noordpolderzijl

noordpolderzijl

vrijdag 3 juli 2026

bootje varen - ijsje eten - 3: het uitzwaaigebeuren

Had het gisteren over “weetjes“ in de Nederlandse spelling. Wil nog even één voorbeeld geven, namelijk het woord “trukendoos“. Hoewel je "truc" met een c schrijft, is "trukendoos" met een k. Als je "trucendoos" schrijft, zou je de c als een s uitspreken, zoals bij "cent" en "cel". Het verkleinwoord van truc is trucje en het meervoud is trucs (of truken). Logisch toch als je het doorhebt?

 


Vandaag ruilen we Borculo in voor Harreveld en dat terwijl ik nog maar weinig over dat plaatsje (sorry “stadje“) verteld heb. Lang voordat de Dommerholtjes Borculo onveilig gingen maken (zij verschenen pas in de negentiende eeuw op het Borculose toneel en ook lang voordat Borculo een gemeente werd, maakte het deel uit van de eeuwenoude Heerlijkheid Borculo. Binnen dat kleine landsheerlijke gebied lagen de boerderijen als eilanden in een zee van akkers, weilanden en houtwallen. Ook het erf Dommerholt behoorde tot die wereld, al was er toen nog geen sprake van die naam. De bewoners leefden onder het gezag van de Heer van Borculo, betaalden hun lasten, namen deel aan het markebestuur en bewerkten dezelfde grond die vaak al generaties lang in gebruik was. Eigenlijk was de Heerlijkheid Borculo een eeuwenoud, nagenoeg onafhankelijk staatje in de Achterhoek dat in 1375 stadsrechten verwierf. De heerlijkheid ontstond rond de 11e en 12e eeuw bij het kasteel Het Hof, dat ten oosten van de huidige stad lag. Naast de stad Borculo hoorden ook Eibergen, Neede, Geesteren en Lichtenvoorde tot de bezittingen. Opvallend is de positie van Grol (Groenlo) als je naar bijgaande landkaart uit 1741 kijkt. Na de heren van Borculo kwam het gebied in 1360 in handen van de familie Van Bronckhorst. De bezitsverhoudingen waren nogal ingewikkeld: de Bronckhorsten dienden de hertog van Gelre, maar Borculo zelf was een leen van de bisschop van Münster. Daardoor was het niet altijd pais en vree in dit gebied. De regio werd zwaar getroffen door oorlogen en rampen, waaronder een verwoestende stadsbrand in 1590. De machtige heerlijkheid, inclusief kasteel Het Hof, werd in 1777 aangekocht door prins Willem V, waardoor koning Willem-Alexander nog altijd de titel "Heer van Borculo" draagt.

In de negentiende eeuw, toen de familie Dommerholt in beeld kwam, was Borculo niet meer dan een gat, een kleine plattelandsgemeente waar het ritme van de seizoenen het leven bepaalde. De boerderijen lagen verspreid over de buurtschappen, verbonden door zandwegen die in de winter nauwelijks begaanbaar waren. Het land bracht niet altijd overvloed voort, maar met hard werken en zuinig leven wist men een bestaan op te bouwen. De tijd kabbelde voort. Borculo kende een aantal ingrijpende gebeurtenissen. De stormramp van 10 augustus 1925 is wel de meest bekende staat nog altijd in het collectieve geheugen gegrift. In enkele minuten veranderde een groot deel van de stad in een puinhoop. Huizen stortten in, kerktorens werden beschadigd en vele gezinnen verloren hun bezittingen. Ook de boeren in het buitengebied werden getroffen door vernielde schuren, omgewaaide bomen en beschadigde gewassen. 

Wil je meer weten over Borculo en zijn geschiedenis bezoek dan de website van de Stichting Stad en Heerlijkheid Borculo. De Stichting is een historische organisatie in het gebied van de (voormalige) gemeenten Borculo, Eibergen, Neede en Lichtenvoorde. Deze gemeenten hebben eens gedurende kortere of langere tijd deel uitgemaakt van de heerlijkheid Borculo, inderdaad: ook Lichtenvoorde.

vrijdag 3 juni: @ harreveld

Vandaag nemen we afscheid van de geur van kuilvoer. Vroeger noemden we dat persvoer, maar kan zijn dat dat niet helemaal hetzelfde is. Wacht wel op een echte boer die reageert. Hoe ruikt kuilvoer? Omschrijf het maar eens. Iets van: “fris, lichtzuur en ietwat zoetig“. Het is in ieder geval een heel apart geurtje. De camperaar naast me had het over “suikers in het gras die door melkzuurbacteriën worden omgezet in zuren“. Het zou zo maar kunnen. Zeker is dat het niet ruikt naar rot of schimmel. Vraag me alleen af waarom dat bij kuilvoer, zoals op bijgaande foto, wordt gesproken over "silobanden" terwijl het toch overduidelijk autobanden zijn.

