noordpolderzijl

noordpolderzijl

vrijdag 31 juli 2026

een weekje pruttelen door het münsterland - 1: de aftrap

Heb al een tijdje een deel van het Münsterland op mijn verlanglijstje staan en dan niet Coesfeld of Borken maar wat verder weg: Kreis Steinfurt en Kreis Warendorf. De stad Münster zelf niet, die ken ik van de kerstmarkten en van een slijmbeursontsteking. Dat laatste vraagt misschien wat toelichting. Een jaar of vijfentwintig geleden hebben W en ik een poging ondernomen om op de fiets Berlijn te bereiken. We zijn niet verder gekomen dan Münster omdat ik last kreeg van een slijmbeursonsteking in mijn linker schouder. Er zijn twee dingen erger dan bursitis (zo noemt mijn verpleegkundige familie het kwaaltje) namelijk tandpijn en oorontsteking. Neem van mij aan dat het niet zo gezellig was ’s nachts in de tent en overdag in de buurt van diezelfde tent (echt fietsen was er niet meer bij). Middeltjes van de apotheek werkten niet echt, kreeg uiteindelijk van een buurtentbewoner (een verpleegster) een paar pilletjes naproxen (een ontstekingsremmende pijnstiller maar dan op een dusdanige paardensterkte dat je die niet zonder recept kunt krijgen) en het advies “rusten en ontlasten“, dus niksnie fietsen naar Berlijn: paar dagen rust houden en dan in een aantal korte etappes terug. 

Dan hebben we nog Hemelvaartsweekend 2018 toen mijn schoonmoeder nog graag twee dingen wilde beleven: allereerst het dweilorkestenfestival in Groenlo (geen succes: ga daar niet heen met een rolstoel) en ook wilde ze nog graag één keer naar Münster. Op het parkeren na wel een succes: we kwamen in de stad in een circus terecht dat men daar “Kirchentag“ noemt. Maar Münsterland is meer dan “stad plus omgeving” en handig: direct over de grens met de Achterhoek.

 

“Waarom Münsterland?“ vraag je je misschien af. Niet omdat foldertjes de streek afdoen als “[…] een gebied met een heel eigen karakter: katholiek, landelijk, parkachtig, met waterburchten, boerderijen, pättkes en een sterke oriëntatie op de stad Münster als cultureel en historisch centrum“. Ook niet omdat ik ergens anders las “Het gebied voelt cultureel verwant aan de Achterhoek: nuchter, landelijk, vriendelijk, met een sterke lokale identiteit“ maar omdat in deze regio ooit een trein gelopen heeft van Rheine naar Coesfeld. Inderdaad “ooit“ want inmiddels is het spoor verdwenen en het asfalt (drie meter breed) ervoor in de plaats gekomen: een fietspad dus. Het perfecte terrein voor W en mij: W de gepassioneerde fietser en ik behept met de nodige spoorwegromantiek. W ziet het gladde asfalt waarover je 50 kilometer lang je  fietsbanden kunnen laten zoeven (en het dubbele als je terug fietst). Ik zie dampende stoomlocomotieven die helaas in een denkbeeldige remise moeten blijven staan. Zwei Seelen, zwei Gedanken. Dat het Achterhoeks een beetje (veel) weg heeft van het Münsterländer Platt en het Westmünsterländer Sandplatt is mooi meegenomen, maar heeft geen rol van betekenis gespeeld. Zowel W als ik zijn opgevoed met de Duitse tv en hebben zo in onze jeugd perfect Duits gesproken en uiteraard zijn we opgegroeid met de Mainzelmännchen.

vrijdag 31 juli: @ horstmar

Na een paar min of meer hectische dagen (W verjaarde) en problemen met de juiste schrijfwijze van rattenkruid/rattenkruit/rattekruid/rattekruit werd het tijd om weer eens aan de reizende mens te gaan denken. Overigens: rattenkruit (met een t) is gif tegen ratten en rattenkruid (met een d) is een plant (kruisbladige wolfsmelk); beide woorden hebben een panneNkoeken-N in het midden. Kwam nog zo’n heerlijk Nederlands woord tegen, namelijk “aamborstig“ betekent kortademig of astmatisch. Jarenlang niet gezien. Het is een bijvoeglijk naamwoord dat wordt gebruikt om een moeilijke, zware of piepende ademhaling te beschrijven, vaak gepaard met benauwdheid of hoesten. Schijnt nog regelmatig in de medische sector gebruikt te worden. Het woord is samengesteld uit “aam" (een oude benaming voor adem) en "borst". Mijn moeder gebruikte in dit verband het woord “amechtig“, schijnt ook correct Nederlands te zijn.

