noordpolderzijl

noordpolderzijl

vrijdag 7 oktober 2016

najaarstocht 2016 – 24: mieren en roodborstjes

vrijdag 07 oktober: @ Limoges

Bij het opstaan waren we even vergeten dat we de camping in Bergerac moesten delen met een grote groep ganzen. Even waren we ook vergeten wat de lievelingsbezigheid van ganzen (na vreten) is, jazeker: schijten. Het was een beetje smerig onder onze schoenen, op de matjes, op de vloer en W heeft in totaal drie schoonmaakmomenten gecreëerd om de rommel op de te ruimen en de stank uit de bus te krijgen: op de camping voor het vertrek, na het boodschappen doen in Perigueux en uiteindelijk een zeer grondige poetsbeurt op camping d’Uzurat aan de noordkant van Limoges (ACSI, € 15,00 + 2 x 20 cent toeristenbelasting + 2 x € 1,00 wificodes).
Na twee (voor ons doen) monsteretappes waren we toe aan een rustmoment: 150 kilometer over de N21 in 2,5 uur (inclusief “shoppen” bij een hyperU in Perigueux). Ook de N21 hebben we te danken aan Napoleon, het is namelijk een onderdeel van de Route Impériale 24 die de goede man in 1811 heeft laten aanleggen van Parijs naar Barèges (ergens in de Pyreneeën). De huidige N21 loopt van Limoges via Perigueux, Bergerac, Agen en Tarbes naar Lourdes, totaal 398 kilometer. Oorspronkelijk liep de weg na Lourdes nog door tot aan Gavarnie aan de Spaanse grens, maar bij gebrek aan een grensovergang had dat laatste stuk alleen maar nut voor plaatselijk verkeer.

Limoges
Limoges werd net voor onze jaartelling door de Romeinen gesticht (met de naam Augustoritum, met dank aan keizer Augustus). De stad schijnt nog een aantal “authentieke elementen” te hebben, maar we hebben deze geplaatst op ons “een-andere-keer-dan-maar-lijstje”, de keuze viel deze keer op wandelen. De camping ligt aan een meer en tegenover het watertje – aan de andere kant van de weg, te bereiken via een loopbrug – vind je het Bois de la Bastide. Hier waren twee routes uitgezet: de mierenroute (met allemaal kunstwerken) en de route van de roodborstjes (met een twintigtal educatieve spelletjes). En als je W kent weet je welke route we hebben gelopen, inderdaad: beide (met nog een ruime aanlooproute rond het meer, een verbindingsstuk tussen de twee wandelingen en een uitstapje naar een Romeinse villa als extra toegift). Daarna poetsen en relaxen. Het leven is mooi, al wordt het de komende dagen wel tijd voor de handschoenen.
V: 80.613; A: 80.767



 



donderdag 6 oktober 2016

najaarstocht 2016 – 23: kilometers maken

Je kunt niet alles hebben op een reis: zat het weer al dagen “in de goede hoek”, vanmorgen waren de Picos in nevelen gehuld. Ons plan om Fuente Dé te bezoeken (kabelbaantje en wandelen) wordt op het lijstje ooit-nog-een-keer-te-doen bijgeschreven. Alternatief: kilometers maken om ergens op weg naar huis nog een paar mooie dagen met wat andere activiteit dan stuurtje-draaien mee te pikken. De NKC-rit die we voor een deel gevolgd hebben gaat via de kust (Santander, Bilbao en San Sebastián) terug naar huis. Ik heb de pest aan dit stuk omdat het eigenlijk alleen goed over tolwegen te rijden is. Ook willen we niet via Bordeaux terug, maar onze lievelingsroute Bergerac, Périgueux, Limoges, Chateauroux, Bourges, Auxerre en Troyes volgen. Dan is de pas van de Ibañeta ten noorden van Pamplona een logische Pyreneeënoversteek.

