noordpolderzijl

noordpolderzijl

woensdag 9 oktober 2019

najaarstocht 2019 – 10: de steppen van noord-spanje 

woensdag 9 oktober: @ la puebla castro 

Weer een fris nachtje, voor mij betekende dat het tweede dekbedje over. Ding heeft wekenlang niets hoeven doen, vanaf afgelopen nacht zal het weer werken worden voor het lapje. In Spanje wordt de laatste tijd gesproken over de veroña, dit is een samenvoeging van verano (= zomer) en otoño (= herfst). Het is een fenomeen dat plaatsvindt in de herfst wanneer de temperaturen (overdag) gedurende meerdere dagen hoog genoeg zijn om deze te vergelijken met een zomer. De laatste dagen waren de dagtemperaturen op veel plaatsen tot 10 graden hoger dan normaal.

Weer geslapen tot acht uur. Bij het vertrek om 09:45 uur wees de thermometer (buiten) 11 graden aan. De “real feel” lag met het tetterende zonnetje wel een paar graden hoger. Het eerste stuk ging terug naar de A23, het blijft een mooi gebied deze sierra. De A23 naar Zaragona was saai, zeker het eerste stuk over de hoogvlakte waar bordjes regelmatig aangaven dat we op de duizendmetergrens reden. Een kaal en eentonig landschap. Na de Puerto de Paniza daalden we flink, kwam er meer begroeiing (veel druiven) en werd het warmer. De airco mocht weer aan. Veel, heel veel windmolens. 

Het rijden over de autovia was zo saai dat we bij Zaragosa de route hebben aangepast. Snelwegvermijdend ging het over de A129 en A131 dwars door de steppen van Monegros. Een min of meer uitgestorven gebied. We hebben bijna twee uur lang geen caravan of camper gezien, zelfs geen Nederlander en dat wil wat zeggen: dat soort volk is net onkruid. Het enige dat iets op toerisme leek was een volgepakte fietser op de andere weghelft, hij zwaaide zelfs naar ons. Jammer is dat je in dit deel van Spanje niet even de auto kunt parkeren om uitgebreid foto’s te maken. Je moet het dus doen met twee leenexemplaren. 


Het laatste stukje was erg verrassend: de N123 (een weggetje van maar 36 kilometer lang) liet ons eerst door de Desfiladero de Olvena rijden (desfiladero betekent engte of kloof), we reden ook door de tunnels van Olvena. Eigenlijk moeten we een dashcam hebben en dan dit verslag opleuken met mooie Youtubefilmpjes, al zijn er inmiddels voldoende te vinden: speel maar een beetje met "Olvena" op Google als je geinteresseerd bent. Ik volsta hier met een paar gejatte foto’s: eentje van wikipedia en twee van turismoverde.es.




De camping Lago Barasona (code Campercontact 44.337) ligt aan een stuwmeer (inderdaad: embalse de Barasona). Meertje bevat een beetje weinig water en ja: tussen de camping en het meer ligt een relatief drukke weg. Een Acsi-camping, dus veel Nederlanders. Verder niks mis mee, zelfs een buitenzwembad waar W nog een beetje in heeft liggen dobberen. 

De sportiviteit voor ons beiden bestond uit een fietstochtje naar het plaatsje Graus (en terug). Graus is een historische plaats met het bekende werk: veel nauwe steegjes en oude stenen. Leuke Plaza Mayor waar ik W nog even mocht vereeuwigen met het helmpje op. Helmpje was achteraf gezien niet nodig geweest want we reden alleen over fietspaden en door het dorpje zelf, maar officieel is het dragen van zo’n ding buiten de bebouwde kom verplicht. En geef toe: het is een koddig gezicht.

Valt er nog wat meer te vertellen over Graus? Jazeker: de plaats staat in het Guinnesbook of Records vanwege de langste worst ter wereld. Ieder jaar tijdens de Fiesta de la Longanize wordt er een lange worst gemaakt (en gegrild). Nu is de ene worst de andere niet en records zijn betrekkelijk. Ook het Belgische Vlimmeren schijnt in het wonderboekje te staan met een worst van 3.543,6 meter (2013). De receptionist van de camping fluisterde me toe dat het in Vlimmeren niet gaat om een echte hele worst maar om een worstenketting. Nep dus wat die Vlimmenaren gepresteerd hebben. 

