionele kerkklokken en kunstgietwerk in brons, messings en aluminium. De website van deze firma is een bezoekje waard. Maar nogmaals: vandaag even niet.

Dacht tijdens het (zonovergoten) opstaan: dit was de laatste nacht van het jaar 2026 in ons busje. En het waren er niet veel: 88 slechts (we hebben ooit tegen de 200 aangezeten), 9 % heb ik alleen gebivakkeerd. Opvallend cijfer: 60 % doorgebracht op een camperplaats. Ook de kilometerteller van ons bussie kroop dit jaar maar 5.000 streepjes omhoog. Reden van dit alles: we waren in verwachting. Nee, niet van het zoveelste kleinkind maar van een nogal ingrijpende operatie aan mijn vaten en die werd maar steeds vooruitgeschoven. In de buurt blijven was het credo, dus we zijn maar een paar keer enkele kilometers de grens over geweest. Daarbij kwam dat de geest wel wilde maar het lijf steeds meer zei “doe het zelf maar“. Lopen zat er al bijna niet meer in en toen ook de fietskilometers steeds minder werden moesten we onze manier van reizen aanpassen en vonden we de bikedrive uit: W op de fiets van cp naar cp en ik de bus verplaatsen. Mooie uitvinding waarin we ons beiden konden vinden al is samen fietsen toch veel gezelliger. Bijkomend voordeel: we hoefden niet zo vaak te tanken omdat W nooit meer dan 70 kilometer op een dag aflegde en dus het busje ook zoiets. Van de dieselprijs werd je dit jaar ook niet echt vrolijk.


Ik trapte eind februari af in Lettele. Niet omdat het zo’n mooi weer was maar omdat busje getaxeerd moest worden voor de verzekering. Als dat niet het geval was geweest had het ding een maand langer in de stalling gestaan: duurder wordende motorrijtuigenbelasting die je met schorsing kunt ontlopen weet je wel. Maar wat niet is, is niet. Begin maart samen naar Steenderen, we waren nog nooit op camperplaats Landlust geweest. Een paar “tussendoortjes“ later kwamen we opnieuw op een onbekende camperplaats vlak in de buurt: Erve Berg en Dal tussen Eibergen en Haaksbergen in (maar nog net aan “onze“ kant van de provinciegrens. 

In mei begon ons reisje “camperfietsen naar het zuiden“, waar ons meest zuidelijke punt Aachen was. W vond de twee etappes Maastricht - Aachen en Aachen - Sint-Odiliënberg (ja we gingen weer naar het noorden) de twee mooiste van de serie. Overpinksteren deden we in Balgoy, we moesten wel reserveren want heel Nederland zat vol. Na Pinksteren wilden we gaan kersen eten in Werkhoven (camperplaats de Kersenpit). Het werd wel de camperplaats maar voor de kersen waren we net een weekje te vroeg. Een paar dagen Zoetermeer (camping de Drie Morgen) sloot onze meivakantie af.

 

De week van de Lichtenvoordse Avondvierdaagse brachten we weer eens door op camping Het Zotte Schaap, niet omdat het moest maar omdat het kon. En toen het begeleiden van het wandelgeweld was afgelopen was het al weer juli, een maand met een paar kleine reisjes. Allereerst een paar dagen Borculo waar we camperplaats ’t Dommerholt geïnspecteerd hebben en vooral het ijs hebben goedbevonden. Het tochtje over de Berkel in de Joppe (een replica berkelzomp) voegde niet veel toe. Vervolgens een paar dagen Zoetermeer voor een paar leuke dingen met kinderen en kleinkind en we zaten de rest van de maand uit in onze camper op het erf van broer/zwager en schoonzus in Kotten waar we speelden voor kippenoppas.


Eind juli begonnen we aan een verkenning van het Westmünsterland, net over de grens. We kwamen niet verder dan Horstmar. Ondanks andere berichten bleek het daar toch te heuvelachtig te zijn voor man-met-vaatlijden, dus na een paar (fantastische) dagen terug de grens over en eerst een nachtje in Bentelo en daarna een paar (warme) dagen in Hengelo (G) doorgebracht. Daar kennis gemaakt met een relatief nieuwe camperplaats namelijk De Vlinder. De Achterhoek bleek plat (en de wind viel mee) zodat we vanuit de cp een rondje Doesburg gedaan hebben. 38 kilometer, in andere tijden een peulenschil, nu een monstertocht.

In augustus hebben we nog twee bikedrives gehouden: eentje naar Haarle (Sallandse Heuvelrug) en eentje naar Nunspeet (cp De Zwaan). Bij de laatste camperplaats heb ik me nog gewaagd aan een (klein) rondje Veluwemeer en de dag daarop een rondje Veluwe, maar toen ik na twee keer 30 kilometer teruggekeerd was bij ons bussie heb ik een streep door het fietsen gezet. Toen de operatie eind augustus niet doorging (kapotte operatietafel) en we toch nog even een paar dagen van het mooie weer konden genieten in het westen van het land (kleinzoon Q vierde zijn 14e verjaardag) heb ik die stelligheid ingetrokken. Daarna konden we ook nog een paar dagen naar Helden, gemeente Maas en Peel in de provincie Helden. Via Oirschot naar Balgoy (Willy op de fiets en ik met de bus). Op de camperplaats bij Balgoy werd na een paar dagen ons busje afgesleept. W was inmiddels naar Lichtenvoorde gefietst om het bloemencorso live mee te maken en de auto op te halen. Even leek het erop dat bestuurder én busje tegelijkertijd op de operatietafel zouden liggen, maar de ingreep van de bestuurder werd op het allerlaatste moment een week uitgesteld.

