noordpolderzijl

noordpolderzijl

vrijdag 7 augustus 2026

een weekje pruttelen - 8: en weer klaar!

Gisteren voor het eerst sinds maanden weer eens problemen gehad met tv-kijken op de laptop via een hotspot. Voor de leken: een hotspot is eigenlijk niets anders dan je mobiele telefoon die zich gedraagt als een kleine wifi-router. In plaats van dat je laptop of tablet rechtstreeks verbinding maakt met een wifi-netwerk, maakt die verbinding met je telefoon. Je telefoon haalt vervolgens het internet via het mobiele netwerk (4G of 5G) en geeft dat door via wifi. Om helemaal concreet te zijn: de telefoon maakt verbinding met een zendmast; je zet de persoonlijke hotspot aan, waarna je laptop, tablet of ander apparaat verbindt via wifi met je telefoon. De bedoeling is dat je telefoon alle internetverkeer doorstuurt. Heel simpel, maar er zijn twee “gevoeligheden: het mobiele netwerk (verbinding telefoon met zendmast) en wifi (verbinding laptop met telefoon). Gaat één van beide minder goed, dan merk je dat direct.

Wanneer het mis gaat ligt dat meestal aan een slecht bereik van de telefoon. Vooral in Duitsland (een derdewereldland op het gebied van de mobiele telefonie) wil het nog wel eens zijn dat je telefoon maar één of twee streepjes bereik heeft, dan is de hotspot meestal ook traag of hapert. Veel gebruikers op één mast kunnen ook voor problemen zorgen: Er is dan sprake van drukte op de zendmast. Op campings, festivals of toeristische plekken gebruiken veel mensen dezelfde mast. Dan wordt de beschikbare snelheid verdeeld. Deze situatie doet zich ook voor bij campingwifi (wifi via de “campingmast“: hoe meer gebruikers hoe slechter het internet. Veel mensen die veel met de camper (of caravan) onderweg zijn gebruiken een mifi-router, heel simpel gesteld een verbeterde versie van een hotspot. Zo’n mifi-router heeft een eigen simkaart en is vaak een betere oplossing omdat het voorzien is van een betere antenne, soms zelfs een aansluiting voor een externe antenne op het dak van de camper of caravan. Dat levert vooral op afgelegen plekken een merkbaar stabielere verbinding op.

Je kunt natuurlijk ook tv kijken via Canal Digital, maar dan heb je zo’n joekel van een schotel op je dag zitten. Wij hebben een paar oplossingen: telefoon dicht bij het raam en het liefst zo hoog mogelijk, afstand tussen telefoon en laptop beperken en de telefoon tijdens het gebruik van de hotspot opladen. Helpt dat niet dan gaan we een boek lezen of puzzelen en de volgende dag verkassen.

 

Ik moest nog iets uitzoeken, namelijk of het zo is dat camperplaatsen dit jaar minder bezoekers trekken dan voorgaande jaren? Volgens Copilot die het opzoekwerk voor zijn rekening nam is het tegendeel waar: camperplaatsen en campings trekken dit jaar juist méér bezoekers dan vorig jaar. Ik citeer: “Volgens recente analyses van het CBS en kampeerspecialist ACSI is het aantal overnachtingen op Nederlandse kampeerterreinen in de eerste vijf maanden van 2026 met 22,5 % gestegen ten opzichte van 2025. Het aantal gasten nam toe met 18,3 %, en vooral Nederlandse kampeerders zorgden voor die groei — ruim 1 miljoen gasten uit eigen land, een stijging van 20 %“. Nu zijn dat wel cijfers tot en met mei van dit jaar. Voor de Achterhoek telt een iets genuanceerder beeld: In 2026 is het aantal camperovernachtingen in de Achterhoek licht gedaald, met zo’n 3–5 % minder bezoekers dan in 2025. De daling komt vooral door kortere verblijfsduur: camperaars blijven gemiddeld één nacht minder. Geen grote terugval dus, maar meer een kleine dip in het voorseizoen? Ik denk er anders over, gezien de lege plekken die ik overal tegenkom.

vrijdag 7 augustus: @ kötteldiek

Ons weekje weg zit er weer op. Eerst naar het Münsterland waar we ons verbaasd hebben over de rust en de ruimte en een erg mooi plekje hebben gevonden in Horstmar aan de Radbahn Münsterland, een schitterend fietspad. Vervolgens via Bentelo naar Hengelo (G) waar we kennis gemaakt hebben met camperplaats De Vlinder en drie nachten zijn gebleven. Fietstocht gemaakt naar Doesburg waar W het museum Lalique bezocht heeft. Vandaag terug naar de Kötteldiek, W natuurlijk op de fiets. Eindelijk heel prettige temperaturen, zo rond de 20 graden. Afgelopen nacht ook lekker fris. Morgen eerst een feestje, misschien zondag weer op pad?

