noordpolderzijl

noordpolderzijl

zondag 3 mei 2026

camperfietsen naar het zuiden - 1: de aftrap (lichtenvoorde - kotten - bocholt)

Één van de mooiste woorden in onze taal is “pruttelen“. Je kunt het op verschillende manieren gebruiken. Als je het woord opzoekt in het woordenboek, kom je een paar betekenissen tegen, allemaal met een beetje hetzelfde gevoel van zacht, borrelend en niet al te krachtig: zachtjes koken of borrelen (daar mogen dan kleine geluidjes bijhoren, zoals in: de koffie staat te pruttelen en een paar uur later de soep ook), een motor die een onregelmatig, zacht draaiend geluid maakt en tenslotte (betrekking hebbend op mensen): zachtjes mopperen of klagen. Zo vindt W regelmatig dat ik weer eens zit te pruttelen. Zal proberen dat woord een paar keer terug te laten komen in de teksten van de komende dagen. En natuurlijk krijg je weer zo’n AI-plaatje van me: laat maar pruttelen die boel.

Ik moest in januari al een streep trekken door de maand mei en met grote letters noteren “vakantieblokkade“. Moet wel, want voor je het weet slibt de agenda weer dicht met allerlei ditjes en datjes waarvan een ander vindt dat je hoognodig aanwezig moet zijn. Proberen ze je ook nog veren in de kont te steken om je maar over te halen toch bij die ene (natuurlijk belangrijke) bespreking je neus te laten zien. Moest van W “op mijn strepen“ gaan staan (of waren het haar streepjes?) Enige concessie: niet te ver weg, kan een oproep krijgen voor een ziekenhuisopname en dan moet je binnen een paar dagen weer naar de Achterhoek kunnen pruttelen (eigenlijk nog iets verder: in Enschede schijnen ze net iets beter te kunnen ontstoppen dan in Winterswijk). Niet alleen de chauffeur is gammel, ook aan zijn busje mankeert het nodige. Andere omschrijving: beetje defecte zooi in de camper en pas in juni bij de camperdokter terecht kunnen voor een onderhoudsbeurt. Voornaamste probleem: geen werkend 12-voltsysteem. Daardoor is vrijstaan onmogelijk want je moet aan de paal (220 volt). De grote vraag was of onze gewone garage dit euvel kon verhelpen (dacht zelf aan een defecte zekering). Bus moest toch voor de APK onder het mes.

We hadden de afgelopen dagen geluk en de dagen brachten ons precies wat we nodig hadden: buiten zitten met de zon op ons bolleke en smeren maar, de komende dagen zullen we de zonnebrondcrème niet veel nodig hebben en hoeven we ons ook geen zorgen te maken over zaken als houdbaarheid en prijs van dat spul. De kranten stonden er de afgelopen weken vol van. Een van de belangrijkste punten van de krantenverhalen was: zit er verschil tussen A-merken en zo’n flesje van de Etos (huismerken dus). Ook de vraag “hoe lang is het spul houdbaar“ was een hot item. Voor de mensen die onder een steen geleefd hebben de afgelopen weken: omdat in Europa alle zonnebrandproductucten aan dezelfde strenge regels moet voldoen beschermt een goedkoop huismerk in principe net zo goed als een duur A-merk. Immers de aangegeven SPF (de beschermingsfactor, oftewel hoeveel procent UVB wordt tegengehouden, moet kloppen); daarnaast moet de veiligheid zijn gecontroleerd. Het grote verschil zit ’m in de gebruikservaring: A-merken zijn vaak wat minder plakkerig. Het gaat hier dus om de luxe en het comfort. Ik doe het wel met een tube “Kruidvat Solait SPF30 Sunmilk“, mijn buurvrouw met “Biodermal SPF30 Gezicht“ en beiden laten we “La Roche-Posay Anthelios SPF50+“ links liggen (en dat vooral vanwege het prijskaartje). Dan de tweede vraag: hoe lang is het spul houdbaar? De meest gangbare berichten zijn: ongeopend twee tot drie jaar, geopend 12 maanden. Eigenlijk geldt de praktische regel: heb je het potje vorig jaar geopend? Dan liever vervangen.

Nog één item voor ik aan het dagverslag begin. Afgelopen week heeft het museum veel aandacht in de pers gekregen. Allereerst natuurlijk meerdere advertorials, advertenties die eruit zien als redactionele artikelen maar gewoon door de opdrachtgever aangeleverd zijn. Daarnaast een mooi stuk een een tweetal plaatselijke kranten, een interview ter gelegenheid van het 90-jarig bestaan van het museum (bijgaande foto stond bij dat artikel en is gemaakt door Marc Ebbers). Topstuk was echter een column van Frank Zand, ook in een paar plaatselijke krantjes. Een deel ervan wil ik je niet onthouden: “Ik was bij het Achterhoeks Openluchtmuseum in Lievelde (daar kwam ik toevallig ook een collega tegen). Als je het over vrijwilligers hebt, dan zie je daar het levende bewijs van wat betrokkenheid betekent. Deskundigheid, vriendelijkheid, hart voor de zaak - powerpensionados. Zonder hen zou het museum niet draaien, zonder hen zou een stuk van onze geschiedenis verdwijnen. Je hoeft er maar rond te lopen om te zien hoeveel waarde vrijwilligers toevoegen, vaak zonder dat ze het zelf zo benoemen.“ Genoeg veren in eigen kont gestopt voor vandaag en over naar de orde van de dag.

zondag 3 mei: @ bocholt

Was al bijna vergeten dat het zaterdag 2 mei al weer zover was: de internationale dag van het naakt tuinieren, ofwel World Naked Gardening Day. Een dag waarop duizenden mensen wereldwijd hun kleding laten liggen en met blote billen in de borders duiken. Was deze keer niet van de partij, want visite en schoonzoon is niet echt van het bloot. Dus even niet de aarde, de zon, het gras en de frisse lucht aan mijn blote lijf voelen. Een cartoon in de Gelderlander herinnerde mij er aan dat ik deze dag eigenlijk gekleed in tuinhandschoenen door zou moeten brengen. Cartoon maar even bijgevoegd, denk dat de uitgever dat wel goed vindt met naamsvermelding: W heeft al jaren een abonnement op de Gelderlander. Tenslotte: de dag van het naakt tuinieren is niet alleen een grappige traditie. Het is een speels en luchtig protest tegen hoe serieus we alles nemen.

