noordpolderzijl

noordpolderzijl

vrijdag 15 maart 2024

met één werkend oog naar het zuiden – 3: nederland – belgië – frankrijk

Vreemd: enkele lezers kennen het werkwoord “macgyveren” niet. Woord is afkomstig van Angus MacGyver, een uitermate vindingrijke ex-spion in de gelijknamige serie. In MacGyver gaat het voornamelijk om het gebruik van wetenschappelijke kennis en inventief gebruik van huis-tuin-en-keukenspullen. Ducttape en een Zwitsers zakmes zijn de meest essentiële attributen om te komen tot oplossingen voor haast uitzichtloze situaties. Volgens mij deden ze zoiets ook al bij The A-Team. Wanneer ik het fröbelen noem zou ik onmiddellijk hooglopende ruzie krijgen met mijn zoon, hij is aanhanger van het "MacGyverisme" en vindt het absoluut geen fröbelen. Lo siento hijo. Van kleinzoon T komt de uitspraak: “Het verschil tussen mijn vader en mijn opa is dat papa alles probeert te repareren met elastiekjes en opa met ducttape en paperclips”. Foto bij deze alinea moet Richard Dean Anderson voorstellen, de hoofdrolspeler in de serie.

vrijdag 15 maart: @ druyes-les-belles-fontaines

Mooie avond gisteren. Nog een tijdje de schuifdeur open kunnen laten staan en pas bij het koken dicht. Kachel hoefde de hele avond niet aan. Gaan we de goede kant op of was het maar een heel klein topje en begint nu de lange dip weer?


Volgens W kan het verslag van vandaag kort zijn: “We stapten om negen uur in de auto en 8,5 uur later waren we ruim 500 kilometer verder”. Volgens mij snapt ze niet dat ik met dit soort verslagen geen lezer meer weet te boeien. Proberen we het op een andere manier. De weg van Maastricht naar Auxerre hebben we al vele keren gereden, soms vier keer per jaar (twee keer heen en twee keer terug). Je zou dan zeggen dat we alle mogelijke opties gehad hebben: eens raken de nieuwe wegnummers op. Vandaag hadden we een stuk weg dat we nog niet eerder geraakt hebben met onze vier wielen, een deel van de D977. We weten het beiden zeker omdat we het Monument van Navarin, ook Aux Morts des Armées de Champagne genoemd en ter plekke bekend als Ossuaire National de "La Ferme de Navarin" nog nooit eerder hebben gezien. In de streek van Suippes (W noemt dat Zoepers) aan de rivier de Marne werden hier hevige gevechten geleverd tijdens de Eerste Wereldoorlog. Het monument in de vorm van een piramide werd in de jaren 20 van de vorige eeuw gebouwd om de gesneuvelde soldaten te blijven herinneren. Later (toen men in dit gebied nog steeds botten van slachtoffers vond) is de piramide omgevormd tot grafmonument. De crypte bevat nu de resten van zo'n 10.000 (meest naamloze) soldaten. Er werd ijverig geknutseld, dus we konden alleen maar van een afstandje toekijken. Bovenstaand plaatje is door W gemaakt, de overzichtsfoto hieronder hebben we "geleend":


Het kenmerk van zo'n lange rit met een camper is dat de ETA (Estimated Time of Arrival) steeds verder opschuift en als je dan nog niet zeker bent van definitieve eindbestemming en ook nog een flink deel door België rijdt is het gokken of je voor het donker de bus hebt staan. België: naarmate de rit vordert neemt de kwaliteit van de weg kwadratisch af. Af en toe moet je gewoon flink gas terugnemen want het gatenkaaswegdek met zijn onverwachte gaten is de oorzaak van een steeds vorderend desintegratieproces van ons arme busje. We hebben weer wat nieuwe rammeltjes ontdekt die zich naadloos voegen bij de al bestaande kreungeluiden. Nog even en W gaat een nieuwe symfonie componeren. Overigens de vele Franse spoorwegovergangen die we tegenkwamen kunnen dan als achtergrondkoor dienen. Een camping die volgens de boekjes open zou zijn bleek alleen de poorten geopend te hebben, we waren niet welkom. Uiteindelijk parkeerden we ons busje op de parkeerplaats van een kasteel. Voor de volledigheid: https://www.campercontact.com/nl/frankrijk/bourgogne-franche-comte/druyes-les-belles-fontaines/88683/parking-du-chateau. De naam van de camperplaats zegt het al: onze bus staat aan de voet van Château de Druyes, een middeleeuws kasteel dat in de twaalfde eeuw gebouwd werd door de graven van Nevers. Vanaf de 17e eeuw raakte het in verval. In de tweede helft van de vorige eeuw is het voor een deel gerestaureerd.