Een week na mijn operatie vond ik het tijd om een paar dagen “bij te komen“. We kozen voor De Belevenishof in Kotten. De eerste nacht met twee bekende busjes (van de zusjes en aanhang) en daarna twee nachten moederziel alleen op een groot veld. Maar toen was het inmiddels al weer volop oktober.

 

We verklaren het seizoen voor gesloten. Komende dagen Puzzel leegpakken, en een beetje poetsen en dan met een kilometerstand van ongeveer 227.000 een paar maand geschorst op stal. Het was een bijzonder jaar. En volgend jaar? Volgend jaar hebben we weer een jaar met nieuwe kansen op nog meer prijzen. Om de tussenliggende tijd door te komen nog een paar tegeltjes om na te denken.




dinsdag 6 oktober 2026

wanneer je weer kunt lopen - 3: leef alsof het de laatste dag is en denk dat je nog een heel leven voor je hebt

Een aantal jaren geleden was er een oudere man in “We zijn er bijna“ die als levensmotto had: “Leef alsof het de laatste dag is en denk dat je nog een heel leven voor je hebt“. Weet niet of hij nog op dit ondermaanse aanwezig is, hij zat toen eigenlijk al aardig tegen zijn houdbaarheidsdatum aan te hikken. Vond het wel een mooie uitspraak van hem. “Leef alsof het de laatste dag is” is misschien een beetje een gevaarlijke uitspraak. Als je dat letterlijk neemt, wordt het bij sommigen misschien een soort paniekproject. Je gaat dingen doen die je normaal nooit zou doen, simpelweg omdat je denkt dat het moet. Terwijl de mooiste momenten vaak ontstaan uit het gewone. Kwam er later achter dat André Hazes jr. ook een liedje had met een tekst die er wat op lijkt: “Leef, alsof het je laatste dag is. Leef, alsof de morgen niet bestaat“. Met 75 jaar op de teller heb ik niet echt de neiging om elke dag nog één keertje alles te moeten doen wat ik ooit heb uitgesteld. Eerlijk gezegd: als het echt mijn laatste dag zou zijn, zou ik waarschijnlijk gewoon rustig koffie drinken, een beetje in de verte staren en proberen te begrijpen waarom het allemaal zo snel is gegaan. Als het de juiste tijd van het jaar is zou ik misschien mijn busje pakken en een dag of zo verdwijnen in de rimboe en hopenlijk heb ik dan een bijrijdster mee. Beetje klungelen op zo’n camperplaats waar het waterpunt dichtbij is als je niks nodig hebt en zich juist aan het andere eind van het terrein bevindt wanneer je tot de ontdekking komt dat je geen water meer hebt om de boontjes, laat staan de aardappelen, op te zetten. Met altijd zo’n buurman naast je die duidelijk laat merken dat hij over alles heeft nagedacht en dat hij ook nog eens een professioneel rangeerpiloot is. 

Ik moet toegeven dat er zelfs op een camperplek van die dagen zijn waarop ik wakker word en denk: “Nou, als dit mijn laatste dag is, dan begint hij wel erg matig.” Ik kijk naar buiten, zie een miezerige regenbui die zelfs de slakken depressief maakt en besluit dat ik eerst koffie nodig heb voordat ik überhaupt in staat ben te overwegen om groots te leven. Als ik goed nadenk geloof ik niet dat ik op mijn laatste dag nog spectaculaire dingen zou willen doen. In ieder geval niet onmiddellijk na het wakker worden: in ieder geval eerst even acclimatiseren. Niet meteen een berg beklimmen of een parachutesprong doen, eigenlijk hoeft die flauwekul helemaal niet meer: dat soort fratsen heb ik al jaren geleden afgevinkt. Been there, done that, ready. Hooguit een stukje fietsen vanaf de camperplek en bij terugkomst gelukkig zijn dat je stoel nog staat waar je hem had neergezet en beseffen dat je nergens hoeft te zijn behalve hier, op deze plek, met deze lucht en deze stilte. Gewoon genieten van het feit dat de wereld even niet aan me trekt.

dinsdag 6 oktober: @ kotten/oeding

Eigenlijk begon de dag vandaag zoals ik hierboven beschreven heb: bewolkt, beetje somber. Nog net niet koud genoeg om de kachel aan te doen: het gas dat het koffiewater naar kookhoogtepunt moest brengen en daarna de broodjes in de Omniapan moest laten bruinen gaf net voldoende warmte af om geen dooie vingers te krijgen. Gelukkig veegde W me niet van de kaart met ons (werk)dagelijkse spelletje BeterSpellen: beiden schreven we “graffiti“ niet goed terwijl we de juiste “hiërogliefen“ aanvinkten. Toen ik ook nog een (oude) column van Sylvia Wittemans achter de kiezen had: “Een kroket moest het dus worden. En dan niet het vegetarische ‘vitaaltje’, want dat smaakt naar de klonten in champignon-Cup-a-Soup, en ook niet de satékroket, want die valt al net zo lastig uit te leggen als het bamiblok, nee, een gewone vleeskroket. Ik hield mijn adem in terwijl ze het eerste hapje nam. Zelf ben ik er dol op, maar je weet nooit hoe zoiets bij een ander valt“, mocht ook deze dinsdag echt beginnen. Wie weet: misschien wel de laatste dag. In ieder geval onze laatste nacht op de camping in Kotten: woensdagavond begint volgens Buienradar (en andere profeten) de herfst.