 

donderdag 6 augustus 2026

een weekje pruttelen - 7: op de fiets naar doesburg

Waarom ik niks vertelde over de band Normaal, vroeg H te Z. Heeft een eenvoudige reden, beste H te Z: Normaal heeft niet veel met Hengelo te maken, alleen het nummer “Oerend Hard“ is op het Hengelse Zand geënt. Het Hengelse Zand is een bosgebied hier in de buurt: "Oerend hard kwamen zij daar aangescheurd, op hun Norton en hun BSA". Bennie Jolink en Jan Manschot richtten de band rond de jaarwisseling van 1973/1974 op. De bakermat van de band lag en ligt in het Achterhoekse dorp Hummelo, de geboorteplaats van frontman Bennie Jolink. In maart van dit jaar hebben we in die plaats het standbeeld van Normaal bewonderd. Nog even voor de volledigheid: de band brak officieel door tijdens hun legendarische eerste grote optreden op Hemelvaartsdag 1975 in het Openluchttheater in Lochem.

donderdag 6 augustus: @ hengelo

“Kun je een route naar Doesburg uitstippelen, daar is een museum dat helemaal opgeknapt is en waar ik graag heen wil?“ was de vraag (of de opdracht) van W. Wist eerst niet welk museum ze bedoelde. Is ook niet verwonderlijk, want voor een stadje van nog geen 12.000 inwoners heeft het een museumaanbod waar menig veel grotere stad jaloers op kan zijn. Ik vergeet even het “kleine spul“, zoals het Ezelmuseum Rozan waaraan je alleen maar op afspraak een bezoekje kunt brengen en Museum De Maurits 1940-1945, een kleinschalig particulier oorlogsmuseum, geen eigen website, wel een facebookpagina. Ik beperk me even tot de wat grotere musea, waarvan we in de afgelopen jaren de meeste wel bezocht hebben. Erg leuk vond ik Streekmuseum De Roode Tooren, dat het verhaal van Doesburg en de omgeving vertelt. Je vindt er archeologische vondsten, stadsmaquettes, historische voorwerpen en een fraaie collectie van industrieel ontwerper Theo Colenbrander. Ondanks verschillende pogingen is het ons nog nooit gelukt de Doesburgsche Mosterd- en Azijnfabriek van de binnenkant te bekijken. Dit is een combinatie van werkende mosterdfabriek, museum en winkel. Je ziet hoe de beroemde Doesburgse mosterd al eeuwenlang wordt gemaakt, bekijkt oude machines en kunt uiteraard proeven. Volgens mij altijd dicht wanneer wij in Doesburg zijn (waarschijnlijk waren we er op zondag of op maandag, of te vroeg of te laat op een andere dag, of het stond - zoals vandaag - gewoon niet op ons lijstje). Een vreemde combinatie is het Openbaar Vervoer & Speelgoed Museum, waar we ooit een keer een regenachtige zomermiddag hebben doorgebracht: een verrassend museum met historische modeltreinen, trams, bussen en een grote speelgoedcollectie. Pas op voor schreeuwende kinderen! Het Zilvermuseum Doesburg in de Martinikerk heeft een bijzondere collectie zilveren voorwerpen, waaronder veel mosterdpotten uit binnen- en buitenland. Je pikt het museum gewoon mee tijdens een bezoek aan de kerk.

W doelde op een nog ander museum en liet de term “internationale topkunst“ vallen waardoor ik op het verkeerde been werd gezet: ik ben dol op oude meesters, maar die moet je niet zoeken in het Lalique Museum. Dit museum draait niet om Rembrandt of Vermeer. Het gaat over een kunstenaar die schoonheid zocht in glas, licht, bloemen, insecten en vrouwenfiguren. Ik lees voor uit andermans werk: “Het museum is volledig gewijd aan de Franse kunstenaar René Lalique (1860-1945), een van de belangrijkste ontwerpers van de art nouveau en later de art deco. Rond 1900 schokte hij de Parijse juwelierswereld door niet de kostbaarheid van het materiaal centraal te stellen, maar de schoonheid van het ontwerp. Glas, email, hoorn en halfedelstenen vond hij vaak interessanter dan diamanten. Daarmee zette hij de traditionele juwelierswereld op zijn kop. Later legde hij zich vrijwel volledig toe op glaskunst en ontwierp hij parfumflacons, vazen, schalen, lampen en zelfs complete interieurs. Zijn werk wordt wel vergeleken met dat van een uitvinder: telkens zocht hij nieuwe technieken en nieuwe toepassingen van glas“. Dat zo'n museum juist in Doesburg staat, lijkt op het eerste gezicht een raadsel. De verklaring ligt niet in René Lalique zelf (hij heeft nooit een bijzondere band met de Hanzestad gehad), maar in Nederlandse verzamelaars die in de loop der jaren een uitzonderlijk grote collectie bijeenbrachten. Rond die verzameling ontstond in 2011 het museum, dat inmiddels is uitgegroeid tot een internationaal erkend kenniscentrum over Lalique en zijn tijdgenoten. De officiële dure naam is dan ook “Stichting Société Musée Lalique Pays Bas“. Tot zover dit museum, kom er later nog op terug.

Kijk zo’n initiatief van mevrouw Nales moet je koesteren en Komoot en ik kwamen er samen wel uit. Het enige probleem is dat - wanneer je een beetje leuk wilt fietsen - je aan de kilometers komt. Voor W is 31 kilometer helemaal niks (voor mij in andere tijden ook niet), maar we leven nu eenmaal niet in andere tijden. Lettend op de wind en de pauzemogelijkheden kwamen zij van Komoot en ik op een route die bestond uit 19,1 km weg, 6,09 km fietspad, 4,30 km pad en 1,47 km straat. Wil je liever de ondergrond? Kan ook: 17,3 km asfalt, 3,93 km verhard, 4,29 km onverhard, 4,18 km kasseien (oeps!) en nog een beetje “onbekend“. Ik beschrijf hier wel de heen en terugweg. Tenminste .... dat was de bedoeling, maar je kent mijn lievelingsuitdrukking "het kan verkeren".

