noordpolderzijl

noordpolderzijl

woensdag 11 maart 2015

fallas valencia 2


 
 Vrijdag 06 maart

Dit was een dag zoals elke dag zou moeten zijn, weliswaar een koud begin (-3 graden om acht uur buiten). Ondanks dat het zoemertje zachtjes op de achtergrond wat hete lucht had geproduceerd was de temperatuur binnen gezakt tot 8 graden). Het zal ongetwijfeld de komende dagen beter worden! Wel even schrikken toen ik tijdens de koffie de navigatie aan het instellen was: de sigarettenaansluiting van Chang knalde uit elkaar en was niet meer te herstellen (heb je met dat goedkope plastic). Och, met een kabeltje van het schoonmaakapparaat van mijn gehoortoestel gekoppeld aan de usb-poort van mijn tablet kreeg Chang een bypass en deed verder uitstekend zijn werk. Gelukkig dat we tegenwoordig beschikken over allerlei kabeltjes en opladers en dat sommige dingen ook nog uitwisselbaar zijn.

Strakblauw was het, de hele dag. Binnendoor naar de A75 net onder Clermont-Ferrand en toen de mooiste snelweg die ik ken afgereden, dwars door de Auvergne met elk ogenblik een ander uitzicht.

Een stop bij het Viaduc de Garabit. Dit viaduct (een spoorboogbrug) dateert uit de jaren 80 van de negentiende eeuw en is ontworpen door Eiffel (ja die van het torentje). De brug moest van gietijzer gebouwd worden, omdat er door de hier vaak aanwezige mistral geen beton gebruikt kon worden.

De A75 is geheel tolvrij, met uitzondering van het Viaduct van Millau over de Tarn; dacht dat het zo’n € 13,00 kostte met een campertje. Een volgende stop bij de Aire de Millau. Volgens mij zijn we er nooit eerder gestopt. Het viaduct is gereed gekomen in 2004 en is momenteel de hoogste brug (constructiehoogte) ter wereld. De bouwers mogen 75 jaar lang het viaduct exploiteren en ik neem aan dat ze wel uit de kosten komen.

Op naar Narbonne. Vanaf Beziers op de parallelweg (D6009), de oude N9: Pyrejongens vooruit, zee links en aan weerskanten van de weg de fruitbomen in bloei (zou het hier niet meer vriezen? We merken het vannacht wel). De buitentemperatuur tijdens het rijden oplopend tot een kleine 20 graden. De korte rokjes stonden weer op de bus te wachten (sommigen hadden zelfs een stoeltje meegenomen om het lange wachten te veraangenamen): we gaan immers weer richting Spanje; deze observatie is eigenlijk geheel niet relevant voor de rest van het verhaal.

De route die ik gereden heb kun je met een gerust hart het Nomadenpad noemen: erg veel campers op weg van Z naar N. Het schiet lekker op en op het stukje bij Millau na is het geheel tolvrij (en dat stukje kun je nog omrijden door het dal). Ik mag niets zeggen, rij namelijk ook tolvrij, maar dan van N naar Z.

Doorgangscamping in Salses gepakt. Salses ligt een km of tien voor Perpignan: autosnelweg en het spoor naast de deur, maar met de gehoorapparaten uit merk je er niets van.

V: 46.472; A: 46.917

Zaterdag 07 maart

Op naar Spanje: de Pyrejongens met de poedersuiker op hun kopjes eerst pal in het blikveld. Weer die uitbundige “kermis” bij de grensovergang rond Le Perthus. De diesel is nu niet meer noemenswaardig goedkoper in Spanje. Via Figueres en Gerona; dan de C25 naar Vic en vervolgens op de C14 naar het zuiden richting Reus. Volgens de kaart bijna allemaal groene route en dat was hij: bomen en bulten! Het wordt na een uurtje wel eentonig, maar de Spanjolen hebben de wegen goed voor elkaar. Opvallend is alleen dat er op grote stukken géén parkeerplaatsen zijn en dat je voor tankstations naar de lokale dorpjes verwezen wordt.

Het werd een echte Spaanse camping in Mont-roig del Camp: camping Miramar. Het uitzicht was gewoon geweldig: eerste rij met blik op zee. Tijd voor een beetje rust, even gewoon Zijn en de zon speelde daar een heel belangrijke rol in.

V: 46.917; A: 47.324

 
 
 
 
Zondag 08 maart

Het is vanuit de camping een kilometer of twee fietsen naar het dorp, waar de supermarkten niet allemaal geopend zijn, maar er wel eentje een brood voor mij had. Valt niet veel te beleven in dit gat, behalve natuurlijk het strand en de eettentjes. Om 11 uur ’s morgens zaten de meeste terrasjes (in de zon) al vol. Je kunt er ook niet echt een fietstochtje maken, tenzij je van een drukke verkeersweg houdt of de uitgestorven dorpsstraatjes wilt bekijken. Het leven speelt zich af aan weerszijden van de N340.