Op naar het Münsterland en wel naar Horstmar, omdat we daar een camperplaats (met wat eenvoudige voorzieningen) hebben gevonden met het adres Am Bahnhof 1, dus dichter bij de voormalige stoomlocomotieven kunnen we niet komen. Opnieuw het beproefde concept: W op de fiets en ik met de camper. Beiden een kilometer of 65: W iets minder, ik iets meer. Mijn route liep via Vreden en Ahaus. Die van W trouwens ook maar dan over minder drukke wegen. Als je zo door het Duitse Nordrhein-Westfalen pruttelt zie je bekende en minder bekende namen op de routeborden verschijnen: Coesfeld (bekend), Steinfurt (minder bekend) en dan ineens Horstmar: totaal onbekend. Slechts op een uurtje rijden van de Kötteldiek (met de bus dan, W deed er bijna drie uur over) ligt dat verborgen pareltje van het Münsterland. En als je je dan gaat verdiepen in dat gat (meer is het tegenwoordig niet) word je ondergedompeld in meer dan duizend jaar geschiedenis en blijkt dat Horstmar behoort tot de oudste plaatsen van het huidige Kreis Steinfurt. Het was zelfs eeuwenlang een regionaal machtscentrum. 

De oorsprong van Horstmar ligt in de vroege middeleeuwen. Al in de elfde eeuw stond hier een versterkte burcht van de heren van Horstmar. Rond deze hoogteburcht ontstond een nederzetting die uitgroeide tot een ommuurde stad. De burcht bewaakte belangrijke handelsroutes door het Münsterland en gaf de lokale adel aanzienlijke invloed in de regio. Tijdens de Dertigjarige Oorlog werd het kasteel uiteindelijk verwoest, maar de stad bleef bestaan. Van de oorspronkelijke vesting zijn tegenwoordig nog delen van de gracht, wallen en enkele gebouwen bewaard gebleven. Van de burcht is niet veel meer over, maar dat zie je ongetwijfeld op de foto. 

W had dan wel een monsterprestatie geleverd: mijn benen moesten ook nog even gestrekt worden. Komoot had een leuke kennismakingsroute van zo’n kleine 10 kilometer voor ons gefabriekt. Ja: ons, W moest er ook weer aan geloven, alleen mocht ze nu op de vouwfiets. Klein stukje naar het noorden over de voormalige spoorweg waar een groot aantal bijzondere kunstwerken zijn geplaatst. Bij een nieuwe schuilhut mochten we het spoor verlaten. Het leuke is dat de bouwstijl van de voormalige poortwachterswoningen is gebruikt. Dus ook nadat de spoorsystemen zijn ontmanteld heerst er een spoorsfeer. Helaas geen foto want rustende mensen (Duitsers, kon je zien aan het bier).

Daarna moesten we kennismaken met de burcht en de beroemde Burgmannshöfe. Dit waren versterkte adellijke huizen die rondom de burcht lagen en werden bewoond door de zogenaamde Burgmannen, ridders die verantwoordelijk waren voor de verdediging van stad en kasteel. Ooit waren er acht van deze hoven; vier daarvan zijn nog grotendeels intact. Ze geven Horstmar een uniek karakter dat nergens anders in het Münsterland zo goed bewaard is gebleven. Daarom draagt de plaats nog altijd de bijnaam “Stadt der Burgmannshöfe”

Het historische centrum mocht ook even op ons bezoek rekenen: het oude stadhuis, de gotische kerk van St. Gertrudis en het marktplein vormen samen het hart van Horstmar. St. Gertrudis is een katholieke kerk en Gertrud von Nivelles is de naamgever. Wisselend bewolkt tijdens onze verkenningstocht. Bekijk de foto’s maar die we beiden van de kerk namen: W zag het somber in en ik had weer last van mijn zonnige karakter.


Bij het oude raadhuis vonden we ook een kunstwerk: een voorlezer (of is het een stadsomroeper?), een luisterend kind en een trouwe liggende hond. De beelden zijn gemaakt door een regionale kunstenares (Gertrud Büscher-Eilert) en de poppetjes staan er sinds 1992.

Tegenwoordig telt Horstmar slechts enkele duizenden inwoners en da’s voor de toerist goed te behappen. Alleen: Hostmar is geen toeristische trekpleister. Zoek je dat, dan moet je een deurtje verder, naar Münster of (misschien nog beter) naar Tecklenburg. Een mooie dag. V: 225.393; A: 225.467; rijtemperatuur: 22 - 25 graden. Later tijdens de fietstocht werd het nog een paar graden warmer. Zon op/onder: 05:49/21:23 (gegevens Horstmar). En morgen? Morgen is er weer een dag. We blijven nog een dagje op deze plek. Voor € 10,00 per nacht, inclusief voorzieningen (zelfs stroom en toilet) staan we op een mooie plek. Morgen gaan we fietsen, naar Billerbeck.