“Wat gaan jullie nu doen de komende tijd?“ is een vraag die de afgelopen weken regelmatig is gesteld. Terechte vraag want er komen vier dingen samen die niet helemaal bij elkaar passen: vakantie van een maand, verwachte oproep voor een ziekenhuisopname (tussen nu en tien weken), een lijf dat bruist van de energie (W dus) en een vent die al blij is als hij de dichtstbijzijnde stoel haalt en tegenwoordig supermarkten uitkiest op basis van de afstand parkeerplaats - einde van de winkel (je snapt al welk snuitje daarbij hoort). Een schijnbaar onmogelijke puzzel die binnen een paar minuten was opgelost. W wilde altijd al een keertje naar Santiago de Compostella fietsen, een tochtje van zo’n 2.300 kilometer (bijgaande kaart laat de route "bij benadering" zien). Met wat elektrieke ondersteuning dat dan wel weer, want moeders is inmiddels de 70 ruim gepasseerd. Ik houd van rijden (en kan ook niet veel anders meer), dus het hotelbed van W wordt dagelijks verplaatst door mij. Doen we de catering er ook bij en voila: zowel W als ik zijn volkomen tevreden. I love it when a plan comes together (gejat van Hannibal Smith uit The A-Team). Santiago zullen we de komende weken wel niet halen, maar Luxemburg of een eindje Frankrijk in moet lukken tot we een telefoontje van het ziekenhuis krijgen: niet te ver om in één dag terug te keren naar de Kötteldiek. Later in het jaar zullen we de draad weer oppakken en het ritje afmaken. Of (dat kan natuurlijk ook) het blijkt dat er geen reet aan is aan deze constructie. In dat geval heeft een camper vier wielen en een fietsendrager en passen we het programma dynamisch aan.Voorlopig op Komoot naar Aken en dan de Vennradweg volgen tot ergens in het noorden van Luxemburg (Troisvierges) via een uitstapje naar Oost-België. In het Luxemburgse land pikken we dan een of andere variant van de pelgrimsroute op, ergens langs een watertje: W is niet meer zo van het klimmen.

Bus APK’tje gehad en de binnenverlichting heeft het ook even gedaan (een uurtje of zo), moet ergens een kortstluiting zitten want de zekeringen knallen er uit. Alles op 12 volt doet het dus niet (water, verwarming) maar daar valt wel een mouw aan te passen. Vroeger in onze tentperiode wisten we niet beter. Denk dat we het probleem even parkeren tot het moment van groot onderhoud van de binnenkant van Puzzel, ergens in juni. Probleem van de broer van W met zijn camper is veel groter: die stopte aan de kant van de Pleijroute (Arnhem) en moest worden afgesleept, maar daarover straks meer. Ook mijn zusje heeft problemen met het campertje: springt telkens in de noodloop en dat in de Vogezen. Zijn onze problemen dus peanuts.

Kleinzoon Q die een kleine week bij ons heeft doorgebracht (immers vakantie) is vanmorgen weer meegenomen door zijn vader en moeder. Als dank voor het aangenaam verpozen heeft hij voor ons gisteravond het voorgerecht gemaakt (iets met bladerdeeg en kaas) en zijn moeder knutselde iets met asperges in elkaar. Allemaal goed binnen te houden. Toen het nageslacht op zondagmorgen was vertrokken konden wij ons bussie inpakken, W op de fiets stappen voor een monsteretappe van ergens tussen de 20 en 30 kilometer, weet je bij haar nooit van tevoren want ze fietst “op gevoel“. Ik noem dat verdwalen, zei rangschikt de extra kilometers onder “een blokje om“. Had graag een foto van de sportieve-dame-op-leeftijd-die-aan-haar-monstertocht-begint willen maken, maar dat zat er even niet in. We mochten via Kotten om ons autootje af te leveren (broerlief met de kapotte camper, weet je nog?). De tocht begon dus op een iets andere plek en in alle consternatie hebben we het fotomoment overgeslagen. Ben benieuwd wanneer we een foto maken op de plaats van bestemming. Uiteindelijk kwamen we beiden uit op Womopark Am Aasee in Bocholt, we waren er al eerder dit jaar. Gewoon een fijne etappe om “er even in te komen“ en voor de rest valt er niet zoveel over te vertellen. Voor de duidelijkheid: kaartje laat de camperroute zien.

De bus vertrok met kilometerstand 223.315. Eindstand 223.357. Rijtemperatuur oplopend naar 22 graden. W hield het droog en klokte 20.05 km. De kop is er af en omdat ze vanuit Kotten vertrok waren het minder kilometers dan oorspronkelijk de bedoeling was. Zon op/onder: 06.01/21:00 (gegevens Bocholt). Hoopte nog een beetje te kunnen nagenieten van de volle maan van 1 mei. Toen we vrijdag terugkwamen van het verjaardagspartijtje van kleinkind 2 stond deze schitterend aan een onbewolkte hemel te tetteren. Afgelopen nacht wat minder (al wat aan het afnemen) en vrijwel onzichtbaar: bewolkt en een opkomst van de maan na kinderbedtijd. Las ergens het volgende: De volle maan in mei wordt ook wel ‘bloemenmaan’ genoemd. Dat heeft te maken met het op gang komen van de lente, waardoor er overal bloemen te zien zijn.“ Dit jaar nog? En dat allemaal op de Dag Van De Persvrijheid. Op 3 mei vieren we het grondrecht dat “vrijheid van drukpers“ heet. In onze grondwet staat artikel 7 bekend als de ultieme vrijheid alles te mogen zeggen en schrijven wat je wil. Dat moeten we intact houden. Las onlangs in een krant dat in slechts een vijfde van de wereld totale persvrijheid geldt, beetje weinig. Waarom deze dag juist op deze datum? 3 mei is gekozen vanwege de ondertekening van het Verdrag van Windhoek in 1991, waarin enkele Afrikaanse kranten tekenden voor meer persvrijheid. Kan je nog wel even in het oor fluisteren dat UNESCO deze dag ook in een of ander lijstje heeft staan (dus het is min of meer officieel) maar of je daar werkelijk in geïnteresseerd bent? Later in de middag een voorzichtig buitje, maar het mocht allemaal geen naam hebben, al was W wel blij met een pluutje toen ze nog even een rondje Aa-see liep. Ik mocht niet mee: moest het fort bewaken of zoiets.



