noordpolderzijl

noordpolderzijl

donderdag 21 mei 2026

overpinksteren - 1: over stalen parachutes

Wat zoekt een mens in Balgoy? Het is niet meer dan een gat tussen de dijken van het Land van Maas en Waal. Het hoort bij de gemeente Wijchen. Een klein gat, want Balgoij heeft tussen de 590 en 730 inwoners. Dat dat aantal zo varieert heeft te maken met de manier van tellen: heb je het alleen over het dorp of tel je de koppen van de buitenwijken mee? Wij zitten volgens Buienalarm in de buurtschap “Verspreide Huizen Balgoy“. Wie er voor het eerst aankomt, rijdt er misschien bijna ongemerkt doorheen. Geen druk plein, geen lange winkelstraat en geen rijen toeristen met camera’s, het is geen Grave of Wijchen en al helemaal geen Nijmegen. Juist dat maakt Balgoy bijzonder. Het is een “woondorp“ en de bewoners zijn voor hun boodschappen aangewezen op winkels in met name Wijchen. Het enige waar je je eigenlijk druk over hoeft te maken is of het Balgoy of Balgoij is, maar dat heb ik een aantal jaren geleden al gedaan en ik val niet graag in herhaling. Balgoy ligt vlak bij de Maas en wordt omringd door open landschap, geliefd door fietsers en wandelaars. Een landschap dat vooral gevormd is door de Maas: overstromingen die voor vruchtbare grond zorgden.

Of het bordje eten in de camper er net zo uitzag als de foto in het vorige blog. Neen beste lezer W te H en dat had vooral te maken met de zalm die bij de Jumbo in de aanbieding was (twee voor de prijs van één). Geen mooie grote plakjes die je in een kopje (bekleed met magnetronfolie) kunt vouwen en daar de mix van onder meer avocado en mayonaise in kunt draperen om zodoende een mooi bolletje te vormen. Het waren kleine stukjes vis en weet nu dus ook waarom ze de boel in de aanbieding hebben gegooid. Alle ingrediënten dus wel aanwezig maar iets anders gerangschikt en het geheel was goed eetbaar. De avocadomousse zit een beetje verstopt onder de asperges en laat zich niet zo goed zien op de foto die ik van dit culinaire hoogstandje heb gemaakt.

Of het die camperplek is met al die bordjes, flessen en andere verzamelingen, wilde lezeres L te D weten. Inderdaad L te D: de familie (en met name Yvon, die soms ook Yvonne heet) houdt van zooi. Bewonder bijgaande foto’s maar die W tijdens haar verkennende wandelingetje over het erf gemaakt heeft.


donderdag 21 mei: @ balgoy

Langzaam aan begint de camperplek vol te lopen, allemaal lelijke witte dozen (en wat mooie blauwachtige metalic busjes) die graag de pinksterdagen “buiten“ willen doorbrengen. Dat “buiten“ zal ongetwijfeld gaan lukken. Vandaag al heel ander weer dan gisteren en het belooft de komende dagen nog warmer te worden. We zullen ons hier in de omgeving een paar dagen moeten vermaken. W af en toe een wat grotere fietstocht en regelmatig mag ze mij ook uitlaten: niet te ver want opa kan dat met zijn benen (even) niet meer aan. Deze week bericht gekregen dat dat “even“ nog duurt tot de tweede helft van juli van dit jaar. Attamottamotta! We proberen er mee te leven. Vandaag ging het op de fiets naar het Bevrijdingsmonument in Overasselt, maar daarover later meer: er was veel meer moois te zien.

De eerste highlight was het “Monument Grens van Noord-Brabant en Gelderland“ en zoals gewoonlijk hangt hier weer een verhaal aan vast. Eigenlijk is “monument“ een groot woord, het is een informatiebord dat vertelt over de geschiedenis en geografie van het gebied rondom Balgoy en Keent. Tot 1 mei 1923 vormde Balgoy samen met de buurtschap Keent de gemeente Balgoy. In 1923 werd de gemeente ingedeeld bij Overasselt. Het gebied veranderde drastisch in 1938 toen een meander van de Maas werd afgesneden om de rivier te verbeteren voor scheepvaart en waterafvoer (een project in het kader van de Maaskanalisatie). Hierdoor kwamen de dorpen Balgoy en Keent aan weerszijden van de rivier te liggen. in 1958 was de breuk compleet: Keent werd definitief ingedeeld bij het Brabantse Ravenstein en later bij de gemeente Oss.

Vandaag de dag is Keent een natuurgebied van 300 hectare, bekend om zijn struinuiterwaarden. Op bijgaand deelkaartje van onze route van vandaag kun je goed de meander zien die door de Maaskanalisatie werd afgesneden. De “1“ geeft het punt aan dat ik in de vorige alinea heb beschreven, op “A“ ligt onze camperplaats.

