noordpolderzijl

noordpolderzijl

donderdag 24 augustus 2023

en weer een fietsvierdaagse – 4: alle plaatsen net niet, behalve beuningen

De post. Vaste lezeres S te W vroeg zich af waarom ik nog geen aandacht aan het overbekende Twentse volkslied had besteed. Nou ja, overbekend? De melodie misschien omdat het van oorsprong een studentendrinklied is: Ergo Bibamus, hetgeen zoveel wil zeggen als “Welnu, laat ons drinken!”. Tekst Johann Wolffgang von Goethe (1810), muziek Max Eberwein (1813). Rond 1926 schreef J.J. Deinse de tekst op deze melodie, in het Nederlands wel te verstaan. Eerste couplet:


Er ligt tussen Dinkel en Regge een land
Ons schone en nijvere Twente
Het land van de arbeid het land der natuur
Het steeds onvolprezene Twente
Daar golft op de essen het goudgele graan
Doet 't snelvlietend beekje het molenrad gaan
Daar ligt er de heide in 't paarsrode kleed
Dat is ons zo dierbare Twente. (bis)



Natuurlijk is er ook een Twentse versie (G.B. Vloeldbeld), maar die is een stuk minder bekend en amper te vinden op Youtube, in tegenstelling tot de Nederlandstalige versie:

Dôar lig tuss'n Déénkel en Regge 'n laand
oons mooie en neerige Twèènte
't Laand van katoen en 't laand van d'n es
den greun is in wéénter en lèènte.
Doar ruust de rouw op d'n kaamp in de wéénd
geet 't rad van de möl in de bekke gezwéénd
Dôar steet nöast d'n eek'n d'n beuk en de dan
Dat is oons zo leeve land Twèènte (bis)

Hoe dan ook: ergo bibamus!


donderdag 24 augustus: @ beuningen


Rare titel van dit verslag (alle plaatsen net niet, behalve Beuningen)? Valt wel mee, want het klopt als een zwerende vinger. Als je goed naar de routekaart van vandaag kijkt (66,1 kilometer volgens de organisatie) zie je dat onze tocht door geen enkele plaats kwam, met uitzondering van Beuningen. Op zich niet zo'n ramp, vind het alleen jammer dat het Lutterzand niet wordt aangedaan. Zelf hebben we een routeaanpassing gemaakt om het Omleidingskanaal eens nader te bestuderen: al een paar keer tegengekomen deze week, maar nog niet bij de functie stilgestaan. (Moet je natuurlijk wel de routewijzigingen opslaan, anders kom je aan het einde van de rit tot de ontdekking dat je nog wat gemist hebt.) De Lutte laten we links liggen en Losser schampen we aan de zuidkant. Van Lonneker en Enschede zien we alleen de namen op de rode fietsbordjes en paddenstoelen staan en Oldenzaal zien we op een plaatsnaambord staan, heel snel gevolgd door “einde bebouwde kom”. Wat blijft er over? Natuur en voor een groot deel land dat in cultuur is gebracht. Toch nog voldoende om even bij stil te staan en een paar woorden aan te besteden.

We fietsen nu al een paar dagen in het stroomgebied van de Dinkel. Eigenlijk een vreemd riviertje met zowel de bron als de monding in Duitsland en daartussen een groot struk in Nederland. Om precies te zijn: de Dinkel is circa 93 km lang. Hiervan liggen 38 km in de Duitse deelstad Noordrijn-Westfalen (bron ten noorden van Coesfeld), 46 km in Twente (tussen Gronau/Losser en Ootmarsum) en tenslotte weer 9 km in de Duitse deelstaat Nedersaksen, de Dinkel mondt bij Neuenhaus in de rivier de Vecht(e). Natte voeten, dat was jarenlang het probleem in het stroomgebied van de Dinkel. Tot na de Tweede Wereldoorlog kwamen er regelmatig omvangrijke inundaties voor. Een deel van de problemen werd opgelost door de aanleg van het Dinkelkanaal (in Duitsland Holländer Kanal genoemd) tussen 1934 en 1936; zie afbeelding rechts. Een tweede omleidingskanaal (rondom Denekamp) kwam klaar in 1964. Beide kanalen zorgen ervoor dat de Dinkel ontlast wordt door het teveel aan water af te voeren. De bovenloop van de Dinkel mag op gezette tijden nog volkomen haar eigen gang gaan.