maandag 27 april 2026

de lente lokt - 11: terug van het feestje

“Toch fijn dat die Fransman dat zo goed onder woorden gebracht heeft“, appte W te W mij. Moest eerst heel diep nadenken en toen viel het kwartje: het ging over wind. Maar voor de duidelijkheid, beste W te W: Sir Francis Beaufort was geen Fransman maar een Ierse marinecommandant. De schaal die door hem in 1805 (het kan ook een jaartje later geweest zijn) werd bedacht is een systeem om de windkracht aan te duiden op basis van de snelheid en de effecten die de wind heeft op de omgeving. In tegenstelling tot een exacte meting van de snelheid op één moment, kijkt de schaal naar het gemiddelde van de windsnelheid over 10 minuten. De Britse marine zag al snel voordelen van deze schaal. Zo werd het in opdracht van de Admiraliteit in 1838 ingevoerd. Sindsdien wordt de schaal van Beaufort wereldwijd in de zeevaart gebruikt.

Interessant detail: de schaal van Beaufort fungeerde oorspronkelijk als tabel voor oorlogsschepen en als meetinstrument voor het algehele gedrag van de zeilen van een schip bij verschillende windsnelheden Met een toenemende windkracht werd het zeiloppervlak kleiner. Daarom was zijn schaal vooral gebaseerd op de zichtbare effecten van de wind op scheepszeilen.

Nog meer reagluurders op mijn blog van gisteren, nu over mijn uitdrukking “ja schudden en nee knikken“. Onder meer E te Z vond dat ik dit fout had. Het is allemaal heel betrekkelijk beste E te Z: in sommige culturen, zoals in Bulgarije, Griekenland en delen van Turkije, betekent nee knikken en ja schudden vaak het tegenovergestelde van wat wij gewend zijn. Waar knikken in Nederland 'ja' betekent en schudden 'nee', is het daar vaak omgekeerd: knikken voor nee en schudden voor ja. Wat dacht je overigens van de Achterhoek en Twente: de meeste mensen zeggen “joa, joa“, terwijl ze eigenlijk “nee“ bedoelen. Het kan ook “ik heb er geen zin in“ betekenen.

maandag 27 april: @ kötteldiek

Het was vannacht nog kouder dan gisteren: toen iets na vijven het eerste licht de donkere nacht probeerde te verjagen stond de thermometer in het woongedeelte van het busje op net geen 7 graden, ruim een graad minder dan gistermorgen. Kan: we hebben de IJsheiligen nog niet gehad. De IJsheiligen zijn vier of vijf katholieke heiligen waarvan de naamdagen vallen tussen 11 en 14 (soms tot 15) mei. Het staat bekend als de laatste periode in het voorjaar met een verhoogd risico op nachtvorst. Traditioneel wordt dit gezien als het moment waarna vorstgevoelige planten veilig buiten geplant kunnen worden. Voor de katholieken die “ze niet meer op een rijtje hebben“: Marmetus, Pancratius, Servatius (die van Maastricht), Bonifatius van Tarsus en Sofia van Rome. Over het juiste aantal zijn de katholieken het niet helemaal eens, heb ik me laten vertellen. Dat vraagt om uitleg: de oorspronkelijke reeks is vier, maar omdat men merkte dat het koude weer soms net iets langer kon aanhouden heeft men in Noord- en Midden-Europa (dus ook Nederland) "Koude Sofie" aan het rijtje toegevoegd en toen hadden we plotseling vijf van die koude heiligen.

Wakker worden en dan bedenken dat het Koningsdag is. Koningsdag, moet nog steeds aan die andere datum wennen, heb driekwart van mijn leven met de 30e moeten leven. “Ik had vannacht mijn koning naast mij liggen“, zei iemand, maar dat was in mijn dromen tussen 07:30 en 08:30, toen ook de hele binnenstad van Lichtenvoorde afgesloten was door wegwerkzaamheden en ik verantwoordelijk was voor de route van alle wandelaars van de Lichtenvoordse Avondvierdaagse. Opbreken en naar huis, want de nodige verplichtingen roepen deze week: elektrocar, feestdag op het museum, kleinzoon Q te logeren en kleindochter 2 jarig. Daarna kunnen we weer met onze “koets“ op stap en dan hopelijk wat langer dan een paar dagen achter elkaar. Niet al te ver weg, want de vatenboer kan het zo maar in zijn hoofd krijgen om even aan mijn aorta en wat andere (slag)aders te gaan knutselen. 

W is van de markten en laat nu schoonzus S te K op de grootste markt van de Achterhoek gaan staan: de Oranjemarkt in het centrum van Eibergen. S had een paar lapjes over (of kasten tekort) en heeft één van de twee- tot driehonderd kramen gehuurd om opruiming te houden en klein geld te maken. Achterhoek Promotie vertelt dat er “[… een breed aanbod aan kleding, brocante, speelgoed, kunst en lokale lekkernijen]“ is. Concreet: W op de fiets van Zutphen via Eibergen naar Lichtenvoorde, een sportieve ondernemeing van zo’n 50 kilometer. En ik? Ik blijf aan de kant omdat er toch iemand moet zijn om foto's te nemen. Oh nee: busje moet teruggereden worden naar de Kötteldiek.