We gebruiken de parkeerplaats alleen als overnachtingsplek. W heeft nog wel een rondje gelopen maar vond geen bruisende winkels in de koopgoot van Druyes-les-Belles-Fontaines. Om eerlijk te zijn: ze vond geen winkels én geen koopgoot.


V: 204.102; A: 204.633. Rijtemperatuur: stuiterend tussen 11 en 16 graden. Alle weertypen gezien tussen half bewolkt en volledig bewolkt met regenbuien. Het beloofde onweer is achterwege gebleven. Een reisdag! En morgen? Morgen is er weer een dag: eerst boodschappen doen en tanken in Clamency en dan een paar honderd kilometer naar het zuiden naar een camperplaats met Nederlandse eigenaren. Daar blijven we een extra dagje.

donderdag 14 maart 2024

met één werkend oog naar het zuiden – 2: maastricht op de fiets

Je gebruikte het woord 'uitwisselbaar', moet dan niet 'inwisselbaar' zijn?” was een vraag van vaste lezeres W te L toen ze het blog van gisteren gelezen had. Heb eigenlijk geen flauw idee, beste W te L, dus heb ik het maar opgezocht. En nee, ik weet het nog steeds niet: diverse sites spreken elkaar tegen. Volgens de een moet het uitwisselbaar zijn. Www.woorden.org vertelt dat uitwisselbaar inhoudt dat je iets kunt vervangen door wat anders en geeft als voorbeeld: “Jouw fototoestel heeft verschillende, uitwisselbare lenzen”. Synoniem zou kunnen zijn “verwisselbaar”. Mijnwoordenboek.nl geeft de volgende opsomming van andere woorden voor “inwisselbaar”: inruilbaar, omwisselbaar, ruilbaar, verwisselbaar en wisselbaar en geeft aan dat je “inwisselbaar” gebruikt als je iets of iemand kunt ruilen voor iets anders of als iemand of iets lijkt op iemand of iets anders. Die laatste opmerking zou dan weer betekenen dat je de variant “inwisselbaar” moet gebruiken. Deze discussie doet me denken aan de wijze woorden van mijn leraar Nederlands op de kweekschool (ruim 50 jaar geleden): “'Vermijden' en 'mijden' betekenen hetzelfde, maar dat betekent niet dat ze inwisselbaar zijn”.

donderdag 14 maart: @ maastricht

Toen ik vanmorgen om acht uur de ogen open deed, deed de zon haar best ons busje te verwarmen. W was al een kwartiertje wakker en deed ijverig pogingen zich stil te houden, want bijna tien uur slapen: zo'n jongen zal dat wel nodig hebben. Toch nog maar even de kachel aan, want 10 graden binnentemperatuur is het ook niet helemaal. Koffiewater wordt bij ons ook op gas kokend, dus voor je het weet is het een aangename 20 graden in het busje. “Of wat daar nog van over is”, volgens W. Ze heeft een beetje gelijk: gisteren nam een verduisteringsgordijn spontaan een andere, niet geheel authentieke, vorm aan; een uitzethoudertje van een buitenraam is afgeknapt en het lampje boven het gasfornuis gaat af en toe aan twee draadjes bungelen. Toen gisteren ook nog een pak fruitwater lekte en de dinettebank doorweekte (was een pak van 1,5 liter en uiteindelijk helemaal leeg) dacht is even “het is maar behelpen in zo'n busje, wat doe ik hier?” Die vlaag van verstandsverbijstering duurde maar 2,24 seconden. Toen vond ik het geurende fruitwater wel een positieve bijdrage leveren aan de leefkwaliteit van ons huisje-op-vier-wielen (ook een voorbeeld van cognitieve resonantiereductie?). En vanmorgen aan de koffie, me voorbereidend op de dag van vandaag door naar een filmpje te kijken van de gerenoveerde waterburcht van Pietersheim (https://www.youtube.com/watch?v=TjN8cEfNVtM) – ja die waar ik me gisteren voor moest schamen – stond ik weer 125 procent positief in het leven en was blij dat mijn fiets een onderhoudsbeurt heeft ondergaan zodat ik geen last meer heb van onder meer mijn “zadel-te-laag-fietsspieren”. Je moet toch ergens aan denken op zo'n ochtend? En al die kleine ongemakken in ons campertje? Macgyveren maar! Bijgaand plaatje is een screenshot van dat filmpje over Waterburcht Pietersheim.