Het sanitair op deze camping is overigens ronduit smerig. De douches zijn erg primitief met plastic gordijntjes en haken om je kleren op te hangen ontbreken. Gelukkig was het water warm. De helft van de toiletdeuren kan niet op slot en de afwasbakken zijn in maanden niet schoongemaakt. Ik ben goed in het opsparen van vuile vaat, dus dat komt wel een keer goed. Maar eens een leuke recensie schrijven op de Acsi-site.

In de middag liep de camping leeg: de Spaanse gasten moesten natuurlijk weer naar huis. Stond in mijn eentje op de toerplekken.

Maandag 09 maart

Bewolkt en frisjes. Volgens Eltiempo.es schijnt meer naar het zuiden het zonnetje, dus het besluit is snel genomen: en route. Dan maar een dag eerder dan begroot in Valencia aankomen. Het wordt een routecombinatie van allereerst de N340 en A7 langs de Ebrodelta. Na de Ebrodelta de eerste sinaasappelboompjes, daar doen we het allemaal voor. Daarna iets verder van de kust af de CV10, voor een groot gedeelte vierbaansweg. Om 11 uur ’s ochtends een groots opgezette alcoholcontrole, toeristen mochten gewoon doorrijden.

Laatste stukje kruip-door-sluip-door naar Bétera, waar Roosje van Valencia Camper Park me als een oude bekende begroette. Wel twee Euro duurder geworden sinds oktober. In het zonnetje met een biertje en een siësta. Het is hier goed Zijn. Na het eten de uitgebreide afwas maar eens gedaan.

V: 47.324; A: 47.562

Dinsdag 10 maart

 Dankzij een uitstekende internetverbinding (in ieder geval overdag) begonnen met het acht-uur-journaal van maandag, gevolgd door Nieuwsuur; zo blijven we een beetje op de hoogte met het Nederlandse gebeuren. De bakker komt niet meer voorrijden, maar vanaf 09.00 uur is er brood te krijgen in het restaurant. Tegen 11.00 uur maar eens met de metro naar Valencia, maar net gemist en dus moeten wachten tot 11.55 uur. Op dit moment van de dag gaat er maar één trein per 50 minuten of zo. Och: wachten hoeft ook geen ramp te zijn in het zonnetje.

Feest in Valencia, terwijl de eigenlijke Fallasfeesten nog moeten beginnen. Het werd voller en voller voor het gemeentehuis op het Plaça de l’Ajuntament/ Plaza del Ayuntamiento. Om tien voor twee knalde het lied Valencia door de luidsprekers (en dan niet de Nederlandse versie met “waar de sinaasappels groeien in de bloedhete zon”, maar ik neem aan de originele Spaanse versie) en om twee uur knalde het vuurwerk los. Geen siervuurwerk zoals we dat in Nederland gewend zijn, maar knalvuurwerk (buskruit?): steeds harder en harder, zodat de vullingen bijna uit je kiezen knalden. Het schijnt de Mascletà te heten en vindt van 1 tot 19 maart dagelijks plaats. Het zijn rare jongens die Valencianen.

De Fallas is eigenlijk het feest van het begin van de lente en vindt zijn oorsprong in het verbranden van de houten planken met kaarsenvet waar in de wintermaanden (in de donkere dagen) bij gewerkt moest worden. In latere jaren is dit feest uitgegroeid tot het verbranden van grote sculpturen van papier-maché, hout, piepschuim. Ik zag er vandaag een paar “in aanbouw”. Dat verbranden heet de Cremà (nacht van de 19e  op 20e maart) en je raadt nooit wie de hoofdsponsor is van de Cremà! Amstel.es!

De laatste twee foto's geven de lucht aan tijdens de eerste knallen en na het laatste "schot".
Het was één groot feest vandaag in Valencia, alleen: druk, drukker, drukst. Dus op tijd weer met de (overvolle) metro terug om nog wat quality time te hebben in het zonnetje.

Woensdag 11 maart

Een dagje niksen, of eigenlijk: hard werken. Om tien uur hing de was al aan het rekje en had ik het journaal, Nieuwsuur en twee gebakken eieren al achter de kiezen. Tijd voor het bloggebeuren, beetje poetsen en op de fiets naar Bétera om boodschappen te doen bij de supermercado.  En oeps: fiets ik me daar toch buiten de bebouwde kom zonder helm op, terwijl dat officieel verplicht is. Heb er gewoon niet aan gedacht. Maar gelukkig: drie politie-auto’s tegengekomen en geen enkele is gestopt voor de rare buitenlandse toerist op zijn elektrische vouwfietsje.