zondag 26 juli 2026

de kippenoppascentrale - 8: de kippen moeten het zonder ons doen

Met een laatste citaat uit “Wandelingen door Nederland met pen en potlood. Deel 7: In den Gelderschen Achterhoek. Winterswijk“, Jacobus Craandijk (1884) nemen we afscheid van de kippenoppascentrale en met dat citaat zijn we weer in Kotten terecht gekomen: De buurschap Kotten, waarin wij zijn aangekomen, sedert wij het Woold hebben verlaten, herinnert althans in haar' naam nog aan dit verleden. Wij denken aan de ‘kotten’, de stulpen, door de ‘kotters’ bewoond; wij denken aan den kleinen man, die geen regt had in de Marke, maar als de boerenarbeider dier dagen een hut met een lapje gronds op het gewaarde erf in gebruik had, aan den hoorige aan een der groote scholtegoederen, die welligt zijn vrijheid, - zonder waarde, als zij met armoede en onmagt gepaard ging - prijs gaf voor betrekkelijke veiligheid en een tamelijk zeker, schoon dan ook hoogst bescheiden, stukje brood. Thans zijn 't weêr vrije mannen en ‘kotten’ zien wij er ook niet meer, al zijn 't meest kleine boerenplaatsjes en eenvoudige woningen, die wij voorbij komen. De heide is nog niet geheel ontgonnen en veel van het hout is geveld. Behalve van den landbouw leeft hier de bevolking deels van de weverij voor de Winterswijksche fabrikanten, deels van het maken van klompen en wagenraderen, en met dien arbeid zien wij er velen bezig.“ Onder het plaatje dat in het begin van de alina wordt weergegeven stond: “P.A.Schipperus“, moet voldoende verantwoording zijn voor zo’n oude prent.

zondag 26 juli: @ kötteldiek

De koek (in ons geval: het kippenvoer) is virtueel op, want de landheer (en -dame) komen vandaag terug. Tijd voor ons om de Kötteldiek weer op te zoeken en het busje een (kort?) moment rust te geven. Even een paar dagen pas op de plaats en W in het zonnetje zetten, want jarig dinsdag. Inderdaad: de kaarsjes zijn inmiddels duurder dan de taart (tel ze maar). Om de gemiddelde leeftijd in de straat een beetje te drukken is onze buurvrouw tijdens onze afwezigheid bevallen van een leuk kereltje. Als we ’s nachts wakker worden weten we hoe het komt (dat wakker worden dus, niet dat bevallen). Geen probleem: hoort bij het leven. Foto ooievaar is afkomstig van ene C te L. Overigens een prima moment om te vertrekken: het is zo'n druilerige zondagochtend waarop het landgoed een tikkeltje roestig lijkt te ontwaken na weer een enerverend warme dag en plakkeringe nacht. Temperatuur is behoorlijk gekelderd en tikt de 20 graden net niet aan.


Een laatste gesprek met de kippen en een sopje door het huis en de bus. W houdt van spic en span. Met kleine letters betekent het “brandschoon“, met hoofdletters
(Spic and Span of Spic 'n Span) is het een schoonmaakmiddel dat nog steeds in de Verenigde Staten verkocht wordt. In Nederland werd dit middel onder de naam Spic & Span en Spic-Span rond 1922 op de markt gebracht en werd in mijn “jeugd-en-jonge-jaren“ veel verkocht, we hebben het dan over de jaren vijftig tot zeventig van de vorige eeuw. Volgens Google is het schoonmaakmiddel niet meer te koop in ons land, al kwam ik nog wel een advertentie tegen van een vloerreiniger met die naam.

 

Had een beetje voeten in de aarde om weg te komen: moest allerlei manoeuvres uithalen om de bus van het erf te krijgen (smalle oprit) en mijn benen begonnen te protesteren. Motor uit, half uurtje rust, twee paracetamollen, even diep zuchten en het was gepiept. Had ik vorige week zondag last van het verkeer van de Zwarte Cross, deze zondag ging het een kwartiertje sneller en had ook minder kilometers nodig (geen omweg). We hebben een mooie week gehad op Erve Holthoes, maar het was eigenlijk te kort.


Probeer W warm te krijgen voor een paar dagen Duitsland en wel het stuk achter Coesfeld, Horstmar of zoiets. Maar ik hoorde al mompelen “ik ga niet met 34 graden in die bus zitten“. Dus dat wordt òf alleen op stap òf gezellig thuisblijven de volgende hittegolf uitzitten. Tot dan, of met andere woorden: hasta la proxima!

 

zaterdag 25 juli 2026

de kippenoppascentrale - 7: vliegertje, vliegertje in de lucht....