Vervolgens kregen we het fietspad langs de Maas voor de kiezen, geen LF8 volgens mij, die gaat over de dijk bij Grave, da’s de andere kant van de Maas. Gelukkig maar volgens W, de officiële LF8 is met dit weer stervensdruk en gisteren kwam ze vooral grotere groepen tegen. Ons Maasfietspad werd onderbroken door een pauze bij de sluis bij Grave. Een grindboot werd er geschut. Altijd een mooi excuus om even van de fiets af te stappen.  

De tocht langs de Maas ging na de sluis verder richting Overasselt. Een paar keer kwamen we de naam “Kleefse Veerstraat“ tegen, een weg die dwars door de uiterwaarden loopt. Weet niet of de hele weg die naam heeft. Een deel was voorzien van beton in plaats van asfalt. Er werd gewaarschuwd dat deze weg soms zwaar vervuild is wanneer landbouwvoertuigen er over heen zijn geweest, maar op een verdwaald plukje hooi was er niks te vinden. Hier was het rustiger dan op de dijkweg die we na een paar kilometer weer mochten volgen. Het eerste wat we van Overasselt zagen was de standerdmolen Zeldenrust. Deze korenmolen zou je ook een “verhuismolen“ kunnen noemen want hij werd in Geertruidenberg gebouwd, heeft een paar jaar in Raamsdonksveer gestaan en is in 1890 naar Overasselt verplaatst. Een zware storm verwoestte in november 1972 de door achterstallig onderhoud verzwakte Zeldenrust. Tien jaar later, in 1982, werd de molen op de huidige plek herbouwd.

De oude Nederlands Hervormde kerk was ons volgende highlight, een van de monumenten van Neder- en Overasselt. Al eens eerder op het bankje onder de kerk gezeten. Vond een artikel in de Gelderlander uit 2019 met de titel “wat heb je nou aan een monument?“. In dit artikel wordt een antwoord op die vraag gegeven aan de hand van een bespreking van een aantal oude gebouwen in de gemeente Heumen, waaronder ook een aantal in Overasselt. Een klein stukje uit dit artikel: In de middeleeuwen schonk Karel de Grote aan een aantal Franse Benedictijner monniken een stuk grond in Overasselt. Zij mochten daar ook de belasting van innen, de zogenoemde tienden. Een door Karel de Grote voor zichzelf ingevoerde belasting: boeren waren verplicht een tiende van hun oogst aan hem af te staan. Een restant van wat die monniken bouwden is nog de St. Walrickkapel. Er hoorden ook twee boerderijen bij die er nu nog - zij het natuurlijk niet meer in de oorspronkelijke staat - staan. Dat gegeven onderscheidt Overasselt van elke andere plaats in Nederland.” Even voor de duidelijkheid: die Walrickkapel is niet het witte kerkje waar we onze lijven even lieten rusten en waarvan W een foto heeft gemaakt.

Aan de andere kant van Overasselt kwamen we langs het bevrijdingsmonument. Dit monument vertelt het indrukwekkende verhaal van de middag waarop de hemel boven het dorp letterlijk rood en blauw kleurde van de parachutes. We hebben het over zondag 17 september 1944, een zonnige en rustige nazomermiddag in Overasselt. Niets doet vermoeden dat dit de dag is waarop de geschiedenis van het dorp voorgoed zal veranderen. Maar rond de klok van kwart over een klinkt er plotseling een onheilspellend, aanhoudend geronk in de verte. Wanneer de inwoners naar buiten kijken, geloven ze hun ogen niet. Honderden gigantische transportvliegtuigen vullen de lucht. Het is het begin van Operatie Market Garden. Boven de weilanden van Overasselt – destijds aangeduid als 'Dropzone O' – springen duizenden jonge Amerikaanse soldaten van het 504th Parachute Infantry Regiment (onderdeel van de beroemde 82nd Airborne Division) uit de toestellen. Hun cruciale missie: zo snel mogelijk de strategische brug over de Maas bij Grave en de bruggen over het Maas-Waalkanaal veroveren. De parachutes dalen overal neer: in de maïsvelden, in de bomen en soms zelfs dwars door het dak van een woning. Het Amerikaanse hoofdkwartier wordt direct ingericht in het toenmalige gemeentehuis van Overasselt in het buurtschap Schoonenburg, dat is exact de plek waar nu het monument staat. Een paar dagen later, het is dan 23 september, herhaalt het spektakel zich als gigantische, houten zweefvliegtuigen (gliders) en Poolse parachutisten landen in dezelfde Overasseltse weilanden om de troepen te versterken. Deze gebeurtenissen moesten herdacht worden. Daarom werd in 1985 een monument onthuld: een beeld dat drie monumentale, ijzeren parachutes voorstelt. Deze parachutes staan symbool voor de Amerikaanse, Poolse en Britse luchtlandingstroepen.

