noordpolderzijl

noordpolderzijl

donderdag 2 juli 2026

bootje varen - ijsje eten - 2: over de wilde, woeste wateren

Kreeg van W te L te horen dat je veel beter kunt spreken van “hydrateren“ dan van “drinken“, klinkt veel beschaafder. Vond ik een goede vondst tot ik later de column van Sylvia Witteman in het Parool las, laat zij nu dezelfde twee termen (drinken en hydrateren) gebruiken. Toeval? 

Van H te G kwam de vraag of W inmiddels is bevorderd tot “mevrouw Nales“. Ben me hiervan niet bewust, dus heb een deel van mijn schrijfsels nog eens nageplozen en ben tot de conclusie gekomen dat “W“ de liefkozende versie is en “mevrouw Nales“ gebruikt wordt bij serieuze aangelegenheden. Wees gerust: het gaat steeds om dezelfde persoon. Om even concreet te worden: als je verderop in dit verhaal leest dat ik met mevrouw Nales in het bootje zat, dan regende het en hadden we te maken met stormen op de Berkel (dan kwam het idiote plan om te gaan varen uiteraard uit haar koker), als W het idee had om te gaan varen liet de zon zich regelmatig zien op ons lieflijke tochtje over het water waarbij de wind ons op de juiste momenten de goede kant opdrukte. Je hebt het helemaal door? Mooi zo, nu nog wachten op de beschrijving van onze tocht.

Had het gisteren over “verbreding van de agrarische activiteiten“, een mooie omschrijving voor “neveninkomsten zoeken“. Het Dommerholt was en is daar goed in. Waar het erf vroeger volledig in het teken stond van de melkveehouderij, zijn landbouw, recreatie en ijsverkoop tegenwoordig met elkaar verbonden. Het agrarische karakter van het bedrijf is altijd herkenbaar gebleven, ook nu nog. Kijk bijvoorbeeld naar de camperplaats: de ruime standplaatsen liggen aan de rand van de weilanden en sluiten aan bij het open landschap van de Hambroek. “Op de boer is het nooit stil“, zei W terwijl een boer het gras aan het keren was. Je verblijft dan ook midden in een werkend agrarisch bedrijf. De koeien in de wei, het maaien van het gras, het inkuilen van de oogst of het melken behoren tot het gewone dagelijkse leven op het erf. We kennen het wel, maar kan me heel goed voorstellen dat dat voor gasten “uit de groe stad“ juist een belangrijk onderdeel van hun verblijf vormt. Zij zoeken niet de drukte van een recreatiepark, maar de rust van het Achterhoekse buitengebied.

Overigens heet de eigenaar van het Dommerholt geen Dommerholt maar Evenhuis. Nee, ik ga nu niet de hele familiegeschiedenis uitdiepen, maar moet wel een paar dingen kwijt. In 1791 wordt Hendrik Dommerholt geboren in de omgeving van Gorssel. Hij behoort nog tot de oorspronkelijke Gorsselse tak, in 1837 krijgt hij een zoon, Jan Willem Dommerholt die later landbouwer wordt en zich vestigt in Borculo. Hij is de eerste Dommerholt die duidelijk in de Borculose bevolkingsregisters voorkomt. Diens zoon Hendrik Dommerholt (genoemd naar opa) ziet het levenslicht in 1873 en zet samen met ene Hendrika Johanna Oonk de Borculose tak voort. Dommertholt verschijnt dus pas in de negentiende eeuw op het Borculose toneel. Maar dan worden er plotseling geen jongens meer in de familie geboren en trouwt ene Dommerholt met een Evenhuis en samen zetten zij het werk op de boerderij voort. Kon bij die gebeurtenis het jaartal 1903 vinden. De grootmoeder van de huidige eigenaar hield evenwel de naam “Erve Dommerholt“ aan. En dat is altijd zo gebleven ook toen Wilbert en Erna Evenhuis het melkveebedrijf overnamen en in 1999 startten met de productie van ambachtelijk boerenijs van melk van eigen koeien. Dat bleek een groot succes en vormde het begin van de IJsboerderij 't Dommerholt. Daarna volgden verdere uitbreidingen: een grotere ijssalon (2006), uitbreiding van de recreatieve voorzieningen, de verkoop van zuivelproducten en uiteindelijk het camperpark, waarmee het erf uitgroeide tot een veelzijdig agrarisch recreatiebedrijf. Dommerholt is aangesloten bij de groep Langsboerenerven, een samenwerkingsverband van inmiddels 19 camperplaatsen. Als je de link aanklikt kun je lezen Onze camperplaatsen hebben allemaal hun eigen verhaal en karakter maar wat ze verbindt is de prachtige landelijke omgeving, de hoge kwaliteit én het kloppende hart van de beherende boeren en boerinnen voor wat hun is toevertrouwd. Beleef hun Boerenerven in de breedste zin van het woord; van veeboer tot akkerbouwer, van bloemkweker tot hobbyboer… De laatste keer dat we op een camperplaats van deze groep stonden was een paar weken geleden toen we net te vroeg waren voor de vroege kersen van de Kersenpit in Werkhoven.