woensdag 05 oktober: @ Roncesvalles
Een mooie kronkelweg (wit met groen op de Michelinkaart) leidde ons via Cervera de Pisuerge en Aquilar de Campóo binnendoor naar de N1 (net boven Burgos). Dit stukje hebben we een paar weken geleden aan de andere kant van de weg gereden. Al rijdende werd het steeds blauwer in de lucht. De N1 gaat over in de A1. Een groot aantal kilometers later maken we een omtrekkende beweging om Pamplona heen (PA30) om uiteindelijk op de N135 richting Franse grens te gaan. In Roncesvalles (vlak voor de Ibañeta) is een gedoogcamperplaats op een vrij grote P. Door mij niet goedgekeurd: voelde niet goed. De consequentie was dat we een vijftal kilometers terug moesten rijden om op camping Urrobi te overnachten. Wel met een veilig gevoel, maar ruim € 17,00 armer. Het alternatief was dat we in de Albergue zouden overnachten, dit is de pelgrimsherberg bij het klooster van Roncesvalles, gesticht in 1132 om onderdak te bieden aan pelgrims, volgens W worden hier echter camperpelgrims niet toegelaten. De camping is overigens een “oude bekende”: we hebben nog een foto van zwager/broer R die (een paar jaar geleden) hartje zomer – gewikkeld in een dikke wollen deken – zit de koukleumen voor zijn busje op deze locatie.
 
V: 79.898; A: 80.301 (bijna 7 uur onderweg)
donderdag 06 oktober: @ Bergerac
Druppeltjes op de bus vanmorgen en de Ibañeta zo in de mist dat we de parkeerplaats gemist hebben. Arme Santiagogangers: vandaag mag de poncho aan. De N135 wordt bij de Franse grens de D933 en die kun je (met uitzondering van enkele rondjes om de kerk) volgen tot de brug van Bergerac over de Dordogne. De Spaanse kaarten zullen we thuis ritueel gaan verbranden: er is in 10 jaar tijd wel erg veel veranderd, al liggen de steden en bergen nog steeds op dezelfde plek. Camping La Pelouse is een echte doorgangscamping aan de oevers van de Dordogne en Bergerac is een leuk plaatsje om weer eens door te kuieren. Cyrano staat er overigens nog steeds te standbeelden.


V: 80.301; A: 80.613 (6 uur onderweg)


 



 

dinsdag 4 oktober 2016

najaarstocht 2016 – 22: de toppen van europa

04 oktober: @ Potes

Je wordt wakker in je busje, dat weet je. Maar waar staat dat ding deze ochtend? Donker tot een uur of acht en als je dan een bakje koffie hebt gehad en je kijkt goed naar buiten weet je het weer: naast het busstation, dat tevens het hoofdkwartier is van de lokale politie. Op een gratis camperplaats in Grado in Spanje, een veilige overnachtingsplek dus, ook al stonden we er in ons eentje. Kopje thee voor W en we zijn weer op deze wereld geland. Vandaag opnieuw een echte bergetappe, nu langs de randen van het natuurpark Picos de Europa. Wat hebben we ontzettend geluk met het weer in de bergen: gisteren al en vandaag is het ook een dag om door een ringetje te halen.
De route van deze dag: Grado, Oviedo (mooie stad, maar vandaag maar even niet bezichtigen), Langreo (getankt voor net geen Euro per liter), AS17, Puerto de Tarna (lekker pasje), CL 635 naar Riaño en tenslotte de N621 (met weer een lekker pasje) naar Potes. We zijn neergestreken op camping La Viorna (ACSI, € 17,00, inclusief wifi), een kilometer of twee buiten Potes in het oostelijk gedeelte van de Picos.