Na het bezoek aan de drie parachutes maakten nog 6 aanvullende kilometers onze tocht compleet. Omdat er weinig wind stond (zuidwest 2), er geen noemenswaardige hoogteverschillen waren en we regelmatig mochten/moesten stoppen waren de net-geen-twintig-kilometer voor mij goed te doen al is het wel heel wat anders dan wat we vorig jaar om deze tijd wegtrapten. Het is zo.

Lunchen, W nog even boodschappen doen bij de Action in Wijchen (het nieuwe fietsslot is onvindbaar en doe ook maar een paar schillenmesjes - ook kwijt) en dan genieten van een mooie middag in de buurt van de camper. De douche mocht eerst van mij en later van W bezoek verwachten: weer twee schone en frisse lijfjes. Temperatuur oplopend naar 22 graden en in de loop van de dag steeds meer zon. Zon op/onder: 05:36/21:31. Een mooie dag. En morgen? Morgen is er weer een dag. We bijven nog even hier.

woensdag 20 mei 2026

camperfietsen - 11: op naar de “overpinksterplek“

Toen ik gisteren de term HePi liet vallen wist ik het eigenlijk al: het kon niet anders of er zou naar Hepie en Hepie verwezen worden. Begon al stiekem te zingen “ik lig op mijn kussen stil te dromen“. Twee nichtjes, de een heette Hepie en de andere Haebeltje (maar we noemen haar ook Hepie), die in 1980 en 1989 een gigantische hit scoorden in het levenslied- en piratencircuit. Toen noemden we dat een cover, tegenwoordig heet dat “gejat“. In beide gevallen gaat het om de hit “Send me the pillow that you dream on“ van Hank Locklins. Andere nummers en/of comebacks mochten niet baten: het bleef uiteindelijk bij dat ene nummer. Toen W het nummer hoorde zei ze “twee jankende katten“! Goede samenvatting, maar geef toe dat het refrein ijzersterk is:]

'k Lig op m'n kussen stil te dromen
Weet je niet dat ik nog van je hou
'k Lig op m'n kussen stil te dromen
Want liefste ik blijf je steeds trouw

Kreeg van “economisch onderlegd vriendje“ F te dH de mededeling dat HEPI ook kan staan voor de Household Energy Price Index die binnen de energiesector gebruikt wordt. Het is een maandelijks Europees rapport dat de actuele consumentenprijzen voor elektriciteit en gas in kaart brengt in de Europese hoofdsteden. Het is een belangrijk meetinstrument om te zien hoe de energiekosten in Nederland en Vlaanderen zich verhouden tot de rest van Europa.


woensdag 20 mei: @ balgoy

Vooral W moest vandaag extra op haar qui-vive zijn. Tenminste volgens de spellingtest: weer zo’n klotewoord want met of zonder streepje? Het gemene zit ’m in het Nederlands. De vaste uitdrukking is: “op zijn qui-vive zijn“ en het betekent alert of op zijn hoede zijn. Maar nu komt het: de term komt oorspronkelijk uit het Frans (qui vive? = “wie daar?”) en in die taal is het zonder koppelteken. Rare jongens die Nederlanders. Nog een beetje nattigheid vanmorgen.  En dat terwijl W een monsterrit voor de kiezen had, namelijk van Lottum naar Balgoy. Jazeker: weer een keer de Maas over. Om tien uur zat ze op de fiets, ruim 60 kilometer voor de boeg. Geen meetingpoint voor ons, haar route volgde voor een groot deel de LF8. Misschien is bussie wel smal genoeg om op een fietspad te rijden, denk dat Rijkswaterstaat (die er ook voor de wegen is) dat niet helemaal de bedoeling vindt. Voor onze vaste fotokijkster C te L: het ontbijt van deze ochtend (brood van zondag en kaas van maandag, gebakken in een pannetje op het kabouterfornuis).


Zuidwest 3, af en toe de ruitenwissers aan, W had die niet. Mijn route ging over Lottum, Broekhuizen, Wanssum, de Maas over naar Well en vervolgens aan de oostzijde van de rivier via Gennep, Mook, Overasselt naar Balgoy waar Yvon van de Holtsehoek (je mag ook campererf Balgoy zeggen) me net na de noen stond op te wachten. Helaas af en toe een paar druppels (soms iets meer dan een paar) en ruim anderhalf uur later kwam W zich afmelden (of aanmelden, het is maar net hoe je het bekijkt, de koffie stond in ieder geval klaar). De Holtsehoek is bekend terrein voor ons, een paar jaar geleden kwamen we er regelmatig. Nu hebben we de camperplaats uitgezocht om te overpinksteren. We zijn zeker van een plaatsje in de herberg: het zal ongetwijfeld druk worden in camper- en kampeerland. Jozef en Maria deden het met Kerstmis, wij zijn met Pinksteren onder de pannen.

