noordpolderzijl

noordpolderzijl

maandag 16 oktober 2023

nazomeren 2023 – 18: wintershopping

Gisteren bij de Lidl in Horst exact dezelfde fles wijn zien staan als die we in Spanje gekocht hebben: Barón del Cega Valdepeñas 2018. In Spanje normale prijs € 1,99, hier in Nederland in de aanbieding € 3,99. Opmerking van W: “Voor die prijs heeft de fles wel een hele lange reis moeten maken”. Prettige middag en avond: regen op het camperdak en een snorrende kachel. Wel om kwart voor tien al naar bed, twee lange reisdagen gaan niet in de koude kleren zitten, of met andere woorden: “Je wordt ouder papa, geef het maar toe”.


Even terzijde: zag gisteren op de parkeerplaats in Horst opvallend veel auto's staan met een Pools kenteken. Hoorde later van de eigenaar van de camperplaats dat de Polen,
 die in groten getale zijn neergestreken in Noord-Limburg en Oost-Brabant, sinds 2006 in Meterik een eigen parochie hebben. Nu gaan we het bij bijgaande foto even doen volgens het boekje: Door Loek - Eigen werk, CC BY-SA 4.0, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=120513522.


maandag 16 oktober: @ meterik bij horst (limburg)

Toch wennen aan het Nederlandse weer, of om met W te spreken: “Misschien hebben we vorige week wel de verkeerde windrichting gekozen”. Tja, waren we naar Murcia gegaan dan hadden we nu nog in korte broek en op sandalen rondgelopen. Kijk maar eens naar de twee plaatjes onderaan deze alinea en bepaal zelf maar welke afbeelding bij Horst hoort en welke bij Murcia. Je kunt het ook anders bekijken: van l'Estartit (waar we de neus van Puzzel weer naar het noorden gedraaid hebben) tot Murcia is het ruim 700 kilometer en dat moet je niet alleen heen, maar ook nog een keertje terug. Wat je ook beslist, eigenlijk is het altijd verkeerd. Hadden we in Murcia een tekort aan zonnebrandcrème gehad, hier missen we de handschoenen. Kiezen uit twee kwaden? Toch even snel de route omgedraaid: via de Action voor twee paar handschoenen en een muts. Had ook een winterjas aan, gelukkig meegenomen, anders krijg ik last van mijn scharnieren. W is niet zo'n dikke-jassen-drager, vind dat ze dan op een rollade lijkt, maar dat valt best mee. Bij mij is dat wat anders: met of zonder jas, het blijft gewoon dik. De slanke den ging in dikke trui en zomerjas op pad.



Onze fietstocht van vandaag ging door voor ons onbekend gebied met als einddoel de Deurnsche Peel, Mariapeel en Grauwveen. Een deel hoort bij Noord-Brabant en een ander deel bij Limburg. Samen een gebied van zo'n 2.750 ha en eigendom van Staatsbosbeheer. We dachten eerst: dat wordt aangeharkte natuur, maar dat viel reuze mee, zelfs een stukje baggeren door de modder. Samen met de nabijgelegen Groote Peel zijn het restanten van wat eens een uitgestrekt oerlandschap was van levend hoogveen. Voor het grootste deel afgegraven dus, slechts zand bleef over. In de Deurnsche Peel is tot in de jaren zeventig turf gewonnen, als je goed kijkt zie je nog wat resten, zoals turfputten.

Voor we zover waren mochten we dus eerst naar Horst voor een winterwinkelsessie en kwamen we langs een klein kapelletje, gebouwd door ene Frans Wijnen “uit dankbaarheid”. Dit godsdienstige ventje vond dat hij de Heilige Donatus moest bedanken omdat hij gespaard werd toen de bliksem vlak bij hem ingeslagen was terwijl hij op het land aan het werk was. Op het bijbehorende bord wordt gesproken over Sint Donatis, het is maar één letter, maar het moet echt met een U. Donatus is onder de heiligen de specialist tegen onweersoverlast. Onweer was vroeger (vooral op de boer) een punt van aandacht. Bij dreigend onweer overdag werd de boerderij vaak besprenkeld met wijwater. Was er 's nachts onweer, dan werden alle bewoners gewekt, verzameld rond de keukentafel en werd er gebeden. Door iedereen te wekken, stond men dan ook klaar om na blikseminslag het vee te redden.


