noordpolderzijl

noordpolderzijl

vrijdag 22 mei 2026

overpinksteren - 2: over twee oude vestingstadjes, een ruïne en een pontje

Gisteren om 16:00 uur was het zo ver: complet, full of gewoon zoals hier “vol“ (zie foto). Wij hebben een plaats in de herberg. En “hier in de herberg“ is Balgoy in het Land van Maas en Waal dat sinds 13 februari 2020 een eigen streekvlag heeft. Er zijn wat varianten in omloop maar volgens Wikipedia is de hier afgebeelde versie de enig juiste: “De vlag toont drie even hoge banen van wit-blauw-groen en een geel wapenschild in het midden waarin twee golvende rivieren die de letters M en W vormen.“

Word al een paar ochtenden wakker gezongen door Boudewijn de Groot. Eerlijk gezegd was het W die haar best probeert te doen. Ik prefereer eerlijk gezegd de versie van Boudewijn, die is namelijk iets zuiverder van aard. De tekst is in beide gevallen ongeveer hetzelfde:

Onder de groene hemel in de blauwe zon
Speelt het blikken harmonieorkest in een grote regenton
Daar trekt over de heuvels en door het grote bos
De lange stoet de bergen in van het circus Jeroen Bosch…

Heb me altijd afgevraagd in hoeverre dit nummer (tekst van Lennaert Nijgh) iets met het Land van Maas en Waal te maken heeft. Het nummer verwijst naar verschillende zaken zoals de Egmondse abdij, Klaas Vaak, Pierlala, de koning van Spanje en tipt terloops een paar oerhollandse woorden aan als snoeshaan en brandewijn. Maar wat Egmond en Pierlala nu met het gebied te maken hebben waar ons campertje een paar dagen bivakkeert? Bijgaande foto laat Boudewijn de Groot zien met zijn gouden plaat die hij voor dit nummer kreeg in 1967. Op de achtergrond slot Loevestein dat volgens mij ook nog maar net met veel moeite in het land van Maas en Waal ligt (op de landtong waar de Maas en de Waal - als Afgedamde Maas - samenkomen. Persoonlijk zou ik dat eerder eerder de Bommelerwaard noemen: Loevestein ligt dan wel in het rivierengebied van de Maas en Waal, maar als je het hebt over “het Land van Maas en Waal“ dan heb je het volgens mij over een specifieke regio die iets oostelijker begint, rondom plaatsen als Druten en Wijchen. Maar ja: mijn geografische kennis van dit gebied is ook maar beperkt. Op onderstaande foto naast de vlag van Nederland die van Gelderland en natuurlijk kan het Land van Maas en Waal ook niet ontbreken. En ja: de vlaggemasten stonden scheef, de wind komt hier meestal uit het westen. Je ziet dat het vandaag niet erg waaide op de camperplaats.

Een ding moet duidelijk zijn: als je “Land van Maas en Waal“ hoort kun je op je klompen aanvoelen dat je te maken hebt met twee rivieren, de Maas en de Waal. Van oudsher was het gebied sterk afhankelijk van die rivieren. Deze zorgden voor vruchtbare landbouwgrond, maar brachten ook gevaarlijke overstromingen met zich mee. Daarom werden al eeuwen geleden dijken aangelegd om de dorpen en akkers te beschermen. Tegenwoordig zijn deze dijken niet alleen belangrijk voor de waterveiligheid, maar ook populair bij wandelaars en fietsers vanwege het mooie uitzicht over het rivierenlandschap. Boomgaarden vol bloesem in het voorjaar trekken extra toeristen aan. Volgens Yvon, de eigenaresse van onze camperplaats, is “haar“ gebied “een streek met een rijke geschiedenis, een karakteristiek landschap en een sterke band tussen mens en rivier“ en zij kan het weten: het staat ook in haar foldertje.