Picos de Europa
De Picos hebben hun naam gekregen van zeelieden die terugkeerden naar Spanje, de bergen vormden vaak hun eerste aanblik van hun vaderland. De bergketen bestrijkt drie gebieden: Asturië, Castilië y Leon en tenslotte Cantabrië, waar we nu zitten. Hoogste punt van de Picos: 2648 meter, maar dat is voor ons een klimmetje te ver. Het landschap is verschrikkelijk mooi, het zonnetje doet zijn best om de foto’s op te leuken. Af en toe de geur van verbrand rubber (zijn dat onze remblokjes?) Laten de plaatjes hun verhaal maar vertellen. Het kan trouwens ook heel ander weer zijn hier. Er wordt gewaarschuwd voor plotselinge weersveranderingen, mist, regen, kou en sneeuw; trouwens ook voor brandende hitte. Niet als wij er zijn, toch? De wolven en een zeldzame bruine beer hadden zich verstopt: we zijn weinig beesten met poten en/of vleugels tegengekomen (met uitzondering van koeien, koeien en ….).
Riaño
Korte stop gemaakt in Riaño. Wel in het nieuwe dorp, want het oude ligt diep verzonken in een stuwmeer (Embalse de Riaño). Het was een rustige lunchplek. Na de koffie kwamen we een verrassing tegen: de N621 was afgesloten in verband met werkzaamheden aan een tunnel. U mag passeren om 8.00, 14.00 en 20.00 uur. W zei dat ze een waarschuwing had gelezen in ons pauzeplaatsje maar dacht dat het wel mee zou vallen. Het viel inderdaad mee: we hoefden maar 1,5 uur te wachten. Wat doe je dan? W haalde haar Duits en Frans op (er zijn andere camperaars die moeten wachten en ook om een praatje verlegen zijn) en ik had nog wel wat op de e-reader staan.


Vlak voor Potes kregen we nòg een pasje voor de kiezen, de Puerto de Santa Glorie.o Toen ik stopte voor een foto zei W: we zijn er nog niet, we moeten nog 1609 meter verder. Dom blond of dementerend grijs? Ze meende het serieus (heb wel drie keer gevraagd of het een grapje was; nee dus). W heeft daarna gelukkig alle ellende en schaamte in het zwembad van zich af kunnen spoelen (en dat op 4 oktober).

Picos de Europa: het is hier fantastisch.
V: 79.703; A: 79.898


 

 

 
 

najaarstocht 2016 – 21: als berggeiten in asturië

03 oktober: @ Grado

Het was vandaag schitterend, al was het een zware bergetappe met veel gehengst aan het stuur. Je zou zo’n ritje maar moeten doen zonder stuurbekrachtiging. Eerst even de kustweg naar Ribadeo, waar de Lidl geplunderd moest worden: de koelkast was echt leeg. De autosnelweg leidde ons vervolgens naar Navia, waar we via de AS12 (AS van Asturië) de bergen in mochten. Een schitterende tocht met mooie vergezichten. Net na Nivia kamen we een mirador tegen met uitzicht op (volgens de boekjes) de castro de Coaña. Aan het eind van de bronstijd (wat een woord!) werden in deze streek overal castro’s gebouwd, bestaande uit chaotisch geplaatste ronde onderkomens omgeven door grachten en omheiningen. In Grandes de Sabine mochten we de AS14 oprijden en via de AS15 beroerde de wieltjes van de bus bekend asfalt: de N634.
Tijdens onze lunchpauze kwamen we in gesprek met twee hoogbejaarde Zuid-Afrikaanders die een variant op de Camino (vanaf Gijon) aan het lopen waren. Ze waren inmiddels 7 dagen onderweg en dachten nog zo’n aantal dagen nodig te hebben. We hebben meer pelgrims zien lopen deze dag. Deze variant van de pelgrimsweg is echt niet de gemakkelijkste (wel heel mooi trouwens). We verbaasden ons over de vele verlaten huizen en de schijnbaar lege dorpen. Een vakantie-optrekje moet hier voor een prikje te krijgen zijn.
 
 
 
 
Ons einddoel deze dag: Parking del Pueblo in Grado (Campercontact 25913); lozen en ook drinkwater innemen is mogelijk en dat allemaal gratis. Je mag er alleen geen stoeltjes buiten zetten en de was ophangen. Ome Tom vond het wat moeilijk om de juiste plek te vinden (allemaal eenrichtingsstraatjes), dus maar de borden gevolgd en naar de aanwijzingen van een Spaans echtpaar geluisterd: hij in het Spaans en zij in het Engels. Om 16.00 uur waren we de eersten die het asfalt opdraaiden. We hadden verwacht dat er wel wat Spanjaarden zouden aansluiten: dit volk heeft een iets ander levensritme en het is heel normaal dat ze nog tegen middernacht een CP op komen rijden. Deze keer bleven we echter alleen. En Grado? Geen enkele reisgids vindt het dorp interessant genoeg om er een beetje aandacht aan te besteden. Wij trouwens ook niet: een goede plek om te overnachten, meer niet.
V: 79.475; A: 79.703
 