V: 144.386; A: 144.705 

Rijtemperatuur: 11 tot 23 graden; later op de camping oplopend tot 25. Onbewolkt bij de start, later halfbewolkt.  



dinsdag 8 oktober 2019

najaarstocht 2019 – 9: albarracín

“Het kan verkeren”, was niet alleen een uitspraak maar ook het levensmotto van Gerbrand Adriaenszoon Bredero. We leven dan in de 17e eeuw. De drie woorden slaan op de wisselvalligheden van het leven. En ja: het kan verkeren, ook bij ons. De bedoeling was om nog een leuk dagje (of zo) in de Ebrodelta door te brengen, maar windkracht 7 blies onze plannen omver. Het is niet prettig om gezandstraald te worden door de sedimenten aangevoerd door de langste rivier (925 kilometer) die volledig door Spanje stroomt. 

Even terugkomen op het vorige verhaal. Ik schreef dat de Ebrodelta het op één na grootste wetland van Spanje was. W zei, nadat ze het stukje had gelezen: “Waarom maak je dat verhaal niet af? Iedereen wil nu weten wat dan het grootste wetland van Spanje is!” Vooruit: op nummer 1 staat Doñana in het zuiden, nummer 2 is de Ebrodelta en nummer 3 wordt gevormd door de Albufera (een gebied ten zuiden van Valencia). 

Nog even afgewacht of de wind wat ging liggen, maar nee dus. Op zoek naar een nieuwe bestemming: je pakt de Anwb-overzichtskaart erbij en speurt naar “omkaderde” plaatsnamen op een paar uur afstand en het liefst zo’n beetje in de goede richting. Eén van mijn “zwarte boekjes” erbij, waarin leuke-dingen-voor-de-reiziger staan (aantekeningen die ik in de loop der jaren bij het lezen van reisverslagen heb gemaakt) en Albarracín zou en moest het worden: “el pueblo mas bonito de España”, voor de enkeling die Spaans niet in zijn of haar pakket had zitten op de middelbare school: “het mooiste dorpje van Spanje”. 

maandag 7 oktober: van l’ampolla naar albarracín 

Afrekenen (18 € + 2 x 50 cent toeristenbelasting; per nacht) en vertrekken: naar het zuiden! De mededeling in mijn vorige verhaal dat we het meest zuidelijke punt van onze reis hebben bereikt moet je ook maar met een korreltje zout nemen, want: het kan verkeren. Nog een laatste blik op de Ebrodelta. Even terzijde: het gebied ligt nog maar een paar centimeter boven zeeniveau en experts verwachten dat onder de huidige omstandigheden het tussen nu en 50 jaar zeg maar dag met het handje is. 

Tot aan Torreblanca de N340, dan een omtrekkende beweging via de CV13 en de A7 om Castellon/Castelló heen en net op het moment dat W riep “We gaan toch niet weer naar Valencia?” kwam de afweg richting A23 die ons naar het noordwesten het binnenland invoerde. Bijnaam van de autovia: Mudéjar. Regelmatig verwijzingen naar skigebieden, we zitten hier vrij hoog. Na Teruel (bezoeken we een ander keertje) ligt aan de A1512 Teruel International Airport. Eerst dachten we dat het zo’n spookvliegveld was waar Spanje er genoeg van heeft, zo’n aeropuerto dat het nodige gekost heeft maar waar nog nooit een vliegtuig is geland of opgestegen. Er stond echter een behoorlijk aantal kisten. Blijkt dat het een vliegveld is voor opslag, onderhoud, sloop en recycling. In de VS zijn er vele: een soortement opslagplaats voor uitgerangeerde vliegtuigen, ze worden bewaard totdat zij weer gebruikt of gesloopt worden. Denk aan Mojave en Tucstone en je weet wat ik bedoel. Het schijnt dat de KLM op Teruel ook een paar afgedankte Boeing 747’s heeft geparkeerd. Bron (en foto): www.luchtvaartnieuws.nl. 