De afgelopen dagen kwamen we regelmatig bordjes tegen met aanduidingen van voormalige markeorganisaties. Een marke is een samenwerkingsverband van boeren om het gebruik te regelen van nog niet in cultuur gebrachte woeste gronden. In Noordoost Twente verdwenen de markeorganisaties rond 1850. De eerste was Groot- en Klein Ageloo (1844) en de laatste Breklenkamp (1871). Toen de vrijgekomen woeste gronden eenmaal waren verdeeld en/of verkocht kon begonnen worden aan de grootschalige ontginning van de woeste gronden, waardoor we grote lappen bouw- en weidegrond zouden krijgen. Nou ja, in principe dan, want er was een nijpend tekort aan betaalbare mest: op dat ogenblik hadden we alleen nog maar natuurlijke mest. Toen rond 1900 kunstmest werd geïntroduceerd hadden we weer een probleem minder en werd er gestaag woeste grond omgezet in groene weidevlakten. Had nog een hele discussie met W over de eerste kunstmest. Zij noemde guano als eerste kunstmest. Volgens mij is daar niks kunst aan: stront is gewoon stront en guano is gedroogde vogelmest uit Peru (kwam in Nederland rond 1850). Om allerlei redenen was guano niet de oplossing voor de landbouw op de zandgronden. Die kwam pas na 1890 met de komst van "echte" kunstmeststoffen als kaïniet, superfosfaat en Thomasslakkenmeel.

Vandaag een paar “oude bekenden” tegengekomen. De eerste was het “Klöpkeshoes” in Denekamp, buurtschap Berghum: ergens anders afgebroken en aan de Mekkelhorsterstraat fraai herbouwd. Heb al eerder verteld over Klöpkes in het algemeen en dit Klöpkeshoes in het bijzonder. Voor nog veel meer informatie kun je https://www.klopkeshoes.nl/geschiedenis/ bezoeken.

Ons “Wendepunkt” was vliegbasis Twenthe (ja met een H erin). Ook hier waren we al eens eerder, foto's van “toen” (Pinksteren 2019). Meer info: http://www.vliegbasistwenthe.info/


Via het Hulsbeek bij Oldenzaal ging het terug. Een deel van het terrein was afgezet in verband met het evenement Twenteballooning. Gisteravond kwamen de ballonnen over onze camperplek. Altijd een mooi gezicht.

En toen we na een tocht van 66 kilometer weer in Denekamp waren mochten we nog even naar het punt waar het Omleidingskanaal uit de Dinkel ontspringt. Vanmorgen bijna langs gekomen maar ja, dat verhaal heb je al gehoord. Mooi plekje. Een bord verklaart de reden en de werking van het Omleidingskanaal, vergroot de foto maar, scheelt mij een hoop tikwerk.





En weer een mooie dag, droog tot een uur of vier, toen vielen er een paar spetters maar waren we al weer hoog en breed "thuis". Temperaturen oplopend tot 26 graad en een zuidoosten wind kracht twee. Een fietsvierdaagse telt vier dagen, dus morgen de laatste etappe. Helaas kon ik niet alles vertellen (ben gebonden aan een maximale tekstlengte in verband met leesbaarheid), vandaar de laatste foto's maar zonder "verhaal". Verzin zelf! Voor de volledigheid nog even een weergave van de hele tocht van 80 kilometer (route heen, fietstocht en uitstapje naar het beginpunt van het Omleidingskanaal).






woensdag 23 augustus 2023

en weer een fietsvierdaagse – 3: tiggelte, vasse en langeveen

Zei ik eerder deze week dat camperplaats de Neijenhaer één minpunt heeft (regelmatig agrarisch lawaai), vandaag doe ik er een minpuntje bij: de Austieberg. De camperplaats adverteert met “aan de voet van de Austieberg”. Als ik “aan de voet van” hoor, associeer ik dat absoluut niet met klimmen en toch moeten we (van welke kant we ook komen) op de fiets altijd schakelen naar ondersteuning-op-standje-onbenullig. Ik weet het: een wielerfanaat zal lachen om deze “beklimming van de Austieberg” (met de top op een hoogte van 55 meter; bron: Topografische Dienst, 1991), maar ga er maar als man van bijna 73 elke dag aanstaan. Ontstaan van het bultje: ergens in een of andere ijstijd door het buldozereffect.

