noordpolderzijl

noordpolderzijl

woensdag 27 mei 2026

camperfietsen - 12: de pilletjes van de dokter

Aan de titel van dit blog kun je zien dat we onze oude hobby weer hebben opgepakt: W met de fiets en ik met de camper. We hebben nog een weekje voor het vrijwilligersgeweld weer losbarst (fietsexamens van Veilig Verkeer, avondvierdaagse van Lichtenvoorde, elektrocarwerk en “op het museum is altijd wel wat te doen“). En dan heb ik het nog niet gehad over de bijklusactiviteiten van W. Vandaag even naar het oosten en later in de week naar het westen richting een deel van het nageslacht. Even voor de duidelijkheid: vrijwilligerswerk doe je misschien een beetje voor een ander maar vooral voor jezelf. Je moet me niet aankomen met verhalen als “Wat zijn jullie toch goed bezig“, we hebben er zelf lol in en is die lol er niet meer dan gaat de stekker er gewoon uit.

In dit blog het verslag van twee dagen. Oorzaken: op dinsdag weinig beleefd en vooral geen zin om te schrijven. Soms heb je dat.

dinsdag 27 mei: @ halle

“Alle wegen leiden naar Halle“, is een uitspraak van onze zoon en hij kan het weten: hij woont in Harreveld. De reden dat we in Halle neerstrijken heeft te maken met het feit dat we te maken hebben met een “pillencalculatieprobleem“. Het zit zo: al jaren heb ik een voorraad pillen van minimaal drie maand. Ooit zo geregeld toen we nog regelmatig, dikwijls en vaak lang in het buitenland vertoefden. Een tijdje geleden vond Pleegzuster Bloedwijn (in overleg met de huisarts) dat er wel een pilletje of twee bijkon, iets met variatie en maagbescherming als ik het goed onthouden heb. Deze laatste aanvulling op het medicijnenmenu maakt nog geen deel uit van het ik-heb-voolopig-genoeg-systeem, dus het was even slikken toen de bodem van één van de potjes in zicht kwam. Vandaag even naar de apotheek in Lichtenvoorde en daarna de bus in Halle neerzetten. En tussendoor even thuis douchen en bij de Aldi voor een paar dagen inslaan. W gaat natuurlijk op de fiets van Balgoy naar Halle: de bikkel.

Camping Hessenoord in Halle is het geworden. Als je gaat zoeken naar de oorsprong van de naam van de camping kom je nergens een officieel gedocumenteerde verklaring tegen, ook niet op de website van de camping. Geen probleem: taalkundig is de naam vrij goed te duiden. Allereerst heb je “Hessen“ en dat verwijst ongetwijfeld naar de historische Hessenwegen: handelsroutes waar Duitse kooplieden (“Hessen”) vroeger over trokken, ook door de Achterhoek. “Oord” betekent een plek, streek of verblijfplaats. “Hessenoord” zou dus iets betekenen als: “plek van de Hessen” of “oord aan de Hessenroute”. En dat past precies in dit gedeelte van de Achterhoek waar de Hessen met hun brede karren vanuit Hessen via Bocholt, langs de Vennebulten (pas op: struikrovers!) en de Radstake over de “Halse Rug“ (het omliggende gebied was vroeger nat en moerassig) richting Halle, Zelhem trokken en daarna verder westwaarts naar Doesburg aan de Oude IJssel, een belangrijke Hanzestad. Voor de Achterhoek hield het daar op, voor de Hessen nog niet, die reisden vaak verder westwaarts met hun handelswaar: zout, textiel, graan, ijzerwaren, wijn, koloniale goederen en verder alles waar op dat moment vraag naar was. De Hessenweg in de Achterhoek was geen strak aangelegde “weg” zoals nu, maar een netwerk van zandige handelsroutes. We staan op de camping op het gezinsveld, maar geen gezin te bekennen, nog specifieker: we hebben het complete veld voor ons alleen. In de verte, op het Platanenveld, staat nog een camper verstopt achter de struiken. Op het Rustzoekersveld is het wat drukker.