De dag begon niet vrolijk, weertechnisch gesproken dan. Wel droog maar geen zon te vinden. Dat bleef zo tot in de middag, toen werd het wat vriendelijker. Maken we er toch een vakantieactiviteitendagje van? Soms hoef je helemaal niet ver weg om het gevoel te hebben dat je een dagje op vakantie bent. Vanuit de Achterhoek rijden we vandaag richting Duitsland. Niet voor een groot avontuur, maar gewoon omdat het leuk is om eens een andere kant van de grens op te zoeken. We hadden een paar ideetjes, één ervan was Borken. We zijn er al eens vaker geweest, de laatste keer op de fiets geweest. Gemakkelijk te doen want Borken ligt maar een klein eindje over de grens. In de serie “Grensverkenningen“ beschreef ik toen ook Borken. BOR op de kentekenplaten voor de geïnteresseerden. Om heel eerlijk te zijn zijn we niet verder gekomen dan een “voorstadje“ van Borken, namelijk Gemen met zijn waterburcht net ten noorden van Borken. Op het eerste gezicht lijkt het een rustig Duits dorpje, maar midden tussen de huizen ligt een kasteel met een eeuwenoude geschiedenis. De Wasserburg Gemen werd meer dan 900 jaar geleden gebouwd. De burcht ligt op twee eilanden in het voormalige moerasgebied van de Bocholter Aa en wordt omringd door een brede gracht. De ligging was niet toevallig. Gemen lag precies in een gebied waar verschillende machthebbers elkaar in de gaten hielden. Aan de ene kant het prinsbisdom Münster, aan de andere kant de gebieden van Kleef en Gelre. De heren van Gemen wisten daar eeuwenlang handig tussen door te laveren. Hun gebied groeide uit tot een rijksonmiddellijke heerlijkheid, dat wil zeggen: Gemen viel rechtstreeks onder het Heilige Roomse Rijk en niet onder een grotere regionale vorst. Die bijzondere zelfstandige positie bleef bestaan tot 1806. Het complex is in de loop van de eeuwen steeds aangepast en uitgebreid. De grote watergracht, de gebouwen en de ligging tussen het groen geven het geheel nog altijd een behoorlijk middeleeuwse uitstraling. Sinds 1946 heeft de burcht een heel andere functie. Het bisdom Münster huurt het complex en gebruikt het als Jugendburg Gemen, een grote katholieke jeugd- en onderwijsinstelling. Dat betekent dat je niet zomaar als toerist naar binnen kunt lopen, maar ik weet hoe het er van binnen uitziet (tenminste hoe het er 60 jaar geleden uitzag). Vandaag beperkten we ons tot een blik vanaf de openbare weg.

In Gemen hebben we onze plannen bijgesteld. Kwam tot de ontdekking dat ik ooit een foto had gemaakt van de fontein van Stadtlohn en toen ik die wilde publiceren was het kreng verdwenen. Volgens mij was dat ook in 2018. Dus op naar Stadtlohn, tijd om even bij te komen van de wandeling tijdens de autoreis. Parkeerplaatsje gevonden net buiten het centrum van Stadtlohn gevonden en op de markt de Figurenbrunnen gekiekt. De fontein werd gebouwd in 1984. Als onderdeel van de stadsvernieuwing in 2015 werd de locatie ervan op het marktplein, in de schaduw van de St. Otgerkerk, enigszins gewijzigd. De fontein beeldt bisschop Liudger, een pottenbakker, generaal Tilly, Christian van Brunswijk, een boerin, een weefster, de burgemeester, een stadsomroeper met een bel en een vrouwelijke burger uit. Het werk is gemaakt door de kunstenaar Kleinhans uit Sendenhorst. Belangrijk? Helemaal niet. Veel belangrijker was dat op de terugweg een ijssalon onze weg versperde.


