Afscheid van Bétera en Valencia. We komen ongetwijfeld nog eens terug. Heb in mijn vorige bericht wel het wapen van Valencia getoond, maar de vlag ontbeekt. We maken het bij dezen goed.
zondag 7 april: @ l’ampolla
Een kleine 200 kilometer moesten we afleggen om van Bétera in l’Ampolla te komen. Eerst nog even een ommetje want Puzzel had dringend een slokje nodig en het tankstation voor de autosnelweg was gesloten. Tanken langs de autovia kost een paar cent, dus even teruggereden naar Bétera. Je doet wat om een paar tientjes uit te sparen. Nog even een sinaasappelverkoper langs de N340 een paar kilo oranje lichter gemaakt (en hij ons 5 €) en toen de neus van het busje voornamelijk richting van-de-zon-af.
L’Ampolla ligt in het noordpuntje van de Ebro Delta. Dit gebied hebben we al een paar keer onveilig gemaakt. We komen er graag, ook al noemt W het gebied heel oneerbiedig “een polder met palmbomen”. De rivier de Ebro heeft gedurende miljoenen jaren zijn sedimenten afgezet in een delta die 22 kilometer in zee steekt en nog steeds aangroeit. 75 % van de delta bestaat uit landbouwgrond, zeg maar rijst en de overige 25 % is beschermd natuurgebied, waar vogeltjes het prettig vinden om te vertoeven.

Ook de camping van onze keuze hebben we al eens eerder bezocht, namelijk Ampolla Playa (code campercontact 54.843). We waren hier voor het laatst in maart 2016 maar kenden het bijna niet terug. De plek is bezig een grote-mensen-camping te worden: het sanitair is vernieuwd, er is een groot zwembad (buitenbad, dus nog niet open) en een beachbar/restaurant bijgeknutseld. Nog steeds aan de boulevard met aan de andere kant van de weg de Golf van Sant Jordi, zo’n leuk stukje Middellandse Zee. Volgens de boekjes “een kwartiertje lopen naar het dorp”, wij deden er met de fiets 12 minuten over; dus: of de boekjes hebben het niet goed, of wij maken een verschrikkelijke omweg.
Niet ver na de middag konden we een leuk rondje lopen door de Olles, een natuurgebied vlak bij de camping. Af en toe was het wat drukken tegen de wolken om het zonnetje te voorschijn te toveren, maar dat lukte. La Bassa de les Olles is met 54 ha de kleinste lagune van de Ebrodelta en we vinkten meteen al flamingo’s, zwarte ibissen en zilverreigers van ons lijstje af. Het bier en de koffie in het strandtentje-dat-niet-aan-het-strand-staat smaakten weer uitstekend en ook het zeer vreemde bord (niet repareren wanneer het apparaat in werking is, of zoiets) stond na drie jaar nog steeds op dezelfde plek, zij het alleen een beetje gedeukt. De 10.000 stappen weer ruimschoots gehaald.
Over borden gesproken: er is toch iets mis met onderstaande plaatjes? Volgens mij mogen honden hier niet aan de lijn en mag je absoluut geen vuilnis in de prullenbakken gooien.
V: 131.383; A: 131.586
Rijtemperatuur: 15 – 22 graden; tegen zessen een klein regenbuitje.
maandag 8 april: fietsen door de delta
Ergens tussen tien en elf naar bed en tussen acht en negen de volgende ochtend weer wakker worden: je zou zeggen dat we voldoende slaap krijgen. Niet dat W dan onmiddellijk uit bed stapt. Ze moet eerst haar kopje Kermit-de-Kikker-water hebben (zelf noemt ze dat groene thee). Tegen tienen ontbijten en daarna kan het “programma” beginnen. Fietsen vandaag! Voor W een huurfiets van de camping en voor mij de elektrische fiets waarvan nog maar één versnelling (de zwaarste) het doet. Het werden 35 kilometertjes door de inmiddels geploegde landerijen.

