noordpolderzijl

noordpolderzijl

vrijdag 18 maart 2022

grenspark kalmthoutse heide

Eerst even de post. Vraagje: “wat doen jullie ‘s avonds, tv kijken?” Antwoord: “Ja en nee”. Als ik om me heen kijk zie ik heel veel satellietschotels naar de Astrasatelliet wijzen. Het grote voordeel van zo’n schotel is dat je meestal een goede ontvangst hebt, wel moet je altijd bij het parkeren van de camper rekening houden met het "uitzicht" van de schotel zodat er geen bomen of iets dergelijks de ontvangst kunnen belemmeren. Daarnaast is een storm of een flinke regenbui ook niet bevorderlijk voor een sneeuwvrije ontvangst. Met een beetje schotel (tenminste 80 cm doorsnee) kun je in vrijwel geheel Europa (met uitzondering van een heel groot deel van Scandinavië) de Nederlandse zenders ontvangen. 

Grote nadeel van deze manier van kijken is dat je er niet alleen bent met een schotel en een tv. Je moet een abonnement hebben op Canal Digitaal en die firma zou uit Italië kunnen komen: boeven dus. Elke paar jaar verzinnen ze wel iets nieuws, zodat je voor de zoveelste keer nieuwe hardware moet aanschaffen. En dan een abonnement, kosten vanaf zo’n 17 € (afhankelijk van het aantal maanden per jaar dat je Canal Digitaal wilt gebruiken). Wij doen het anders, ook niet altijd helemaal tof, maar in 90 % van de gevallen werkt het: tv via internet en wel op de telefoon, een tablet of (als we samen kijken) een laptop. Eigenlijk heel betaalbaar geworden en super makkelijk. Je moet er alleen voor zorgen dat je voldoende Gigabytes te verstoken hebt, we stoken zo'n 3 GB op een dag op. Dat kan door een “ruim” abonnement te nemen (ik heb een 100 GB abo voor ruim 30 Euro per maand). In het buitenland zou je ook een data simkaart kunnen kopen van het betreffende land. In Spanje heb je een onbeperkte datakaart al voor zo’n € 25,00 per maand. Wil je beeld op een tv-toestel dan heb je nog een sticky nodig, heb me daar nog niet in verdiept maar heb van horen zeggen dat je zo’n ding voor een kleine € 50,00 in huis hebt. Andere prijzen dan een automatische satellietantenne op het dak van je camper laten zetten (ergens beginnend bij € 1.500,00?). TV via internet, het werkt, helaas niet voor de volle 100 procent, want in de binnenlanden van Spanje is de 4G-dekking niet overal optimaal en Duitsland mag je qua internet tot de ontwikkelingslanden rekenen.

vrijdag 18 maart: @ huijbergen

Er wordt wel eens gezegd “the plans of a sailor are written in the sand of low tide”, neem van mij aan dat een camperaar daar niet voor onder doet. Niks Leuven vandaag. Het werd Huijbergen, een dorp in de gemeente Woensdrecht, ja nog steeds Noord-Brabant. Waar zoek je het? Zeg maar in de driehoek Bergen op Zoom – Roosendaal – Antwerpen. Waarom? Heel eenvoudig: het weer. Eén ding zal echter een vraag blijven: W had even genoeg van heide en vennetjes, wat hebben ze hier? Precies!



Had geen problemen met het wijzigen van de plannen. Heb voor de duidelijkheid maar een trui aangetrokken met de tekst: “Home is where you park it.” Opmerking van W: “Zolang het maar geen onderbroek is met die tekst heb ik er geen moeite mee.” Heb wel eisen gesteld aan de route: geen snelwegen vandaag. Dat je dan negen kwartier bezig bent met grensoverschrijdend gedrag (steeds wisselen tussen België en Nederland) maakt zo’n tocht alleen maar mooi. Voor de route zie bijgaand kaartje. Die dikke blauwe klodder aan de linkerkant van de kaart is een weergave van de fietstocht later op de dag.



De keuze met betrekking tot campings en camperplaatsen was reuze. Het is uiteindelijk boerderijcamping de Meet geworden, code Campercontact 92.682, niet vanwege het feit dat men zich aanprijst met “camping speciaal geschikt voor senioren”, maar omdat we hier optimaal kunnen genieten van de zon. Bijkomend voordeel: ze hebben hier een afwasplek, scheelt mij weer werk.