vrijdag 22 mei: @ balgoy

Vandaag stonden Ravenstein en Batenburg op ons programma, een fietsprogramma inderdaad. In vrijstaat Ravenstein waren we al een paar keer eerder. Weer zo’n klein stadje, maar die hebben meestal de grootste verhalen: Volgens kenners is het “[....] een stadje waar geschiedenis, religie, vestingbouw en Brabantse gezelligheid samenkomen. Juist die combinatie maakt Ravenstein zo bijzonder en geliefd bij bezoekers die houden van authentieke plekken met karakter.“ Je zoekt het aan de Maas, tussen Nijmegen en Den Bosch. Ravenstein ontstond in de veertiende eeuw rondom een kasteel dat werd gebouwd door ridder Walraven van Valkenburg. Aan hem dankt de stad ook haar naam. Dankzij de gunstige ligging aan het water groeide Ravenstein snel uit tot een belangrijke handelsplaats. Schepen voeren af en aan, handelaren brachten goederen mee en de stad kreeg steeds meer betekenis in de regio. Een pré was dat het eeuwenlang geen onderdeel van Brabant of de Republiek der Nederlanden was. Het was een zelfstandig mini-staatje binnen het Land van Ravenstein. Daardoor had de stad eigen regels, bestuurders en zelfs een eigen geloofsvrijheid. Terwijl in veel delen van Nederland het katholieke geloof verboden werd na de Reformatie, mochten katholieken in Ravenstein hun geloof gewoon blijven uitoefenen. Dat trok veel priesters, kloosters en gelovigen naar de stad. Ook de vestingwerken vertellen een verhaal. In de zeventiende eeuw werd Ravenstein versterkt met wallen, poorten en grachten om de stad te beschermen tegen vijanden. Een deel daarvan is nog altijd zichtbaar. Vooral de oude stadspoort en stukken van de vesting geven Ravenstein zijn karakteristieke uitstraling. Het stadje behoort dan ook tot de mooiste kleine vestingsteden van Nederland. In de negentiende eeuw verloor Ravenstein langzaam zijn militaire functie. De stad werd rustiger en ontwikkelde zich meer als regionaal centrum voor handel en ambacht. En tegenwoordig? Wandelaars, fietsers en liefhebbers van geschiedenis komen voor wat de stad te bieden heeft: oudheden, kleine terrasjes, oude winkeltjes en kunstgalerieën. Vooral in de zomer hangt er een ontspannen Bourgondische sfeer. De ligging aan de Maas maakt het extra aantrekkelijk. Veel mensen combineren een bezoek aan Ravenstein met een fietstocht langs de dijken of een tochtje met het pontje in de omgeving.



Na Ravestein ging onze tocht naar Batenburg, da’s weer Gelderland, want de “andere kant van de Maas“. We mochten de Maas over met een pontje. In verband met de pontjesdagen had UIT®WAARDE, de stichting die een aantal toeristische dingen in de omgeving “doet“ en ook een paar pontjes over de Maas in de vaart heeft, de overtocht opgevrolijkt: twee heren mochten het Nederlandse levenslied ten gehore brengen en volgens hen viel de Wild Rover daar ook onder. De schipper bracht voor dit muzikale gebeuren naast de normale overtochtprijs (€ 1,75 per persoon en alleen pinnen) geen extra kosten in rekening.



Batenburg hoort tot de gemeente Wijchen. Ook hier is weer sprake van een van oorsprong middeleeuws stadje (stadsrechten gekregen in 1349). Die middeleeuwse uitstraling is er nog steeds en dat komt vooral door de ruïnes van een kasteel. Ondanks zijn kleine omvang (als je de neuzen telt houdt het met zo’n 650 stuks op) heeft Batenburg stadsrechten sinds de middeleeuwen. Het stadje ontwikkelde zich rond het kasteel, ooit één van de belangrijkste kastelen van Gelderland. Het kasteel ontstond waarschijnlijk al in de twaalfde eeuw en werd gebouwd op een strategische plek langs de Maas. Daardoor konden de heren van Batenburg het rivierverkeer controleren én zich verdedigen tegen vijanden. Door de eeuwen heen werd het kasteel meerdere keren belegerd, uitgebreid en herbouwd. In 1794 kwam er een einde aan het kasteel: het werd grotendeels door de Fransen verwoest. De overblijfselenzijn nog steeds te bewonderen (volgens mij zijn grote delen opnieuw als bouwval opgebouwd). Valt er nog meer te zien? W noemde na afloop een hervormde kerk uit de 15e eeuw maar vooral de “pittoreske straatjes“ die nog heel middeleeuws aandoen. Las later dat Batenburg valt onder beschermd dorpsgezicht, wat bijdraagt aan de instandhouding van het historische erfgoed.