 

maandag 3 oktober 2016

najaarstocht 2016 – 20: serieus naar het noorden

02 oktober: @ Barreiros

Ook in Santiago houden ze van feestvieren: de knallen en de harde muziek hielden weliswaar om middernacht op, maar het bleef nog lang gezellig in de buitenwijk waar wij geparkeerd stonden. Het “sudderde” nog tot in de kleine uurtjes door. En dat bij een temperatuur waar nog net niet de vorstbescherming van ons puzzeltje in actie kwam.

Mistvlagen vergezelden ons op weg naar het noorden. Op onze landkaart hadden we gezien dat we tot aan de kust gezellig de N634 (E70) konden volgen. Na een kleine 75 kilometer wilde Ome Tom ons steeds naar een snelweg hebben, een weg die volgens onze kaart (uit 2006) niet bestond. Het schoot wel lekker op op die N-weg: er was niemand te zien en de restaurants en de clubs (voor chauffeurs met behoeften) maakten een zeer verlaten indruk. Negentig procent van de tankstations was ontmanteld. Toen W op de overzichtskaart van de ANWB keek bleek dat we de gehele tijd parallel aan een perfecte autosnelweg hadden gereden (de A8/E70) en dat ons ik-begeleid-u-wel-systeem terecht vond dat die weg ons een tikkeltje sneller naar ons einddoel voor die dag zou voeren. Je zal toch maar een goedlopende nering hebben en vervolgens de weg zien verleggen. Ons bunt eigenwies en we hebben de N634 maar aangehouden: lekker rustig en in de buurt van Mondoñedo ook nog eens een groen biesje langs een rood weggetje en een ik-kijk-mooi-het-dal-in-punt (jammer dat we niet konden stoppen).
Net voor de noen installeerden we ons op camping Gaivota in Barreiros, een plaats die je niet in reisgidsen tegenkomt. Mooie schone plek, van de Oceaan gescheiden door een weg en een voetpad. ACSI-camping met gratis wifi (€ 17,00 all-in). Een paar honderd meter verder ligt overigens een (gratis) camperplek, maar na een paar dagen geen echte douche gezien te hebben en het opladen van allerlei stroomvreters (waaronder de fietsaccu’s) vonden we dat geen echte optie.
Dat voetpad hebben we maar gepromoveerd tot voet/fietspad zodat we zonder helmpjes de kust konden verkennen. Dit stuk land heeft ook de naam Costa Verde meegekregen (die andere groene kust ligt in Noord-Portugal). Na een tijdje werd het druk op ons fietspad en moesten we regelmatig het belletje gebruiken: het was zondag en veel Spanjaarden maakten van het mooie weer (de mist was intussen opgetrokken) gebruik om een dagje “As Catedrais” of (in een ander taaltje) “Las Catedrales” te doen, een set van kliffen, bogen en grotten (tot 32 meter hoog) gevormd door zee en wind. Mooi voorbeeld van erosie. Een terrasje op het keerpunt van onze tocht en een doedelzakspeler (Galicië heeft veel Keltische overblijfselen) maakten de zondag compleet en toen we ons puzzeltje weer konden begroeten was er wederom een accu leeg. Wat een “zware” dag! Morgen de bergen in, als het weer het toelaat.
V: 79.315; A: 79.475


 


 

zondag 2 oktober 2016

najaarstocht 2016 – 19: de heilige jacobus niet gezien

01 oktober: @ Santiago de Compostella
Het begint ’s nachts een beetje frisjes te worden, nog even en we mogen de kachel ’s morgens aandoen. Het ontbijt werd vandaag opgediend op Illa de Arousa, net over de brug ligt (op het eiland) een mooie parkeerplek die ook als camperplaats wordt gebruikt (code 42359 Campercontact), van 1/6 tot 15/9 mag je betalen, daarna is de plek gratis.






