Coïmbra was nog een verplicht nummertje. Daarna verder op weg naar het noorden, waar we ons settelden in een kustplaatsje onder de rook van Porto (als de wind zuidwaarts stond tenminste) om van daaruit de stad te bekijken, maar vooral ook om langs de kust van de Atlantische Oceaan te fietsen.
Ons puzzeltje teruggereden naar de camperplek in het Parque Verde waar nu voldoende ruimte was, een aantal doosjes was al vertrokken, een paar andere waren druk bezig om via een omslachtige manier van hun vuile water af te komen: met kleine emmertjes water opvangen en vervolgens lozen in een klein putje. Of in datzelfde putje ook de inhoud van de toiletcassette moest heb ik niet onderzocht. Tja, de plek blijft wel gratis. Personenauto’s waren er (nog) niet zoveel op deze relatief vroege zondagochtend. Een speciaal bord gaf aan waar opa’s die skippyballen eten hun busje mogen parkeren. Via de Ponte Pedonal (voetgangers- en fietsersbrug) waren we snel aan de andere kant van de rivier de Mondego. Nog even verschil van mening of we nu aan de zuid- of noordkant van het water stonden, maar een stadsplattegrondje dat we kregen bij de VVV gaf W natuurlijk weer gelijk.
Costa Nova
De neus van onze Puzzel (en ook de onze) werd naar de oceaan gericht, waar we vanaf Mira (Sinterklaas kwam toch uit Spanje, nee Turkije; oeps hij is de bisschop van de Turkse stad Myra met een y) de kustweg naar Aveiro genomen hebben. Net onder Aveiro ligt het badplaatsje Costa Nova. Dit plaatsje is bekend om zijn voormalige strandhutten (palheiros). Zij dienden vroeger als schuilplaats voor de vissers, als opslagruimte en als stal voor de dieren die de boten met de vangst op het land trokken. Toen aan het einde van de 19e eeuw het in de mode kwam om aan het strand te baden, zijn de vissers begonnen met het verhuren van de strandhutten in de zomermaanden. Zij kregen daarbij het idee om ze te versieren met de felle kleuren die ze ook voor de vissersboten gebruikten. Dit geheel geeft de kuststreek van Costa Nova een kleurrijk en eigen karakter, al zullen er tegenwoordig wel heel veel palheiros zijn die nooit als schuilhut of opslagplaats dienst hebben gedaan. We vielen met de neus in de boter: een of andere feestdag (25 september? Opgezocht, maar niet kunnen vinden). Muziekkorpsen, knalvuurwerk en parkeren een eindje buiten de stad op dit smalle stukje land tussen het strand en de lagune. Zo konden we onze vastgeroeste Coïmbraspieren weer een beetje soepel maken.
De neus van onze Puzzel (en ook de onze) werd naar de oceaan gericht, waar we vanaf Mira (Sinterklaas kwam toch uit Spanje, nee Turkije; oeps hij is de bisschop van de Turkse stad Myra met een y) de kustweg naar Aveiro genomen hebben. Net onder Aveiro ligt het badplaatsje Costa Nova. Dit plaatsje is bekend om zijn voormalige strandhutten (palheiros). Zij dienden vroeger als schuilplaats voor de vissers, als opslagruimte en als stal voor de dieren die de boten met de vangst op het land trokken. Toen aan het einde van de 19e eeuw het in de mode kwam om aan het strand te baden, zijn de vissers begonnen met het verhuren van de strandhutten in de zomermaanden. Zij kregen daarbij het idee om ze te versieren met de felle kleuren die ze ook voor de vissersboten gebruikten. Dit geheel geeft de kuststreek van Costa Nova een kleurrijk en eigen karakter, al zullen er tegenwoordig wel heel veel palheiros zijn die nooit als schuilhut of opslagplaats dienst hebben gedaan. We vielen met de neus in de boter: een of andere feestdag (25 september? Opgezocht, maar niet kunnen vinden). Muziekkorpsen, knalvuurwerk en parkeren een eindje buiten de stad op dit smalle stukje land tussen het strand en de lagune. Zo konden we onze vastgeroeste Coïmbraspieren weer een beetje soepel maken.
Ten zuiden van Porto liggen een viertal campings op een rijtje. We hebben er eentje uit de Orbiturreeks genomen: camping Canidelo, genoemd naar het gelijknamige plaatsje. Kosten € 17,10 per nacht, het naseizoen was net ingegaan. W had bij het inschrijven vergeten een beetje te smokkelen met de lengte van de bus, immers: onder de 6 meter is het een paar Euro per nacht goedkoper. En dat voor een vrouw die er bij ingangen van kerken en musea graag een paar jaar ouder uitziet: de seniorenkorting hakt er immers aardig in en grijs-is-grijs. Op de camping even een kuitenbijtertje naar beneden, de weg oversteken en je staat op het strand. Langs de weg loopt een fietspad, naar het noorden naar Porto, naar het zuiden naar Esphinho (overigens wel van het Portugese soort: een strak fietspad, houdt plotseling op en gaat 300 meter weer verder en dat een paar keer).
Onder het motto “we nemen nog een extra buitenwijkje mee” bracht een plaatselijke bus met lijnnummer 15 ons in een kleine drie kwartier naar de stad. Wel handig: vrijwel voor de camping instappen en in het centrum van Porto debarkeren. Overigens is het met de fiets over het kustpad slechts zes kilometer (nagemeten!) maar dan mis je de capriolen van onze chauffeur die met zijn bus met een kamikaze-instelling door dusdanig nauwe klinkerweggetjes scheurde, dat ik regelmatig dacht: gelukkig hoef ik daar met mijn 6,5 meter niet door. Overigens heet deze busmaatschappij “Espirito Santo” (heilige geest).
Overigens hebben ze ons altijd voor de gek gehouden: port
komt niet uit Porto maar uit Vila Nova de Gaia, een snelgroeiende plaats
tegenover Porto aan de andere over van de Douro, daar zijn de opslagplaatsen waar de port op smaak komt. We hebben ons evenwel niet
aangesloten bij de busladingen toeristen die hier hun “taste-and-buy” doen, om
de eenvoudige reden dat ons busticket recht gaf op gratis portproeven alleen:
closed on Monday en welke dag was het deze dag? Juist! We moesten ons dus maar
behelpen met het bekijken van de portschepen (de Barco Rabalos) die - alleen nog voor de sier - in de Douro
lagen te dobberen.
Porto? Erg leuk, maar we hebben “ze” mooier gezien.
Van Porto is het over het algemeen goed fietsen naar Espinho, je fietst over een knap stukje asfalt vlak langs de oceaan. Alleen ontbreken er zo hier en daar een paar honderd meter pad (bijvoorbeeld omdat er een golfbaan in de weg ligt) met als boodschap: zoek het maar uit. Van Porto naar Espinho is het eigenlijk één en al badplaats (Canidelo, Madalena, Miramar, Granja). Espinho zelf is ook een luxe badplaats, alleen jammer dat de spoorlijn de stad van de stranden scheidt. Fietsend over de mooie boulevard van Esphinho kwamen we aan de zuidkant van de stad het strand van de vissers tegen, waar de vis aan wal wordt gebracht, de netten worden geboet en de vis met veel kabaal wordt verkocht; over viswijven gesproken. Een stevige bries mee op de heenweg betekent inderdaad: water in de bilnaad op de terugweg, lekker trappen tegen de wind in.
V: 78.681; V: 78.841