woensdag 23 augustus: @ beuningen

Als je boven op een bult woont, mag je het eerste stuk altijd naar beneden. Da's dan wel weer een voordeel: een kilometer min of meer freewheelen en dan nog een kleine kilometer lichtjes bijtrappen. Precies 3,9 kilometer (enkel) naar de start. Vandaag de tweede etappe van onze fietsvierdaagse, waarvan hier ons verslag. Dus amigos y familia: even opletten nu por favor. We hebben nog even zitten dubben: 60 of 40 kilometer. Hoe meer kilometers, hoe meer bultjes; want: vandaag onder meer door het Springendal en het Dal van de Mosbeek. Je hebt het dan over de stuwwal van Oostmarsum: opgestuwde heuvelruggen waarin een aantal erosiedalen zijn uitgeschuurd. Kleinschalig cultuurlandschap met veel grasland afgewisseld door bos/struweel/houtwallen, heide en beekjes. Een Natura 2000-gebied. Zo links en rechts kun je een bron van een beekje ontwaren: Hazelbekke, Mosbeek en Springendalse Beek zijn de levensaders van dit gebied. Ergens tussen 4.000 en 3.000 voor onze jaartelling begon de eerste vaste bewoning, daarvoor was het de tijd van de jagers en verzamelaars. Er werd rustig geleefd waarbij later de marken (gemeenschappelijke gronden) de bewoners heideplaggen (voor de potstalcultuur), geriefhout en weidevelden leverden. Toen de marken werden opgedoekt veranderde aan het eind van de 19e eeuw het typische heidelandschap. Grootgrondbezitters kochten grote delen van de heide op, zetten deze om in grasland en (dennen)bos en legden landgoederen aan. Met de ontginning van de heide onderging het landschap een gedaanteverandering van een open, boomloos gebied naar een jong, besloten boslandschap. Alleen de Manderheide, Vasserheide en de Paardenslenkte zijn nu nog grotere heidevelden die op de stuwwal resteren.

Nieuw woord geleerd vandaag, namelijk “enkeerdgronden”. “[...] De akkers lagen vaak bijeen in grotere complexen, die essen of enken worden genoemd. De bodem van de akkers bestaat uit enkeerdgronden. Deze zijn ontstaan door eeuwenlange bemesting met potstalmest, die vermengd werd met heideplaggen, grasplaggen of bosstrooisel. Ook werden er plaggen gestoken in de rivierkleigronden. Door het opbrengen van zoveel organische bestanddelen kreeg de bodem een bruine, grijsbruine, donkergrijze of zwarte kleur. Wanneer het opgebrachte dek meer dan 50 cm dik is, worden ze door bodemkundigen tot de enkeerdgronden gerekend. Wanneer het opgebrachte dek minder dan 50 cm dik is, wordt er gesproken van laarpodzolgronden [...]”.

Nog even een oude bekende bekeken: de Molen van Frans. Al eens een keer vaker bezocht, kan alleen zo snel niet vinden wanneer. De Molen van Frans is een watermolen in Mander en gebruikt water van de Mosbeek. Oorspronkelijk (begin 1700) gebouwd als papiermolen, in 1870 verkocht aan de familie Frans die hem verbouwde tot korenmolen en een molenkolk liet aanleggen. Momenteel eigendom van de Stichting Landschap Overijssel.





En door dat natuurgeweld zwoegden schrijver dezes en zijn lieve-vrouwe-van-altijd-durende-bijstand op hun e-bikes met als keerpunt van de 60-kilometerroute Langeveen: controlestempeltje bij Café Nobbenhuis. Ja, we kennen Langeveen, maar dan niet van er doorheen fietsen, maar er langs. Het dorp ligt namelijk tegen de Duitse grens aan en daar loopt een oud commiezenpad, dat we al een aantal keren op de fiets verkend hebben. W kent het dorp ook vanwege de kraanvogels: iedere herfst is het weer spannend of de kruzzen neerstrijken.

Door naar het dorp van de Spekscheeters, Vasse dus. Niet bekend met carnaval? Dan zul je deze club ongetwijfeld niet kennen. Wel bekend met de “Man van Mander”? Ooit begraven in één van de twintig grafheuvels op de Vasserheide en vierduizend jaar later gevonden. Vasse claimt het zuidelijkste hunebed van Nederland te hebben. Laat ik nu iets van hunebedden weten en geleerd hebben dat alles wat gemaakt is van grote stenen in Nederland buiten Drenthe en Groningen nep is. En inderdaad: in Mander vind je dan wel een “heus” hunebed, maar het is een reconstructie. Hunebedden zijn genummerd en beginnen met een G of een D, ken geen enkel exemplaar dat met een O (van Overijssel) begint. 