Men begint op een groot aantal plaatsen pionnetjes te plaatsen: gereserveerde plekken voor de Fallasweek, het zal ongetwijfeld erg druk worden. Op pionnenplekken mag nu nog maar voor één of twee dagen of helemaal niet gestaan worden. Er zijn nog een aantal plekken in de low-cost-zône buiten de poort.

 

donderdag 5 maart 2015

naar de fallas in valencia


Dinsdag 03 maart

Tik je het woord Fallas in, maakt de automatische spellingscontrole van Word er onmiddellijk fallus van. Och, wie weet wat ik in Spanje nog tegenkom.

Het leven is goed: de kachel snort op drie, dat betekent een aangename 20 graden in het busje. Het wordt langzaam maar zeker donker hier bij Sjakie van de chocoladefabriek in Verdun. Dragees Braquier maakt de plaatselijke versnaperingen en stelt haar parkeerplaats ter beschikking voor een gratis overnachting van het nomadenvolk (voor de camperaars: campercontactcode 12225). Geen voorzieningen, maar gratis en rustig. Het loopt tegen zevenen en we staan hier met twee mobiele huisjes. Je mag de bonbons kopen (en dat zal de achterliggende gedachte wel zijn), maar dan moet je wel veel flappen meenemen. Mijn moppie moet het maar met een appel doen, of ben ik nu zo’n typische Nederlander?

Het was vandaag een relaxed ritje via de A12, A50, A73  en A2 naar Maastricht. Niet de kortste route vanaf mijn huis, maar leuker om te rijden dan de route door het Ruhrgebied. Brunzen met gebakken eitjes net voor Maastricht. Daarna vond Chang dat de weg dwars door Luik interessanter was dan de Ring om Liège heen en geef hem eens ongelijk. Op de snelweg door de Ardennen kon ik nog genieten van wat sneeuwrestanten aan de kant van de weg: je zit dan ook op 650 meter hoogte.


 
In de aanloop naar de camperplaats kwam ik de afslag naar de slachtvelden van Verdun tegen: een groot gebied met veel monumenten, waarvan ik er maar een paar bekeken heb. Erg indrukwekkend en deprimerend, ondanks de zeer rumoerige Franse en Duitse schoolklassen op hun verplichte (?) schoolreisje. De uitgestrekte velden met witte kruisen maken altijd weer een verpletterende indruk.

Jammer dat de vloeibare zonneschijn (geintje uit Ierland) het niet mogelijk maakte om op het fietsje Verdun te bekijken. Morgen nieuwe kansen op nog meer prijzen! En zo niet: het boekje met “en ook dat hebben we gemist” heeft nog vele blanco pagina’s.

Een of andere Franse radiokabaalzender moet het gemis van de Wereldomroep goed maken. Och wat was het vroeger leuk: in de rij staan om girocheques in te wisselen, vervolgens in de rij staan voor de telefooncel en ’s morgens luisteren naar het weerbericht en de oproepberichten op de Wereldomroep. Zelfs de mededelingen voor land- en tuinbouw (vaste prik om half een ’s middags) bestaan niet meer, maar nu dwaal ik af.

Het eten is gedaan, de afwas niet (sparen we op tot de eerstvolgende camping over een paar dagen). Weet niet of ik het nog negenen zie worden vanavond: het was erg vroeg vanmorgen en een kleine 500 km gaat je ook niet in de koude kleren zitten.

V: 45.433; A: 45.912

Woensdag 04 maart

Nooit geweten dat Verdun aan de Maas ligt, mocht er vanmorgen van Chang-Chang door heen. Vannacht met twee campers op het terrein van Sjakie gestaan. Drie dekbedden, toen werd het behaaglijk en dus tien uur geslapen.
 
Van Verdun naar Bar-le-Duc loopt de Voie Sacrée. In de Eerste Wereldoorlog vervulde deze weg een belangrijke rol, het was de aanvoerweg voor de voorraden naar Verdun dat aan drie kanten omsloten was door Duitse troepen. De weg is sindsdien wel een beetje opgeknapt: je kunt er over het algemeen een aangename 90 km/u aanhouden. Langs de kant van de weg staan van die ouderwetse betonnen kilometerpaaltjes die een helmpje hebben gekregen (helmpje is te klein voor het paaltje, paaltje wordt wel nat).
 
 
 
 
 
 
Daarna via St. Dezier naar het Lac du Der (Air du campingcar Chantecoq nabij Giffaumont-Champaubert). Deze keer was het er erg rustig, we stonden er met vijf karretjes. In het najaar kon ik amper een plek vinden, maar ja: toen waren er ook veel meer kraanvogels (door W. en mij liefdevol “kruzen” genoemd). Gisteren op weg naar de camperplek een vlucht van zo’n 100 stuks gezien, ’s avonds kwam er een twintigtal over de camper vliegen. Het Lac du Der bestaat nog niet zo lang: het stuwmeer werd in 1974 aangelegd om de Marne te reguleren zodat de Fransen wat verder stroomafwaarts droge voeten bleven houden. Ik mag barsten of niet: de keren dat ik er geweest ben was het altijd stervenskoud. Nu stond er ook weer een windje dat er voor zorgde dat je niet te vaak je neus buiten de deur moest steken.