Op de fiets, tochtje gisteren in elkaar gefabriekt met Komoot. Eerst naar Lanaken voor dat kasteel-waterburchtwerk. Uit het foldertje: “Snuif het verleden op in de gerenoveerde waterburcht van Pietersheim die tot 1971 eigendom was van de familie Merode. De 12de eeuwse waterburcht is de stille getuige van de roemrijke en woelige veldslagen van de Heren van Pietersheim. Van het middeleeuwse slot kun je nog de ringvormige weermuren en poorttoren zien. Ook de 16de eeuwse kapelzaal bleef bewaard en werd volledig gerenoveerd. Via een zwevend looppad (ook bereikbaar voor mensen met een beperking) kun je als bezoeker op alle verborgen plekjes van de burcht komen. Bij wijze van verwelkoming kan iedere bezoeker op het nieuwe platform in het poortgebouw genieten van een prachtig uitzicht over het burchtplein en het omliggende park. In de grote ‘kijkdoos op poten’ naast de kapel krijgen bezoekers het complete verhaal van de burcht te zien in een film. Aan de hand van 3D-animaties met historisch beeldmateriaal herrijst de waterburcht in haar volle glorie. In de kijkdoos zijn enkele archeologische vondsten tentoongesteld die getuigen van de rijkdom die hier ooit heerste. Jonge bezoekers kunnen zich uitleven via diverse interactieve spelen. Afgesloten wordt met een bezoekje in de shop waar zowel kinderen als volwassenen hun eigen souvenir kunnen kopen. Wat dacht je van je eigen ridderhelm of zwaard?” 


Tja, dat kan dan in deze periode alleen in het weekend. De poort stond weliswaar open, zodat we even een blik konden werpen op het plein, maar daar hield het dan mee op. “Is ook wel genoeg”, zei W, die niet zo van dit soort moderne restauraties (met veel roestvrij staal) houdt. De strip “Jan van Pietersheim” die een eeuwig aandenken moest blijven aan de burcht konden we wel in de etalage van het winkeltje zien liggen, maar kopen was er niet bij. Het landhuis dat later bij de restanten van de waterburcht werden gebouwd zag er wel prima uit.

Lange tijd ging onze tocht over de jaagpaden (in België kom je ook de term trekpaden tegen) van het Albertkaal, in het Franstalige deel dat zo maar ergens begon heet de grote sloot Canal Albert. Een watertje van 130 kilometer lang tussen Luik (aan de Maas) en Antwerpen (aan de Schelde, zodat je gezellig de Noordzee op kunt varen). Vernoemd naar Albert I, Koning der Belgen. Het kanaal werd met handkracht, kranen en graafmachines gegraven tussen 1930 en 1939, voor een deel dwars door gezellige bergen van mergel. De voornaamste opzet was om een verbinding tot stand te brengen tussen de Vlaamse en Waalse ijzer- en staalindustrie en de Limburgse kolenmijnen. Bijgaande kaart dateert uit 1922 en laat de kanaalplannen van de regering (met name minister Van Caenegem) zien.


Het hoogtepunt van het Albertkanaal vormde voor ons het sluizencomplex van Ternaaien, eigenlijk een foute naam want we zitten op Franstalig grondgebied en dus moeten we het hebben over
Les écluses de Lanaye. Eigenlijk is het een knooppunt van kanalen en rivieren, jarenlang een flessenhals (Bouchon de Lanaye) die het verkeer tussen Luik en Rotterdam niet aankon. Wat doe je dan? Je gaat praten, gaat de kosten verdelen, ook Nederland droeg haar steentje bij en vervolgens ga je knutselen. W heeft nog geprobeerd het uiteindelijke knutselwerk op de foto te zetten, maar de zon werkte niet mee. Heb er eentje op internet kunnen vinden. Paul Hermans vindt het vast niet erg dat ik zijn plaatje leen; dank Paul.






Een paar kilometer verderop moesten we de
barrage de Lixhe over, in het Nederlands vertaald met de stuw van Lieze. Het is een dam over de Maas, zijdelings aan de rechteroever van het Albertkanaal en wordt gebruikt om het waterpeil van de Maas (en van de verschillende kanalen in de buurt) te regelen.


