noordpolderzijl

noordpolderzijl

woensdag 20 mei 2026

camperfietsen - 11: op naar de “overpinksterplek“

Toen ik gisteren de term HePi liet vallen wist ik het eigenlijk al: het kon niet anders of er zou naar Hepie en Hepie verwezen worden. Begon al stiekem te zingen “ik lig op mijn kussen stil te dromen“. Twee nichtjes, de een heette Hepie en de andere Haebeltje (maar we noemen haar ook Hepie), die in 1980 en 1989 een gigantische hit scoorden in het levenslied- en piratencircuit. Toen noemden we dat een cover, tegenwoordig heet dat “gejat“. In beide gevallen gaat het om de hit “Send me the pillow that you dream on“ van Hank Locklins. Andere nummers en/of comebacks mochten niet baten: het bleef uiteindelijk bij dat ene nummer. Toen W het nummer hoorde zei ze “twee jankende katten“! Goede samenvatting, maar geef toe dat het refrein ijzersterk is:]

'k Lig op m'n kussen stil te dromen
Weet je niet dat ik nog van je hou
'k Lig op m'n kussen stil te dromen
Want liefste ik blijf je steeds trouw

Kreeg van “economisch onderlegd vriendje“ F te dH de mededeling dat HEPI ook kan staan voor de Household Energy Price Index die binnen de energiesector gebruikt wordt. Het is een maandelijks Europees rapport dat de actuele consumentenprijzen voor elektriciteit en gas in kaart brengt in de Europese hoofdsteden. Het is een belangrijk meetinstrument om te zien hoe de energiekosten in Nederland en Vlaanderen zich verhouden tot de rest van Europa.


woensdag 20 mei: @ balgoy

Vooral W moest vandaag extra op haar qui-vive zijn. Tenminste volgens de spellingtest: weer zo’n klotewoord want met of zonder streepje? Het gemene zit ’m in het Nederlands. De vaste uitdrukking is: “op zijn qui-vive zijn“ en het betekent alert of op zijn hoede zijn. Maar nu komt het: de term komt oorspronkelijk uit het Frans (qui vive? = “wie daar?”) en in die taal is het zonder koppelteken. Rare jongens die Nederlanders. Nog een beetje nattigheid vanmorgen.  En dat terwijl W een monsterrit voor de kiezen had, namelijk van Lottum naar Balgoy. Jazeker: weer een keer de Maas over. Om tien uur zat ze op de fiets, ruim 60 kilometer voor de boeg. Geen meetingpoint voor ons, haar route volgde voor een groot deel de LF8. Misschien is bussie wel smal genoeg om op een fietspad te rijden, denk dat Rijkswaterstaat (die er ook voor de wegen is) dat niet helemaal de bedoeling vindt. Voor onze vaste fotokijkster C te L: het ontbijt van deze ochtend (brood van zondag en kaas van maandag, gebakken in een pannetje op het kabouterfornuis).


Zuidwest 3, af en toe de ruitenwissers aan, W had die niet. Mijn route ging over Lottum, Broekhuizen, Wanssum, de Maas over naar Well en vervolgens aan de oostzijde van de rivier via Gennep, Mook, Overasselt naar Balgoy waar Yvon van de Holtsehoek (je mag ook campererf Balgoy zeggen) me net na de noen stond op te wachten. Helaas af en toe een paar druppels (soms iets meer dan een paar) en ruim anderhalf uur later kwam W zich afmelden (of aanmelden, het is maar net hoe je het bekijkt, de koffie stond in ieder geval klaar). De Holtsehoek is bekend terrein voor ons, een paar jaar geleden kwamen we er regelmatig. Nu hebben we de camperplaats uitgezocht om te overpinksteren. We zijn zeker van een plaatsje in de herberg: het zal ongetwijfeld druk worden in camper- en kampeerland. Jozef en Maria deden het met Kerstmis, wij zijn met Pinksteren onder de pannen.

W had een wat meer interessante route. Een groot deel van de tocht liep over de LF8, de Maasroute. Volgens haar fiets je deze dagen op die paden in de file. Een stuk van de Maasroute is de Via Valentiniana en daar zit weer een verhaal aan vast volgens https://www.romeinseweg.nl/: “In de Romeinse tijd lag er langs de Maas een drukke verkeersroute. De weg liep van Tongeren en Maastricht naar Nijmegen. In de Romeinse tijd waren dat de belangrijkste steden in onze streken. De weg heeft eeuwenlang dienst gedaan. De Romeinse weg is voor een groot deel nog te reconstrueren. Zo is op sommige plekken het wegdek teruggevonden bij opgravingen: bij Cuijk lag er zelfs een stenen brug over de Maas die door duikers tot op de meter nauwkeurig is vastgelegd. Ook is de weg op bepaalde plekken over een grotere afstand te volgen door hoogteverschillen in het landschap. Bovendien volgt een deel van de bestaande wegen nog steeds het tracé van de oude weg! De gemeenten Cuijk en Boxmeer hebben een fietsroute uitgezet langs de Romeinse weg. De route volgt de fietsknooppunten die door genummerde borden zijn aangegeven. Daar waar de Romeinse vaandels, informatieborden en Romeinse helmen in het wegdek zijn aangebracht, fietst u op de Romeinse weg. Waar de route afwijkt van het Romeinse tracé, komt u door het prachtige landschap van de Maasheggen. De fietsroute heet de Via Valentiniana, naar de Romeinse keizer Valentinianus. Hij investeerde veel in de infrastructuur en bracht voor een korte periode weer rust in het Romeinse Rijk. Waarschijnlijk heeft Valentinianus in 368 na Chr. in eigen persoon Ceuclum (Cuijk) bezocht om zijn werk te inspecteren. U treedt in de voetsporen van de keizer!“


Een ander interessant plekje vond W
in de buurt van Maashees aan de Molenbeek. Ze maakte een foto van een groot ijzeren rad dat volgens het informatiebord hoort bij de Beekse Molen die oorspronkelijk stamt uit ongeveer 1430. De molen werd in 1944 tijdens de Slag om Overloon door de Duitsers opgeblazen en alleen het rad en de sluiswerken bleven gespaard. Het rad werd later een paar keer gerestaureerd. Het is tegenwoordig uitgerust met een generator en wekt groene stroom op. 