Een rondje Kalmthoutse Heide werd het vandaag. Het is een grensoverschrijdend natuurpark van zo’n 60 vierkante kilometer op de grens de Nederlandse provincie Noord-Brabant en de Belgische provincie Antwerpen. Eerlijkheidshalve moet ik zeggen dat het fietsen door het Nederlandse deel “geen reet aan was”, je fietst weliswaar voor een deel door de bossen, maar langs de doorgaande wegen. Echt interessant werd het pas bij de grensovergang Putte – Putte-Kapellen. Daarna werd de natuur echt natuur. Misschien komt het ook doordat in het Vlaamse deel van het park meer heide en stuifzand bewaard is gebleven. Het Nederlandse deel is vanaf het eind van de negentiende eeuw voor een groot deel met naaldbomen beplant. Men is aan het werk om een deel van het bos te kappen om de open terreinen aan beide zijden van de grens beter met elkaar te verbinden. Ik denk overigens wel dat het hier op een mooie zomerse vakantiedag een beetje Kalverstraat is, het was nu al behoorlijk druk. In het Nederlandse deel zijn nog een aantal landbouwenclaves te vinden. Er zijn plannen om deze stukken om te vormen tot natte graslanden waardoor kieviten, wulpen, grutto’s en meer van die langpootvogels weer op visite komen.



Ergens tussen knooppunt 80 en 89 op het Belgische deel van de route heeft de Vlaamse variant van Staatsbosbeheer, Natuurpunt geheten, in 2020 een nieuwe trekpleister gebouwd: een uitkijktoren van ruim tien meter hoog. Omdat het gebouwd is nabij het Stappersven en daarop ook uitkijkt heeft de constructie de naam De Stapper gekregen. Ik kon W de toren opjagen en had een goed excuus om beneden te blijven: onze dure fietsen moesten bewaakt worden. Volgens W had ze een adembenemend uitzicht, ik weet niet of ze daarmee het zicht op het omliggende natuurlandschap bedoelde of de blik op de-man-aan-wie-ze-de-beste-jaren-van-haar-leven-heeft-vergooid. Ik vermoed het laatste want ze maakte een foto van me.








Nog even boodschappen doen bij de plaatselijke Coop en de fietsen na bijna 35 kilometer weer aan het infuus zetten. Het namiddag- en avondprogramma kan beginnen. Een mooie dag! En morgen, morgen is er weer een dag. De bus blijft staan, dat is zeker.


V: 171.851
A: 171.955

rijtemperatuur: max 15 graden



Wifi-index: 96 %; KPN 4G

boerderijcamping de Meet, code Campercontact 92.682; 20€ all-in


donderdag 17 maart 2022

gastel en zo – 2

Wakker worden met de liefkozende woorden van mijn wederhelft “mi esposo feroz” en dan kun je toch alleen maar antwoorden met “mi esposa salvaje”? Zo’n dag dus, kan niet meer stuk. Bijna niet dan, want kreeg naar aanleiding van die kale-koppen-foto in het vorige blog een appje van iemand die me al heel lang kent en me ook nog meegemaakt heeft in de tijd dat we uit volle borst “Beter langharig dan kortzichtig” riepen. Hij vond dat er in 50 jaar veel veranderd is. Vooruit: nog maar een foto met iets meer details (gisteren gemaakt dus).

We zitten nog steeds in Gastel, dat deel uitmaakt van de gemeente Cranendonck. Deze gemeente is een fusiegemeente (ontstaan 1997) en omvat de volgende kernen (tussen haakjes de plaatselijke benaming): Budel (Buul), Budel-Dorplein (Dorplein), Budel-Schoot (Schoot of Schot), Gastel (Gastel), Maarheze (Máris) en Soerendonk (Zurrik). Mooi wapen en een mooie vlag heeft deze gemeente.

donderdag 17 maart: @ gastel

Een frisse ochtend, dus pas tegen een uur of elf op pad. Doel: de altijd bruisende kern van Budel (knipoog!) waar ons de hoogtepunten 1 en 2 van de dag stonden te wachten. We moesten eerst wel twee hele kilometers wegtrappen om bij het kantoor van de VVV te komen, niet om route-info te vragen maar om het Smokkelmuseum te bezoeken, waar men ons beloofde dat “tijden van weleer weer tot leven komen”. Een filmpje van zo’n 20 minuten introduceerde het smokkelgebeuren. De streek rond Budel ligt aan de grens met België en staat bekend om de vele smokkelpraktijken van haar inwoners in vroeger tijden. Die “kleine” smokkelpraktijken zijn door het wegvallen van de Europese binnengrenzen grotendeels verdwenen. 