Een ander hoogtepunt van onze tocht vormde de Batenburgse standerdmolen, volgens de VVV-brochureéén van de mooiste én oudste molens van het Land van Maas en Waal.“ Hij staat er wel mooi bij: hoog op de dijk aan de rand van Batenburg en “vormt samen met de kasteelruïne een typisch beeld van het oude Maaslandschap“ (bron: hetzelfde foldertje van de VVV). Misschien goed omschreven door de VVV, maar ze liggen niet naast elkaar. De molen staat boven op de dijk aan de rand van het stadje, terwijl de ruïne iets lager en meer richting het centrum ligt en hemelsbreed zal het een afstand van zo’n kleine 400 meter zijn.

Toen W mij vroeg wat deze molen zo bijzonder maakt, kreeg ze van mij te horen dat het gaat om het type. Het is een zogenaamde standerdmolen. Dat is het oudste type windmolen van Nederland. Bij dit soort molens draait niet alleen de kap, maar de hele houten molenkast om een grote verticale houten paal, dat is de “standerd”. Daardoor kon de molenaar de molen precies in de wind zetten. “Je blijft gewoon een schoolmeester, al ben je al twaalf jaar met pensioen“, waren de woorden van W na mijn uitleg. Weet niet of ik dat helemaal positief moet opvatten. Van oudsher hoorde de molen bij het nabijgelegen kasteel. De heren van Batenburg hadden toen veel macht in de streek. Zij verplichtten boeren uit de omgeving hun graan uitsluitend in deze molen te laten malen. Zo’n molen werd een “dwangmolen” genoemd. Voor boeren was dat niet altijd ideaal, maar voor de kasteelheer leverde het inkomsten en controle op.

Via de Jumbo in Wijchen terug en na 23,9 kilometer konden de beentjes hoog en wat later een aspergesoep (woensdag al gemaakt samen met de aspergemaaltijd) naar binnen geslobberd worden. Na een uurtje rust moest W dringend een ijsje halen in Grave en mocht ik gebruik maken van haar kiepstoel. Een mooie dag: volgens Buienrader was het droog en om een uur of drie 27 graden. Dat “droog“ klopte in ieder geval, die temperatuur vind ik wat ruim bemeten. En morgen? Morgen is er weer een dag. We blijven nog een dagje het Land van Maas en Waal onveilig maken.

donderdag 21 mei 2026

overpinksteren - 1: over stalen parachutes

Wat zoekt een mens in Balgoy? Het is niet meer dan een gat tussen de dijken van het Land van Maas en Waal. Het hoort bij de gemeente Wijchen. Een klein gat, want Balgoij heeft tussen de 590 en 730 inwoners. Dat dat aantal zo varieert heeft te maken met de manier van tellen: heb je het alleen over het dorp of tel je de koppen van de buitenwijken mee? Wij zitten volgens Buienalarm in de buurtschap “Verspreide Huizen Balgoy“. Wie er voor het eerst aankomt, rijdt er misschien bijna ongemerkt doorheen. Geen druk plein, geen lange winkelstraat en geen rijen toeristen met camera’s, het is geen Grave of Wijchen en al helemaal geen Nijmegen. Juist dat maakt Balgoy bijzonder. Het is een “woondorp“ en de bewoners zijn voor hun boodschappen aangewezen op winkels in met name Wijchen. Het enige waar je je eigenlijk druk over hoeft te maken is of het Balgoy of Balgoij is, maar dat heb ik een aantal jaren geleden al gedaan en ik val niet graag in herhaling. Balgoy ligt vlak bij de Maas en wordt omringd door open landschap, geliefd door fietsers en wandelaars. Een landschap dat vooral gevormd is door de Maas: overstromingen die voor vruchtbare grond zorgden.

Of het bordje eten in de camper er net zo uitzag als de foto in het vorige blog. Neen beste lezer W te H en dat had vooral te maken met de zalm die bij de Jumbo in de aanbieding was (twee voor de prijs van één). Geen mooie grote plakjes die je in een kopje (bekleed met magnetronfolie) kunt vouwen en daar de mix van onder meer avocado en mayonaise in kunt draperen om zodoende een mooi bolletje te vormen. Het waren kleine stukjes vis en weet nu dus ook waarom ze de boel in de aanbieding hebben gegooid. Alle ingrediënten dus wel aanwezig maar iets anders gerangschikt en het geheel was goed eetbaar. De avocadomousse zit een beetje verstopt onder de asperges en laat zich niet zo goed zien op de foto die ik van dit culinaire hoogstandje heb gemaakt.

