noordpolderzijl

noordpolderzijl

maandag 19 september 2016

najaarstocht 2016 – 11: in het pösslparadijs

 
 18 en 19 september: @ Tomar

Na een wat onrustige nacht op de parkeerplaats in Viseu (W dus, ik had er niet zo’n last van: een hoorprobleem heeft soms positieve kanten), omdat een aantal Portugezen meenden feest te moeten vieren tot twee uur, het boeltje ingepakt en vertrokken naar Tomar. Een korte stop om de bult op te klimmen naar het kasteeltje van Panela. Zonde van de tijd: een beetje populair gerestaureerd, meer met het oog om kinderen riddertje te laten spelen. Vervolgens een korte stop aan een van de vele stuwmeren die Portugal rijk is, om te eindigen in Tomar: Parque Municipal de Campismo, een beetje weggestopt in een parkje met nabijgelegen gemeentelijk zwembad (reeds gesloten), sportvelden e.d. aan de oevers van de Rio Nabão. Een rustige camping die er een beetje verwaarloosd uitziet, het sanitairgebouw ziet er aan de buitenkant niet uit, maar is verder prima en schoon. Het lijkt erop dat er 24 uur bewaking is. Overigens lijkt het een Pösslcamping: van de 10 campers (er zijn ook nog een tweetal tenten) zijn er drie van ons favoriete puzzelmerk.
 
 


De Tempeliers
Franse ridders stichtten rond 1119 een religieuze militaire orde, de Orde van de Tempeliers. De combinatie militair en monnik kwam in die tijd vaker voor. De Portugese tak van deze club (de Templários) was niet alleen betrokken bij de kruistochten, maar vocht ook gezellig mee om de Moren van het Iberisch schiereiland te verjagen (de Reconquista). Dat deden ze zo goed dat ze van het bevoegd gezag een leuk puistje grond (of steen) kregen waarop zij een kasteel bouwden en binnen het kasteel weer een klooster. Op deze manier werd Tomar de hoofdzetel van de Portugese Tempeliers. De Ridderorde boerde overigens overal zo goed dat ze teveel macht kreeg en overal (behalve in Spanje en Portugal) werd tegengewerkt, zelfs zodanig dat de orde werd ontbonden en haar bezittingen geconfisceerd. Om de Iberiërs niet al te veel voor het hoofd te stoten werd rond 1350 hier de Orde van de Christusridders opgericht: zelfde clubje, andere naam. In de 16e eeuw werd de orde weer een zuivere monniksorde en werd uiteindelijk in 1910 opgeheven.

De oudheden
De meest interessante oudheden (Convent van Christus – 12e tot 18e eeuw, met het meeste bouwwerk in de 16e eeuw uitgevoerd; Castelo dos Templários – 12e tot 14e eeuw en het aquaduct van Pegões – rond 1600) liggen boven op een heuvel. Omdat de thermometer inmiddels al ruim 30 graden aanwees en we het klimmetje naar het kasteel van Penela nog in de benen (en vooral in het hoofd) hadden zitten, gooiden we het op een akkoordje met een wonderschone tuktuk (of was het de bestuurster?) die ons voor vijf flappen naar boven tukte. We vergaapten ons aan alles in het klooster annex burcht en toen ik tegen W zei “het is wel een allegaartje, zo niet een zooitje”, las ze uit een foldertje voor “it combines all the architectonic styles of the periods of construction” (is toch eigenlijk hetzelfde, niet?). Het aquaduct hebben we ook nog kunnen bewonderen, gebouwd van 1593 tot 1613, 6 kilometer lang, 180 bogen en aangelegd om de watervoorziening van het klooster te regelen.