Ik werd getriggerd door de term “kollengang“ dat op het bord staat vermeld. Moet volgens mij “kollergang“ zijn, maar ik kan het natuurlijk ook mis hebben. Zo’n ding hebben we bij ons op het museum (het Achterhoeks Openluchtmuseum) namelijk ook. Het is een zware maal- en pletinrichting die bestaat uit twee grote, rechtopstaande stenen (kantstenen) die in een cirkel ronddraaien op een platte ondergrond. De constructie is ontworpen om materialen intensief fijn te wrijven, te pletten of te kneuzen. Afbeelding van de molenstenen is slechts als illustratie bedoeld.

Tegen drieën werd het droog en konden we wat doen aan de echo’s in de (koel-)kast(en). Het werd de Jumbo voor een keertje, komt er misschien wat anders op ons bordje dan normaal. Vanavond wordt het een zalmbonbon met asperges, avocado en gebakken aardappelschijfjes, inderdaad geen dagelijkse kost. Een uurtje later waren de kastruimtes weer aardig gevuld. We hoeven twee dagen geen honger en/of dorst te lijden. W nog even een rondje terrein (de foto's krijg je morgen wel) en ik wat plannen voor de komende dagen. De pontjesdagen met Pinksteren bijvoorbeeld - je zult er ongetwijfeld later meer over horen. Voor morgen staat er een fietstochtje naar het bevrijdingsmonument in Overasselt in de steigers.

V: 224.255; A: 224.319. Rijtemperatuur: 15 - 17 graden. W had 62.9 kilometer op de teller staan. Later op de dag naar Wijchen (boodschappen) kwamen er nog een paar bij. Zon op/onder: 05:37/21:30 (gegevens Balgoy). Een mooie dag. En morgen? Morgen is er weer een dag. We blijven in Balgoy en gaan de titel van deze blogserie veranderen in “overpinksteren 2026“. Denk dat we over een paar dagen zuchten: “wat moeten we met al die zon?“




dinsdag 19 mei 2026

camperfietsen - 11: door het maasdal naar het noorden

Zoals gebruikelijk eerst de post. Een snerende opmerking van G te W over mijn gebruik van het woord “broodnoodzakelijk“ in mijn vorige blog: hij vond dat het “broodnodig“ moest zijn. Dat soort problemen moet onmiddellijk uit de wereld geholpen worden en wees gerust (tegenwoordig moet wees dan weer zonder t): uw scribent heeft géén fout woord gebruikt, want broodnoodzakelijk is een gangbaar en officieel erkend woord in het Nederlandse taalgebied - het staat gewoon in de Dikke Van Dale. Broodnodig betekent hetzelfde en is minder formeel; het wordt omdat het beter “bekt“ vaker gebruikt.

En dan nog twee vragen over het door mij gebruikte woord “overpinksteren“. Heb het inderdaad zelf verzonnen, meer als variant op overwintereren: ergens de pinksterdagen doorbrengen. Volgens ChatGPT is het een gangbaar woord in de door mij gebruikte betekenis (voorbeeld: “Wij gaan overpinksteren in Limburg met de camper.” Volgens Gemini is het “Pinksteren langer maken“, dus gaat het over de dinsdag na Pinksteren. Ben me van geen kwaad bewust, vindt dat ik het zelf verzonnen heb en dat die twee chatbots ons gewoon een beetje willen "pleasen"; daar hebben ze wel vaker een handje van. HePi daarentegen is wel een gangbare uitdrukking en je komt het tegen in de recreatie- en onderwijssector. Het is een populaire afkorting voor de periode tussen Hemelvaart en Pinksteren. Sommige scholen plannen in deze tussenliggende week een vakantie in, de HePi-vakantie, dan kun je gezellig gebruikmaken van een HePi-arrangement. Voor de toerismesector is de HePi-periode kassa: het is één van de belangrijkste en meest winstgevende piekperiodes van het voorjaar. Natuurlijk hoogseizoen met de daarbij behorende prijzen. Nadeel voor ons is dat in deze periode en dan met name met de feestdagen zelf veel is volgeboekt. Ik kwam op het woord “overpinksteren“ omdat ik op donderdag ons busje wilde neerzetten op één van die camperplaatsen die niet aan de reserveringsmanie meedoet en op die plek de pinksterdagen wilde afwachten: overpinksteren dus.