V: 45.912; A: 46.030

Donderdag 05 maart

Het pokkeneindje van gisteren moest gecompenseerd worden met een lange rit vandaag. Anders komen we nooit op tijd voor het feestje in Valencia. Vanmorgen waren opa en de kruzen al vroeg op. Paar graadjes gevroren vannacht, dus weer drie donsdekken en om 06.00 uur vanmorgen was het welgeteld twee graden in de bus. Een paar kraantjes zien vertrekken en om zeven uur (na de koffie) kachel uit en motor aan.

Eerst de bekende weg via Troyes naar Auxerre, daarna de A77/N7 naar La Charité en Moulins om vervolgens verrassend via de N209 en de D906 naar Vichy en Tiers te tuffen. De N7 was vroeger (voor de aanleg van de autosnelwegen naar het zuiden) de aangewezen weg om van Parijs naar de Middellandse Zee te tuffen (en dan nog het liefst in een lelijke eend). De Route Nationale 7 heet dan ook wel de Route des Vacances. De oude luister is weg, er liggen veel verkommerde restaurantjes aan de kant van de weg. Ach ja: de autosnelwegen brengen je sneller bij de zon.

Chang-Chang geeft de voorkeur aan DOOR een stad te rijden in plaats van ER OM HEEN. Zo zie je wel meer van de wereld, maar het is doodvermoeiend. Toch de komende tijden maar meer letten op AUTRES DIRECTIONS.

Sta nu op camping “Le Montbartoux” in Vollere-Ville voor elf Euro (daarvoor hoef je geen bonnetje te verwachten), maar wel all-in, dus inclusief wifi. Beetje rommelig, maar alle voorzieningen zijn oké. Tijd voor onder meer de afwas van drie dagen en een douche.

 V: 46.030; A: 46.472

Februaritripje 2015: Tolkamer en Delft/Rotterdam


Even een koude douche. De startaccu was leeggeraakt in de stalling. Natuurlijk een beetje dom: er zitten wat sluipverbruikers in de bus. Voor de volgende stallingsperiode toch maar maatregelen treffen: afkoppelen of een druppellader of zo. Weer wat om de komende maanden uit te zoeken. Een paar noodzakelijke ritjes gemaakt om de accu goed op te laden (en vooral ook omdat het geinig is om een eindje te rijden).
Zaterdag 14 februari

W. heeft vakantie, dus een uitstekend moment om eens te experimenteren met OBBB in de “winter”. Gasbussen weer aangesloten (moeten er voor de stalling uit: pokkenwerk!) Op naar de Europakade in Tolkamer: een cadeautje deze dag, namelijk stralend weer, al staat er wel een akelig koud windje. Maar zoals bekend: er bestaat geen slecht weer, alleen maar slechte kleding. Lunzen in Tolkamer en daarna een eindje gefietst. In Elten kwamen we midden in het kindercarnaval terecht. Het laatste stuk op de Rijndijk bij Spijk hadden we de zon voor en de wind achter (en dan nog met trapondersteuning): zo hoort fietsen te zijn! Daarna (inmiddels half vijf) de kachel aan en werd het erg behaaglijk in de camper. Het was erg druk met de boten op de Rijn. Overigens ook met ook de campers: er was nog één plekje vrij ’s avonds.

V: 44.586; A: 44.640

Zondag 15 februari
Tien uur geslapen deze nacht. De kachel op standje één laten staan, dus het was vanmorgen om acht uur een “behaaglijke” tien graden. Wel veel condens op het voorraam, dat wordt een trekkertje aanschaffen. Poppie kon het aardig volhouden in haar nestje, dus het duurde even voor we het ontbijt achter de kiezen hadden en “en route” waren. Toch wel weer even aan de vertrekroutine wennen: er stond een keukenlade open, dus een paar honderd meter moest dat probleem eerst verholpen worden. Goed: beter een keukenlade die kleppert dan de inhoud van een koelkast die door de bus lazert.

Na het pontje van Pannerden over het Pannerdens Kanaal (is dat niet gewoon de IJssel?) de A15 op en via Rotterdam naar de Abtwoudse Hoeve in Delft, waar we een warm welkom kregen van John en ons mochten installeren op onze “vaste plek” op de Schinkel. Beetje ver lopen naar de sanitaire voorzieningen omdat er ’s winters maar één toiletgebouw open is. Nog anderhalve bus gas, deze week maar eens kijken wat het verbruik “in de winter” is. ’s Middags een fietstochtje naar Delft voor een diepte-investering: wc-blokjes (twee keer € 1,00) en een raamtrekkertje (€ 0,99). Toeristisch terug.