Dus fietsen naar Doesburg! Natuurlijk niet alleen omdat daar een museum is, een mosterdfabriek voor Abraham speelt of een kerk die volgens de beschrijvingen absoluut de moeite waard is (vooral wanneer je daar ook naar het zilver gaat kijken). Het gaat ook om de route heen en terug en om de aantrekkelijkheid van Doesburg zelf, maar dat laatste wisten we al van onze vorige (veelvuldige) bezoeken, we weten allang dat de stad mooi is. De oude straatjes liggen erbij alsof ze gisteren nog door een paardenkar zijn gladgereden. Scheve gevels leunen een beetje tegen elkaar aan, alsof ze elkaar na zeven eeuwen nog steeds overeind houden. We hebben te maken met een oude, trotse Hanzestad. Dat lees je in iedere brochure en elke Doesburggerelateerde website. Doesburg wordt voor het eerst genoemd in een akte die gedateerd is tussen 1053 en 1071. In die tijd bestond de omgeving uit moerassen en zandruggen waarvan sommige bewoond werden. De naam Doesburg duidt ook op een dergelijke omgeving. Volgens taalkundigen waren does, duis en doze benamingen voor een met struiken of bomen begroeid moeras. De toevoeging van het woord burg aan het woord does wijst op een burcht of nederzetting in een dergelijk moerasgebied (bron: Bezoek Doesburg). 

Behalve dat Doesburg een Hanzestad was, was het ook een vesting. Doesburg kreeg in 1237 stadsrechten en groeide uit tot een welvarende stad dankzij de strategische ligging aan de monding van de Oude IJssel in de Gelderse IJssel. De middeleeuwse handel, de functie als vestingstad en vele historische gebouwen typeren het rijke verleden van de stad. Het water is nooit ver weg. Eeuwenlang kwamen hier schepen vol handelswaar aan. Tegenwoordig zijn het vooral plezierjachten en fietsers met elektrische ondersteuning, gewoon de zoveelste verandering in al die eeuwen dat Doesburg bestaat.

De heenweg had wat voeten in de aarde. Zij van Komoot en de familie Nales hadden een meningsverschil over de toegankelijkheid van een “pad“, zo’n parallelgrasbaanstrook langs een watertje met de illustere naam “Grote Beek“; weinig van overgebleven van die beek door de droogte van de laatste tijd, maar dat is weer een compleet ander verhaal. Ik had het idee dat er sinds het uitsterven van de mammoet geen levend wezen meer over het pad gebaterd had, W mompelde iets over “pas gemaaid gras“. Beiden waren we de overtuiging toegedaan dat Komoot het op haar/zijn buik kon schrijven en dat we nevernooitniet over deze parallelgrasbaanstrook langs een watertje met de illustere naam “Grote Beek“ zouden gaan fietsen. Het resultaat van deze beslissing was wel dat we een eind terug moesten (zie het piemeltje rechts op de kaart) en de route werd aangepast tot uiteindelijk 37,2 kilometer. 

We hadden een westenwind kracht 4 en onze heenweg ging inderdaad voornamelijk naar het westen. Voordeel van deze routechange was wel dat we langs Rijkswerkkamp de Wittebrink kwamen. “Begin dit jaar nog langsgefietst“, sprak W en inderdaad heb ik het in mijn blog van 23 augustus 2024 beschreven dus ik volsta vandaag met een foto.

 

We kwamen dus voor dat ene museum, Lalique. Om eerlijk te zijn: W kwam voor dat museum, ik werd met mijn telefoon geparkeerd op een prettig bankje in de winkelstraat (tegenover de Hema). Beweging genoeg gehad en om me nu in een rolstoel tussen de kunst rond 1900 te laten voortduwen en links en rechts een blik te werpen op beroemde vazen, parfumflacons en indrukwekkende sieraden, vind ik nog een beetje te vroeg in mijn tijd. Ik doe het met de observaties van W: “Mooi, een libel blijkt ook een vrouw te zijn, een orchidee verandert ongemerkt in een gezicht en een pauwenveer blijkt uit tientallen ragfijne glaslagen te bestaan“

Terwijl W aan het genieten was, las ik iets over de geschiedenis van Lalique: “De afgelopen jaren heeft het museum […] een enorme ontwikkeling doorgemaakt. Na een ingrijpende restauratie werd de dertiende-eeuwse Commanderij, een voormalig gebouw van de Duitse Orde, onderdeel van het museum. Daardoor beschikt het nu over drie monumentale panden, waarin de middeleeuwse architectuur een verrassend decor vormt voor de sierlijke kunst uit de belle époque. Die tegenstelling werkt wonderwel: eeuwenoude bakstenen muren en flinterdun glas versterken elkaar eerder dan dat ze botsen“.

Natuurlijk moet ik het nog over de mosterd hebben. Iedereen begint erover. Alsof je Doesburg niet mag verlaten zonder een potje mee te nemen “voor in de camper“. Dat is waarschijnlijk ook zo. Maar we halen de mosterd wel bij de super. Mosterd is net als wijn: als je het proeft in een bepaalde omgeving smaakt het totaal anders dan wanneer je thuis zo’n potje (mosterd) of fles (wijn) opentrekt. We hebben dus de mosterdfabriek annex -museum ook deze keer geskipt. Kan je nog sterker vertellen: de beloofde scherpe geur hebben we niet eens kunnen waarnemen, terwijl we er toch vlak langs gefietst zijn. “De scherpe geur uit de oude mosterdfabriek hoort net zo bij de stad als de kinderkopjes en de stadspoorten“, was ons beloofd op de site van de toeristendienst. Huiswerk even overdoen jongens (en meisjes).

