noordpolderzijl

noordpolderzijl

zondag 12 juli 2026

even naar het westen - 3: veel getoeter in wassenaar

Kreeg vandaag foto’s binnen van de eerste opnamen van de film Old Minneke. Drie dagen lang heeft de crew doorgebracht op het Achterhoeks Openluchtmuseum. Ze komen later in de maand nog terug. De film is een historisch drama met horror-elementen, gebaseerd op een bekende Overijsselse volkslegende. Het verhaal speelt zich af rond het jaar 1900 in de mysterieuze bossen van de Holterberg en is er eentje waarvan we er al duizenden hebben: een arme boerenzoon is hopeloos verliefd op een meisje van rijke komaf. Haar strenge vader weigert toestemming te geven voor het huwelijk vanwege zijn lage status en gebrek aan geld. Wanhopig om met zijn grote liefde te kunnen trouwen, trekt de boerenzoon het donkere bos in. Hier zoekt hij de beruchte heks Old Minneke op en sluit een duister pact met de heks. In ruil voor rijkdom verkoopt hij zijn ziel aan haar. Maar zoals elk heksenpact loopt het verhaal niet goed af. De rijkdom brengt niet het geluk waar hij op hoopte. De film laat zien hoe de boerenzoon langzaam wordt geconfronteerd met de angstaanjagende en fatale consequenties van zijn keuze. Het leuke van de productie is dat het allemaal low-budget is. Twee jonge mensen (Carola en Myron) hebben de ambitie om Nederlandse volksverhalen en geschiedenis te verfilmen. Zij studeerde af als filmmaker aan het Grafisch Lyceum Utrecht en hij aan De Nederlandse Acteursschool en gebruiken de bedrijfsnaam Door Movies Industry. Leuk om zo’n opnamesessie van dichtbij te mogen en kunnen meemaken.



H te G vond dat mijn samenvatting van de recensies van de sauna haaks stond op de naam Elysium. Die naam komt uit de Griekse mythologie. Het verwijst naar het hiernamaals (de Elysische Velden). In de Griekse voorstelling van het hiernamaals was Elysium een paradijselijke plek waar helden en uitzonderlijk deugdzame mensen na hun dood terechtkwamen. Haren in putjes, slecht eten en onvriendelijk personeel hoorden daar volgens hem niet bij. Wel moet je denken aan zaken als eeuwige lente, groene weiden, rust en geluk en bovenal: muziek, feesten en een zorgeloos bestaan. Elysium staat symbool voor rust, geluk en een ideale omgeving. Heb aan ChatGTP gevraagd hoe de Elysische Velden er uit zouden zien. Toen W gisteravond laat terugkwam van haar saunabezoekje was ze het helemaal niet eens met mijn samenvatting. Haar samenvatting: “een paradijsje“. En daar moeten we het dan mee doen.

zondag 12 juli: @ zoetermeer

Schoonzoon Mark toetert bij Muziekvereniging Excelsior en deze club trapt vandaag het Fonds Wassenaar Zomer Festival af met een groot zomerconcert op het Marktterrein Berkhei in Wassenaar. Dit optreden is extra feestelijk want Excelsior viert dit jaar haar 125-jarig bestaan. Omdat we toch in de buurt zijn mogen we niet ontbreken, temeer omdat de toegang nog gratis is ook. Weet alleen niet wat ik me moet voorstellen bij het woord “Fonds“ in Fonds Wassenaar Zomer Festival, misschien een samenwerkingsverband tussen Excelsior en Stichting Dorpsevenementen Wassenaar? Deze laatste stichting organiseert diverse dorpsactiviteiten die de leefbaarheid en saamhorigheid in Wassenaar bevorderen. De meest belangrijke vraag van de dag was hoe we in Wassenaar moesten komen. De auto was geen optie, die moest blijven tot het eind van het getoeter en dat is laat in de middag. Vind harmoniemuziek wel mooi, maar na een uurtje denk ik “geef de bitterballen even door“. Dus werd het de fiets. Best te doen, had verschillende routes in de aanbieding, alle van zo’n 15 kilometer. Met één of twee prettige bankjes onderweg moet het een te behappen afstand zijn. De uiteindelijke route werd bepaald door dochter en kleinzoon die ons kwamen ophalen. 