Aan het klontertje bij Maastricht (op de routekaart) kun je zien dat we nog een beetje stad bekeken hebben. Zonnetje scheen, alle terrasjes vol. W bood me nog een stoel-tafel-Jupiler aan maar het was me veel te druk: Achterhoekse boer in de stad scheen ook al een paar keer door rood gefietst te zijn. Tegen drieën terug en bij het busje wachtte een Steenbrugge Tripel, ook lekker. Fietstocht: 02:55 werkelijke fietstijd; 49,4 km; gemiddeld 17,0 km/h; 280 meter klimmen en 270 meter dalen en toch weer voor de schuifdeur van Puzzel terugkomen. Laten we het maar op afrondingsmeters houden. 

Een mooie dag, veel zon en zo'n 15 graden. Later op de middag wat meer bewolking. En morgen? Morgen is er weer een dag. We gaan hier vertrekken want het wordt slechter weer. Eigenlijk jammer: het is hier bijna net zo mooi als in Noordpolderzijl. Kreeg van een vroeger zeilvriendje het verhaal van Bob Dylan en Noordpolderzijl toegestuurd. Fietsend vanuit Groningen strijkt de muzikant in 1995 neer in het noordelijkste café van Groningen, ’t Zielhoes. Naderhand herinnert hij zich die plek nog als hij naar een kennis mailt: ’’We drank coffee in a café, with a strange owner. He just sat there. But you know, I liked it, because it was the first place where people didn’t gaze at me.’’ Tja, in Noorpolderzijl kennen ze alleen schapen, geen popmuzikanten.






woensdag 13 maart 2024

met één werkend oog naar de zon – 1: het uiterste zuiden van Nederland

Mijn verhaal over cognitieve dissonantiereductie van maandag heeft wat stof opgewaaid. R te K wees mij op het boek van Leon Festinger uit 1957 waarin hij zegt dat cognitieve dissonantie de onaangename spanning is die iemand ervaart bij tegenstrijdige overtuigingen, ideeën of opvattingen of bij handelen in strijd met de eigen overtuiging. Mensen streven naar het verkleinen van dissonantie en passen daarvoor hun opvattingen of gedrag aan. J te H komt met een ander voorbeeld op de proppen: een vrouw wil een nieuwe auto kopen, ze heeft al een keuze gemaakt voor een merk maar aarzelt tussen twee verschillende kleuren, rood en blauw. De blauwe kan wél in metallic geleverd worden maar de rode níét. Zij vindt daarbij de rode het mooist, maar wil ook metallic om de lak beter te beschermen. Na lang aarzelen laat zij de metalliclak ten slotte de doorslag geven, ook omdat de garagehouder haar dat aanraadt en zij kiest dus voor de blauwe auto. Na een paar weken in de nieuwe (blauwe) auto gereden te hebben merkt zij dat als zij een rode auto van hetzelfde merk ziet rijden, zij die minder mooi vindt dan zij eerst dacht. Onbewust heeft zij haar mening herzien. Er is niet langer een strijdigheid van een verlangen naar een rode auto door het feit dat zij voor een blauwe gekozen heeft.

woensdag 13 maart: @ maastricht

Waarom we niet een dag eerder vertrokken, kreeg ik van verschillende kanten te horen. Simpel: mocht gisteren nog naar een cursus met de mooie titel “behoud en beheer”, ja ging weer eens over museale voorwerpen al of niet aangetast door één van de tien boosdoenercategorieën. Wees gerust: zal je er verder niet mee lastigvallen. Niet dat ik ruzie kreeg met een boa omdat ik mijn medestudiegenoot-met-gipsen-poot-en-op-krukken liet instappen op een plek waar een stopverbod gold. Volgens die blauwhannes moest Ben maar eerst 300 meter strompelen en dan aan een drukke straat de auto aantrekken; dat daarbij al het verkeer moest stoppen was schijnbaar niet zo belangrijk. Heb het niet zo op boa's maar dat wist je al uit eerdere verhalen. Overigens vond ik dat een mankepoot niet 300 meter moet hinkelen en dat je je een beetje in de situatie moest inleven en hebben we onder de dreiging “ik geef u een bekeuring van € 192,00” de pennenlikker laten kijken hoe wij ons ding deden. Ga je ook niet lastig vallen met de juiste schrijfwijze van woorden als “boeddhist” en “macadamianoten” (spelletje Beter Spellen dat elke werkdag in mijn digitale brievenbus ligt). Nee we gaan het hebben over onze "wereldreis" van ruim twee weken.