Op naar Harreveld. Inderdaad: opnieuw. Een kleine maand geleden waren we er met het busje om de 73e verjaardag van W te vieren. Deze keer parkeerden we Puzzel voor een avond en een nacht om afscheid te nemen van zoon en kleinkinderen die over een paar dagen hun vrouw en moeder achternavliegen. Trefpunt: ergens in Indonesië. Wat anders dan de afspraak “donderdagmiddag om 15:00 bij de kerk van Vichy“ die we ruim 50 jaar geleden eens maakten met vrienden op onze eerste grote reis naar het buitenland. Je kon toen nog parkeren op het kerkplein met de 2CV. Denk niet dat dat tegenwoordig nog kan. Puzzel kan goed staan op “Erve Zoon“. Hadden liever op zaterdagavond afscheid genomen maar helaas: kleinzoon op voetbalkamp en beide dames verplichtingen elders. Alleen van zoonlief afscheid nemen is ook niet alles, volgens W. Dus vandaag maar naar het nageslacht anders zien we ze in maanden niet. Beetje rustig aan vanmorgen want geen haast. Ontbijten met het laatste brood dus een gebakken eitje met kaas erop om het weg te krijgen. Afwas wegwerken (W), één fiets in het achteronder, gaskraan dicht, stroomkabel inrollen en stoelen omdraaien. Geloof dat ik dan alles wel benoemd hebt. Oeps: bijna het matje laten liggen. W op de fiets. Eerst maar naar de Kötteldiek in verband met de zaterdagkrant. We waren daarvoor een beetje aan de vroege kant, het bleek nog steeds vrijdag te zijn. Boodschappen inslaan voor het etentje van vanavond en W even wat platte rust. Afbeelding in deze alinea is het wapen van de familie van Dorth, een aantal jongens en meisjes die een belangrijke rol in het dorp hebben gespeeld. 

Harreveld is één van de kerkdorpen van Lichtenvoorde en de twee plaatsen zijn al eeuwenlang nauw met elkaar verbonden. In de middeleeuwen maakte Harreveld deel uit van de Heerlijkheid Lichtenvoorde. De afgelopen dagen brachten we door in de Heerlijkheid Borculo, nu dus in een een andere. Een heerlijkheid was in de middeleeuwen een gebied waar een heer bepaalde rechten bezat, zoals het recht om recht te spreken, belastingen te heffen en bestuurders aan te stellen. Als ik helemaal volledig moet zijn moet ik vertellen dat Lichtenvoorde pas in de 17e eeuw een zelfstandige heerlijkheid werd. Daarvoor maakte het deel uit de van de heerlijkheid Borculo, al vormde het daarbinnen wel een eigen voogdij (een gebied met een beperkt eigen bestuur).

De Heerlijkheid Lichtenvoorde omvatte niet alleen het huidige dorp Lichtenvoorde, maar ook de buurtschappen Harreveld, Lievelde, Vragender en Zieuwent. De oorsprong van de heerlijkheid gaat terug tot de dertiende eeuw. Rond deze tijd werd het kasteel van Lichtenvoorde gebouwd, dat uitgroeide tot het bestuurlijke centrum van het gebied. Van het kasteel is alleen nog het Richtershuis, het voormalige koetshuis over (foto onder deze alinea). De heren van Lichtenvoorde waren leenmannen van de graven van Zutphen, die later onderdeel werden van het hertogdom Gelre. Hoewel de heren trouw verschuldigd waren aan hun landsheer, bezaten zij binnen hun eigen gebied een grote mate van zelfstandigheid. Zij oefenden zowel bestuurlijke als rechterlijke macht uit en hadden invloed op het dagelijks leven van hun inwoners. De economie van de Heerlijkheid Lichtenvoorde was voornamelijk gebaseerd op landbouw. Boeren verbouwden graan, hielden vee en gebruikten de uitgestrekte heidevelden en bossen voor begrazing en houtwinning. Daarnaast ontstonden kleine ambachten, zoals smederijen, molens en bierbrouwerijen. De inwoners waren verplicht bepaalde belastingen en diensten te leveren aan de heer, zoals het onderhoud van wegen en watergangen of het verrichten van herendiensten.

Binnen de heerlijkheid namen adellijke huizen een belangrijke plaats in. Naast het kasteel van Lichtenvoorde waren er verschillende havezaten, waaronder de Havezate Harreveld. Deze adellijke landhuizen vormden centra van bestuur en grondbezit. De eigenaren hadden vaak invloed op de benoeming van bestuurders en werkten samen met de heer van Lichtenvoorde bij het bestuur van de heerlijkheid. In het voorjaar van 2026 heeft oud-schoolmeester Godfried Nijs een lezing over de Havezate bij de Oudheidkundige Vereniging Harvelt verzorgd. Hij maakte daarbij gebruik van een door Ai-kunstenaar Paul van Druten, gemaakte video. In deze alinea een afbeelding uit deze productie (bron Elna Lichtenvoorde).

Aan het einde van de achttiende eeuw kwam een einde aan het oude heerlijkheidsbestuur. Tijdens de Bataafse Revolutie van 1795 werden de heerlijke rechten afgeschaft. Bestuur en rechtspraak kwamen voortaan in handen van de overheid, waardoor de macht van de adel sterk afnam. Hiermee verdween de Heerlijkheid Lichtenvoorde als zelfstandig bestuursgebied, maar haar grondgebied vormde later de basis voor de gemeente Lichtenvoorde die in 2005 fuseerde met Groenlo tot Oost Gelre.