Of het die camperplek is met al die bordjes, flessen en andere verzamelingen, wilde lezeres L te D weten. Inderdaad L te D: de familie (en met name Yvon, die soms ook Yvonne heet) houdt van zooi. Bewonder bijgaande foto’s maar die W tijdens haar verkennende wandelingetje over het erf gemaakt heeft.


donderdag 21 mei: @ balgoy

Langzaam aan begint de camperplek vol te lopen, allemaal lelijke witte dozen (en wat mooie blauwachtige metalic busjes) die graag de pinksterdagen “buiten“ willen doorbrengen. Dat “buiten“ zal ongetwijfeld gaan lukken. Vandaag al heel ander weer dan gisteren en het belooft de komende dagen nog warmer te worden. We zullen ons hier in de omgeving een paar dagen moeten vermaken. W af en toe een wat grotere fietstocht en regelmatig mag ze mij ook uitlaten: niet te ver want opa kan dat met zijn benen (even) niet meer aan. Deze week bericht gekregen dat dat “even“ nog duurt tot de tweede helft van juli van dit jaar. Attamottamotta! We proberen er mee te leven. Vandaag ging het op de fiets naar het Bevrijdingsmonument in Overasselt, maar daarover later meer: er was veel meer moois te zien.

De eerste highlight was het “Monument Grens van Noord-Brabant en Gelderland“ en zoals gewoonlijk hangt hier weer een verhaal aan vast. Eigenlijk is “monument“ een groot woord, het is een informatiebord dat vertelt over de geschiedenis en geografie van het gebied rondom Balgoy en Keent. Tot 1 mei 1923 vormde Balgoy samen met de buurtschap Keent de gemeente Balgoy. In 1923 werd de gemeente ingedeeld bij Overasselt. Het gebied veranderde drastisch in 1938 toen een meander van de Maas werd afgesneden om de rivier te verbeteren voor scheepvaart en waterafvoer (een project in het kader van de Maaskanalisatie). Hierdoor kwamen de dorpen Balgoy en Keent aan weerszijden van de rivier te liggen. in 1958 was de breuk compleet: Keent werd definitief ingedeeld bij het Brabantse Ravenstein en later bij de gemeente Oss.

Vandaag de dag is Keent een natuurgebied van 300 hectare, bekend om zijn struinuiterwaarden. Op bijgaand deelkaartje van onze route van vandaag kun je goed de meander zien die door de Maaskanalisatie werd afgesneden. De “1“ geeft het punt aan dat ik in de vorige alinea heb beschreven, op “A“ ligt onze camperplaats.

Vervolgens kregen we het fietspad langs de Maas voor de kiezen, geen LF8 volgens mij, die gaat over de dijk bij Grave, da’s de andere kant van de Maas. Gelukkig maar volgens W, de officiële LF8 is met dit weer stervensdruk en gisteren kwam ze vooral grotere groepen tegen. Ons Maasfietspad werd onderbroken door een pauze bij de sluis bij Grave. Een grindboot werd er geschut. Altijd een mooi excuus om even van de fiets af te stappen.  

De tocht langs de Maas ging na de sluis verder richting Overasselt. Een paar keer kwamen we de naam “Kleefse Veerstraat“ tegen, een weg die dwars door de uiterwaarden loopt. Weet niet of de hele weg die naam heeft. Een deel was voorzien van beton in plaats van asfalt. Er werd gewaarschuwd dat deze weg soms zwaar vervuild is wanneer landbouwvoertuigen er over heen zijn geweest, maar op een verdwaald plukje hooi was er niks te vinden. Hier was het rustiger dan op de dijkweg die we na een paar kilometer weer mochten volgen. Het eerste wat we van Overasselt zagen was de standerdmolen Zeldenrust. Deze korenmolen zou je ook een “verhuismolen“ kunnen noemen want hij werd in Geertruidenberg gebouwd, heeft een paar jaar in Raamsdonksveer gestaan en is in 1890 naar Overasselt verplaatst. Een zware storm verwoestte in november 1972 de door achterstallig onderhoud verzwakte Zeldenrust. Tien jaar later, in 1982, werd de molen op de huidige plek herbouwd.