En dan als laatste (en voorlopig ook de laatste keer) de “campercrisis“, de term die ik onlangs van stal haalde met het benoemen van de stijgende kosten van het bezit van een camper. “De oplossing voor die hogere wegenbelasting is toch schorsen?“ hoorde ik van medecamperaar T te L. Als je je camper laat schorsen mag je er niet meer de weg mee op (niet rijden, maar ook niet parkeren), maar je betaalt ook geen belasting. Je moet je karretje dus op privéterrein stallen. Schorsing kost per keer voor een normale camper (jonger dan 15 jaar) iets minder dan € 90, dus theoretisch heb je dat bedrag er na twee weken uit. Punt is alleen dat je minimaal een maand moet schorsen. Op zich is schorsen een heel simpele zaak, kwestie van een bezoekje brengen aan de site van de Rijksdienst voor het Wegverkeer (RDW). Vind regelmatig schorsen alleen geen optie: je kunt niet meer spontaan een paar daagjes weg, maar je moet een complete planning bijhouden. Wel zal Puzzel dit jaar wat eerder op stal gaan en volgend jaar er wat later dan de afgelopen jaren uit komen. We verlengen op die manier de campervrije winterperiode. Verkopen? Denk het niet: je hebt zo’n ding voor de lange termijn en wat is het alternatief? Vliegreizen en vakantiehuisjes kosten ook duizenden euro’s en dat geld ben je echt kwijt. Het wordt natuurlijk een totaal ander verhaal als je je camper maar één of twee keer per jaar een paar weken gebruikt.

dinsdag 19 mei: @ lottum

Gisteravond vielen er nog een paar druppels, maar het mocht eigenlijk geen naam hebben. Beetje frisse nacht, de Truma moest vanmorgen even een uurtje een tandje bijzetten: 9 graden is te koud om fijn wakker te worden. Toen eenmaal de 20 graden werd aangetikt ging het apparaat over op “standje afwaswater“. Gas genoeg, want afgelopen weekend nog een bus laten vullen. Het verbruikt nogal wat in het voorjaar, maar nu hebben we weer twee volle flessen te gaan en daar moeten we het zomerseizoen ruim mee doorkomen. Elektriek minder: de automaat had behoefte aan meer klein geld en aangezien zo’n beetje alles opgeladen was, trokken we een zuinig gezicht.

Om half elf waren we nog in Sint Odiliënberg om tot de conclusie te komen dat het motto van vandaag op de achterkant van de camper van onze buurman stond: “geneet van ’t laeve“. en vervolgens beiden op weg naar Lottum. W op de fiets en ik met de bus. Ik wel wat later want de grote vaat moest nog weggewerkt worden. Weet niet wie er vandaag beter af was. Beetje apart landschap: combinatie van Maasdal en hogere zandgronden met veel kleine dorpen, te beginnen bij Sint Odiliënberg zelf, een oud dorp (historisch gezien dan). Heb al eerder verteld dat het in de vroege middeleeuwen al een religieus centrum was met een beroemde abdij en kapittelkerk op een verhoging bij de Roer. Lottum is een stuk kleiner dan Sint Odiliënberg, ligt op oude Maasterrassen en werd bekend door landbouw en later vooral de rozenteelt — tegenwoordig noemt het zich het “rozendorp van Nederland”. En tussen die twee dorpen lag onze route, eigenlijk al eeuwenlang ongeveer dezelfde oude route: handelswegen langs de Maas, veelal over de hogere zandgronden. In natte tijden waren delen van het Maasdal moeilijk begaanbaar, dus veel oude wegen slingerden over hogere ruggen. W nam voor een groot deel de LF8, de Maasroute. Voor mij (met de camper) zou de A73 een logische weg zijn geweest maar die had ik op de heenreis al gehad. Natuurlijk is dan de N273 een optie. Die weg is beter bekend als de Napoleonsweg. Voor de aanleg van moderne snelwegen was de Napoleonsweg een van de belangrijkste noord-zuidroutes van Limburg. Veel dorpen langs de Maas waren er sterk op gericht. Toen de A73 werd aangelegd nam het doorgaand verkeer af, werd zelfs de Mac aan de N273 gesloten, maar bleef de weg belangrijk voor regionaal verkeer. De naam verwijst naar de Franse tijd onder Napoleon Bonaparte. Een deel van de route gaat terug op een geplande verbindingsweg uit begin 19e eeuw, toen Limburg onder Franse invloed stond. De N273 kende ik al met plaatsen als Roermond, Haelen, Baarlo, Kessel, Neer en Maasbree tegen, allemaal aan de de westkant van de Maas. Sommige plaatsen erg bekend omdat we er al eens op een camperplaats hebben gestaan en van daaruit de omgeving hebben verkend. Er bleek aan de oostkant van de Maas ook een interessante weg te lopen, de Rijksweg en die komt dan door Swalmen, Reuver, Belfeld en tenslotte Steyl waar ik met het pontje de Maas mocht oversteken. Keer eens wat ander asfalt.


En de avonturen van W op de fiets? W noemde het “de katholieke etappe“. Kan me er wel wat bij voorstellen. De route van Sint Odiliënberg naar Lottum loopt door een stuk Limburg dat historisch tot de meest katholieke delen van Nederland hoorde. Dat merk je onderweg voortdurend, bijvoorbeeld aan de dorpen. Je ziet in elk dorp een kerk, een plein, een processieroute en vaak ook nog een klooster of kapel. En buiten de bebouwde kom veel zichtbare rooms-katholieke elementen als veldkapellen, Mariagrotten, wegkruisen en heiligenbeelden. En midden in dat oude Maaslandse “katholieke“ cultuurlandschap liggen de maasveren tussen Kessel en Beesel en bij Baarlo/Steyl. Vlak bij de Pont Baarlo/Steyl was ons meetingpoint en kon ik voor koffie zorgen. Het leuke was dat ik de pont nam van Steyl naar Baarlo en W (na de koffie) de andere kant op richting Steyl. Dus als W haar route “de katholieke etappe” noemt, bedoelt ze een landschap waarin katholieke geschiedenis nog overal zichtbaar in steen, dorpsstructuur en sfeer aanwezig is.




