noordpolderzijl

noordpolderzijl

zondag 11 september 2022

nazomeren – 5: chaotisch milaan

Had nog niet verteld dat we weer eens in de aanvliegroute naar een vliegveld zitten. Deze keer is het Malpensa Milaan. Vanmorgen tussen 09.00 en 10.00 uur waren er 11 vertrekkers en 19 aankomsten. We hebben er niet echt last van want Malpensa ligt op zo’n 20 kilometer afstand van onze camping. Milaan kent trouwens drie vliegvelden: behalve Malpensa (International Airport), na Rome het drukste vliegveld van Italië, zijn er nog Airport Milaan Linate (dicht bij het centrum) en Milaan Bergamo Orio al Serio (favoriet bij budgetmaatschappijen). Ooit hebben we een (onverwachte) tussenlanding gemaakt in Milaan, maar zowel W als ik weten niet welk vliegveld het was. Het was onze eerste vliegreis, dus dat moet zo’n kleine 50 jaar geleden geweest zijn. Eerste keer de lucht in, dus de zenuwen gierden dusdanig door onze kelen dat we wel wat anders aan ons hoofd hadden dan de naam van een luchthaven. We deden een stedentrip Rome en vlogen met Alitalia, failliet verklaard in oktober 2021. Alitalia kon het zo lang volhouden door forse financiële injecties van de Italiaanse overheid. Er wordt gezegd dat Alitalia de Italiaanse belastingbetalers sinds 2008 zo’n € 6,5 miljard heeft gekost (sinds 2008). Een paar doorstarts en aandelenverkoop aan buitenlandse luchtvaartmaatschappijen mocht niet helpen. In 2021 was de koek op, werd de maatschappij gestript en een aantal vluchten werden en worden voortgezet door een nieuwe luchtvaarmaatschappij met de naam ITA Airways.

zondag 11 september: @ ronchetto della rane

En dan blijk je naar Milaan te willen op het moment dat de Formule 1 van Monza gereden wordt. Voor wie het niet weet: Monza ligt een paar kilometer ten noordoosten van Milaan, van centrum naar centrum (pak ‘m beet) zo’n 20 kilometer. Nu is Milaan zonder dat F1-gedoe al één van de drukstbezochte steden in Italië, vandaag is het op de wegen rond de stad kermis. De grote vraag was of er nog plaats voor ons zou zijn in de herberg. Van latere zorg. Nog even een afscheidsfoto gemaakt van het Lago Maggiore en toen via onze huissuper (ook in Italië kennen de meeste supermarkten geen zondag meer) naar Ronchetto della Rane, een biologische boer die zijn erf als camperplaats exploiteert. 

Toen we eenmaal op vlakke grond zaten was het saai rijden. Je moet niet in dit gebied zijn als je nog niet depressief bent, want dat word je dat vanzelf. Onze relatie hing nog even aan een zijden draadje toen ik als antwoord op de vraag van W “Hoeveel inwoners heeft Milaan eigenlijk?” antwoordde “Twee keer de helft”. Ja, alsof ik een vleesgeworden encyclopedie ben. Opgezocht: het is de vraag of je het hebt over het aantal koppen van de stad Milaan zelf of doelt op de Città Metropolitana di Milano (Milaan en 134 omliggende gemeenten). In het eerste geval zijn het er 1,4 miljoen, de regio telt 3,2 miljoen zielen. Huwelijkscrisis bezworen.

Net na de middag draaiden we het biologische erf van Podere Ronchetto op. Biologisch in de zin van “rommelig”, “niet opgeruimd”, maar ook "biologische producten te koop". Het leuke was wel dat je struikelt over de loslopende kippen. W vindt dat gefladder maar niks en heeft na verloop van tijd een kipvrij plekje voor haar stoel gevonden. Ik heb met drie fladderaars een ernstig gesprek gehad, in de zin van “hoe zouden krielkippen in het zuur smaken?” en ze bleven vervolgens uit mijn buurt. 25 € kost een nachtje staan hier en daarbovenop komt dan nog 2 x 2 € boevenbelasting, sorry tourist tax.