Een tijdje doorgebracht in de schoot van de familie op Erve Nales. Zoals gebruikelijk geen gedetailleerde familiefoto’s, als de (klein)kinderen fotomodel willen worden moeten ze dat (later) zelf maar bepalen. Vandaar ook een groot aantal "algemene" plaatjes. Natuurlijk samen eten en opa mocht (als gebruikelijk) voor het voer zorgen. En uiteraard moesten we naar de vogels luisteren. Op bijgaande poster de vogels die we gespot/gehoord hebben van 15:30 tot 15:35 uur met behulp van de app Merlin.

 

Een mooie dag. V: 224.975; A: 224.999 (eindstand Harreveld). Rijtemperatuur rond de 21 graden, later op de dag oplopend naar 24. Zon op/onder: 05:19/21:56 (kan trouwens nog mooier: zuslief appte dat bij haar in Noord-Zweden de zon om 02:00 uur nog prettig aan het schijnen was). En morgen? Morgen is er weer een dag. Dan even een paar dagen naar de Kötteldiek vanwege diverse verplichtingen en afspraken. Aan het eind van de week een lang weekend naar het westen, ook daar woont wat nageslacht.

donderdag 2 juli 2026

bootje varen - ijsje eten - 2: over de wilde, woeste wateren

Kreeg van W te L te horen dat je veel beter kunt spreken van “hydrateren“ dan van “drinken“, klinkt veel beschaafder. Vond ik een goede vondst tot ik later de column van Sylvia Witteman in het Parool las, laat zij nu dezelfde twee termen (drinken en hydrateren) gebruiken. Toeval? 

Van H te G kwam de vraag of W inmiddels is bevorderd tot “mevrouw Nales“. Ben me hiervan niet bewust, dus heb een deel van mijn schrijfsels nog eens nageplozen en ben tot de conclusie gekomen dat “W“ de liefkozende versie is en “mevrouw Nales“ gebruikt wordt bij serieuze aangelegenheden. Wees gerust: het gaat steeds om dezelfde persoon. Om even concreet te worden: als je verderop in dit verhaal leest dat ik met mevrouw Nales in het bootje zat, dan regende het en hadden we te maken met stormen op de Berkel (dan kwam het idiote plan om te gaan varen uiteraard uit haar koker), als W het idee had om te gaan varen liet de zon zich regelmatig zien op ons lieflijke tochtje over het water waarbij de wind ons op de juiste momenten de goede kant opdrukte. Je hebt het helemaal door? Mooi zo, nu nog wachten op de beschrijving van onze tocht.

Had het gisteren over “verbreding van de agrarische activiteiten“, een mooie omschrijving voor “neveninkomsten zoeken“. Het Dommerholt was en is daar goed in. Waar het erf vroeger volledig in het teken stond van de melkveehouderij, zijn landbouw, recreatie en ijsverkoop tegenwoordig met elkaar verbonden. Het agrarische karakter van het bedrijf is altijd herkenbaar gebleven, ook nu nog. Kijk bijvoorbeeld naar de camperplaats: de ruime standplaatsen liggen aan de rand van de weilanden en sluiten aan bij het open landschap van de Hambroek. “Op de boer is het nooit stil“, zei W terwijl een boer het gras aan het keren was. Je verblijft dan ook midden in een werkend agrarisch bedrijf. De koeien in de wei, het maaien van het gras, het inkuilen van de oogst of het melken behoren tot het gewone dagelijkse leven op het erf. We kennen het wel, maar kan me heel goed voorstellen dat dat voor gasten “uit de groe stad“ juist een belangrijk onderdeel van hun verblijf vormt. Zij zoeken niet de drukte van een recreatiepark, maar de rust van het Achterhoekse buitengebied.

Overigens heet de eigenaar van het Dommerholt geen Dommerholt maar Evenhuis. Nee, ik ga nu niet de hele familiegeschiedenis uitdiepen, maar moet wel een paar dingen kwijt. In 1791 wordt Hendrik Dommerholt geboren in de omgeving van Gorssel. Hij behoort nog tot de oorspronkelijke Gorsselse tak, in 1837 krijgt hij een zoon, Jan Willem Dommerholt die later landbouwer wordt en zich vestigt in Borculo. Hij is de eerste Dommerholt die duidelijk in de Borculose bevolkingsregisters voorkomt. Diens zoon Hendrik Dommerholt (genoemd naar opa) ziet het levenslicht in 1873 en zet samen met ene Hendrika Johanna Oonk de Borculose tak voort. Dommertholt verschijnt dus pas in de negentiende eeuw op het Borculose toneel. Maar dan worden er plotseling geen jongens meer in de familie geboren en trouwt ene Dommerholt met een Evenhuis en samen zetten zij het werk op de boerderij voort. Kon bij die gebeurtenis het jaartal 1903 vinden. De grootmoeder van de huidige eigenaar hield evenwel de naam “Erve Dommerholt“ aan. En dat is altijd zo gebleven ook toen Wilbert en Erna Evenhuis het melkveebedrijf overnamen en in 1999 startten met de productie van ambachtelijk boerenijs van melk van eigen koeien. Dat bleek een groot succes en vormde het begin van de IJsboerderij 't Dommerholt. Daarna volgden verdere uitbreidingen: een grotere ijssalon (2006), uitbreiding van de recreatieve voorzieningen, de verkoop van zuivelproducten en uiteindelijk het camperpark, waarmee het erf uitgroeide tot een veelzijdig agrarisch recreatiebedrijf. Dommerholt is aangesloten bij de groep Langsboerenerven, een samenwerkingsverband van inmiddels 19 camperplaatsen. Als je de link aanklikt kun je lezen Onze camperplaatsen hebben allemaal hun eigen verhaal en karakter maar wat ze verbindt is de prachtige landelijke omgeving, de hoge kwaliteit én het kloppende hart van de beherende boeren en boerinnen voor wat hun is toevertrouwd. Beleef hun Boerenerven in de breedste zin van het woord; van veeboer tot akkerbouwer, van bloemkweker tot hobbyboer… De laatste keer dat we op een camperplaats van deze groep stonden was een paar weken geleden toen we net te vroeg waren voor de vroege kersen van de Kersenpit in Werkhoven.