We hebben de kustweg naar Santiago genomen via Cambados, Vilagarcia en Padron, kwamen weer interessante dingen tegen (wat zijn ze hier aan het verzamelen?) en hebben het puzzeltje geparkeerd op de camperplaats zo’n 1,5 kilometer van het historische centrum verwijderd (Campercontact 19333; overdag parkeren € 3,50, overnachten € 12,00. Wel een beetje veel gevraagd voor een stukje asfalt, maar voor een overnachting op de stadscamping betaal je de hoofdprijs).




In een klein half uurtje loop je naar het hart van Santiago de Compostella: het Praza do Obradoiro, een groot plein vóór de hoofdingang van de kathedraal. Het is de plek waar de pelgrims na weken, soms maanden aankomen na het voltooien van hun Camino. De kathedraal is een monument voor de heilige Jacobus, één van de apostelen waar het in deze stad allemaal om draait. Het huidige gebouw dateert uit de 11e tot 13e eeuw en staat op de plaats waar in de 9e eeuw al een basiliek heeft gestaan. De kerk is in de loop der eeuwen vooral aan de buitenkant opgepimpt. Het stond ook nu in de steigers.

Camino de Santiago
Je stapt je huis uit en dan begint de weg naar Santiago. Tenminste zo was het vroeger. Santiago is één van de belangrijkste bedevaartsoorden van Europa en is dat al zo’n 1000 jaar. Het begon allemaal met de ontdekking van het graf van Jacobus in de 9e eeuw. Pelgrims gingen massaal op zoek naar de botten van Jacobus en zorgden ervoor dat er wegen, bruggen, steden en herbergen kwamen. Immers: in de middeleeuwen leidden niet alle wegen naar Rome, de helft liep naar Santiago. Mensen die zich vestigden in de steden op weg naar Santiago kregen van de heersende vorsten enorme privileges. Er zijn een aantal belangrijke camino’s of pelgrimswegen.
De meest bekende is die van St. Jean Pied du Port (Frankrijk) via Roncesvalles, Pamplona, Burgos en Léon. Vanuit Portugal loopt de Camino Portuguës (met een “inland” en een “coastal” variant). Britse pelgrims (14e eeuw) zeilden naar A Corunã en liepen van daaruit verder. Pelgrims konden vroeger niet “ergens opstappen”, maar liepen van huis naar Santiago en moesten ook weer terug, zodat ze soms jaren onderweg waren. Voor de echte diehards is de kathedraal in Santiago niet het eindpunt: zij lopen verder (of nemen de bus) naar Cabo Finisterre (in de 9e eeuw was dit het einde van de wereld) om daar kleding en/of schoenen te verbranden terwijl ze kijken naar de ondergaande zon. Overal in Spanje en Portugal hebben we ze zien lopen: mensen die misschien een geloofsreden hebben of alleen een beetje willen nadenken over de zin van het leven. In de jaren 70 van de vorige eeuw waren ze bijna uitgestorven, dit type pelgrims; zo’n 40 jaar later is het weer een complete rage.
 
 
 
Santiago de Compostella
We hebben ons gemakshalve eerst maar even met een toeristentreintje door Santiago laten tuffen. De binnenstad (grotendeels autovrij, maar dat kan ook niet anders met al die smalle straatjes) is heel interessant, daarbuiten (universiteit, aantal parken, flink wat oudheden) minder. Daarna – slenterend door de straatjes – ons vergaapt aan alle souvenirwinkeltjes en eettentjes (met een menu de dia variërend van 5 tot 44 Euro, en bij die 5 Euro was dan ook nog een drankje inbegrepen). Een terrasje voor een biertje, een cola, een schaal chips en een behoorlijke portie gefrituurde inktvis en een paar stukjes hartige taart (all-in voor nog géén 4 Euro) gaf ons voldoende moed om de paar kilometer naar de bus te aanvaarden. Nee: géén pelgrimsmis, ook het wierookvat (de botafumeiro) niet zien zwaaien; zelfs de oude botten van Jacobus niet bewonderd. Ondanks dat was het toch een heel interessante dag.