De terugreis was één groot feest, want de wind overwegend achter. Met een “viertje“ in de rug is het prettig fietsen. Druk aan de IJssel bij Capfun. Veel Duitsers, maar dat hadden we ook al in Doesburg geconstateerd. Veel mensen en maar weinig IJssel, die stond ernstig laag. Veel “gewoon Achterhoek“ en één keer een veld met onbekend spul. Luzerne, je mag ook Alfalfa zeggen. In beide gevallen is de officiële naam Medicago sativa. Luzerne is Nederlands, Duits en Frans, terwijl Alfalfa de Engelse en Spaanste benaming is. Tijdens de Moorse overheersing van Spanje kwam de plant én de naam in Europa terecht. De plant wordt al meer dan 2.000 jaar verbouwd als veevoer en wordt niet voor niets de “koningin van de voedergewassen“ genoemd. Nog even terugkomend op de naam: als je in de Achterhoek een boer vraagt of hij alfalfa verbouwt, zal hij waarschijnlijk even nadenken. Vraag je of hij luzerne heeft staan, dan wijst hij je zo het perceel aan.

Om vier uur thuis en als je dan een paar minuten wacht zit de vijf in de klok: W een Steenbrugge Blond en ik een Hertog Jan, beide dorstlessend. In de ruststand, verhaal schrijven, Japanse blog van dochter lezen, douches inspecteren en nadenken over de bereidingswijze van de spareribs die we vandaag nuttigen: op de gasgril, in de gasoven of in de elektrieke wokpan. Je ziet dat we grote problemen hebben. Een mooie dag. Morgen zijn we voorlopig uitgeprutteld. W gaat op de fiets naar huis en ik mag de bus aan de Kötteldiek parkeren en dan met een bloedgang naar het museum, want regelzaken. Ik meld me als er wat te melden is.




woensdag 5 augustus 2026

een weekje pruttelen 6: achterhoek (2)

Wat een mens te zoeken heeft in Hengelo (G) was een vraag die van twee kanten binnenkwam. Tja, wil je een kort of een lang antwoord? Laat ik met het korte beginnen: rust, natuur, kleinschalige kampeeraccomodaties. “Hengelo vind je pas leuk als je er bent“, waren de wijze woorden van W. En eerlijk is eerlijk: Hengelo zelf is niet alles, Zou niemand adviseren om alleen voor Hengelo de camper te pakken. Als uitvalsbasis voor een paar dagen fietsen is het prima, maar er zijn in de Achterhoek en het Münsterland aantrekkelijkere bestemmingen. Het dorp heeft prima voorzieningen: telde in het voorbijgaan drie supermarkten, het heeft een Action en een Hema. Wees eerlijk: meer heeft een mens niet nodig. Maar verwacht absoluut geen spektakel. Sommige dorpen schreeuwen om aandacht. Hengelo niet. Het ligt er gewoon. Al eeuwen. Als je komt ben je welkom, kom je niet: even goede vrienden. Hengel (de naam van het dorp op zijn Achterhoeks) ligt er al sinds 963 en misschien nog wel eerder. In dat jaar dook de naam in geschriften op. Lang zelfstandig gebleven, maar in het kader van weer eens een gemeentelijke herindeling is de gemeente Hengelo met een paar buurgemeenten tot de gemeente Bronkhorst samengevoegd. En hoera: Hengelo kreeg het nieuwe gemeentehuis. Een beetje buitenaf, tegenover sportpark 't Elderink, staat het stulpje dat ongeveer 20 miljoen euro heeft gekost. Maar dan heb je ook wat: het gemeentehuis is in 2012 uitgeroepen tot duurzaamste gemeentehuis van Nederland. Op de vakantiekaart staat de rooms-katholieke Sint Willibrorduskerk. Overigens telt Hengelo-dorp nog twee kerken, namelijk de Nederlands Hervormde Remigiuskerk en een vrijzinnig-protestantse kerk..

woensdag 5 augustus: @ hengelo (g)

Kwam vanmorgen tot de ontdekking dat je nog steeds “blocnote“ schrijft en geen “bloknoot“ zoals ik dacht. Belangrijk? Och eigenlijk helemaal niet. De Vlinder liep vandaag bijna helemaal leeg. Toch eens napluizen of het een landelijke tendens is dat camperplaatsen niet gevuld zijn. W appte dat de airco thuis een wonderding is en dat ze volkomen bijgeslapen op de fiets stapte. En na net geen 28 kilometer stapte ze weer af en konden we aan de soep; het was inmiddels middag geworden. Het was een mooie tocht volgens W, maar ze kon niet precies ophoesten wat ze gezien had. “Gewoon de Achterhoek“ was een korte samenvatting.