Voor beiden ging het stuk vanaf de pauzeplek naar Lottum razendsnel: W omdat ze de wind pal achter had (zuid kracht 3) en ik omdat ik via allerlei Braamstruikse Binnenpaden van Baarlo naar Lottum werd geleid. Eindpunt was camperplaats IndeVerte (je schrijft het inderdaad aan elkaar). Ooit begonnen als een kleine camping en langzaam uitgegroeid tot een bekende camperplek in Noord-Limburg. De naam “In de Verte” verwijst naar het vrije uitzicht over akkers, bossen en het Maaslandschap rondom Lottum. De nieuwe eigenaar (sinds december vorig jaar) had nog een leuk plekje voor me inderdaad met uitzicht en ik had amper de bus geparkeerd op plekje 33 toen W voor de deur stond: wind achter, weet je wel.


Soepje, even uitrusten en toen samen op de fiets (wel twee exemplaren) naar Lottum, gemeente Horst aan de Maas. Al een heel oud gat, je komt de naam (in de vorm van "de Lutmo") al tegen
rond 1100. Lottum behoorde afwisselend tot Spaans en Pruisisch gebied, maar werd in 1815 onderdeel van het Koninkrijk der Nederlanden. In rozen zijn we niet zo geïnteresseerd, in blauwe bessen ook niet, dus blijven er alleen oude stenen over; je moet toch een doel hebben? Dat doel werd het 16e-eeuwse kasteel De Borggraaf, maar je moet het maar durven om dit een kasteel te noemen. Benamingen als hoeve, landhuis of hof komen dichter in de buurt van dit pandje met het jaartal 1743 in de muur rechts van de poort. W kon geen foto maken: er zat een bewoner op een bankje. Maar als we de naam “Kasteelbeer“ noemen die bijgaande foto op Wikipedia heeft gezet, mogen we best een plaatje van hem lenen.

En toen we tegen half vijf terug waren, de volgende camperplek hadden uitgezocht (zelfs gereserveerd), W nog even een wandelingetje had gemaakt om een plaatje te schieten van het meest gefotografeerde busje van Nederland, was het al snel tijd voor het middag- en avondprogramma dat we helaas binnen moesten uitvoeren (buiten te fris en regelmatig wat licht gespetter van boven). Maar toch: weer een mooie dag. V: 224.193; A: 224.255. Rijtemperatuur 16-17 graden. W op de fiets 46,8 kilometer, later naar Lottum nog 8 erbij. Zon op/onder: 05:38/21:25 (gegevens Lottum). En morgen? Morgen is er weer een dag. W gaat fietsen en ik breng de bus naar Balgoy, naar onze “vriendin“ Yvonne.

 

maandag 18 mei 2026

camperfietsen - 10: we pakken de draad weer op

Alarmerende berichtgeving in DPG-kranten waaronder de Gelderlander: “Camperbezitters zetten busje massaal te koop na verdubbeling belasting: aanbod stijgt 300 procent“. Strekking van het verhaal: tot voor kort waren campers niet aan te slepen, iedereen leek wel zo’n huisje op vier wielen te willen. Tegenwoordig raken verkopers ze steeds moeizamer kwijt. Mensen doen hun busjes zelfs noodgedwongen de deur uit. Belangrijkste oorzaak: de belasting voor de kampeerauto is sinds dit jaar verdubbeld. Het is een verhaal van Daan Rieken, gepubliceerd op 11 mei van dit jaar. De verhoging van de wegenbelasting betekent voor veel camperaars zo’n 1000 tot 1200 euro extra kosten per jaar. Even aan W gevraagd, die doet de boekhouding: volgens haar kost het ons zo’n 100 Euro per maand extra. Het schijnt (weet een verkoper van tweedehands campers te vertellen) dat de gestegen brandstofprijzen ook niet echt meehelpen. De animo voor campers is volgens hem behoorlijk gedaald. De klappen schijnen vooral in de goedkopere klasse, van 10.000 tot 20.000 euro, te vallen. “Het lijkt vooral 65-plussers te raken met een klein pensioen. Voor hen wordt het nu minder goed te betalen. Ik vind het erg dat zij door deze hogere wegenbelasting afgestraft worden.” Eigenlijk mis ik in het artikel een grondige onderbouwing, het hangt voor een deel van aannames aan elkaar. Dan moet je verder de andere kosten van een camper in je berekeningen meenemen: niet alleen de mrb is veranderd, ook de stallingskosten en sta-/overnachtingstarieven zijn fors gestegen... en het kostenplaatje voor het onderhoud van een ouder wordende camper stijgt ook vaak mee met de leeftijd, vooral als je het allemaal moet laten doen. De camper is een paar jaar een grote rage geweest en van die rage is de kop er nu wel weer een beetje af. Logischerwijze merk je dan ook dat het aanbod van 2e-handsjes stijgt en de vraag wat daalt.

Mocht ook nog even naar de ogendokter, zat plotseling een “herinnering“ van het ziekenhuis in mijn mailbox. “Herinnering“ impliceert dat er al een eerder bericht geweest is, maar dat heb ik niet gekregen - niet per post en niet per e-mail. Nou ja: was toch in de buurt. Eindcontrole van een operatie twee jaar geleden. Al weer twee jaar geleden: de tijd gaat snel. Fotootje uit de oude doos (eind mei 2024) om een idee te geven hoe ik er toen uitzag. Overigens: die trui heb ik nog steeds.

maandag 18 mei: @ sint odiliënberg

Precies een week aan de Kötteldiek geweest en het nodige gedaan. Een klein bruin oppashondje gooide nog even roet in het eten: de vertrekdag werd niet zondag maar maandag, maar die beslissing hebben we zelf genomen. Het hondje treft geen schuld. Het weer wordt een beetje vriendelijker. Nog geen oproep voor het betere Enschedese vatenknutselwerk, dus we gaan er nog even op uit. Vraag is alleen wat we gaan doen. Voor de fietstocht naar het zuiden is het de eerste paar dagen nog te koud op de Vennbahn. Ter hoogte van Monschau kan het ’s nachts nog vriezen. Verder naar het zuiden? Kreeg van een vrijwilliger van het museum medio vorige week een foto toegestuurd, gemaakt iets ten zuiden van Clermont Ferrand (ergens aan de A75) waar je ook niet echt vrolijk van wordt. En dan moeten we nog even overpinksteren: een plekje vinden voor de Pinksterdagen. Dat wat te reserveren valt zit vol.