W had een wat meer interessante route. Een groot deel van de tocht liep over de LF8, de Maasroute. Volgens haar fiets je deze dagen op die paden in de file. Een stuk van de Maasroute is de Via Valentiniana en daar zit weer een verhaal aan vast volgens https://www.romeinseweg.nl/: “In de Romeinse tijd lag er langs de Maas een drukke verkeersroute. De weg liep van Tongeren en Maastricht naar Nijmegen. In de Romeinse tijd waren dat de belangrijkste steden in onze streken. De weg heeft eeuwenlang dienst gedaan. De Romeinse weg is voor een groot deel nog te reconstrueren. Zo is op sommige plekken het wegdek teruggevonden bij opgravingen: bij Cuijk lag er zelfs een stenen brug over de Maas die door duikers tot op de meter nauwkeurig is vastgelegd. Ook is de weg op bepaalde plekken over een grotere afstand te volgen door hoogteverschillen in het landschap. Bovendien volgt een deel van de bestaande wegen nog steeds het tracé van de oude weg! De gemeenten Cuijk en Boxmeer hebben een fietsroute uitgezet langs de Romeinse weg. De route volgt de fietsknooppunten die door genummerde borden zijn aangegeven. Daar waar de Romeinse vaandels, informatieborden en Romeinse helmen in het wegdek zijn aangebracht, fietst u op de Romeinse weg. Waar de route afwijkt van het Romeinse tracé, komt u door het prachtige landschap van de Maasheggen. De fietsroute heet de Via Valentiniana, naar de Romeinse keizer Valentinianus. Hij investeerde veel in de infrastructuur en bracht voor een korte periode weer rust in het Romeinse Rijk. Waarschijnlijk heeft Valentinianus in 368 na Chr. in eigen persoon Ceuclum (Cuijk) bezocht om zijn werk te inspecteren. U treedt in de voetsporen van de keizer!“


Een ander interessant plekje vond W
in de buurt van Maashees aan de Molenbeek. Ze maakte een foto van een groot ijzeren rad dat volgens het informatiebord hoort bij de Beekse Molen die oorspronkelijk stamt uit ongeveer 1430. De molen werd in 1944 tijdens de Slag om Overloon door de Duitsers opgeblazen en alleen het rad en de sluiswerken bleven gespaard. Het rad werd later een paar keer gerestaureerd. Het is tegenwoordig uitgerust met een generator en wekt groene stroom op. 

Ik werd getriggerd door de term “kollengang“ dat op het bord staat vermeld. Moet volgens mij “kollergang“ zijn, maar ik kan het natuurlijk ook mis hebben. Zo’n ding hebben we bij ons op het museum (het Achterhoeks Openluchtmuseum) namelijk ook. Het is een zware maal- en pletinrichting die bestaat uit twee grote, rechtopstaande stenen (kantstenen) die in een cirkel ronddraaien op een platte ondergrond. De constructie is ontworpen om materialen intensief fijn te wrijven, te pletten of te kneuzen. Afbeelding van de molenstenen is slechts als illustratie bedoeld.

Tegen drieën werd het droog en konden we wat doen aan de echo’s in de (koel-)kast(en). Het werd de Jumbo voor een keertje, komt er misschien wat anders op ons bordje dan normaal. Vanavond wordt het een zalmbonbon met asperges, avocado en gebakken aardappelschijfjes, inderdaad geen dagelijkse kost. Een uurtje later waren de kastruimtes weer aardig gevuld. We hoeven twee dagen geen honger en/of dorst te lijden. W nog even een rondje terrein (de foto's krijg je morgen wel) en ik wat plannen voor de komende dagen. De pontjesdagen met Pinksteren bijvoorbeeld - je zult er ongetwijfeld later meer over horen. Voor morgen staat er een fietstochtje naar het bevrijdingsmonument in Overasselt in de steigers.