Een leuk weekend en nu een weekje “werken“. De eerste “artistieke impressies met een hoog AI-gehalte“ vlogen me vanmorgen om negen uur al om de oren. Willem besteedde aandacht aan wat voor velen het hoogtepunt van de week moet worden: de viering van het 90-jarig bestaan van het Achterhoeks Openluchtmuseum. En dat ik rond 11 uur het bordje Kötteldiek zag met 233.304 km op de teller, een buitentemperatuur van 12 graden en eerder al een vergeten tuinstoel bij vriendin E te Z had afgegeven zal ongetwijfeld niemand interesseren, maar ik ben het kwijt.

zondag 26 april 2026

de lente lokt - 10: nog een feestje - 2

De mailbox stroomde vol naar aanleiding van die AI-foto van gisteren (ikzelf aan het koken in een Vincent van Gogh-achtige camper). Of het veel moeite kost zo’n plaatje te genereren. Nee hoor, zo gepiept. Je maakt een foto van je kop, load die up naar ChatGPT en vervolgens geef je een correcte “prompt“. (Soort modewoord dat “prompt“: een specifieke opdracht, vraag of instructie in natuurlijke taal die je aan een AI-model (zoals ChatGPT) geeft om een reactie, tekst of afbeelding te genereren). Het fungeert als het startschot voor de AI; hoe duidelijker en gedetailleerder de prompt, hoe beter het resultaat. Ik hanteerde voor de foto de volgende tekst: “gebruik bijgaande foto voor een cartoon van een fietser met helm bij de Warkense Molen, graag een beetje in de stijl van Charley Toorop“.

zondag 26 april: @ zutphen

We deden het vroeger ook: kamperen in de kou, maar was afgelopen nacht erg blij met ons busje, waar de thermometer voor de zon opkwam (om 06:15 uur) 8 graden aanwees. Denk dat het in het tentje van de buren nog een stuk kouder geworden is vannacht. De zon deed trouwens al snel haar opwarmwerk en tegen negenen was het verantwoord om onder de dekbedden vandaan te komen. Ik dus, W moest nog even digitaal contact leggen met de mensheid onder het genot van een kopje opgietfilterkoffie, betere koffie kun je niet voorstellen. Een lange, interessante dag stond er bij het opstaan voor de deur, want feest van zus en zwager in de Maalderieë. Maar eerst dus wakker worden op de Heicohoeve dat op zo’n 5 kilometer van het historische Zutphen ligt. Wakker worden op het veld dat de Bongerd heet betekent wakker worden tussen de fruitbomen: bongerd is een ander woord voor boomgaard. En onder die fruitbomen geen strak gemaaid gazon: gewoon hoog gras wat misschien lastig is als het nat weer is. Gisteren en vandaag was het evenwel droog dus genoeg gefladderte tussen de struiken en bomen en geen natte voeten. Interessant detail: alle directe buren om ons heen (drie equipes) zijn vanmorgen vertrokken. Toeval, of heeft één van ons vannacht te hard gesnurkt? We hebben nu een zee van ruimte. Wel valt het hoge gras extra op nu er zoveel groen te zien is. W sprak de gedenkwaardige woorden “ik hou wel van een rommelig sfeertje“. Buiten ontbijten, dat doe je niet zo snel als je thuis bent met deze temperaturen, maar hier kan het. 

Wanneer je “Maalderieë“ zegt dan heb je het ook meteen over de Warkense Molen. In 1878 liet de familie Nijendijk deze korenmolen bouwen. Om ook te kunnen malen wanneer er geen of weinig wind was breidden ze in 1924 uit met een maalderij met elektromotor. Alle machines zijn inmiddels verwijderd en De Maalderieë is tegenwoordig een authentieke feestlocatie direct naast de molen. Bij het complex hoort ook een authentieke bakkerij met takkenbosoven. Tijdens speciale dagen wordt hier in het Bakkerijkmuseum nog steeds brood gebakken van het meel dat in de molen gemalen is. Dat het museum een historische bakkerijcollectie heeft zal je misschien minder interesseren, maar mijn museumhart gaat kloppen van gereedschappen en machines die vroeger door bakkers werden gebruikt, zoals een amandelwrijfmachine. Fietsen naar Warken dus, een kleine, uitgestrekte buurtschap (je mag ook gehucht zeggen) bij Warnsveld. Zelfs deze plekken hebben geschiedenis. Warken schijnt al in 1059 genoemd te zijn (geschiedkundigen zeggen dat het betreffende document vervalst was, maar dat zijn peanuts). Schrijfwijzen als Werken en ook Wercken wisselden af met Warken. Opmerkelijk is een oude lindeboom bij boerderij Aalderink, een van de oudste lindebomen van Nederland. De boom heeft mogelijk als grensbepaling gediend van de marke van Warken en is naar schatting geplant rond 1650. De oorspronkelijke boom is in de loop der eeuwen deels uiteengevallen, maar vanaf 1930 is er uit de wortelvoet een nieuwe stam gegroeid. Deze “jonge“ stam is inmiddels zelf al ruim 21 meter hoog. Heb het niet van mezelf, maar van een erkend boomkenner met de naam Bert Schut die uitvoerig onderzoek heeft gedaan naar de ernstig bejaarde boom.



We werden al om 13:00 uur verwacht, dus al vroeg in de middag op de fiets om de “monstertocht“ van een kleine 7 kilometer af te leggen. Inderdaad monstertocht want mijn benen hebben niet alleen moeite met lopen, tegenwoordig ook al met trappen. Tempo wat aanpassen, dan kom je er wel. De zon werkte mee en de wind (ergens tussen noord en oost) hield het op maximaal 1 Beaufort (volgens het weerbericht; de real feel was een puntje meer): niks mis met de weersomstandigheden. Gehoorapparaten in, vang ik ook hier en daar nog wat op van een gesprek: wel zo handig dat je weet wanneer je op het juiste moment ja moet schudden en nee moet knikken. Het was een leuk en gezellig feestje op een bijzondere locatie. De Affligem blond was goed binnen te houden, veel babbels met mensen waarvan blijkt dat je ze toch een keer eerder gezien en gesproken hebt. En vooral tot de ontdekking komen dat neven, nichten en achterneefjes/nichtjes weer een stuk ouder geworden zijn. Kreeg bij het weggaan nog een cadeautje van mijn jongste zus, een aanvulling voor mijn verzameling. Je mag één keer raden wat ik spaar!