De oude eik bij boerderij Sieverink in de Brinkheurne heeft de nodige tongen losgemaakt, beter uitgedrukt: de nodige toetsaanslagen opgeleverd, want al het commentaar was digitaal. T te E moest opmerken dat het hierbij handelt om een monumentale zomereik (Quercus robur) van ongeveer 250 jaar oud, geplant tussen 1750 en 1800. De boom stond oorspronkelijk in een houtwal, maar toen die in de 19e eeuw werd opgeruimd, bleef juist deze eik staan, waarschijnlijk omdat hij al zo imposant was. K te Z kon verhalen dat de boom officieel geregistreerd staat als monumentale boom onder nummer nummer 1678358. Wist helemaal niet dat er een “monumentale bomenregister“ bestond. Een beetje speurwerk leverde op dat het gaat om het Landelijk Register van Monumentale Bomen dat wordt beheerd door de Bomenstichting. Dit register bevat bomen die vanwege hun leeftijd, schoonheid, zeldzaamheid of cultuurhistorische waarde als nationaal belangrijk worden beschouwd. Ben je geïnteresseerd? De volledige lijst is openbaar via: https://www.monumentalebomen.nl. De laatste keer dat ik keek stonder er 10.655 bomen vermeld. Ook wist K te Z te vertellen dat in 1975 de bliksem in de eik sloeg, waardoor grote stukken schors werden afgerukt en takken afbraken. Men vreesde dat de boom het niet zou overleven, maar in 1981 werd een boomchirurgische ingreep uitgevoerd. Sindsdien groeide hij weer krachtig en kwam er zelfs 80 cm stamomtrek bij in 35 jaar. Het is maar dat je het weet. Bijgaand plaatje is gemaakt door WeeJeeVee en als ik vermeld “Eigen werk, CC BY-SA 4.0“, dan mag ik ongetwijfeld gebruik maken van de fotokunsten van WJV.

Wat we tegenhadden op een Schützenfest, vroeg G te H zich af. Zij vindt een Schützenfest een van de meest typische en geliefde tradities in Duitsland en juist die feesten net over de grens, met een mix van folklore, muziek, competitie en dorpsgemeenschap maken een Schützenfest echt een Schützenfest: Vogelschießen en wie het laatste stuk van de houten vogel naar beneden haalt, wordt Schützenkönig, eigenlijk hetzelfde als aan onze kant van de grens. Iets meer Duits is de optocht met marsmuziek, trommelaars, fanfares, vlaggendragers en het liefst veel traditionele uniformen. Volgens W is het hart van een Schützenfest de biertent met bratwurst en livemuziek. Een paar jaar geleden hebben we kennisgemaakt met zo’n feest in Barlo waar we toevallig op de fiets passeerden. W vond het niet gepast dat knullen van een jaar of 14 met een geweer over de schouder met grote pullen bier aan het sjouwen waren. Liepen ze er alleen maar mee, er werd ook behoorlijk van gedronken. Andere Länder, andere Sitten?

H te G meldde dat hij was begonnen aan het wandelverhaal uit 1884 dat ik in het vorige blog noemde. Hij was maar gestopt want hij kon echt geen natte dromen krijgen van teksten als “Hoog geboomte hebben wij hier dus niet te wachten, maar in den glans der avondzon en met de frischheid, die een regenachtige zomer aan de schrale zandgronden schenkt, ziet alles er vrolijk en opwekkend uit“. Ik sta dan heel anders in het leven wat betreft deze staaltjes van taalkunst, al vind ik “natte dromen“ een beetje overdreven. Doet me teveel denken aan zin die ik vorige week ergens gelezen heb: Door de regen ziet het er nu vooral uit als een openluchtcatalogus voor waterdichte kleding“. 

Over taakkunst gesproken! Nog eentje dan, nog eentje dan .... (uit hetzelfde artikel): Al stond de heerlijkheid Bredevoort, waartoe Winterswijk in vroeger eeuwen behoorde, sedert 1326 onder de heerschappij der Geldersche hertogen, de bevolking heeft hetzelfde Saxische bloed als die van Twenthe in de aderen. Zeden en gebruiken, levenswijze en bouwstijl, bleven, evenals de taal, in menig opzigt overeenkomen met die der Overstichtsche naburen, van wie zij wel door den loop der gebeurtenissen werden gescheiden, maar met wie zij door stamverwantschap waren verbonden; en bij de taaije levenskracht van het oude in die afgezonderde landstreken, kon het eigenaardige niet worden uitgewischt door de willekeurige en toevallige verdeeling van het groote Twentsche grondgebied onder verschillende meesters“. Voor dit soort teksten mogen ze me ’s nachts wakker maken.

zaterdag 25 juli: @ kotten

Een snelle blik naar buiten bij het wakker worden (het liep al weer richting negenen) deed mijn vermoeden van eerder staven: vandaag helpt de zon weer enthousiast en ouderwets mee om de hele wereld verder uit te drogen. Iets nieuws in het droogteverhaal: de sluizen in het Twentekanaal gaan vandaag dicht en zullen nog wel een tijdje gesloten blijven. De foto van het sluiscomplex van Eelde is van de hand van Wilco van Dijen en is afkomstig uit de Tubantia. Het plaatje was voorzien van de volgende tekst: “De sluizen bij Eefde die toegang geven tot het Twentekanaal blijven vanaf zaterdag dicht voor scheepvaart. Dat heeft de Rijksoverheid besloten om te voorkomen dat er door de aanhoudende droogte onherstelbare schade ontstaat aan waterkeringen, de bodem en natuur rond het kanaal.De reden volgens Rijkswaterstaat: “Op het traject Almelo-De Haandrik moet het waterpeil minimaal 9,10 meter boven NAP zijn. Daaronder bestaat het risico dat de kade, die ook als waterkering dient, verzakt. Omdat het waterpeil onder deze grens dreigt te komen, wordt al het beschikbare water ingezet om het peil op niveau te houden. Daardoor is er voorlopig geen ruimte om schepen door de sluizen te laten.“