De laatste kilometers van onze reis brachten ons door de Sierre de Albarracín naar het einde van de wereld: camping Ciudad de Albarracín. We zitten dan inmiddels in Arragón, een van de 17 deelstaten (of autonome regio’s) van Spanje met een vlag die Catalaanse trekken vertoont. 

V: 144.078; A: 144.386 

Temperatuur: tussen de 21 en 28 graden; we zitten inmiddels op zo’n 1200 meter hoogte, het is een paar graden kouder dan aan de kust. Waarschijnlijk zullen we het vannacht ook een stuk kouder krijgen dan de afgelopen nachten. 


dinsdag 8 oktober: @ albarracín 

De nacht doorgebracht tussen een paar honderd toeristen (op de camping) en iets meer dan duizend Albarracinensen (die een paar kilometer verder wonen). Inderdaad lekker fris vannacht, bij het opstaan noteerden we 14 graden binnen en 8 graden buiten. Lekkere temperaturen om bij te slapen. Het duurt even voor alles weer opgewarmd is, maar om 17:00 uur klokten we weer 27 graden. 

Vandaag stond in het teken van het openluchtmuseum dat Abarracín heet. Het is een dorpje/stadje dat een Arabische sfeer uitstraalt en dat is weer geen toeval want het heeft jarenlang een Moorse heerser gehad, een Berber met de naam Razin. De plaatsnaam is afgeleid van Al-Banu-Razin, hetgeen “kinderen van Razin” schijnt te betekenen. Niks mis met de Moren overigens: in die tijd leefden islamieten, joden en christenen vreedzaam naast elkaar. Met de Reconquista en de Inquisitie werd het allemaal anders. Albarracín is erg strategisch gelegen, in een diepe bocht van de rivier Guadalaviar. Hierdoor is het aan drie zijden omgeven door water. De vierde zijde, achter de heuvels, wordt beschermd door vestingmuren. Vanuit de hooggelegen positie kon men de omgeving uitstekend controleren. 

We hebben een leuke halve dag doorgebracht in het stadje. Sinds de 17e eeuw is er niets veranderd, met uitzondering van paaltjes die alleen auto’s van Albarracinensen doorlaten. Ook zullen er een paar honderd jaar geleden niet zoveel hotels, auberges en restaurantjes te vinden zijn geweest. Opvallend: vrijwel geen terrassen, alleen op het Plaza Mayor troffen we een zeer bescheiden aantal stoeltjes aan. 

Nu kan ik alle oude stenen gaan beschrijven en verhalen ophangen over de Cathedral del Salvador, de Iglesia de Santiago, de Iglesia de Santa Maria, de Torre de Doña Blanca (aanvankelijk een klein fort om de oostkant van het dorp te verdedigen) en het gemeentehuis in de vorm van een hoefijzer, alles gelardeerd met jaartallen en bouwstijlen, maar daar heb ik vandaag geen zin in (en volgens mij interesseert het ook niet veel mensen). Of zoals vaste lezeres C te L zegt: “ik kijk wel naar de foto’s en dat gezwam over geschiedenis sla ik gewoon over”. dit wordt dus voortaan "vaste kijkster C te L". Leuk geslenterd door straatjes met pittige hellingshoeken en afgesloten met de Paseo Fluvial, een wandeling langs de drie waterzijden van het stadje langs de rivier de Guardalaviar. 


 










En de stappenteller maar weer juichen. Een mooie, maar vermoeiende dag, dus tegen drieën in de recreatiestand (onderbroken door een regendouche – in het sanitairgebouw, dat dan weer wel). Het was vandaag opnieuw ansichtkaartenblauw, maar dat ziet vaste kijkster C te L ongetwijfeld aan de foto's.  

zondag 6 oktober 2019

najaarstocht 2019 – 8: ebrodelta (l’ampolla)

Er zijn van die plekken op aarde die een onweerstaanbare aantrekkingskracht uitoefenen. Voor ons is de Ebro Delta er eentje van. Het ligt een eindje onder Barcelona en kan als volgt samengevat worden: rijst, rust en vogels. Met 320 km2 is Delta del Ebro het op een na grootste wetland van Spanje. Van die 320 vierkante kilometer is een kwart natuurpark. 


De foto van Meteosat 11 (5 oktober 2019, om 12 uur ’s middags) laat zien dat de Ebro Delta een goede keus was. Mooie foto’s plaatst Meteofrance elke keer weer. De delta zal het meest zuidelijke puntje worden van onze najaarsreis dit jaar. 