In deze tijd van het jaar maken de landbouwvelden nog een grauwe indruk. Eind van deze maand wordt het land onder water gezet en de rijst geplant. Van mei tot augustus groeit het gewas en kleuren de velden felgroen. Wanneer de velden okergeel kleuren wordt het tijd om de rijst te plukken. In de sloten en de meertjes tref je veel gefladderte aan, zeg maar Avifauna in het groot. In dit gebied komen alleen al negen soorten flamingo’s voor. Na wat opzoekwerk konden we ook de steltkluut determineren.
Naast het verbouwen van rijst zorg(d)en jacht en visvangst voor aanvullende inkomsten.

Het haventje van Illa de Mar kan wel een opknapbeurtje gebruiken.
Het beoogde doel, de witte vuurtoren Far del Fangar, op het schiereiland Fangar (beschermd natuurgebied van 400 ha) hebben we niet gehaald: de laatste 5 kilometer zouden we moeten lopen. Terzijde: op dit schiereiland is in 2007 de domme speelfilm Sahara opgenomen. Korte inhoud: een Afrikaans dictator wil vanuit de woestijn met nucleair afval het ecosysteem van de aarde verwoesten. Er was een tijd dat ik smulde van dit soort films.
Temperatuur: 20 graden max. Een paar keer wat druppelwerk, maar niet tijdens het fietsen.
dinsdag 9 april: autorondje ebrodelta
Besloten een exta dagje aan het Ebrodeltagebeuren te knopen. De weersvoorspellingen voor Noord-Spanje en het zuiden van Frankrijk zijn niet zo best. De dagelijkse satellietfoto van Meteofrance (9 april om 12:08; deze keer gemaakt door SUOMI-NPP) die we later op de dag konden zien, gaf ons helemaal gelijk. Een beetje teveel wind en een lege voorraadkast deden ons besluiten een rondje delta met de camper te doen. Intussen konden we ook nog even liddelen, lidl-en of lidlen; volgens W mogen alle drie versies gebruikt worden aangezien het geen bestaand werkwoord is. Ik geniet elke keer van dit soort diepgaande gesprekken.
Na Deltebre was Riumar aan de beurt. Riumar is een waar paradijs voor mensen die een rustige strandvakantie zoeken: mooi strand, schitterende boulevard, geen hoogbouw en je hoeft er niet van honger en dorst om te komen. Nu maakte het dorpje een beetje een uitgestorven indruk en werd er veel “groot onderhoud” gepleegd. Een kleine twee kilometer terug ligt Illa de Buda, ten minste de haven aan de noordzijde van de Ebro. Een kleine toeristenval met souvenirwinkeltjes, rondvaartboten en schippers die graag met je op zee willen vissen. Ik kon de verleiding weerstaan een spaarpot in de vorm van een lieveheersbeestje te kopen (er was wat overredingskracht voor nodig).

De rivier de Ebro verdeelt de Delta in twee helften. Alleen bij Deltebre is er een brug over het water (de volgende is bij Amposta een kilometer of 11 verder). Het volgende punt op ons lijstje lag aan de zuidkant van de delta, dus mochten we de brug bewonderen. Busje geparkeerd op camperplaats Casa de Fusta en vervolgens een leuke wandeling naar een observatietoren gemaakt. Ja zus: opnieuw de 10.000 stappen gehaald. W is er heilig van overtuigd een roerdomp gezien te hebben, hetgeen overigens best mogelijk is: de fladderaars worden hier regelmatig gespot. Via de Platja del Trubacour met veel kite-surfers en nog meer flamingo's terug naar de camping.
V: 131.586; A: 13.587
Temperatuur: 17 – 22 graden.
Nog een (passend?) citaat uit “Reize van Londen naar Genua” door Giuseppe Maria Antonio Baretti, waarvan ik inmiddels na deel III ook deel I heb opgespoord. Deel I gaat over Engeland en het begin van het verslag over Portugal.
“Wy bezitten nimmer kennis genoeg; wy moeten gestadig trachten om ‘er zo veel van op te leggen als we kunnen. Ieder ding heeft bij gelegenheid zyn gebruik, en de geringste beuzeling zal, onverwagt, van dienst zyn in het spreeken of in ’t schryven, in ondicht of in dicht.”
Op jacht naar nog meer kennis stuurden we Puzzel richting Valencia, waar W bij Baja Bikes voor zaterdagmiddag een begeleide fietstocht had geboekt.
vrijdag 5 april: @ bétera