Nog een dagje uitstel? Ik dacht het niet. Gewoon gaan met die banaan en dan maar de Maasroute fietsen de eerste paar dagen tot het wat warmer wordt. Dus terug naar Limburg en wel naar Sint Odiliënberg, waar we inmiddels de weg wel kennen. De vraag was nog even of W de etappe naar Lottum nog zou doen, maar daar had ze eigenlijk geen zin in. Moet ook kunnen: een keer geen zin hebben. Bus om kwart voor één dus maar geparkeerd op camperplaats Roerdalen waar we inmiddels kind aan huis zijn. Deze keer niet vergeten uit te checken hebben we met elkaar afgesproken. Restantje heldere aspergesoep van gisteren zorgde voor wat vulling en W kon om kwart voor twee op de fiets naar Roermond, want ze moest een ijsje halen. Ik mocht zolang in de kiepstoel.

Natuurlijk kwam W terug met verhalen en foto’s (speciaal voor C te L) uit de stad die ligt aan de samenvloeiing van de Roer en de Maas. ChatGPT wilde me gisteren nog doen geloven dat de basiliek van Sint Odiliënberg zo’n beetje aan die monding ligt, maar hoe kan het dat W nog ruim 9 kilometer nodig had om die afstand te overbruggen. Volgens het VVV-foldertje is Roermond “een Limburgse stad waar een rijk verleden en moderne dynamiek harmonieus samengaan“. Je leert nog eens wat van zo’n foldertje. Wist bijvoorbeeld niet dat het een Hanzestad is/was. Het werd lid van de Hanze in 1441 en speelde een belangrijke handelsrol in de 15e en 16 eeuw. Tegenwoordig heeft de plaats zo’n zestigduizend inwoners en heeft een centrumfunctie voor de regio.

W kwam met een paar oude-stenen-foto’s terug, altijd leuk. De historie druipt nog van de kern: statige herenhuizen, monumentale kerken en mooie pleinen herinneren aan de tijd dat Roermond de hoofdstad was van het Overkwartier van Gelre. En ben je bewonderaar van de beroemde architect Pierre Cuypers, dan kun je hier je lol op: zijn voormalige woonhuis doet tegenwoordig dienst als museum. We waren er al eens. W kon het niet laten om nog even een blik te werpen op en in het Designer Outlet, maar was er al snel weer vertrokken: te druk, zelfs op deze maandagmiddag voor Pinksteren. Als grootste outletcentrum van Europa trekt het jaarlijks miljoenen internationale bezoekers die op zoek zijn naar modemerken. Het bleef voor haar bij een ijsje. De natuur rond Roermond komt morgen aan de beurt: volgens mij is de tocht van vandaag identiek aan het eerste deel van de route van morgen - langs de Roer naar de Maas.

Toen W met belgerinkel terugkwam (ik had mijn ogen dicht en was een groep buitenlanders in het Servo-Kroatisch aan het rondleiden op het museum maar kon het juiste woord niet vinden voor “beddepan“) werden kiepstoel en fiets geruild en mocht ik wat broodnoodzakelijke boodschappen bij de Plus halen. Volgens W was de opdracht om schimmelkaas en Schuumkoppe te halen meer een smoes om mij in beweging te krijgen, maar ik offerde me zoals gewoonlijk weer eens op en daarna konden we tegen vijven in de middag- en avondstand. Eten is simpel vandaag: vond nog een bakje spaghettiprut in de diepvries. Mooie tegenhanger van de zalmbonbon (met garnalen en avocado) die gisteren aan de visite opgediend moest worden; hoop alleen dat een en ander op tijd ontdooid is. V: 224.005; A: 224.193. Rijtemperatuur langzaam opklimmend van 13 naar 16 graden. Later op de dag wees het buitenkwik 19 graden aan. Het was lekker in de kiepstoel. Zon op/onder: 05:41/21:23. Een mooie dag. En morgen? Morgen is er weer een dag: dan gaat het weer “echt“ beginnen.

 

maandag 11 mei 2026

camperfietsen - 9: een korte pauze

R te K vond mijn ontboezemingen over Aachen heel interessant maar miste als keukenprinsje juist het verhaal over de lokale keuken. Was me nergens van bewust maar het schijnt me ontgaan te zijn dat Aachen juist bekend staat om de zogenaamde Aachener Printen, een soort kruidige koek die lijkt op peperkoek (zelfs bij de Lidl te koop volgens W). Deze specialiteit ontstond waarschijnlijk door handelscontacten met kruidenroutes. Tegenwoordig kun je overal in de stad printen kopen, vaak met chocolade of noten. Het is dat er speciaal om gevraagd werd, maar peperkoek - al noemen ze het “Aachener Printen“ - doet me drie keer niks. Ik ga voor de Romeinse bronnen, middeleeuwse keizers en als het moet industriële ontwikkeling en moderne Europese samenwerking.