Ja, we mochten ook samen op de fiets. Boodschappen doen in de metropool die Hengelo heet, wel via een omweg. Niet moeilijk doen: Hengelo heeft nooit de ambitie gehad een stad te worden. Het was eeuwenlang het dorp waar boeren hun inkopen deden, elkaar ontmoetten en op zondag naar de kerk gingen. Veel meer hoefde het niet te zijn. Misschien is dat wel de reden dat het dorp zo prettig aanvoelt. Niemand probeert hier iets te bewijzen. En inderdaad: na onze fietstocht vroeg ik me af wat ik nu eigenlijk allemaal had gezien: een paar kerken, geen verkeerslichten, een paar fijne bankjes onder de bomen (geen gebruik van gemaakt), een inboorling die aan mijn T-shirt kon zien dat ik met de camper op pad was en behoefte had aan een praatje midden in de Aldi. Gewoon de Achterhoek dus. En morgen: morgen stappen we op de fiets en rijden we weg met de gedachte dat we weer een fijne dag hebben.


een weekje pruttelen 5: achterhoek (1)

Of we het niet jammer vonden om het Münsterland te verlaten, wilde G te W graag weten. Het antwoord is volmondig “ja“. Wat we er nu (en vroeger) van gezien hebben staaft onze mening dat het Münsterland een van de meest veelzijdige en verrassende toeristische regio’s van Duitsland is. Ik ving onlangs het woord “picknicklandschap“ op, dat wilde zoveel zeggen als een plek waar stad en natuur naadloos in elkaar overlopen en waar je overal rustige plekken vindt om te genieten van het buitenleven. En dat klopt, het Münsterland staat bekend om zijn uitgestrekte parklandschap: een mozaïek van weiden, houtwallen, bossen, beekdalen en historische landgoederen. Het is een van de kastelenrijkste regio’s van Europa. Er staan meer dan 100 kastelen en paleizen, variërend van imposante waterburchten tot romantische landhuizen. De bekendste route is de 100‑Schlösser‑Route, een 960 kilometer lange fietsroute die vier rondes verbindt langs vrijwel alle kastelen van de regio. Deze wordt niet voor niets de “koningin der fietsroutes” genoemd. En dan kom je meteen bij de kern: het Münsterland is een van de beste fietsregio’s van Duitsland. We komen er ongetwijfeld nog eens terug als mijn grote beurt (doorsmeren en olieverversen graag) achter de rug is. Tot die tijd houden we het bij het iets vlakkere land van bijvoorbeeld de Achterhoek en Twente.

dinsdag 4 augustus: @ hengelo (g)

Het was inderdaad een stopover, dus maar één nachtje Bentelose Esch. Puffend warm was het afgelopen nacht, eigenlijk onverantwoord warm, tot we opeens een aangenaam getik op het dak hoorden, W snel het gat van de bovenluiken wat dichter moest maken en ik net een meter meer afstand moest overbruggen om de schuifdeur te sluiten: heel, heel prettig en vooral welkom buitje dat de temperatuur onmiddellijk een paar graad deed zakken. Zag waarempel vanmorgen vroeg geen bloot lijf meer naast me liggen maar eentje verstopt onder een dekbed. Dat soort temperaturen dus. Wel heel plaatselijk die bui, we hadden verwacht dat hij langs ons heen zou trekken. Vanmorgen om half tien zag de wereld er weer regenvrij uit.

W heeft het even gehad met de hitte en gaat een nachtje doorbrengen naast de airco aan de Kötteldiek. Heeft wat meer moeite met warmte dan ik. Fietsroute voor haar dus aangepast en eindbestemming Lichtenvoorde en niet Hengelo (G). Kon ik mooi boodschappen doen bij de Aldi in Lichtenvoorde, vervolgens wat elementaire zaken van en voor mijn wederhelft droppen op de Kötteldiek en met de puzzelkranten doorrijden naar camperpark de Vlinder. Klein probleempje: als je vergeet om de koelkast met dat handige knopje af te sluiten vraag je om problemen. Kijk maar.

Camperpark De Vlinder in Hengelo (Gelderland) is van Frans en zijn vrouw, beiden camperaars en ze waren er niet vandaag, want op reis (inderdaad met hun camper). Ik werd geholpen door waarneemster Lies (gelooof ik), lief mens die me alle ins en outs van het camperpark heeft laten zien. “Ga met dat brakke lijf van je maar op 39 staan, lekker dicht bij het sanitair“, zo’n type dus. Als je de geschiedenis van de cp gaat bekijken kom je tot de ontdekking dat de eigenaren geen standaard rechthoekig terrein wilden, maar iets met organische vormen dat rust en ruimte uitstraalt. Dat werd het begin van De Vlinder. Die naam heeft puur te maken met de vorm van de cp: de camperplaats is letterlijk aangelegd in de vorm van een vlinder. Dat is geen gimmick, maar een functionele keuze want door de ronde vormen hebben alle camperaars ruime plekken en uitzicht op het landschap. Opvallend zijn de vele bloemenvelden en vlinderstruiken. Volgens de website is het terrein ontworpen als een soort “natuurlijk geheel”, met veel aandacht voor flora, waterbeheer en duurzaamheid. Warm, dat wel: petje van de Avondvierdaagse regelmatig nat maken en op het bolletje zetten helpt. Eigenlijk nog te warm!