Muziekvereniging Excelsior zien we meestal wel een paar keer per jaar spelen. Het nieuwjaarsconcert (met oliebollen en bubbels) is eigenlijk vaste prik. Daarnaast is er altijd wel “iets“ bijzonders aan de hand en moet schoonzoon M zijn sax uit de koffer halen. Overigens is er ook nog een Excelsior Pijnacker waarbij hij (en kleinzoon Q) speelt, maar dat is van een iets ander niveau. De club uit Wassenaar is een gerespecteerd amateurorkest dat uitkomt in de prestigieuze eerste divisie van de Koninklijke Nederlandse Muziekorganisatie (KNMO). Dat is de hoogste afdeling, dus promoveren is niet meer mogelijk. Het is een harmonieorkest en voor wie het niet (meer) weet: het belangrijkste kenmerk van een harmonieorkest is de combinatie van zowel houtblazers als koperblazers en slagwerk. De tegenhanger is een fanfare, die bestaat alleen uit uit koperblazers, saxofoons en slagwerk. Bij de harmonie is het instrumentarium uitgebreid met onder meer dwarsfluiten, hobo's en klarinetten, waardoor je een veel “warmer“ geluid krijgt.

Op naar Wassenaar, een van de meest welvarende gemeenten van Nederland: ongeveer een kwart van de huishoudens is miljonair en de gemiddelde woningwaarde ligt in bepaalde villawijken, zoals De Kieviet, rond de twee miljoen euro. En nu we toch met cijfers smijten: in de wijk De Kieviet praten we over een gemiddeld inkomen per inwoner dat oploopt tot boven de 100.000 euro. En dan nog eentje: bijna 23,4 procent van de huishoudens in de gemeente heeft een vermogen dat de miljoengrens overschrijdt. Overigens kent dit chique villadorp met veel statige landhuizen en groen ook een andere kant: er zijn aanzienlijke verschillen. De inkomensongelijkheid in de gemeente is relatief groot, waardoor de 'minder vermogenden' het er financieel soms juist zwaarder hebben dan in andere forensengemeenten. Wel is het koninklijk tintje er sinds 2019 af. Tot januari van dat jaar woonde de koning in Wassenaar en wel in Villa Eikenhorst op het koninklijk landgoed De Horsten. Die villa wordt sindsdien verhuurd. Willem-Alexander is toen verhuisd naar Paleis Huis ten Bosch in Den Haag (Maxima en de kinderen mochten ook mee). Het kroontje mag dan boven Wassenaar verdwenen zijn, er blijft genoeg luxe over. Maar het leuke is: temidden van al die luxe ligt een oude dorpskern die een historische sfeer uitstraalt. Het middelpunt van dat dorpshart wordt gevormd door de monumentale dorpskerk en de omliggende sfeervolle winkelstraten, pleintjes en horecagelegenheden. “Groeten uit Wassenaar“ krijg je aangeboden door ChatGTP die gebruik gemaakt heeft van plaatjes van De Paauw (het gemeentehuis), Wassenaarse Slag, Molen Windlust, Burchtplein en de Dorpskerk.


Wat later op de middag (we waren weer heelhuids op de camping aangekomen, maar visite dus het nabootsen van een siësta zat er niet in, maar wel even rust) konden we met zijn vieren naar ons eetetablissement Eten & Zo in Zoetermeer om daar een vorkje te gaan prikken. Nummer vijf (schoonzoon M) kwam van de andere kant, hij moest nog even doortoeteren. We hebben hier wel vaker gegeten. De tent hanteert een laagdrempelig All-You-Can-Eat wereldkeukenconcept. Kleinzoon Q is van de sushi, opa van de Chinese gerechten, oma van het uitgebreide toetjesbuffet (vooral van de chocoladefontein), schoonzoon van de wok en dochter eet alles. Voor ieder wat wils dus. Het werden wel wat meer vorkjes dan één.




Een mooie dag. Temperatuur oplopend naar zo’n 28 graden. Wel een redelijke wind NO3, zorgt voor een beetje verkoeling maar tegen de wind intrappen is ook niet alles. Maar we kregen onze 32 kilometer vol. Zon op/onder: 05:35/21:58. En morgen? Morgen is er weer een dag. We gaan terug naar het oosten en nemen kleinzoon Q mee, die mag een paar dagen logeren.








zaterdag 11 juli 2026

even naar het westen - 2: is de sauna warmer dan de camping?

Of een bezoek aan de Mall van Leidschendam het bezoek waard is, werd gevraagd door vaste lezer G te W. Tja, W was er gisteren in 5 minuten klaar mee, maar zij en ik zijn geen doorsnee shoppers. Ik denk dat ene C te L zich hier best een paar uur kan vermaken. De pluspunten: je treft een zeer groot aanbod aan winkels aan en je hoeft beslist niet om te komen van honger en dorst (veel keuze in eten en drinken); het complex is overdekt, dus ideaal bij slecht weer. En als je op de kleintjes wilt of moet letten: parkeren is er op dit moment nog gratis, zowel op de parkeerterreinen als in de -garages. Ons campertje moet buiten blijven: maximimum hoogte in de garages is 2.00 meter. Wel heeft de eigenaar van de Mall plannen om betaald parkeren in te voeren, dus wees gewaarschuwd. Toch is het niet allemaal rozengeur en maneschijn, er zijn ook duidelijke minpunten: vooral in weekenden en vakanties kan het erg druk zijn, zowel in het winkelcentrum als op de toegangswegen. De gemeente adviseert dan vaak om met het openbaar vervoer of op de fiets te komen. Vanuit onze camping heel goed te doen. Foto: @ Frank Jansen/AD.nl.