Tenslotte in dit deel voor de pauze nog even een bericht van T te D die sprak van een gemiste kans: “Als je foto’s laat zien van de Beekvlietstuw“ hoort daar het verhaal bij dat je 'Slinge wordt Berkel' kunt noemen“. Helemaal gelijk beste T te D, maar je weet dat wanneer ik alles omschrijf wat mijn ogen (en de camera) zien, ik elke dag een streekroman kan vullen. Bijgaande foto (© Gerald Harmsen, Waterschap Rijn en IJssel) laat zien dat ter hoogte van de stuw bij Beekvliet de Slinge zich bij de Berkel voegt, maar dat is niet wat we bedoelen met 'Slinge wordt Berkel'. Ooit was het namelijk de Slinge zelf die hier verder stroomde en via Lochem en Zutphen de IJssel bereikte. De Berkel liep dood in de moerassen ten noorden van Borculo tot er in de dertiende eeuw een verbinding werd gegraven tussen Berkel en Slinge. Misschien omdat de heer van Borculo op die manier water door stads- en slotgracht kon laten stromen, maar meer waarschijnlijk omdat Zutphen zich zo een handelsroute naar het Duitse achterland verschafte. De gegraven verbinding werd allengs de hoofdafvoer van het Berkelwater en zo werd het riviertje langs Lochem en Zutphen niet meer Slinge, maar Berkel. Het hele verhaal tref je hier aan.

donderdag 2 juli @ borculo

De dag begon (zoals elke werkdag) met vier hersenkrakers van beterspellen.nl. Vandaag waren er helaas twee “weetjes“ bij, namelijk “applaudisseren“ en “uitentreuren“. Weetjes, omdat er totaal geen logica te bespeuren is. Neem nu “uitentreuren“. Dit werkwoord betekent eindeloos, telkens opnieuw, tot vervelens toe. Je kent het bijvoorbeeld uit de uitdrukking: "Hij vertelde het verhaal uitentreuren." Zag later dat de oorspronkelijke betekenis letterlijk was "uitgetreurd zijn" of "zo lang treuren tot het verdriet op is". Het ging dus om iets dat duurde totdat alle treurnis was uitgeput. Vanaf de 17e en 18e eeuw kreeg het woord een figuurlijke betekenis. Men gebruikte het voor handelingen die zó lang werden voortgezet dat ze uitputtend of vervelend werden. Van "tot je uitgetreurd bent" verschoof de betekenis naar "tot je er helemaal genoeg van hebt". Je kunt daar volgens de geleerde dames en heren het stempeltje “gelexicaliseerd bijwoord“ op plakken (de oorspronkelijke letterlijke betekenis is vrijwel verdwenen en het woord wordt nu vooral als vaste uitdrukking gebruikt) maar ik ben bang dat inmiddels al 80 procent van mijn kijkbuisvriendjes is afgehaakt. Samenvattend: ik ben meer van de echte spelling dus het verhaal van de D en de DT bijvoorbeeld. Maar nu “on topic“.

Dat we op het Dommerholt terecht kwamen had te maken met drie dingen: nieuwsgierigheid (want we zijn er nog nooit geweest), het vermaarde ijs (gisteren geproefd en inderdaad zo lekker dat we vandaag weer in de rij stonden) en de Berkelzomp. Bij dat laatste hoort een verhaal! Eeuwenlang was de Berkel veel meer dan een schilderachtige rivier. Voordat spoorwegen en verharde wegen het vervoer overnamen, vormde de rivier een belangrijke handelsroute tussen de Achterhoek, de Duitse grensstreek en de IJssel. De schepen die deze route bevoeren waren de Berkelzompen: kleine, platbodemde vrachtschepen die speciaal waren gebouwd voor het ondiepe en kronkelige water van de Berkel. Ze speelden vanaf de zeventiende tot het begin van de twintigste eeuw een belangrijke rol in de economische ontwikkeling van de streek. Een Berkelzomp was ongeveer twaalf meter lang, tweeënhalve meter breed en had een diepgang van slechts zo'n veertig centimeter. Dankzij de platte bodem kon het schip varen op water dat voor andere schepen te ondiep was. De zomp werd voortbewogen met een klein zeil wanneer de wind gunstig stond, maar vaak moesten de schippers bomen, staken of een treklijn gebruiken om vooruit te komen. De Berkel was namelijk grillig en kende veel ondiepe gedeelten, waardoor varen een vak apart was. De lading bestond uit producten die in de Achterhoek werden geproduceerd of juist van elders werden aangevoerd. Hout, turf, graan, meel, kalk, bouwmaterialen en landbouwproducten vonden via de Berkel hun weg naar Zutphen, waar aansluiting bestond op de IJssel en daarmee op de rest van Nederland. Andersom werden onder meer zout, koloniale waren en andere handelsgoederen landinwaarts vervoerd. Voor veel dorpen langs de rivier, zoals Borculo, Eibergen en Lochem, vormde de Berkelscheepvaart een belangrijke bron van inkomsten.