Tot die tijd (het maakte niet uit of het vrede of oorlog was) werd 
er al honderden jaren van alles gesmokkeld, onder andere boter en melkproducten, suiker, sigaretten en andere tabaksartikelen, olieproducten, alcoholische dranken, maar ook vee naar België. Ook linnengoed, schortenbont, gordijnen en nylons komen illegaal de grens over. Dan weer van Nederland naar België, andere goederen van België naar Nederland. In het begin, men smokkelt dan nog uit pure armoede, gaat men te voet -met smokkelwaar in zogenaamde “pungels”- de grens over. Later gebruiken smokkelaars fietsen, karren en vanaf de oorlogen grote Amerikaanse auto’s. Nog later gaan smokkelaars met vrachtwagens vol de grens over en wordt het een handel in de handen van criminelen. Smokkelen wordt big business. Ook in deze tijd is er nog steeds sprake van smokkelpraktijken. Alleen is door de Europese eenwording en het daarmee vervallen van de Europese binnengrenzen, de landsgrens hier geen obstakel meer voor de (criminele) smokkelaar. Ook aan de huidige smokkelpraktijken wordt in het museum aandacht geschonken. Een kneuterig museumpje waar voor de verandering onze museumkaart niet geldig was en waarvoor we twee keer drie flappen moesten neertellen. Och, de koffie later maar in de bus gedronken, zijn we ook uit die kosten. Het was toch te koud voor een terrasje. Na deze duik in de geschiedenis vormde de Jumbo in Budel het tweede hoogtepunt van de dag. Las laatst in een column (dacht van Thomas Verbogt in de Gelderlander) de volgende tekst “[...] de leukste dingen van dit leven maken je toch dik, dronken of zwanger.” Klopt dus deze ochtend geen biet van.




Na de lunch met een heerlijk eigengemaakt soepje (twee dagen in de koelkast gestaan – moet kunnen) op de fiets. “Een route naar de Malpie, maar niet te ver”, was de opdracht. Zij van Komoot en ik hebben er weer wat leuks van gemaakt. Eerste paar kilometer gelijk aan de route van gisteren, maar daar ontkom je soms niet aan. Toen langs de Achelse Kluis (we waren er al eerder, (her)lees eventueel https://berrynales.blogspot.com/2019/09/najaarstocht-2019-1-budel.html) en vervolgens de fietstocht door de Malpie (ook gedaan in 2019) tot aan Valkenswaard. Er loopt een mooi fietspad van noord naar zuid door de Malpie, van Valkenswaard tot Borkel en Schaft. Over de betekenis van de naam Malpie bestaan verschillende theorieën. Een mogelijkheid is dat hij is afgeleid van het Franse 'mal pays' (slecht land). Een andere theorie, die waarschijnlijker is, stelt dat het woord is afgeleid van het oud-Nederlandse 'maal pee’: maal betekent grenspaal en pee betekent zandrug of zandpad. De naam zou dan een plaats aangeven waar paden over een zandrug langs een grenspaal leiden. Net na Valkenswaard doken we weer het Leenderbos in, maar nu via een andere route dan gisteren, omdat ons volgende doel (de restanten van) Kasteel Cranendonck was.





Rond 1250 is tussen Maarheeze en Soerendonk kasteel "Cranendonck" gebouwd. Vernoemd naar de natuurlijke omstandigheden ter plaatse ('kraan' van kraanvogel en 'donk' van heuvel). Het kasteeltje kent een rijke geschiedenis en is zelfs een tijdje toebehoord aan ons Koningshuis (midden zestiende
 eeuw – 1820). De laatste 150 jaar zullen ze er niet aan gehad hebben want het kasteel werd in 1673 door de Fransen grotendeels vernield. De boerderij die nabij het kasteel stond, werd in 1899 afgebroken en vervangen door een villa, het huidige “kasteeltje”. In 1938 werd de gemeente Maarheeze eigenaar van het landgoed Cranendonck. De bestaande villa werd aangepast en in gebruik genomen als gemeentehuis. Deze situatie duurde tot de fusie van Maarheeze en Budel (1997). Op dit ogenblik wordt het kasteel gebruikt als trouwlocatie. (bron: cranendonck.nl)