 
 
Ik ga je niet verder vermoeien met andere oudheden van Tomar of met het mooie kopstation (regelmatige dienstregeling met Lissabon), laat staan met onze luie werkzaamheden op deze heerlijke (warme) dagen of dat de Liddl op een heuvel ligt, behalve dan dat het wasje weer schoon is en de website bijgewerkt. Weer twee dagen om door een ringetje te halen.
V: 78.056; A: 78.257

 

zondag 18 september 2016

najaarstocht 2016 – 10: fietsen en kuieren


zaterdag 17 september: @ Viseu

Een monsterverplaatsing van 34 kilometer naar een oud stadje met veel groen. W had in de documentatie van Campercontact gezien dat er vanuit Viseu een geweldig fietspad moest lopen. Even de bakker afgewacht op de camping in Casfreires en gewassen en gestreken met het puzzeltje en route. Even een ruzie met Ome Tom opgelost: hij wilde weer de geest geven. Bleek dat ook het tweede USB-kabeltje van Actionkwaliteit was. Gelukkig kon ik uit het tasje-voor-noodgevallen nog net één stukje zwart draad met de juiste aansluitingen vinden. De spoeling wordt dun in kabelland. Met een werkend navigatiesysteem kwamen we nog ruim voor de middag op ons einddoel aan.

Ecopista de Dão
De CP (code 24516) aan de Av. Europa net buiten de historische kern van Viseu bleek voldoende te bieden voor de middag en de nacht: 8 gratis plekken (als CP aangegeven) op een grote parkeerplaats, met de mogelijkheid om onze vuilwatertank te lozen – de enige omissie van de vorige camping; nodig want al ruikbaar. Je kunt er ook de inhoud van je toiletje kwijt, alleen de watervoorziening was “out of order” en dat waarschijnlijk al voor een lange tijd als je de beoordelingen van deze gratis plek leest. Een oud spoorlijntje is omgetoverd tot een fietspad: 55 kilometer zoevend asfalt, vrijliggend met alleen af en toe een hinderlijke remmer wanneer je toch een toegangsweg naar een huis moest kruisen. Nooit echt zware beklimmingen of flitsende afdalingen, immers: een trein houdt daar niet zo van. Sommige oude stationnetjes zijn omgebouwd tot cafeetje; in één ervan hebben we een Fantaatje en een biertje genuttigd voor de prijs van € 1,90 (voor beide drankjes samen). Onderweg kwamen we op gezette tijden de nodige martelwerktuigen tegen, volgens W waren dit fitnesstoestellen. Portugal doet er wat aan om de bevolking (of de toeristen) gezond te houden. Op onze wegenkaart (2006) staat het fietspad nog als spoorlijntje ingetekend. We fietsten via Torredeita (waar een heus stoomtreintje stond opgesteld) naar ons keerpunt in Parada de Gonda. Wel dezelfde weg weer terug, maar dat was geen probleem. We konden ook nog met eigen ogen zien dat er weer de nodige bosbranden in dit (noordelijke) gedeelte van Portugal hebben huisgehouden. Overigens is de Dão een riviertje en staat het gebied (ten zuiden van Viseu) bekend om zijn (inderdaad) Dãowijnen.
 
 

Viseu
Een funiculaire (nu eens niet met tandrad maar in de vorm van een monorail) bracht ons vervolgens de bult op naar de historische kern van de stad. Uitstappen op de Adro da Sé, het plein voor de kathedraal Santa Maria de Viseu, gebouwd in de 13e eeuw en in de 16e eeuw vrijwel volledig herbouwd. Om voltrekt onduidelijke reden was de toko dicht, maar een kerkje meer of minder van de binnenkant bekijken is voor ons absoluut geen punt. Wel konden we het interieur van de Igreja da Misericordia, een barokkerk met een protserige rococogevel tegenover de Sé bewonderen. Via middeleeuwse smalle straatjes, veel winkeltjes en ook veel leegstand slenterden we van het hooggelegen plein via allerlei beroemdheden geëerd in standbeelden, het gemeentehuis en het museum gewijd aan Ogrão Vasco (een Portugese Renaissanceschilder rond 1500) weer bult afwaarts naar de plek waar onze puzzel in de zon stond te glisteren.
 
 
 
Weer een mooie dag, morgen spierpijn?
V: 78.022; A: 78.056

 


 
 

vrijdag 16 september 2016

najaarstocht 2016 – 09: vale do douro


vrijdag 16 september: @ Casfreires
Een strakblauw luggie bij het opstaan en even later zette ook de zon haar beste beentje voor. Het standbeeld naast de bus even gefotografeerd, niet vanwege het beeld zelf (zou niet weten wat het moet voorstellen) maar om de kwaliteit van de lucht. Volgens W was het een beetje moeilijk om aan een brood te komen: veel mensen schijnen in de kroeg te ontbijten, al die leuke kleine cafeetjes die we gisteren zagen zaten nu vol met etende en vooral ook pratende mensen.