Om de rivier beter bevaarbaar te maken werden vanaf de zeventiende eeuw zogenoemde Berkelcompagnieën opgericht. Zij legden sluizen aan bij watermolens, verbeterden de vaarweg en organiseerden het scheepvaartverkeer. Ondanks deze inspanningen bleef de Berkel een moeilijke rivier. Bij een lage waterstand liepen de zompen regelmatig vast. Schippers bouwden dan soms een tijdelijke dam in de rivier, waardoor het water zich ophoopte. Zodra voldoende water was verzameld, werd de dam doorgestoken en liet men de zomp met de ontstane watergolf weer een stuk verder varen. Deze bijzondere techniek illustreert hoe inventief de schippers moesten zijn om hun bestemming te bereiken. Aan het einde van de negentiende eeuw verloor de Berkelzomp geleidelijk zijn functie. De aanleg van spoorlijnen, verbeterde wegen en later gemotoriseerd vervoer maakte vervoer over water minder aantrekkelijk. Bovendien werd de Berkel gekanaliseerd en veranderde de economische betekenis van de rivier. Rond 1905 verdween de laatste Berkelzomp uit de vaart en leek een eeuwenoude traditie voorgoed verleden tijd.

En dan komen de vrijwilligers om de hoek kijken; vrijwilligers die de geschiedenis in ere willen houden. In dit geval het verhaal van van de oude bootjes. In 1987 werd de Stichting De Berkelzomp opgericht met als doel een historisch verantwoorde replica te bouwen. Twee jaar later werd in Borculo de Jappe te water gelaten, gebouwd naar een negentiende-eeuwse tekening uit het archief van geoloog en waterstaatskundige W.C.H. Staring. Inmiddels varen ook replica's in Eibergen, Almen en Lochem. Vrijwillige schippers nemen bezoekers mee over de Berkel en vertellen onderweg over de geschiedenis van de rivier, de scheepvaart en het landschap. Zo is de Berkelzomp uitgegroeid van een onmisbaar vrachtschip tot een varend monument dat het verhaal van de Achterhoek levend houdt. We waren op deze tocht de enige passagiers (behalve dan honderden steekvliegen). Één vrijwilliger deed het verhaal, eentje stond er aan het roer en een derde keek toe want de roerganger was in de leer. Kortom: meer bemanning dan passagiers. 








Na de "spectaculaire" boottocht (eindje heen en zelfde eindje terug over een stuk van de gekanaliseerde Berkel) nog even een korte fietstocht om af te kicken. Via de Hambroekplas (heet tegenwoordig "de meren van Borculo") naar de restanten van een oude havezate (de Hoeve), gebouwd in de late middeleeuwen en gesloopt in 1860, punt 3 op bijgaande routekaart. Als je goed kijkt ontdek je dat de voormalige kasteellocatie nog zichtbaar is in het landschap. Ook is de parkaanleg nog herkenbaar, waaronder de vijver van Park de Waterster, dat is geclassificeerd als gemeentelijk monument. Belangrijk? Helemaal nit: we moesten gewoon een waypoint hebben voor onze fietstocht en eigenlijk niet de moeite waard: dichtgegroeid zodat je wel heel erg goed moest kijken, al zag het er in eerste instantie op de kaart wel aardig uit (zie detail routekaart hieronder).


Een mooie dag. Zo’n dag waarvan je zegt “de hemel regelmatig een ander kleed aan“ en dat kun je ongetwijfeld zien op de foto’s die we vandaag gemaakt hebben. Een nuchtere Achterhoeker zou het omschrijven als “behoorlijk wisselvallig weer“. Wel af en toe een trui (of vest, ja zelfs een zomerjas) aan, da’s ook voor het eerst sinds een paar weken. W in de late ochtend nog even op de fiets naar de stad. Ze heeft wat meer beweging nodig dan ik. Het bleek dat we wel in het bezit zijn van vier vliegenmeppers maar dat die (door omstandigheden) alle vier in ons stenen huis liggen terwijl we er nu hier op de camperplaats (op de boer) juist eentje nodig hebben. Laat Borculo nu een Action hebben met van die zeer praktische moordwerktuigen (goede kwaliteit voor een zacht prijsje: twee voor 70 Eurocent). Alleen per twee stuks te koop, zodat ons bezit nu aangegroeid is tot 6 (vliegenmeppers wel te verstaan). Het is geen impulsaankoop geweest want W heeft ook het Kruidvat en de Hema in haar koopjesjacht betrokken. En voor je begint te mailen en te appen: inderdaad een verkeerde foto (drie in plaats van twee). Temperatuur een beetje wisselend: 23 graden in de ochtend, later een dipje (regenbui, maar toen zaten we binnen) en daarna weer oplopend naar 21. Het fijne van deze weersomslag is dat de nachten lekker koel zijn en je geen zonnebril hoeft mee te nemen. Niet te vroeg juichen want over een week gaan we weer richting hittegolf.