Natuurlijk is ook Vasse overwegend RK met als topstuk de parochiekerk die genoemd is naar de heilige Joseph (hadden we er daar maar één van?). Een rooms dorp heeft altijd relatief veel horecagelegenheden. Eentje kende ik er omdat de kroeg de naam droeg van wijlen mijn schoonmoeder en we er vroeger regelmatig langs gereden zijn en zelfs een keer wat genuttigd hebben op het terras. Nou ja, kroeg? In 1881 startte het als “boerentapperij” en kreeg de naam “Tante Sien” toen Johanna Gezina (vandaar Sien) Wermelink de toko van haar vader overnam en er een restaurant van maakte. Het etablissement eindigde als hotel/grand café/bistro maar ging in 2021 met dank aan Tante Corona op de fles. Volgens de website van Weusthuis Makelaardij krijgt Tante Sien een vervolg: “Anno 2023 wordt Tante Sien nieuw leven ingeblazen. In samenwerking met diverse partijen wordt er een verfrissend nieuw totaalconcept met vele faciliteiten aangeboden voor jong en oud. In totaal worden er 16 comfortabele lodge appartementen voor 2, 4 en 6 personen gebouwd. Deze appartementen zijn nieuw, duurzaam, volledig ingericht en uiteraard gasloos”. Na de lunch (niet geheel belangeloos aangeboden door de Plus in Vasse) zijn we even een paar foto's gaan maken van wat overgebleven is van Tante Sien.




Een ruime lus om de Roezeberg heen, een klimmetje over de Witteberg, de noordkant van Ootmarsum schampen en via een omtrekkende beweging via het noordoosten het wereldgat Tiggelte binnentrekken. We konden er niet omheen, want we moesten stempelen bij “Kakelbont”. Vroeg me af waar ik dat kleine dorp (nog geen 800 inwoners) van zou moeten kennen. Misschien van naam omdat het aan de N349 van Oostmarsum naar Denekamp ligt? Toen ik de verwijzing “Mariakapel” zag viel het kwartje. Tiggelte is Nederlands jongste bedevaartsoord. In 2003 werd een kapelletje, gebouwd door een muziekvereniging ter gelegenheid van het 25-jarig bestaan, ingewijd. Jaarlijks komen er ruim 25.000
pelgrims naar Tilligte om Maria te eren, haar te bedanken of om een gunst te vragen (bron www.mariakapellen.nl). Tiggelte: de winkelstraat van deze metropool is bijna te vergelijken met de koopgoot van Lievelde op zondag.

Vlak voor Denekamp kwamen we nog eens (ook gisteren en eergisteren al) langs huize Singraven, mooi gelegen langs de Dinkel. Huis Singraven is de eye-catcher, maar de eeuwenoude watermolen mag er ook zijn. Bossen, lanen, akkers, weilanden, moerassen, monumentale gebouwen en oude boerderijen en natuurlijk de Dinkel maken het landgoed compleet. Zou de energierekening van het kasteeltje van de afgelopen jaren wel eens willen zien, maar nu dwaal ik weer eens ernstig af. Wil je op het landgoed wonen, kijk dan eens naar
https://www.wonenopsingraven.nl/ontwikkeling-landgoed-singraven. De afbeelding in deze alinea stamt van die website.

Een mooie dag! Ruim 70 kilometer op de teller, temperatuur oplopend tot 26 graden met een wind kracht 2 uit een zuidwestelijke hoek. En morgen? Morgen is er weer een dag en gaan we fietsen, we doen waarschijnlijk weer de 60-kilometerroute. 