En dan Halle zelf, een klein kerkdorp tussen Zelhem en Varsseveld in de gemeente Bronckhorst. Eigenlijk mag het geen naam hebben: de supermarkt is al een paar jaar geleden verdwenen en veel middenstand is er inmiddels ook niet meer in dit dorp van ongeveer 2.000 inwoners. Meestal rustig, maar als ze feesten dan doen ze dat goed. Binnenkort staan er maar liefst drie happenings op stapel. Vooraf moet je weten dat Halle drie “deelkernen“ heeft: Halle-Dorp (de dorpskern rondom de Grote Kerk), Halle-Heide (de uitgestrekte buurtschap ten noorden van het dorp en Halle-Nijman (de buurtschap richting Zelhem). De feesten dus! Allereerst is er wat te doen in Halle-Heide: op zaterdag 13 en zondag 14 juni 2026 vindt het festival 'Op 't Arf in de Hiet' plaats rond het Heidehuus. Hier fiets je langs verschillende boerenerven voor muziek, theater en dans. Wil je meer weten: Festival Halle-Heide. Dan volgt de kermis van Halle, ook bekend als School- en Volksfeest: dit traditionele dorpsfeest en de bijbehorende kermis vinden plaats van donderdag 2 tot en met zondag 5 juli 2026. En kun je er helemaal niet genoeg van krijgen dan kun je nog naar de Halse Dag, de jaarlijkse streekmarkt in het centrum van Halle. Dti jaar wordt dat evenement gehouden op zondag 6 september 2026. Je reist dan in het centrum 30 jaar terug in de tijd. Het laatse nieuws en het programma vind je op Halse Dag.

Maar we waren er nog niet: W moest zo’n 80 kilometer ploeteren door het hete Nederlandse land, al viel het op de fiets best wel mee, was haar mening. Dwars door Wijchen en Nijmegen en toen de Ooypolder in, bij Millingen aan de Rijn het pontje benutten en als laatste markante tussensop Babberich. Toegegeven: in die 80 kilometer zat ook een heen-en-weertje naar Halle City voor het noodzakelijke dagelijkse ijsje. Mijn telwerk liet wat meer kilometers zien (V: 224.319; A: 224.433), maar ik mocht ook een “ommetje“ A50/A12 (stervensdruk aan de andere kant) en een uitje naar Lichtenvoorde voor de pilletjes en de boodschappen. Warme dag: rijtemperatuur tussen de 26 (’s morgens voor tien uur al) en 32 graden (omstreeks 13:00 uur). En wat een rust op camping Hessenoord. Volgens Carel, de eigenaar, zag het er met de pinksterdagen (jazeker: kleine letter!) iets anders uit op het terrein. Toen W tegen tweeën arriveerde kon de ruststand beginnen. Oeps: vergeten dat de waston een paar uur zijn werk had gedaan in de garage van de bus en even geleegd moest worden. 

En terwijl wij zaten en lagen kon onze vogelapp zijn werk doen: behalve het “gangbare“ spul als merel, houtduif, bonte specht en spreeuw ook het geluid opgevangen van de bosrietzanger, zwartkop, putter, zanglijster, boomklever, tjiftjaf, gekraagde roodstaat, wielewaal en de roodborst. Zal er ongetwijfeld een paar overgeslagen hebben. De zwarkop liet het meest van zich horen, vertelde Merlin (da’s zij van de vogelapp). De pastasalade van vandaag had als vulling penne en garnalen en was goed binnen te houden. Laat in de avondstand: het was nog lang warm buiten.

woensdag 27 mei: @ halle

Met 27 graden (binnen) tegen elf uur naar bed en met 16 graden (nog steeds binnen) om half acht wakker worden. Lekker afgekoeld, dus goed geslapen. Niks te horen en vooral pikdonker, dus dat wil wel. Alhoewel pikdonker? Zon op/onder: 05:25/21:38 (gegevens Meuhoek/Halle). Ontbijten met een trui aan, voor het eerst weer sinds een tijdje; nog wel buiten.