Tegen elven vertrokken en om een uur of twee op de plek van bestemming: https://www.campercontact.com/nl/nederland/limburg/maastricht/41369/camperplaats-maastricht; vlakbij het Belgische Smeermaas. Een paar jaar geleden hebben we hier ook gestaan, nu zag het er wat “rommeliger” uit, heeft ongetwijfeld te maken met de enorme hoeveelheden water die hier ook gevallen zijn.


Ruim tijd voor een “verkennende” fietstocht (34,1 km in 1:54 uur), deze keer door het Belgische achterland. De route kreeg van Komoot (en mij) de naam “
Maasmechelse heide en Vallei van de Kikbeekbron, rondtocht vanaf camperplaats” mee. Een tocht met veel water en ook het nodige bos-en-heidegebeuren. Vraagt natuurlijk om de nodige toelichting.


We begonnen in het dorpje Smeermaas net over de grens bij onze camperplaats. Volgens de geleerden (men noemt dat Wikipedia) is het een “straatdorp” langs de weg van Maastricht naar Pietersheim. Nu had ik tot vandaag nog nooit van Pietersheim gehoord en dat schijnt volgens de Belgische en Nederlandse Limburgers een doodzonde te zijn: Pietersheim (bij Lanaken) was een belangrijke burcht in de grijze oudheid. Als je aan Smeermaas denkt, denk je aan water: natuurlijk de Maas, de Zuid-Willemsvaart (aangelegd 1824 – 1829), het Kanaal Briegden – Neerhalen (gegraven in de jaren dertig van de twintigste eeuw; het moest het Albertkanaal verbinden met de Zuid-Willemsvaart) en dan hebben we nog het Albertkanaal zelf. Bestudeer bijgaand kaartje maar eens.

Na aanvankelijk behoorlijk wat geploeter om uit het Maasdal te komen (de stroom vloog uit de fietsaccu's tijdens onze klimmetjes) kwamen we op hoogte en konden in de diepte de Vallei van de Kikbeekbron zien, dit is een een natuurgebied van 120 ha in en rond een voormalige zand- en grindgroeve in Maasmechelen (Belgisch Limburg), waar kwellen een waterplas van water voorzien, die vervolgens de Kikbeek voedt en naar de Maas stroomt. Was een beetje een bizarre plek: een steen gaf aan dat we op het hoogste punt waren aangekomen en een paar kruizen vertelden dat fietsen eigenlijk niet gezond, zo niet levensgevaarlijk is. Toen we ook nog een bordje zagen met “gevaarlijke afdaling” was onze dag compleet. W opperde nog om het water op te zoeken voor een koele duik, maar ik kon vertellen dat het zwemwater waarschijnlijk (noem het maar met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid) de gemiddelde temperatuur benaderde van de Noordelijke IJszee en de Antarctische Poolzee. W was onmiddellijk overtuigd.






Na de afdaling (wel regelmatig in de remmen) kwamen we de Mechelse Heide tegen, een natuurgebied van zo'n 700 ha groot bij Maasmechelen en onderdeel uitmakend van het Nationaal Park Hoge Kempen. Mooi, maar uitwisselbaar. Foto van de hei geleend, het plaatje laat de Mechelse Heide in de zomer zien.


De kop is eraf. V: 203.871; A: 204.102. Rijtemperatuur tussen 11 en 14 graden. Fietsen met winterjas en handschoenen aan. De natuur begint weer mooi te worden, kijk maar eens naar bijgaande afbeelding van een tulpenboom onderweg. En het thema voor morgen? Bestudeer  het tegeltje. 