Tenslotte in dit deel voor de pauze nog even een bericht van T te D die sprak van een gemiste kans: “Als je foto’s laat zien van de Beekvlietstuw“ hoort daar het verhaal bij dat je 'Slinge wordt Berkel' kunt noemen“. Helemaal gelijk beste T te D, maar je weet dat wanneer ik alles omschrijf wat mijn ogen (en de camera) zien, ik elke dag een streekroman kan vullen. Bijgaande foto (© Gerald Harmsen, Waterschap Rijn en IJssel) laat zien dat ter hoogte van de stuw bij Beekvliet de Slinge zich bij de Berkel voegt, maar dat is niet wat we bedoelen met 'Slinge wordt Berkel'. Ooit was het namelijk de Slinge zelf die hier verder stroomde en via Lochem en Zutphen de IJssel bereikte. De Berkel liep dood in de moerassen ten noorden van Borculo tot er in de dertiende eeuw een verbinding werd gegraven tussen Berkel en Slinge. Misschien omdat de heer van Borculo op die manier water door stads- en slotgracht kon laten stromen, maar meer waarschijnlijk omdat Zutphen zich zo een handelsroute naar het Duitse achterland verschafte. De gegraven verbinding werd allengs de hoofdafvoer van het Berkelwater en zo werd het riviertje langs Lochem en Zutphen niet meer Slinge, maar Berkel. Het hele verhaal tref je hier aan.

donderdag 2 juli @ borculo

De dag begon (zoals elke werkdag) met vier hersenkrakers van beterspellen.nl. Vandaag waren er helaas twee “weetjes“ bij, namelijk “applaudisseren“ en “uitentreuren“. Weetjes, omdat er totaal geen logica te bespeuren is. Neem nu “uitentreuren“. Dit werkwoord betekent eindeloos, telkens opnieuw, tot vervelens toe. Je kent het bijvoorbeeld uit de uitdrukking: "Hij vertelde het verhaal uitentreuren." Zag later dat de oorspronkelijke betekenis letterlijk was "uitgetreurd zijn" of "zo lang treuren tot het verdriet op is". Het ging dus om iets dat duurde totdat alle treurnis was uitgeput. Vanaf de 17e en 18e eeuw kreeg het woord een figuurlijke betekenis. Men gebruikte het voor handelingen die zó lang werden voortgezet dat ze uitputtend of vervelend werden. Van "tot je uitgetreurd bent" verschoof de betekenis naar "tot je er helemaal genoeg van hebt". Je kunt daar volgens de geleerde dames en heren het stempeltje “gelexicaliseerd bijwoord“ op plakken (de oorspronkelijke letterlijke betekenis is vrijwel verdwenen en het woord wordt nu vooral als vaste uitdrukking gebruikt) maar ik ben bang dat inmiddels al 80 procent van mijn kijkbuisvriendjes is afgehaakt. Samenvattend: ik ben meer van de echte spelling dus het verhaal van de D en de DT bijvoorbeeld. Maar nu “on topic“.

Dat we op het Dommerholt terecht kwamen had te maken met drie dingen: nieuwsgierigheid (want we zijn er nog nooit geweest), het vermaarde ijs (gisteren geproefd en inderdaad zo lekker dat we vandaag weer in de rij stonden) en de Berkelzomp. Bij dat laatste hoort een verhaal! Eeuwenlang was de Berkel veel meer dan een schilderachtige rivier. Voordat spoorwegen en verharde wegen het vervoer overnamen, vormde de rivier een belangrijke handelsroute tussen de Achterhoek, de Duitse grensstreek en de IJssel. De schepen die deze route bevoeren waren de Berkelzompen: kleine, platbodemde vrachtschepen die speciaal waren gebouwd voor het ondiepe en kronkelige water van de Berkel. Ze speelden vanaf de zeventiende tot het begin van de twintigste eeuw een belangrijke rol in de economische ontwikkeling van de streek. Een Berkelzomp was ongeveer twaalf meter lang, tweeënhalve meter breed en had een diepgang van slechts zo'n veertig centimeter. Dankzij de platte bodem kon het schip varen op water dat voor andere schepen te ondiep was. De zomp werd voortbewogen met een klein zeil wanneer de wind gunstig stond, maar vaak moesten de schippers bomen, staken of een treklijn gebruiken om vooruit te komen. De Berkel was namelijk grillig en kende veel ondiepe gedeelten, waardoor varen een vak apart was. De lading bestond uit producten die in de Achterhoek werden geproduceerd of juist van elders werden aangevoerd. Hout, turf, graan, meel, kalk, bouwmaterialen en landbouwproducten vonden via de Berkel hun weg naar Zutphen, waar aansluiting bestond op de IJssel en daarmee op de rest van Nederland. Andersom werden onder meer zout, koloniale waren en andere handelsgoederen landinwaarts vervoerd. Voor veel dorpen langs de rivier, zoals Borculo, Eibergen en Lochem, vormde de Berkelscheepvaart een belangrijke bron van inkomsten.