zaterdag 11 juni: @ zoetermeer

Één van de redenen dat we in Zoetermeer zitten heeft te maken met een cadeau: van dochter aan moeder of andersom (kan en wil dat allemaal niet bijhouden). Samen naar de sauna, ja gezellig. Ik hoef niet mee: Nederland is de laatste tijd ook zonder sauna al heet genoeg. Trekt me niet om met dit weer nog eens extra te gaan zitten puffen in zo’n zweethokje, al lijkt me een beetje zwemmen in je blote kont dan wel weer lekker. Oorspronkelijk was het plan om de camper bij de sauna neer te zetten en daar te overnachten, maar wat moet ik in mijn eentje op zo’n kale parkeerplaats in de volle zon behalve wachten tot W weer gerimpeld als een belegen appeltje tevoorschijn komt? De Drie Morgen is het geworden, die camping in de polder waar het uitzicht dan misschien wat tegenvalt maar waar de voorzieningen schoner zijn dan mijn keukentafel. Nou is dat volgens W al heel snel het geval, dus het zegt misschien meer over mijn keukentafel dan over het sanitair van de camping. Wil je dit weekend nog komen: lukt niet meer! Complet, full, vol, vooruit: deze keer "no vacancy" en "volgeboekt". 

Een beetje een onrustige nacht: het bleef nog lang warm in de bus. Pas tegen een uur of drie konden we de lapjes over ons heen trekken omdat zonder te fris werd. Dus een kalme start van de ochtend waarbij de thermometer om 09:00 uur een buitentemperatuur van 20 graden aangaf. Blij met de bewolking, maar dat zou in de loop van de dag wel anders worden (zie screendump van Buienradar).

Tot een uur of vier moesten we ons met zijn tweetjes zien te vermaken en dat lukt ons over het algemeen best. W had zo’n fietsbingokaart bij de receptie gescoord, je weet wel van die tochten waarvan je van knooppunt naar knooppunt rijdt, vooropgesteld dat je geen bordje mist want dan kom je op een heel andere plek uit en daar zijn we erg goed in. Onder het motto “ga je mee verdwalen? Ik weet de weg!“ hadden we meteen al moeite om knooppunt 46 te vinden. Gelukkig wisten we globaal welke kant we op moesten, namelijk richting Delft om daar (voor de zoveelste keer) een paar highlights te bewonderen.

Maar voor we op de markt van Delft waren moesten we eerst het Delftse Hout doorkruisen, een relatief jong recreatiegebied maar met oude wortels wanneer je naar de geschiedenis van het landschap gaat kijken. Het gebied ten noordoosten van Delft bestond eeuwenlang uit veenweiden en polders. Er werd geboerd op natte graslanden en op sommige plekken werd veen afgegraven als brandstof. Daardoor ontstonden in de loop der tijd plassen en veranderde het landschap. Vond op internet een kaart uit 1611 van Delft en omgeving en kon daar de Delftse Hout niet vinden. De huidige Grote Plas (de kern van het gebied) is niet natuurlijk. Eind jaren zestig van de vorige eeuw werd hier zand afgegraven voor de aanleg van nieuwe woonwijken, wegen en andere uitbreidingen van Delft en de omliggende gemeenten. Toen de zandwinning klaar was, bleef een diepe plas achter. De gemeente Delft zag de kans om het gebied om te vormen tot een groot recreatiegebied. In de jaren zeventig werden jonge bossen aangelegd die werden doorkruisd door wandel- en fietspaden. Ook kwamen er ligweiden en een zandstrand. Een kinderboerderij en een camping maakten het feest compleet en zo ontstond de Delftse Hout zoals we die nu kennen: een combinatie van natuur, recreatie en water. Tegenwoordig beslaat het gebied ongeveer 300 hectare, waarvan circa 40 hectare water is. Normaal verwijst “Hout“ naar een oud bos. Bij de Delftse Hout dus niet: het huidige bos is grotendeels aangeplant en is pas zo'n vijftig jaar oud, hoewel de onderliggende polders en sloten veel oudere wortels hebben. 

Ook in Delft konden we niet alle bingobordjes vinden. Groot voordeel daarvan was dat we een heel fijn bankje aan de voet van Molen de Roos konden uittesten. Vroeger had Delft 18 molens, nu zegge en schrijve nog ééntje.  