V: 44.640; A: 44.785

 
 
Maandag 16 t/m vrijdag 20 februari

Onze tweewekelijkse oppasdag op kleinzoon Q. in Delfgauw is in verband met “mantelzorgomstandigheden” uitgelopen tot een weekje. Niet alleen oppassen en koken maar ook nog veel vrije momenten. Lekker weer, wel koud, maar goed om te fietsen.

 
 
 
 
 
 
 
 
Op donderdag een uitje naar Rotterdam: het is wel opvallend dat we veel buitenlandse steden door en door kennen en maar een oppervlakkige weet hebben van bijvoorbeeld Rotterdam. Tijd om deze dag het nieuwe Centraal Station en de markthal op het Blaak te bewonderen. Gelukkig stopt buslijn 40 van Delft naar Rotterdam Centraal bijna voor de camping. Wordt tramlijn 19 van Delft naar de TU ooit doorgetrokken naar Rotterdam?

Weinig weet, dat is het. Zo wist ik bijvoorbeeld niet dat Rotterdam pas vanaf 1953 een soort Centraal Station had, tot die tijd eindigden en begonnen de lijnen op een viertal stations buiten het centrum. Het nieuwe station (geopend in 2014) hadden we al wel een paar keer in allerlei stadia van opbouw gezien maar nog nooit “echt af”. Mooi staaltje werk.

Zo wist ik wel dat er in Rotterdam sprake was van de bouw van een markthal, maar niet dat het zo’n enorme kolos was geworden. Prachtig overigens dat dak. Natuurlijk op de Blaak ook nog even de kubuswoningen bewonderd en na de koopboog moesten we natuurlijk ook even naar de koopgoot.

Retour thuis met kilometerstand 44.960.

De halve bus gas was donderdagmorgen “aan zijn einde”.

epiloog najaarsreis 2014


De 64 tulpen konden niet in één vaas, alweer een jaartje ouder en tijd om nieuwe plannen te maken. Overigens: rozen worden in die aantallen waarschijnlijk te begrotelijk en ik moest het doen met één grote kaars op de verjaardagstaart, maar ik dwaal af. Voor we aan de nieuwe plannen beginnen moet er allereerst nog een belofte ingevuld worden: een terugblik op de najaarsreis van 2014. Bij dezen (moet inderdaad met een N beste oud-collega’s!)

 
 
Bijna 7650 kilometers heeft obbb achter de kiezen in ongeveer zes weken tijd. Duitsland, Frankrijk, Spanje, Portugal, Spanje, Frankrijk en tenslotte België. W. was er tweeëneenhalve week bij, heel gezellig. Op gepaste wijze mijn pensioen ingeluid. En wat hebben we hiervan geleerd juffrouw Stemband? Allereerst dat mijn Miep-Miep volstrekt onbetrouwbaar was: als ik naar het mens geluisterd had, lag ik nu ergens neergestort op een snelweg omdat ik op een viaduct van haar links af moest slaan dwars door de vangrail. Ook was het volgens haar mogelijk om ergens in de bergen de veerboot te nemen. Ik noem maar een tweetal voorbeelden. Het schatje had er overigens geen schuld aan, want ze was al een paar jaar niet voorzien van een update. De oplossing: een Chang-Chang, het Chinese evenbeeld van de Nederlandse wondertjes der techniek, maar dan tegen afbraakprijzen (inclusief verzendkosten onder de honderd pietermannen). 7-Inch trucknavigatie die rekening houdt met hoogte, breedte en lengte. Het draait allemaal onder Primo op Windows CE. In het begin communiceerde het apparaat met de Nederlandse Marijke, maar die zei te weinig en vooral te laat. 100 Meter voor een afslag vertellen dat je naar links of rechts moet vind ik niet alles wanneer je met 80 kilometer per uur de weg onveilig maakt. Ik las op camperforum dat Vlaamse Sonja het een stuk beter deed en inderdaad (alleen overdrijft ze een beetje door alles een keer of drie te vertellen. Maar: ook dat went.)

Ten tweede: moeilijkheden met de telefoon. Het kreng wilde geen buitenlandse provider roamen (heet toch zo?). Vandaar dat ik in het eerste deel van de reis aangewezen was op campings met wifi om het contact met het thuisfront te onderhouden: er “huppelen” nog vier oudjes van rond de 90 rond en de man met de zeis kan onverwacht in Isfahan staan. Gedurende het tweede en derde deel was er de telefoon van W. Oorzaak van het telefoonprobleem: een defecte SIM-kaart, snel en gratis verholpen eenmaal terug in Nederland.