Om de rivier beter bevaarbaar te maken werden vanaf de zeventiende eeuw zogenoemde Berkelcompagnieën opgericht. Zij legden sluizen aan bij watermolens, verbeterden de vaarweg en organiseerden het scheepvaartverkeer. Ondanks deze inspanningen bleef de Berkel een moeilijke rivier. Bij een lage waterstand liepen de zompen regelmatig vast. Schippers bouwden dan soms een tijdelijke dam in de rivier, waardoor het water zich ophoopte. Zodra voldoende water was verzameld, werd de dam doorgestoken en liet men de zomp met de ontstane watergolf weer een stuk verder varen. Deze bijzondere techniek illustreert hoe inventief de schippers moesten zijn om hun bestemming te bereiken. Aan het einde van de negentiende eeuw verloor de Berkelzomp geleidelijk zijn functie. De aanleg van spoorlijnen, verbeterde wegen en later gemotoriseerd vervoer maakte vervoer over water minder aantrekkelijk. Bovendien werd de Berkel gekanaliseerd en veranderde de economische betekenis van de rivier. Rond 1905 verdween de laatste Berkelzomp uit de vaart en leek een eeuwenoude traditie voorgoed verleden tijd.

En dan komen de vrijwilligers om de hoek kijken; vrijwilligers die de geschiedenis in ere willen houden. In dit geval het verhaal van van de oude bootjes. In 1987 werd de Stichting De Berkelzomp opgericht met als doel een historisch verantwoorde replica te bouwen. Twee jaar later werd in Borculo de Jappe te water gelaten, gebouwd naar een negentiende-eeuwse tekening uit het archief van geoloog en waterstaatskundige W.C.H. Staring. Inmiddels varen ook replica's in Eibergen, Almen en Lochem. Vrijwillige schippers nemen bezoekers mee over de Berkel en vertellen onderweg over de geschiedenis van de rivier, de scheepvaart en het landschap. Zo is de Berkelzomp uitgegroeid van een onmisbaar vrachtschip tot een varend monument dat het verhaal van de Achterhoek levend houdt. We waren op deze tocht de enige passagiers (behalve dan honderden steekvliegen). Één vrijwilliger deed het verhaal, eentje stond er aan het roer en een derde keek toe want de roerganger was in de leer. Kortom: meer bemanning dan passagiers. 








Na de "spectaculaire" boottocht (eindje heen en zelfde eindje terug over een stuk van de gekanaliseerde Berkel) nog even een korte fietstocht om af te kicken. Via de Hambroekplas (heet tegenwoordig "de meren van Borculo") naar de restanten van een oude havezate (de Hoeve), gebouwd in de late middeleeuwen en gesloopt in 1860, punt 3 op bijgaande routekaart. Als je goed kijkt ontdek je dat de voormalige kasteellocatie nog zichtbaar is in het landschap. Ook is de parkaanleg nog herkenbaar, waaronder de vijver van Park de Waterster, dat is geclassificeerd als gemeentelijk monument. Belangrijk? Helemaal nit: we moesten gewoon een waypoint hebben voor onze fietstocht en eigenlijk niet de moeite waard: dichtgegroeid zodat je wel heel erg goed moest kijken, al zag het er in eerste instantie op de kaart wel aardig uit (zie detail routekaart hieronder).


Een mooie dag. Zo’n dag waarvan je zegt “de hemel regelmatig een ander kleed aan“ en dat kun je ongetwijfeld zien op de foto’s die we vandaag gemaakt hebben. Een nuchtere Achterhoeker zou het omschrijven als “behoorlijk wisselvallig weer“. Wel af en toe een trui (of vest, ja zelfs een zomerjas) aan, da’s ook voor het eerst sinds een paar weken. W in de late ochtend nog even op de fiets naar de stad. Ze heeft wat meer beweging nodig dan ik. Het bleek dat we wel in het bezit zijn van vier vliegenmeppers maar dat die (door omstandigheden) alle vier in ons stenen huis liggen terwijl we er nu hier op de camperplaats (op de boer) juist eentje nodig hebben. Laat Borculo nu een Action hebben met van die zeer praktische moordwerktuigen (goede kwaliteit voor een zacht prijsje: twee voor 70 Eurocent). Alleen per twee stuks te koop, zodat ons bezit nu aangegroeid is tot 6 (vliegenmeppers wel te verstaan). Het is geen impulsaankoop geweest want W heeft ook het Kruidvat en de Hema in haar koopjesjacht betrokken. En voor je begint te mailen en te appen: inderdaad een verkeerde foto (drie in plaats van twee). Temperatuur een beetje wisselend: 23 graden in de ochtend, later een dipje (regenbui, maar toen zaten we binnen) en daarna weer oplopend naar 21. Het fijne van deze weersomslag is dat de nachten lekker koel zijn en je geen zonnebril hoeft mee te nemen. Niet te vroeg juichen want over een week gaan we weer richting hittegolf.