Koken voor mij alleen. Vandaag geen bami maar chili con carne. Gemakkelijk in de elektrieke wok: gehakt rullen, uitje en paprika erbij, verdwaald tomaatje toevoegen en uiteindelijk capucijners en maïs mee laten pruttelen. Genoeg voor twee dagen. V: 225.535; A: 225.605. Rijtemperatuur 27 tot 31 graden. Later op de Vlinder nog wat warmer. Uitzitten in de schaduw. En opvallend: de zoveelste camperplaats dit jaar met een lage bezetting. Foto gemaakt vanaf het "terras" van plekje 39.

maandag 3 augustus 2026

een weekje pruttelen - 4: uitgeprutteld in münsterland

Of het normaal is dat er een olifant als herkenningspunt bij een Duitse apotheek wordt weergeven? Het antwoord is ja en nee. De olifant is namelijk geen algemeen Duits apothekerssymbool (dus nee), maar de gouden olifant hoort specifiek bij de Elefanten-Apotheke, een speficieke groep apotheken (dus ja). Er zit wel een interessante geschiedenis achter: vroeger konden veel mensen niet lezen. Daarom hadden herbergen, winkels en apotheken een herkenbaar uithangbord met een dier of een voorwerp: de Leeuw, de Adelaar, de Zwaan of de Olifant. In Duitsland bestaan nog steeds tientallen Elefanten-Apotheken, waarvan sommige al sinds de zestiende of zeventiende eeuw die naam dragen. Ze behoren vaak tot de oudste apotheken van hun stad. Overigens is het officiële symbool van Duitse apotheken tegenwoordig iets anders: de bekende rode Apotheken-"A", ontworpen in 1951.


 
maandag 3 augustus: @ bentelo

Ook in het buitenland stuurt BeterSpellen elke werkdag een test, op maandag zelfs een dubbele. Een “wetertje“ vandaag fout: “vernissage“ met dubbel S. Een “vernissage“ is een opening van een expositie voor genodigden. Het woord komt uit het Frans en is oorspronkelijk de 'vernisdag' voorafgaand aan de tentoonstelling, de dag waarop de kunstenaars nog vernis mochten aanbrengen op hun werk.

Om goed tien uur vertrokken met 26 graden en een uurtje later kwam ik aan op de Bentelose Esch met 28 van die streepjes op de teller. W deed er wat langer over en toen zij tegen half twee het camperterrein opdraaide was het kwik al gestegen tot 30. Ben benieuwd of het wel lekker blijft en dan met name vannacht. Afgelopen nacht viel het nog wel mee: het koelde af naar zo’n 17 graden. Je vraagt je ongetwijfeld af waarom we een punt gezet hebben achter ons uitje in Münsterland. De voornaamste reden is dat het niet vlak genoeg is: mijn lijf heeft ook problemen met kleine bultjes. Dat hebben we gezien tijdens onze tocht naar Burgsteinfurt (vorig blog). Onze wensen: vlak, graag met douche/toilet, op fietsafstand van Horstmar en niet te warm. Dat laatste kunnen we overigens overal op onze buik schrijven gezien de volgende tekst in het Parool: De temperaturen lopen maandag flink op. Het KNMI heeft code geel afgegeven vanwege de hitte en volgens Weeronline kunnen in delen van het land ook enkele onweersbuien ontstaan. Vooral in het zuiden en zuidoosten wordt het tropisch warm met temperaturen tot 33 graden. […] Maanadag is de warmte al vroeg merkbaar. Waar het zondag in de ochtend nog relatief koel bleef, lopen de temperaturen maandag rond 12.00 uur al op tot 30 graden. In het noorden van het land is het iets minder warm“. Nog even overwogen om naar Noordpolderzijl te gaan, maar dat is een tikkeltje te ver.




Je hebt het goed gelezen: het is gewoon de Bentelose Esch geworden. Voldeed aan alle voorwaarden (behalve dan dat hittegeval). Ik kom er graag - vind het elke keer weer iets van thuiskomen en het is een heerlijk rustige plek. W heeft dat thuisgevoel wat minder, maar vond het als tussenstop acceptabel. Geloof dat ik het al eens verteld heb dat De Bentelose Esch is voortgekomen uit een voormalig boerenerf. Op de plek waar nu de kantine staat, liepen vroeger varkens. De camping/camperplaats is dus een typisch Twents voorbeeld van een boer. De cp is opgezet als een manier om op het erf te kunnen blijven wonen, niet als grootschalig recreatiebedrijf. De gouden dagen voor John (da’s de eigenaar) liggen niet in deze tijd van het jaar maar meer in het voor- en naseizoen. Nu (zomervakantie) staat er een halve man en een paardenkop (bijgaande foto is dus absoluut niet van vandaag), maar met de vuurwerkvrije jaarwisselingen kan er geen kip meer bij: elk jaar uitverkocht. Elk naar snel volgeboekt, vooral door gasten met honden of mensen die zelf bang zijn voor vuurwerk. Zo zijn nog wel wat meer “speciale arrangementen“ met kerst en pasen bijvoorbeeld. Nog zo’n “trekker“: in 2023 werd bij De Bentelose Esch het project Rondje Twente gelanceerd, een samenwerking van vijf Twentse camperplaatsen om de regio beter op de kaart te zetten voor camperaars. Deelnemende camperplaatsen zijn allemaal voormalige agrarische bedrijven die hoogwaardige camperplaatsen hebben ontwikkeld. Bij de eerste cp krijg je een stempelkaart en een overzichtskaart met toeristische hoogtepunten. Is de stempelkaart vol dan krijg je een attentie. En ja: wij hebben die al een paar jaar in de tuk.