Had een route uitgestippeld door het typische coulisselandschap van deze streek: weilanden, houtwallen, beekjes en kleine bossen die elkaar afwisselen; eigenlijk het “lievelingslandschap“ van W. De naam “Halle” komt waarschijnlijk van een oud Germaans woord dat verwijst naar een hoger gelegen plek of een open ruimte in het landschap. Het werd een route die past bij de uitstraling van de omgeving: geheimzinnig, spannende verhalen en veel bijgeloof. Wat vind je bijvoorbeeld van het verhaal van de Wodanseik, dat ik zou zou kunnen laten beginnen: “Lang geleden, toen de Achterhoek nog donkerder en wilder was, geloofden de mensen dat de god Wodan hier neerdaalde tijdens stormachtige nachten. Ze vertelden dat zijn paard, met vurige ogen en hoeven die vonken sloegen, rond de eik cirkelde. De wind die door de takken gierde, was volgens hen het gefluister van geesten die hem vergezelden. Niemand durfde op zulke nachten dicht bij de boom te komen. Toch was de eik niet alleen een plek van ontzag, maar ook van bescherming. Reizigers die verdwaald waren in de mist, vonden vaak onverwacht hun weg terug zodra ze de silhouet van de Wodanseik zagen. Boeren legden er kleine offers neer, een broodkorst, een munt, een stukje wol, in de hoop op een goede oogst of een voorspoedig jaar.“ En aan dat alles word je herinnerd als je bij het bijlmonument Wodanseik op de kruising van de Halsedijk met de Landeweerweg in Halle staat en kijkt naar de boom met zijn diep gegroefde stam en “takken [die] kronkelen als armen die verhalen vasthouden, en zijn wortels reiken zo ver dat men zegt dat ze de geheimen van de aarde zelf aanraken.“ Kan je het complete verhaal van Ludovicus en de Wodanseik (uit het jaar 801) wel vertellen maar dan zijn we zo drie kantjes A4 verder. Kan je natuurlijk ook een linkje geven.

Niet alleen de Wodanseik boezemt angst in. In deze omgeving heb je ook nog het verhaal van de boelekeerl, een boemanfiguur die ouders vroeger gebruikten om kinderen weg te houden bij gevaarlijke plekken zoals gierputten, sloten, kolken en poelen. Hij werd voorgesteld als een enge kerel of monster dat onder het water, onder een vlonder of in een gierput zat. Als kinderen te dichtbij kwamen, zou hij ze grijpen en naar beneden trekken. Dit werd bewust verteld om ongelukken te voorkomen en dat werkte, want kinderen bleven er wel uit de buurt. Het verhaal van de Boelekeerl leeft vooral in de streek rond Halle, Zelhem en de Slangenburg. In Halle is zelfs een Boelekeerlspad, een wandelroute van ongeveer 6 km waar je onderweg verwijzingen tegenkomt naar het verhaal. Het beeld van de graaiende hand hebben we deze keer niet zelf gezien (mocht er niet met de fiets komen) dus de foto is geleend.

Zelfs Smoks Hanne kwam nog even op haar bezem aanvliegen om te kijken of we wel op het goede pad bleven (W kon haar nog net op de foto krijgen). Volgens de bronnen was Smoks Hanne oorspronkelijk een kruidenvrouwtje dat in de 19e eeuw leefde in de buurt van Zelhem in een eenvoudige hut. Ze plukte kruiden in het bos en gaf mensen raad en middeltjes tegen ziekten. Door de jaren heen groeide haar reputatie uit tot die van een goede heks: iemand met genezende krachten en een zesde zintuig. Ze werd een markante dorpsfiguur, en haar naam bleef hangen omdat ze indruk maakte op de gemeenschap. Terwijl ik Smoks Hanne bewonderde scoorde W onze lunch bij de lokale Aldi en nam ook nog sperzieboontjes mee (want die zagen er zo lekker uit).

Tegen drieën waren we weer op ’t nös, met veel vragen waar we ook weer antwoord op gekregen hebben. “Meuhook“ moet dan betekenen “natte moerasachtige uithoek“ terwijl Gemini (die van Microsoft) het in eerste instantie houdt op een mestvork, de domme doos! En ja: er liep vroeger een spoorlijn van Ruurlo naar Doetinchem. Het was een lokaalspoorlijn van de GOLS (Geldersch-Overijsselsche Lokaalspoorweg-Maatschappij). De lijn werd geopend in 1885 en je kon heerlijk boemelen van Ruurlo via Wolfersveen en Zelhem naar Doetinchem. Voor reizigers werd de spoorlijn al in 1937 gesloten, omdat bus- en autoverkeer steeds belangrijker werden. Goederentreinen reden tussen Doetinchem en Zelhem nog door tot 1972. Veel van het oude tracé is vandaag nog zichtbaar. Vanaf de voormalige halte Wolfersveen tot Zelhem is het baanvak grotendeels goed te volgen via een smal pad, ideaal om te fietsen maar je moet geen tegenliggers krijgen (en die kregen we niet). De rest van de vragen en de antwoorden zal ik je besparen: het verhaal wordt te lang.