In het verleden stonden we nog wel eens op Camping Delftse Hout. Vroeger. Tegenwoordig betaal je daar de hoofdprijs. Keek even wat een nachtje logeren kost: bijna zestig Euro! Maar daarvoor overnacht je dan wel op een een “vakantiepark“ en niet meer op een simpele camping. Overigens maakten we toen alleen gebruik van de camping in periodes wanneer je er met de kortingskaart van de Acsi terecht kon. Volgens mij horen ze inmiddels ook niet meer tot die kortingsclub, tenminste: ik kon het niet vinden.

Ook de Dobbeplas is (net als de Grote Plas in de Delftse Hout) geen natuurlijke plas. Ze is ontstaan door zandwinning in de jaren 60 en 70 van de vorige eeuw. Het gewonnen zand werd gebruikt voor de aanleg van woonwijken, wegen en andere bouwprojecten in de snel groeiende regio tussen Den Haag, Delft en Zoetermeer. Daarna kreeg het gebied een recreatieve bestemming. De naam "dobbe" is trouwens veel ouder dan de plas zelf. Een dobbe is een oud Nederlands woord voor een kleine natuurlijke waterpoel of drinkplaats voor vee. De huidige Dobbeplas is dus veel groter dan een traditionele dobbe, maar de naam verwijst naar dat historische landschap van polders, sloten en kleine wateren. Na de zandwinning is de Dobbeplas ingericht als recreatiegebied waarbij een zwemstrand, ligweiden en veel wandel- en fietspaden de belangrijkste elementen zijn. Je zou kunnen zeggen dat de Dobbeplas en de Grote Plas in de Delftse Hout qua ontstaansgeschiedenis "broertjes" zijn: beide zijn ontstaan uit zandwinning in dezelfde periode en vervolgens bewust ingericht als recreatiegebied voor de snel groeiende Randstad. Op bijgaande kaart rechtsboven de Dobbeplas en linksonder de Grote Plas van de Delftse Hout.

En Delft? Valt niet zoveel en eigenlijk ook heel veel over te vertellen. Zal je niet vermoeien met een beschrijving van de Oude en de Nieuwe Kerk of de Prinsenhof (de sterfplaats van Willem van Oranje). Voor een bezoek aan die gebouwen is het veel te warm op een zonnige zaterdag in een oude stad. Op de marktterrassen was overigens bijna geen vrije stoel meer te vinden en je zag dat de koffiekopjes langzaam maar zeker plaatsmaakten voor vaasjes. Kon niet zien of het 0 % of wat sterkers was wat onder de schuimkragen zat. Toeristen, inboorlingen of een mix daarvan die de binnenstad bevolkten? Wie het weet mag het zeggen. Weet wel dat het toeristen zijn die op de rondvaartboot zitten, een inboorling kent zijn stad wel. Een stel afgetrainde Japanners op leeftijd op een kleine tourfiets maken foto's bij een muurschildering van een zwartbonte koe. Dan ben je duidelijk toerist toch? En wij? Zijn wij nog toerist? Kon W nog net weerhouden om de Japanners na te apen. We vinden een vrij bankje in de schaduw en bespreken het vervolg van onze route die we al tientallen jaren kennen, maar die toch iedere keer anders lijkt, vooral wanneer je regelmatig een knooppuntbordje mist. Kijk dat is Delft op een zonnige zaterdag. Zo’n dag waarvan je van twee dingem zeker bent: waarschijnlijk stroomt er morgen weer water door de grachten (niet alles zal zijn verdampt en anders wordt het wel aangevuld) en omdat het dan zondag is zullen de klokken waarschijnlijk wat meer tekeer gaan dan op een andere dag.

Vergeet dat we op onze tocht nog een paar bossen mochten slechten: het Balijbos (ook de Balij genoemd) en het Bieslandse Bos. Samen met de Delftse Hout en de Dobbeplas vormen die twee bossen tegenwoordig een van de belangrijkste groene recreatiegebieden in de zuidelijke Randstad. De bossen werden aangeplant aan het eind van de vorige eeuw in een aantal agrarische polders. Reden: Zoetermeer groeide heel sterk en er ontstond behoefte aan een grote groene buffer tussen de steden in de regio. Daarom werd besloten een nieuw recreatie- en natuurgebied aan te leggen. De eerste bomen werden geplant in aanloop naar de Floriade van 1992. Dit oudste deel staat nog steeds bekend als het Floriadebos. Daarna werd het gebied stapsgewijs uitgebreid met onder meer eiken, beuken, essen en elzen. Kostte wat moeite maar ik weet nu ook waar de naam Balijbos vandaan komt. Balij verwijst niet naar een oude boerderij of een bos, maar naar het middeleeuwse begrip balije: een bestuurlijk district van een ridderorde, met name de Johannieters (Ridders van Sint-Jan). In de middeleeuwen bezat deze orde gronden in de regio. Een oude historische naam voor een relatief nieuw bos. Weet overigens niet of ik steeds het juiste plaatje bij de tekst geplakt heb. Niet belangrijk: het ziet er allemaal ongeveer hetzelfde uit.