De oude Nederlands Hervormde kerk was ons volgende highlight, een van de monumenten van Neder- en Overasselt. Al eens eerder op het bankje onder de kerk gezeten. Vond een artikel in de Gelderlander uit 2019 met de titel “wat heb je nou aan een monument?“. In dit artikel wordt een antwoord op die vraag gegeven aan de hand van een bespreking van een aantal oude gebouwen in de gemeente Heumen, waaronder ook een aantal in Overasselt. Een klein stukje uit dit artikel: In de middeleeuwen schonk Karel de Grote aan een aantal Franse Benedictijner monniken een stuk grond in Overasselt. Zij mochten daar ook de belasting van innen, de zogenoemde tienden. Een door Karel de Grote voor zichzelf ingevoerde belasting: boeren waren verplicht een tiende van hun oogst aan hem af te staan. Een restant van wat die monniken bouwden is nog de St. Walrickkapel. Er hoorden ook twee boerderijen bij die er nu nog - zij het natuurlijk niet meer in de oorspronkelijke staat - staan. Dat gegeven onderscheidt Overasselt van elke andere plaats in Nederland.” Even voor de duidelijkheid: die Walrickkapel is niet het witte kerkje waar we onze lijven even lieten rusten en waarvan W een foto heeft gemaakt.

Aan de andere kant van Overasselt kwamen we langs het bevrijdingsmonument. Dit monument vertelt het indrukwekkende verhaal van de middag waarop de hemel boven het dorp letterlijk rood en blauw kleurde van de parachutes. We hebben het over zondag 17 september 1944, een zonnige en rustige nazomermiddag in Overasselt. Niets doet vermoeden dat dit de dag is waarop de geschiedenis van het dorp voorgoed zal veranderen. Maar rond de klok van kwart over een klinkt er plotseling een onheilspellend, aanhoudend geronk in de verte. Wanneer de inwoners naar buiten kijken, geloven ze hun ogen niet. Honderden gigantische transportvliegtuigen vullen de lucht. Het is het begin van Operatie Market Garden. Boven de weilanden van Overasselt – destijds aangeduid als 'Dropzone O' – springen duizenden jonge Amerikaanse soldaten van het 504th Parachute Infantry Regiment (onderdeel van de beroemde 82nd Airborne Division) uit de toestellen. Hun cruciale missie: zo snel mogelijk de strategische brug over de Maas bij Grave en de bruggen over het Maas-Waalkanaal veroveren. De parachutes dalen overal neer: in de maïsvelden, in de bomen en soms zelfs dwars door het dak van een woning. Het Amerikaanse hoofdkwartier wordt direct ingericht in het toenmalige gemeentehuis van Overasselt in het buurtschap Schoonenburg, dat is exact de plek waar nu het monument staat. Een paar dagen later, het is dan 23 september, herhaalt het spektakel zich als gigantische, houten zweefvliegtuigen (gliders) en Poolse parachutisten landen in dezelfde Overasseltse weilanden om de troepen te versterken. Deze gebeurtenissen moesten herdacht worden. Daarom werd in 1985 een monument onthuld: een beeld dat drie monumentale, ijzeren parachutes voorstelt. Deze parachutes staan symbool voor de Amerikaanse, Poolse en Britse luchtlandingstroepen.

Na het bezoek aan de drie parachutes maakten nog 6 aanvullende kilometers onze tocht compleet. Omdat er weinig wind stond (zuidwest 2), er geen noemenswaardige hoogteverschillen waren en we regelmatig mochten/moesten stoppen waren de net-geen-twintig-kilometer voor mij goed te doen al is het wel heel wat anders dan wat we vorig jaar om deze tijd wegtrapten. Het is zo.