Heb een aantal reacties gehad op mijn verhaal over Anna Jarvis, zelfs van mijn wederhelft die het een heel interessante uiteenzetting vond. Verhaal is eigenlijk nog niet helemaal af. Ben niet toegekomen aan de bespreking van het feit dat Anna zich later fel verzette tegen de manier waarop Moederdag zich ontwikkelde. Wat begon als een oprechte, persoonlijke herdenking veranderde al snel in een commerciële gebeurtenis. Bloemisten, kaartverkopers en andere bedrijven zagen kansen en speelden in op de groeiende populariteit van de dag. Anna vond dat de essentie verloren ging. Ze had liever gezien dat mensen een handgeschreven brief stuurden of simpelweg tijd doorbrachten met hun moeder, in plaats van cadeaus te kopen. Haar protesten gingen ver. Ze boycotte evenementen, voerde rechtszaken en sprak zich publiekelijk uit tegen bedrijven die volgens haar profiteerden van Moederdag. Ironisch genoeg bracht ze een groot deel van haar latere leven door met het bestrijden van de feestdag die ze zelf had helpen creëren. Kan me wel in haar mening vinden. Als je kijkt naar hoe Moederdag vandaag wordt gevierd, zie je eigenlijk twee verhalen naast elkaar bestaan. Aan de ene kant is er de commerciële kant, met aanbiedingen en cadeautips. Aan de andere kant is er de persoonlijke kant, waarin kleine gebaren vaak het meest betekenen. Ik ga voluit voor de laatste “versie“, heb alleen niks meer te willen want ik heb geen moeder (zelfs geen schoonmoeder) meer. Maar voor wie mijn mening wil horen: Moederdag hoeft niet groots te zijn om betekenisvol te zijn.


maandag 11 mei: @ kötteldiek

De (voorspelde) dag dat het weer omsloeg is inderdaad aangebroken: zachtjes tikte de regen op ons camperdak vanmorgen. Het was echter geen ritme van de eenzaamheid want op camperplaats Roerdalen in Sint Odiliënberg werden nog zo’n twintig andere campertjes en campers gewassen. Kwart over acht was het inmiddels: tien uur geslapen, tenminste ik dan: W ging wat later onder de wol en had vanmorgen al een half uurtje gelezen. Alsof ik de fysieke prestatie moet neerzetten. Twee tegenvallers: stroompaal levert geen vonkjes meer (tegoed op) en ook het gasleveringsinstallatiegebeuren werkt niet meer mee. In gewone woorden is dat laatste: gasbus leeg. Had geen zin om in de regen een gasbus te wisselen, dus het koffiewater maar op een campinggazpitje tot pruttelen gebracht. Overigens zit aan dat koffiewater ook een ambtelijk luchtje. Was gisteravond mijn tank aan het vullen met een gieter en water uit een kraan vlakbij de bus. “Dit is geen officieel drinkwater“, sprak de dame die hier in het voorjaar de beheershonneurs waarneemt, “je moet water uit die kraan hebben“. Ze wees vervolgens naar een tapput 20 meter verder. Op mijn vraag of daar water uit een andere bron uitkwam schudde ze ontkennend haar hoofd met de woorden: “het water komt hier allemaal uit dezelfde leiding, alleen die kraan is gekeurd en de andere niet“. Ik drink nu water met gevaar voor eigen leven, of zo.

Na een uitvoerige bestudering van de diverse weergodenprofetieën het unanieme besluit genomen om een (tijdelijk) punt achter onze camperfietsreis te zetten. Misschien zijn er droge momenten te ontdekken, maar fietsen is niet erg aantrekkelijk temperatuurtechnisch gezien. Dus neus van het busje naar het noorden gericht, wel het vuile water en het toilet gestort, maar vergeten uit te checken (kreeg later een telefoontje, schijnt wel vaker te gebeuren). V: 223.807; A: 223.987. Komt vrijwel overeen met wat Google Maps vertelt. Even via Kotten om de auto op te halen en daar een broodje meegevorkt. Rijtemperatuur wisselend tussen 6 en 12 graden. Bij vertrek lichte regen, bij aankomst thuis ook, tussenin geen ruitenwissers gebruikt. Thuis de verwarming opgedraaid, was nodig. Zon op/onder: 05:46/21:14. Tot later in de week.


 

 

zondag 10 mei 2026

camperfietsen naar het zuiden, oeps het noorden - 8: etappe aachen - sint odiliënberg

S te P vroeg zich af of er een historisch verband is aan te wijzen tussen Aken (aan de Elbe) en Aachen. Moest een beetje zoeken: ChatGPT zegt wat anders dan Gemini, maar de conclusie kan zijn dat Aken (die plaats in Saksen-Anhalt) waarschijnlijk is vernoemd naar de grote stad Aachen (Aken) in Noordrijn-Westfalen. Dit is dan waarschijnlijk ergens tussen 1100 en 1350 gebeurd toen kolonisten uit de regio van de Nederrijn/Vlaanderen naar het oosten trokken om daar een nieuw bestaan op te bouwen. De kolonisten gebruikten de naam van de plaats van herkomst veelal voor hun nieuwe woonplek. De officiële naam voor deze volksverhuizing die je in de geschiedenisboeken aantreft is Ostsiedlung. De reden van de verhuizing: in het westen ontstond een tekort aan landbouwgrond door een sterke groei van de bevolking; daarnaast waren er veel lokale Slavische vorsten en kloosters die de kolonisten uitnodigden om woeste gronden te ontginnen en de economie te stimuleren met nieuwe landbouwtechnieken.

W te W vond dat ik Aachen in de huidige tijd te weinig had belicht. Had wel terloops de universiteit genoemd (de RWTH Aachen University) maar te weinig aandacht besteed aan het internationale karakter van de stad. Tja, wat wil je er over horen? De ligging aan het drielandenpunt beïnvloedt het dagelijks leven sterk. Veel mensen wonen in Duitsland maar werken in Nederland of België, of andersom. Vanuit Aachen ben je snel in Maastricht, Luik of Keulen. Daardoor voelt de regio internationaal en open. Je hoort er vaak meerdere talen door elkaar: Duits, Nederlands, Frans en Engels. Of prefereer je een culturele insteek? Dat kan ook, want Aachen heeft op dat gebied ook veel te bieden. Het historische centrum bevat oude pleinen, fonteinen en gevels. Het stadhuis werd gebouwd op de resten van Karels paleis en bevat indrukwekkende fresco’s over zijn leven. Verder zijn er musea over geschiedenis, moderne kunst en techniek. De stad organiseert jaarlijks evenementen zoals de kerstmarkt rond de Dom en het stadhuis, die bezoekers uit de hele regio aantrekt.