maandag 11 maart 2024

over belmiepen en sporen van walnoten

Heb je net ontschorst en grootse plannen gemaakt voor zes weken “er-even-tussen-uit”, krijg je een telefoontje van zo'n belmiep van het Deventer ziekenhuis: “We hebben een afspraak voor u gepland op 3 april”. Nee, niet opereren: gewoon opnieuw onderzoeken wat ze een paar dagen geleden in het Winterswijkse ziekenhuis ook al onderzocht hebben. Ben benieuwd of de dure scans en foto's die deze keer gemaakt worden iets anders laten zien en of men tot de ontdekking komt dat er toch wat anders mankeert aan mijn ogen. Hoezo dure zorg? Bijna net zo'n lachertje als wat er gebeurd is bij Dirk. Ja die supermarkt met
zo’n 130 winkels in ons land. Dirk had een probleem met “gepelde walnoten” van het merk “1Bite”. Dirk moest van een of andere autoriteit zakjes walnoten teruggeroepen. Zakjes waarop op de buitenkant met koeienletters stond “Gepelde Walnoten”. Weet je waarom de terugroepactie in gang is gezet? Dirk had vergeten om op de ingrediëntenlijst te vermelden “bevat sporen van walnoten”. Is toch helemaal van de pot gerukt: als je walnoten koopt moet je er nadrukkelijk op gewezen worden dat in dat zakje iets zit dat “sporen van walnoten” kan bevatten. Wil je echt lachen? Kijk dan eens naar de ingrediëntenlijst van “sinaasappelsap met echt vruchtvlees”. Weet je waaruit dat vruchtvlees bestaat? Gemalen witte bonen! Moeten ze dan niet op de verpakking zetten: “kan GEEN sporen van sinaasappelvruchtvlees bevatten”?

zondag 10 maart: @ bentelo

Een mooie stand om het nieuwe seizoen te beginnen: 203.770. Stond op het telwerk toen ik zaterdagmorgen Poezeltje uit de stalling haalde. Busje had dorst: er zijn tijden dat de diesel een stuk goedkoper was, maar prijzen boven de twee euri hebben we ook meegemaakt. Vandaag betaalde ik € 1,729/ltr. Tikt aan als de tank bijna leeg is. Een hobby kost nu eenmaal geld zullen we maar zeggen. Daarna het grote inpakwerk, een gasbus laten vullen, dekbedden weer in overtrekken proppen en zorgen voor voldoende koffie. “Zou je hem niet liever in de stalling laten”, was nog de vraag van W, “we hebben maar tweeënhalve week”. Probeerde nog een opmerking te lanceren in de trant van: “vroeger toen we werkten waren we blij met twee weken Zuid-Frankrijk”, maar dat leverde slechts een licht gepruttel op. Vervolgens probeerde ik het maar met cognitieve dissonantiereductie door te verklaren dat ik eigenlijk helemaal niet naar Spanje gewild had dit voorjaar. Je kent het verhaal van De vos en de druiven misschien (de la Fontaine?): wanneer de vos niet bij de druiven kan komen omdat ze te hoog hangen, besluit hij dat hij ze achteraf bekeken toch niet écht wilde "...omdat ze toch zuur waren." Gewoon je opvattingen en/of gedrag aanpassen en alle problemen zijn de wereld uit, da's dus cognitieve dissonantiereductie. Maar toch fijn dat we een nieuwe ANWB-routekaart van vriendin L te D kregen, inderdaad: van Spanje.

W ging met dochterlief naar de sauna, dus voor mij een prima moment om te gaan kijken of alle systemen nog werken. Waar kun je dat beter doen dan bij John op de Bentelose Esch. John heeft het het laatste half jaar niet getroffen met het weer wanneer je de toestand van de camperplek in ogenschouw neemt. Geen problemen met op- en afrijden, daarvoor zit er genoeg steen en puin in de grond verwerkt, maar wel overal diepe sporen. Zondag zonnetje, maandagmorgen werd die zon vloeibaar en kwamen er wat druppels op de voorruit. Zondagmiddag meteen het bed uitgeprobeerd: dutjesproof en ook 's nachts was het heerlijk toeven onder de lapjes. Ook de rest van de techniek doorstaat de toets en het lijstje met wat-mis-ik-nog is niet al te lang. Geslaagde test. Terug naar huis (met een rijtemperatuur van 7 graden vier graden kouder dan zondag) om kleinkinderen te voederen en 's avonds een beetje te vergaderen. Dinsdag nog een cursus en daarna de laatste boodschappen en dan spreken we elkaar woensdag weer wanneer we anroet gaan.