De koelkast is leeg en omdat op het parkeerterrein van de supermarkten in Oeding kermisattracties staan, boodschappen doen in Winterswijk, waarvan Jacobus Craandijk meldt Voor het eerst wordt Wintereswick in de elfde eeuw genoemd als een hof, aan het St. Mauritsstift te Munster behoorende. Maar mag het reeds op een bestaan van minstens negen eeuwen bogen, de geschiedenis weet er niet veel van te verhalen. De oude ‘papieren’ zijn in oorlogstijden vernield of door onverschilligheid zoek geraakt; welligt ook, waar er nog bestaan, worden zij angstvallig verborgen gehouden.Overigens had Winterswijk in 1884 (toen deze tekst het levenslicht zag) 2400 inwoners verdeeld over 600 huizen.

De opdracht die W gaf was een route in elkaar te knutselen waarbij we een ijsje konden nuttigen bij Bella Clara, een blik konden werpen op de voormalige camping de Knuver in Henxel, een biertje konden nuttigen bij vliegveld Vreden en een bak kwetsen konden scoren bij scholtenengoed Hesselink. Het werd een mooie afwisselende route van 26 kilometer. Eigenlijk net te lang voor mijn fragiele lijfje.

 

IJsboerderij Bella Clara is geen aparte boerderij, maar de ijs‑ en streekproductentak van Boerderij te Winkel in Huppel bij Winterswijk. Alles wat “Bella Clara” heet, komt dus van familie Te Winkel, die op hun melkveehouderij een eigen ijskeuken en boerderijwinkel runt. Het toverwoord is dan “ambachtelijk roomijs“, bereid met melk van eigen koeien, aangevuld met roomboter en slagroom. W was behalve in roomijs geïnteresseerd in wc-deuren. Bewonder bijgaande foto maar.


Op de plek waar jarenlang Camping De Knuver gehuisvest was is nu Residence Winterswijk gevestigd. Winterswijk is weer een huisjespark rijker. Niet meer zo interessant in tegenstelling tot het Fürstenbusch net aan de andere kant van de grensovergang bij Henxel. Fürstenbusch is een van de meest karakteristieke bosgebieden in het Winterswijkse grensland. Het bos is genoemd naar de Fürsten, de prins‑bisschoppen van Münster, die hier eeuwenlang grote landerijen bezaten. Het Fürstenbusch bestaat uit een mix van oude eiken, beukenlanen, naaldhoutpercelen en jonge aanplant. Op een bepaald moment nam W twee foto’s: één richting oost en de volgende richting west. Zie je verschil? Ik niet.

Het is al een paar jaar geleden dat we het laatst op vliegveld Stadtlohn‑Vreden geweest zijn. Volgens mij de laatste keer toen we een lekke bank hadden opgelopen op de vele steenslagpaden in de omgeving. In die tijd was er nog veel commotie over het vliegvled, maar daarover zo wat meer. De geschiedenis van de Flugplatz begon in in de jaren zestig, toen het initiatief voor een vliegveld in de regio werd genomen door de Verein zur Förderung der Luftfahrt. Deze vereniging wilde een vaste basis creëren voor sportvliegers, zweefvliegers en kleine motorvliegtuigen. In deze periode ontstond het eerste terrein, nog bescheiden van omvang en vooral gericht op recreatieve luchtvaart. Op 30 maart 1970 verkocht de vereniging het vliegveld aan de Flugplatz Wenningfeld GmbH, waarmee een nieuwe fase begon. Het vliegveld werd verder ontwikkeld en geprofessionaliseerd waardoor het terrein ook aantrekkelijk werd voor zakelijke gebruikers. In de jaren zeventig en tachtig werd het vliegveld met steun van de deelstaat Nordrhein‑Westfalen aanzienlijk uitgebreid. Er kwamen hangars, verbeterde voorzieningen en uiteindelijk een verharde start‑ en landingsbaan met nachtverlichting. Deze modernisering maakte het vliegveld geschikt voor intensiever gebruik en trok bedrijven aan die zich specialiseerden in onderhoud en reparatie van vliegtuigen. Daarmee werd het vliegveld een regionaal centrum voor luchtvaarttechniek. We maken even een sprongetje naar het eind van de vorige eeuw. Vanaf 1995 kwamen er steeds meer vliegtuigen met propellerturbines en jetmotoren naar Stadtlohn‑Vreden. In 1996 werd de baan verlengd tot 1080 meter, een belangrijke stap richting Europese luchtvaartnormen. Er waren serieuze plannen om de baan nog langer te maken namelijk 1.800 meter. Dat is geen willekeurige lengte: een baan van 1.800 meter maakt het mogelijk om veel grotere zakenvliegtuigen en regionale verkeersvliegtuigen te ontvangen dan op de huidige baan mogelijk is. Bovendien is 1.800 meter in de regelgeving een belangrijke grens voor vergunningen en milieubeoordelingen. Er werd behoorlijk geprotesteerd, met name aan de Nederlandse kant van de grens. De baan werd uiteindelijk verlengd tot 1200 meter en daarmee was de rust teruggekeerd. De baan van asfalt is lang genoeg om gebruikt te worden door sportvliegtuigen, zweefvliegtuigen, privé- en zakenvliegtuigen. Daarnaast vind je er ook vliegopleidingen. Grote vliegtuigen kunnen nog steeds niet landen en dat was het uitgangspunt van alle protesten.