In ieder geval een uitstekende plek om op de fiets Milaan te verkennen, al was ik wel helemaal munt toen ik na 3 uur en 25,5 kilometer weer terug was: wat een chaosstad (vooral voor fietsers dan). Grote delen van de stad hebben een speciaal wegdek, zeg maar grote stenen met het effect van kinderkopjes: had na een kwartier de neiging om mijn ballen uit te spugen. Af en toe een fietspad, maar wanneer het echt nodig was hield dat op en mocht je uitkijken dat je banden niet in de gleuven van de tramrails terecht kwamen. W had drie highlights op haar verlanglijstje en ik één en verder was het “wat verder voor de fiets komt”.

De Duomo kathedraal deden we als eerste aan. Dacht dat alle Italianen in Monza zaten, maar dat was geenszins het geval: een drukte van jewelste. En opvallend veel politie op de been. Kortom: het krioelde op de Piazza del Duomo, eigenlijk het centrum van Milaan. En om nou die kathedraal mooi te noemen? Extravagant is een betere omschrijving, of bombastisch. Een kerk in het wit versierd met 135 spitsen en 3.400 beelden. We mochten er niet in: je wordt met blote knieën en/of schouders niet toegelaten en blote voeten in sandalen is helemaal uit den boze. Niet dat we daar trouwens behoefte aan hadden: wanneer je de kathedraal wilt bezoeken moet je van tevoren (vrij prijzige) kaartjes kopen, want de rij voor de ticketoffice was behoorlijk.


Tegenover de kathedraal ligt het oudste winkelcentrum van Italië, de Galleria Vittorio Emanuele II, inderdaad: vernoemd naar de eerste koning van het Koninkrijk Italië. De winkels interesseerden ons niet zo, wel de passages met glazen daken die elkaar kruisen. Er liepen mensen met dure tasjes.

Vanaf het winkelcentrum was het niet ver meer naar de Plazza del Scala met als belangrijkste gebouw het Teatro alla Scala, liefkozend ook wel La Scala genoemd. La Scala is nog niet zo heel erg oud, ergens in de achttiende eeuw gebouwd ter vervanging van een theater dat door brand was verwoest. In de Tweede Wereldoorlog heeft het zwaar geleden onder bombardementen. Een paar buitenmuren hadden het overleefd en men heeft het in oude luister kunnen herstellen. Aan het begin van de eenentwintigste eeuw heeft het nog een grondige renovatie ondergaan, dus nu moet het er weer een paar jaar tegen kunnen.


Heel toevallig kwamen we langs het Palazzo di Brera met het Pinacoteca di Brera: W zag een blote man en we moesten dus wel even stoppen. Schijnt dat je hier een van de grootste Renaissance kunstcollecties van Italië vindt. Stelde nog even voor om (bloot) naast het beeld te gaan staan zodat er vergelijkend warenonderzoek kon plaatsvinden, maar bij nadere inspectie bleken de edele delen (van het standbeeld) afgedekt met een vijgenblad of zoiets.

Op naar het verticale bos in de wijk Porta Nuova. In deze wijk schieten de hypermoderne wolkenkrabbers uit de grond, vooral banken kunnen er wat van. Het meest bijzondere in deze wijk zijn de twee woontorens van Il Bosco Verticale. Een bezoek hieraan stond op mijn verlanglijstje. Bewoners van deze flats wonen in een bos, midden in Milaan. De twee flats zijn beplant met bomen en struiken (480 hoge en middelhoge bomen, 300 kleine bomen, 5.000 struiken en 11.000 vaste planten en bodembedekkers) met de bedoeling de leefomgeving van de mens prettiger te maken. Inmiddels heeft de natuur in de flat een eigen biosfeer gekregen: vogels en insecten hebben zich ook in de bomen en planten gevestigd.