Even naar Hengevelde voor een paar broodnoodzakelijke boodschappen (inderdaad: ook een half brood) en toen gewoon rust op de Esch. Ook kregen de afwas en onze lijven een schrobbeurt, wel na elkaar (lijven niet samen met de afwas). De sanitaire voorzieningen zijn prima in orde. Beoordeling: 4,56 uit 5, da’s zeldzaam hoog.

 

Het was weer een mooie dag. W was blij met haar Komootfietstocht van 64,3 kilometer (een paar sfeerfoto's eerder in dit verhaal). Dat extra lusje naar de Coöp in Hengevelde van 7,3 km was voor haar een kwestie van twee vingers in de neus. Voor mij gold V: 225.467; A: 225.535. Het werd maximaal 33 graden op de cp. Zon op/onder: 05:56/21:21. En morgen? Morgen is er weer een dag. Ik had al gemeld dat Bentelo een tussenstop is. W fietst morgen naar Camperpark de Vlinder in Hengelo Gelderland en ik mag er met de bus achteraan. We hebben daar voor drie nachten geboekt: vlak, goed sanitair en ach: we wennen wel aan het hitteplan.



zondag 2 augustus 2026

een weekje pruttelen door münsterland - 3: wasserschloss burgsteinfurt

Of er verschil zit tussen Bentheimer en Baumberger zandsteen, wil D te W weten. Kijk: van dat soort vragen wordt een schrijver vrolijk, want je weet dan dat je gelezen wordt. Ja, er is een groot en wezenlijk verschil tussen beide soorten zandsteen. Zal je verwijzingen naar alle websites die ik bezocht heb besparen en je alleen mijn conclusie vertellen: in feite is Baumberger zandsteen strikt geologisch gezien eerder een kalksteen met zandkorrels, terwijl Bentheimer een echte, zuivere zandsteen is. In de praktijk betekent dat dat Baumberger steen vanwege de zachtheid en extreem fijne korrel dé favoriet is voor beeldhouwers. Bentheimer zandsteen is veel te grof en hard voor gedetailleerd precisiewerk. Doordat het bestand is tegen zure regen en vorst, werd het eeuwenlang gebruikt als zware bouwsteen voor monumentale gebouwen (ook wel 'het goud van Bentheim' genoemd). Baumberger steen daarentegen overleeft het buitenklimaat in Nederland en Duitsland vaak slecht. Door opname van water en blootstelling aan vorst schilfert het buiten snel af. Veel oude Baumberger buitenbeelden zijn in de loop der eeuwen helaas 'vrijwel onherkenbaar' weggesleten of moesten naar binnen worden verplaatst. Kwam tot de ontdekking dat er zelfs een Zandsteenmuseum is. In Havixbeck (op een kleine 20 kilometer van Horstmar, richting Münster) worden werktuigen en gereedschappen, typische zandsteenproducten en historische steensculpturen tentoongesteld. Volgens “Geheim over de grens“, een website die de Duitse kant van de grens promoot, richt het museum zich “op de presentatie van het steenhouwersambacht en de werkprocessen in de zandsteengroeve. Zowel de algemene werkprocédés als de bijzondere aard van de Baumbergzandsteen worden toegelicht. Op de binnenplaats van het museum hebben de bezoekers de mogelijkheid om zelf te proberen steen te metselen.“ Foto linksboven in deze alinea is door W gemaakt in Burgsteinfurt. Het gaat om de Kopfstein-Pyramide (Kopsteenpiramide), een bekend sculptuurproject van de beeldhouwer Eckart Grenzer. De foto hieronder laat het museum zien.

Hoe ik het al een paar dagen over het Münsterland kan hebben zonder te refereren aan die bekende vrede, kreeg ik te horen van W te L. De Vrede van Münster van 15 mei 1648 was een beslissend moment in de Europese geschiedenis: het beëindigde de Tachtigjarige Oorlog tussen Spanje en de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden en betekende de internationale erkenning van de Republiek als soevereine staat. Het ging overigens niet alleen over de ruzie tussen Nederland en Spanje: er liepen wat parallelle vredesgesprekken onder andere van de Dertigjarige Oorlog. Münster was een van de twee congressteden (naast Osnabrück) waar Europese mogendheden probeerden een einde te maken aan decennia van oorlog. Hoewel de Republiek formeel geen partij was in de Dertigjarige Oorlog, werd zij toch uitgenodigd omdat haar conflict met Spanje nauw verweven was met de bredere machtsstrijd in Europa. De Vrede van Münster maakte deel uit van het bredere vredescomplex dat bekendstaat als de Vrede van Westfalen, maar was formeel een zelfstandig verdrag tussen Spanje en de Republiek. Zo: weer een lezer tevreden en als je wat meer wilt weten W te L kan bestel je het boek “De Vrede van Münster, Het einde van de Tachtigjarige Oorlog, 1648“ door Arnout van Cruyningen. Hij besteedt in dit overzichtswerk niet alleen aandacht aan de onderhandelingen en het einde van de Tachtigjarige Oorlog, maar ook aan de weerstand van de Oranjes, de geschillen tussen de provincies, de deling tussen de noordelijke en zuidelijke Nederlanden en de andere vredesverdragen in Westfalen.

zondag 2 augustus: @ horstmar

Wakker worden en schrikken. Toen ik met een bak koffie de digitale krant opensloeg (ja ook op zondag is daar nieuws te vinden) was de eerste titel die ik voor mijn neus kreeg Een avondje parenclub: het harembed is voor de ‘spaghettiseks‘“. En dat op mijn nuchtere maag. Heb jij dat nu ook: plaatjes zien wanneer je zo’n titel leest?