Weer een leuke route en een mooie dag. En morgen? Morgen is er weer een dag. “Ik heb inmiddels voldoende heidevelden en vennen gezien”, waren de woorden van W. Ze vergat de Douglas sparren en jeneverbesstruiken te noemen.
Denk dat het groepsoverleg morgenvroeg bij het ontbijt een nieuwe bestemming oplevert. Routetechnisch gezien ergens in België? Het weer: vanmorgen zwaar bewolkt, vanmiddag piepte het zonnetje er af en toe door. Niet warmer dan zo’n 14 graden (buiten).

woensdag 16 maart 2022

gastel en zo – 1

Een paar dagen Gastel zoals het er nu naar uit ziet. Voor het Iberisch schiereiland heb je op dit ogenblik minstens zwemdiploma A nodig, horen we van vriendje P die op dit ogenblik met zijn camper Spanje onveilig maakt. Dus nog even geen albondigas en zeker geen criadillas. Voor de niet-Spanjekenners: de eerste zijn onschuldige gehaktballetjes en het tweede woord gaat ook over ballen, maar dan stierenkloten (een delicatesse voor Spanjolen). De Fallas in Valencia laten we dan ook maar voorbij gaan, vriend P neemt de honneurs wel waar bij de Màscleta, het oorverdovende knalvuurwerk dat elke middag om twee uur afgestoken wordt op het plein voor het gemeentehuis. Eigenlijk is dat knallen een vorm van kunst die de hele omgeving op zijn grondvesten laat trillen – of word ik nu te lyrisch? Hoe hard moet het eigenlijk regenen om vuurwerk te doven? 

woensdag 16 maart 2022: @ gastel 

Vandaag een mooie fietsroute van zo’n kleine 50 kilometer, qua tour duizend keer mooier dan die van gisteren. Kan ook niet anders want zij van Komoot heeft de tocht samen met mij uitgestippeld en dan weet je het wel. Eerst naar de grens met België, waar W zich afvroeg wat een bepaald verkeersbord betekende (gelukkig is ze getrouwd met een verkeersborddeskundige en was tevreden over de uitleg - foto aan het einde van dit verhaal), daarna dwars door het Leenderbos, randje van Valkenswaard, over de Groote Heide naar Heeze, Stabrechtse Heide en zandverstuivingen en via Sterksel (met de os), Maarheeze en Soerendonk terug naar af. 

Het weer begon veelbelovend maar na de lunch (buiten maar wel met de jas aan) kwamen de wolken met Saharazand uit het zuiden aanzetten. Onderstaande foto’s laten het verschil zien. De eerste foto is gemaakt om 11.40 uur en de tweede twee uur later. De beloofde 17 graden is dus beslist niet bereikt, met dank aan Marokko. 



Boswachterij Leende maakt deel uit van Staatsbosbeheer. Het was oorspronkelijk een uitgestrekt heidegebied (onderdeel van de Groote Heide), maar werd in de jaren 30 van de vorige eeuw beplant in het kader van een werkverschaffingsproject. Je treft er vooral grove dennen (toentertijd bestemd voor de mijnbouw) en Douglas sparren voor de houtverwerkende industrie. Wat ze tegenwoordig met de grove dennen doen heb ik niet kunnen achterhalen, wel dat gekapt bos weer wordt omgezet in heide. Zo blijven we bezig in ons landje. 

De Groote Heide (ook Leenderheide genoemd) is eigendom van Stichting Brabants Landschap en is een uitgestrekt, droog heideveld met de A2 in het westen, de A67 in het noorden (met knooppunt Leenderheide die de A2 met de A67 verbindt) en een hoogspanningsleiding er dwars door heen. Er blijft echter nog genoeg natuur over. 



En dan na Heeze de Strabrechtse Heide, een grote vlakte met struik- en dopheide (moet in augustus erg paars zijn!), maar ook een groot aantal vennen. Hier ligt het grootste ven van Nederland, het Beuven. W wist te vertellen dat hier het waterlepeltje en de vleesetende zonnedauw bloeien, alleen in deze tijd van het jaar niet. Hoefde ik dus niet door de knieën vandaag. De lunch werd vandaag verzorgd door Heidecafé Strabrechts, gevestigd in een schuurtje van Staatsbosbeheer. De rundvleeskroketten op brood van de plaatselijke bakker (licht brood voor W, donker voor mij) waren goed binnen te houden. Toen W onderstaande foto aan haar broer appte kwam er al snel de vraag of ik aan een of andere afgrijselijke ziekte lijd. Gelukkig niet, alleen de kapster heeft teveel haar best gedaan. Eén troost: over twee weken zie ik er weer “normaal” uit. 


