Waarom juist lepelaars zo vaak genoemd worden in mijn blog, vroeg W te Z zich af. Heel eenvoudig W te Z: mijn Allessie heeft twee lievelingsvogels, namelijk flamingo’s (maar dan moeten ze wel uit het Zwillbrock komen) en lepelaars. En laten die laatste beestjes hier nu regelmatig, dikwijls en vaak voorkomen. Lepelaars zijn één van de meest opvallende en succesvolle broedvogels van Nederland. De Driemanspolder bij Zoetermeer is inmiddels een vaste plek waar je ze regelmatig kunt zien foerageren. De lepelaar (Platalea leucorodia) is een inheemse moerasvogel die vooral voorkomt in kustgebieden, moerassen en natte graslanden. Nederland heeft een stabiele en groeiende populatie dankzij herstel van moerasgebieden en beschermde broedplaatsen.Belangrijke broedgebieden liggen o.a. in het gebied van de Waddenzee, de Oostvaardersplassen, de Biesbosch en de Zuid-Hollandse kustgebieden. Ze broeden vooral in kolonies, vaak in rietlanden of moerasbos. Lepelaars houden van een aantal omgevingsfactoren (biologen noemen dat geloof ik “habitat“) die juist in de Nieuwe Driemanspolder voorkomen, namelijk ondiep water, sloten en plas-dras zones, rietkragen en open moerasland. Voor de duidelijkheid: de Driemanspolder is geen broedgebied maar een plek voor de vogels om te fourageren en uit te rusten. (Bron foto: Vogelbescherming)
Het gaat goed met de lepelaars in Nederland. De populatie is in de afgelopen 20 jaar enorm gegroeid en wanneer we het hebben over deze vogels dan zijn we bezig met het vertellen van een van de meest succesvolle vogelherstelverhalen in Nederland. Even een paar cijfers: het onderzoeksinstituut Sovon laat zien dat de lepelaarpopulatie vanaf ongeveer 2005 een significante jaarlijkse toename vertoont van meer dan 5% per jaar. Dit betekent dat de populatie in ongeveer 15 jaar meer dan verdubbelde. In de periode 2013–2025 is er nog steeds een duidelijke toename, maar iets minder sterk. (Bron foto: Sovon Vogelonderzoek)
Om even terug te komen op die andere lievelingsvogel, de flamingo: W gaat een aantal keren per week naar het Zwillbrock en komt daar dan vaak Erik Ottema tegen die je met een gerust hart een flamingospotter kunt noemen. Erik maakt de prachtigste foto’s van de vogels en weet er ook alles over te vertellen. Zo kwam W onlangs terug met het verhaal dat er verschillende soorten flamingo’s in het Zwillbrocker Venn zitten en dat die samen voor nageslacht kunnen zorgen. De vogels accepteren niet alleen soortgenoten, maar ook flamingo's van een andere soort binnen de kolonie. Daardoor ontstaan gemengde paren die succesvol jongen grootbrengen. Dit wordt hybridisatie genoemd. De flamingohybriden zijn vruchtbaar en uit de jarenlange registratie blijkt dat zij gezond en sterk zijn. Binnen de kolonie komen daarom verschillende combinaties voor. En dan komt Erik met zijn kennis (en foto’s) aan het woord: “De kolonie in het Zwillbrocker Venn kent slechts twee oorspronkelijke hoofdsoorten: Phoenicopterus roseus (rechts op bijgaande foto) en Phoenicopterus chilensis (links). Het overige deel van de flamingo's bestaat inmiddels uit hybriden die uit deze verschillende kruisingen zijn voortgekomen.“
zaterdag 5 september: @ zoetermeer
Gisteravond een verschrikkelijk mooie zonsondergang in de Driemanspolder. Doordat het aan het begin van de avond geleidelijk opklaarde na een middag met buien, zorgde de zon ervoor dat er door de aanwezige waterdamp en brekende bewolking een prachtige, dieprode en oranje gloed over de polder en de waterplassen trok. Het was alleen jammer dat we op de camping zaten en niet aan de rand van zo’n waterplas. Ook een foto maken met een telefoon is wat anders dan een plaatje maken met zo’n grote toeter, maar het resultaat mag er best zijn (vinden wij). Maandag verkassen we hier en de verwachtingen tot die tijd vallen best mee: in ieder geval relatief droog.