Nog één ding: wel eens van een “rookhoen“ gehoord? Ik niet, tenminste tot vanmorgen. Toen W op vliegenmepperjacht was kwam ik een site over het Hof van Borculo tegen en daar las ik het volgende De onderdanen van een heerlijkheid hadden soms te maken met vreemde verplichtingen  jegens hun heren. Zo moest elk huis met een schoorsteen in de heerlijkheid Borculo een rookhoen leveren aan de kasteelheer van Borculo. Deze rookhoenbelasting moest worden voldaan op Vastenavond (carnavalsdinsdag). Dat velen hier onderuit probeerden te komen, blijkt uit een lijst uit het jaar 1805. De in totaal 716 huizen met schoorsteen leverden uiteindelijk maar 541 kippen“. Op de kweekschool heb ik (heel) vroeger wel de term geleerd die overeenkomt met deze vorm van belasting, namelijk haardstedengeld of schoorsteenbelasting (ook wel haardbelasting of hearth tax in het Engels). Daarbij betaalde men belasting op basis van het aantal haarden of schoorstenen in een huis. Omdat een haard een goede indicator was van de grootte en welstand van een woning, was dit een praktische manier voor overheden om belasting te heffen.“ Vanaf heden is dus het woord “rookhoenbelasting“ een geaccepteerd Scrabblewoord in huize Nales.

En om een lang verhaal af te sluiten: deze dag werd u aangeboden door W (dus niet door mevrouw Nales). Alleen: we hadden wel een mast, maar geen zeil.

woensdag 1 juli 2026

bootje varen - ijsje eten - 1: de achterhoek is weer leefbaar

Volgens ChatGTP (zie vorig blog) ben ik dol op de Nederlandse taal en dat klopt. Een paar pareltjes wil ik je niet onthouden, kwamen allemaal deze week bij de spellingtest naar voren: “De naam koekoek is een goed voorbeeld van een onomatopee. Een ander term voor dat “deftige“ woord is klanknabootsing. Andere voorbeelden (waarbij het geluid wordt nagebootst dat het woord beschrijft): boem, tiktak, miauw, woef, zoem, plons en krak. Een onomatopee (ook wel klanknabootsing genoemd) is een woord dat het geluid nabootst dat het beschrijft. Het woord zelf is trouwens ook interessant. Het komt uit het Grieks en bestaat uit de delen “onoma“ (naam) en “poiein“ (maken). De letterlijke vertaling zou dus kunnen zijn “een woord maken op basis van een geluid." Een handige tip: als je het woord kunt uitspreken en iemand herkent meteen het geluid, dan is de kans groot dat het een onomatopee is. Schreeuw maar een paar keer “onomatopee“ als je er eentje herkent in de volgende tekst: “De schuifdeur van Puzzel ging met een klak dicht, de koffiepot deed pruttel-pruttel, en even later lag ik met een tevreden zucht in bed.“ Twee zijn overduidelijke voorbeelden van onomatopeeën. Zucht zit een beetje in het grensgebied: het benoemt zowel het geluid als de handeling.

Soms denk ik “gooi maar in mijn petje“, bijvoorbeeld bij “genant“ of “gênant“ (in samenhang met gedrag). Tuurlijk had ik dat woord fout want bestudeer de volgende verklaring: Het woord 'genant' werd lange tijd met accent circonflexe (dakje) geschreven, net als 'gêne', maar begin 2026 is het accent vervallen in de officiële spelling. Je schrijft 'genant' nu zonder accent, net als het werkwoord 'generen'.“ Let op de uitzondering gêne, want daar is het dakje niet verdwenen. Het accent blijft staan omdat het invloed heeft op de uitspraak. Je schrijft dus nog steeds: gêne, zonder gêne en met enige gêne. Soms denk ik “ik leer het nooit!“

woensdag 1 juli @ borculo

En dan hadden we nog te maken met een superhittegolf, nou ja: een kans daarop dan. Had er tot aan deze week nog nooit van gehoord. Het schijnt een extreme hittegolf te zijn. Voor het noteren van een superhittegolf moet de maximumtemperatuur op vijf aaneengesloten dagen uitkomen op 30 graden of meer. Op drie van deze tropische dagen moet het zeer heet worden met maxima van 35 graden of meer. De term superhittegolf is een “verzinsel“ van Weeronline die het in 2018 in het leven heeft geroepen om extreme hittegolven te onderscheiden van gewone hittegolven. Van een normale hittegolf is sprake als de temperatuur vijf dagen op rij stijgt naar 25 graden of meer en er op drie van die dagen een tropische temperatuur van 30 graden of meer wordt gemeten. Hittegolf of de supervariant: te warm om maar iets te doen, zelfs te warm om Puzzel onder een schaduwrijke boom op een natuurcamping te zetten. In ons stenen huis was het steeds kouder dan buiten. Een paar nachten niet, toen kon alles tegen elkaar open en konden we de temperatuur weer een paar graad laten zakken. Een paar dingen afgezegd: een bezoek van een paar schoolklassen aan het museum, mijn werkdag op datzelfde museum; vergaderingen in de avond gingen gewoon door. 