dinsdag 22 augustus 2023

en weer een fietsvierdaagse – 2: saasveld, weerselo, rossum, beuningen

Of ik als vroegere hippie er over nagedacht heb om me autonoom of soeverein te verklaren, was de vraag van een lezer die me vroeger nog met wapperende manen, een lange baard, boerenkiel en Zweedse muilen had zien rondlopen. Waarschijnlijk heeft de vraagsteller net als ik vorige week (16 augustus) een artikel van Haro Kaak in de Volkskrant gelezen. Had wel eens van autonomen en soevereinen gehoord maar wist niet precies van de hoed en de rand. Fijn dus, de publicatie van dat artikel. Het komt in het kort hier op neer: “[...] iedereen wordt geboren als mens, maar als de ouders aangifte doen, wordt iemand daarmee een ‘persoon’ met een BSN-nummer (door autonomen steevast ‘Burger Slaven Nummer’ genoemd in plaats van burgerservicenummer), wat een ‘juridische fictie’ zou zijn. Je zou je kunnen loskoppelen van deze ‘stroman’ en zo een ‘levend mens van vlees en bloed’ worden. Wie aangehouden wordt, zou volgens de theorie niet zijn identiteits- of rijbewijs moeten tonen aan de politie, want dan erkent hij stilzwijgend het gezag van de overheid. Post van instanties sturen autonomen retour met teksten als: ‘onbestelbaar op dit adres, persoon is overleden’ […]”. Klinkt wel aantrekkelijk: geen belastingen betalen, verkeersboetes niet accepteren. Mist evenwel elke vorm van realiteit: als je in Nederland woont (of op bezoek bent) moet je de spelregels accepteren. Punt uit!

dinsdag 22 augustus: @ beuningen

Of ik mijn gehoorapparaten even wilde indoen, kon ik beter horen. Was een verzoekje van W. Ik vraag me af of ze daadwerkelijk wil dat ik beter hoor, of dat ze bedoelt dat ik eens een keertje moet luisteren? Apparaatjes gaan vandaag niet in: kabaal op de fiets, jeuk in de oren en in het doosje doen ze het prima....

Onze fietstocht vandaag ging door het grootste katholieke bolwerk van boven de grote rivieren: het noordoostelijke deel van Twente. Dat het katholicisme hier door de eeuwen heen is blijven hangen heeft vooral te maken met de nabijheid van het machtige Duitse bisdom Münster. In de Tachtigjarige Oorlog kregen de gereformeerden pas vanaf 1497 de kans om Twente te winnen voor de calvinistische leer, een kwart eeuw nadat in Holland de geuzen aan de macht kwamen. Bijgaande kaart laat de rooms-katholieke bevolking van Overijssel zien: hoe donkerder, hoe roomser.

Eventjes langs landgoed Singraven en de watermolen, een bezoek aan een melkveehouderij die zijn schuren en stallen had opengegooid en waar vooral westerse kinderen zich de ogen uitkeken maar toch weer gerustgesteld werden toen de gratis melk alsnog uit pakken werd geschonken. Daarna het Twentse (roomse) cultuurlandschap in. Cultuurlandschap, want veel maïs en Engels raaigras, hopelijk gaan we morgen meer de natuur in.




Ons Rijke Roomse Leven begon met een bezoek aan 't Stift, een plek waar een kleine duizend jaar geleden een leefgemeenschap werd gesticht door ene Hugo van Buren. Die commune werd in 1152 omgevormd tot een Benedictijner dubbelklooster (mannetjes èn vrouwtjes), de monniken hielden het maar 100 jaar uit en de nonnen bleven. Dat de mannen vertrokken had niets met wellustige vrouwen te maken maar meer met de roofzucht van de Twentse edelen. Vooral de Heren van Saasveld kwamen regelmatig langs om voedsel en kostbaarheden te incasseren. De nonnen waren vooral van adellijke komaf en de tere freules hadden het moeilijk met de zware regels van Benedictus. De oplossing was simpel: verander de leefgemeenschap formeel in een adellijk “Stift” en de wijnfles mag weer op tafel. In 1626 veroverden de staatse troepen Oldenzaal op de Spanjaarden en dat was meteen het einde van het katholieke Stift. De Stiftkerk werd van haar katholieke dingetjes ontdaan en een gereformeerde predikant zwaaide er voortaan de scepter. De freules die er toen zaten werden niet gedwongen protestant te worden, maar wie na 1648 als stiftsjuffer wilde toetreden moest van Nederlandse ridderlijke geboorte zijn en van “de ware gereformeerde religie”. Voor de leefwijze van de freules maakte het waarschijnlijk weinig verschil en de wijn was nog steeds rood (of wit of rosé). Formeel werd het clubje in 1811 ontbonden, maar de decennia ervoor was er weinig reuring op het Stift. Toen de katholieken weer in Nederland ter kerke mochten gaan (Franse Revolutie) was de Stiftkerk te klein voor de zeer omvangrijke geloofsgemeenschap van Weerselo, de protestanten mochten de Stiftkerk houden en katholieken werden voorzien van pecunia om een eigen bedehuis te bouwen waar meer gelovigen in pasten. Tenslotte: in 1974 werden een groot aantal huizen in de Stift (afgebroken rond 1800) op hun oude funderingen weer opgebouwd op basis van tekeningen die uit 1750 stammen. Je kunt je voorstellen dat Stift Weerselo inmiddels een van rijkswege beschermd dorpsgezicht is. En midden in dat beschermde dorpsgezicht bij de Stiftsjuffer serveerden ze lekkere (maar prijzige) koffie en cappuccino. Onze-Lieve-Vrouwe-van-altijd-durende-bijstand (onder de parasol) hoort niet tot het dorpsgezicht.