Na al dat natuurgeweld moest er aandacht besteed worden aan cultuur. Dat kon heel goed door de os van Sterksel te bewonderen. Aan de os van Sterksel kleven drie verhalen. Allereerst verwijst het naar het ontstaan van het dorp. Bij de ontginning van het gebied werden 14 ossen ingezet. Zonder os geen Sterksel dus. Het beeld dat in het centrum staat is gemaakt door een aantal inwoners van Sterksel, namelijk leden van de carnavalsvereniging “de Ossendrijvers”. De os, gemaakt in 1967, is het symbool van de Sterkselse carnaval. Dan nog het derde verhaal: het ossenfeest. Ben je 30 en nog steeds vrijgezel, dan is het in delen van Brabant (aan beide kanten van de grens) gewoonte om je op ludieke wijze in de zeik te laten zetten door je vrienden. Om niet als os te worden bestempeld, dient iemand minimaal zes maanden voor zijn dertigste verjaardag een relatie te hebben. Dit om te voorkomen dat mensen net voor hun dertigste een avontuurtje beginnen om zo de dans te kunnen ontspringen. 


Het was weer een sportieve en ook leerzame dag. En morgen? Morgen is er weer een dag en gaan we een ander deel van de omgeving verkennen. Er is nog genoeg “programma”. Bussie blijft staan.



de vertrekkers zijn vertrokken

Nog een laatste oppasdag, de gasbussen en de dieseltank optoppen en uiteindelijk zijn de vertrekkers dan vertrokken. Eén van mijn buufjes vroeg of ik niet een keer een blog kon schrijven zonder spanning, sensatie en ellende? Gewoon een beetje ouderwets gezellig geleuter, zonder verhalen over aanrijdingen, kapotte dingen en dure diesel. Eigenlijk ben ik me van geen kwaad bewust. Misschien ben ik de afgelopen weken soms een beetje een zeurende oude man geweest, maar dat komt door de leeftijd volgens W. Over leeftijd gesproken: heb vanmorgen eens laten berekenen wanneer ik over mijn uiterste houdbaarheidsdatum heen ben. Internet staat vol met van die prachtige tools: je vult je geboortedatum in en een paar variabelen en er wordt een voorstel gedaan voor je overlijdensmaand. Statistisch ga ik de pijp uit in december 2035, dus ik heb nog een paar jaar te gaan. Het leuke van het hele verhaal is: hoe ouder je bent, hoe ouder je wordt. Laat me dat even uitleggen! Mensen kunnen sterven op alle leeftijden. Maar iemand die 50 jaar oud is, kan niet meer sterven op een leeftijd jonger dan 50 jaar. Iemand die 1 jaar oud is kan nog wel op een jongere leeftijd sterven. Daarom is de levensverwachting van iemand die ouder is hoger dan die van iemand die jonger is. De oudere persoon heeft al laten zien dat hij niet op jongere leeftijd zal sterven. Ik zuig niks uit mijn duim. Alle cijfers en feiten zijn op basis van de laatste door het CBS gepubliceerde resterende levensverwachting voor de Nederlandse bevolking. De afbeelding laat zien wat je levensverwachting is bij je geboorte. Voorlopig ben ik van plan om zo oud als mogelijk jong te sterven. En dan is natuurlijk de meest ideale vorm van overlijden: ‘s morgens dood wakker worden.

De boel verkopen en dan in een camper gaan wonen en leven? Heb het ooit overwogen, maar stuit op praktische problemen. Natuurlijk kijk ik min of meer afgunstig naar ex-buurjongen K die met zijn vriendin een jaar rondtrekt van de opbrengst van een voor veel geld verkocht huis in een schattig omgebouwde oude Mercedusbus (zie nevenstaande foto). Yep: c1 rijbewijs, dan kun je in Portugal Azulejo's in je tafel knutselen, zonder op de kilo's te hoeven letten Als hij in Italië was geweest waren het azzurro’s geweest, maar nu dwaal ik geloof ik ernstig af. Jaloersmakende foto’s komen er regelmatig op zijn reisblog langs (helaas alleen opengesteld voor “intimi”). Zou het vroeger wel gewild hebben, maar ben nu een beetje een scheitertje geworden. Niks mis met deze manier van leven zolang je maar gezond blijft. Als je eenmaal ziek wordt of gehandicapt raakt, kortom je raakt in een kwakkelfase, dan is zo’n woning op wielen verre van ideaal. We blijven het op onze manier doen: huis aanhouden als veilige basis en een paar keer per jaar er een flinke periode tussenuit. En nee: niet overwinteren in het zonnige zuiden. We gaan er wel heen als de zonzoekende campers uit heel Europa Spanje weer gaan verlaten. Het schijnt dat februari traditiegetrouw de drukste maand is op het Iberisch schiereiland. Half maart: de overwinterende nomaden trekken naar het noorden, wij gaan de andere kant op. Waarheen? Zelfs op de avond vóór vertrek was de bestemming voor de volgende dag nog een goed bewaard geheim, ook voor mezelf. Misschien heeft W andere gedachten?