Het Bieslandse Bos heeft een vergelijkbare ontstaansgeschiedenis als de Delftse Hout, de Dobbeplas en De Balij. Het werd aangelegd in de Bieslandse Polder, een eeuwenoud veenweidelandschap met lange smalle kavels, sloten en graslanden. De naam Biesland verwijst waarschijnlijk naar bies, een moerasplant die vroeger veel voorkwam in natte gebieden. Wat het gebied zo bijzonder maakt (en dan met name het Bieslandse Bos), is dat je binnen enkele minuten van de drukte van Delft of Zoetermeer in een landschap terechtkomt dat veel ouder oogt dan het werkelijk is. In het Bieslandse Bos zijn de bomen nog geen halve eeuw oud, maar ze staan in een polder die al ruim 800 jaar bestaat. 

Terug naar de camping. W mocht om 16:00 uur paraat staan op de parkeerplaats voor de camping voor dat saunabezoekje. Ik bleef niet zielig maar wel alleen achter en mocht eerst de Tour kijken en daarna voor één persoon koken. Nou ja koken: paddestoelensoep opwarmen (thuis gemaakt) en in de omnia-oven een broodje-met-veel-kaas bakken (gesmolten kaas is lekker). Het geheel werd afgesloten met een bakje vanillevla en een restantje kersen-op-sap. Denk bijna net zo lekker als de maaltijd die W voorgeschoteld kreeg. In ieder geval goedkoper. Ben benieuwd wat W voor verhalen heeft vanavond laat. Zal het  morgen in dit blog delen. Heb even gekeken naar de reviews van sauna Elysium in Bleiswijk en daar werd ik niet zo vrolijk van: een waardering van 1,8 uit 5. Op Google zijn ruim 100 recensies te vinden en de meeste beoordelaars zijn ontevreden over hun algehele ervaring. Veel mensen vinden het te druk, met lange wachtrijen bij de receptie, sauna's en opgietingen. Daarnaast is er veel kritiek op de staat van de faciliteiten, met achterstallig onderhoud, kapotte douches en bubbelbaden, en een gebrek aan hygiëne, zoals haren en vuil in zwembaden en toiletten. De service wordt vaak als slecht ervaren met onvriendelijk en onzichtbaar personeel en hoge prijzen voor matig eten en drinken. Ook de term “te commercieel“ wordt genoemd: complex is overgenomen door de Zwaluwhoeve en vanaf dat moment draait het om één ding: zoveel mogelijk winst maken. Morgen hoor je de ervaringen van twee sauna-experts: W en dochter F.

Een mooie dag. Met een bankje op 9, 14 en 19 kilometer kon ik de “monstertocht“ van 25 kilometer volbrengen. Wordt toch tijd dat ze het mes eens in me gaan zetten. En morgen? Morgen is er weer een dag. We gaan naar Wassenaar. Schoonzoon M moet daar ’s middags toeteren op zijn sax en wij gaan proberen of ons applaus zijn saxgeluid kan overstemmen. Daarna samen een vorkje prikken om de verjaardag van W alvast te vieren. Met die verjaardag zijn we geloof ik ook al weken bezig terwijl ze echt pas eind juli verjaart. Je hoort van me.

vrijdag 10 juli 2026

even naar het westen - 1: (geen) boodschappen doen in the mall

Even een binnenkomer: kwam in de Volkskrant een artikel tegen met als titel: “In de Kaspische Zee, waar begin deze eeuw nog steuren zwommen, sjokken nu kamelen“. Interessant verhaal: klikkerdeklik. Dan denkt ieder normaal mens “gut, hoe kan dat“, alleen uw scribent zit anders in elkaar. Ik denk dan: volgens mij is de Kaspische Zee geen zee maar een meer omdat het niet in open verbinding staat met de wereldzeeën. Maar ja, we kennen ook de term “binnenzee“ en het water van dat putje is zout. Zoutmeer beter? Ga je een beetje grasduinen op internet kom je de volgende zin tegen: “Omdat het water geen uitweg heeft naar de oceaan, is de Kaspische Zee ecologisch gezien een gigantisch zoutmeer. Juridisch gezien is de status nog complexer: na jarenlange discussies hebben de omringende landen afgesproken dat het water een speciale juridische status krijgt, waardoor het officieel geen meer meer is, maar ook niet simpelweg onder het internationale zeerecht valt“. Vijf landen hebben direct met de Kaspische Zee te maken: het zijn kuststaten (gezamelijk ook aangeduid met “de Kaspische vijf): Rusland, Kazachstan (heeft de langste kustlijn aan de noord- en oostzijde), Turkmenistan, Iran (vormt de complete zuidgrens) en tenslotte Azerbeidzjan. Wil je een studie maken van de Kaspische Zee bekijk dan vooral de term endoreïsch bekken en vergeet daarbij ook niet dat de Wolga, de Oeral, de Terek en de Koera de voornaamste rivieren zijn die het meer (de zee) voeden, waarbij de Wolga met 80% hiervan het grootste deel levert. En dat allemaal naar aanleiding van een artikel in een krant op een zonnige dag. Stel niet teveel vragen, want de Kaspische kookpot borrelt bij mij over.