En toen hadden we het wel gehad met Milaan, Google Maps ingesteld op de camperplaats en alles wat we intussen nog tegenkwamen (een kasteel, een park, een arena) was interessant, maar we hoefden er niet het fijne van te weten. Gewoon beentjes omhoog en wachten tot het tijd is om “op restaurant” te gaan, zoals de Belgen dat zeggen. V: 185.417; A: 185.500. Rijtemperatuur 21 – 25 graden, later in Milaan 28 graden en volop zon. Zon op/onder: 06:56/19:42. Een mooie dag. En morgen? Morgen is er weer een dag. Er zijn geruchten dat we naar Padua gaan (verzoekje van mij).








zaterdag 10 september 2022

nazomeren – 4: de kleine giro

Of er sprake was van een enorme freudiaanse vergissing in mijn verhaal van gisteren vroeg H te L zich af: moest het niet zijn “ik mag W géén olifant noemen”, in plaats van “ik mag W een olifant noemen”? Inderdaad H te L: hier is sprake van een vergissing en ik bied mijn wederhelft dan ook excuses aan, maar om het nu freudiaans te noemen? De G hapert gewoon op mijn toetsenbord! Om het goed te maken gaan we vanavond wel uit eten. Via mijn schoondochter kwam er een bericht binnen van nummer 3 en 4: een filmpje en twee foto’s met als ondertitel: “Kijk opa, we spelen niet alleen met tollen, we maken ze zelf van lego”. Zijn er gelukkig toch nog normale (klein)kinderen op deze wereld.

Het is weer even wennen in het zuiden. Vanmorgen op zoek naar een plek voor het noodzakelijke sanitaire werk. Toiletgebouw één kreeg een grote schoonmaakbeurt (recensies op Campercontact vertellen hier andere verhalen over, maar dat even terzijde), dus op zoek naar gebouw twee. De afdeling heren telde vier toiletten, waarvan er drie van het ouderwetse hurktype waren. Als ik ergens de pest aan heb (je mag het gewoon "schijthekel" noemen) zijn dat die dingen, vind het een uiterst ongemakkelijke uitvinding, al zal het ongetwijfeld best hygiënisch zijn. Gelukkig zat er achter een vierde deur een normale wc verstopt, anders had ik het nog een dag moeten ophouden.

zaterdag 10 september: @ lisanze (lago maggiore)

Vertelde gisteren al dat het Lago Maggiore in het grensgebied van Italië en Zwitserland lag. Ja: er was nog een bemande grensovergang, maar de poortwachter keek even naar het kenteken, zag dat het geel was en we mochten zonder controle doorrijden. Kan natuurlijk ook liggen aan de twee grijze koppies achter de voorruit. Aan beide kanten van de grens spreken ze Italiaans. Het meer is 212 km 2 groot, 60 km lang en maximaal 10 km breed, de oppervlakte van het water ligt op 193 meter boven het zeeniveau. Wanneer je naar de bodem wilt duiken mag ja dat op het diepste punt 372 meter diep zakken. Dit waren de cijfertjes, kunnen we nu weer gezellige dingen behandelen. Bijvoorbeeld dat er in het voorjaar vaak sprake is van wateroverlast in de dorpen aan het meer veroorzaakt door smeltwater uit de bergen aangevoerd door de rivieren Ticino, Maggio, Trese en Toce, temeer omdat dal die nattigheid aan de zuidzijde van het meer afgevoerd moet worden door één rivier, de Ticino, die later weer in de Po uitmondt. W was gisteren helemaal blij, ze zag weer palmen. Ze zijn niet inheems maar aangevoerd vanuit China en de Middellandse Zee ergens in de negentiende eeuw, toen de Europese adel hier massaal neerstreek in luxe hotels of eigen villa’s liet bouwen, het begin van het toerisme dus.