Eerst even de post afwerken. Vaste lezeres E te Z vroeg of we nog wat merkten van de onrust die er in Catalonië heerst, immers: vóór 16 oktober doet de Spaanse rechtbank een uitspraak in de zaak tegen twaalf Catalaanse leiders (9 mannen en 3 vrouwen) die verdacht worden van “rebellie, opruiing en andere strafbare feiten”. Het is nog steeds de nasleep van het Catalaanse referendum van 1 oktober 2017 inzake onafhankelijkheid. Een geruststelling voor E: behalve leuzen, vlaggen en lintjes merken we er niets van. In Girona heb ik nog een foto gemaakt van een oud pandje voorzien van wat "opruiende artikelen", en overal in de regio kom je gele lintjes in allerlei varianten tegen. Geel is de kleur van het protest. Overal hangen gele plastic linten, gele stroken papier, linten van stof of simpelweg gemaakt van repen vuilniszak. Daar waar ze wat duurzamer moeten zijn zijn ze geverfd. 

Publicaties die ik kon vinden geven aan dat in 2017 ongeveer de helft van de Catalanen voor onafhankelijkheid was, maar dat dat aantal steeds minder wordt. 


zaterdag 5 oktober: van pineda de mar naar l’ampolla 

Voor 76 € mochten we vier nachten staan op camping Enmar en kregen we niet alleen de rekening in een envelop maar ook nog een mooie sticker en een (goedschrijvende) pen. Het moet niet gekker worden: de rekening van de camping in Pineda was in het Nederlands. Nog erger: na 236 kilometer werd W door de receptionist van camping Ampolla Playa aangesproken in het Nederlands, het was wel een Spanjaard die leuke zinnen construeerde als “wanneer jij langer blijven, jij terugkomen”. Een beetje Zwarte-Piets dus. 

W slaapt de nacht voor een verplaatsing altijd wat minder, laat nu onze overbuurman in Pineda de volgende schitterende woorden uitspreken: “Als je tijdens je reis ’s nachts wakker ligt, duurt de vakantie twee keer zo lang”. Bijna net zo mooi als die gouden ouwe van J.C.: “zolang wij de bal hebben, kennen hun niet scoren”. 

Camping Ampolla Playa (campercontact 54.843), we waren er al vaker. Was het een paar jaar geleden nog een camping die in een derde-wereld-land niet zou misstaan, tegenwoordig heeft het een fantastisch sanitairgebouw en sinds deze zomer een heel prettig zwembad (foto van het zwembad is van de campingwebsite). Behoorlijk vol (tja het is weekend), maar toch nog een leuk plekje gekregen. Beetje fietsen, beetje zwemmen (W) en verder rust. 


V: 143.842; A: 144.078 

Rijtemperatuur tussen 21 en 26 graden; later op de camping 28 volgens onze smartphones.

zondag 6 oktober: @ l’ampolla 

Rijst en vogels, dat was het thema van de fietstocht van vandaag. We hebben geprobeerd de vuurtoren van El Fangar te bereiken, maar dat is niet gelukt. De laatste kilometers vanaf de Playa de La Marquesa moet je lopen en daar was het een beetje te warm voor. En te druk: half Spanje was present: vissen, wandelen en vooral picknicken. De fietspaden hadden we zo’n beetje voor ons alleen. 

Gezien hoe de rijst wordt geoogst. We hadden nog de ijdele hoop een lieftallig Aziatisch meisje met zo’n mooie rijsthoed tegen te komen, helaas: voor dat meisje moesten we het doen met een foto van internet. Aan de moderne rijstoogst is geen greintje romantiek meer te bespeuren: grote machines die met veel kabaal in no-time een veld kaalvreten. 







Duizenden zwarte ibissen, dat weer wel, maar ze wilden zich niet laten fotograferen. Tenminste niet door onze apparaatjes. Misschien wanneer we een grote toeter op een Canon van 3000 € zouden gebruiken? Je moet het doen met een foto die ik geleend heb van Vroege Vogels, ook niks mis mee. 