De Portroute stond vandaag op het programma: mooie wegen met fantastische vergezichten. We zouden beginnen met Vila Real. We hebben het nodige gezien (vanuit de bus), maar niet de mooie oude binnenstad met de 17e en 18e eeuwse patriciërshuizen. Wat we wel zagen: enge weggetjes, nauwe bochten, veel verkeer, maar géén parkeerplaats op loopafstand van het centrum te vinden. Gelukkig had Vila Real buiten de heksenketel een grote Lidl waar we ook nog ons puzzeltje kwijt konden en we alle kasten weer konden vullen. We hebben het idee dat het in Portugal wat duurder is dan in Spanje. De diesel scheelt in ieder geval zo’n 15 tot 20 cent per liter.

Een weg door een mooi wijngebied bracht ons naar Pinhão, een echt toeristencomplot. Parkeren was mogelijk door een nauw stijl weggetje naar beneden naar de rivier de Douro te nemen, waarbij ik een aantal keren dacht “me lak!” en waarbij terug naar boven de één net genoeg trekkracht gaf om de dwarsweg op te stuiven. Gelukkig was het warm, anders zou je nog denken dat het angstzweet was dat uit al mijn poriën gutste. En wat doen al die toeristen dan in Pinhão? Het ligt (maar dat had ik al verteld) aan de Douro, het is een belangrijk productiecentrum van port, in de omgeving liggen de beste quinta’s (we kwamen zelfs Sandeman tegen, niet alleen van de sherry dus?). Daarnaast heeft Pinhão een heel pittoresk stationnetje met mooie “azulejos” (van die blauwe beschilderde en geglazuurde tegels) met afbeeldingen die met wijnbouw en klederkrachten te maken hebben. Verder kun je er bootje varen, theetje drinken (eigenlijk Deltakoffie of wat anders), kuieren langs de Douro en vooral: de brug over.
 

De hele dag hebben we langs wijngaarden gereden en we vroegen ons af hoe die wijnstokken hier kunnen groeien: kurkdroog (neerslag van betekenis valt er alleen in de lente) en een vreselijke steenachtige bodem. Daarbij bloedheet in de zomer (40 graden in de schaduw en nog meer in de zon) en in de herfst kan het er al vriezen. Onze portdruifjes doen het goed in dit klimaat! De steile hellingen bemoeilijken het plukken en transport. De oogst begint in september en loopt tot eind oktober door. De beloofde ossenkarren (ANWB-reisgids) hebben we niet gezien, wel veel dure Mercedessen. Je moet met de tijd mee, ook als Portugees.
Ome Tom had wat moeite met de coördinaten van de camping, wilde ons over bospaadjes en door rivierbeddingen sturen. De Willy-Willy heeft het maar overgenomen en toen kwam er toch nog een verantwoord einde aan deze schitterende reisdag. Camping Quinta Chave Grande (quinta betekent wijnlandgoed, ook wijnboerderij) bleek het Acsi-tarief van € 16,00 te hanteren (inclusief goed werkende wifi). De hinderlijke vliegen zijn bij de prijs inbegrepen. Mooie plek en die vliegen? Vanavond zitten we toch binnen.

V: 77.837; A: 78.022
 

 
 
 

najaarstocht 2016 – 08: op naar portugal

15 september: @ Mirandela

Het weer deze ochtend deed ons besluiten er een lange zit van te maken en wel zo lang tot de thermometer weer draaglijke buitenwaarden zou aangeven. Vanuit Burgos een tijd lang op de N120, voor een deel een vrij nutteloos stukje asfalt want er loopt een joekel van een (gratis) snelweg parallellel aan. Geen probleem: hadden we de weg vrijwel voor ons alleen. Het pad naar Santiago de Compostella kruist een paar keer en af en toe leek het daar op filelopen. De fietsers naar Santiago schijnen over de N120 te gaan, tenminste: we hebber er een aantal zien vechten tegen de westenwind. Wij vochten uit solidariteit mee, al ging het ons wat behaaglijker af met de kachel aan tijdens het rijden.
Onze tocht ging dwars door de graanschuur van Spanje, het gebied wordt hier Terra Campos genoemd. De A62 bracht ons naar Valladolid, de wolkenkrabbers nodigden niet erg uit op de stad te bezoeken, al schijnen er voldoende “oude stenen” te liggen in de binnenstad. Ferdinand en Isabella hebben hier (eind 15e eeuw) hun huwlijksfeestje gegeven, wij beperkten ons tot een korte pauze op de parkeerplaats van de Carrefour, waar het weer een hele tour was om een uitgang zonder hoogtebegrenzer te vinden.