De rest van de middag brachten we min of meer in gezapigheid door. Nou ja ik dan: W probeerde nog een kant van de bus te fatsoeneren en dat is aardig gelukt. Ook heeft ze nog gekeken of ze wat interessants in Oeding op de gevoelige plaat kon vastleggen: niet gelukt. Ik had genoeg aan de tour en toen die was afgelopen en W ons erf opnieuw gevonden had, werd het tijd voor een plons in de zwemvijver en een afspoelbeurt onder de buitendouche. Oeps: net op tijd mijn gehoorapparaten uit. Van de tien foto’s zijn er maar twee door de ballotage gekomen en mijn lijf was niet mooi genoeg (of te bloot, dat kan ook). Neem aan dat je je er iets bij kunt voorstellen. Een mooie dag. Warm, 29 graden en wisselend bewolkt. En morgen? Morgen is er weer een dag. Kan zijn dat we hier nog een dag blijven, maar dat is afhankelijk van het weer. We melden ons!



vrijdag 24 juli 2026

de kippenoppascentrale - 6: een relatieve rustdag

W te H appte me met de vraag waarom het woord asymmetrisch het niet gehaald had in het vorige blog, immers zo'n vervelend exemplaar dat hij die dag maar een score van 75 % had. Ik ook trouwens! Dus op verzoek de taalles van vandaag. Bij 'asymmetrisch' (niet-symmetrisch) staat geen streepje achter de a (mijn fout). Beter Spellen aan het woord: “Het woord 'symmetrie' komt via Frans en Latijn uit het Grieks (symmetria = maatovereenkomst) en heeft waarschijnlijk in de 18e eeuw in Frankrijk de huidige specifieke betekenis gekregen (vormovereenkomst aan weerszijden van een spiegelas)“.

R te K fluisterde in mijn oor dat de gemeente Winterswijk de afgelopen jaren veel heeft geïnvesteerd in het vastleggen van de identiteit van haar buurtschappen. Over Kotten verscheen in 2026 een uitgebreid erfgoedrapport met de poëtische titel 't Is, of alles hier droomt en tot droomen uitlokt. Daarin wordt Kotten niet alleen beschreven als een agrarisch gebied, maar vooral als een buurtschap waar landschap, grensgeschiedenis, spoorlijn, oude erven en gemeenschapszin samen een bijzonder geheel vormen. Het rapport is hier te lezen, maar bedenk wel dat het 188 bladzijden lang is en een beetje taaie kost. Veel interessanter vond ik het artikel dat het uitgangspunt was voor de titel van het rapport. De tekst is terug te vinden onder de titel “Wandelingen door Nederland met pen en potlood. Deel 7: In den Gelderschen Achterhoek. Winterswijk“. Geschreven in 1884 door Jacobus Craandijk. Maar ook dit artikel lees je niet in een kwartiertje uit. Je merkt dat ik me absoluut niet hoef te vervelen.

Kreeg laat op de avond - nadat ik mijn blog al had gepubliceerd - nog een paar leuke foto’s van de ambachtsdag van het Achterhoeks Openluchtmuseum in Lievelde. Natuurlijk wil ik je die niet onthouden. Zo’n 550 bezoekers zijn de kassa gepasseerd. Nog even en we kunnen niet meer “veilig“ over het terrein lopen omdat je voortdurend in de nek wordt geprikt door iemand met een selfiestick. Wel fijn dat steeds meer mensen ons museum weten te vinden. Ben benieuwd waar de bezoekersteller stopt op het eind van het jaar.