We zullen het steeds vaker meemaken dat extreme weergedoe. “Een slimme meid is op haar toekomst voorbereid“ is een uitspraak die niet alleen voor vrouwen geldt want “Door de opwarming van het klimaat komen zeer hete dagen en extreme hittegolven deze eeuw steeds vaker voor. Elke hittegolf is iets om voorbereidingen op te treffen, maar een extreme hittegolf heeft nog meer impact. Hoe heter het is hoe meer de warmte onze huizen in komt en hoe gevaarlijker de hitte wordt voor onze gezondheid. Wanneer er sprake is van een superhittegolf is meestal niet alleen sprake van zeer hoge temperaturen, maar ook van langdurige hitte. Ook beleven we dan tropennachten, waarbij de temperatuur 's nachts niet onder 20 graden zakt“ (bron: Weeronline). In en om ons huis (al zijn we een paar dagen bijna niet buiten geweest) gold de regel “vestis virum facit“ (vrij vertaald: kleding maakt de man). Volgens W was het meer “sine vestibus etiam homo“ (zonder kleren ook een mens). Verzin je er zelf de plaatjes bij, want ChatGTP kwam niet verder dan “Het spijt ons, maar de afbeelding die we hebben gemaakt, is mogelijk in strijd met onze richtlijnen inzake naaktheid, seksualiteit of erotische inhoud. Als je denkt dat we het mis hebben, probeer het dan opnieuw of wijzig je prompt.“ Terwijl op het plaatje er best handen voor het kruis gehouden mochten worden. Toen maar een iets andere opdracht gegeven en het eindresultaat kwam wel door de censuur. De getoonde metingen zijn afkomstig van https://weerstationlichtenvoorde.nl/maandoverzicht. Ons bewegingspatroon kwam een paar dagen goed overeen met dat van een slak op leeftijd. W had soortgelijke woorden: “het lijkt er op alsof iemand in ons leven op ‘pauze’ heeft gedrukt“.

Is dit een camperblog? Ben nu al ruim op mijn tweede A4’tje aanbeland en het enige wat ik over campers heb verteld is dat het te warm was om met zo’n ding op pad te gaan. Eigenlijk niet helemaal waar: mijn jongste zus is met de ergste hitte vertrokken en zit nu ergens in Zweden: nog steeds warm maar wel een stuk minder heet dan in Nederland. Kreeg van haar nog de volgende mededeling mee (ben tenslotte haar oudste broer): “Met de jaren neemt de dorstprikkel af, waardoor juist oudere mensen sneller vergeten om voldoende te drinken en de kans op ernstige uitdroging toeneemt. Geloof niet dat ze zich daar echt zorgen over hoeft te maken, was een verzuchting van W.


Maar vooruit: de temperaturen gedragen zich weer een beetje (mijn buurman noem dat “de Achterhoek wordt weer leefbaar“ (vandaar de titel van dit blog), het driemaandelijks vrijwilligersoverleg op het museum hebben we ook achter de kiezen, een elektrocardienstje hou ik met mijn vaten niet meer vol (rijden gaat dan nog wel een beetje, maar het lopen en de rare bewegingen bij het op- en afladen van rollators gaat niet meer), die rit kon ik in eerste instantie niet verpatsen, dus gewoon afgezegd. Kortom: een paar dagen de wijde wereld in. W mee, wel zo gezellig en er moet toch één persoon zijn die mijn verhalen op waarheid controleert? Nee, Zweden zit er niet in, daarvoor is de tijd te kort/afstand te groot (doorstrepen wat niet van toepassing is). We zoeken het dichter bij huis. Een van de bijzondere kwaliteiten van mevrouw Nales is dat ze soms heel aparte ideeën heeft, die meestal beginnen met “wat vind je ervan wanneer .....“. Deze keer kon op de puntjes ingevuld worden “we met de camper een ijsje gaan eten in Borculo, kunnen we meteen een eindje varen“. Aan mij de eer om dan één en één bij elkaar op te tellen en dan tot de slotsom komen dat dat ijsje eten eigenlijk alleen maar kan op camperpark Dommerholt, we daar een paar daagjes prettig gaan staan en dat dat varen een tochtje op de Berkel in de zomp moet zijn. Of ik meteen maar even wilde reserveren.

Borculo is op fietsafstand, da’s natuurlijk leuk om de eerste dag meteen programma te hebben. Voor W dan, ik heb even genoeg aan de vuilnis storten, boodschappen doen en het busje verplaatsen. Oeps: vergeet ik te vertellen dat eerst de bedden van de camper nog moesten worden opgemaakt en dat doen we met zijn tweeën. Nieuwe hoeslakens van de Ikea, maar dat kan je natuurlijk geen biet schelen. Op naar het Dommerholt in Borculo. Wat de naam “Dommerholt“ zo interessant maakt is dat het deze keer eens niet over hereboeren of kastelen gaat, maar over gewone mensen: boeren, arbeiders en gezinnen die met hun handen het land bewerkten en zo hun eigen plaats in de streek verdienden. Maar dat verhaal bewaar ik voor een volgende keer want ik heb eigenlijk al meer dan genoeg tekst en elke dag een complete roman schrijven is ook niet de bedoeling. Dus later meer in dit theater over Dommerholt en hoe Dommerholt Evenhuis werd.