Ten derde: je sleept veel te veel mee op zo’n reis. Qua kleding kun je het niet voorkomen, immers: je weet niet wat de weergoden voor je in petto hebben. Wel heb ik 80% van de etenswaren ongebruikt de hele reis meegezeuld. En dan maar bang zijn dat je over het maximum toelaatbare gewicht heen komt. Een beetje reservevoer is oké, maar je kunt overdrijven. Dus een volgende reis alleen wat koffie mee.

Het meest is me echter opgevallen het verschil tussen de werkwoorden Zijn en Doen. W. heeft meer op met Doen (tenminste na half elf ’s ochtends), ik ben meer een Zijn-type: er gewoon Zijn (een beetje rommelen, koken, rondhangen) is genoeg en wanneer er wat gedaan moet worden moet het werkwoord Doen voorafgegaan worden door Niks of wanneer dat niet mogelijk is door Zo Weinig Mogelijk. Na 41 jaar echtelijke jaren en één jaar in zonde doorgebracht te hebben was dat al wel redelijk duidelijk, maar op zo’n reis Met en Zonder elkaar komt het zeer nadrukkelijk naar voren.

En dan de categorie Gemist en/of Vergeten. Eigenlijk maar één ding: een citruspersje. In Spanje en Portugal gooien ze je dood met lekkere sinaasappelen en dat voor een zeer laag prijsje (als je tenminste een beetje uitkijkt). Met een persje zijn die dingen gemakkelijk vloeibaar te maken. Dan het aanvullende vermaak: op alle camperplekken en campings zie je al heel vroeg op de dag de deuren dicht en de schotels omhoog gaan. Tot heden toe heb ik een tv niet gemist. Misschien wordt het anders als we in de toekomst wat vaker en langer op reis gaan. Misschien ter overbrugging iets met een DVD-spelertje of zo. TV op het tablet zie ik zo één-twee-drie niet gebeuren. Er zijn nog maar weinig campings waar gratis of betaalbare WIFI aangeboden wordt en dan nog houdt het vaak op met wat mailen en eenvoudig surfen en skypen.

En dan OBBB (opa Berry’s Blauwe Busje), door moppie ook genoemd OBBS (opa Berry’s Blauwe Schatje). Glansrijk de reis doorstaan. Nu hadden we voor de reis al gezorgd dat er 8.000 km meer op de teller stond dan toen we dinges aanschaften, dus er was al sprake van “enige ervaring”. Geen bijzonderheden te melden, heeft zich goed gedragen. Het is natuurlijk wel een groot verschil of je met 130 pk de bult bedwingt of (zoals ons groene monster) met 178 pk en dan nog een duizend kilo minder gewicht. Overigens hangt in OBBB een tekening van het groene klotenbusje, een paar jaar geleden door schoonzus S. gemaakt. Het groene gevaar zal nu wel ergens in Polen rondrijden.

Ook heb ik nog nooit uitgeprobeerd hoe lang ik met mijn zonnepaneeltje zelfvoorzienend kan zijn, heb altijd na twee dagen wel de kriebels gekregen om en route te gaan. Overigens wordt er niet zoveel stroom verbruikt: een beetje lampjes, wat voor de waterpomp en een ietsjepietsje voor de regelpanelen, daarmee houdt het ook wel op. De vele opladers die we bij ons hebben worden alleen gebruikt op campings, wanneer we aan de paal hangen. De omvormer heb ik tot heden toe alleen tijdens het rijden gebruikt.

Tijdens de reis heb ik een halve bus gas (de helft van 11 kilo) verbruikt om praktisch elke dag te koken, de boiler te gebruiken en een aantal dagen voor de koelkast. De verwarming heeft deze weken niet gebrand. Op campings stond de koelkast aan de paal.

Tja en toen schoonmaken van buiten en van binnen en de stalling in, tot? Het voorjaar zal wel weer vroeg beginnen.


woensdag 5 november 2014

gelukkig hebben we de foto's nog (5)

 

 
woensdag 29/10: Salamanca

 
vrijdag 31/10: OBBB op de Ibaneta

 

 
zaterdag 01/11: Oradour sur Glane

 
keurig waterpas op blokken

 
zaterdag 01/11: camperplaats in Oradour

 
zondag 02/11: camperplaats aan het Lac du Der

 
maandag 03/11: het hellend vlak in Ronquieres
 

brief negen: 4 november 2014


En weer thuis. Wel even wennen. De kamer is wel een stukje groter dan de ”huiskamer” die ik de afgelopen zes weken tot mijn beschikking had, de eerste wasjes zitten alweer in de droogtrommel, dus tijd om het verhaal van dit reisje af te sluiten.