Het was nog een hele opgave om een fietsroute te bepalen. Gisteren zagen we al dat de ringweg rond het meer niet bepaald op fietsers is ingericht. Geen fietspaden en alleen maar jakkerende Italianen die denken dat een doorgetrokken streep op de weg alleen dient om aan te geven wat het midden is. Opmerkelijk is ook dat het dragen van een fietshelm in dit bultige land niet verplicht is. Dan kan zo’n receptioniste van de camping wel zeggen dat, wanneer je gewoon netjes langs de kant van de weg rijdt, er “nessun problema” is, of woorden van die strekking en dat automobilisten wel gewend zijn aan de situatie, ik vind het maar niks. Samen met Tante Komoot heb ik mijn best gedaan een kleine Giro d’Italia te maken, zonder al te veel hoogtemeters en proberend doorgaande wegen te vermijden. Ik weet het: amper langs het Lago Maggiore, maar daarvoor in de plaats drie andere, minder bekende, meren. En zoals een oud spreekwoord zegt: “een meer is pas een meer als er meer op staat”. Beetje meer van Komoot dit keer, beetje minder van Berry, maar uiteindelijk werd het een prachtige route. Eerst een paar vervelende kilometers over de drukke ringweg naar Cestro Calendre dat aan de rivier de Ticino ligt, mooi stadje, mooie boulevard en we werden vergast op een opstijgend watervliegtuig (dat ons overigens de hele dag achtervolgd heeft, toeristendingetje zeker). De rest van de tocht ging meestal over fietspaden en autoluwe wegen. Uiteindelijk hebben we de oevers van vier meren kunnen befietsen: Lago di Comabbio, Lago di Varese, Lago di Monato en ons eigen Lago Maggiore. Elk meer had. we zijn eigen punto panoramico en vaak meer dan één. Kenmerk van de meren is dat ze van elkaar gescheiden zijn door hoge stukken land, dus de accu’s mochten er regelmatig aan geloven.




De verrassing lag aan het eind van de rit: “sla rechtsaf naar naamloze weg”, W vermoedde dat Komoot rekening hield met onze voorkeur voor maisvelden, maar het pad werd steeds smaller, ging als mountainbike pad verder door een bos en tenslotte mochten we een geul volgen waar onlangs nog behoorlijk wat water richting Ticino gelopen is. Enerverend maar mooi. En dat die banden nog steeds heel zijn! Afkloppen.


Na een kleine 61 kilometer konden we in onze kiepstoelen onderuitzakken. Het liep ook al tegen drieën, eerst een dutje, later tijd voor een plons (of twee) en voor je het weet zit je al weer in de avondstand. Zelf koken, er is een karaokeavond in het restaurant en “tulpen uit Amsterdam” boven op je pizza lijkt me ook niet alles. W vroeg zich wel af of ze “die Forelle” van Schubert op de playlist hadden staan, misschien toch een uitdaging? Een heel mooie dag. En morgen? Morgen is er weer een dag. We gaan richting Milaan zoals het er nu uitziet.

vrijdag 9 september 2022

nazomeren – 3: net als hannibal over de alpen

De post: S te W vroeg zich af waarom we een fietshelm droegen. Zijn die verplicht in Zwitserland? Ja en nee: wanneer je harder dan 20 kilometer per uur rijdt op de fiets, moet je in dit land een helm dragen, of je nu op een gewone fiets, een racefiets, een mountainbike of een e-bike pedaleert. Fiets je langzamer dan 20 kilometer per uur, dan geldt deze verplichting niet. Nu heb je in dit bultige land al snel 20 km of meer op je teller staan, dus “petje op” en zelfs W is het daarmee eens.

vrijdag 9 september: @ lisanze (lago maggiore)