Tegen vijven weer terug. “Het is net of het sneller gaat dan de heenweg“, zei W. Ze vergat dat ze de wind achter had op de terugweg, de route was ongeveer hetzelfde. Een mooie dag. En voor de statistieken: W en ik zagen er 50 jaar geleden op het feest van zus en zwager iets anders uit dan tegenwoordig. Kijk maar naar de bewijsfoto: alleen waren we toen jong en mooi, tegenwoordig alleen nog maar mooi. Half zes in de avondstand.

zaterdag 25 april 2026

de lente lokt - 9: nog een feestje - 1

Als je ouder wordt heb je niet alleen te maken met begrafenissen, maar ook met bijzondere feestjes. Twee weken geleden mochten we naar Theo die 75 werd. Leuk partijtje: in een klein clubje bowlen (hoe ouder hoe fanatieker) en daarna een hapje eten bij Café Jansen in Doetinchem. Het beviel ons goed om de camper in de buurt neer te zetten, heb je ook geen verschil van mening over wie er nu de BOB moet zijn. Dit weekend een feestje van (oudste) zus en zwager, je weet wel: die van het DickenMarianneke. Vijftig jaar getrouwd. Feestje in Warnsveld, nou ja: buurtschap Warkum en ook in deze omgeving weten we wel een plekje waar onze camper een paar nachtjes kan staan.

zaterdag 25 april: @ zutphen

Dat plekje is de Heicohoeve in Zutphen. Nu kan het nog. Het terrein is voor een slordige vijf miljoen flappen verkocht aan de gemeente voor de uitbreiding van een bedrijventerrein. De camping blijft nog tot eind 2028 open voor gasten. De eigenaren zijn van plan elders opnieuw te beginnen, maar de locatie in Zutphen verdwijnt. Camperplaatsen waren allemaal bezet voor dit weekend, maar de vorige keer hebben we ons prima vermaakt met de pootjes in het gras op één van de kampeerweides. Iets duurder, maar meer “genot“. Dus: boeken, betalen en klaar. Op de website van Domein de Heicohoeve kon ik (nog) niks vinden over de verkoop en de stop, alleen warme verhalen met als basis “duurzaam, bourgondisch en gemoedelijk“, waarbij het bedrijf zich profileert als “een gemoedelijk stadslandgoed waar het buitenleven volop gevierd wordt!“ Vooruit: we gaan weer een paar dagen genieten “[…] van de charme van het platteland, terwijl je toch dicht bij het gezellige Zutphen bent.“ Altijd een beetje chaotisch: je boekt en betaalt iets, maar net als de vorige keer kregen we een andere plek. Valt mee te leven: ergens op de Bongerd, waar nog een gat vrij was. € 51,00 voor twee nachten, waarvan de gemeente Zutphen 2 x 2 x € 1.75 opstrijkt. Inclusief elektriciteit, moest ook wel: ons 12-voltsysteem hebben we nog niet aan de praat.


W op de fiets, natuurlijk. Ik mocht via het museum (instructies voor de kaartenverkoopster van dienst over het Musea Mystery Ticket, een actie van Achterhoek Toerisme), de dieselpomp in Groenlo (€ 2,159 per liter) en de Aldi voor wat nat en droog naar dezelfde plek. Ik was er goed één uur, W een half uurtje later. Even over dat Museum Mysterygebeuren: Het Musea Mystery Ticket in de Achterhoek is een tijdelijke actie waarbij je op een speelse manier meerdere musea kunt ontdekken. Het is een soort verrassingsactie. Je bezoekt één deelnemend museum, krijgt daar een tasje met informatie (zeg maar foldermateriaal) én een gratis entreeticket voor een ander museum in de regio. Het verrassende is dat je niet van tevoren weet welk tweede museum je gratis krijgt, vandaar het woord “mystery” in de naam. Voor de geïnteresseerden: de actie loopt van 25 april tot en met 10 mei 2026. En voor de mensen die de Ambachtendag op 30 april op het Achterhoeks Openluchtmuseum bezoeken: er worden dan vanwege de drukte géén tasjes met tickets uitgedeeld. En bij alle musea geldt: op=op!

W had vriendin L uit Z uitgenodigd voor een wandeling vanaf de camping. Eerst natuurlijk even aan de koffie en na de wandeling van zo’n vier kilometer aan de droge witte. Had een aperatiefje moeten zijn voor de “goudeerlijke“ pizza’s van de Heicohoeve, immers: zaterdag pizza-avond. Handmade en niet eentje uit de diepvries: je mag zelf bepalen wat er op de bodem komt en die gaat dan hup de steenoven in. Is ook zo klaar. Lekker plaatselijk biertje erbij en smullen maar. Tenminste: zo was het de vorige keer. Kon vandaag geen pizza-activiteiten bespeuren. W informeren: de pizzaman was op vakantie. Jammer, maar we hadden een “noodransoen“, alleen te weinig voor drie personen, dus vriendin E mocht naar huis om daar haar voerbakje te legen.