Nog één ding: wel eens van een “rookhoen“ gehoord? Ik niet, tenminste tot vanmorgen. Toen W op vliegenmepperjacht was kwam ik een site over het Hof van Borculo tegen en daar las ik het volgende De onderdanen van een heerlijkheid hadden soms te maken met vreemde verplichtingen  jegens hun heren. Zo moest elk huis met een schoorsteen in de heerlijkheid Borculo een rookhoen leveren aan de kasteelheer van Borculo. Deze rookhoenbelasting moest worden voldaan op Vastenavond (carnavalsdinsdag). Dat velen hier onderuit probeerden te komen, blijkt uit een lijst uit het jaar 1805. De in totaal 716 huizen met schoorsteen leverden uiteindelijk maar 541 kippen“. Op de kweekschool heb ik (heel) vroeger wel de term geleerd die overeenkomt met deze vorm van belasting, namelijk haardstedengeld of schoorsteenbelasting (ook wel haardbelasting of hearth tax in het Engels). Daarbij betaalde men belasting op basis van het aantal haarden of schoorstenen in een huis. Omdat een haard een goede indicator was van de grootte en welstand van een woning, was dit een praktische manier voor overheden om belasting te heffen.“ Vanaf heden is dus het woord “rookhoenbelasting“ een geaccepteerd Scrabblewoord in huize Nales.

En om een lang verhaal af te sluiten: deze dag werd u aangeboden door W (dus niet door mevrouw Nales). Alleen: we hadden wel een mast, maar geen zeil.

woensdag 1 juli 2026

bootje varen - ijsje eten - 1: de achterhoek is weer leefbaar

Volgens ChatGTP (zie vorig blog) ben ik dol op de Nederlandse taal en dat klopt. Een paar pareltjes wil ik je niet onthouden, kwamen allemaal deze week bij de spellingtest naar voren: “De naam koekoek is een goed voorbeeld van een onomatopee. Een ander term voor dat “deftige“ woord is klanknabootsing. Andere voorbeelden (waarbij het geluid wordt nagebootst dat het woord beschrijft): boem, tiktak, miauw, woef, zoem, plons en krak. Een onomatopee (ook wel klanknabootsing genoemd) is een woord dat het geluid nabootst dat het beschrijft. Het woord zelf is trouwens ook interessant. Het komt uit het Grieks en bestaat uit de delen “onoma“ (naam) en “poiein“ (maken). De letterlijke vertaling zou dus kunnen zijn “een woord maken op basis van een geluid." Een handige tip: als je het woord kunt uitspreken en iemand herkent meteen het geluid, dan is de kans groot dat het een onomatopee is. Schreeuw maar een paar keer “onomatopee“ als je er eentje herkent in de volgende tekst: “De schuifdeur van Puzzel ging met een klak dicht, de koffiepot deed pruttel-pruttel, en even later lag ik met een tevreden zucht in bed.“ Twee zijn overduidelijke voorbeelden van onomatopeeën. Zucht zit een beetje in het grensgebied: het benoemt zowel het geluid als de handeling.

Soms denk ik “gooi maar in mijn petje“, bijvoorbeeld bij “genant“ of “gênant“ (in samenhang met gedrag). Tuurlijk had ik dat woord fout want bestudeer de volgende verklaring: Het woord 'genant' werd lange tijd met accent circonflexe (dakje) geschreven, net als 'gêne', maar begin 2026 is het accent vervallen in de officiële spelling. Je schrijft 'genant' nu zonder accent, net als het werkwoord 'generen'.“ Let op de uitzondering gêne, want daar is het dakje niet verdwenen. Het accent blijft staan omdat het invloed heeft op de uitspraak. Je schrijft dus nog steeds: gêne, zonder gêne en met enige gêne. Soms denk ik “ik leer het nooit!“

woensdag 1 juli @ borculo

En dan hadden we nog te maken met een superhittegolf, nou ja: een kans daarop dan. Had er tot aan deze week nog nooit van gehoord. Het schijnt een extreme hittegolf te zijn. Voor het noteren van een superhittegolf moet de maximumtemperatuur op vijf aaneengesloten dagen uitkomen op 30 graden of meer. Op drie van deze tropische dagen moet het zeer heet worden met maxima van 35 graden of meer. De term superhittegolf is een “verzinsel“ van Weeronline die het in 2018 in het leven heeft geroepen om extreme hittegolven te onderscheiden van gewone hittegolven. Van een normale hittegolf is sprake als de temperatuur vijf dagen op rij stijgt naar 25 graden of meer en er op drie van die dagen een tropische temperatuur van 30 graden of meer wordt gemeten. Hittegolf of de supervariant: te warm om maar iets te doen, zelfs te warm om Puzzel onder een schaduwrijke boom op een natuurcamping te zetten. In ons stenen huis was het steeds kouder dan buiten. Een paar nachten niet, toen kon alles tegen elkaar open en konden we de temperatuur weer een paar graad laten zakken. Een paar dingen afgezegd: een bezoek van een paar schoolklassen aan het museum, mijn werkdag op datzelfde museum; vergaderingen in de avond gingen gewoon door. 