“Waarom de tunnel nemen als de pas ook kan?” was mijn simpele vraag, waarop ik als antwoord kreeg “Ik was er al bang voor”. Waarom zou je als een worm onder door een berg kruipen en niks zien behalve de achterlichten van je voorganger, terwijl je boven kunt genieten van onvergetelijke uitzichten (tenminste als het weer het toelaat). Ik heb het over de Gotthardpas, ook wel Sint-Gotthard of Passo del San Gattardo genoemd. 26 kilometer lang en een maximale hoogte van 2106 meter. Daarnaast bestaan er een drietal tunnels: de spoortunnel uit 1882; de wegtunnel (opengesteld in 1980) en tenslotte de Gotthard-basistunnel, een spoortunnel van 57 kilometer, geopend in 2016. We gaan dus de bult over net als kooplieden, pelgrims en avonturiers dat al in de middeleeuwen (en nog eerder) deden. Nou ja, niet helemaal: zij gingen te voet of hadden een pakezel bij zich, wij gaan met gemotoriseerde paardenkrachten. Er is nog een verschil: de pasweg is ergens in de jaren 70 van de vorige eeuw vernieuwd en geschikt gemaakt voor modern gemotoriseerd verkeer, de “oude” pasweg, met de naam Via Tremola, is nog steeds te gebruiken, maar wordt niet aangegeven: je moet dus zoeken. Deze oude weg wordt vooral gebruikt door motorrijders, wielrenners en avontuurlijke toeristen (ik mocht deze variant absoluut niet rijden van W, er schijnen nu eenmaal grenzen te zijn). Er lopen ook veel wandelpaden door de bergen naar de pas. 










Moest tijdens de beklimming even denken aan Hannibal Barkes, die generaal van Carthago die tijdens de Tweede Punische Oorlog (218 – 201 vC) vanaf Spanje via de Alpen Italië binnentrok. Tientallen olifanten vormden een onderdeel van zijn enorme leger tijdens deze veldtocht. Deze olifanten werden gebruikt om vijandelijke rangen te breken en soldaten te vermorzelen. Ongeveer zoals de Oliphaunts uit de oerwouden van Far Harad, ten zuiden van Midden-Aarde uit de boeken van Tolkien. Voor wie nu nog niet op het juiste been is gezet: Lord of the Rings, deel 3: de terugkeer van de koningen. Maar we hadden het over Hannibal. De vraag is “waar trok Hannibal de Alpen over?” Volgens de laatste berichten moet dat zijn geweest op de Col de la Traversette op de grens van Frankrijk en Italië. Dit omdat daar een flinke lading eeuwenoude paardenstront is gevonden. Wij lijken dus in de verste verte niet op Hannibal: a. we steken op de verkeerde plek de Alpen over en b. ik mag W absoluut een olifant noemen.

De Gotthardpas verbindt Andermatt met Airolo, is een mooi weggetje, maar absoluut niet moeilijk (al begon Puzzel als een gek te piepen toen ik vanuit stilstand aan een helling van 10 procent begon, ja je wilt soms foto’s maken). Voor de roomsen onder ons: de pas is vernoemd naar Godehardus van Hildesheim, ook bekend als de heilige Gotthard uit Beieren. Met de bouw van de eigenlijke pasweg werd pas in 1826 begonnen, daarvoor was het een “muilezelpad”.

Tussen het eind van de Gotthardweg en het begin van het Lagio Maggiore stelde W de vraag “Wat eten we vanavond?” Begon ik meteen uit volle borst te zingen:

In einem Bächlein helle, da schoß in froher Eil Die launische Forelle vorüber wie ein Pfeil Ich stand an dem Gestade und sah in süßer Ruh Des muntern Fischleins Bade im klaren Bächlein zu Des muntern Fischleins Bade im klaren Bächlein zu.

Natuurlijk heb je, net als W, dit stuk herkend als het eerste deel van Die Forelle, gecomponeerd door Schubert met tekst die is gebaseerd op een gedicht van Christian Friedrich Daniel Schubart. Je hebt ook een versie van Jules de Corte, zelfde melodie, andere tekst:

Zij was een lief jong meisje, niet schuchter noch brutaal
Steeds vrolijk als een sijsje en reuze muzikaal
Zodra zij twee, drie tellen alleen gelaten werd
Dan zong zij die Forelle, Forelle van Schubert, bis
Dan zong zij die Forelle, Forelle van Schubert.