Tenslotte een opmerking van dichtbij: waarom ik niet refereerde aan een familiefietstocht met de naam “net niet naar Parijs“, zomer 2006. We kwamen toen met broers, zussen en aanhang ook in het zuiden van Limburg. Ook iets met bagagevervoer. De tocht van dit jaar begint er verduveld veel op te lijken en heeft van W al de naam “net niet naar Santiago de Compostella“ meegekregen. Voor de leuk even een tweetal foto's van die reis uit 2006.

zondag 10 mei: @ sint odiliënburg

W fluisterde me gisteravond nog even fijntjes in het oor dat het vandaag Moederdag is. Weet niet wat ze ermee bedoelde: het is jaren geleden dat W “echt“ Moederdag mocht ervaren. Je weet wel zo’n dag die begint met een ontbijt op bed, bloemen, knutselwerkjes en vooral van die stamelversjes van de kinderen (Er is geen ene moeder zo lief als die van mij). Toen de blaagjes ouder werden en de kinderen zelf kinderen kregen veranderde ook Moederdag voor W: een telefoontje, een cadeautje of (als dat zo uitkwam) bezoek. Onze beide moeders hebben zo’n vijf jaar geleden besloten geen Moederdag meer te vieren, gewoon door dood te gaan. Moederdag, een traditie. Vind dat het de laatste jaren een compleet commercieel complot is geworden, maar de geschiedenis achter deze traditie is best interessant.

De moderne viering van Moederdag vindt haar oorsprong in de Verenigde Staten, aan het begin van de twintigste eeuw. De belangrijkste naam die met deze dag verbonden is, is Anna Jarvis. Haar verhaal laat zien dat Moederdag niet begon als een commerciële feestdag, maar juist als een persoonlijke en idealistische missie. Anna Jarvis groeide op in een tijd waarin moeders een cruciale rol speelden in het sociale en morele leven van gezinnen en gemeenschappen. Anna was erg trots op haar eigen moeder die actief betrokken was bij clubs die zich richtten op het verbeteren van hygiëne en gezondheid, vooral in een tijd waarin kindersterfte hoog was. Na het overlijden van haar moeder in 1905 wilde Anna haar eren op een manier die verder ging dan een gewone herdenking. Ze stelde zich een dag voor waarop mensen bewust stil zouden staan bij de offers en liefde van moeders. In 1908 organiseerde ze de eerste officiële Moederdagviering in een kerk in West Virginia. Tijdens deze bijeenkomst werden witte anjers uitgedeeld, een bloem die Anna koos vanwege haar symboliek van zuiverheid en onvoorwaardelijke liefde. De beweging groeide snel. Slechts enkele jaren later, in 1914, werd Moederdag officieel erkend als nationale feestdag in de Verenigde Staten door president Woodrow Wilson. Hij bepaalde dat Moederdag jaarlijks op de tweede zondag van mei zou worden gevierd - een traditie die veel landen, waaronder Nederland, hebben overgenomen.


Vandaag was de zon minder van de partij dan gisteren, maar ja toen kwamen we ook langs Partij. Wel droog, dus dat was in ieder geval niet de remmende factor voor het fietsgenot van W. Naar het zuiden zit het er de komende week niet in, dus we passen dynamisch onze route aan en W vertrok vol goede moed richting het noorden naar Sint Odiliënberg, deze keer rechtstreeks en niet zonder tussenstop in Maastricht. We weten daar nog een camperplaats en een Plus te vinden. Grote voordeel van de route: langzaam maar zeker gaat het bultaf. W en ik hadden vandaag een date en wel op het meest romantische plekje dat we ons op de route konden voorstellen: de Zentralfriedhof van Geilenkirchen. Niet vanwege de liefde die plek, maar omdat het praktisch was: lag aan de route, ongeveer halverwege, parkeerplaats en bankjes en vooral: moeilijk te missen.Ongeveer halverwege was overigens het enige wat er aan klopte: aan de route een beetje en bankjes al helemaal niet. Ja op het kerkhof zelf, waar het overigens ook moederdag was als je mocht afgaan op de bloemenzee. De parkeerplaats lag aan een drukke weg, net buiten het Zentralfriedhof. Bijgaand kaartje laat zien hoe een eenzame fietser op zoek is naar de plek waar het busje staat met de warme soep. Als W de Heinsberger Stasse had gevolgd (dus niet afgeslagen was) was ze er eerder geweest.

W was vol lof over de route tot aan de pauzeplek. Vooral het Wurmtal maakte veel indruk. Het Wurmtal is het dal van de rivier de Wurm, een kleine rivier die ontspringt bij Aken en via plaatsen als Herzogenrath en Geilenkirchen richting de Roer stroomt. Het gebied ligt vlak over de grens bij Zuid-Limburg en heeft een opvallend groen en rustig karakter. Kastelen en oude bruggen wisselen elkaar af en wanneer je even niet over een beeklandschap uit kunt kijken fiets je door een bos. Vakwerkhuizen en af en toe een historische molen maken het plaatje compleet volgens W. Volgens haar volgde ze voor een deel de Wurm-Radweg en dat kan maar zo: Komoot had deze route gemaakt en die volgt wel vaker lange-afstandsfietsroutes..