V: 224.255; A: 224.319. Rijtemperatuur: 15 - 17 graden. W had 62.9 kilometer op de teller staan. Later op de dag naar Wijchen (boodschappen) kwamen er nog een paar bij. Zon op/onder: 05:37/21:30 (gegevens Balgoy). Een mooie dag. En morgen? Morgen is er weer een dag. We blijven in Balgoy en gaan de titel van deze blogserie veranderen in “overpinksteren 2026“. Denk dat we over een paar dagen zuchten: “wat moeten we met al die zon?“




dinsdag 19 mei 2026

camperfietsen - 11: door het maasdal naar het noorden

Zoals gebruikelijk eerst de post. Een snerende opmerking van G te W over mijn gebruik van het woord “broodnoodzakelijk“ in mijn vorige blog: hij vond dat het “broodnodig“ moest zijn. Dat soort problemen moet onmiddellijk uit de wereld geholpen worden en wees gerust (tegenwoordig moet wees dan weer zonder t): uw scribent heeft géén fout woord gebruikt, want broodnoodzakelijk is een gangbaar en officieel erkend woord in het Nederlandse taalgebied - het staat gewoon in de Dikke Van Dale. Broodnodig betekent hetzelfde en is minder formeel; het wordt omdat het beter “bekt“ vaker gebruikt.

En dan nog twee vragen over het door mij gebruikte woord “overpinksteren“. Heb het inderdaad zelf verzonnen, meer als variant op overwintereren: ergens de pinksterdagen doorbrengen. Volgens ChatGPT is het een gangbaar woord in de door mij gebruikte betekenis (voorbeeld: “Wij gaan overpinksteren in Limburg met de camper.” Volgens Gemini is het “Pinksteren langer maken“, dus gaat het over de dinsdag na Pinksteren. Ben me van geen kwaad bewust, vindt dat ik het zelf verzonnen heb en dat die twee chatbots ons gewoon een beetje willen "pleasen"; daar hebben ze wel vaker een handje van. HePi daarentegen is wel een gangbare uitdrukking en je komt het tegen in de recreatie- en onderwijssector. Het is een populaire afkorting voor de periode tussen Hemelvaart en Pinksteren. Sommige scholen plannen in deze tussenliggende week een vakantie in, de HePi-vakantie, dan kun je gezellig gebruikmaken van een HePi-arrangement. Voor de toerismesector is de HePi-periode kassa: het is één van de belangrijkste en meest winstgevende piekperiodes van het voorjaar. Natuurlijk hoogseizoen met de daarbij behorende prijzen. Nadeel voor ons is dat in deze periode en dan met name met de feestdagen zelf veel is volgeboekt. Ik kwam op het woord “overpinksteren“ omdat ik op donderdag ons busje wilde neerzetten op één van die camperplaatsen die niet aan de reserveringsmanie meedoet en op die plek de pinksterdagen wilde afwachten: overpinksteren dus.

En dan als laatste (en voorlopig ook de laatste keer) de “campercrisis“, de term die ik onlangs van stal haalde met het benoemen van de stijgende kosten van het bezit van een camper. “De oplossing voor die hogere wegenbelasting is toch schorsen?“ hoorde ik van medecamperaar T te L. Als je je camper laat schorsen mag je er niet meer de weg mee op (niet rijden, maar ook niet parkeren), maar je betaalt ook geen belasting. Je moet je karretje dus op privéterrein stallen. Schorsing kost per keer voor een normale camper (jonger dan 15 jaar) iets minder dan € 90, dus theoretisch heb je dat bedrag er na twee weken uit. Punt is alleen dat je minimaal een maand moet schorsen. Op zich is schorsen een heel simpele zaak, kwestie van een bezoekje brengen aan de site van de Rijksdienst voor het Wegverkeer (RDW). Vind regelmatig schorsen alleen geen optie: je kunt niet meer spontaan een paar daagjes weg, maar je moet een complete planning bijhouden. Wel zal Puzzel dit jaar wat eerder op stal gaan en volgend jaar er wat later dan de afgelopen jaren uit komen. We verlengen op die manier de campervrije winterperiode. Verkopen? Denk het niet: je hebt zo’n ding voor de lange termijn en wat is het alternatief? Vliegreizen en vakantiehuisjes kosten ook duizenden euro’s en dat geld ben je echt kwijt. Het wordt natuurlijk een totaal ander verhaal als je je camper maar één of twee keer per jaar een paar weken gebruikt.

dinsdag 19 mei: @ lottum

Gisteravond vielen er nog een paar druppels, maar het mocht eigenlijk geen naam hebben. Beetje frisse nacht, de Truma moest vanmorgen even een uurtje een tandje bijzetten: 9 graden is te koud om fijn wakker te worden. Toen eenmaal de 20 graden werd aangetikt ging het apparaat over op “standje afwaswater“. Gas genoeg, want afgelopen weekend nog een bus laten vullen. Het verbruikt nogal wat in het voorjaar, maar nu hebben we weer twee volle flessen te gaan en daar moeten we het zomerseizoen ruim mee doorkomen. Elektriek minder: de automaat had behoefte aan meer klein geld en aangezien zo’n beetje alles opgeladen was, trokken we een zuinig gezicht.