De volgende highlight misten we op een paar meter: tegengehouden door iemand met een mooie V op zijn pak. We hadden dan ook niet echt de behoefte om € 39,50 per persoon neer te tellen voor Toverland, volgens kleinzoon Q het mooiste attractiepark van Nederland. Hij is niet de enige want het pretpark krijgt regelmatig een prijs voor “beste attractiepark” of “leukste uitje”. Best druk, maar het is dan ook herfstvakantie. Toverland pakt uit met het Halloweenthema (
“van griezelen met een lach tijdens spannende familieshows tot huiveringwekkende scares en bloedstollende experiences”). Citaat afkomstig van de website van Toverland evenals bijgaande foto. “Mis je niet een tochtje met de rollercoaster?” was mijn vraag aan W. Kreeg iets terug dat leek op al vijftig jaar één groot rollercoasteravontuur. Kan het mis hebben, had mijn gehoorapparaten niet in.

Na Helenaveen begon de route wat landelijk te worden. Tot die tijd waren het vooral fietspaden langs doorlopende wegen geweest. Ben je in Helenaveen, dan ben je in Noord-Brabant. Het dorp werd in 1853 opgericht door Jan van de Griendt die hier turf kwam steken. Hij liet een eigen kanaal graven, de Helenavaart. Een stuk van het gebied hier heet het Griendtsveen. Minstens zeven eeuwen lang, maar vermoedelijk veel langer, werd het veen van de Deurnsche Peel en de Mariapeel vanuit de omliggende Peeldorpen stukje bij beetje afgegraven. Wat overbleef was een moerassige heide met vennen. Pas in een erg laat stadium werden de laatste stukken natuur gered: in 1962 werden het Mariaveen en de Driehonderd Bunders aangekocht en in beheer genomen door het Staatsbosbeheer. Een jaar later gebeurde dit ook met de Horster Driehoek. In de Deurnsche Peel ging de vervening door tot omstreeks 1980. Toen in 1978 de laatste nog min of meer intacte stukken veen in de Deurnsche Peel werden bedreigd door grootschalige afgraving met draglines, werd de Werkgroep Behoud de Peel opgericht. Die club had succes en uiteindelijk werden het Grauwveen (in 1987) en de Deurnsche Peel (1984) aan Staatsbosbeheer overgedragen.

En toen kwamen we weer in Helenaveen terecht, tijd voor een (erg late) lunch. De koffie smaakte uitstekend evenals het “drieluik” van W (zie foto). Ik hield het bij friet met kroketten, altijd goed. Nog wat foto's geschoten in het plaatsje, maar het voert te ver om bij alles het verhaal te vertellen (iets met oorlog, razzia's en zo).





Opgewarmd en volgevreten konden we het laatste stuk van de tocht aanvaarden met als hoogtepunt de “Kameel van de Peel”, plaatselijk bekend als de “Kamiël van de Piël”. Hoort een beetje vaag verhaal bij: het monument herinnert aan een eenzame grove den in het vroegere, uitgestrekte Peellandschap. Deze boom diende als oriëntatiepunt voor de schaapsherders in de omgeving van de Peel. Door zijn kenmerkende vorm, die leek op de bult van een dromedaris, werd hij door de plaatselijke bewoners liefkozend “Kamiël van de Piël” genoemd. Het ijzeren kunstwerk (tevens uitzichtspunt, want je kunt de trappen op naar boven) moet deze drommedarisbult voorstellen.