Aan de rand van de Ebrodelta loopt de spoorlijn van Valencia naar Barcelona. De meeste treinen gaan met een bloedgang voorbij, maar af en toe stopt er een boemeltje zoals bij het aftandse stationnetje van Camarles, zo’n uitgestorven Spaans plaatsje in de buurt van l’Ampolla. 50 kilometer op de fietsteller vandaag en dat bij 28 graden. Een lekker windje en een sangria voor W maakten ons leven draaglijk. Ja: Middellandse Zee, souvenir van een herfst die bijna op een zomer lijkt.   



donderdag 3 oktober 2019

najaarstocht 2019 – 7: pineda de mar 

Besloten om de bult over te gaan, het weer is aan de zudkant van de Pyreneeën net een beetje beter en bestendiger dan in Frankrijk. Op naar Pineda de Mar, camping Enmar, volgens ons waren we nog nooit in dit stukje Spanje geweest. Volgens ons, want toen W ons ging aanmelden wist men te vertellen dat we hier al eerder hadden gestaan en wel in mei 2008. Het zei ons eerst niets, maar langzaam maar zeker kwamen de herinneringen boven: op 1 mei van hier uit met de trein naar Barcelona. Nachtmerries hebben we er net niet aan overgehouden, maar neem van mij aan: ga nooit op de Dag van de Arbeid naar Barcelona! 

dinsdag 1 oktober: @ pineda de mar 

Toch nog maar een paar litertjes diesel getankt in Palavas-les-Flots. Door ons extra uitstapje (Palavas in plaats van Frontignan) klopte de berekening niet helemaal meer en ik heb ooit een keer met angstzweet in mijn bilnaad en handen de bult overgereden om op de laatste druppeltjes diesel de eerste brandstofpomp in Spanje te halen: zuinige Nederlander, inderdaad. Zie eventueel https://berrynales.blogspot.com/2018/02/de-aanvliegroute.html. Getankt voor € 1,429 in Frankrijk, de eerste pomp in Spanje gaf € 1,299 aan. Verder van de grens af wordt het goedkoper. 

Over het ritje valt niet zoveel te vertellen, behalve dan dat we dat stomme lied van Anita Berry niet uit ons hoofd konden krijgen, een hit uit 1962 met een verschrikkelijke tekst van Gerton van Wageningen, echt zo’n Johnny Hoes-liedje: 


Middellandse Zee, souvenir van een zomer 
Enkel al het woord is als wijn op de tong 
Middellandse Zee, wie haar kent wordt een dromer 
Die nog nooit voldoende haar charme bezong. 
Duizend keer, duizend keer 
Kan dit lied al gezongen zijn 
Maar ik leer, maar ik leer 
Van de wind soms een nieuw refrein 
En steeds weer, en steeds weer 
Geeft de zee mij het tempo aan 
In een ritme, in een ritme 
Dat blijft bekoren zolang er licht is van zon en maan. 

Overal in Europa’s zuiden, van Gibraltar tot bij Capri 
Componeren natuurgeluiden steeds opnieuw deze melodie 
De natuur schrijft met vele handen 
En de zee dient als blauwe inkt 
Het papier zijn de witte stranden 
Waar ik kan lezen hoe dit wijsje klinkt. 

Ik heb een couplet weggelaten, het was te gek: over het zengen van duizend zonnen die door de golven worden geblust. Wie verzint het? Het blijft in je hoofd zitten en ik ben bang dat elke keer wanneer we een stuk blauwe zee zien we weer dit nummer gaan brullen. 

De route was niet echt spectaculair, mede omdat we voor Perpignan de tolweg genomen hebben om die in La Jonquera weer te verlaten en de NII te nemen. Prettig winkelen trouwens in Spanje: de prijzen zijn een stuk vriendelijker dan in Frankrijk. Meestal doen we de boodschappen bij onze vakantiehuissuper en dan merk je de verschillen onmiddellijk. Ook een aangepast assortiment: erg veel vis en schaaldieren. 