Rijtemperatuur oplopend tot 14 graden; later op de middag nog een beetje warmer (zie uitsnede “weerbericht“) al voelde het door de noordwestenwind kracht 3 wel een beetje kouder aan. W had de wind op haar 35-kilometerfietstochtje eerder op de dag pal tegen. Na het eten in de avondstand, we hebben nog wat te Netflixen.

zondag 19 april 2026

de lente lokt - 8: verplichtingen roepen

Toen we gisteren door Haaksbergen fietsten viel me op hoe groot de plaats was. Je weet dat ik dan “thuis“ dat soort dingen even moet opzoeken en inderdaad: Google meldt dat Haaksbergen ongeveer 24.300 inwoners (2026) heeft en Lichtenvoorde 13.100 (gemeten in 2025). Kort gezegd: Haaksbergen is bijna twee keer zo groot als Lichtenvoorde qua inwonertal. Het dorp heeft een opvallend rijke geschiedenis die terug gaat tot de middeleeuwen. De naam wordt voor het eerst vermeld in documenten uit de 12e eeuw. In die tijd bestond het gebied vooral uit verspreide boerderijen op hogere zandgronden, omringd door moerasachtige gebieden. De bewoners leefden voornamelijk van landbouw en veeteelt, vaak onder moeilijke omstandigheden door de arme zandgrond. In de middeleeuwen viel Haaksbergen onder het gezag van de bisschop van Utrecht. Later werd het onderdeel van het Oversticht, een gebied dat bestuurd werd door de bisschop maar steeds meer invloed kreeg van wereldlijke machthebbers. Tijdens de Tachtigjarige Oorlog (1568–1648) had de regio te maken met plunderingen en militaire bewegingen, al lag Haaksbergen niet op een centrale strategische route. 

Een belangrijk keerpunt kwam in de 17e en 18e eeuw met de opkomst van de textielindustrie in Twente. Hoewel steden als Enschede en Hengelo hierin een grotere rol speelden, profiteerde Haaksbergen mee van de economische groei. Thuisweverij werd een belangrijke bron van inkomsten voor veel gezinnen. In de 19e en begin 20e eeuw industrialiseerde de regio verder. Fabrieken werden gebouwd en de infrastructuur verbeterde. Een belangrijke ontwikkeling was de aanleg van spoorlijnen, waaronder de verbinding met Duitsland. Tegenwoordig is daar niet veel meer van overgebleven: er rijdt er nog een historische stoomtrein tussen Haaksbergen en Boekelo, geëxploiteerd door de Museum Buurtspoorweg, een ritje van 10 hele kilometers (enkele reis).

Een ander belangrijk aspect dat we moeten behandelen is het landschap. Eigenlijk is dat een logische voortzetting van het Achterhoekse landschap al hoort Haaksbergen tot Overijssel. Denk dat de Twentenaren het landschap van de Achterhoek een logische voortzetting van het karakteristieke Twentse landschap zullen noemen. Kortom: beide worden gekenmerkt door een afwisseling van bossen, heidevelden, weilanden en kleine waterlopen. We zijn niet ver geweest: natuurgebieden als Buurserzand en Haaksbergerveen hebben we vroeger wel bezocht maar deze keer niet aan toegekomen. Zo is het Buurserzand een uitgestrekt heidegebied met zandverstuivingen en vennen. Het maakt deel uit van een groter natuurcomplex dat doorloopt tot in Duitsland. Zullen we het voorlopig even hier bij laten?

zondag 20 april: @kötteldiek

Soms ben je druk met kleinkinderen, vooral als ze bij allerlei clubjes en groepen zitten die voorstellingen geven. Vandaag moesten we terug naar ons stenen huis omdat kleinkind 1 moest optreden in Theater de Storm, de schouwburg van Winterswijk. Nummer 1 leeft van muziek, dans en toneel en zit ook in Penta Dance Department. De agenda van theater de Storm vertelt het volgende: Met Next Episode presenteert Penta Dance Department een energieke en eigentijdse dansvoorstelling die het leven van jongeren centraal stelt. Een groep jongeren verveelt zich en gaat op zoek naar prikkels. Ze duiken in de wereld van films, series, televisie en social media — alles wat zich afspeelt op een scherm. Wat begint als onschuldig tijdverdrijf, groeit uit tot een meeslepende reis waarin digitale beelden, trends en invloeden steeds meer de overhand krijgen. De grens tussen realiteit en fantasie vervaagt, en de jongeren raken verstrikt in wat ze zien en consumeren. Door een krachtige mix van hiphop, moderne dans, show en commercial styles brengt Next Episode herkenbare thema’s tot leven. Met expressie, energie en visuele impact nodigt de voorstelling het publiek uit om na te denken over onze relatie met schermen en de wereld daarachter.“

Afscheid van Berg en Dal in Eibergen en dus ook afscheid van de Lankheet, het landgoed waaraan de camperplaats grenst. In de Lankheet werden de weilanden eeuwenlang bemest volgens met vloeiweidensysteem. Een vloeiweide is een landbouwsysteem waarbij grasland bewust wordt bevloeid met water dat gecontroleerd over het land wordt geleid. Dat gebeurt via een netwerk van kleine kanaaltjes, sluizen en greppels. Het idee is simpel maar slim: water (vaak uit een rivier of beek) wordt over de weide “uitgevloeid”, dat water brengt voedingsstoffen mee (zoals slib en mineralen) waarbij de bodem vochtig wordt gehouden en uitdroging wordt voorkomen. Door deze behandeling groeit het gras sneller en blijft het langer groen. Met de komst van de kunstmest in de 20e eeuw is deze historische wijze van bemesten verdwenen. Het water moest nu juist van het grasland af om te voorkomen dat de dure kunstmest zou wegspoelen. Om die reden is veel ‘wilde’ natuur drooggelegd. Grond- en regenwater werden zo snel en direct mogelijk afgevoerd. Hierdoor is verdroging van het landschap ontstaan en is beekbegeleidende natuur op grote schaal verdwenen. Rond de eeuwwisseling is men op de Lankheet tot inkeer gekomen en is het historische vloeiweidensysteem fasegewijs hersteld. Als je op onderstaande link krijg je een filmpje te zien waar lange, smalle percelen (licht hellend, zodat het water vanzelf kan stromen) met kleine dijkjes of richels de hoofdrol spelen. Op deze wijze ontstaat een systeem om water aan en af te voeren. Voor een betere kijk op de werkwijze: https://www.youtube.com/watch?v=g3VC-UzaLEs&t=88s