En toen we bijna weer “thuis” waren mochten we een leuk eindje omrijden: afgesloten spoorwegovergang. De dichtstbijzijnde lag in America. Gaan we geen grappen over maken. Mooie tocht, bijna 60 kilometer. Onbewolkt, halfbewolkt en later geheel bewolkt. Temperatuur oplopend tot 12 graden. Met handschoenen aan en een muts op best te doen. We blijven nog een dag.




zondag 15 oktober 2023

nazomeren 2023 – 17: rood-wit-blauw maar nu horizontaal

Het rood-wit-blauw ingeruild voor opnieuw rood-wit-blauw, alleen is de stand van de kleurenbanen wat anders. Vaarwel douce France, welkom vaderland.


Kreeg een vraag van weet-niet-meer-wie: waar hebben jullie het zoal over als je aan het rijden bent. Antwoord is heel simpel: over heel weinig. W zit vaak met dopjes in de oren en heeft het fenomeen “luisterboek” ontdekt. Ik heb juist mijn dopjes niet in, omdat ik dan teveel geluiden van de bus hoor: wind en dakraam zijn vaak geen fijne combinatie. Het is niet de hele tijd stil hoor en soms hebben we ook diepgaande discussies. Neem nu vandaag: minstens een half uur gemijmerd over een eventueel verschil in de Franse woorden châtel en château. Wikipedia erbij, handig dat internet onder het rijden. We zijn er niet helemaal uit. Voorlopige conclusie een châtel is een kleinere versie van een château. Daarin werden we gestaafd toen we door Châlons-en-Champagne reden en een klein kasteeltje zagen met een groot bord ervoor: “Le Châtel”. Blijkt later (bij het zoeken naar een passende foto) op het bord te staan “Le Castel” en een kasteeltje van Marie-Antoinette geweest te zijn. Maakt niet uit: castel betekent ook kasteel. Even voor alle duidelijkheid: deze Marie-Antoinette is een andere Marie-Antoinette dan die we normaal bedoelen (Maria Antonia Josepha Johanna, in het Frans bekend als Marie-Antoinette, was de echtgenote van koning Lodewijk XVI van Frankrijk, en dus koningin van Frankrijk). Hier gaat het om Isabelle Marie-Antoinette, dochter van Eugène Napoléon-Cochery. Pappie liet in de jaren negentig van de negentiende eeuw (jazeker 1890 dus) dit kasteeltje bouwen voor zijn dochter. Het verhaal moet kloppen toch?

zondag 15 oktober: @ meterik bij horst (limburg)

Vanmorgen bij het opstaan net geen tien graden in de bus. Je raadt het al: een kachel heb je niet voor niks, al zijn de tijden wel veranderd.


Gisteren in Clamecy bij EleClerc nog even de tank volgegooid (€ 1,789 per liter). Schijnt dat België een paar dubbeltjes duurder is en in Nederland weet je het nooit. Luxemburg zeg je? Ligt niet helemaal op de route, dus kost tijd en brandstof zodat je er uiteindelijk helemaal niks mee opschiet. Een dag rijden, dus W begon al te mopperen: “Je gaat toch niet weer je hele blog vullen met domme wegnummers?”. Nee, zal me beperken! Hebben we gisteren tussen Auxerre en Troyes de N77 gereden, vandaag was een deel van de vroegere N77 aan de beurt. De N77 is tegenwoordig nog maar 78 kilometer lang. De oorspronkelijke N77 was aanzienlijk langer en verliep vanaf Nevers tot de Belgische grens bij Sedan over een afstand van 395 kilometer en over een lengte van ruim 300 kilometer dus omgenummerd tot D-weg. Het was fijn rijden over de D677 (departement Aube) en daarna D977 (departement Marne): lange rechte stukken tussen glooiende akkers door. W zei “Net Groningen”, maar geloof niet dat je in Groningen spreekt over een glooiend landschap. Af en toe een dorpje, waarbij ik verzuchtte “Hoe Frans kun je het hebben?”, waarop het antwoord van W was “Echte Franse dorpjes hebben een kerkklok die stil staat!”. Waarvan akte. Weer een heel ander niveau van gesprek dan dat geneuzel over kastelen. Verder veel gratis autosnelwegen of wegen die daar veel op leken. 