W dus op de fiets en ik met Puzzel op stap. Einddoel van ons beiden: camperpark Dommerholt aan de Hambroekweg in Borculo. Sitecode CamperContact 99.430. Wel zo handig om dezelfde eindbestemming te hebben, vooral als je van plan bent ’s avonds in hetzelfde busje te slapen. Modern: zelfs digitaal reserveren en betalen. We beginnen er een beetje aan te wennen om een cp te reserveren: weet je zeker dat je niet voor niets rijdt. “Wel graag even melden bij de ijssalon bij aankomst“, wordt ons vanaf diverse plekken (te beginnen bij de website) toegeroepen. 30 plekken zijn er; elke plek heeft een verharde ondergrond en is voorzien van een 10A stroomaansluiting. Denk dat we onze wokpan gaan gebruiken. Gratis WIFI is er ook. Het sanitairgebouw is voorzien van vier douches en vier toiletten en 3 urinoirs. Ook is er een “afwerkplek“ voor de camper. De cp krijgt van mij het maximum aantal sterren omdat er een afwasplek is. Afvalscheiding wordt gevraagd, maar wees eerlijk; in een klein campertje is dat bijna niet te doen. Glas en vlapakken wil ik nog apart houden, maar de rest is gewoon restafval.

Goed enen kwam ik aan, aanmelden (“wij doen de slagboom voor u open“en toen ik daar een minuut of tien uit mijn neus had staan eten en pas bij het derde opgegeven nummer gehoor kreeg), installeren, een kort telefoontje plegen, was het al half twee en een boterhammetje later zaten we op de fiets. Eerst naar Lebbenbrugge (ga daar niks over vertellen want al wel vaker gedaan) en vanaf die plek een fietsbingoroute door met name de Beekvliet. Waarschijnlijk al wel vaker doorkruist, maar nooit op de naam gelet. Landgoed Beekvliet is een historisch landgoed dat al meer dan een eeuw ligt te liggen in de Achterhoek. Zei al dat ik het niet kende, maar als je het verhaal leest dan word je ondergedompeld in een mix van natuur, landbouw en zorgvuldig landschapsbeheer. Het landgoed ontstond in de negentiende eeuw, een periode waarin welgestelde families op verschillende plaatsen in Nederland buitenhuizen met bijbehorende landerijen aanlegden of uitbreidden. Ook Beekvliet groeide uit tot een samenhangend geheel van bossen, akkers, weilanden en lanen. De ligging was niet toevallig gekozen. De vruchtbare gronden en de aanwezigheid van water maakten het gebied aantrekkelijk voor landbouw, terwijl de bossen hout leverden en beschutting boden. 

En het bijzondere van Beekvliet: het is voor een (groot) deel in particuliere handen als ik een artikel in de Tubantie uit 2020 mag geloven. Het historische Landgoed Beekvliet omvat ongeveer 100 hectare. Tegenwoordig is het voormalige landgoed verdeeld over drie eigenaren. Het particuliere deel, circa 80 hectare groot, omvat de villa, enkele pachtboerderijen, landbouwgronden en bos. Daarnaast zijn omvangrijke natuurgronden in beheer gekomen van Staatsbosbeheer, terwijl een kleiner deel eigendom is van Natuurmonumenten. Samen vormen deze terreinen een belangrijk onderdeel van het Natura 2000-gebied Stelkampsveld. Het particuliere deel is in handen van Edzard Gelderman. Het landhuis (dat niet te bezichtigen is omdat het nog bewoond wordt) is oorspronkelijk in het begin van de vorige eeuw gebouwd als zomerhuis. De familie woonde op het ’s Gravenhof in Zutphen. Een van de voorvaderen was burgemeester van Warnsveld. In de zomer trok de familie enkele maanden naar Borculo. En wij? Wij konden er goed fietsen.



Na afloop van de tocht (had 38 kilometer op de teller staan maar W had daarvan de eerste 20 voor haar rekening genomen door naar Borculo te fietsen) een welverdiend ijsje bij de Dommerholt. De ijssalon is één van de activiteiten van de familie in het kader van verbreding van het agrarisch bedrijf, maar daarover morgen meer. Van ijs krijg je dorst en gelukkig zat er al een 5 in de klok. Een mooie dag. V: 224.958; A: 224.975. Rijtemperatuur zo’n 24 graden. Later in de middag kwam daar nog ietsje bij. Wind noordwest 3, dus W kreeg de wind van voren. Zon op/onder: 05:17/21:57 (gegevens Borculo). En morgen? Morgen is er weer een dag. We blijven nog een dag Borculo en omgeving onveilig maken. Als alles doorgaat gaan we morgen varen.

maandag 22 juni 2026

een week lang twee zotte schapen - 8: de rust is weergekeerd

“Je gebruikt vaak AI voor het maken van cartoons, weet je wel wat ChatGTP over jou en vooral over je blog weet te vertellen?“ kreeg ik te horen van verre vriend G te W. Nee, verre vriend G te W, ik wist niet dat ik bekend was, dus de proef op de som genomen en de chatbot de vraag voorgelegd “ken jij de blog van Berry Nales met de naam Brieven aan mijn zusje“? Het antwoord is verrassend, misschien zelfs een beetje beangstigend: “Ja, die blog ken ik. Het gaat om “brieven aan mijn zusje(s)”, geschreven door Berry Nales. De blog staat op Blogger en bestaat al sinds 2014. Oorspronkelijk waren het inderdaad meer persoonlijke “brieven” aan zijn zus, maar in de loop der jaren is het uitgegroeid tot een uitgebreid reis- en dagboek over campertochten, fietsen, dagelijkse observaties, geschiedenis, natuur en allerlei zijpaden die de schrijver interessant vindt. Wat opvalt aan de stijl: dagelijkse, vaak uitvoerige verslagen van camperreizen; veel aandacht voor routes, landschappen, geschiedenis en lokale bijzonderheden; een mengeling van feitelijke informatie, persoonlijke ervaringen en humoristische zijsporen en regelmatige verwijzingen naar familieleden en bekenden met initialen.“