Nog een stukje snelweg (A11) bracht ons naar Zamora en daarna werd het weer leuk: de binnenlanden in naar de grens met Portugal, die in dit gebied over 112 kilometer gevormd wordt door de rivier de Douro. Bij de grens (bij één van de vijf stuwmeren en hydro-elektrische centrales die Portugal en Spanje gezamenlijk hebben gefinancierd in de bovenloop van de Rio Douro) tijdens een bakje koffie de tijd een uur teruggezet (morgen weer een jetlag) en ons vloeiende Spaans ingewisseld voor ons vlekkeloze Portugees. Via de IC5 (een fantastische weg met steeds wisselende vergezichten) naar ons einddoel. Alleen de laatste 12 kilometer hadden een ouderwets Portugalwegdek.
Een gratis camperplek (Campercontact 10863) aan het water, zo’n beetje midden in de stad. De 10 camperplekken op de parkeerplaats worden niet aangegeven, maar alles boven de 5 meter lengte past alleen in de lengteparkeerplaatsen: kan niet missen dus. W moest nog even in haar beste Portugees een visser vragen om zijn cotche, sorry carro, te verplaatsen zodat wij ook konden parkeren en ja hoor: obrigado! Prima plek om te parkeren en te overnachten, maar meer ook niet. Het weer is aangenaam, de temperatuur behaaglijk en niet alleen in het busje.

Mirandela zelf is (voor zover wij het te voet hebben bekeken) een beetje vergane glorie, erg veel (kleine) restaurantjes en heel erg veel - vaak vervallen - winkelpandjes te koop of te huur. Wel mooi is de oude voetgangersbrug over de Rio Tura (ligt naast de nieuwe brug): een 232 meter lang, gotisch bouwwerk met 17 bogen, die rusten op Romeinse fundamenten (zegt onze ANWB-reisgids uit 2006). Laat dezelfde brug volgens de Lonely Planet (een iets latere uitgave) nu 20 bogen hebben. We hebben ze niet nageteld, ook hebben we niet gecontroleerd of de brug uit de 15e eeuw stamt.


Weer een perfecte dag!

V: 77.416; A: 77.837
 



 


woensdag 14 september 2016

najaarstocht 2016 – 07: met de handschoenen aan naar burgos

 