Na het nodige was- en plaswerk verlieten we de camping van de omgekeerde Brexit. Opmerkelijk hoeveel Britten na de zomer hun land verlaten en op camping Los Madriles de winter doorbrengen. En die echte Brexit: volgens een aantal Engelsen die we gesproken hebben komt die er nooit.
Een van de gevels van de buitenwijken van Mazarrón vertoonde het vertrouwde geel-blauwe logo, dus voorzien van allerlei prettige dingen die dit leven biedt in vaste en vloeibare vorm volgden we slaafs Ome Tom die ons gezwind over de autovia’s naar het noorden leidde. Murica, Elche, Alicante, Alcoy: we zagen ze in een flits voorbij komen. Puzzel mocht nog even tussen de grote jongens staan, omdat zijn gelukkige bezitters zo nodig moesten brunzen en de rest van de reis was het voornaamste gespreksonderwerp de betekenis van het opschrift dat we bij de parkeerplaats zagen: “¿Nada más? ¡Ni nada menos!” Waar een mens zich al druk om kan maken. We houden het op: “niets meer en niets minder”. Tja je weet: “Wy bezitten nooit kennis genoeg”!

Vast wennen aan andere weersomstandigheden: de zon maakte plaats voor een paar stevige wolkenpartijen waar ook nog het nodige vocht uit kwam. We maakten er een gezellige huttenmiddag van op Camperpark Valencia in Bétera bij mijn vriendinnetje Rocio. De welkomstsangria was net zo waterig als altijd, maar W vond het “vreselijk lekker spul” en heeft beide glaasjes maar naar binnen gewerkt. Over opoffering gesproken!
V: 131.067; A: 131.383
Rijtemperatuur: tussen 15 en 22 graden.
zaterdag 6 april: fietsen door valencia
We hebben veel naar boven gekeken vandaag, niet dat Valencia niets anders te bieden heeft! Later op de dag bood MeteoFrance via een plaatje van METEOSAT11 (foto gemaakt om 11:00 uur) de toestand in de wereld aan en je weet waarom onze blikken veelvuldig naar het zwerk gingen. Wat waren die luchten trouwens mooi!
De metro leverde ons om half twee in hartje Valencia af en zo’n uur of twee hebben we via leuke pleintjes en straatjes oude herinneringen opgehaald. Tegen vieren werd ons een fiets aangemeten en mochten we onder de bezielende leiding van ene Femke de stad verkennen. Op één flinke bui (schuilen) en een paar verdwaalde spetters (poncho) na hebben we het droog gehouden. De dreigende luchten zorgden er voor dat we prachtige foto’s konden maken.

Voor mij was het de zesde keer dat Valencia werd bezocht, W moet genoegen nemen met een iets lager getal. En toch: een begeleide fietstocht levert weer heel andere invalshoeken en andere verhalen op, bijvoorbeeld over de betekenis van de vleermuis in het wapen van Valencia. Er doen twee verhalen over dat beestje de ronde. De meest sappige is het verhaal van Jaime I van Aragon. In 1238. Toen Jaime (de J spreek je uit als een G) de stad (die al sinds 711 in bezit was van de Moren) belegerde, vloog op een bepaald moment een groene vleermuis zijn tent binnen. De beste man zag hierin een voorteken en ging onmiddellijk tot de aanval over. De Moorse bezetters vluchtten daarop de stad uit om nooit meer terug te keren. Jaime wilde zijn geluksbrenger, de vleermuis, bedanken maar heeft het beestje nooit weer gezien. Een minder romantisch verhaal vertelt dat de vleermuis is opgenomen in het wapen van Valencia als eerbetoon: vleermuizen aten de muggen van de rijstvelden van Albufera op.