Maandag 03 november

De grusgrusjes (Latijnse naam voor de kraanvogels) vlogen iets voor half acht over de bus. Ik was net op tijd om zo’n duizend vogels voorbij te zien vliegen op zoek naar eten. Na de koffie werd het tijd voor de voorlaatste etappe. Via Reims naar Chalons-en-Champagne (de N4 en de D944). Vervolgens de A34 naar Charleville-Mézieres (het laatste stuk tot de Belgische grens is in ontwikkeling) en daarna de Belgische N5 naar Charleroi. Wat zijn die Belgen goed in het plaatsen van bordjes die aangeven hoe slecht de weg is en wat er allemaal mis kan gaan, soms met bosjes tegelijk. En de weg is slecht! Op naar het hellend vlak van Ronquieres. Een hoogteverschil van 68 meter in het kanaal wordt niet met sluizen overbrugd, maar de boten worden in bakken naar boven of beneden gesleept over “het hellende vlak”. Volgens mij kan het niet erg efficiënt zijn met maar twee bakken. Heel interessant, alleen jammer dat het gebeuren alleen aan de buitenkant viel te bezichtigen. Het panorama (een soort uitzichtsplatform was gesloten tot ergens in 2015. Waarom werd niet vermeld. Bij de site is een grote parkeerplaats waar je ook schijnt te kunnen overnachten, maar het was nog erg vroeg (half drie) en ik stond er in mijn eentje. Het stond me allemaal niet zo aan, ongetwijfeld zal het in de zomer drukker zijn. Dus op naar Sint Truien, zo’n anderhalf uur verder, daar zou volgens de Facile en Route een mooie camperplek zijn. Drukke stad en geen cp kunnen vinden. De P waarvan ik dacht “hier moet het zijn”, lag helemaal op z’n kop. Door naar Kortessem, een kleine twintig minuten rijden. Rustig plekje qua omgeving, alleen stond er een straffe wind.

Al weer de derde camperplaats op een rijtje, morgen maar eens uitgebreid douchen thuis. Maar och, ik ben opgegroeid in een tijdperk waarin je eens per week in een teiltje mocht en dan had ik nog het “geluk” dat ik de oudste was en er drie voor me mochten in hetzelfde badwater. Dus uitgebreide poezenwasjes moeten af en toe kunnen.
Over het weer zullen we het maar niet meer hebben.

Vertrek: 42.986; aankomst: 43.416

Dinsdag 04 november

De laatste etappe. Wakker geworden van de kerkklokken van Kortessem die om tien voor zeven uitnodigden voor kerkgang. Iets anders kan ik me niet voorstellen. ’s Avonds en ’s nachts heerlijk rustig bij de tennisbaan (te nat om een balletje te slaan?) Het voordeel van vroeg wakker worden is dat je vroeg kunt vertrekken. Miep was de baas vandaag. De autosnelweg op die net boven Maastricht op de A2 uitkomt, dan de A73 richting Venlo en daar de Duitse A40 op richting Duisburg. En dan in het Ruhrgebied de bordjes Oberhausen/Arnhem in de gaten houden. Het was druk en dan vooral de andere kant op, volgens mij stond er een file van ten minste 30 kilometer naar het zuiden, naar het noorden kon je goed doorrijden. In Bocholt de A3 verlaten en nog even in Rhede voor de laatste keer de tank volgegooid. Scheelt weer een kratje bier met Nederland.

Vertrek: 43.916; aankomst 43.649

De totale reisafstand bedroeg 7.646 kilometer.

De “evaluatie” volgt wanneer ik weer helemaal geacclimatiseerd ben.

brief acht: 2 november 2014


Zachte regendruppels op het dak van de camper, alle kraanvogels moesten voor het donker binnen zijn en dat was kwart voor zes! Geen zin in de afwas, dus maar eens kijken hoe lang de accu van mijn tablet het vol wil houden. Wijntje erbij, lampje aan en verzekerd van de veiligheid van 50 soms echt grote witte “jongens” naast me.

Woensdag 29 oktober

Op de fiets naar Salamanca, ook door de buitenwijken en juist die hadden we een paar jaar geleden niet gezien. Veel herkenningspunten in de binnenstad. Alleen de Plaza Major hebben ze omgetoverd tot een (antiek)boekenmarkt: duurt maar een maand, maar geen gezicht! Gisteravond brief zeven gemaakt, vanmorgen toen de camping leeg liep had ik een uitstekende internetverbinding, dus kon er gepubliceerd worden en ook nog foto’s geplaatst.

Donderdag 30 oktober

Grijs water lozen, betalen en vertrokken vanuit Salamanca bij een temperatuurtje van een graad of acht. Tot Burgos over de A62, daarna de N120. Graan, graan en nog eens graan (inmiddels wel gemaaid). Aan de bomen kun je nu goed zien dat het herfst is.