En ook Jan Rot heeft ooit een variant gemaakt op Die Forelle, zelfde muziek, andere tekst:

Ik wil graag iets vertellen aan meisjes jong en fris
Van jagers op forellen, dat is een speels soort vis
Ik stond eens op een brugje, keek op zo’n rugje neer
Soms ging ze als een lasso en dan weer als een speer.

Oh ja: we eten vanavond gerookte forel! En voor je het weet zit je met zulke prettige gesprekken aan de noordkant van het Lago Maggiore. Nee, we waren toen nog lang niet bij de camping: die ligt aan de zuidkant van het meer en als je weet dat de lengte van dat ding 60 kilometer is, je op de meeste plaatsen niet sneller mag rijden dan 50 en op veel plekken de snelheidsmeter niet boven de 30 uitkomt, dan kun je op je klompen aanvoelen dat het nog zo’n anderhalf duurde vóór we Puzzel definitief (voor vandaag dan) konden parkeren. Anderhalf uur water dus aan de rechterkant (we reden langs de oostoever), het eerste deel Zwitsers grondgebied, het tweede Italiaans. Geen straf, want het was mooi water. Bekijk de foto’s maar. Waarschijnlijk blijven we een dagje extra, dus voor meer info over het meer moet je nog een blog wachten. Wij gaan aan de forel! (Nadat W in het zwembad en in het meer gezwommen heeft en … bis). Eén ding wil ik nog kwijt: het meer is, net als de andere grote Italiaanse Alpenmeren, in een van de IJstijden door een gletsjer uitgeslepen. Aan de zuidkant is daarbij een wal achtergelaten, die een soort natuurlijke dam vormt.





V: 185.167; A: 185.417; rijtemperatuur: tussen de 9 (Gotthardpass) en 26 graden (camping), wisselend bewolkt, zelfs nog een enkel drupje. Zon op/onder: 06:55/19:49 (gegevens Lisanze). Camping Lido Okay, Campercontact geeft als adres: Lisanze, Sesto Calende, Varese, Lombardije, Italië; dan weet je het wel. Acsi-camping, 22 €, het zwembad hebben ze speciaal voor W een week langer opengehouden. Een mooie dag. En morgen? Morgen is er weer een dag. Waarschijnlijk blijven we plakken: het wordt tijd om te fietsen. Wanneer we vanavond opgevreten worden door de muggen zullen we waarschijnlijk morgen anders beslissen.

donderdag 8 september 2022

nazomeren – 2: een rondje sempacher see

We Whatsen wat af in de familie-app (broer, zussen en aanhang). Broerlief vroeg zich af of we naar de “droge Po” gingen. Nu zijn W en ik in een grijs verleden naar de delta van de Po geweest, maar was even kwijt waar dat watertje stroomde. Volgens W stroomt er op dit ogenblik helemaal niks daar en kwam met een beeld dat ze “ergens” gezien had, kon ook niet meer vertellen of het plaatje onlangs geschoten is of dateert van eerder in deze droge zomer. Heb wel ergens gelezen dat in Italië onlangs de noodtoestand is uitgeroepen en het water op rantsoen ging. Het rivierwater is zo laag dat in de Tiber archeologische brugresten naar boven zijn gekomen en in de Po scheepswrakken uit de Tweede Wereldoorlog herrijzen. Maar het ging over de ligging van de Po (al dan niet voorzien van water) dus. Broerlief wist te vertellen dat de Po ten noorden van Toscane stroomde. Moest het natuurlijk even opzoeken en inderdaad: hij heeft gelijk. Kreeg ik als antwoord terug: “Ja. Ik had een 9 voor aardrijkskunde. Allemaal parate kennis van mij. Maar ik dacht ik doe maar niet pedant.”