“Next stop Vreden“ sprak W. Niet dat we van alles af te vinken hebben, de kreet kwam er gewoon spontaan uit. Misschien was dat “onverwachte“ wel de charme van deze dag. Geen lange wandelingen, geen strak programma en geen ingewikkelde route. Gewoon met de auto een stukje Duitsland in, ergens parkeren, een paar dingen bekijken en daarna weer rustig naar ons huis in Kotten. Maar eerst Vreden. Een heel klein stukje Vreden! In het Stadtpark van Vreden, vlak bij de Berkel, ligt een "plakje" Westmünsterland dat eigenlijk zo uit de Achterhoek had kunnen komen. Het Bauernhausmuseum Vreden, officieel de historische Hofanlage, bestaat uit twaalf oude gebouwen die vanuit verschillende plaatsen in het Westmünsterland naar het park zijn overgebracht. Het middelpunt is het Hof Früchting uit Vreden-Ellewick. Het woonhuis werd in 1712 gebouwd als een zogenoemd Zweiständerhaus, een type boerderij dat je in deze streek veel tegenkwam. In 1967 begon de verhuizing naar het Stadtpark en in 1969 werd de hof officieel geopend. Een paar mooie dingen die zo in ons Achterhoeks Openluchtmuseum hadden kunnen stan, bijvoorbeeld de ruim tweehonderd jaar oude Huning'sche Wassermühle. De molen werd in 1811 oorspronkelijk in Ammeloe gebouwd en is later naar het museum verplaatst. De techniek is nog steeds aanwezig en vrijwilligers van het Möllenkring zorgen ervoor dat de molen bij bepaalde gelegenheden daadwerkelijk kan draaien. Als Achterhoeker herken je hier veel. De boerderijen, de indeling van het erf, de schuren en de manier waarop wonen en werken vroeger bij elkaar hoorden, verschillen niet zo gek veel van wat je aan Nederlandse kant van de grens aantreft.






En toen was opa voldoende uitgelaten. Terug naar de camper in Kotten waar we in de laatste middagzonnestralen een biertje hebben weggekauwd met de beentjes hoog en ons daarna al snel aan het avondprogramma konden overgeven. W had uit de diepvries thuis weer een bakkie boerenkool en een paar karbonades opgeduikeld zodat de kok van dienst opnieuw een poging kon ondernemen om zijn felbegeerde Michelinster te halen. Helaas: geen inspecteurs deze keer. Een mooie dag. En morgen? Morgen is er weer een dag. We gaan terug naar de Kötteldiek, maar waarschijnlijk pas nadat ik ben “uitgelaten“.

 

maandag 5 oktober 2026

wanneer je weer kunt lopen - 2: alleen op de camping

Waar ik die moeilijke term “gescheperd hoeden“ (zie mijn voorgaand blog) vandaan haalde, wilde T te E weten. Moeilijk? Komt gewoon op de website van Roelof voor. "Het gescheperd hoeden" verwijst naar een traditionele methode van natuurbeheer waarbij een schaapskudde actief wordt geleid door een herder (de scheper) en zijn herdershonden. Het tegenovergestlde is “standbeweiding“. Daarbij worden schapen simpelweg in een omheind stuk grond of achter rasters gezet.

Of ik me wel vermaakt had de laatste weken was een vraag van H te L. Jazeker H te L en bedankt voor de belangstelling. In de periode vóór de ziekenhuisopname heb ik me voornamelijk beziggehouden met een bekend verslag van een Brit over de Boni-oorlogen in Suriname, namelijk het wereldberoemde boek “Narrative of a Five Years' Expedition against the Revolted Negroes of Surinam“ (1796), geschreven door de Schots-Engelse militair John Gabriel Stedman. Hoewel hij officieel in dienst was van een Europees huurleger (de Schotse Brigade) om het Nederlandse koloniale gezag bij te staan tegen de Marrons onder leiding van Boni, groeide zijn reisverslag uit tot een van de belangrijkste historische documenten over de gruwelen van de Surinaamse slavernij en de guerrillastrijd in de jungle. Er zijn een aantal zaken die het verslag van Stedman interessant maken. Op de eerste plaats zijn dat de militaire campagnes. Stedman beschrijft van zeer dichtbij de uitputtende expedities tussen 1773 en 1777 in de Surinaamse jungle onder leiding van kolonel Louis Henri Fourgeoud. Hij schetst de loodzware omstandigheden van de soldaten die vochten tegen de ongrijpbare guerrilla-tactieken van de Boni's. Nadrukkelijk komt in het verhaal ook kritiek op het salvernijsysteem voor. Hoewel Stedman was gestuurd om de opstand neer te slaan, raakte hij diep geschokt door de brute mishandelingen van de tot slaaf gemaakten door de Nederlandse plantage-eigenaren. Zijn gedetailleerde observaties boden een zeldzame, kritische blik van binnenuit. Dan maken nog twee zaken het verhaal persoonlijk: een deel van zijn reisverslag is gewijd aan zijn liefde voor Joanna, een jonge, tot slaaf gemaakte vrouw met wie hij een zoon kreeg en tenslotte talrijke beschijvingen van de natuur. Af en toe ook vermakelijk, want om de week is hij zo’n beetje op sterven na dood, maar dankzij veel sterke drank en scherpe pepers komt hij er elke keer weer wonderbaarlijk bovenop.

In het oorspronkelijke werk kwamen ook illustraties van William Blake voor die in de digitale versie die ik gelezen heb ontbraken. Deze prenten (zoals een tot slaaf gemaakte man die levend aan een haak was opgehangen) werden later een belangrijk wapen in de internationale strijd voor de afschaffing van de slavernij. Bijgaande (historische) afbeelding heeft de titel “A Negro Hung Alive by the Ribs to a Gallows“. Het toont een gruwelijke executiemethode uit de 18e eeuw in de voormalige Nederlandse kolonie Suriname: een tot slaaf gemaakte man die levend aan een ijzeren haak door zijn ribben aan een galg is opgehangen.