De Camino (de pelgrimsweg naar Santiago de Compostella) loopt vanaf Burgos voor een groot deel vlak langs de N120. Er zijn nog veel wandelaars op pad: groepjes, tweetallen en opvallend veel individualisten, vaak voorzien van een stok. Het lijkt me niet prettig lopen dit stuk, je loopt weliswaar over een wandelpad, maar op vijf meter afstand razen de vele auto’s je met een vaartje van 90 kilometer per uur voorbij. Ooit heb ik het plan gehad om ook naar Compostella te lopen, maar als ik deze condities zie ben ik blij dat het bij een plan is gebleven.

In Logroño werd het mistig, het werd ineens erg somber. Later om de middag klaarde het weer op en werd het weer een lekkere 23 graden op de A12 naar Pamplona. Vandaag de lange broek aangehad, nog wel met blote voeten in de sandalen. Gekozen voor camping Ezcaba in Pamplona. Om half zes duikt de zon achter de heuvels en dan gaat het met de temperatuur snel bergafwaarts.

Vertrek: 41.418; aankomst: 41.885

Vrijdag 31 oktober

Weer een “monsteretappe”. Om kwart over acht vertrokken in de nevel. Het eerste deel van de Pyreneeën was ook bedekt met een grijze sluier, alleen op de toppen boven de 800 meter had het zonnetje vrij spel. In Roncesvalles werd het weer strak blauw, zodat de Ibaneta – vlak voor de grens met Frankrijk - er weer vriendelijk bij lag. De laatste keer stond het groene busje op dit hoogste punt. Wel koud, OBBB werd bijna incontinent (laat namelijk het water spontaan lopen bij drie graden boven nul) en dat zou jammer zijn van de zestig liter die de schoonwatertank op dat moment bevatte. Af en toe een Camino-ganger, de pelgrims komen ook over de Ibaneta. Ging gisteren de spijkerbroek al aan, vandaag moest ik op zoek naar sokken en dichte schoenen. Vanaf St.-Jean-Pied-du-Port (het begin van veel Caminogangers en nog steeds een toeristenkermis) de D933 naar Bergerac en de N21 naar Perigueux. De kachel kon weer uit en de airco na een tijdje aan (wisselend tussen de 21 en 26 graden.

In Perigueux de keuze gemaakt om een eindje onder Limoges een camping te pakken. Het beoogde doel (Oradour sur Glane) was toch een brug te ver. Het werd camping Montréal in St. Germain les Belles. OBBS kwam er net voor het donker aan.

Vertrek: 41.885; aankomst 42.406

Zaterdag 1 november

Een feestdag in Frankrijk: Allerheiligen. Veel winkels zijn er dicht, maar de meeste supermarkten zijn ’s morgens open (net als op zondag). Maar een klein stukje rijden vandaag: naar Oradour sur Glane. Eigenlijk had ik er gisteren al willen aankomen, maar je kunt niet alles in dit leven hebben. Kon dus lekker laat vertrekken. Over een stukje van 73 kilometer heb ik wel bijna anderhalf uur gedaan: wanneer je Miep-Miep de opdracht “snelweg vermijden” geeft is het altijd dolle pret: ze weet de mooiste weggetjes voor je te vinden.

Op 10 juni 1944 hebben een aantal SS-ers Oradour in de hens gestoken en iedere inwoner mocht eraan geloven. De vrouwen en kinderen werden in de kerk gepropt en daar werd ook even een vuurtje gestookt. Het oude dorp is in de toestand van 1944 gelaten en is nu een soort museum, het nieuwe dorp is er vlak naast opgebouwd. Erg indrukwekkend en beklemmend.

De rest van de middag rustig in en uit het zonnetje doorgebracht op de mooie en gratis camperplaats van Oradour.

Vertrek: 42.406; aankomst: 42.473

Zondag 2 november

Nu weet ik ook waar die grafkaarsjes bij de Lidl in Spanje voor waren: het is vandaag Allerzielen. Weinig van gemerkt overigens. Om goed acht uur werd het gaspedaal voor het eerst ingedrukt en die werd om half vijf voor het laatst weer losgelaten: It’s a long way …

Eerst terug naar Limoges om daar de A20 naar Chateauroux op te pikken. Daar wilde Miep mij op de snelweg houden, maar je moet haar niet altijd haar zin geven. Ik besloot de N121 te nemen naar Bourges en Auxerre. Allemaal bekende namen en goede herinneringen aan vorige vakanties. Zo mocht ik de Creuse, de Indre en de Loire oversteken. Op naar Troyes en daarna allerlei kruip-door-sluip-door weggetjes naar het Lac du Der, om precies te zijn de gratis camperplaats bij Giffemont.

Het Lac du Der staat bekend om zijn kraanvogels in maart en november. Heb er zo’n duizend gezien tegen zonsondergang. Volgens mij is het voor de grote kraanvogelkermis nog een weekje te vroeg. Mooi plekje om volgend jaar met z’n tweetjes heen te gaan. En ja W.: het appartementje stond er nog.

Vertrek: 42.473; aankomst: 42.98