Lunchen, W nog even boodschappen doen bij de Action in Wijchen (het nieuwe fietsslot is onvindbaar en doe ook maar een paar schillenmesjes - ook kwijt) en dan genieten van een mooie middag in de buurt van de camper. De douche mocht eerst van mij en later van W bezoek verwachten: weer twee schone en frisse lijfjes. Temperatuur oplopend naar 22 graden en in de loop van de dag steeds meer zon. Zon op/onder: 05:36/21:31. Een mooie dag. En morgen? Morgen is er weer een dag. We bijven nog even hier.

woensdag 20 mei 2026

camperfietsen - 11: op naar de “overpinksterplek“

Toen ik gisteren de term HePi liet vallen wist ik het eigenlijk al: het kon niet anders of er zou naar Hepie en Hepie verwezen worden. Begon al stiekem te zingen “ik lig op mijn kussen stil te dromen“. Twee nichtjes, de een heette Hepie en de andere Haebeltje (maar we noemen haar ook Hepie), die in 1980 en 1989 een gigantische hit scoorden in het levenslied- en piratencircuit. Toen noemden we dat een cover, tegenwoordig heet dat “gejat“. In beide gevallen gaat het om de hit “Send me the pillow that you dream on“ van Hank Locklins. Andere nummers en/of comebacks mochten niet baten: het bleef uiteindelijk bij dat ene nummer. Toen W het nummer hoorde zei ze “twee jankende katten“! Goede samenvatting, maar geef toe dat het refrein ijzersterk is:]

'k Lig op m'n kussen stil te dromen
Weet je niet dat ik nog van je hou
'k Lig op m'n kussen stil te dromen
Want liefste ik blijf je steeds trouw

Kreeg van “economisch onderlegd vriendje“ F te dH de mededeling dat HEPI ook kan staan voor de Household Energy Price Index die binnen de energiesector gebruikt wordt. Het is een maandelijks Europees rapport dat de actuele consumentenprijzen voor elektriciteit en gas in kaart brengt in de Europese hoofdsteden. Het is een belangrijk meetinstrument om te zien hoe de energiekosten in Nederland en Vlaanderen zich verhouden tot de rest van Europa.


woensdag 20 mei: @ balgoy

Vooral W moest vandaag extra op haar qui-vive zijn. Tenminste volgens de spellingtest: weer zo’n klotewoord want met of zonder streepje? Het gemene zit ’m in het Nederlands. De vaste uitdrukking is: “op zijn qui-vive zijn“ en het betekent alert of op zijn hoede zijn. Maar nu komt het: de term komt oorspronkelijk uit het Frans (qui vive? = “wie daar?”) en in die taal is het zonder koppelteken. Rare jongens die Nederlanders. Nog een beetje nattigheid vanmorgen.  En dat terwijl W een monsterrit voor de kiezen had, namelijk van Lottum naar Balgoy. Jazeker: weer een keer de Maas over. Om tien uur zat ze op de fiets, ruim 60 kilometer voor de boeg. Geen meetingpoint voor ons, haar route volgde voor een groot deel de LF8. Misschien is bussie wel smal genoeg om op een fietspad te rijden, denk dat Rijkswaterstaat (die er ook voor de wegen is) dat niet helemaal de bedoeling vindt. Voor onze vaste fotokijkster C te L: het ontbijt van deze ochtend (brood van zondag en kaas van maandag, gebakken in een pannetje op het kabouterfornuis).


Zuidwest 3, af en toe de ruitenwissers aan, W had die niet. Mijn route ging over Lottum, Broekhuizen, Wanssum, de Maas over naar Well en vervolgens aan de oostzijde van de rivier via Gennep, Mook, Overasselt naar Balgoy waar Yvon van de Holtsehoek (je mag ook campererf Balgoy zeggen) me net na de noen stond op te wachten. Helaas af en toe een paar druppels (soms iets meer dan een paar) en ruim anderhalf uur later kwam W zich afmelden (of aanmelden, het is maar net hoe je het bekijkt, de koffie stond in ieder geval klaar). De Holtsehoek is bekend terrein voor ons, een paar jaar geleden kwamen we er regelmatig. Nu hebben we de camperplaats uitgezocht om te overpinksteren. We zijn zeker van een plaatsje in de herberg: het zal ongetwijfeld druk worden in camper- en kampeerland. Jozef en Maria deden het met Kerstmis, wij zijn met Pinksteren onder de pannen.