V: 79.223; A: 79.315

najaarstocht 2016 – 18: portugal obrigado

30 september: @ Sanxenxo

Het was een dode boel op Camping de Covas: we waren bijna de enige gasten. Ongetwijfeld zal het er in het weekend wel drukker worden, de camping kent veel jaarplaatsen. Zelfs op het plaatselijke kerkhof was niet erg veel te beleven. Toch altijd een toeristische attractie van de bovenste plank die dodenakkers in de zuidelijke landen. Gisteravond nog even tijdens een ommetje bezocht, evenals de kerk (gelukkig gesloten). We mochten beiden “het mooiste graf” uitzoeken en laten we nu toch alle twee hetzelfde uitkiezen. Toen ’s morgens de campingbaas vertelde dat er geen brood was zijn we maar vertrokken. Leuke camping, maar weinig in de omgeving te doen behalve wandelen.
 
 
 
 
 
 
 
 
Na de nodige haarspeldjes om weer de bergen uit te komen kwamen we weer bij de rivier de Minho terecht, die we moesten oversteken om in Spanje te komen. Halverwege krijgt de rivier dan ook een Spaanse naam, de Miño. We volgen dan wel delen van de NKC-reis Spanje-Portugal, maar om (conform routebeschrijving) direct naar Santiago-de-Compostella te knallen vinden we maar niks. We proberen vandaag zoveel mogelijk de Spaanse kustlijn in zicht te houden (het liefst zichtbaar door het linker raampje, dan gaan we de goede kant op). De kust wordt doorsneden met ria’s (fjordachtige inhammen), leuke vissersdorpjes, lieflijke praia’s, maar ook een paar grote k-steden, waar je blij bent het bord einde-50 te zijn gepasseerd zonder krassen (of nog erger) te hebben opgelopen. Gelukkig remt W mee, dus staan we steeds op tijd stil. Hier in de buurt moet even na de eeuwwisseling een olietanker gestrand zijn; de rommel is inmiddels netjes opgeruimd.
We zitten in Galicië en zijn op weg naar Santiago de Compostella, wij met ons puzzeltje, een aantal wandelaars lopen het kustpad vanuit Portugal. Vandaag vooral stevig doorstappende meiden gezien, het sterke geslacht was echt in de minderheid. Een van de kuststeden die we doorkruisten was Vigo. Vigo is de grootste stad van Galicië met een grote vissershaven, maar die is me volledig ontgaan.

Adieu Portugal
We hebben ons tijdens deze reis – wat Portugal betreft – beperkt tot het noorden: de Tejo (Taag) zijn we bewust niet overgestoken. Portugal is een erg mooi land: natuur en (een beetje veel) cultuur. Niets negatiefs te melden? Jawel: hier in het noorden komt de Portugese bevolking wat afstandelijk zo niet volkomen niet-geïnteresseerd over: receptionistes van campings die het nog net op kunnen brengen je in te schrijven; W is een keer onverrichterzake een bakkerszaak uitgelopen omdat niemand van de aanwezigen bereid was haar te helpen; een kaartjesverkoper in een museum die vijf minuten bleef kletsen met een Portugees en ons gewoon voor jan-met-de-korte-achternaam liet staan. Wat ons vooral opviel: hier spreken erg weinig Portugezen Engels (of willen ze het niet spreken?) Er zijn natuurlijk uitzonderingen en opvallend was, dat dat vaak oude mannetjes waren die ons hielpen wanneer we over een plattegrondjes gebogen stonden of op een rotonde zochten naar die ene aanwijzing die ons niet omhoog zou sturen. Tijdens een fietstocht langs zee probeerde een mannetje ons in zijn beste Engels duidelijk te maken dat we beter het vlonderpad konden gebruiken dan de grote weg (zonder helm). Komen we niet terug dan? Tuurlijk wel: het is en blijft een erg mooi land. De volgende keer misschien wat minder kerken en wat meer oude stenen in de natuur zelf, maar we hebben het uitstekend naar onze zin gehad. 
Sanxenxo
Ons puzzeltje staat deze nacht op een camperplaats vlak aan de Atlantische Oceaan: Area de Besadoiro aan de Praia de Pragueira (Campercontactcode 18988): een boerenerf waar we voor € 6 mogen staan, stroom kost twee flappen meer, maar dat hebben we vandaag niet nodig. We genieten van een mooie zonsondergang, maar natuurlijk weer net niet op tijd de sissende zon kunnen fotograferen.


V: 79.055; A: 79.223