dinsdag 15 maart: @ gastel (noord brabant)

Het fijne van een camper is de onzekerheid! Vanmorgen na een uitvoerige bestudering van alle beschikbare weersites en -apps, een grondig vergelijkend warenonderzoek van campings en camperplaatsen gekozen voor Gastel in Noord-Brabant, een gebied waar we al eerder verkennende stappen hebben gezet, maar nog niet alles van gezien hebben. En wees nu eerlijk, de volgende wervende tekst op de website van de camping moet toch ook jou over de streep trekken? Welkom op de website van Mini-camping Gravenkasteel. Wij bieden plaats aan 24 kampeermiddelen. U vindt ons in Gastel, een dorpje in Noord-Brabant, net onder Eindhoven. Mini-camping Gravenkasteel is een SVR Camping, gelegen tussen prachtige natuurgebieden met veel heide en vennen. Met haar vele fietspaden bent u snel op vele plekken die het grensgebied heeft. Te voet naar de Leenderbossen (N-B), met de fiets naar de Achelse kluis (B) en met de auto naar Weert (L). Er is voor iedere actieve rustzoeker genoeg te beleven. Naast de mooie natuurgebieden heeft de mini-camping zelf een modern en goed onderhouden sanitairgebouw, van alle gemakken voorzien. De groene en ruime standplaatsen voorzien u van uw privacy en de gemoedelijke sfeer zorgt voor een comfortabele tijd bij ons op mini-camping Gravenkasteel. Kom en ontdek het zelf.”

We zijn gekomen en hebben het zelf ontdekt! De thermostaat thuis op 12 en gaan met die banaan. Alleen zitten er tussen Lichtenvoorde en Gastel een paar kilometers en dat worden er alleen maar meer als je nog een omtrekkende beweging naar Obelink in Winterswijk maakt. Gelukkig konden we daar ook ons “middagmaal” naar binnen werken, nadat we een paar noodzakelijke boodschappen hadden gedaan (hadden bijna allemaal te maken met poep en pies, maar dat terzijde).

Over de reis naar het Brabantse valt niet zoveel te zeggen, bekende snelwegwerk (A18, A12, A50, A2) tot een eindje achter Eindhoven en daarna de binnenlanden in. W voor het grootste deel met de oortjes in en Spotify aan, behalve op die momenten dat we zinvolle gesprekken voerden over de acceptatiewaarschijnlijkheid van Scrabblewoorden als “spatlaplengtebeslissing” en ziektekostenverzekeringspasjes”. Nog even werd het heel serieus toen we al babbelend en googelend tot de ontdekking kwamen dat het skelet van een volwassen mens uit ongeveer 206 botten bestaat. Een baby heeft er veel meer! Wel 350 botten. Bij het ouder worden groeien een aantal botten aan elkaar, vandaar dat je als je volwassen bent minder botten hebt. Mijn suggestie dat een man één botje meer heeft, werd door W als belachelijk afgedaan en ik kreeg een heel verhaal te horen over zwellichamen, bloed dat naar bepaalde delen van het lichaam trekt en meer van dat soort spannends. Je merkt: voor je het weet ben je op de plek van de bestemming.

Een warm welkom op de camping met koffie en cake, installeren en meteen op de fiets voor een verkennend rondje. W had een leuke (korte) knooppuntenroute in het informatierek gevonden, makkie dus. Helaas: op het papiertje stonden meerdere routes en als je dan op een bepaald moment de knooppunten van route 3 volgt, terwijl je 2 moet hebben, kom je maar zo in Weert uit. Over slaafs “knooppuntenvolgen” gesproken. Och, Weert is ook mooi en uiteindelijk kwamen we via België weer na een kleine 35 kilometer op de camping aan. Weliswaar een beetje verkleumd, maar het beloningsbiertje (Budels) was nog kouder.







V: 171.653; A: 171.851

rijtemperatuur 11 – 13 graden



wifi-index: kpn 4G 92 %

svr minicamping gravenkasteel; code campercontact 9147; 
€ 18,50 per nacht all-in