vrijdag 10 juli: @ zoetermeer

Als je in dit blog Zoetermeer ziet staan weet je eigenlijk al dat we dochterlief met man en kind gaan opzoeken. De Achterhoekse vlag gaat weer in top in Pijnacker in Huize Van Bourgondiën/Nales. De plekken op camping De Drie Morgen worden steeds luxer, dus ook duurder. Deze keer waren we € 99,30 kwijt voor drie nachten, maar dan staan we wel “met uitzicht“. Waarom? Andere plekken waren niet meer te krijgen. En toen bedacht ik me: moet ik nu weer over Zoetermeer schrijven? Waarom niet over Leidschendam, die plaats ligt misschien nog wel dichter bij de camping? Leidschendam valt niet op, misschien dat ik er daarom nooit (of weinig) over geschreven heb. Het verhaal over een dam in de Vliet heb ik al wel eens verteld (de laatste keer was dat eind mei 2025), want zeg je Leidschendam dan bedoel je water en in het bijzonder De Vliet, een sectie van het grotere Rijn‑Schiekanaal, een historische waterverbinding tussen Leiden en Delft. Ook daar heb ik al eens over verhaald, bijvoorbeeld in oktober 2024. We gaan niet in herhaling vallen.

Maar één ding weten we zeker: voortaan gaan we boodschappen doen in Leidschendam en niet meer in Zoetermeer. Leidschendam voelt prettiger aan. De plaats maakt onderdeel uit van de gemeente Leidschendam-Voorburg, zo’n gemeene die in de loop der tijden door fusies steeds groter geworden is. En dat terwijl hier vroeger de Romeinen al rondliepen (en schuitjevaarden). De huidige Vliet volgt namelijk voor een belangrijk deel het tracé van het Romeinse Kanaal van Corbulo. Dat water is genoemd naar de veldheer Gnaius Domitius Corbulo die het rond 47 - 50 na Christus liet aanleggen om een verbinding te krijgen tussen de Rijn en de Maas. Het doel was militair én economisch: schepen hoefden niet langer over de gevaarlijke Noordzee te varen, maar konden veilig binnendoor reizen. Toen in de 17e eeuw de Vliet als trekvaart werd aangelegd werd op verschillende plaatsen gebruik werd gemaakt van het bestaande Romeinse tracé. Daardoor ligt de huidige Vliet niet overal exact op het Romeinse kanaal, maar volgt zij wel voor een aanzienlijk deel dezelfde route. Een bespreking van de resultaten van archeologisch onderzoek zal ik je besparen, maar neem van mij aan dat wanneer je naar de Vliet kijkt je een watertje ziet dat haar oorsprong voor een belangrijk deel heeft in een bijna 2.000 jaar oud Romeins infrastructuurproject. Een kleine 20 kilometer was ons rondje vandaag.

Ik vertelde al dat je goed boodschappen kunt doen in Leidschendam, de plaats heeft zelfs een overdekt winkelcentrum, de Westfield Mall of the Netherlands (ook bekend onder de oude naam Leidsenhage). Naar men zegt de grootste van Nederland. Officieel heropent in maart 2021 met 280 winkels variërend van internationale merken zoals Nike, Zara, H&M, LEGO en Apple-resellers tot Nederlandse speciaalzaken. Daarnaast kent de Mall een groot horeca-aanbod: restaurants, cafés en de overdekte Fresh! Food Hall, waar je gerechten uit verschillende keukens kunt proberen. Ja: je kunt er ook parkeren. Wij probeerden het op de fiets met Komoot als onze beste vriend. Nee, boodschappen doen hoefden we niet in de Mall, ook al schijn je er een rolstoel te kunnen lenen. W parkeerde me even op een bankje in de schaduw (er moest er toch eentje op de fietsen passen) en was na 5 minuten weer terug: NOD (niet ons ding). Nog even gekeken naar een foeilelijk beeldenpaar, een kunstwerk van de Nederlandse beeldhouwsterer Berry Holslag met de naam Reclining Figures. Volgens Wikipedia: “De liggende houding roept associaties op met rust, ontspanning en de relatie tussen het menselijk lichaam en de omgeving. Holslag geeft daar een eigentijdse invulling aan door haar karakteristieke keramische techniek en toegankelijke, menselijke beeldtaal“. Ik ben geen kunstkenner.