Mooie dag. Heel mooi fietsen. Een stuk koeler dan gisteren: niet warmer dan 24 graden. Trui aan op de fiets. En morgen? Morgen is er weer een dag. We hebben camperplaats De Kersenpit in Werkhoven gereserveerd (tja, reserveren schijnt daar te moeten). Om te fietsen 101 kilometer, beetje teveel van het goede. Hoe we dat gaan oplossen (er gaan zelfs geruchten dat er niet gefietst wordt, want: saaie route) krijg je in een volgend blog te horen.





maandag 25 mei 2026

overpinksteren - 5: over rook- en knakworsten die een nieuwe eigenaar hebben en toch hetzelfde gebleven zijn

Nog even terugkomen op de naamgever van de brug bij Grave. John Thompson was luitenant in het Amerikaanse leger en maakte deel uit van de parachutisten die op 17 september 1944 boven Nederland werden gedropt. Hun opdracht was om belangrijke bruggen veilig te stellen zodat geallieerde grondtroepen snel konden oprukken richting Duitsland. De brug bij Grave was daarbij van groot belang. Officieel ging het om de Company E van het 504th Parachute Infantry Regiment, onderdeel van de Amerikaanse 82ste Luchtlandingsdivisie. Er zit een interessant verhaal vast aan onze John: hij leidde een peloton van slechts zestien man. Dat had te maken met het feit dat het merendeel van de parachutisten te vroeg sprong. Het groene springlicht ging te vroeg aan. Bijna de gehele Company E sprong direct bij het lichtsignaal en belandde daardoor kilometers te ver van het doel in en rondom Velp. Thompson stond als jumpmaster in de deuropening van zijn C-47. Hij keek naar beneden, zag huizen in plaats van open veld, en weigerde te springen. Hij beval zijn 'stick' (de groep parachutisten in zijn vliegtuig) te wachten tot ze de beboste en bebouwde kom voorbij waren. Pas toen hij open weilanden zag, gaf hij het commando om te springen. Hierdoor landde Thompson samen met slechts 15 van zijn manschappen (zestien man in totaal) in een weiland dat toevallig extreem dicht bij de brug van Grave lag. Omdat ze volledig afgesneden waren van de rest van de compagnie, besloot Thompson niet te wachten op hergroepering. Om het verrassingseffect niet te verliezen, startte hij direct de aanval. De manschappen waadden door sloten met water tot aan hun nek om onopgemerkt dichterbij te komen. Met behulp van een bazooka schakelden ze een Duitse flaktoren (bunker) uit, waarna ze binnen korte tijd de strategische zuidzijde van de brug wisten te bezetten. Ik hou wel van dit soort verhalen.

maandag 25 mei: @ balgoy

Wakker worden op tweede pinksterdag maak je ook maar eens per jaar mee. Laten W en ik nu dezelfde fout gemaakt hebben in de spellingtest van vanmorgen: religieuze feestdagen krijgen een hoofdletter. Het is dus Hemelvaartsdag (of kortweg Hemelvaart), Pasen en Pinksteren. Afgeleide woorden krijgen in de officiële spelling geen hoofdletter. Daarom is het “tweede pinksterdag“ en ook “op een mooie pinksterdag“ (je weet wel van: “morgen kan ze zwanger zijn, kan ook nog vandaag; kan van de behanger zijn of van een franse zanger zijn of iemand uit Den Haag“. Tekst is van Annie M.G. Schmidt, muziek van Harry Bannink. André van den Heuvel zong ook mee. 