Ook het logo van de plaatselijke voetbalvereniging (Valencia Club de Fútbol) bevat een afbeelding van een vleermuis. Dit beestje heeft een paar jaar geleden nog voor een flinke rel gezorgd. In 2014 klaagden de bedenkers van Batman de voetbalclub aan omdat hun vleermuislogo teveel op dat van de superheld zou lijken. Batman en Co had echter geen poot om op te staan: de voetbalclub voerde al sinds 1919 een vleermuis in haar logo, Batman verscheen pas in 1939 op het toneel.
Valencia zonder feest: dat kan niet! Toen we tijdens de fietstocht langs de kathedraal kwamen werden daar allerlei paso’s naar binnen gebracht. Het schijnt dat de 600e sterfdag van San Vincente wordt herdacht. In Valencia kijken ze niet op een heilige meer, dus de heilige Vincent kan er nog wel bij. Waarom Vincent op alle beelden een opgestoken vinger heeft kon onze Femke ons niet vertellen.
De Stad der Kunst en Wetenschappen was het verste punt van onze tocht. De futuristische gebouwen zijn ontworpen door Santiago Calatrava. Pikant detail: begroot op 300 miljoen Euro, uiteindelijke kosten 1,3 miljard. Het lijkt de Betuwelijn wel.
12.000 stappen (en de nodige fietskilometers) later konden we om negen uur nog aan het koken beginnen.
Weer een mooie dag met temperaturen tussen de 16 en 19 graden.
Na het actieve gebeuren in Granada werd het de hoogste tijd voor een paar dagen relatieve rust. W had van onze Deense buren op camping Suspiro del Moro vernomen dat camping Los Madriles in de omgeving van Cartagena zo’n fantastisch zwembad zou hebben, dus koers oost. De Costa Cálida (Spaans voor “warme kust”) ligt tussen de Costa Blanca (in het noorden) en de Costa Almería (in het zuiden). De havenstad Cartagena is de belangrijkste plaats aan deze kust.
dinsdag 2 april: van granada naar isla plana
Beetje achterhaald in deze tijd: contant afrekenen op een camping. El Suspiro del Moro wil graag klinkende munt en accepteert geen plastic geld. 2 Keer 18 € zorgt voor bijna een lege portemonnee. Gelukkig scheen de zon bij vertrek, dat maakte het leven weer een stuk draaglijker. Mooie foto weer op MeteoFrance (foto van de satelliet METOP-B, gemaakt op 1 april 21:43 u). De lichtvervuiling in het westen van Nederland is goed te zien (misschien moet je de foto even vergroten).
Hadden we zondag geruime tijd de A92 gevolgd, vandaag was het van hetzelfde laken een pak. In Guadix (net voor de splitsing van de autovia) nog even onze standaard hofleverancier bezocht (met dank aan de Lidl-app). Onder meer brood en sinaasappeltjes gescoord: de hoogste tijd voor een picknickbrunz op een grote P tussen de vrachtwagens.
Net na Guadix splitst de A92 zich, de hoofdroute buigt af naar het zuiden naar Almería, wij mochten de noordelijke tak volgen die onder de naam A92N richting Murcia gaat om vanaf de grens van regio Murcia plotseling A91 genoemd te worden. Bij Puerto Lubreras sluit de autovia aan op de A7 en via Lorca kwamen we bij Totana op de RM3 die ons naar Mazarrón bracht. Na het toeristengebeuren van Puerto de Mazarrón werden de weggetjes smaller, de huisjes lager, de wereld leger en arriveerden we uiteindelijk in Isla Plana. Voor 21 € per nacht wilde camping Los Madriles (code campercontact 19.411) ons wel herbergen.
Leuk plekje met uitzicht op de Middellandse Zee. De camping heeft twee zwembaden (eentje buiten en eentje binnen), beide gevuld met warm zout water van 28° opgepompt uit een bron. Het water wordt elke dag ververst. De foto van het zwembad is gemaakt op donderdag, het was de dag met de meeste bewolking.
V: 130.769; A: 131.067
Rijtemperatuur: 14 - 22 graden.
woensdag 3 april: @ isla plana
Een stukje wandelen; vandaag: bij de zee rechtsaf. Uitgestorven dorpje, bijna alles gesloten. Wel de verplichte 10.000 stappen gemaakt. W een beetje (veel) zwemmen en verder niets.
donderdag 4 april: @ isla plana
Opnieuw een stukje wandelen; vandaag bij de zee linksaf. Koffie gedronken in La Azohia. Een cappuccino (die geen cappuccino was) en een espresso voor € 2,50 samen. Weer de 10.000 stappen volgemaakt en al wandelend tot de ontdekking gekomen dat een pas van mij geen 70 cm is maar slechts 68. 't Is maar dat je het weet! Het geeft ook een beetje inzicht in de diepgang van onze wandelgesprekken. W nog een stukje fietsen en een beetje zwemmen en voor de rest: niets.
Ja, er werd wat regen verwacht en ja, het zou wat kouder worden. Niets weerhield ons ervan om af te reizen naar El Suspiro del Moro om vandaar uit Granada (opnieuw) onveilig te maken.
zondag 31 maart: @ el suspiro del moro
Hogaza campeón is ook goed te eten als het een dagje oud is. Vertaling? Ik hou het op “landbrood”. Het is een stevig bruin brood met veel zaden. Veel beter te eten dan het standaard stokbroodachtige stopverfbaksel dat ze hier bij de bakker verkopen. En met de verplichte sinaasappeltjes in geperste vorm ook achter de kiezen konden we eerst 130 kilometer of zo genieten van de A49, de Autovia del Quinto Centenario (genoemd naar de vijfde 100-jarige viering van de ontdekking van Amerika). Prima verbinding tussen de Algarve en Sevilla, tolvrij en het schiet lekker op.
Overigens weet je als je eenmaal in de buurt van Sevilla bent aangekomen wel hoe olijfbomen eruit zien. Weinig andere begroeiing te zien in het plattelandsgebied aan weerszijden van de autosnelweg. Na Sevilla werd het de A92 (ja: weer veel olijfbomen) tot vlak voor Granada, toen Ome Tom weer een schitterend binnendoorweggetje voor ons in petto had en we met een poep en een zucht op de camping “El Suspiro del Moro” aankwamen. Beetje regenachtig onderweg en de temperatuur kelderde uiteindelijk naar zo’n 10 graden in de buien, maar het bleef gezellig in ons busje: W de dopjes van haar walkman in de oortjes en ik turend naar het asfalt (en de olijfboompjes). Op naar het voormalig koninkrijk Granada, waarvan hieronder een kaart.