13 en 14 september: @ burgos

De nacht van maandag op dinsdag: na een zwoele avond een erg warme nacht, alles open, zelfs de schuifdeur. Het wordt ander weer aan de kust! Na de laatste raadplegingen van El Tiempo en nog een aantal andere weerprofeten besloten om onze tocht Spanje – Portugal niet tegen de klok in te rijden maar de coördinaten van camping Fuentes Blancas in Burgos in te typen. We lopen zo wel het risico dat we begin oktober slecht weer treffen aan de Atlantische kust, maar dat wordt nu ook voorspeld.
Om er niet een te lange autozit van te maken, besloten om tot Spanje een paar centen te besteden aan het onderhoud van de A63 (omgerekend 12 cent per kilometer, te betalen bij drie tolpoortjes). Temperatuur bij vertrek (10.00 uur) 22 graden, oplopend tot 30 graden in Spanje, waar de N1 en A1 ons via Vitoria/Gasteiz (met als voornaamste uitje een grote Lidl en een kleine Mac) de regen instuurden naar Miranda de Ebro. We kennen de Ebro van de oostkust (de Ebrodelta bij de Middellandse Zee), maar weer wat geleerd: 925 km kronkelend naar het westnoordwesten ligt de oorsprong in het Cantabrisch gebergte van Noord-Spanje. Hierna was het nog maar een paar kilometer naar onze camping in Burgos, waar de thermometer bij aankomst 12 graden (buitentemperatuur) aangaf. Burgos ligt op 860 meter boven de zeespiegel, ook dat zal wel een rol spelen. Leuk onweersbuitje erbij, dus knus in de puzzel.
Stonden we dinsdagmorgen op met dennengeur, woensdagmorgen rook het naar eucalyptus op de camping, niet dat je een saunagevoel had qua temperatuur, maar het luchtje kwam aardig in de buurt. Erg van de frisse deze ochtend: wanneer we ze ingepakt hadden, hadden we de handschoenen aangedaan op ons fietstochtje langs de rivier naar Burgos. In Burgos gaf een bord aan dat we om half elf een fantastisch dieptepunt in onze reis hebben bereikt: 8,5 graden (weliswaar boven nul) en dat terwijl in Nederland de mussen van ellende uit de dakgoot vallen. Het positieve aan dit verhaal is dat we niet in de hitte door de stad hoeven te slenteren.
Burgos wordt rond 880 gesticht en wordt later de hoofdstad van Castilië. Burgos is en was voor pelgrims een belangrijke stop op weg naar Santiago de Compostella en in 1200 werd voor deze diehards al een brug over de rivier de Arlanzón gelegd. Kort daarop werd begonnen met de bouw van de kathedraal. Burgos is verder bekend omdat Franco er in 1936 zijn voorlopige (nationalistische) regering vestigde.
Het topstuk van Burgos is ongetwijfeld de Santa Mariakathedraal, waarmee men in 1221 is begonnen te bouwen (in opdracht van Ferdinand III van Castilië). Negen jaar later werd de gotische kerk in gebruik genomen maar men knutselde nog ruim 300 jaar door (tot in 1567 volgens de boekjes). Behalve gotiek ziet de kenner dus nog vele andere bouwstijlen. Natuurlijk staat het indrukwekkende gevaarte op het bekende Unescolijstje. Na de aanschaf van twee seniorenkaartjes (ziet W er inmiddels ook bejaard uit?) mochten we de binnenkant bewonderen. De audiotour stond weer bol van wetenswaardigheden en details die je na twee minuten weer bent vergeten, maar was voor de verandering wel in het Nederlands. De route leidt langs en door veel nissen met kapelletjes, de Capilla del Santa Christo is daarvan wel de meest bizarre. Er hangt een angstaanjagende Jezus aan een kruis, zijn huid bedekt met puisten en zweren (psoriasis, builenpest?). Om het beeld helemaal grotesk te maken heeft men hem een rokje aangetrokken (en dat allemaal in de 13e eeuw!).
Burgos is een leuk, oud stadje met het onvermijdelijke “Plaza Mayor” en een groot aantal kerken en kerkjes. Wat ons van alle oudheden (buiten de kathedraal om) is bijgebleven is de Arco de Santa Maria, één van de oorspronkelijke toegangspoorten tot de oude stad. Een beschrijving van alle beelden die je in de poort aantreft zou een paar bladzijden vullen, maar is dat echt interessant? Bij het napluizen van onze reisgidsen (achteraf) bleek dat we het standbeeld van El Cid gemist hebben, maar gelukkig heb ik ruim vijftig jaar geleden de film met Charlton Heston en Sophia Loren gezien.
 
Na een aanvullend fietstochtje in de omgeving (leuke paden aan weerszijden van de rivier met veel zwoegende pelgrims) bleek de NKC op de camping te zijn neergestreken. De jongens en de meisjes maken de reis “door het noorden van Spanje” en zijn nu aan dag 8 toe (ook dag 9 en 10 blijven ze in Burgos). Maar op hun dag 9 gaan wij weer verder.

V: 77.068; A: 77.416

 




 


dinsdag 13 september 2016

najaarstocht 2016 – 6: zon, zee, zuidenwind


09 t/m 12 september: @ Arnaoutchot (Landes)