Vaste lezeres L te D vond het plaatje van en het verhaal over de jojo (gisteren) interessant en vroeg zich af of de jeugd van tegenwoordig nog wel jojoot. Weet ik niet, net als knikkeren, tollen, landverovertje (met zo’n scherp mes), hoepelen, hinkelen, elastieken en diefje-met-verlos: ik heb het kinderen de laatste tijd niet zien doen. Misschien heeft gamen wat meer de interesse. Met de tijd meegaan heet dat.

donderdag 8 september: @ sempach

We stonden op een camping met een visie, vertelde ik gisteren al. Een visie is mooi, maar het moet wel betaalbaar blijven (vrij naar Herman Finkers). Misschien herken je nog: “Ja, luister Brigit, ik vind romantiek best, maar het moet wel betaalbaar blijven”. Uit zijn duet met meisje Kaandorp. Het kan nog gekker: € 47,68 voor de camping waar we vandaag staan, maar daarover later meer.

Om kwart over negen anroet: weer in een nagenoeg zuidelijke richting: Duitsland uit, Frankrijk in en een groot stuk langs de Saar die in Frankrijk Sarre heet. Nog even de tank volgegooid in Frankrijk, met 1.749 voor een liter diesel één van de goedkopere landen tegenwoordig. We hebben niet verder gezocht, maar het spul schijnt elders nog een dubbeltje per liter goedkoper verkocht te worden. Uiteindelijk Bâle aangehouden, ’t is dat er tussen haakjes Basel achter stond, anders raak je toch helemaal de kluts kwijt? Waarschuwing voor files aan de grens met Zwitserland: helemaal niks! We konden gewoon doorrijden. Nou ja: even op de parkeerplaats bij de grens stoppen om een Autobahnvignet aan te schaffen: iets meer dan 40 €, maar dan mag je ook door de mooiste tunneltjes die Zwitserland heeft.

Om iets voor half drie stonden we op camping TCS Training & Freizeit AG in Sempach, aan de Sempachersee. Mooie camping maar met een prijs tegen de € 50,00 per nacht wel een beetje “vragen”. Maar ja: Zwitserland hè, daar brengen ze op de campingfactuur drie soorten belasting in rekening: Kurtaxe, Staatstaxe en Badetaxe. Tip voor de uitbaters: ik mis de Klopapiertaxe nog. W wilde heel graag naar deze camping vanwege de ligging aan de Sempachersee, een meer waar je zo heerlijk omheen kunt fietsen (tip van oud-collega P te A).

En dat fietsen hebben we gedaan: een rondje van een kleine twintig kilometer. Af en toe mooie uitzichten, maar op de ene oever parallel aan de spoorlijn en op de andere langs een grote weg. De foto’s maken het goed. Op het eind van de tocht even Sempach aangegaan. Mooie historische kern, waar we een aantal plaatjes hebben geschoten. Zal je niet gaan vervelen met details, kijk maar net als C te L naar de plaatjes.


V: 184.797 ; A: 185.167; rijtemperatuur tussen 14 en 25 graden – eerst overwegend bewolkt, later trok het zwerk wat open. Op de camping: 23 graden en half bewolkt, stevig windje tijdens het fietsen. Zon op/onder: 06:54/19:54. Een leuke dag. En morgen: morgen is er weer een dag, dan gaan we naar het Lago Maggiore. W heeft inmiddels de ACSI-app gedownload voor campings met kortingen.




woensdag 7 september 2022

nazomeren – 1: de neus naar het zuiden

Tijd om aan onze nazomerreis te beginnen. Einddoel: waarschijnlijk Toscane, da’s ergens in het noorden van Italië. Via vrienden hebben we de beschrijving van de NKC-reis “Romantisch Toscane” gekregen. Als je Toscane zegt dan proef je al de Italiaanse renaissance (ruwweg 1300 – 1600) en denk je aan grote namen als Dante, Boccaccio en Machiavelli. Toscane was toen een groothertogdom waar de familie De’ Medici (het apostrofje achter De hoort er echt bij) een belangrijke rol speelde. Niet allemaal lieverdjes, maar daar kom ik ongetwijfeld op terug. Na grondige bestudering van het reisboek vallen een paar doelen af, want al eens bewonderd: Verona (van de opera), Venetië (van de natte voeten), Bologna (van de saus) en Cinque Terre (voor klimgeit spelen). Blijft er nog voldoende over, ik noem alleen: Milaan, Pacengo di Lazise, Ravenna, Florence, Troghi, Radda in Chianti, Siena, San Gimigno, Pisa, Lucca. Maar het kan ook best zijn dat we er helemaal niet komen, bijvoorbeeld omdat we ergens “blijven hangen”. Fijn toch om zo te kunnen reizen. Voorlopig gaan we naar het zuiden.