Een huttenmiddag dus toen we aankwamen; wel even een wasje draaien en onder een afdak proberen te laten drogen, want geen droger op de camping. Op internet een boek gevonden met als titel “Reize van Londen naar Genua door Engeland, Portugal, Spanje en Frankrijk” door Giuseppe Marco Antonio Baretti. Het is een reisverslag uit september en oktober 1760, Nederlandse uitgave 1773. Ik heb het deel gelezen dat handelt over Spanje. Het volgende zou ik over mijn reisblog geschreven kunnen hebben: “Nogthans behoeft gij mij voor de uitgebreidheid myner Brieven niet te bedanken, naardemaal ik veeleer schryf om de onaangename uitwerking te verdryven die myne reize op myn’ geest zoude kunnen hebben, dan met een oogmerk om leerzaam en vermaaklyk te zyn.”
Giusseppe vertelt ook zinvolle dingen, bijvoorbeeld de gevolgen van de ontdekkingen van de rijkdommen in de Nieuwe Wereld: “Het gevolg van dien rykdom voor Spanje was, dat de Soldaat zijn zwaard en schild ophing, de Landbouwer den ploeg verliet, de Kunstenaar zyne werktuigen weg wierp en de geheele Natie aan het dansen ging, en zich verlustigde met de schielyke voortbrenzels van haare magtige Wingewesten”.

Even later schaart hij de Katholieke Koningen (afbeelding Wikipedia) tot de domste mensen die Spanje heeft voortgebracht: door het verjagen van de Moren en de Joden kwamen grote landbouwgebieden in onder meer Andalusië en het achterland van Valencia braak te liggen en verdween veel knowhow naar het buitenland. Hij sluit het betreffende hoofdstuk af met de woorden “Welk een jammer dat de Spanjaarden niet wys zyn!”, waarvan akte. Giusseppe reisde met sjees en muilezels en legde 4 tot 10 mijl per dag af; hij liep ook urenlang terwijl zijn drie bedienden voor het bagagetransport zorgden. Wij doen het met een campertje; de vraag is alleen: wie is bij ons de reiziger en wie de bediende?
V: 130.376; A: 130.769
Rijtemperatuur: 12 – 18 graden; in regenbuien dalend naar 10.
maandag 1 april: 18.500 stappen door Granada
Stopverf als ontbijt. De bus naar Granada van 10.45 had maar tien minuten vertraging, maar gelukkig kennen ze in Spanje het begrip “vertraging” niet: alle tijden zijn slechts “indicatief”. Een stukje stappen van de busstop bij het Parque de Bomberos naar het centrum, waar de Touristinfo ons een plattegrondje van de stad en van de route van de Granada Tourist Bus kon geven. Een demonstratie van aanstaande bejaarden; wat we er van konden maken was dat ze op tijd wilden stoppen en vooral niet doorwerken. Eigenlijk hetzelfde verhaal als in Nederland. De pensioenleeftijd in Spanje klimt tot 67 jaar in 2027 (en is nu 65 jaar en 8 maanden), ontdekte ik via Google.
Doorstappen naar de kathedraal en de kapel waar de Katholieke Koningen begraven liggen en vervolgens op zoek naar een opstapplek van de hop-on-hop-offbus. Konden voor half geld mee, want bejaard: voor 4 € per persoon konden we vanuit het treinachtige geval de hoogtepunten van Granada zien en uitstappen op plekjes die bezienswaardig waren. Het Alhambra zijn we voorbij gereden, want in een grijs verleden al eens bezocht.