“Waarom fietsen we niet naar Oss“, vroeg W, “Mijn moeder ging daar vroeger met de trein naar een winkeltje van de Unox waar ze aan particulieren van die verspil-me-nietjes verkochten. Misschien kunnen we daar nog goedkoop wat inslaan.“ Oeps, erg veel zeer gedateerde informatie. Had een uurtje of zo nodig om een en ander op een rijtje te zetten. Allereerst Unox en Oss: Unox bestaat alleen nog als merk. Eind 2024 - begin 2025 is Unox grotendeels overgenomen door Zwanenberg Food Group. Het ging daarbij om het merk Unox, de rookworsten, knakworsten, soepen, sauzen en een deel van de productieactiviteiten. Unilever hield bepaalde onderdelen zelf zoals Cup-a-Soup en Unox Noodles. Eigenlijk werkte Zwanenberg al jarenlang achter de schermen voor Unox. Zo produceerde het bedrijf al sinds 2004 Unox-producten. In 2018 nam Zwanenberg de complete Unox-fabriek in Oss over. Al jaren worden dus Unox-rookworsten door Zwanenburg gemaakt. En niet alleen de worsten van Unox. Ook de iconische rookworst van de HEMA komt (weer) uit Brabant. Ruim een jaar geleden verdween de productie van de HEMA-rookworsten nog uit Oss. Na een samenwerking van tachtig jaar koos het warenhuis toen voor een andere leverancier en een aangepast recept om te kunnen voldoen aan het BeterLeven Keurmerk. De klanten pikten het niet en sinds januari 2026 mag Zwanenberg de worst weer produceren. 


Ten tweede: de fabriekswinkel. De fabriekswinkel van Unox (W wist nog op te hoesten dat die winkel in de Gasstraat stond) werd in februari 2018 definitief gesloten. Na ongeveer tachtig jaar kwam er een einde aan het feest. De voornaamste reden was dat de fabriek werd overgenomen door Zwanenberg Food Group. De nieuwe eigenaar Zwanenberg vond het commercieel gezien niet rendabel om de winkel open te houden. Het monumentale pand staat er nog steeds, maar heeft sindsdienst geen winkelfunctie meer.

Ten derde: Oss zelf. Afstand een probleem? Als het onder de 40 kilometer totaal is moet het (vlak terrein en relatief weinig wind) te doen zijn. Laat de routeplanner nu net 39,9 kilometer laten zien en nadat ik er een extra (archeologische) highlight aan had toegevoegd 43 kilometer, de Jumbo in Wijchen leverde nog een extra twee kilometer op. Museum skippen en weinig lopen: gaan met die banaan.

Wat moet je over Oss weten? W en ik zien het vooral als een moderne Brabantse werkstad, maar misschien doen we de plaats daarmee tekort. Ons werd aangeraden vooral het graf van de “Vorst van Oss“ te bezoeken, iets buiten het dorp aan de A50. Had er nog nooit van gehoord en eerlijk gezegd: kijk naar bijgaande foto en je hoeft niet meer naar het monument. De “Vorst van Oss“ was een machtige krijgsheer, die ongeveer 2700 jaar geleden leefde. Hij werd begraven in een grafheuvel met een kostbaar bronzen zwaard, bijzondere sieraden en een urn (ook van brons). Het vorstengraf werd ontdekt in 1933, toen men een aantal heuvels op de heide ging egaliseren. In 2003 is de grafheuvel gereconstrueerd. De reconstructie aan de zuidrand van industrieterrein Vorstengrafdonk laat een dwarsdoorsnede van de heuvel zien. Het vorstengraf was onderdeel van een veel groter grafveld. Een paar honderd meter naar het oosten liggen nog meer grafheuvels: monument Paalgraven. Wil je meer weten? http://www.vorstengrafoss.nl.

In de stad zelf herinnert het moderne kunstwerk “Het Zwaard van Oss” aan dat indrukwekkende verleden. Midden op een rotonde staat een een replica van het rondgebogen zwaard dat in 1933 is opgegraven in Oss. Deze “replica“ is wel een stukje groter dan het origineel. Het kunstwerk heeft namelijk een doorsnede van 9 meter en is 4,5 meter hoog en als het donker is prachtig verlicht. Niet van brons, dat zou te begrotelijk worden, maar van staal.