We zullen het steeds vaker meemaken dat extreme weergedoe. “Een slimme meid is op haar toekomst voorbereid“ is een uitspraak die niet alleen voor vrouwen geldt want “Door de opwarming van het klimaat komen zeer hete dagen en extreme hittegolven deze eeuw steeds vaker voor. Elke hittegolf is iets om voorbereidingen op te treffen, maar een extreme hittegolf heeft nog meer impact. Hoe heter het is hoe meer de warmte onze huizen in komt en hoe gevaarlijker de hitte wordt voor onze gezondheid. Wanneer er sprake is van een superhittegolf is meestal niet alleen sprake van zeer hoge temperaturen, maar ook van langdurige hitte. Ook beleven we dan tropennachten, waarbij de temperatuur 's nachts niet onder 20 graden zakt“ (bron: Weeronline). In en om ons huis (al zijn we een paar dagen bijna niet buiten geweest) gold de regel “vestis virum facit“ (vrij vertaald: kleding maakt de man). Volgens W was het meer “sine vestibus etiam homo“ (zonder kleren ook een mens). Verzin je er zelf de plaatjes bij, want ChatGTP kwam niet verder dan “Het spijt ons, maar de afbeelding die we hebben gemaakt, is mogelijk in strijd met onze richtlijnen inzake naaktheid, seksualiteit of erotische inhoud. Als je denkt dat we het mis hebben, probeer het dan opnieuw of wijzig je prompt.“ Terwijl op het plaatje er best handen voor het kruis gehouden mochten worden. Toen maar een iets andere opdracht gegeven en het eindresultaat kwam wel door de censuur. De getoonde metingen zijn afkomstig van https://weerstationlichtenvoorde.nl/maandoverzicht. Ons bewegingspatroon kwam een paar dagen goed overeen met dat van een slak op leeftijd. W had soortgelijke woorden: “het lijkt er op alsof iemand in ons leven op ‘pauze’ heeft gedrukt“.

Is dit een camperblog? Ben nu al ruim op mijn tweede A4’tje aanbeland en het enige wat ik over campers heb verteld is dat het te warm was om met zo’n ding op pad te gaan. Eigenlijk niet helemaal waar: mijn jongste zus is met de ergste hitte vertrokken en zit nu ergens in Zweden: nog steeds warm maar wel een stuk minder heet dan in Nederland. Kreeg van haar nog de volgende mededeling mee (ben tenslotte haar oudste broer): “Met de jaren neemt de dorstprikkel af, waardoor juist oudere mensen sneller vergeten om voldoende te drinken en de kans op ernstige uitdroging toeneemt. Geloof niet dat ze zich daar echt zorgen over hoeft te maken, was een verzuchting van W.


Maar vooruit: de temperaturen gedragen zich weer een beetje (mijn buurman noem dat “de Achterhoek wordt weer leefbaar“ (vandaar de titel van dit blog), het driemaandelijks vrijwilligersoverleg op het museum hebben we ook achter de kiezen, een elektrocardienstje hou ik met mijn vaten niet meer vol (rijden gaat dan nog wel een beetje, maar het lopen en de rare bewegingen bij het op- en afladen van rollators gaat niet meer), die rit kon ik in eerste instantie niet verpatsen, dus gewoon afgezegd. Kortom: een paar dagen de wijde wereld in. W mee, wel zo gezellig en er moet toch één persoon zijn die mijn verhalen op waarheid controleert? Nee, Zweden zit er niet in, daarvoor is de tijd te kort/afstand te groot (doorstrepen wat niet van toepassing is). We zoeken het dichter bij huis. Een van de bijzondere kwaliteiten van mevrouw Nales is dat ze soms heel aparte ideeën heeft, die meestal beginnen met “wat vind je ervan wanneer .....“. Deze keer kon op de puntjes ingevuld worden “we met de camper een ijsje gaan eten in Borculo, kunnen we meteen een eindje varen“. Aan mij de eer om dan één en één bij elkaar op te tellen en dan tot de slotsom komen dat dat ijsje eten eigenlijk alleen maar kan op camperpark Dommerholt, we daar een paar daagjes prettig gaan staan en dat dat varen een tochtje op de Berkel in de zomp moet zijn. Of ik meteen maar even wilde reserveren.