Heel verstandig hebben we ons naar stop 4 laten brengen en zijn door het Albaicín teruggelopen naar stop 3. Albaicín is de oude Moorse wijk en ligt op een heuvel (vandaar dus van 4 naar 3, want bultaf) tegenover het Alhambra, dat met de wijk is verbonden via een aantal bruggen over de rivier de Darro. Albaicín bestaat uit een doolhof van vele typische smalle straatjes en pleintjes en witgekalkte huizen. Het gebied rond busstop 3 (Plaza Nueva) kent de bekende toeristenstraatjes met originele dingen maar ook veel made in China. Op het Plaza Nueva stond opvallend veel politie. Op een bepaald moment werd alles hermetisch afgesloten en kwam uit het gerechtsgebouw iemand die pijlsnel in een kogelvrij autootje geladen werd. Drommen jongeren waren aan het roepen en gillen. W informeerde nog bij een aantal politieagenten wat er aan de hand was: de eerste sprak geen Engels (zei hij in vloeiend Engels) en de tweede noemde een naam die we niet thuis konden brengen. Gezien de leeftijd van het publiek moet het een of andere popster geweest zijn.
Het Albaicím en het Alhambra hebben we te danken aan de Nazaridynastie of de Nasriden. Zij waren de baas van het Moorse Koninkrijk Granada dat bestond van 1238 tot 1492. Overigens was dit gedeelte van Spanje al in 711 in Moorse handen. Het Alhambra is later (onder meer door Karel V) behoorlijk vertimmend. Ook in het Albaicím is men flink bezig geweest: vrijwel alle moskeeėn zijn “omgetoverd” tot christelijke kerken.
Onze volgende stop was bij de Mirador de San Cristobal (ook in de Albaicím), een mooi uitkijkpunt met een mooi gezicht over de stad en de regenwolken boven de bergen van Sierra Nevada in de verte.
Bij de Plaza de Toros vonden we dat we ver genoeg met het treintje “geboemeld” hadden. Stierenvechten, we zullen er nooit aan wennen. De meeste Spanjaarden denken er anders over. In februari 2013 heeft het Spaanse Parlement een wet aangenomen om het stierenvechten op te nemen in het cultureel erfgoed. Hierdoor wordt deze “sport” beschermd en het verbod in de verschillende regio’s omzeild.
W. vond dat het tijd werd voor een hapje eten. Uiteindelijk werd er iets op tafel gezet dat het best te vergelijken valt met de Nederlandse “Aardappel Anders”-ovenschotels. Aardappels, veel kaas, wat vlees erdoor gehusseld en gratineren maar. Vergeten om de Spaanse naam van het menu over te schrijven.
Via het treinstation (een kopstation met veel “Schienenersatzverkehr”, want werkzaamheden) via het universiteitscomplex teruggelopen naar het centrum, waar W nu gratis de kathedraal in mocht (vijf uur: kassa gesloten en zijingang open). Ik heb de kwaliteit van het doorsnee bankje in Granada getest: acceptabel).
Terug naar het Parque de Bomberos waar het wachten was op de bus van 18.30 uur naar de camping. We stonden er niet alleen, ook een Deens en een Frans echtpaar waren aan het wachten. Het werd een gesprek op hoog niveau: met de Denen was de voertaal een mix van Duits en Engels, dus een leuk gesprek. De Fransen spraken geen woord over de Franse grens, dus het gesprek met hen verliep grotendeels met handen en voeten.
18.500 stappen hebben we deze dag verzet, omgerekend 12,9 kilometer. Genoeg voor één dag. Wandeltemperatuur: 14 tot 18 graden; half bewolkt met af en toe een paar spetters. Het was weer een mooie dag!
Is het al onze terugreis? We hebben nog 2,5 week te gaan. De keuze die we gemaakt hebben is om via Spanje terug te gaan, de delen van Portugal die we nog zouden willen bezoeken zijn minder weerzeker dan de Costa’s van Spanje. Weerzeker (wat een vreemd woord eigenlijk, je bent toch altijd verzekerd van het feit dat er weer is?) betekent voor ons vooral droog en niet te koud. Bijgaande satellietfoto van MeteoFrance laat dan wel weinig bewolking zien maar geeft de temperaturen niet aan. Daarbij komt dat W heel graag Granada wil bezoeken. Ik ben er dan al wel geweest een paar weken geleden, zie http://berrynales.blogspot.com/2019/03/van-palomares-naar-granada.html en heb daar in 15.000 stappen de stad onveilig gemaakt, maar geen punt: er is nog genoeg te zien.
zaterdag 30 maart: @ isla cristina
Een rustig (en gratis) nachtje bij Mina de São Domingos. Blik geworpen op en foto gemaakt van het mooie stadje Mértola. Weinig van de stad gezien, alleen voor een tientje dure diesel getankt, omdat we anders de eerste pomp van Spanje niet zouden halen. Mértola was al bekend in de Romeinse tijd en werd later (in 713) door de Arabieren veroverd. Ruim 500 jaar later pikte koning Sancho II van Portugal het stadje weer af van de Moren en schonk het aan de Militaire Orde van Sint Jacob van het Zwaard, omdat ze zo fijn hadden meegevochten. De grootste bezienswaardigheid is het kasteel uit de 12e eeuw. We hebben er onderlangs gereden.
Van Mértola loopt een schitterende weg naar de Algarve: de N122/IC27 kronkelt door het heuvelachtige, vrijwel onbewoonde terrein langs de Spaans-Portugese grens met prachtige uitzichten. Af en toe zie je een olijvenboertje, een verlaten schuur of een klein dorpje, maar meer bewoning tref je er niet aan. Het feit dat je 60 kilometer lang geen benzinepomp tegenkomt langs een doorgaande weg geeft de verlatenheid goed aan. Nabij Castro Marim mochten we het laatste stukje naar Spanje gratis de A22 volgen, de tuibrug (geopend in 1991) over de Rio Guadiana over en was het weer “Portugal obrigado”.