Soms klopt een titel niet helemaal: zo was er in Mont-Saint-Michel geen branding te bekennen en de titel van vandaag suggereert dat we alleen maar zuidenwind gehad hebben. Niets is minder waar: de wind (voor zover aanwezig) kwam van alle kanten behalve uit het zuiden. Noem het dichterlijke vrijheid: het bekt zo mooi. Het woord “zeilen” ontbreekt nog in dit rijtje: nog een week of zes geduld, dan gaan de mannen het Wad weer onveilig maken. Nu eerst even kijken of we Portugal halen.
Het was op vrijdag de 9e even schrikken bij het wakker worden: nog géén 12 graden in de camper om 07.15 uur. Zat er aan te komen: het was vannacht één sterrenzee. Tijd voor een verplaatsing. Deze keer via weer zo’n nomadenpad: D137, vandaag gevolgd van Sainte Hermine naar Bordeaux. Schiet lekker op en tolvrij. Oorspronkelijk had deze weg het nummer N137 (een route nationale) die in 1824 gereed kwam en liep van St. Malo via Rennes, Nantes, La Rochelle en Rochefort naar Bordeaux. Toen de A10 en de A83 aangelegd waren (jaren ’80 en ’90) nam het doorgaande belang van de weg af en werd het een route departementale (D-weg). Vlak voor Bordeaux kwamen we op de snelweg terecht en hierdoor ontliepen we de stad; het moet hier in het hoogseizoen wel een ware kermis zijn, het was nu al kruip-door-sluip-door. Tolvrij via de A63 (vlak voor het tolpoortje stuurde Ome Tom ons de binnenlanden in om ons vervolgens de eerste oprit na de tol weer de snelweg op te sturen). Tussen 2011 en 2013 is de N10 hier verbreed en omgenummerd en in 2014 is de “Autoroute des Landes” officieel geopend.

Even schrikken toen op de A83 de temperatuur in een half uurtje terugliep van 28 naar 16 graden, de bus goed schoongespoeld werd, maar de orages in de verte bleven hangen. Voordeel hiervan is dat de airco even kan uitrusten. En toen de Selvera’s na hun postkoets ook nog eens “Kerstmis in Holland” ten gehore brachten (en wij ons verbaasden dat we beide liederen foutloos konden meezingen), kon de dag helemaal niet meer stuk. Hoe de meisjes terecht zijn gekomen tussen de Dubliners, Dylan, Doors, Leonard Cohen en anderen zal een raadsel blijven.
Oorspronkelijk was dit gebied (Landes) niets meer dan een verzameling moerassen en heidevelden, tot Napoleon III (president van 1848-1852 en keizer van 1852-1870) vond dat het maar ontgonnen moest worden. De kuststrook is nu één groot bos. Beschrijvingen noemen de bomen pijnbomen, eigenlijk zijn het gewoon zeedennen (Pinus is de botanische naam voor den). Wat verderop het land in kom je ook landbouw tegen.

Arna (van Arnaoutchot) is weer zo’n camping gelegen aan het einde van de wereld. Wel eens van Vielle-St.-Gironde gehoord? Prettige, erg grote Acsi-camping, goed sanitair en van alle gemakken voorzien (voor W een groot zwembad). Het grote voordeel van deze camping: je kleding wordt er niet zo snel smerig. Een paar dagen vakantie, misschien begint dan de “echte reis”. Veel valt er dus echt niet te vertellen: ’s morgens een broodje, daarna een eindje fietsen (een keer naar het zuiden, een keer naar het noorden en de laatste keer naar het oosten; het westen maar niet gedaan: krijg je zulke natte voeten). Diepgaande gesprekken op de fiets: is het zuidenwind of zuiderwind? De stranden zijn zilverkleurig, de luchten blauw en de branding van de oceaan smetteloos wit. En fietsen? De fietspaden moeten een natte droom voor wielrenners zijn: strak asfalt, vrijwel altijd autovrij en vaak een vrijliggend pad door de bossen. We hebben een (heel klein) deel van de Vélodyssée gefietst, een fietsroute van 1200 kilometer waarvan 860 in Frankrijk (van Roscoff naar Hendaye). Zie www.velodyssey.com. Na een aantal fietskilometers beginnen de dennen wel een beetje te vervelen en erg heftig te ruiken, maar gelukkig hebben ze nog een zeer nuttige functie: ze zorgen van de nodige schaduw. Na de fietstocht uitrusten, vervolgens naar het strand (als het daar niet te warm voor was), W. naar het zwembad en na het koken, eten, afwassen en de pilletjes van de dokter een rustige avond.
Tijd voor wat anders: we gaan nu echt op reis!

V: 76.663; A: 77.068