Frankrijk ging over in België. Als in andere landen een stuk weg kapot is repareren ze dat. In België plaatsen ze er alleen een bord bij “Route Degradée” bij en doen verder niets. Een grote ellende dat asfalt daar en de Belgen kunnen ook niet rijden. Bij de grens met Nederland werd alles beter, nou ja, bijna dan: de diesel werd duurder, de maximum snelheid ging behoorlijk omlaag en het begon ook nog te regenen.

Even groot inslaan bij de Lidl in Horst en vervolgens de camperplaats opzoeken. Camperplaats De Zandberg, centraal gelegen in Noord-Limburg in de gemeente Horst aan de Maas. Even voor de puristen: Horst ligt pas sinds 2001 aan de Maas, niet omdat de Maas een andere weg door het land heeft gekozen maar vanwege de gemeentelijke herindeling. Per 1 januari van dat jaar gingen de gemeenten Horst,  Broekhuizen en Grubbenvorst verder onder de gezamenlijke naam Horst aan de Maas. De Zandberg ligt dan weer in Meterik, een klein langgerekt dorpje van een kleine 1200 inwoners.

Misschien ken je Horst wel van het jaarlijkse foute muziekevenement 'We Like it Fout' die in de Mèrthal wordt georganiseerd. Normaal in het eerste weekend van oktober. Dit jaar niet: het feest dat elk jaar groter en uitgebreider werd valt niet meer te behappen door de relatief kleine organisatie. Uit een persbericht: Omdat we zelf geen genoegen nemen met kleiner of minder, in welke vorm dan ook, moeten we concluderen dat de organisatie voor nu niet haalbaar is."


Anders ken je deze omgeving misschien van de plaats “America”, ook onderdeel van de gemeente Horst aan de Maas. Bekend van twee grote recreatieparken van Center Parcs: het Meerdal en Limburgse Peel. Misschien nog bekender geworden door de band Rowwen Hèze die net als Boh Foi Toch in het plaatselijke dialect zingt. Niet zeuren: inderdaad twee verschillende dialecten. 

Wederom een rijdag. V: 202.634; A: 203.103. Rijtemperatuur: tussen 7 en 11 graden. Opnieuw alle vormen van bewolking gehad en (in Nederland) ook regen. Zon op/onder: 07:58/18:43 (gegevens Horst). We blijven hier, als het lukt een beetje fietsen en dinsdag naar een museum. Het regende, dus kon geen foto maken.

zaterdag 14 oktober 2023

nazomeren 2023 – 16: troyes? complet!

Kreeg vandaag een berichtje binnen van D te E (nee, geen vaste lezeres, maar PR-dame van het Achterhoeks Openluchtmuseum). Een stukje van Omroep Gelderland met als titel: “34 tips voor een leuke invulling van de herfstvakantie”. Niet dat ze mij zo nodig wat wil laten doen tijdens de vakantie, maar omdat ons museum als één van de mogelijke uitjes wordt genoemd onder het kopje “Terug in de tijd”. Ik citeer: “Wie andere tijden wil bekijken zonder een documentaire te streamen, kan natuurlijk naar het Nederlands Openluchtmuseum in Arnhem of het Achterhoeks Openluchtmuseum in Lievelde. Maar het is ook mogelijk om een van de Gelderse kastelen te bewonderen. Bij kasteel Doorwerth kunnen kinderen naar appeltjes speuren. Wie zin heeft in een speurtocht met puzzels, zit goed bij kasteel Ammersoyen”. Voor de mensen die het nog niet weten: a.s. donderdag is er tijdens de Ambachtsdag weer van alles te beleven.