Toen kwam Soasel aan de beurt, voor de mensen die het Neder-Saksisch niet beheersen (of dat wel doen maar ondanks dat toch niet weten wat Soasel is): Saasveld. Wij mochten een controlestempel halen op het terras van uitgaanscentrum Bruins (midden in het dorp), Boh Foi Toch treedt er op gezette tijden op (als ik me niet vergis op 10 september weer). Voor de volledigheid: W wil niet verhuizen naar Soasel en dat heeft niks te maken met Zaal Bruins. Moet toch eens opzoeken waarom in dit deel van Nederland veel kerken vernoemd zijn naar de heilige Plechelmus. Vervolgens mocht Weerselo zich verheugen op ons bezoek. Misschien dat we er zaterdag nog komen, want dan is er de wekelijkse Weerselose Markt (niet helemaal correct: er zijn ook markten op sommige zon- en feestdagen). Een soort Zwarte Markt van Beverwijk, maar dan anders. Rossum (niks bijzonders) en toen terug naar Denekamp voor de finishstempel.

Vandaag markt in Denekamp, eentje met een historisch tintje. De Hugomarkt, je weet wel: die man waar ik gisteren dat lange zwamverhaal over heb afgestoken. Of zoals het programmaboekje van de fietsvierdaagseorganisatie meldt: “De Hugomarkt is een gezellige markt met middeleeuws thema”. Middeleeuwse markt? Laat me niet lachen! De niet-middeleeuwse tenten verkopen broodjes worst met mosterd, mayonaise en ketchup uit plastic knijpflessen. Gelukkig hebben de verkopers zich niet verkleed. Je weet wel: oude lappen aan, maar vergeten Nikes Air uit te trekken, moderne horloges af te doen en als er niks te doen is stiekem op hun smartphones kijken. Middeleeuwse markt? Ze verkochten er onder meer Tupperware en er stond ook een Vietnamees loempia's te verkopen. De middeleeuwse patat was goedkoop maar niet krokant.


Nog een beetje te vroeg om al naar de camperplaats te gaan, dus een omtrekkende beweging gemaakt via een schaapskooi die heel vriendelijk “verboden toegang” op het hekwerk had geplakt. Gastvrijheid ten top, zullen we maar zeggen. Nog wel een toefje heide gezien. Op de kaart is het het rechter gedeelte. Totaal: net geen 60 kilometer (de route van de organisatie was zo'n 40 kilometer).

Mooie dag. Vannacht nog een paar millimeter regen gevallen, vandaag droog en tot een uur of drie zwaar bewolkt: gefietst met een trui aan, iets van 24 graden met westenwind kracht 2 – 3. Pas na drieën trok het zwerk open en werd het warmer. En morgen? Morgen is er weer een dag. Ik denk dat we gaan fietsen. Tiggelte en Vasse staat op het programma; als we de 60-kilometertocht fietsen komt ook Langeveen erbij. Je hoort van ons, oma krijgt nu al zweethandjes.