Borculo is op fietsafstand, da’s natuurlijk leuk om de eerste dag meteen programma te hebben. Voor W dan, ik heb even genoeg aan de vuilnis storten, boodschappen doen en het busje verplaatsen. Oeps: vergeet ik te vertellen dat eerst de bedden van de camper nog moesten worden opgemaakt en dat doen we met zijn tweeën. Nieuwe hoeslakens van de Ikea, maar dat kan je natuurlijk geen biet schelen. Op naar het Dommerholt in Borculo. Wat de naam “Dommerholt“ zo interessant maakt is dat het deze keer eens niet over hereboeren of kastelen gaat, maar over gewone mensen: boeren, arbeiders en gezinnen die met hun handen het land bewerkten en zo hun eigen plaats in de streek verdienden. Maar dat verhaal bewaar ik voor een volgende keer want ik heb eigenlijk al meer dan genoeg tekst en elke dag een complete roman schrijven is ook niet de bedoeling. Dus later meer in dit theater over Dommerholt en hoe Dommerholt Evenhuis werd.

W dus op de fiets en ik met Puzzel op stap. Einddoel van ons beiden: camperpark Dommerholt aan de Hambroekweg in Borculo. Sitecode CamperContact 99.430. Wel zo handig om dezelfde eindbestemming te hebben, vooral als je van plan bent ’s avonds in hetzelfde busje te slapen. Modern: zelfs digitaal reserveren en betalen. We beginnen er een beetje aan te wennen om een cp te reserveren: weet je zeker dat je niet voor niets rijdt. “Wel graag even melden bij de ijssalon bij aankomst“, wordt ons vanaf diverse plekken (te beginnen bij de website) toegeroepen. 30 plekken zijn er; elke plek heeft een verharde ondergrond en is voorzien van een 10A stroomaansluiting. Denk dat we onze wokpan gaan gebruiken. Gratis WIFI is er ook. Het sanitairgebouw is voorzien van vier douches en vier toiletten en 3 urinoirs. Ook is er een “afwerkplek“ voor de camper. De cp krijgt van mij het maximum aantal sterren omdat er een afwasplek is. Afvalscheiding wordt gevraagd, maar wees eerlijk; in een klein campertje is dat bijna niet te doen. Glas en vlapakken wil ik nog apart houden, maar de rest is gewoon restafval.

Goed enen kwam ik aan, aanmelden (“wij doen de slagboom voor u open“en toen ik daar een minuut of tien uit mijn neus had staan eten en pas bij het derde opgegeven nummer gehoor kreeg), installeren, een kort telefoontje plegen, was het al half twee en een boterhammetje later zaten we op de fiets. Eerst naar Lebbenbrugge (ga daar niks over vertellen want al wel vaker gedaan) en vanaf die plek een fietsbingoroute door met name de Beekvliet. Waarschijnlijk al wel vaker doorkruist, maar nooit op de naam gelet. Landgoed Beekvliet is een historisch landgoed dat al meer dan een eeuw ligt te liggen in de Achterhoek. Zei al dat ik het niet kende, maar als je het verhaal leest dan word je ondergedompeld in een mix van natuur, landbouw en zorgvuldig landschapsbeheer. Het landgoed ontstond in de negentiende eeuw, een periode waarin welgestelde families op verschillende plaatsen in Nederland buitenhuizen met bijbehorende landerijen aanlegden of uitbreidden. Ook Beekvliet groeide uit tot een samenhangend geheel van bossen, akkers, weilanden en lanen. De ligging was niet toevallig gekozen. De vruchtbare gronden en de aanwezigheid van water maakten het gebied aantrekkelijk voor landbouw, terwijl de bossen hout leverden en beschutting boden. 

En het bijzondere van Beekvliet: het is voor een (groot) deel in particuliere handen als ik een artikel in de Tubantie uit 2020 mag geloven. Het historische Landgoed Beekvliet omvat ongeveer 100 hectare. Tegenwoordig is het voormalige landgoed verdeeld over drie eigenaren. Het particuliere deel, circa 80 hectare groot, omvat de villa, enkele pachtboerderijen, landbouwgronden en bos. Daarnaast zijn omvangrijke natuurgronden in beheer gekomen van Staatsbosbeheer, terwijl een kleiner deel eigendom is van Natuurmonumenten. Samen vormen deze terreinen een belangrijk onderdeel van het Natura 2000-gebied Stelkampsveld. Het particuliere deel is in handen van Edzard Gelderman. Het landhuis (dat niet te bezichtigen is omdat het nog bewoond wordt) is oorspronkelijk in het begin van de vorige eeuw gebouwd als zomerhuis. De familie woonde op het ’s Gravenhof in Zutphen. Een van de voorvaderen was burgemeester van Warnsveld. In de zomer trok de familie enkele maanden naar Borculo. En wij? Wij konden er goed fietsen.



Na afloop van de tocht (had 38 kilometer op de teller staan maar W had daarvan de eerste 20 voor haar rekening genomen door naar Borculo te fietsen) een welverdiend ijsje bij de Dommerholt. De ijssalon is één van de activiteiten van de familie in het kader van verbreding van het agrarisch bedrijf, maar daarover morgen meer. Van ijs krijg je dorst en gelukkig zat er al een 5 in de klok. Een mooie dag. V: 224.958; A: 224.975. Rijtemperatuur zo’n 24 graden. Later in de middag kwam daar nog ietsje bij. Wind noordwest 3, dus W kreeg de wind van voren. Zon op/onder: 05:17/21:57 (gegevens Borculo). En morgen? Morgen is er weer een dag. We blijven nog een dag Borculo en omgeving onveilig maken. Als alles doorgaat gaan we morgen varen.