 

Even later begon men direct naast ons busje “de kerk op te bouwen“, als je het vorige blog van gisteren gelezen hebt weet je dat het een oecumenisch openluchtspektakel is met ondersteuning van de Posaunenchöre. Alleen al vanwege de klank van dat laatste woord wil je zoiets bijwonen. Even het woord opgezocht en toen bleek dat het traditionele muziekgroepen zijn die in Duitsland nauw verbonden zijn met de protestantse kerk en vaak optreden tijdens kerkdiensten of openluchtbijeenkomsten. Weer wat geleerd. Maar eerst de gebakken eieren, de afwas en het dagprogramma.

 

We kwamen op het idee om naar Burgsteinfurt te fietsen door een (Duitse) video op Youtube. Het vloggende echtpaar had het over Burgsteinfurt. terwijl W steeds de naam Steinfurt gebruikte, dus de relatie moest opgezocht worden. Kwestie van samensmelten van zelfstandige gebieden tijdens de gemeentelijke herindeling in Westfalen in 1975: Burgsteinfurt vormt tegenwoordig samen met Borghorst de stad Steinfurt. Het begon ooit allemaal met een kasteel. Het hart van de plaats is het Schloss Burgsteinfurt, een van de best bewaarde waterburchten van Westfalen. Het eerste bouwsel dateert van 1129 (kan een jaartje eerder of later zijn). Rudolf II von Stenvorde liet op een kunstmatig opgeworpen eiland een versterkte woontoren bouwen. De Aa werd afgedamd en als gracht om de burcht geleid. Al snel volgde een tweede eiland met de imposante Buddenturm, die eeuwenlang het militaire hart van de vesting vormde. De eerste burcht kwam niet door de puberteit: in 1164 werd zij (het is die Burg) tijdens een vete met de heren van Ascheberg grotendeels verwoest. Zoals zo vaak in de middeleeuwen bleek vernietiging slechts een tussenfase: met steun van de aartsbisschop van Keulen werd de burcht herbouwd en verder versterkt. Dat proces ging in de volgende eeuwen langzaam maar zeker verder: de eenvoudige vesting groeide uit tot een indrukwekkend complex. Ga je niet vermoeien met uitstervende mannelijke lijnen en ook de Dertigjarige Oorlog kan me gestolen worden. In de zestiende eeuw kreeg het redelijk vervallen complex nieuw leven. Gravin Walburg van Brederode liet het kasteel restaureren en verbouwen tot een comfortabele adellijke residentie, zonder het middeleeuwse karakter helemaal prijs te geven. Het bijzondere van het Wasserschloss is dat het nog altijd particulier eigendom is en omdat het nog steeds bewoond wordt, blijft een groot deel van het complex voor bezoekers gesloten.

De meeste bezoekers maken een wandeling door de oude stad Burgsteinfurt. Zat er voor mij niet in, maar we probeerden op de fiets het stadje een beetje te bekijken. Rond het kasteel groeide een nederzetting die zich ontwikkelde tot een kleine stad met een opvallend intellectueel profiel. Burgsteinfurt stond bekend als een “Gelehrtenstadt”, vooral dankzij de Hohe Schule, een academie die vanaf de 16e eeuw studenten uit heel Noordwest-Europa aantrok. De Hohe Schule was een mix van gymnasium, hogeschool en theologische opleiding, en speelde een belangrijke rol in de verspreiding van humanistische ideeën in het protestantse deel van Duitsland.

 

Het historische centrum bestaat uit smalle straatjes, vakwerkhuizen en pleinen waarvan de middeleeuwen nog steeds afdruipen en een watermolen maakt het plaatje af. 


Kan altijd heel blij worden van wapens en vlaggen. Deze keer genoten van de wijze waarop de wapens van Burgsteinfurt en Borghorst naadloos samengaan tot het nieuwe uithangbord van de gemeente Steinfurt. Naast de gemeente bestaat er nog een “Steinfurt“, namelijk Steinfurt als naam van het gelijknamige voormalige graafschap dat tot 1806 bestond. De stad Burgsteinfurt was de hoofdplaats van die graafschap, die in het plaatselijke dialect ook wel Stemmert genoemd wordt, maar dat is weer een heel ander verhaal van minstens drie kantjes.



We waren ruim op tijd voor de Gottesdienst die bij ons om 15:00 uur in de voortuin gehouden werd. De jonge predikant kwam stoelen tekort en de Pausanen probeerden tegelijkertijd te beginnen en te eindigen. Dat lukte meestal. Overigens wel veel oude en vooral krakkemikkege kerkgangers. Ik viel niet echt op. Was wel een heel aparte ervaring, maar heb voorlopig genoeg dankjewel en amen gehoord.

We sloten onze tijd in Horstmar af met een taartje (lekker) en een cappuccino (niet te pruimen), beide voor W. Ik hield het veilig en beperkte me tot een (plaatselijk?) biertje.

Wat was het weer een mooie dag. Maximaal zo’n 27 graden. De wind is gedraaid naar het oosten en had voornamelijk kracht 2. Zon: ca. 75 %. De dagen beginnen weer korter te worden, zon op/onder: 05:53/21:20. En morgen? Morgen is er weer een dag. We zijn er nog niet over uit wat we gaan doen: het gaat in deze omgeving erg warm worden.