zaterdag 14 oktober: @ le chêne

Ik eindigde gisteren met “Bestemming officieel nog onbekend, maar begint de tijd van de kraanvogels niet een dezer dagen?”. Is 'm niet geworden dat Lac du Der. Twee redenen: allereerst vertelde W dat er een paar dagen geleden nog maar 338 kraanvogels waren geteld. Vroeg haar nog of het er niet eentje meer of minder kon zijn geweest, maar dat schijnt niet te kunnen. Ten tweede: toen we hier een jaar of tien geleden begonnen te camperen was het gratis, je had niks behalve een prullenbak en een loosbak. Een paar jaar geleden kwam er een slagboom voor en kostte een overnachting (als je pecht had) € 4,00. Als je pech had, want het merendeel van de tijd stond de slagboom gewoon open. Sinds kort hebben ze de prijs verhoogd naar ruim € 13,00. Aanvullende diensten? Geen. Dus in 10 jaar een prijsverhoging van € 0 naar € 13 zonder wat aan de dienstverlening te doen.

Maar zover zijn we nog niet. Warme nacht: vanmorgen om acht uur bij het opstaan 20 graden in de bus, gistermorgen zelfde tijd 12. Kwam natuurlijk van de bewolking vannacht. Goed negen uur op pad: eerst de A75 “afmaken”, dan via een stukje tolweg om Clermont-Ferrand heen (A71) en bij Riom de mooie D2009 op. Restant van de oude N9, zal het misschien al wel eens eerder verteld hebben. In 1811 liet Napoleon Bonaparte de Route impériale 10 aanleggen van Parijs naar Perpignan en Spanje. In 1824 werd de huidige N9 gecreëerd uit de oude Route impériale. De N9 liep van Moulins via Clermont-Ferrand, Narbonne en Perpignan naar Spanje en was 612 kilometer lang. De aanleg van de A75 en de A9 maakte (delen van) de N9 voor overbodig (een groot gedeelte van de N9 werd voor de A75 gebruikt) en in 2006 werd de weg overgedragen aan de diverse departementen. Het stuk van Clermont-Ferrand via Riom, Gannat en Moulins heet nu D2009. In Moulins pikten we de N7 op. Het stuk dat wij reden is voor een deel al jaren “under construction”: sinds 2008 is men bezig met het opwaarderen van de N7 tussen Moulins en Nevers (voor een groot deel reeds 2 x 2 rijstroken). In Nevers gaat de N7 over in de A77 die we volgden tot La Charité-sur-Loire. Rechtsaf de schitterende N151 op via Varzy, Clamency naar Auxerre. Rijden we dan niet door de noordelijke Bourgogne? Het is elke keer weer een verrassing welke route Google Maps hanteert om door of om Auxerre te komen. Vandaag gingen we dwars door de grote stad. Fluïde heet dat geloof ik als je geen problemen tegenkomt. En dan de N77 naar Troyes. Kortom: een route die we al vele malen gereden hebben, zowel naar het noorden als naar het zuiden.

De bedoeling was dat we zouden overnachten op de voormalige gemeentecamping in Troyes, inmiddels omgebouwd tot camperplaats. Helaas: complet! Daar ging ons leuke fietstochtje naar het oude stadscentrum. Het werd een camperplaats zo'n 20 kilometer verder: Aire camping-car park de La Halte Saint-Balsème, Le Chêne. Eentje van Pass'étapes. Reviews variëren van “grindbak” via “trieste vlakte” tot “mooie camperplaats”. We betaalden € 11 (inclusief stroom), maar omdat we nog een pas moesten hebben van de club kwam daar eenmalig € 5 bij. W was verrukt van de pizza-automaat net buiten de slagboom. Helaas voor haar ga ik de gehaktballen in de koelkast niet weggooien maar haar die lekkernij vanavond voorschotelen. Dat pizzageval is niet in eerste instantie voor camperaars bedoeld maar voor vrachtwagenchauffeurs. Naast de camperplaats is namelijk ook een truckstop. De kans dat we morgenvroeg van de toiletten gebruik zullen maken is poco poco. Last van stoppende en wegrijdende trucks? We zullen het zien. Het is zoals wijlen mijn vader vroeger wist te vertellen: “Ik slaap ook elke nacht heel gerust in een bed ondanks dat ik weet dat er velen in een bed overlijden”. Laat hij nu niet in bed zijn overleden maar onder de douche in elkaar gestort zijn? Het kan verkeren.