W had een wat meer interessante route. Een groot deel van de tocht liep over de LF8, de Maasroute. Volgens haar fiets je deze dagen op die paden in de file. Een stuk van de Maasroute is de Via Valentiniana en daar zit weer een verhaal aan vast volgens https://www.romeinseweg.nl/: “In de Romeinse tijd lag er langs de Maas een drukke verkeersroute. De weg liep van Tongeren en Maastricht naar Nijmegen. In de Romeinse tijd waren dat de belangrijkste steden in onze streken. De weg heeft eeuwenlang dienst gedaan. De Romeinse weg is voor een groot deel nog te reconstrueren. Zo is op sommige plekken het wegdek teruggevonden bij opgravingen: bij Cuijk lag er zelfs een stenen brug over de Maas die door duikers tot op de meter nauwkeurig is vastgelegd. Ook is de weg op bepaalde plekken over een grotere afstand te volgen door hoogteverschillen in het landschap. Bovendien volgt een deel van de bestaande wegen nog steeds het tracé van de oude weg! De gemeenten Cuijk en Boxmeer hebben een fietsroute uitgezet langs de Romeinse weg. De route volgt de fietsknooppunten die door genummerde borden zijn aangegeven. Daar waar de Romeinse vaandels, informatieborden en Romeinse helmen in het wegdek zijn aangebracht, fietst u op de Romeinse weg. Waar de route afwijkt van het Romeinse tracé, komt u door het prachtige landschap van de Maasheggen. De fietsroute heet de Via Valentiniana, naar de Romeinse keizer Valentinianus. Hij investeerde veel in de infrastructuur en bracht voor een korte periode weer rust in het Romeinse Rijk. Waarschijnlijk heeft Valentinianus in 368 na Chr. in eigen persoon Ceuclum (Cuijk) bezocht om zijn werk te inspecteren. U treedt in de voetsporen van de keizer!“


Een ander interessant plekje vond W
in de buurt van Maashees aan de Molenbeek. Ze maakte een foto van een groot ijzeren rad dat volgens het informatiebord hoort bij de Beekse Molen die oorspronkelijk stamt uit ongeveer 1430. De molen werd in 1944 tijdens de Slag om Overloon door de Duitsers opgeblazen en alleen het rad en de sluiswerken bleven gespaard. Het rad werd later een paar keer gerestaureerd. Het is tegenwoordig uitgerust met een generator en wekt groene stroom op. 

Ik werd getriggerd door de term “kollengang“ dat op het bord staat vermeld. Moet volgens mij “kollergang“ zijn, maar ik kan het natuurlijk ook mis hebben. Zo’n ding hebben we bij ons op het museum (het Achterhoeks Openluchtmuseum) namelijk ook. Het is een zware maal- en pletinrichting die bestaat uit twee grote, rechtopstaande stenen (kantstenen) die in een cirkel ronddraaien op een platte ondergrond. De constructie is ontworpen om materialen intensief fijn te wrijven, te pletten of te kneuzen. Afbeelding van de molenstenen is slechts als illustratie bedoeld.

Tegen drieën werd het droog en konden we wat doen aan de echo’s in de (koel-)kast(en). Het werd de Jumbo voor een keertje, komt er misschien wat anders op ons bordje dan normaal. Vanavond wordt het een zalmbonbon met asperges, avocado en gebakken aardappelschijfjes, inderdaad geen dagelijkse kost. Een uurtje later waren de kastruimtes weer aardig gevuld. We hoeven twee dagen geen honger en/of dorst te lijden. W nog even een rondje terrein (de foto's krijg je morgen wel) en ik wat plannen voor de komende dagen. De pontjesdagen met Pinksteren bijvoorbeeld - je zult er ongetwijfeld later meer over horen. Voor morgen staat er een fietstochtje naar het bevrijdingsmonument in Overasselt in de steigers.

V: 224.255; A: 224.319. Rijtemperatuur: 15 - 17 graden. W had 62.9 kilometer op de teller staan. Later op de dag naar Wijchen (boodschappen) kwamen er nog een paar bij. Zon op/onder: 05:37/21:30 (gegevens Balgoy). Een mooie dag. En morgen? Morgen is er weer een dag. We blijven in Balgoy en gaan de titel van deze blogserie veranderen in “overpinksteren 2026“. Denk dat we over een paar dagen zuchten: “wat moeten we met al die zon?“