donderdag 7 maart 2024

der mensch ist was er isst

In dit laatste camperloze blog (nog even en het brandt weer los) een beetje losse eindjes aan elkaar knopen. Nee, we gaan niet een terminaaltje drinken, maar het wordt wel filosofisch. En daarbij komt: ik moet een lading frustratie kwijt. Heb me weer aan heel veel dingen geërgerd sinds 26 februari en dat moet ik voor een deel van me afschrijven. Neem nu de intrieste personele situatie in het onderwijs. Had laatst met een oud-collega een diepgaande discussie over de positie van de leerkracht. Na een diepgravend gesprek dat resulteerde in de conclusie dat de positie van een meester verwaterd is, zijn functie is overgenomen door vrouwen en de jongens zo een noodzakelijk (mannelijk) rolmodel missen, kwam hij aanzetten met de wet van Sullerot. En ja: na een beetje uitleg was ik het wel met hem en de wet eens. Volgens de wet van Sullerot is er een verband tussen het percentage vrouwen werkzaam in een beroepsgroep en de status die het beroep heeft. Het verband werd in 1968 voor het eerst beschreven door Evelyne Sullerot, een Frans feministe. Zij kwam tot de volgende conclusie: hoe meer vrouwen gaan werken in een ooit door mannen gedomineerde beroepsgroep, des te minder aanzien het werk heeft. De financiële vergoeding die voor het werk gegeven wordt stijgt of daalt mee, al naargelang deze status. De wet van Sullerot wordt daarmee gezien als een van de verklaringen voor de aanhoudende loonkloof tussen mannen en vrouwen. Onze Evelyne kan het een en ander niet meer toelichten: ze verkaste in 2017 naar het bovenaardse.

Terug naar het onderwijs: eigenlijk is er niet meer zoveel over van het oude “meesterschap”, de leerkracht is verworden tot administratief medewerk(st)er die elke scheet van elke leerling en zichzelf (m/v/het) mag registreren en waarderen. En de “opleiding tot”? Hoorde laatst van een volwassen vent (vader van twee bijna puberende kinderen) wat hij als zij-instromer (zonder pedagogische vooropleiding) voor krankzinnige dingen moest doen tijdens de opleiding van vier jaar: onder meer kleien en tekenen! Is het vreemd dat zo iemand na een half jaar met pijn in zijn hart de lier aan de wilgen hangt omdat hij voetballen met zijn zoon belangrijker vindt dan kleien van een vogeltje? Terwijl hij heel graag schoolmeester had willen worden en het ook in zich heeft.

Nog zo'n verhaal, maar nu over eten. Heb altijd gemeend dat je als vegetariër goed bezig bent. Wordt dat in één keer door een artikel (ik weet echt niet meer waar ik het gelezen heb) onderuit gehaald, want je moet minstens veganist worden (niet eten schijnt nog beter te zijn!) Heb tot voor kort het verschil tussen vega en vegan niet geweten. Oudste kleindochter (een vegetariër) heeft me dat duidelijk kunnen maken: “Opa, het verschil tussen vega en vegan is best duidelijk. Bij vegetarisch eten (vega) eet je geen dierlijke producten zoals vlees, vis en gelatine. Dus producten waarvoor dieren zijn gestorven om het maar even plat te zeggen. Dierlijke producten als eieren, melk, kaas mogen wel. Als je veganist bent (vega) eet je helemaal geen dierlijk spul”. Schijnt dat je je dan als veganist wel ongans eet aan macadamianoten en meer van dat lekkers. Weer wat geleerd. Het schijnt dat je als vegetariër echt niet diervriendelijk bezig bent: je steunt nog steeds bepaalde vormen van bio-industrie. 

Schiet me plotseling een kreet te binnen “der Mensch ist was er isst”. Kan er ook niks aan doen, heb dat soms. Vond het zinnetje zo mooi dat het maar meteen tot titel van dit blog is gebombardeerd. De mens is wat hij eet is een waarheid als een koe en die uitspraak kom je vaak tegen in artikelen over voedsel. Ene Ludwig Feuerbach (leefde van 1804 tot 1872) heeft die wijze woorden opgeschreven. Ludwig volstond niet met dat ene zinnetje, nee hij hing er een compleet boekwerk aan op, “Die Naturwissenschaft und die Revolution”, hij schreef het in 1850. 

Zal proberen in één alinea de filosofie van Feuerbach proberen weer te geven door deze te vergelijken met een andere grote filosoof, namelijk Hegel. Hegel schreef dat God van zichzelf vervreemd raakte toen Hij de mens schiep. Feuerbach draaide de bewering om. Hij schreef dat de mens van zichzelf vervreemd raakte toen hij God schiep. Snap je het niet, kun je er niet bij? Wacht dan even tot de “uitstorting van de heilige geest”, vroeger geleerd dat dat met Pinksteren gebeurt/gebeurde. En ik, vega of vegan? Zal in een restaurant niet zo snel een steak bestellen, vaak krijg je dan zo'n lap vlees, formaat halve koe. Krijg je er zo'n vlijmscherp mes bij om het lappie rood met chirurgische precisie te ontleden. Nee, niks voor mij. Ben wel zo'n type van wat minder vlees en meer groenten, maar aan mijn lijf geen vleesvervangers. Mijn kleinzoon (woont in de buurt van Rotterdam) zou zeggen “Niet te nassen”. Trouwens: hij vist overal de groente uit om het vooral niet op te hoeven eten. Op bijgaande prent: Maria zit en wordt omringd door de apostelen. Allen kijken naar de hemel van waar de Heilige Geest, in de gedaante van een duif, hen vervuld. Als teken van deze vervulling hebben zij een soort vlam op hun hoofd.