W is nog even naar het centrum van het dorp gelopen. Er was kermis. De geschiedenis vertelt niet of ze nog in de draaimolen en/of de botsauto's gezeten heeft. Ik vertoonde inert gedrag volgens W, maak daar maar eens chocola van.


Een rijdag. V: 202.206; A: 202.634. Rijtemperatuur: begonnen met 19 graden, in een bui teruglopend naar 11 (kachel in de bus aan) en later weer oplopend naar 16. Alle vormen van bewolking gehad en een tijdlang regen. Zon op/onder: 08:01/18:57 (gegevens Le Chêne bij Troyes). Het terrein raakt langzaam maar zeker voller. Denk dat iedereen morgen weer vertrekt, wij ook.

vrijdag 13 oktober 2023

nazomeren 2023 – 15: de allier kabbelt ook

Stond me iets van bij: Issoire en Tour de France. Vervolgens zie je iets in de stad, dat noopt tot opzoeken en inderdaad: dit jaar finishte de Ronde van Frankrijk daadwerkelijk in Issoire (tiende etappe op 11/07/23). Vertrokken vanuit het “pretpark” Vulcania in Saint-Ours ging de tocht over verschillende colletjes van het vulkaangebied en tot slot volgde een superafdaling van 25 kilometer naar Issoire. Voor de volledigheid: de Spanjaard Pello Bilbao won de sprint (er zaten zes renners in de kopgroep, en dus de etappe.

Issoire, we zijn er al jaren met een bloedgang langsheen gereden op weg naar het noorden of het zuiden. Deze keer was het voor ons een ideale etappeplaats met een “rustdag”. En nee: geen last van vrijdag de dertiende. Waren we nog in Spanje dan was dit voor de bevolking een normale dag geweest, want daar geldt de combinatie van dinsdag en dertien als ongeluksdag (evenals Griekenland en een aantal Latijns-Amerikaanse landen. Woon je in Italië dan moet je op vrijdag de zeventiende juist goed opletten en niet onder een trap doorlopen.



vrijdag 13 oktober: @ issoire

Even wennen vanochtend: net geen 12 graden bij het opstaan om ruim acht uur. Kachel maar even een uurtje aangedaan om de ergste kilte uit de bus te krijgen. Voorbode van andere tijden. Prima camping overigens met ruime plaatsen. Wel dichtbij de A75, maar noch W noch ik hebben daar last van. Camping blijft in ons balboekje staan als doorreiscamping, maar vandaag deed het dienst als “verblijfscamping”. Zoek maar op: plekje 68.


Komoot had een voorstel voor een route door de omgeving met de spannende titel: “Chateau de Parentignat (rondje vanuit Issoire)”. Nou heb ik nog nooit van Parentignat gehoord, Google is dan je beste vriend, maar over Parentignat valt niet veel te vertellen; over het kasteel des te meer. In het kort: het Chateau de Parentignat werd tussen 1707 en 1720 gebouwd op de fundamenten van een oud fort door een of andere markies die regimentskapitein bij de koninklijke infanterie was. Het is door de geschiedenis heen in handen gebleven van dezelfde familie. Fijne bijkomstigheid: het kasteel heeft zonder schade de Franse Revolutie overleeft. Voor € 12,00 per persoon mag je naar binnen, museumjaarkaart niet geldig (grapje), alleen wij niet vandaag: de poort was hermetisch gesloten. Plaatje wat we tussen de spijlen van de poort door genomen hebben is niet geweldig, daarom hieronder een geleende versie. De route van Komoot hebben we na het kasteel heel snel verlaten: veel te veel auto's.