Met de rest van de binnenstad waren we overigens snel klaar: best wel compact. Een kerk (de Grote Kerk) met de Albert Heijn vlak in de buurt, een aantal oude straatjes, flink wat terrasjes op “de Heuvel“ en dan heb je het wel gehad. Nog even over die kerk. De officiële naam is de Onze Lieve Vrouw Onbevlekt Ontvangen Kerk, maar iedereen noemt hem Grote Kerk. Eerder stond er op dezelfde plek de middeleeuwse Willibrorduskerk. Eigenlijk hadden we ook Museum Jan Cunen moeten bezoeken, zo’n museum dat van-alles-wat heeft: moderne kunst en een afdeling geschiedenis van stad en regio. Het strompelen door het museum van Wijchen is me een paar dagen geleden niet goed bevallen en omdat het ook nog weer 20 kilometer terugfietsen was hebben we dit maar geskipt.



Oss is niet alleen oud. Het is ook een echte industriestad. Uit een foldertje: “In de negentiende en twintigste eeuw groeide de stad razendsnel dankzij de boterindustrie, vleesverwerking en later de farmaceutische industrie. Namen als Unox, Organon en Zwanenberg zijn onlosmakelijk verbonden met Oss. Daardoor kreeg de stad een eigen karakter: hardwerkend, ondernemend en een beetje eigenwijs.“ Daarnaast is Oss een fusiegemeente. Dat kun je ook zien in aan het wapen van Oss. De eerste versie stamt uit 1817: “Van lazuur, beladen met een os, staande onder een boom op een terras, alles van goud". Bij de gemeentelijke herindeling 1994 toen een aantal omringende gemeenten werden opgeheven en bij Oss werden gevoegd, moest het wapen veranderen. Er werden wat kenmerkende elementen uit de wapens van andere gemeenten toegevoegd (de mijter bijvoorbeeld voor Bergen). In 2003 volgde er opnieuw een gemeentelijke herindeling en moest het wapen opnieuw worden aangepast. Men besloot de oude versie (uit 1917) weer te gebruiken, maar ditmaal in de oorspronkelijke kleuren, omdat het gebied van de nieuwe gemeente ongeveer overeenkwam met het Maasland, dat ook dit wapen voerde. De boom en de ondergrond vervielen; uitsluitend de os bleef. Deze versie ("In sinopel een os van zilver. Het schild gedekt met een gouden kroon van negen parels") kon in 2011 een volgende gemeentelijke herindeling glansrijk doorstaan. van 2011 ongewijzigd.


Dan nog even de vlag van Oss, officieel vastgesteld op 2 januari 2003 als de gemeentelijke vlag. Wikipedia omschrijft dit dundoek als volgt: “aan de hijszijde boven wit en onder groen, in de vlucht vier banen in rood, geel, wit en blauw“. Als je een beetje verder gaat snuffelen kom je te weten dat de kleuren van de vlagafkomstig zijn uit de voormalige gemeentewapens en -vlaggen van Oss (wit en groen), Megen, Haren en Macharen (rood en geel) en Ravenstein (wit en blauw). Weet niet wat je met deze non-informatie moet maar ik ben het kwijt.

Dat we een stuk door de Maashorst gefietst hebben, moet je maar van me aannemen. Het was er lekker koel, maar we kennen daar de weg en heb er in de afgelopen jaren al het nodige over geschreven. Boodschappen in Wijchen en terug naar de camperplaats. 44,9 kilometer op de teller, best veel voor een gehandicapte man. Het ijsje van de dag moest W vandaag in Wijchen halen (ja dezelfde weg terug) omdat het daar koopzondag was. Meer dan een ijsje heeft ze niet gekocht. Het was weer een mooie dag met een aantal nieuwe dingen en ja: Oss was voor ons ook nieuw. En morgen? Morgen is er weer een dag. We gaan vanavond Yvon vertellen dat we morgen gaan vertrekken. Het wordt richting Achterhoek, niet omdat we stoppen met onze tocht maar om even bij de apotheek wat pillen op te halen. Maar dat verhaal hoor je morgen. Sluit af met een kapelletjesfoto voor onze vaste fotokijkster en kapelletjesverzamelaar C te L. Dit kapelletje is gewijd aan Maria, de moeder van de zeeverkenners. Bijgaande foto is gemaakt door W, wil je meer foto's of informatie, beste C te L, klikkerdeklik.