maandag 21 augustus 2023

en weer een fietsvierdaagse – 1: de proloog

Om de torens van het kaneel de Weerselo huilde de Novemberstorm; de zware slotbrug knarste in de ijzeren kettingen en het water van de diepe gracht klotste tegen de stenen muur van de oude burcht. Het was een donkere avond; de landlieden hadden zich bij het vallen van de duisternis naar hun armelijke woningen gehaast en de wegen waren geheel verlaten; nu mengde zich slechts het gekletter van zware regenbuien met het gieren van de wind en het kraken der ontbladerde bomen. In een der vertrekken van het kasteel zat de slotheer Kuno van de Weerselo met beide ellebogen gesteund op een zware eikenhouten tafel, waarop een kruik wijn, een zilveren kroes en een gesmede ijzeren luchter met kaarsen stonden. De oude man staarde roerloos voor zich uit. Werktuiglijk tastte zijn hand af en toe naar de kroes; soms nam hij een enkele teug, maar dikwijls bleef hij met de beker in de magere benige vingers zitten en dwaalden zijn gedachten verder en verder. Af en toe viel een houtblok in de open haard met zacht geknetter uiteen. Dan flakkerden de vlammen even op, maar het slecht gevoede vuur begon langzaam te doven, zonder dat de oude Kuno het bespeurde. Hij was gehuld in een wijde loshangende mantel waaronder een donkere lijfrok zichtbaar was die om het middel met een brede gordel werd gesloten. In de hoge gebeeldhouwde stoel leek zijn gestalte klein en nietig en zijn gelaat was doorgroefd met diepe rimpels.”

Wat heeft dit nu met een reisblog te maken, vraag je je misschien af? Het antwoord is simpel: “alles”. Bovenstaande tekst is het begin van het boek “Hugo van de Denekamp” (P.H. Schröder; 1949). Het is een op historische feiten gebaseerd jongensboek die de avonturen van Hugo van de(n) Denekamp beschrijft. Deze dappere ridder doet er in de 14e eeuw alles aan om zijn geliefde Adelgonde te huwen. Op een bepaald moment moet hij (omdat zijn moeder Friezin was) naar Stavoren om de landing van graaf Willem IV van Holland (26 september 1345) in een bloedbad te laten eindigen. Het toeval wil dat we een paar maand geleden net een foto gemaakt hebben van het monument dat deze Slag bij Warns herdenkt (ergens boven op een bultje), maar dat terzijde. Hugo raakt echter gewond en in het Overijsselse land gaan geruchten rond dat hij de veldslag niet overleefd heeft. Je snapt het al: dan begint het eigenlijke avontuur, want anderen proberen jonkvrouwe Adelgonde te versieren, misschien niet omdat ze zo mooi is, maar omdat ze erfgenaam is van een leuk lapje grond. Op de dag dat het huwelijk (waarmee onze jonkvrouwe niet blij van wordt, maar ze gehoorzaamt haar vader) zal worden voltrokken, keert de doodgewaande Hugo springlevend terug en gaat er met Adelgonde vandoor naar zijn eigen burcht De Denekamp. Helaas leefden ze daarna niet “lang en gelukkig”, want Hugo wordt opgeroepen om voor het (heilig) Veemgericht te verschijnen. Het Veemgericht was een Westfaalse rechtbank die doodvonnissen kon uitspreken. Vaak hing er een duister vliesje over heen, want de zittingen waren doorgaans besloten en zo kon menig probleem stiekem de wereld worden uitgewerkt: aan de galg met een lastpost en alweer een probleem minder in dit ondermaanse. Ook Hugo wordt met 4 tegen 3 stemmen ter dood veroordeeld. Toch loopt deze historische roman (sommigen noemen het een jongensboek) die gebaseerd is op een oude sage uit Oost-Nederland, goed af: doordat Hugo met ongetwijfeld goddelijke hulp wist te ontsnappen moest het vonnis herzien worden: de boeven trokken hun boevenpakje weer aan en de helden vierden feest. Dit verhaal werd in 2000 als een denderend openluchtspektakel opgevoerd en er zijn plannen om dit in 2027 bij het 750-jarig bestaan van Denekamp dunnetjes over te doen. De Stichting Doarper gaat dat “even” regelen.


maandag 21 augustus: @ beuningen

Beuningen, onder de rook van Denekamp. Camperplaats de Neijenaer, we waren er al eens eerder. Niks mis mee, kwartiertje fietsen naar het startpunt de komende dagen. Nog een reden waarom ik me in versneld tempo door dat boek moest worstelen: er is morgen een historische markt in Denekamp en wel de Hugomarkt (met een middeleeuws tintje). Tijd genoeg: W had vanmorgen nog vrijwilligerswerk en moest daarna nog naar de kapper. De Neijenaer is aangesloten bij het clubje Langs Boerenerven, we hebben er al eens een paar gedaan. Eén nadeel aan een actief boerenerf: ze zijn actief tot het donker wordt, dus je bent verzekerd van kabaal. Op de fiets: startkaarten halen in Denekamp en meteen maar een rondje van een kleine 30 kilometer (de donkere lijn is het autogedeelte). Veelal bekend terrein, ben benieuwd of ze ons deze week nog onbekende stukken voorschotelen.