En terwijl W door het lieflijke Wurmtal fietste mocht ik grote stukken van het B57-asfalt bewonderen. Kon ik met een gerust hart, want had in Aachen de tank volgegooid met diesel. € 1,949 per liter en inderdaad kom je dan een paar kilometer later een pomp tegen die het nog goedkoper doet (€ 1,929). De Bundesstraße 57, meestal gewoon de B57 genoemd, is een belangrijke noord-zuidverbinding. De weg loopt van de Nederlandse grens bij Aken via onder andere Geilenkirchen, Mönchengladbach en Krefeld richting de Nederrijn en verder noordwaarts. Volgens mij ligt Kleve ook nog aan de B57. Historische weg: de Romeinen gebruikten de route al en wat later volgden handelaren, pelgrims en legers vergelijkbare trajecten. Daardoor heeft de weg een lange geschiedenis als verkeersader. Ik voelde niks van die geschiedenis: werd van rotonde naar verkeerslicht gestuurd en soms van Ampel naar Kreisel (het woord Kreisverkehr schijnt ook te mogen). Heel opmerkelijk: hoe meer ik richting Roermond reed, hoe duurder de diesel aan de pomp in Duitsland werd; kwam zelfs een pomp tegen met € 2,169 per liter).

Geilenkirchen is niet echt veel bijzonders: een middelgrote stad in het westen van Duitsland, vlak bij de Nederlandse grens. En ongeveer tussen Heerlen en Aken. Voor veel Nederlanders uit Zuid-Limburg is Geilenkirchen een bekende grensplaats om te winkelen, te tanken en (sinds een aantal jaren) sigaretten en/of shag te kopen. Voor ons vandaag lag het als pauzeplek op weg naar Sint Odiliënberg. Voor je gaat zinspelen op de naam van de plaats: Geilenkirchen betekent ongeveer “kerk van Geilo”, waarbij Geilo dan een middeleeuwse edelman of landeigenaar zou moeten zijn. Geilenkirchen heeft eeuwenlang last gehad van de grensligging. De stad lag in een regio waar verschillende machten invloed hadden, namelijk het hertogdom Gulik het Heilige Roomse Rijk, Franse revolutionaire troepen, Pruisen en later Duitsland. Daardoor zie je culturele invloeden uit zowel Duitsland als de Lage Landen terug in dialect, architectuur en levensstijl. Tijdens de Tweede Wereldoorlog kreeg de omgeving het zwaar te verduren. Vooral bekend is de zogenaamde Westwall of Siegfriedlinie, de Duitse verdedigingslinie die door deze regio liep. In 1944 vonden hier zware gevechten plaats tussen Duitse en geallieerde troepen. Sommige bunkers en resten van verdedigingswerken zijn nog steeds zichtbaar in de omgeving.

Moet nog één belangrijk item inzake Geilenkirchen behandelen. De NAVO-luchtmachtbasis NATO Air Base Geilenkirchen zet de gemeente internationaal echt op de kaart. Het gaat om een van de belangrijkste NAVO-bases in Europa. Hier staan de bekende AWACS-vliegtuigen gestationeerd: grote radarvliegtuigen met een ronde schotel bovenop. Deze toestellen dienen als vliegende radar- en commandocentra en worden gebruikt voor bewaking van het luchtruim van NAVO-landen. Daardoor heeft Geilenkirchen een opvallend internationaal karakter gekregen. Militair personeel uit veel NAVO-landen woont of werkt in de regio. Die luchtmachtbasis is overigens niet onomstreden. Omwonenden klagen al jaren over geluidsoverlast van de AWACS-toestellen. Vooral in delen van Zuid-Limburg zijn die vliegtuigen goed hoorbaar (heb ik me laten vertellen: het was zondag, dus waarschijnlijk werd er niet gevlogen).

Even voor enen kwam ik aan op camperplaats Roerdalen, W kwam twee Filipines later en vond net als ik het tweede deel van de rit minder interessant. Je bent dan het echte heuvelgebied uit en het gebied is voor de toerist minder aantrekkelijk. W had dan nog het voordeel dat ze door de dorpen en steden mocht fietsen, mijn busje werd steeds ver om de katholieke kerktorens heen geleid. Een van die steden was Heinsberg, ergens tussen Geilenkirchen, Roermond en Mönchengladbach. Volgens W op-en-top Nordrhein-Westfalen, maar kan niet achterhalen wat ze er nu precies mee bedoelt: kwam niet verder dan een oude kerk die hoog boven de stad uitsteekt. W mocht in de kiepstoel en ik naar de Plus om nat en droog in te slaan voor twee dagen. Daarna een lange middag te gaan: puzzelen, lezen, verslag schijven, douchen, afwassen; gewoon “pruttelen“.

V: 223.750; A: 223.807. W kon het korter en had maar 54,6 km nodig (in 2:56 uur, met een gemiddelde snelheid van 19,2 km/h, topsnelheid 28,5 km/h, 200 meter klimmen, 250 meter dalen; W vroeg zich wel af in hoeverre bij deze cijfers rekening gehouden is met 10 minuten wachten voor een spoorwegovergang). Nevenstaand kaartje laat de fietsroute Aachen - Sint Odiliënberg zien. Rijtemperatuur oplopend van 14 naar 19 graden. Wind noord 3, dus eigenlijk tegen, maar “ik heb altijd de wind mee“ is een mooie uitspraak van mijn wederhelft. Zon op/onder: 05:53/21:11. Een mooie dag. En morgen? Morgen is er weer een dag. We bekijken morgenvroeg wel wat we precies gaan doen wanneer “de stabiele droge week“ is veranderd in “af en toe droog lenteweer“.