Gisteren al geplaatst, maar zonder begeleidende tekst omdat ik al voldoende stof had: een foto van olifantengras. Mijn broertje houdt van Latijnse namen en zou het miscanthus noemen. Wat voor naam je er ook aan geeft, het is een snelgroeiend gewas dat steeds belangrijker wordt in duurzame landbouw en energieproductie. Op de foto kun je zien dat het al behoorlijk aan het groeien is. Het kan nog hoger, tot zo’n vier meter. Een ideaal gewas voor de Achterhoek, het groeit namelijk op arme grond en heeft weinig mest of bestrijdingsmiddelen nodig. Volgens de boekjes is het daardoor een milieuvriendelijke gewas “met een lage ecologische voetafdruk“. Olifantengras wordt gebruikt voor biomassa, biobrandstof, isolatiemateriaal, strooisel en zelfs bioplastics. Het gewas legt veel CO₂ vast, waardoor het interessant is voor klimaatprojecten. Boeren waarderen het omdat het meerjarig is: één keer planten, daarna jarenlang oogsten zonder intensief onderhoud.

Tenslotte nog even iets over die pruimachtigen die we in de Achterhoek kwetsen noemen. Net over de grens heten ze Zwetschgen. We hebben het dan over een oud Europees fruit dat vooral in Duitsland en Oostenrijk geliefd is, maar ook in Oost‑Nederland weten we dit dieppaarse pruimpje te waarderen. Het bakje dat W gisteren meebracht hebben we in een paar minuten leeggegeten, anderen gebruiken de vrucht liever voor taarten, jam, compote en chutney. Het grote voordeel is dat het vruchtvlees zich makkelijk van de pit laat losmaken. Bij de bakker in Oeding (aan de andere grenskant van Kotten) kun je Zwetschgenkuchen krijgen, maar ik kan me ook voorstellen dat het een ideale basis is voor het illegaal stoken van een brandewijntje. Hebben we het dan niet over slivovitsj of slivovitz? Toch maar weer eens op reis naar de Balkan.

vrijdag 23 juli: @ kotten

Een rustdag. En wie W een beetje kent weet dat we dan aan de bak moeten. Rustdag is geen synoniem voor kiepstoeldag. Een veel-fietskilometersdag komt dichter in de buurt. Geef toe dat het bij mij qua slaap wel een rustnacht was: van 11 tot 9; gekker moet het niet worden. “Hij zal het wel nodig hebben gehad“, zou mijn moeder zeggen en die kon het weten. Geen haast deze ochtend want het weer was wat “motterig“, het regende niet echt maar er kwam genoeg water naar beneden om langzaam maar zeker goed nat te worden op de fiets. Zat niets anders op dan te wachten tot de voorruit van de bus liet zien dat er geen vocht meer in de lucht zat en tegen twaalf uur was dat het geval (zie foto).

 

Had van W de opdracht gekregen om een route van zo’n 20 kilometer (ongeveer mijn fysieke max) te ontwerpen door het grensgebied met (bijna) op het eind de bakker in Oeding voor “wat lekkers“. Komoot en ik regelen dat graag voor haar. Paar highlights aanklikken en we zijn weer een paar kilometer verder. Het werden er 23, net te doen. Het eerste waypoint werd gevormd door het Sievering, een kolossale boerderij die van oorsprong geen scholtengoed is maar een klein keuterboertje in de buurtschap Brinkheurne. De oudste vermelding is van 1651, met de geboorte van een dochter. Maar qua grootte en bouw van de boerderij heeft het wel de allure van een scholte. Het is een boerderij waar het boerenbedrijf al jarenlang niet meer centraal staat, maar plaats heeft gemaakt voor het eekschillen (eik) voor de leerlooierij en rad/wielen maken voor de boerenkarren. Foto in deze alinea is van de oude eik die in het weiland tegenover de boerderij staat; volgens mij de enige boom van Winterswijk die een eigen fototentoonstelling gehad heeft: in 2018 legden 24 fotografen de boom vast in een boek en expositie, als eerbetoon aan “de oudste boom van Winterswijk”.

Een eind verder lag onze grensovergang, een oude grensovergang in een nieuw jasje: het Torfpad (ook geschreven als Törfpad, Törfweg of Törfpadje). Oud vanwege het feit dat de overgang er al eeuwen ligt, nieuw vanwege het feit dat 15 oktober 2018 de laatste 250 meter aan Nederlandse zijde werd geopend die de verbinding vormde tussen de Vennweg in Burlo en de Kuipersweg in Kotten en die meters kregen daarbij een eigen naam: Torfpad. De naam is Duits. "Torf" betekent turf. Het pad ontleent zijn naam aan de turfwinning in het grensgebied van Kotten, Burlo en het Wooldse Veen. Het ligt in een gebied waar eeuwenlang veen werd afgegraven en turf werd gestoken voor brandstof. Het is wel een compleet cultuurverschil wanneer je de grens bent overgestoken: van landbouw ga je ineens over naar min of meer woeste grond, kijk maar naar bijgaande foto.