V: 198.520; A: 198.590. Rijtemperatuur 25 – 26 graad, wisselend bewolkt. Zon op/onder: 06:24/20:45. Mooie dag. En morgen? Morgen is er weer een dag, laten we eens een eindje gaan fietsen! Er is er in ieder geval ééntje die zich thuis voelt.

zaterdag 12 augustus 2023

dit was niet beloofd

Opmerking van mijn wederhelft: “wel een foto plaatsen van jouw activiteiten op woensdag op het museum, maar geen plaatje van mijn voorstelling in de Steengroeve in Winterswijk". Gaan we goedmaken, nu en wel met drie afbeeldingen.



vrijdag 11 augustus: @ bentelo

Vrijdag vlot klaar op het museum: te warm om te sjouwen, dus een beetje overlegd, lang koffie gedronken en uitgebreid geluncht. Vroeg aan W of ze meeging naar Bentelo, maar haar balboekje toonde andere afspraken voor de zaterdag. Dus in mijn eentje naar de Bentelose Esch. Schitterend weer, op vrijdag! Zaterdag zag er heel anders uit. De geplande fietstocht zou letterlijk in het water vallen, tenzij ik zou wachten tot 13.00 uur. Daar had ik dan weer geen zin in. In een regenpauze kon ik snel even afwassen en tegen enen het vul- en looswerk doen. Afrekenen mocht ook: € 16,16, waarvan € 2,16 aan stroom, moet de koelkast goed zijn best hebben gedaan, want geen fietsaccu's opgeladen. Tegen tweeën terug op het vaste honk. Wel goed uitgerust, maar alles bij elkaar een beetje teleurstellend. En de koelkast kreeg het bier ook niet echt koud van de Aldi in Groenlo naar “ietsje achter Hengevelde”. Rijtemperatuur was ook 28 – 30 graden. Op vrijdag dan, zaterdag een kleine tien minder.


Moet nog even kwijt dat op de terugreis “Over de muur” van Klein Orkest werd gedraaid. Word altijd stil van dat nummer. Plaatje (met zang van Harrie Jekkers) dateert van 1983, geschreven ter gelegenheid van de vredesdemonstratie op het Malieveld in Den Haag. Yep, ik was er ook bij en heb samen met zo'n 300.000 anderen naar het optreden gekeken. (Afbeelding hiernaast is overigens de cover van een boek van Johann Grünbauer, zelfde thema). Het liedje laat zien hoe Europa er tijdens de Koude Oorlog uitzag aan de hand van de tweedeling in Berlijn. In het westen zogenaamde vrijheid, in het oosten onderdrukking. Maar aan beide kanten van de Berlijnse Muur is het eigenlijk niet best: Oost-Berlijn wordt dan wel de heilstaat genoemd van Marx en Lenin, maar je moet wel op je tellen passen wanneer je een afwijkende mening hebt: voor je het weet kom je in een psychiatrische inrichting terecht. En West-Berlijn dan? Bolwerk van vrijheid? Maar die vrijheid bestaat dan uit porno, peepshows, zuipen en gokken. En natuurlijk een groot verschil tussen arm en rijk. Als voorbeeld worden de Turken in de wijk Kreuzberg genoemd, die het – net als veel geboren Duitsers het absoluut niet breed hadden. De enige gelukkige schepsels zijn de vogels: zij vliegen zonder problemen over de muur van oost naar west. Het knappe van Harrie Jekkers is dat hij in dit nummer absoluut geen partij kiest, de luisteraar moet zelf maar kiezen. Terecht staat het nummer al sinds de eerste Top 2000 onafgebroken hoog in de lijst, afgelopen jaar op nummer 45.



Vooruit, alleen het refrein dan:


En alleen de vogels vliegen van Oost- naar West-Berlijn.
Worden niet teruggefloten, ook niet neergeschoten.
Over de muur, over het IJzeren Gordijn,
Omdat ze soms in het westen soms ook in het oosten willen zijn.
Omdat ze soms in het westen soms ook in het oosten willen zijn.