Terug naar de camping via het beschermde dorpsgezicht met de sluis en natuurlijk op de achtergrond de Petrus- en Pauluskerk. Bron van bijgaande foto van de Mall: rmglas.nl.

 

We hoefden ook geen boodschappen te doen voor het eten want op vrijdag rijdt de foodtruck camping de Drie Morgen op, dus W kookt. Tenminste: dat was de bedoeling. “Wegens omstandigheden vandaag geen foodtruck“. Tja, grote voordeel is dat ik niet hoef te kiezen. Vorige keer was het “hete kip“, die was toen zo heet dat ik bijna een krat van een bepaalde vloeistof nodig had om de brand te blussen. Op zich niet zo’n punt, maar reken eens uit hoe vaak je dan ’s nachts je bed moet verlaten! Noodplan: soep uit een pakje, gebakken eieren met kaas op brood en een uitgebreid toetje. Ook niks mis mee, alleen levert dat afwas op. W is hier ook een brandje aan het blussen, noem het maar een fietsbrand.

 


Eigenlijk heeft de camping maar één groot nadeel: je hebt een fiets of een auto nodig om ergens te komen. De dichtstbijzijnde OV-halte is bushalte Stompwijkseweg die op een kleine kilometer afstand ligt. Bus 45 brengt je naar Den Haag (via Leidschendam, Malle of the Netherlands en Mariahoeve) of Leiden (via Voorschoten). Het dichtstbijzijnde treinstation is Voorburg (op ca. 4,5 km) met treinen richting: Den Haag, Leiden, Schiphol en Amsterdam. Het voormalige Station Leidschendam‑Voorburg is nu alleen een RandstadRail‑station en ligt op zo’n 3,5 km van de camping verwijderd. De RandstandRaillijnen 3, 4 en E stoppen hier. Zie bijgaand kaartje. 

Heb geprobeerd om Copilot een kaartje te laten maken met daarop de camping, de diverse ov-haltes/stations en als oriëntatie de Vliet. Kreeg mevrouw niet voor elkaar, na zes pogingen heb ik het maar opgegeven. De Vliet liep alle richtingen op behalve de juiste. Uiteindelijk gaf ze toe dat ze het niet kon: “De illustraties die ik maak zijn altijd artistieke reconstructies, hoe nauwkeurig ik ze ook probeer te tekenen. Ik kan dus niet rechtstreeks Google Maps‑coördinaten, exacte hoeken of echte topografie overnemen. Daarom blijft de Vliet in mijn tekeningen steeds nét verkeerd liggen — hoe vaak jij ook gelijk hebt (en je hébt gelijk).“ Overigens dat “net verkeerd liggen“ moet je ook met een korreltje zout nemen. De Vliet loopt bij Leidschendam van noordoost naar zuidwest en als je die dan consequent van noordwest naar zuidoost tekent noem ik dat iets anders dan “net verkeerd“. De opmerking “AI kan fouten bevatten“ is dan weer een wijsheid als een koe. De opdracht: “kun je van dit feest een cartoon maken“ werd overigens wel weer correct uitgevoerd met als begeleidend commentaar: “Berry… ik snap je teleurstelling, en ik ga het niet mooier maken dan het is. Maar één ding kan ik wél: een beetje lucht terugbrengen in deze hele Vliet‑soap. De cartoon die je vroeg staat nu klaar — een teleurgestelde Copilot‑gebruiker die wanhopig probeert de looprichting van de Vliet te achterhalen.“

Was druk op de weg: file van de Duitse grens tot Arnhem en later zat de A12 vanaf de afslag N11 helemaal dicht. Dus was de keuze niet erg reuze en via Alphen aan de Rijn en Leiden kwamen we toch nog op de camping terecht. Deze keer niet in net-iets-minder-dan-twee-uur, het werd ruim-tweeëneenhalf- uur. We hebben geen haast. V: 225.006; A: 225.182. Rijtemperatuur oplopend van 24 naar 28 graden en daar bleef het ook bij tijdens onze fietstocht. Zon op/onder: 05:33/22:00 (gegevens Zoetermeer). Een mooie dag. En morgen? Morgen is er weer een dag. We blijven op plekje 35 staan, W heeft een fietsbingoroute gescoord voor morgenvroeg en morgenmiddag mag ze met dochtert naar de sauna.