We waren pas om een uur of drie uitgenodigd, dus konden een lange ochtend “aan ons huwelijk werken“. Geintje natuurlijk, het klopt dat er na ruim 52 jaar nog wel wittebrood is, alleen de weken zijn allang om. We kennen inmiddels elkaars dromen, alleen de playlist voor tijdens de uitvaart is nog onbekend. Voldoende kijkje in ons huwelijksleven gehad? Dan kunnen we nu verder. Op zo’n er-hoeft-niks-ochtend worden de broodjes laat geserveerd, het was al een eind over elven. Zelfs W had na het ontbijt nog wat administratieve taken, namelijk de correctie van een kookboek met allemaal buitenlandse recepten. Vervolgens moest ze opnieuw op jacht, nu gewapend met een verrekijker en de doelstelling een rondje-rond-de-plas. Op het kaartje is de blauwe stip de plek van onze camping.
Gezien de wind (west 4) zonder extra lusje naar Pijnacker gefietst. Tussen de camping en Pijnacker ligt een behoorlijke te nemen horde, namelijk de A12, waar je maar op een beperkt aantal plaatsen onderdoor of overheen komt. De A12 tussen Den Haag en Zoetermeer is niet zomaar een snelweg: dit is het allereerste stuk autosnelweg van Nederland, aangelegd in de jaren ’30. De A12 was niet de twaalfde snelweg, maar kreeg het nummer omdat wegen rond Den Haag de nummers 11–14 kregen. Het traject Voorburg – Zoetermeer, onderdeel van de huidige A12, werd in 1937 geopend en vormt daarmee het oudste autosnelwegdeel van Nederland. In 1938 volgde het stuk richting Gouda. De weg had gescheiden rijbanen, ongelijkvloerse kruisingen en zelfs de eerste vluchtstroken ter wereld. Nederland was hiermee het derde land ter wereld met een echte autosnelweg (na Duitsland en Italië). Vandaag kozen we voor “onderdoor“, da’s minder hoogteverschil.
Hoogte moesten we toch al “overbruggen“ vanwege de Burgemeester Waaijerbrug en da’s weer een compleet nieuw verhaal. Wie aan een brug denkt, ziet meestal een min of meer rechte verbinding voor zich: van de ene kant naar de andere, liefst zo kort mogelijk. De Burgemeester Waaijerbrug aan de westkant van Zoetermeer doet het heel anders. Deze fiets- en voetgangersbrug slingert zich bijna sierlijk door het landschap en vormt daarmee een verbinding tussen het Westerpark en de Nieuwe Driemanspolder. Onderweg worden de Leidschendamseweg en de spoorbaan van de RandstadRail gekruist. De brug is ontworpen door het Leidse architectenbureau Syb van Breda & Co. Het ontwerp ontstond uit een gemeentelijke prijsvraag uit 2009. Het meest bijzondere vind ik de lantaarnpalen. Las ergens dat deze (op vliegende schotels lijkende) objecten een extra functie hebben. Naast lichtbrengers in de duisternis zijn het namelijk ook de draagkolommen van de brug. Voor de volledigheid: de brug is ongeveer 280 meter lang en bestaat bijna volledig uit weervast cortenstaal. Het is een grote bonk roest en dat schijnt nu net de bedoeling te zijn: door het roesten heeft het zijn karakteristieke warmbruine kleur gekregen en het heeft als voordeel dat het niet geschilderd hoeft te worden. Eind 2013 werd de brug officieel geopend. De foto hieronder is afkomstig van https://www.nationalestaalprijs.nl/project/fiets-en-voetgangersbrug-jan-waaijerbrug. Op die site vind je alle informatie over de brug.
Naar Pijnacker dus voor een verjaardagsvisite en een aansluitende barbecue. Gewoon gezellig. En: de Achterhoekse vlag wapperde weer fier boven in de vlaggenmast. Een mooie dag, beetje wind, vooral in de polder, maar met de ondersteuning op standje levensgevaarlijk was de rit heen en terug naar Pijnacker goed te doen. Temperatuur rond de 20 graden en zeer wisselend bewolkt. Wel droog. En morgen? Morgen is er weer een dag. We blijven nog een dagje hier. Er gaan geruchten dat we gaan fietsen.













.jpg)