Gemini geeft nog de volgende aanvullingen: “De blog draait om de volgende aspecten: camperverhalen (de auteur deelt uitgebreide, dagboekachtige verslagen van zijn reizen en overnachtingen met de camper - vaak "Puzzel" genoemd - door binnen- en buitenland); persoonlijke toon (de berichten zijn geschreven in de vorm van brieven of updates, doorspekt met alledaagse observaties, humor en anekdotes over onder andere zijn partner "W"); Achterhoekse nuchterheid (er doorschemert regelmatig een trotse link met de Achterhoek, de regio waar hij vandaan komt of verblijft)“.

maandag 22 juni: @ kötteldiek

Vandaag dus het einde van een kampeerperiode van een week op Het Zotte Schaap, vooral bedoelt om de A4d van Lichtenvoorde helemaal tot een feest te maken. Die A4d moet nog geëvalueerd worden en waarom zou ik het zelf doen als een chatbot zoveel over je blog en over je persoon weet. Vandaar de vraag aan ChatGPT “Kun je in de schrijfstijl van het blog van Berry Nales een evaluatie schrijven van de Lichtenvoordse Avondvierdaagse en marathon van 17 tot en met 21 juni 2026?“ en kijk eens wat het antwoord is:

“Woensdagavond begon het weer. Op de Markt verzamelden zich honderden wandelaars voor de Lichtenvoordse Avondvierdaagse. Kinderen met nog veel te veel energie, ouders die zich hadden voorgenomen er een ontspannen week van te maken en vrijwilligers die al uren bezig waren voordat de eerste wandelaar een stap had gezet. Vier avonden wandelen en op zondag als toetje de halve of hele wandelmarathon. Een traditie die in Lichtenvoorde bijna net zo vanzelfsprekend is als het corso en het weer waar altijd wel iets op aan te merken valt. De eerste avond was iedereen nog fris. Nieuwe wandelschoenen, zorgvuldig gevulde rugzakken en het vaste optimisme dat hoort bij het begin van elk evenement. Onderweg werd vooral gepraat. Over school, werk, vakanties en over mensen die er niet waren maar toch besproken moesten worden. Zo werkt dat in een dorp. Donderdag en vrijdag werd het serieuzer. Niet omdat de afstanden langer werden, maar omdat de benen begonnen te ontdekken dat wandelen toch echt iets anders is dan op een terras zitten. Hier en daar verschenen de eerste blaren. Wonderlijk genoeg worden blaren tijdens een avondvierdaagse behandeld als een militaire onderscheiding. Hoe groter het verhaal, hoe meer respect je krijgt. Zaterdag volgde de intocht. Voor veel kinderen is dat het hoogtepunt. Bloemen, muziek, applaus en het gevoel dat je iets bijzonders hebt gedaan. En eerlijk gezegd: dat gevoel is terecht. In een tijd waarin veel dingen achter een scherm plaatsvinden, blijft het mooi om te zien hoeveel mensen vrijwillig een paar avonden achter elkaar kilometers maken. 

En toen moest zondag nog komen. Terwijl de meeste inwoners zich nog eens omdraaiden in bed, stonden de deelnemers aan de wandelmarathon al klaar op de Markt. De hele marathon begon in alle vroegte, de halve iets later. Er hangt dan een bijzondere sfeer in het dorp. Stilte, verwachting en het geluid van wandelschoenen op straatstenen. Een marathon wandelen is geen spectaculaire sport voor toeschouwers. Er zijn geen sprints, geen finishduiken en meestal ook geen camera's. Het is vooral een kwestie van doorgaan. Stap voor stap. Kilometer na kilometer. Juist daarom verdient het respect. Wat deze vijf dagen vooral laten zien, is dat een evenement niet draait om routes of afstanden. Het draait om mensen. Om vrijwilligers die verkeersregelaars zijn, koffie schenken of stempels uitdelen. Om ouders die meelopen terwijl ze liever op de bank zouden zitten. Om kinderen die ontdekken dat ze meer kunnen dan ze dachten. En om wandelaars die op zondagmorgen voor dag en dauw vertrekken om 42 kilometer af te leggen, terwijl niemand hen daartoe verplicht. De Avondvierdaagse van 17 tot en met 20 juni en de wandelmarathon van 21 juni vormden opnieuw een week waarin Lichtenvoorde even liet zien waar een dorp sterk in kan zijn: samen iets organiseren, samen iets beleven en elkaar onderweg tegenkomen. Letterlijk.