 

Ga ik terug naar het minder bloederige gedeelte van het boek. Om een “onschuldig“ voorbeeld te geven een passage waarin Stedman het gevecht tussen een kikvors en een slang beschrijft: “Het verwonderde my niet, dit dier op de takken te zien, maar wel deszelfs gevecht tegen den slang, een gevecht, het geen ik zal beschryven, en het welk de arme kikvorsch verloor. Toen ik de laatstgemelde vernam, was zyn kop en halve lyf reeds in den bek van den ander, die my in de lengte uitgerekt voorkwam, en wiens staart om een tak van den Palmietboom gewonden was. De kikvorsch scheen de grootte van een vuist te hebben, en haakte met zyne voor- en agterpooten in een tak. In deeze gesteldheid streeden zy, de één voor zyne maaltyd, de ander voor zyn leven, en maakten eene rechte linie tusschen twee takken. Geduurende eenigen tyd bemerkte ik, dat zy geheel in stilstand waaren, en geen beweging maakten. Ik had nog hoop, dat de arme kikvorsch zig door haare pogingen uit het ongeval redden zoude; maar het tegendeel had plaats; want de kakebeenen van den slang zig trapsgewyze vergrootende, en door middel van haar opspannend vermogen, eene ongeloofbaare opening maakende, verdweenen het lyf en de voorpooten van den kikvorsch langzamerhand. Wel dra zag men niets meer dan de agterpooten en klaauwen, die eindelyk van den tak los geraakten. Het arme beest wierd ras geheel en al in de keel van zynen geduchten vyand ingezwolgen, die het zelve eenige duimen diep liet nederzakken. Hy bewaarde het op die plaats, alwaar het een dikte of zwelling vormt; terwyl het kakebeen en de keel van den slang weder te zamentrokken, en derzelver natuurlyken staat dadelyk hernamen“.

maandag 5 oktober: @ kotten/oeding

W heeft gisteren nog tot het donker werd buiten gezeten met de familie, Skipbo spelen of zoiets. Was mij te koud af. Dit is wel meteen het grote nadeel van deze relatief warme herfstdagen: de zon is al vrij snel onder en dan begint het frisjes te worden. Ook ’s morgens duurt het enige tijd voor de aardkloot voldoende is opgewarmd om zonder gevaar voor bevroren aanhangsels naar buiten te gaan. Je kunt natuurlijk voor bikkel spelen, maar dat is niet meer aan mij besteed. Om je een idee te geven van de ontwikkeling van de temperatuur afgelopen avond, nacht en deze ochtend: 17:00 uur 19⁰C; 21:00 uur 12⁰C; 00:00 uur 10⁰C; 06:00 uur 8⁰C en 10:00 uur 15⁰C (bron: buienradar.nl). Op het “dieptepunt“ van de nacht dus een beetje frigo.

Had nog een hele discussie vanmorgen met W over een stelling dat vogels in de herfst niet zingen. Dat klopte niet helemaal volgens haar: vogels zingen in de herfst wel minder dan in de lente, maar ze zijn zeker niet allemaal stil en ze begon een verhaal over oren laten uitspuiten en een afspraak maken bij de audicien om mijn gehoorapparaten bij te stellen. Nu moest hare behaaglijkheid vanmorgen naar haar vrijwilligersjob dus ik had alle tijd om dit eens grondig uit te zoeken. De voornaamste reden dat er minder gezongen wordt is dat de hoofdfunctie van vogelzang, namelijk een partner lokken en een territorium afbakenen, in het najaar niet nodig is. Daarnaast wisselen vogels hun versleten veren in deze periode voor een warm winterkleed. Dat kost veel energie en maakt ze kwetsbaar, waardoor ze stiller en beschut blijven. En tenslotte zijn veel vogels druk bezig met het zoeken naar voedsel en het opbouwen van vetreserves voor de winter of de trek naar het zuiden (bron). Uitzondering vormen de roodborstjes (zingen in de herfst om hun winterterritorium af te bakenen en ook vrouwtjes zingen dan), winterkoninkjes en merels (bron). Voor je het weet ben je door het opzoekwerk van al dat gekwikkeleer zo maar een half uur verder. Geen probleem: de kachel houdt het busje warm.

W was om half negen verdwenen en een uurtje later kon ik met mijn afbakbroodje, kopje koffie en glaasje mangosap aansluiten bij een hele lange ontbijt- overgaande in koffiezit waar oude herinneringen werden opgehaald. Om half twaalf vertrok ook de rest en bleef ik (niet zielig, maar wel alleen) achter om de bus een vijftigtal meter te verplaatsen om vooral aan het begin en het eind van de dag wat langer van de zon te kunnen genieten. Met de auto heen en met de fiets terug: we hadden nog even de ijdele hoop dat een tweewieler alweer een geschikt vervoermiddel was voor de patiënt. Bleek ijdele hoop te zijn: wonden in de liezen veraangenamen trapbewegingen niet. Nog maar een weekje wachten daarmee. Tegen half twee kregen we visite van de broer en schoonzus van W, woonachtig op zo’n twee kilometer afstand. Gezellig en na de thee (en hun vertrek) konden de beentjes hoog en de oogjes dicht.