De telefoon van W met de Lidl-app bracht ons feilloos naar de grootgrutter van Ayamonte en ome Tom zette ons vervolgens af bij camperpark Playas de Lux (code campercontact 69.876) waar we een mooi plekje konden scoren op de eerste rij, zodat we een geweldig uitzicht over de moerassen en Isla Cristina hadden. Deze camperplek bestaat nog maar een half jaartje volgens “Frank”, de eigenaar (ik neem aan dat hij in het echt Francisco of Fracesco heet). 10 € + wat voor de stroom, kabouterwctjes inbegrepen.

Een van de voordelen van deze camperplaats is dat hij pal aan een via verde naar Ayamonte ligt (7,5 kilometer) en een ander voordeel is dat je er een fiets kunt huren. Helaas voor W: zonder elektriek, maar voor 20 kilometer (ook nog eventjes naar Isla Cristina) is het voor een sportieve jonge meid van 65 best te doen. Nee, ik bood niet aan om te ruilen; had de fiets met 3 versnellingen in Portugal nog in mijn benen (en mijn hoofd) zitten. Spanje, dus buiten de bebouwde kom helmpje op (officieel). Vier-en-een-half jaar geleden stikte het hier van de vogels, nu was er een sporadisch drijfsijsje te zien; komt dat omdat we toen in oktober in dit gebied waren? Het was weer een mooie dag.
V: 130.261; A: 130.376
Rijtemperatuur: 12 tot 21°.