We mochten ook nog een klein stukje fietsen over de Borkense Baan, dat voormalige spoorpad tussen Borken en Winterswijk. Ik weet dat ik je er al een paar dagen mee geplaagd heb, maar als je het verdict weer tegenkomt kun je er niet om-, alleen maar overheen. De website van de lokale vereniging Burlo schrijft hierover het volgende: "1880 - De spoorlijn Winterswijk - Gelsenkirchen-Bismarck wordt geopend. De route liep over het Borkenwirther-gebied van noord (Nederlandse grens) naar zuid (Gemenwirthe). Bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog werd de route gesloten voor grensoverschrijdend passagiersverkeer. 1898 - Burlo krijgt een eigen treinstation, dat tot 1914 van nationaal belang was. De treinen en wagons stopten hier op hun reis tussen Gelsenkirchen en Amsterdam voordat de verbinding in 1996 volledig werd afgesloten“.


Ook interessant in dit gebied is het Kommiezenpad. Ook hierover heb ik in het verleden al het nodige verhaald. Korte samenvatting: het Kommiezenpad bij Kotten is een prachtig stukje grensgeschiedenis in het landschap tussen Winterswijk en Burlo. Het is een oude douaneroute, gebruikt door Nederlandse en Duitse kommiezen (grenswachters) die vanaf de 19e eeuw tot ver in de 20e eeuw de grens bewaakten. Ze patrouilleerden langs de grens om smokkel tegen te gaan en hadden als taak reizigers, boeren en handelaren te controleren en liepen vaste rondes langs zandpaden, steegjes en bosranden. Het was een soort “spelletje“ tussen kommiezen en smokkelaars: boter, koffie, tabak, textiel, zelfs vee ging clandestien de grens over. De kommiezen kenden elke boer, elk erf en elk sluippad; de smokkelaars waren op de hoogte van het doen en laten van de grensbewakers. Die tijd ligt achter ons: het Kommiezenpad is nu een wandelroute door een van de mooiste stukken van Kotten. Waarbij je oude grenswallen, scholteboerderijen en restanten van douanepaden ziet.

Onze voorlaatste highlight vormde de Oossinkhoeve in Kotten (foto komt van de Boerderijstichting Winterswijk, wij konden niet dichtbij komen). Het is een van de oude, karakteristieke scholteboerderijen in het grensgebied. Het heeft - net als alle andere scholteboerderijen - dezelfde historische structuur: een groot erf, meerdere bijgebouwen, akkers rondom het huis en een lange geschiedenis van hofhorigheid onder Bredevoort. In het rapport dat ik aan het begin van dit document aanhaalde ('t Is, of alles hier droomt en tot droomen uitlokt) wordt Kotten beschreven als een streek met grote scholtegoederen, hofhorigheid, oude paden en een landschap vol houtwallen en boerderijen. Een citaat dat dit mooi vangt: “Overal liggen boerderijen in het hooge hout, met hun bouwvelden en weilanden, hun schuren en arbeiderswoningen. [....] ’t Zijn meestal kloeke gebouwen, goed onderhouden en van welvaart getuigend.” Dat is precies het soort erf waar de Oossinkhoeve onder valt.

Een binnendoortje via de Italiaanse Meren bracht ons naar Oeding waar sprake was van één grote vlaggenparade, immers Kirmess komend weekend. De kermis vindt dit jaar plaats van 25 tot en met 27 juli 2026. Dit driedaagse volksfeest is gecombineerd met het lokale Sankt Jakobi-Schützenfest, Heb me laten vertellen dat het ophangen van vlaggen (het zogenaamde "Flaggen hissen") een diepgewortelde traditie is in de regio waarmee de buurtbewoners het schuttersfeest officieel inluiden. Groen en wit zijn de clubkleuren van de schuttersvereniging. Weet niet of we nog wat meekrijgen van dit volksfeest, dat in Duitsland meestal uit Bier und Bockwurst bestaat. 

Wij hadden in Oeding een ander doel, namelijk bakkerij Späker, een vrij grote bakkerij in deze omgeving: hoofvestiging in Weseke en een vijftal filialen, o.a. in Oeding. Volgens W heeft Feinbäckerei Späker de lekkerste Torte. Had gehoopt dat het iets met Zwetschgen zou zijn, maar ze koos de veilige kant: Apfeltorte. Inderdaad “lecker“ bleek later.

Op tijd terug voor de Tour: de Alpe d’Huez opbeuken wil je toch niet missen? Wij fietsten 23 kilometers, de renners hadden een iets langer en wat lastiger parcours. Wij namen trouwens genoegen met een temperatuur die maximaal 23 graden werd en een windje met kracht 1 uit het noordwesten. Dat deed zijn best om ons van de weg te blazen maar het bleef bij pogingen. Zon op/onder: 05:42/21:35 (gegevens Kotten). Terwijl ik naar de tour keek kon W mooi de linkerkant van de bus opkalefateren. En weer een mooie dag. En morgen? Morgen is er weer een dag. Het schijnt warm te worden, dus misschien ons programma aanpassen? Je hoort van ons.