Vanmorgen niet al te laat uit de veren: W wilde graag op de fiets terug. Relatief koude nacht trouwens, iets van 7 graden of zo. Weliswaar buiten, maar met een dakraam open zal het in de bus niet gek veel warmer geworden zijn. Koffie, om half tien een broodje en daarna gaan met die banaan. We mochten 2 x € 15,00 afrekenen (inclusief elektriciteit en toeristenbelasting), geen geld voor zo’n plekje. W dus op de fiets en ik mocht het busje terugrijden. Even een sanitaire stop voor Puzzel bij de afwerkplek van het zwembad. Rijtemperatuur 11 graden. Omkleden en naar een mooie dansvoorstelling in Winterswijk. Een afwisselend weekend.

zaterdag 18 april 2026

de lente lokt - 7: vandaag alleen wat minder

Kreeg van verschillende kanten te horen dat ik het woord “slachtader“ gebruikt heb in plaats van “slagader“. Neem aan dat dat een wijziging is die door de automatische spellingcorrectie is aangebracht. Een T per ongeluk typen kan ik me nog voorstellen, maar een CH in plaats van een G echt niet.

 

Of ik tot de antivaxers hoorde, vroeg G te L zich af. Ze vond mijn verhaal over onder meer de griepprik vrij negatief. Geloof niet dat je uit mijn verhaal kunt opmaken dat ik me verzet tegen vaccinaties, vaccinatieprogramma's of wetgeving die vaccinatie verplicht stelt. Geloof zelfs dat af en toe een spuitje tegen het een en ander de veiligheid van onze samenleving verhoogt. Dus beter lezen beste G te L. Laat al die spuiten maar tot me komen, nou ja: alle? Dat hangende vel van me heeft dan misschien wel behoefte aan een beetje botox, maar we zullen dat maar even niet doen.

 

Erve Berg en Dal, dat ruikt naar hoogteverschillen. Die opmerking kreeg ik ook een paar keer. Lezers die de omgeving kennen weten zich geen raad met die naam, immers: het is in deze buurt een platte bedoening, al doet de naam van de gemeente (Eibergen) anders vermoeden. We hebben niks met “bergen“ te maken, tenminste niet in de vorm van hoge Alpen. Bergen komt van het Germaanse woord “berg“, dat verhoging of zandrug betekent. “Ei“ komt vrijwel zeker van het oude woord “ei” of “eie”, dat verwijst naar eikenbomen. De streek was vroeger rijk aan eikenbossen, wat logisch is op zandgrond zoals in de Achterhoek. De naam “Berg en Dal“ moet je waarschijnlijk ook op die manier bekijken. Hoogteverschillen van een paar meter konden al aangeduid worden met die termen, waarbij “berg“ een iets hoger stukje grond (een zandkop, es, oude dekzandrug) is. Een “dal“ is dan het lager gelegen gedeelte ernaast. En geef toe: Erve Berg en Dal klinkt toch veel aantrekkelijker dan “Erve Vlak Weiland”?

Of er nog wat bijzonders te melden was van mijn “derde huis“, vroeg W.H. te L zich af. Moest eerst even nadenken over die term “derde huis“ maar mijn W wist meteen raad: één is aan de Kötteldiek, twee is de camper, en drie is het Achterhoeks Openluchtmuseum. Wist niet dat mijn omgeving er zo over dacht. Maar om op de vraag een antwoord te geven: ja! Op 30 april organiseren we een ambachtendag met een speciaal thema in verband met 90-jarig bestaan van het Achterhoeks Openluchtmuseum “Van Eigen Land“. We proberen daarbij te laten zien wat er 100 jaar geleden verbouwd werd rondom het boerenerf en vooral ook hoe! Aandachtspunten zijn onder meer zelfvoorzienendheid en duurzaamheid; toen vanzelfsprekende begrippen. Het begrip “circulaire economie“ kende men in die tijd nog niet, maar werd volop beleden: proberen uitputting van grondstoffen te voorkomen en reststoffen volledig hergebruiken, waardoor afval verdwijnt. Het doel is grondstoffen zo lang mogelijk in de keten te houden door producten te delen, repareren, opknappen en recyclen, met hernieuwbare energie als basis. De (Achterhoekse) boeren waren toen al niet dom.

zaterdag 19 april: @eibergen

Ze deden het weer op de tv gisteren: een dag verpesten! Rampspoed vanuit het westen zou op zaterdag over ons heen komen: veel regen en achter de waterpartijen instortende temperaturen. W is altijd erg gevoelig voor dit soort informatie. Ik heb een iets andere visie over weer in het algemeen en slecht weer in het bijzonder. En wordt het koud dan zet je gewoon de kachel aan. Alleen: laat dat nou net een probleem kunnen zijn. Ons 12-voltsysteem ligt eruit. De lampjes doen het niet meer. Waarschijnlijk een zekering stuk. Hoeft maar een piepklein probleem te zijn als je weet waar de zekeringen zitten en je ook nog zo’n reservegevalletje bij je hebt. Je snapt het al. Nu het verhaal over de kachel nog. De Truma heeft ook 12 volt nodig, niet om te verwarmen, maar om de hete lucht door de tent te blazen. Verwarmen gebeurt door gas te verbranden, blazen doet het ding met behulp van een ventilator (of zo) die op 12 volt werkt. Van Gogh zou het zo kunnen schilderen als hij nu leefde en vanuit zijn camper de wereld in beeld zou brengen. Vind Van Gogh wel interessant, W wat minder. Die houdt niet zo van die man: schelle hoofdpijnkleuren, dat woeste, kolkende expressionisme, de wanhoop en waanzin in de ogen van die zelfportretten; je zal zo’n man maar tegenkomen in een donker straatje. Niet mijn woorden! Gewoon gejat, weet alleen niet meer van wie. “Gelukkig hebben we ook nog een elektrisch kacheltje“, sprak W en daarmee was meteen de ergste kou uit de lucht. Daarbij komt dat we niet aan deze plek (of welke plek dan ook) gebonden zijn. Met een camper “boek“ je over het algemeen niet en zeker niet in deze tijd van het jaar. Het mooie van een camper is toch dat er een motor inzit en wielen onder zitten. Staat de buurman je niet aan, zit het even tegen: starten die hap en wegwezen, op weg naar de volgende plek of gewoon terug naar je stenen huis.