zondag 24 mei 2026

overpinksteren - 4: programma’s gescheiden

“Jouw verhaal over de driedeling van Gelderland (Veluwe, Achterhoek en Betuwe) in een vorig blog getuigt van een enorme bejaardheid“ schreef een “jeugdige lezer“ (F te P) mij. Je moet met je tijd meegaan, is haar mening. Tegenwoordig dien je meer rekening te houden met een indeling van Gelderland op basis van samenwerkingsverbanden. Ze noemt met name moderne onderwerpen als woningbouw, verkeer, economie, openbaar vervoer, zorg, natuurbeheer, arbeidsmarkt en infrastructuur. Niks indeling op basis van oude historische cultuurstreken. Gewoon een frisse wind laten waaien door bestuurlijk Gelderland en dan kom je op de volgende deelgebieden uit: de groene metropoolregio Arnhem-Nijmegen, regio Rivierenland, Achterhoek, Noord-Veluwe en Foodvalley. Ook bijgaand kaartje is van ChatGPT.

Eigenlijk zit ik met een levensgroot probleem. Heb dit seizoen al een paar keer asperges gegeten en in tegenstelling tot voorgaande jaren stinkt mijn urine niet. Die geur wordt veroorzaakt door zwavelverbindingen die vrijkomen bij de afbraak van asparagusinezuur. Volgens Gemini van Google: “Dat je dit nu niet ruikt en andere jaren wel, komt vrijwel zeker doordat je reukvermogen tijdelijk is verminderd (virus of verkoudheid , of doordat de hoeveelheid enzymen in je lever is veranderd (de enzymen die je lichaam gebruikt om stoffen in asperges af te breken variëren. Dit proces kan door de jaren heen veranderen door bijvoorbeeld je leefstijl, medicatie of voedingspatroon). Tenslotte kan er sprake zijn van asperge-anosmie: je hebt wél stinkende urine, maar omdat je specifieke geurgenen hebt nemen jouw hersenen de zwavelgeur niet waar.“ Copilot van Microsoft had nog een aanvulling: “Het kan ook nog aan de asperges liggen, niet elke asperge bevat dezelfde hoeveelheid geurproducerende stoffen. Dat hangt af van onder meer ras, bodem, oogsttijd en versheid“. De lieverd sluit uiteindelijk af met een geruststellend “het is niet iets om je zorgen over te maken“. Vanavond toch maar weer asperges op het menu en dan gaan we voor “wie van de drie“.

zondag 24 mei: @ balgoy

Niet zo’n echt fijne nacht: beetje veel warm. Zo’n nacht waarbij (in ieder geval tot aan een uur of vier) twee blote lijven naast elkaar liggen te liggen met alle ramen open om maar een beetje “koelte“ te vangen. Och, zoiets hoort er ook bij als je campert en het is mooi weer. Om 06:00 uur vanmorgen was het afgekoeld naar 17 graden (binnen) en twee uur later waren daar al weer een paar streepjes bijgekomen. W mag en moet vandaag alleen fietsen: ik heb de kilometers en het strompelwerk van de afgelopen dagen in mijn benen zitten en die ledematen vragen nu om een dagje rust. Even naar de super kan nog net, dus na ons ontbijt even naar de Jumbo in Wijchen, gewoon open op Eerste Pinksterdag.

Daarna moest W “meters maken“ en had een leuk tochtje uitgestippeld: van Balgoy naar Grave, daar de brug over; langs de linkeroever van de Maas naar de grote veerpont bij Megen in de N329 en via de rechteroever terug. Links en rechts wordt dan bepaald door de stroomrichting. Bijgaand kaartje was het uitgangspunt, maar de nodige aanpassingen werden tijdens het fietsen gemaakt wanneer een muziekcorps uitnodigde om deel te nemen aan het feestgewoel in een van de dorpen, een weg was afgezet of een pad schreeuwde om wel of niet befietst te worden.