Al met al een heel rustige dag. Het eten was ook snel klaar: W had wel een bak boerenkool uit de diepvries thuis meegenomen maar vergeten dat er eigenlijk karbonades bij hoorden. “Er zitten toch al spekjes door de stamppot“ was haar verweer. Een mooie dag op deze oase die op Park4Night een 4,8 uit 5 scoort. Op CamperContact kon ik de Belevenishof niet vinden. En morgen? Morgen is er weer een dag. Het belooft weer schitterend weer te worden. We blijven nog een dagje hier maar denk dat W even de auto gaat ophalen zodat we een verkennend rondje Duitsland kunnen doen.

 

zondag 4 oktober 2026

wanneer je weer kunt lopen - 1: een paar dagen bij roelof

Tja, wanneer je weer (een beetje) kunt lopen en het weer is nog net acceptabel dan staat niks in de weg om het belachelijk lage aantal overnachtingen op vier wielen dat we dit jaar in ons balboekje hebben bijgeschreven een beetje op te krikken. De oorzaak zal bij de meesten wel bekend zijn: nadat op de bejaardengym werd geconstateerd dat het wel erg snel bergafwaarts ging met mijn onderdanen en ik op het museum niet meer kon gidsen omdat het einde van het terrein inmiddels een bruggetje te ver was, volgden op 2 maart een aantal onderzoeken in het skb: beetje lopende-band-werk en een (zwangerschaps)echo. Het bleek dat nader onderzoek wenselijk was en dus mocht ik op 19 maart een vatenscan ondergaan. De medische tak van mijn familie (en dat zijn twee zussen, een broer en twee maal aanhang) noemen dat een CTA of angio-CT-scan, een geavanceerd röntgenonderzoek waarbij een scanner digitale afbeeldingen maakt van dunne dwarsdoorsneden ("plakjes") van de bloedvaten. En inderdaad: opa leed aan aderverkalking (het vriendelijke woord is “vaatvernauwing“ heb ik me laten vertellen). Dat werd me op 13 april door de vaatchirurg meegedeeld met de bemoedigende opmerking dat er wat aan gedaan kon worden. Het minder bemoedigende deel was dat de wachtlijst voor dit soort ingrepen inmiddels was opgelopen tot drie maand. Door omstandigheden zijn dat er vijfeneenhalf geworden, waarbij ik uiteindelijk “leuke dingen“ zoals een bezoek aan een concert van Boh Foi Toch vanuit een rolstoel kon meemaken. De eerste oproep werd gecancelled vanwege een kapotte operatietafel en toen ik de tweede keer al geoormerkt was in het ziekenhuis (polsbandje om en zo) werd me meegedeeld dat de operatie vóór mij uitliep en gezien de vermoedelijke lengte van mijn ingreep de vaatchirurg niet meer mocht werken omdat hij voor die dag al voldoende meters had gemaakt. Mocht dus onverrichter zake naar huis. Kreeg een paar dagen later wel een bosje bloemen van het Medisch Spectrum Twente uit Enschede, dus daar voelden ze ook wel op hun klompen aan dat het niet helemaal volgens de regels ging. De derde keer was het raak: gedurende 3,5 uur (voorbereiding en uitslaapkamer niet meegerekend) hebben ze aan en in me zitten peuteren: beetje schrapen in twee liezen en via de linkerlies met een katheter werden er twee stents in mijn buikslagader en een paar in mijn linkerbeen geplaatst. Beide benen werden ook gedotterd. Volgende dag alweer naar huis en weinig last gehad. Enige nadeel: hoe vaker zo’n operatie wordt uitgesteld hoe meer je te weten kunt komen over wat er allemaal tijdens het knutselwerk mis kan gaan, tot geamputeerde benen toe.

En dan een paar weken rustig aan doen. Je krijgt een aantal leefregels mee, maar dat is ook een vrij vaag verhaal. Als je het kort samenvat: “Luister naar je lijf“. Een beetje gedetailleerder: na het plaatsen van een stent kun je lichte dagelijkse activiteiten na 24 uur hervatten, maar moet je zware inspanning en druk op de wonden de eerste dagen tot week vermijden. Dus niet tillen, duwen en andere zaken die je lijf belasten. Je moet de wonden goed laten genezen. Eerste week niet sporten, autorijden en fietsen ook pas na een week of zo. Vergeet nog te vertellen dat je voorzichtig moet zijn op het toilet: niet te hard persen! Douchen mocht al na 24 uur en dat was wel fijn want mijn hele onderlichaam zat onder de roze jodium (mijn zus noemde dat chloorhexidine, maar dat woord is onmogelijk te onthouden). “U hebt slechte aderen, dus lopen, lopen en lopen is het devies“, was de belangrijkste leefregel van de dokter. W vulde dat spontaan aan met minstens 20 kilo afvallen en voorlopig geen alcohol, maar waar ze die wijsheid vandaan haalde weet ik niet. De laatste rode wijn die nog in huis was ging in ieder geval in de stoofperen. Zoonlief kwam met een “fruitmandje“ op ziekenbezoek: een grote wasmand vol met peren-uit-eigen-tuin, zodat “je je even niet hoeft te vervelen“. Toen W later de stoofpeertjes proefde vond ze dat ze vooral glühwein naar binnen aan het werken was. Toch te scheutig geweest met de kruidnagelen? En zo kabbelde de week voort: flink wat visite, de nodige bloemen, een uitje naar de Dublin Legends (nog een verjaardagscadeautje), samen boodschappen doen en voor je het weet ben je een week verder.