Toen W wakker was, was voorzien van koffie, digitaal contact gelegd had met de buitenwereld en haar speltbroodje (afgebakken in mijn nieuwe Omnia-oven) achter de kiezen had, was het al over 11:00 uur en hadden we in tien seconden de beslissing genomen om ondanks de verlichtings- en verwarmingsproblemen nog maar een dagje te blijven en niet de pijp aan Maarten te geven. Had een leuke route uitgestippeld via Komoot en daar zijn we met frisse moed aan begonnen. Ging precies een half uur goed, toen hield mijn Samsung ermee op: no power. Heb altijd een kabeltje en een powerbank bij me. Juist ja: altijd, alleen vandaag niet. Dus de rest van de tocht maar “op gevoel“ en met behulp van de knooppuntenkaarten afgelegd. Ook mooi en de winkelstraat in Haaksbergen vonden we ook zonder Komoot. 

Soms heb je interessante ontmoetingen. We kwamen Boer Peter tegen die samen met hond Bootje en vrouwlief Theresa vanaf zijn boerderij in Heusden Asten naar Bentheim loopt. Oeps: ik vergeet het karretje. De tocht is niet alleen “voor de leuk“. Het is een sponsorloop. Boer Peter hoopt zo geld in te zamelen om het zijn Bonte Bentheimer landvarkens nog gezelliger te maken: meer wroeten in de modder. Dat betekent dat er aan stallen en weides van de natuurvriendelijke boerderij Sengershoek gesleuteld moet worden en dat kost geld; iets wat er niet is. De tocht van boerderij naar de geboorteplek van het varkensras moet het nodige opleveren. Meer informatie? https://www.sengersbroek.nl/boerpeterloopt/ Bijgaande foto’s zijn afkomstig van deze site (in tegenstelling tot nevenstaande foto hebben we Boer Peter vandaag zonder regenjas ontmoet). Wil je sponsoren? Ook dat kan via de site.


Ja, ik heb wat met dat varkensoort. Op het Achterhoeks Openluchtmuseum hebben we ook een Bonte Bentheimer wroeten met de naam Hammie. Kwam er onlangs achter dat deze beesten ook worden ingezet ten behoeve van natuurbehoud. In Hillegom had men in 2024 last van de Japanse Duizendknoop. Die plant kan behoorlijk tekeergaan en alles overwoekeren. Er werden drie varkentjes gerecruteerd om te helpen dit probleem op te lossen, zoals elders in Nederland ook al gebeurde (Renkum bijvoorbeeld). Deze varkentjes vinden vooral de wortels van de betreffende plant smakelijk. Daarnaast wroeten ze de bodem om. De plant wordt hierdoor verzwakt en teruggedrongen, echter niet uitgeroeid. Het probleem wordt wel meer beheersbaar door de inzet van de varkens en het grote voordeel: het is een volstrekt natuurlijke beheersmethode waar geen druppel of korrel gif aan te pas komt.

Wanneer je fietst in deze omgeving kun je niet om de Buurserbeek heen. Relatief klein maar historisch én ecologisch een belangrijke beek die een grote rol speelt rond Haaksbergen. Ben me er van bewust dat ik het al vaker over dit watertje heb gehad, dus vergeef me wanneer ik in herhaling val. De beek ontspringt net over de grens bij het Duitse Ahaus, stroomt dan via Buurse en Haaksbergen door Twente, gaat vervolgens verder als de Schipbeek en mondt uiteindelijk uit in de IJssel. Het is dus onderdeel van een groter watersysteem, ondanks dat het lokaal als “beek” voelt. De Buurserbeek was letterlijk de levensader van Haaksbergen. Al vóór onze jaartelling woonden mensen langs de beek en eeuwenlang is dat beekje in Twente een belangrijke handelsroute geweest. Om dat in stand te houden werd er regelmatig behoorlijk aan de waterweg geknutseld: de loop werd verlegd en aangepast aan de scheepvaart. In tijden van droogte werkte men met tijdelijke dammetjes om voldoende waterdiepte te houden op een klein stukje beek.

 

En als je het hebt over de Buurserbeek dan moet je ook de bekendste watermolen bij Haaksbergen, de Oostendorper Watermolen, noemen. We zijn er al eerder geweest en ongetwijfeld heb ik al een paar keer het nodige verteld. Het is een van de mooiste en best bewaarde watermolens van Twente, met een lange en interessante geschiedenis die teruggaat tot 1334. Moest van W de lengte van dit blog beperken, dus volsta met een aantal foto’s.

Eindpunt en keerpunt van onze fietstocht was het centrum van Haaksbergen waar W bij het Kruidvat een tubetje met een of ander onontbeerlijk product scoorde, ik een lamp (220 volt) kocht bij de Action (hebben we vanavond licht in de duisternis) en W de plundra van Haaksbergen afsloot bij AH om door de aanschaf van kipsaté in pindasaus er voor te zorgen dat de bami vanavond een iets ander smaakje krijgt dan gisteren (toen met een gebakken ei). Net toen we om 15:00 uur in ons busje aan de koffie waren werd de door de weerprofeten beloofde rampspoed in de vorm van een verfrissend buitje over Mallem en Loo uitgestort. Volgens mijn weersapp staat ons campertje deze dagen in dat gebied. Voldoende tintelende en brandende bovenbenen gehad voor vandaag: door slechte doorbloeding krijgen weefsels en spieren te weinig zuurstof en dat levert een behoorlijke verzuring op. Hopenlijk ben ik daar over een paar maand van af. Niet leuk voor W om elke paar kilometer even te moeten stoppen.