Och, details ontbreken, bijvoorbeeld van een zeiknatte vrijwilliger op de markt van Lichtenvoorde op zondagmorgen om kwart over vier. Of de stress bij de organisatie of de wandeltocht van vrijdag wel door moest gaan. Kwam vandaag een foto tegen op Camperforum (een ontmoetingsplaats van camperaars) die liet zien wat er kon gebeuren. In dit geval een boom die op een geparkeerde Volkswagencamper is gevallen.

Vandaag is het feest dus afgelopen en na een dutje van negen tot negen voelde ik me vanmorgen als een uitgebrande barbecue na een iets te enthousiast tuinfeest. Kun je je er wat bij voorstellen?

Heb de afgelopen blogs vergeten te vermelden dat het vaderdag is geweest. Deze keer geen sokken, boxer, maar een heus T-shirt met een passende tekst. Genoeg geschreven voor deze week. Even een paar dagen pauze. In ons stenen huis is het ook lekker met dit weer. Een speciaal T-shirt aan en het is net alsof je op reis bent.



zondag 21 juni 2026

een week lang twee zotte schapen - 7: de (halve) wandelmarathon

Kwam tijdens de omzwervingen in verband met de A4d de laatste dagen een paar keer een variant van de Achterhoekvlag tegen, namelijk de Achterhoekse LGBT/regenboogvlag. Het is een creatieve combinatie van de vertrouwde Achterhoekse vlag (het groene landschap met het witte kruis, een paar jaar geleden ontworpen door Paul Heutinck) en de regenboogvlag. Het ontwerp is in het leven geroepen om diversiteit, acceptatie en verbinding specifiek binnen de Achterhoek te vieren en zichtbaar te maken: iedereen is in deze regio welkom.

Als je het over Lievelde hebt moet je ook de Pannenkoekclub noemen, vond W te L. De Pannenkoekclub van Lievelde is eigenlijk een stukje informele Achterhoekse geschiedenis. Het is geen officiële vereniging met statuten of een bestuur, maar een gezelschap van ondernemers, bestuurders en andere markante figuren uit de omgeving dat al sinds ongeveer 1971 wekelijks bijeenkomt. In 2021 vierde de club haar 50-jarig bestaan. De club ontstond aan de stamtafel van Hotel Reijerink. Elke donderdag kwamen daar onder meer Harrie Reijerink, de gebroeders Vos van het slachthuis en transportondernemer Theo Hoitink samen voor zakelijke gesprekken. Volgens de overlevering vond mevrouw Reijerink dat de heren na hun besprekingen wel een pannenkoek verdienden, uiteraard met spek van het slachthuis erbij. Dat eenvoudige ritueel groeide uit tot een vaste traditie. Toen Hotel Reijerink ophield te bestaan als familiehotel, moest de club verhuizen. De historische stamtafel en delen van het interieur zijn bewaard gebleven. De bijeenkomsten vinden tegenwoordig plaats bij Erve Kots, waar de traditie van de wekelijkse pannenkoek wordt voortgezet. Wil je een leuk stukje lezen over deze pannenkoekclub, lees dan deze column in "het oude wijf van Groenlo".

zondag 21 juni: @ vragender

Een vroege wekker want om kwart over vier was het verzamelen geblazen op de Markt voor de harde vrijwilligerskern van de hele marathon. Laat het nu net om half vier gaan gieten waardoor ik als enige vrijwilliger druipend arriveerde: de rest had de beschikking over een auto. Zoals verwacht wat minder starters op de 42 kilometer (start 05:00 uur), een deel besloot om wat later te beginnen aan de 21-kilometervariant (vertrek 08:00 uur). Gelukkig werd de regen al snel minder en toen de lucht eenmaal droog werd droogde deze man ook snel op. De vrouw hiernaast op de foto (noem haar maar W) had nergens last van want die hoefde pas na de buien te beginnen. Geen wonder dat ik snel weer droog was: vanwege de warmte (zelfs tijdens de regen was het nog bijna 20 graden) was een T-shirt, korte broek en sandelen voldoende om decent gekleed te gaan. En de rest van de dag? De wandelaars wandelden en wij deden ondersteunend werk: stempelen, versnaperingen uitdelen, informatie verstrekken, dorstigen van water voorzien en medailles uitreiken. Ik volsta met een aantal foto’s.



Een mooie dag. En na een nat begin weer een warme dag. Toen we om drie uur klaar waren en aan de borrel zaten wees de thermometer weer 30 graden aan. Om vijf uur was het nog steeds zo warm, maar toen zaten/lagen/hingen we in onze kiepstoelen in de schaduw op de camping. En morgen? Morgen is er weer een dag. De A4d is volbracht dus we pakken morgen het boeltje op en gaan weer een paar dagen kamperen in ons stenen huis. Het was weer mooi. De evaluatie nog a.s. donderdag en dan kunnen we deze vrijwilligersactiviteiten voorlopig weer op een zacht pitje zetten. De langste dag van het jaar vandaag, zon op/onder: 05:13/21:57. Het tegeltje van vandaag kreeg ik van vaste fotokijkster C te L, waarvoor dank.