zondag 4 oktober: @ kotten/oeding

Nee, niet meteen “kippenoppascentrale“ roepen als je Kotten hoort. Deze keer gaat het om een andere Kottense plek, namelijk de boerderij van schaapsherder Roelof. Wie in de Oost-Achterhoek regelmatig wandelt of fietst, kan hem zomaar tegenkomen: Roelof Kuipers, met zijn hoed, zijn lange haar en baard, zijn honden en daarachter een hele stoet schapen. Geen decorstuk uit een nostalgisch plaatjesboek, maar gewoon een man die van schapen hoeden zijn beroep heeft gemaakt. (Ja even voor je opgezocht: schapen hoeden - dus met twee woorden - schrijf je wanneer het gaat om het werkwoord, zoals in de zin "De herder gaat de schapen hoeden." en je schrijft het aan elkaar - één woord - schapenhoeden wanneer het als zelfstandig naamwoord wordt gebruikt, zoals in: "Schapenhoeden is een eeuwenoude traditie."). Terug weer naar Roelof, een Achterhoeker die helemaal geen Achterhoeker is. Roelof Kuipers komt oorspronkelijk uit Drenthe. Hij is ooit als loodgieter begonnen, maar de schapen trokken uiteindelijk harder dan de leidingen. Sinds 2006 is hij fulltime herder. En dat betekent niet dat hij iedere ochtend met zijn kudde een rondje maakt en om vijf uur de staldeur achter zich dichttrekt. Schapen hebben geen agenda. Als ze honger hebben, willen ze gras. En als dat gras ergens anders beter is, dan willen ze daar naartoe. Daar komt Roelof in beeld. Met zijn honden houdt hij de zaak een beetje bij elkaar. Want een kudde van honderden schapen is misschien een indrukwekkend geheel, maar van dichtbij blijkt het vooral een verzameling eigenwijze individuen te zijn. De een loopt te ver naar links, de ander heeft iets interessants aan de overkant gezien en nummer drie vindt kennelijk dat hij best alleen verder kan. Gelukkig zijn daar de honden. 

De schapen zijn inmiddels ondergebracht in een stichting: Stichting Landschapskudde Oost-Achterhoek, deze stichting zet zich in voor het behoud van de schaapskuddes in het Nationaal Landschap Winterswijk. In Kotten kreeg dat verhaal uiteindelijk een vaste plek. Roelof en zijn vrouw kochten een boerderij en die en de bijbehorende schaapskooi werden ontwikkeld tot een belevenisboerderij, met activiteiten rond de kudde, schapen en natuur. Wandelen met de herder, schapen scheren, werken met wol en natuurlijk gewoon kijken naar de dieren, van die dingen die westerlingen leuk vinden. De bedoeling is daarmee niet alleen de kudde in stand te houden, maar ook de kennis en het oude ambacht van het gescheperde hoeden door te geven. Wij komen niet voor al deze tierlantijnen maar gewoon voor de camping: een mooi SVR-exemplaar. En terwijl de schapen van Roelof het gras korthouden, zaden verspreiden en met hun mest weer voedingsstoffen terug in de grond brengen zitten wij op de “Belevingshof“ gewoon te zitten en peinzen over het verschil tussen het leven hier met een herder die gewoon achter zijn kudde aan loopt en de wereld waar steeds meer geautomatiseerd wordt. En het fijne is dat we tijd hebben om te peinzen, eigenlijk hebben we alle tijd.

De komende dagen gaan we hier wat filosofisch het camperjaar afronden. Een jaar met weinig overnachtingen, maar daar zullen we een dezer dagen eens een boom over opzetten. We beginnen met een familietreffen. Afgesproken dat we de drie campertjes weer eens aan elkaar laten snuffelen en dat kan heel goed bij schaapsherder Roelof. En daar gaan we deze zondag mee beginnen. W had eerder deze week al een bezoekje gebracht aan de Belevenishof en ons bezoek voor later in de week aangekondigd. Was een beetje stout: heb de camper gereden, dacht “luister naar je lijf“ en ik hoorde niks. Geen problemen, alleen als je een noodstop moet maken kan de stop die je aderen afsluit ontstoppen. Moest wel op deze manier want W had voor maandagochtend (vrijwilligerswerk) de auto nodig. Camping liep in de loop van de middag leeg: er zijn nog steeds mensen die op maandag moeten werken. Een middag in bejaardentempo: vier van de zes gingen de hond uitlaten en waren zo maar anderhalf uur weg. Twee (oude) mannen bleven achter om het fort te bewaken en dat kon ik in ieder geval heel goed met gesloten ogen. Mijn metertjes wel op de camping gemaakt achter de rollator, bijvoorbeeld om te kijken waar de stroompunten verstopt waren. Veel koffie en thee en tegen etenstijd regelde W een paar prettige pizza’s bij de pizzaboer in Oeding (een paar honderd meter verder, net over de grens).