woensdag 7 september: @ losheim am see

Om kwart voor tien konden we de deur van ons stenen huis achter ons dichttrekken. Voor hoelang? Ergens tussen drie en zes weken: half oktober zijn er weer verplichtingen. Google Maps ingesteld op Losheim am See, een route ongeveer pal naar het zuiden. Niet echt interessant: de grens over en bij Hamminkeln de A3 op tot Köln en daar over de Brücke-mit-viel-Schäden verder op de A1. Alleen verkeer lichter dan 3.500 kilo mag de brug over: je wordt gewogen. Het licht sprong voor ons niet op rood, dus het zal wel goed zijn. De A1 heeft voor mij de bijnaam Die Unvollendete, want er ontbreekt nog steeds een stukje. Als je vanuit het noorden komt kun je vanuit Heiligenhafen 606 kilometer doorrijden naar Blankenheim. Dan mist er ongeveer 25 kilometer en vervolgens kun je nog 139 kilometer doortuffen op het zuidelijk deel van Kelberg naar Saarbrücken. Om een of andere reden krijgen de Duitsers het niet voor elkaar om het gat te dichten: elke keer wordt het project weer vooruitgeschoven. Vond het niet erg: Tante Miep had een geweldige route voor ons in petto om van Blankenheim naar Kelberg te komen: L- en K-wegen, mooier kun je het niet hebben. Er zat zelfs nog een haarspeld in.

Nog een hele discussie of ik de term “die Unvollendete” wel mag gebruiken. Zowel Schubert als Beethoven hebben er eentje op hun naam staan, maar als je vriend Google raadpleegt kom je er nog een stuk of vijftien tegen. Sibelius (zijn koppie staat hiernaast) was het meest rigoureus: nadat hij jaren had gewerkt aan zijn achtste symfonie schijnt hij deze kort voor zijn dood in de open haard geflikkerd te hebben.

Dit soort zinvolle gesprekken hadden we op momenten dat W de ogen open had. Beetje onweer gehad vannacht, dan wil de slaap bij haar niet zo vlotten. Een ander gespreksonderwerp was de schrijfwijze van het werkwoord jojoën. Toen we het daar eenmaal over eens waren kwamen de vervoegingen aan de beurt en vonden we samen “hij jojoot, ik jojo en gisteren hebben we beiden gejojood” correct Nederlands.

Om kwart voor drie, dus na vijf uur reizen, kwamen we aan op LandGut Girtenmühle (inderdaad Gut met een hoofdletter), een tip van vrienden van ons. Zij houden wel van de categorie “bijzondere campings” en dit is er eentje van. Vier mensen uit Amsterdam zegden hun baan op, verkochten hun huis en verkasten naar Losheim am See om met een bijzondere visie deze camping (en meer) te gaan leiden. Als je hun verhaal wilt lezen klikkerdeklik. Vond de visie wel mooi, maar de kosten (€ 29,00) wat minder. En toen een heel rustige middag: beetje achterstallig kantoorvrijwilligerswerk, beetje webblog bijwerken en W lezen tot de oogjes dichtvielen. Links het logo van de camping. 

V: 184.451; A: 184.797. Rijtemperatuur: jojoënd met als uitersten 18 en 25 graden, regenbui en wisselend bewolkt. Later op de camping 24 graden (drukkend!) en zwaar bewolkt. Zon op/onder: 06:56/20:04. Een mooie dag? Een reisdag. En morgen? Morgen is er weer een dag. We gaan een deurtje verder. Nee: geen foto’s vandaag.