Om half elf waren we nog in Sint Odiliënberg om tot de conclusie te komen dat het motto van vandaag op de achterkant van de camper van onze buurman stond: “geneet van ’t laeve“. en vervolgens beiden op weg naar Lottum. W op de fiets en ik met de bus. Ik wel wat later want de grote vaat moest nog weggewerkt worden. Weet niet wie er vandaag beter af was. Beetje apart landschap: combinatie van Maasdal en hogere zandgronden met veel kleine dorpen, te beginnen bij Sint Odiliënberg zelf, een oud dorp (historisch gezien dan). Heb al eerder verteld dat het in de vroege middeleeuwen al een religieus centrum was met een beroemde abdij en kapittelkerk op een verhoging bij de Roer. Lottum is een stuk kleiner dan Sint Odiliënberg, ligt op oude Maasterrassen en werd bekend door landbouw en later vooral de rozenteelt — tegenwoordig noemt het zich het “rozendorp van Nederland”. En tussen die twee dorpen lag onze route, eigenlijk al eeuwenlang ongeveer dezelfde oude route: handelswegen langs de Maas, veelal over de hogere zandgronden. In natte tijden waren delen van het Maasdal moeilijk begaanbaar, dus veel oude wegen slingerden over hogere ruggen. W nam voor een groot deel de LF8, de Maasroute. Voor mij (met de camper) zou de A73 een logische weg zijn geweest maar die had ik op de heenreis al gehad. Natuurlijk is dan de N273 een optie. Die weg is beter bekend als de Napoleonsweg. Voor de aanleg van moderne snelwegen was de Napoleonsweg een van de belangrijkste noord-zuidroutes van Limburg. Veel dorpen langs de Maas waren er sterk op gericht. Toen de A73 werd aangelegd nam het doorgaand verkeer af, werd zelfs de Mac aan de N273 gesloten, maar bleef de weg belangrijk voor regionaal verkeer. De naam verwijst naar de Franse tijd onder Napoleon Bonaparte. Een deel van de route gaat terug op een geplande verbindingsweg uit begin 19e eeuw, toen Limburg onder Franse invloed stond. De N273 kende ik al met plaatsen als Roermond, Haelen, Baarlo, Kessel, Neer en Maasbree tegen, allemaal aan de de westkant van de Maas. Sommige plaatsen erg bekend omdat we er al eens op een camperplaats hebben gestaan en van daaruit de omgeving hebben verkend. Er bleek aan de oostkant van de Maas ook een interessante weg te lopen, de Rijksweg en die komt dan door Swalmen, Reuver, Belfeld en tenslotte Steyl waar ik met het pontje de Maas mocht oversteken. Keer eens wat ander asfalt.


En de avonturen van W op de fiets? W noemde het “de katholieke etappe“. Kan me er wel wat bij voorstellen. De route van Sint Odiliënberg naar Lottum loopt door een stuk Limburg dat historisch tot de meest katholieke delen van Nederland hoorde. Dat merk je onderweg voortdurend, bijvoorbeeld aan de dorpen. Je ziet in elk dorp een kerk, een plein, een processieroute en vaak ook nog een klooster of kapel. En buiten de bebouwde kom veel zichtbare rooms-katholieke elementen als veldkapellen, Mariagrotten, wegkruisen en heiligenbeelden. En midden in dat oude Maaslandse “katholieke“ cultuurlandschap liggen de maasveren tussen Kessel en Beesel en bij Baarlo/Steyl. Vlak bij de Pont Baarlo/Steyl was ons meetingpoint en kon ik voor koffie zorgen. Het leuke was dat ik de pont nam van Steyl naar Baarlo en W (na de koffie) de andere kant op richting Steyl. Dus als W haar route “de katholieke etappe” noemt, bedoelt ze een landschap waarin katholieke geschiedenis nog overal zichtbaar in steen, dorpsstructuur en sfeer aanwezig is.




Voor beiden ging het stuk vanaf de pauzeplek naar Lottum razendsnel: W omdat ze de wind pal achter had (zuid kracht 3) en ik omdat ik via allerlei Braamstruikse Binnenpaden van Baarlo naar Lottum werd geleid. Eindpunt was camperplaats IndeVerte (je schrijft het inderdaad aan elkaar). Ooit begonnen als een kleine camping en langzaam uitgegroeid tot een bekende camperplek in Noord-Limburg. De naam “In de Verte” verwijst naar het vrije uitzicht over akkers, bossen en het Maaslandschap rondom Lottum. De nieuwe eigenaar (sinds december vorig jaar) had nog een leuk plekje voor me inderdaad met uitzicht en ik had amper de bus geparkeerd op plekje 33 toen W voor de deur stond: wind achter, weet je wel.