V: 226.951; A: 226.970. Rijtemperatuur 18-19 graden, later op de camping nog iets hoger. Vrijwel onbewolkt. Zon op/onder: 07:37/19:04 (gegevens Oeding). Een mooie dag. En morgen? Morgen is er weer een dag. De rest van de familie gaat naar huis, wij blijven nog zolang het droog blijft. Morgen wel even het busje verkassen naar een plek met meer zonuren per dag: meter of 50.

maandag 14 september 2026

nog even weg voor de slachting - 17: bewoners weer thuis, camper nog niet

Kreeg nog een “leuke“ van Herman Finkers binnen via G te Z: “Eén verkeerde komma of letter maakt zelfs van Jezus nog een ketter.” Deze uitspraak hoort bij het Hans-en-Grietjeverhaal dat ook uit de sketch “het Spreukjesbos“ komt. De grap draait om de zin: “Hans zei: Grietje, zal ik met dit mooie weer mijn korte rokje aantrekken?” Door de komma anders te plaatsen, verandert de betekenis: “Hans, zei Grietje, zal ik met dit mooie weer mijn korte rokje aantrekken?” Daarna volgt Finkers' observatie dat de plaatsing van leestekens “akelig nauw” luistert en dat één verkeerde komma of letter zelfs van Jezus een ketter kan maken. "Het Spreukjesbos" komt uit de cabaretvoorstelling Geen spatader veranderd (2005) van Herman Finkers

Ook volgde (naar aanleiding van de uitzending van het bloemencorso van Lichtenvoorde) een hele discussie op de appgroep van broer/zussen/aanhang en dan met name over de onnatuurlijk gekleurde dahlia’s die op sommige wagens werden gebruikt. Broerlief: “Och een beetje bietensap is niet erg maar ik ben bang dat er een beetje chemie bij de kleurstof zat.“ Heb geprobeerd te achterhalen wat voor goedje er gebruikt wordt maar kon daar de vinger niet opleggen, wel dat de techniek “trommelen“ heet en dat er een aantal jaar geleden dahlia’s door de chocoladepoeder werden gehaald, niet alleen om ze bruiner te maken maar meer op de chocoladekip van een geurtje te voorzien. Even voor de volledigheid: de Klokkenmaker kreeg de publieksprijs en Aftroeven (het kaartenspel) kreeg de juryprijs.

maandag 14 september: @ kötteldiek

Niet al te laat op: je weet maar nooit hoe laat de afslepers komen. Alle tijd dus voor de extra lange spellingtest (want maandag). Wist je dat je de afkorting (het symbool) van hertz schrijft als Hz met een hoofdletter, maar het woord zelf - net als ampère, volt en watt - met een kleine letter? Kan de logica er niet van inzien. Volgens Onze Taal heeft dat te maken met het verschil tussen de eenheid en de voluit geschreven naam. Hz is het symbool voor hertz. Eenheidssymbolen krijgen volgens de SI-regels een hoofdletter als ze zijn afgeleid van de naam van een persoon. De eenheid is genoemd naar Heinrich Hertz. Daarentegen is hertz de uitgeschreven naam van de eenheid. Namen van SI-eenheden worden voluit met een kleine letter geschreven, ook als ze naar een persoon zijn genoemd. Ook had ik moeite met de schrijfwijze van “defibrillator“, zo’n apparaat waarmee men door het toedienen van een elektrische schok het hart van een bewusteloze patiënt kan laten stoppen met fibrilleren, waardoor het opnieuw in een normaal ritme wordt gebracht. Ik vind de afkorting AED een beetje gemakkelijker te schrijven. Gisteren de administratie met de camperplaats al afgerond. Te betalen 3 x € 19,00 (da's inclusief € 4,00 elektriciteit per nacht). Krijgen we een Tikkie van.

Koffie op, afgebakken broodjes achter de kiezen, alles afgevoerd wat afgevoerd moet worden en de bus zo goed als stallingleeg (weet het: geen correct Nederlands woord, maar het geeft precies weer wat ik bedoel - dus acceptabel). En dan begint om half tien het lange wachten, dat precies duurde tot tien uur. Had eerder kunnen zijn wanneer de ANWB mijn telefoonnummer correct had doorgegeven. Dagelijks werk voor die jongens, dus de bus stond al snel op de vrachtauto en weg was ons Puzzeltje. Weg waren wij trouwens ook, alleen nu met de auto. En weet je wat er gebeurde? Bij Lichtenvoorde begonnen er hele nare lampjes te branden, ja van de auto. Om twaalf uur waren we thuis. Afwachten hoe het gaat met onze vervoermiddelen. Een bijzonder reisje de laatste weken en iets anders afgelopen dan de bedoeling was: De camper zou deze week schoongemaakt worden en donderdag (vervroegd) naar de stalling. We houden ons wel strak aan ons plan, dat is zeker!