In deze omgeving kom je regelmatig, dikwijls en vaak herinneringen aan de Tweede Wereldoorlog tegen, eentje hebben we er onlangs bezocht: de stalen parachutes van Overasselt. Geen wonder dat je hier vaak met de neus op de feiten wordt gedrukt: in de winter van 1944 en het voorjaar van 1945 veranderde het Land van Maas en Waal van een rustige landbouwstreek in een gebied vol spanning, vernieling en oorlogsgeweld. De dorpen tussen de Maas en de Waal lagen ineens dicht bij het front. Dat alles had te maken met de rivieren in dit deel van het land, die speelden een belangrijke rol in de oorlog. De Waal was een natuurlijke barrière en werd zwaar bewaakt. Maar voor je bij de Waal bent moet je de Maas over, tenminste als je van Normandié komt. Één van de opties was de grote verkeersbrug bij Grave en die brug heeft zo’n belangrijke rol gespeeld dat hij later werd hernoemd tot John S. Thompsonbrug (naar één van Amerikaanse officieren). Voor de geallieerden was deze brug van groot strategisch belang, omdat zij een snelle route nodig hadden richting Nijmegen, Arnhem en uiteindelijk Duitsland. Op 17 september 1944 begon Operation Market Garden. Het plan van de geallieerden was ambitieus: parachutisten moesten belangrijke bruggen in Nederland veroveren, terwijl grondtroepen snel zouden oprukken via een smalle corridor. De brug bij Grave was één van de eerste grote bruggen die intact moest worden ingenomen. Als de Duitsers de brug zouden opblazen, zou de opmars ernstig vertraging oplopen. Een tweede essentiële brug was die over de Waal bij Nijmegen. Deze kwam op 20 september in geallieerde handen. Hierdoor was het Land van Maas en Waal eind september al bevrijd gebied, Hoewel het in de winter van 1944 - 1945 geen onafgebroken groot slagveld was, was er allesbehalve rustig. Het gebied leefde maandenlang onder de dreiging van oorlog, met beschietingen, militairen, vernielingen en voortdurende onzekerheid. De brug bij Grave is tegenwoordig een belangrijk historisch monument. Jaarlijks worden hier herdenkingen gehouden voor de soldaten van de 82e Airborne Division. Ook zijn er monumenten en informatieborden die uitleg geven over de gebeurtenissen van september 1944. Daarmee blijft de brug niet alleen een verkeersverbinding over de Maas, maar ook een blijvende herinnering aan een beslissend moment in de oorlogsgeschiedenis van Nederland. Op haar tocht langs de dijken kwam W regelmatig herinneringen aan de Tweede Wereldoorlog tegen, soms groot (zoals bij de brug bij Grave), maar meestal klein: plaquettes van neergestorte geallieerde vliegtuigen; evacuaties tijdens de winter van 1944–1945; beschietingen over de Maas en Waal; de aanwezigheid van Amerikaanse en later Canadese troepen. Veel van die kleinere monumenten zijn niet groot of toeristisch, maar juist lokaal geplaatst door dorpsgemeenschappen.

Toen W terug was van haar tocht konden we samen nog even naar het pop-upmuseum dat door de wederhelft van Yvon (van de camperplaats), verzamelaar Ruud van Haren, tijdens het pinksterweekend is opengesteld. De tentoonstelling richt zich op de geschiedenis en herdenking van de Watersnoodramp in het Land van Maas en Waal. Ruud heeft het nodige verzameld (en uitgestald): originele edities van kranten die de watersnoodrampen van 1926 en 1953 beschrijven, plus staatscouranten uit 1925; oude kaarten en archiefstukken van en uit de dorpen langs de Maas uit 1873; penningen, documenten en een houtskooltekening van Mastenbroek; boeken over Wijchen, Balgoiy en het Land van Maas en Waal. Kwam ook Boudewijn nog tegen en een plaatje van Wim Kersten en de Viltjes, ja: die van het bloemetjesgordijn, maar nu iets over het water in de Maas.







Tegen vijven waren er drie geuren die de baas probeerden te spelen op de camperplaats: zonnebrandcrême, asperges die op verschillende manieren werden klaargemaakt en een weëge geur van paardenpis (kon alleen niet achterhalen waar dat gemeur vandaan kwam, geen manege in de buurt).

Een mooie Eerste Pinksterdag. Volop zon en achter in de 20 graden. En morgen? Morgen is er weer een dag! We blijven nog een dagje hier en fietsen naar Oss, de plaats waar Zwanenberg de fabriek van Unox heeft overgenomen, maar daarover morgen meer. Dan ook het verhaal van de moeder van W die regelmatig ging winkelen in Oss.