Soepje, even uitrusten en toen samen op de fiets (wel twee exemplaren) naar Lottum, gemeente Horst aan de Maas. Al een heel oud gat, je komt de naam (in de vorm van "de Lutmo") al tegen
rond 1100. Lottum behoorde afwisselend tot Spaans en Pruisisch gebied, maar werd in 1815 onderdeel van het Koninkrijk der Nederlanden. In rozen zijn we niet zo geïnteresseerd, in blauwe bessen ook niet, dus blijven er alleen oude stenen over; je moet toch een doel hebben? Dat doel werd het 16e-eeuwse kasteel De Borggraaf, maar je moet het maar durven om dit een kasteel te noemen. Benamingen als hoeve, landhuis of hof komen dichter in de buurt van dit pandje met het jaartal 1743 in de muur rechts van de poort. W kon geen foto maken: er zat een bewoner op een bankje. Maar als we de naam “Kasteelbeer“ noemen die bijgaande foto op Wikipedia heeft gezet, mogen we best een plaatje van hem lenen.

En toen we tegen half vijf terug waren, de volgende camperplek hadden uitgezocht (zelfs gereserveerd), W nog even een wandelingetje had gemaakt om een plaatje te schieten van het meest gefotografeerde busje van Nederland, was het al snel tijd voor het middag- en avondprogramma dat we helaas binnen moesten uitvoeren (buiten te fris en regelmatig wat licht gespetter van boven). Maar toch: weer een mooie dag. V: 224.193; A: 224.255. Rijtemperatuur 16-17 graden. W op de fiets 46,8 kilometer, later naar Lottum nog 8 erbij. Zon op/onder: 05:38/21:25 (gegevens Lottum). En morgen? Morgen is er weer een dag. W gaat fietsen en ik breng de bus naar Balgoy, naar onze “vriendin“ Yvonne.

 

maandag 18 mei 2026

camperfietsen - 10: we pakken de draad weer op

Alarmerende berichtgeving in DPG-kranten waaronder de Gelderlander: “Camperbezitters zetten busje massaal te koop na verdubbeling belasting: aanbod stijgt 300 procent“. Strekking van het verhaal: tot voor kort waren campers niet aan te slepen, iedereen leek wel zo’n huisje op vier wielen te willen. Tegenwoordig raken verkopers ze steeds moeizamer kwijt. Mensen doen hun busjes zelfs noodgedwongen de deur uit. Belangrijkste oorzaak: de belasting voor de kampeerauto is sinds dit jaar verdubbeld. Het is een verhaal van Daan Rieken, gepubliceerd op 11 mei van dit jaar. De verhoging van de wegenbelasting betekent voor veel camperaars zo’n 1000 tot 1200 euro extra kosten per jaar. Even aan W gevraagd, die doet de boekhouding: volgens haar kost het ons zo’n 100 Euro per maand extra. Het schijnt (weet een verkoper van tweedehands campers te vertellen) dat de gestegen brandstofprijzen ook niet echt meehelpen. De animo voor campers is volgens hem behoorlijk gedaald. De klappen schijnen vooral in de goedkopere klasse, van 10.000 tot 20.000 euro, te vallen. “Het lijkt vooral 65-plussers te raken met een klein pensioen. Voor hen wordt het nu minder goed te betalen. Ik vind het erg dat zij door deze hogere wegenbelasting afgestraft worden.” Eigenlijk mis ik in het artikel een grondige onderbouwing, het hangt voor een deel van aannames aan elkaar. Dan moet je verder de andere kosten van een camper in je berekeningen meenemen: niet alleen de mrb is veranderd, ook de stallingskosten en sta-/overnachtingstarieven zijn fors gestegen... en het kostenplaatje voor het onderhoud van een ouder wordende camper stijgt ook vaak mee met de leeftijd, vooral als je het allemaal moet laten doen. De camper is een paar jaar een grote rage geweest en van die rage is de kop er nu wel weer een beetje af. Logischerwijze merk je dan ook dat het aanbod van 2e-handsjes stijgt en de vraag wat daalt.

Mocht ook nog even naar de ogendokter, zat plotseling een “herinnering“ van het ziekenhuis in mijn mailbox. “Herinnering“ impliceert dat er al een eerder bericht geweest is, maar dat heb ik niet gekregen - niet per post en niet per e-mail. Nou ja: was toch in de buurt. Eindcontrole van een operatie twee jaar geleden. Al weer twee jaar geleden: de tijd gaat snel. Fotootje uit de oude doos (eind mei 2024) om een idee te geven hoe ik er toen uitzag. Overigens: die trui heb ik nog steeds.