Ben voor de zoveelste keer deze winter weer eens verkouden, denk elke keer weer dat ik een besmetting van het heilige virus opgelopen heb. Het ergste van een snotneus is de nacht. Dan krijg je te maken met de wet van de communicerende vaten. Even voor de jongens en de meisjes (en alles wat daar tussen zit) die niet goed opgelet hebben op school: de wet van de communicerende vaten is een regel uit de natuurkunde die aangeeft dat vloeistof in open reservoirs die onderling onder het niveau van de vloeistof zijn verbonden, in alle reservoirs even hoog staat. De vaten communiceren met elkaar, dat wil zeggen: ze staan met elkaar in verbinding. Concreet betekent dat dat wanneer je in bed ligt en je rechter neusgat verstopt is en je gaat vervolgens op de linkerzij liggen dan loopt de snot naar de linkerkant van je neus en kun je weer ademen door je rechter neusgat. Het ergste is dat je je (on)bewust een paar keer gaat omdraaien en je dan gaat nadenken over wat er nu eigenlijk natuurkundig gebeurt. Gevolg: je mist een paar uur slaap. Tot zover de snotneus, de loopneus bewaren we voor een volgende keer evenals de druipneus, de lekneus en de bloedneus.

En toen kwam het verlossende woord van de ogenboer: er zit wel een operatie aan te komen maar de wachttijd voor de afdeling oogheelkunde in het ziekenhuis te Deventer bedraagt ….. We kunnen een gunstig weergat afwachten om in het buitenland te koningkeizeradmiralen, je weet wel: dat wat je later met Popla gaat wegpoetsen. “Je kunt wel digitaal aanhaken bij de vergadering, dan missen we je inbreng niet”, werd me geruststellend meegedeeld. Nieuwe tijden, ja ik weet het. Soms is het makkelijk, maar op andere momenten verlang ik terug naar “vroeger”. Vroeger toen de dorpsomroeper het nieuws rondtoeterde, de dichtstbijzijnde telefoon (met draaischijf) drie huizen verder te vinden was in de gang bij Tante Mietze (want de heer des huizes werkte bij de WOG en kon dus niet zonder zo'n modern apparaat) en ik tijdens het huiswerk maken de radio op de middengolf had afgestemd om Radio Luxemburg te kunnen ontvangen, de ruis werd gratis meegeleverd. Televisie kwam pas veel later en is inmiddels alweer achterhaald, tenminste in de “live”-versie. Uitgesteld kijken en streamen zijn de modewoorden, je kunt het op allerlei soorten apparaten, dus een tv heb je ook niet meer nodig. Je hoort me niet afvragen waar toch die romantiek is gebleven, maar soms gaat het wel heel erg hard. Misschien een kwestie van gevoel, maar ik geloof dat het allemaal nog in een hogere versnelling gaat de komende jaren. Mag ik eigenlijk wel het woord “geloven” gebruiken? Hoorde onlangs “geloven is zeker weten dat je twijfelt”, dus zeker weten doe je geloven ook niet. Of zoiets.

Zaterdag de camper uit de stalling, beetje vullen; zondag uitproberen want maandag weer spelen voor oppascentrale en 's avonds vergadering, dinsdag cursus (iets over behoud en beheer van oude troep) en dan kunnen we zaterdag weg. Een mooi leven of zoals W dat zo plastisch weet uit te drukken: “er zijn van die dagen dat je meer blauwe vinkjes in Whatsapp telt dan huismussen in je tuin”. Volgens mij heeft ze onlangs een karikatuur van Toos en Henk in de Gelderlander gezien (op de maandag na de landelijke vogeltelling). Nog even en we slenteren weer langs de eerste kleedjes op straat met GBR (goed bedoelde rotzooi). Stay tuned.