zaterdag 4 juli 2026

bootje varen - ijsje eten - 4: dat was het dan weer

En zo pruttelden we een paar dagen door de Achterhoek. “Je verhalen worden te belerend“, sprak W, “Gewoon wat minder voor schoolmeester spelen“. Zal het proberen. Maar als iemand een vraag stelt over de term “kijkbuiskinderen“ (in een van mijn vorige blogs gebruikt) dan moet je toch even vertellen dat "Dag lieve kijkbuiskinderen..." de iconische begroeting van Meneer de Uil was die daarmee elke uitzending van De Fabeltjeskrant opende. De poppenspelserie begon in 1968, werd af en toe stopgezet, maar kwam regelmatig weer terug. Jarenlang waren het dagelijkse uitzendingen op de publieke omroep. Toen deze in juni 1989 genoeg had van De Fabeltjeskrant, kocht de toen net opgerichte commerciële tv-zender RTL Veronique de serie. RTL4 ging verder met de uitzendingen in het kinderprogramma Telekids, maar er sloop sluikreclame in de serie. Zo bouwde Willem Bever in een van de afleveringen een schotelantenne, waarmee hij ook RTL4 kon ontvangen. Uiteindelijk kwam er ook nog een 3D-animatiefilm op de markt. Vond het een leuke uitzending, maar heb de commerciële variant niet meer bewust meegemaakt. Weet nog wel dat elke keer wanneer ik met mijn vrienden in onze stamkroeg (de Lange Gang in Groenlo) zat, we een kwartje in de jukebox gooiden om het Stoomlied van Ed en Willem Bever te horen (“Als mijn manometer goed staat, weet ik wel dat alles goed gaat“). Neem van mij aan dat ik het lied heel vaak gehoord heb, maar voor een kwartje had je dan ook drie nummers.

Nog zo’n lied en versje dat in je hoofd blijft zitten. Kleine zus stuurde een foto van het hoge noorden met de tekst “toch de winterjassen niet voor niks meegenomen“. Schoot me ineens een versje van Annie M.G. Schmidt te binnen die ik de rest van de dag niet meer kwijt kon. Volgens mij ooit gezongen door Hetty Heijting. Gaat over de kerstman die samen met zijn rendier in bad moet. Zal me beperken tot het eerste van de zeven coupletten:






Er staat een huis in Lapland een huis met een dak van sneeuw
Daar woont de kerstman met zijn vrouw al twee en een halve eeuw
En naast het huis is een stalletje daar woont het rendier Jan
Een rendier nou dat is een dier dat heel hard rennen kan

zaterdag 4 juli: @ kötteldiek

Drie kinderen (in de groei), één vader en twee grootouders (de laatste drie zo’n beetje uitgegroeid, misschien nog een beetje aanwas in de breedte) konden aardig wat naar binnen werken gisteren. De spareribs waren zo lekker dat zelfs de vegetarische dames zich er aan waagden terwijl ik speciaal voor hen een overheerlijke schotel in mijn elektrische wok had gemaakt (met vegetarische kip, hoe komen ze op zo’n naam). Wokpan was overigens ook bijna leeg. Na afloop van het gebunkerte een spelletje Hitster (Nederlandse artiesten), dat overduidelijk door zoonlief werd gewonnen. Kwam volgens hem omdat er veel kroegmuziek uit zijn jonge jaren ten gehore werd gebracht. Het Stoomlied zat er niet tussen.

Een genoeglijke avond ging over in een wat koude nacht (in mijn beleving, W had nergens last van). Om negen uur samen ontbijten. Beetje vroeg, maar kleinzoon moest op voetbalkamp en de twee meiden moesten shoppen. Je gaat tenslotte zes weken naar Indonesië, dan heb je een zomerjurkje of .... nodig (vond de één, de ander moest nieuwe survivalschoenen hebben). Pa mocht mee, ik denk niet alleen om voor het vervoer te zorgen. W en ik deden een variatie op “neem uw bed op en wandel“. Vrij naar het evangelie van Johannes (hoofdstuk 5, vers 1 tot 15) want daar staat: Sta op, neem uw matras op en wandel.“ Afscheid nemen van kind en kleinkinderen (en natuurlijk van het landgoed) dat er netjes uitzag. Moet ook wel want de komende zes weken wordt daar weinig aan gedaan.

 

Met kilometerstand 225.005 waren we weer thuis. Boel uitpakken en de bus mag uitrusten tot vrijdag, dan gaan we naar het westen (naar het andere deel van het nageslacht). Eerst nog even wat anders doen: vrijwilligerswerk, een vergaderavond, W een dagje uit met een vriendin en we mogen nog voor hondenoppascentrale spelen. Druk, druk, maar het leven is waard om geleefd te worden (vrij naar Albert Camus die ooit stelde dat de vraag of het leven wel of niet de moeite waard is om geleefd te worden, de belangrijkste vraag van de filosofie is).