maandag 18 mei: @ sint odiliënberg

Precies een week aan de Kötteldiek geweest en het nodige gedaan. Een klein bruin oppashondje gooide nog even roet in het eten: de vertrekdag werd niet zondag maar maandag, maar die beslissing hebben we zelf genomen. Het hondje treft geen schuld. Het weer wordt een beetje vriendelijker. Nog geen oproep voor het betere Enschedese vatenknutselwerk, dus we gaan er nog even op uit. Vraag is alleen wat we gaan doen. Voor de fietstocht naar het zuiden is het de eerste paar dagen nog te koud op de Vennbahn. Ter hoogte van Monschau kan het ’s nachts nog vriezen. Verder naar het zuiden? Kreeg van een vrijwilliger van het museum medio vorige week een foto toegestuurd, gemaakt iets ten zuiden van Clermont Ferrand (ergens aan de A75) waar je ook niet echt vrolijk van wordt. En dan moeten we nog even overpinksteren: een plekje vinden voor de Pinksterdagen. Dat wat te reserveren valt zit vol.

Nog een dagje uitstel? Ik dacht het niet. Gewoon gaan met die banaan en dan maar de Maasroute fietsen de eerste paar dagen tot het wat warmer wordt. Dus terug naar Limburg en wel naar Sint Odiliënberg, waar we inmiddels de weg wel kennen. De vraag was nog even of W de etappe naar Lottum nog zou doen, maar daar had ze eigenlijk geen zin in. Moet ook kunnen: een keer geen zin hebben. Bus om kwart voor één dus maar geparkeerd op camperplaats Roerdalen waar we inmiddels kind aan huis zijn. Deze keer niet vergeten uit te checken hebben we met elkaar afgesproken. Restantje heldere aspergesoep van gisteren zorgde voor wat vulling en W kon om kwart voor twee op de fiets naar Roermond, want ze moest een ijsje halen. Ik mocht zolang in de kiepstoel.

Natuurlijk kwam W terug met verhalen en foto’s (speciaal voor C te L) uit de stad die ligt aan de samenvloeiing van de Roer en de Maas. ChatGPT wilde me gisteren nog doen geloven dat de basiliek van Sint Odiliënberg zo’n beetje aan die monding ligt, maar hoe kan het dat W nog ruim 9 kilometer nodig had om die afstand te overbruggen. Volgens het VVV-foldertje is Roermond “een Limburgse stad waar een rijk verleden en moderne dynamiek harmonieus samengaan“. Je leert nog eens wat van zo’n foldertje. Wist bijvoorbeeld niet dat het een Hanzestad is/was. Het werd lid van de Hanze in 1441 en speelde een belangrijke handelsrol in de 15e en 16 eeuw. Tegenwoordig heeft de plaats zo’n zestigduizend inwoners en heeft een centrumfunctie voor de regio.

W kwam met een paar oude-stenen-foto’s terug, altijd leuk. De historie druipt nog van de kern: statige herenhuizen, monumentale kerken en mooie pleinen herinneren aan de tijd dat Roermond de hoofdstad was van het Overkwartier van Gelre. En ben je bewonderaar van de beroemde architect Pierre Cuypers, dan kun je hier je lol op: zijn voormalige woonhuis doet tegenwoordig dienst als museum. We waren er al eens. W kon het niet laten om nog even een blik te werpen op en in het Designer Outlet, maar was er al snel weer vertrokken: te druk, zelfs op deze maandagmiddag voor Pinksteren. Als grootste outletcentrum van Europa trekt het jaarlijks miljoenen internationale bezoekers die op zoek zijn naar modemerken. Het bleef voor haar bij een ijsje. De natuur rond Roermond komt morgen aan de beurt: volgens mij is de tocht van vandaag identiek aan het eerste deel van de route van morgen - langs de Roer naar de Maas.

Toen W met belgerinkel terugkwam (ik had mijn ogen dicht en was een groep buitenlanders in het Servo-Kroatisch aan het rondleiden op het museum maar kon het juiste woord niet vinden voor “beddepan“) werden kiepstoel en fiets geruild en mocht ik wat broodnoodzakelijke boodschappen bij de Plus halen. Volgens W was de opdracht om schimmelkaas en Schuumkoppe te halen meer een smoes om mij in beweging te krijgen, maar ik offerde me zoals gewoonlijk weer eens op en daarna konden we tegen vijven in de middag- en avondstand. Eten is simpel vandaag: vond nog een bakje spaghettiprut in de diepvries. Mooie tegenhanger van de zalmbonbon (met garnalen en avocado) die gisteren aan de visite opgediend moest worden; hoop alleen dat een en ander op tijd ontdooid is. V: 224.005; A: 224.193. Rijtemperatuur langzaam opklimmend van 13 naar 16 graden. Later op de dag wees het buitenkwik 19 graden aan. Het was lekker in de kiepstoel. Zon op/onder: 05:41/21:23. Een mooie dag. En morgen? Morgen is er weer een dag: dan gaat het weer “echt“ beginnen.