Zeg je A75 dan zeg je ook Allier, een rivier die een flinke tijd de autosnelweg flankeert. De Allier ontspringt een behoorlijk eind ten zuiden van Clermont-Ferrand in de buurt van Langogne en stroomt uiteindelijk bij Bec d'Allier in de buurt van Nevers de Loire. Stroomrichting is dus noord. Voor de volledigheid: Allier is ook de naam van een Frans departement, iets ten noorden van Clermont-Ferrand met als belangrijkste steden Montluçon, Vichy en Moulins. Er bestaat een fietsroute langs de Allier met de mooie naam Via Allier, volgens de boekjes “[...] een fietsreis die je stroomopwaarts meeneemt langs de rivier de Allier, van de samenvloeiing met de Loire, bij Nevers, tot Langogne, waar de rivier ontspringt. Het avontuur begint daar waar de Allier en de Loire elkaar ontmoeten: bij de Bec d'Allier. Zoals de wilde zalm vanuit de Atlantische Oceaan tegen de stroom in zwemt, volg je het kabbelende water van de Allier en doorkruis je de Auvergne van noord naar zuid”. Dat blauwe streepje op het kaartje moet de Allier voorstellen.



We hadden vandaag wat moeite met die Via Allier. Kleine stille zandpaden ingeslagen die naar niets leidden. Bult op, wind tegen en scheurende auto's, dat was het ook niet helemaal. Probeerden van alles en toen we uiteindelijk de officiële Via gevonden hadden bleek hij niet “het kabbelende water van de Allier” te volgen maar eerder de omliggende heuvels met een bezoekje te vereren. We hebben vandaag onze eigen Via Allier gefietst al blijkt uit het kaartje dat het toch een vrijdag-de-dertiende-route geworden is. Miep van Komoot vertelde naar afloop dat we op de volgende ondergrond gefietst hebben: onverhard (2,38 km), verhard gravel (886 m), kasseien (261 m), verhard (5,44 km), asfalt (25, 8 km) en onbekend (1,53 km). Informatie waar je wat aan hebt.

Halverwege onze fietstocht deden we het historische centrum van Issoire aan. W sprak met een kennersblik “Typisch vijftiende eeuw” en wees op een aantal gebouwen en de klokkentoren. Bleek dat ze de kennis uit een gescoord foldertje had, niet erg: komt mijn kennis ook vaak vandaan. De smalle straatjes en kleine pleintjes stralen geschiedenis uit.

Nog ouder is de mooie romaanse abdij uit de 12e eeuw: L’ancienne Abbatiale Saint-Austremoine. Het gekke is dat je ook regelmatig de naam St. Austell tegenkomt, Engelse variant? Start van de bouw: 1130. Nu kan ik je vermoeien met allerlei details die je over twee minuten vergeten bent. Wat vind je bijvoorbeeld van “Van de vijf zogenaamde grote Auvergne-kerken is de abdij Saint-Austremoine d'Issoire degene met de meest imposante apsis, omdat het de enige is die naast de straalkapellen een rechthoekige axiale kapel heeft”. Reactie van W: “Je zou het zelf verzonnen kunnen hebben”. Pikant detail: in oktober 1575 viel ene kapitein Mathieu Merle Issoire aan en jij probeerde de Saint-Austremoine te verbranden. Dat lukte hem niet. Vervolgens werd hij zo kwaad dat hij drie monniken levend heeft laten villen. Dat waren nog eens tijden! Tegenwoordig krijg je de dierenbescherming al over je heen als je een dood konijntje gaat villen.

Tegen half drie waren we terug na bijna 40 kilometer fietsavontuur. De Via Allier vinden we geen aanrader, al hebben we best leuk gefietst. Wel warm: 30 graden, wind ZW3, strakblauw. Later op de middag kwam er wat meer bewolking, toen gingen de beentjes hoog, douche inspecteren (aan de frisse kant), oogjes dicht en boeken lezen (dat dan wel weer met de ogen open). Mooie dag. En morgen? Morgen is er weer een dag. We gaan een eind naar het noorden. Bestemming officieel nog onbekend, maar begint de tijd van de kraanvogels niet een dezer dagen?