Pineda de Mar dus. Ik verkeerde in de veronderstelling dat dat aan de Costa Brava lag, maar werd genadeloos door W op de vingers getikt: de Costa Brava eindigt bij Blanes en het stukje van Blanes tot Barcelona (zo’n 50 kilometer lang) heet de Costa del Maresme, met badplaatsen als Canet de Mar, Calella, Malgrat de Mar, Santa Susanna en natuurlijk Pineda de Mar. Ook Mataró, waar we vorig jaar gestaan hebben, ligt in dit gebied. Achteraf bekeken is de verbinding van deze camping met Barcelona (de trein stopt voor de deur) veel beter dan die in Mataró (een uur staand in een pendelbus).


Het strand wordt hier gescheiden van de badplaatsen zelf door de spoorlijn. Voor treinfanaten: het stukje van Barcelona tot Mataró (met een lengte van 28,4 kilometer) is het oudste treinlijntje van Spanje (1848), de rest tot aan Blanes volgde niet veel later. De foto (geleend van www.theguardian.com) geeft de situatie weer bij Sant Pol de Mar een paar kilometer ten zuiden van onze camping. Een wandelingetje, een duik in het zwembad (W) en Het Bamischandaal van P.F. Thomése uitgelezen. Letterlijk een K..boek. Geen aanrader, tenzij je van oeverloos gezwam over harde knoeperds, mollige achterwerken, dikke borstpartijen, flamoezen (en wat je daar allemaal mee kunt doen) houdt. 

V: 143.520; A: 143.842 
Rijtemperatuur: 18 tot 28 graden. 

woensdag 2 oktober: @ pineda de mar 


Een dagje markt, 35 kilometer fietsen (mooie weg langs de zee, deels boulevard, deels fietspad zowel naar het noorden als naar het zuiden), liggen sudderen aan zee (er zijn hier verschillende plekken waar men het niet erg vindt dat je je badpak bent vergeten), de welkomstsangria naar binnen geslobberd, ons bezoekje aan Girona voorbereid en gekeken wanneer we de neus van Puzzel weer naar het noorden moeten richten. Voorlopig nog niet! 

Prettig weer: temperatuur oplopend tot zo’n 26 graden, overwegend zonnig. Er was een buitje voorspeld, maar geen regen gezien. Een luie dag. 





donderdag 3 oktober: vanuit pineda naar girona 


Beetje bewolkt, dus een uitstekende dag om met de trein naar Girona (Catalaans) of Gerona (Spaans) te reizen. De oude stad stond al jaren op ons verlanglijstje. Een chagrijnig mens van de spoorwegen (want uniform) wilde ons wel een “anada i torn” (Catalaans voor heen-en-terugje, dus retourtje) verkopen. Het is dat ze ons daarvoor maar 2 keer € 9,80 rekende anders had ik haar gerangschikt onder de steeds groter wordende groep “menopauzale krengen”. We mochten met de Rodalies de Catalunya mee, zeg maar het zusje van de grote Spaanse spoorwegmaatschappij Renfe; dus net zoiets als de Ariva of de Synthus zich tot de NS verhoudt. Geen geld voor twee keer een uurtje treinen. 


Mooie stad dat Girona. “Neem vooral eerst het touristentreintje, want er zijn nogal wat hoogteverschillen” werd ons van verschillende kanten aangeraden. Goede raad, maar vertel er dan meteen bij dat het voor dat treintje 1 oktober end-of-season is. Dus werden het 12.000 stappen door Gerona en wat voor stappen! De oude stad is tegen de heuvels aangebouwd en vanaf de rivier de Onyar leiden duizenden trappen naar boven, trappen die voor een groot deel al in de 8e en 9e eeuw zijn aangelegd. 

Girona is nog veel ouder dan de trappen: de stad vindt zijn oorsprong ergens ten tijde van de Romeinen, die hier de eerste citadel bouwden. De stad is door de eeuwen heen meerdere malen belegerd, verwoest en weer opgebouwd. Het ziet er tegenwoordig na talloze restauraties gelikt uit. We hebben wel veel highlights overgeslagen, waaronder het Arabische badhuis dat overigens gebouwd werd jaren nadat de Arabieren de stad hadden verlaten. In de Joodse wijk El Call hebben we veel straatjes en steegjes bekeken en (misschien gevoelsmatig) eindeloos trappen beklommen. De Joden hebben van de 12e tot de 15e eeuw hier gewoond, tot mijn grote vrienden Isabella en Ferdinand (maar niet heus) ze het land uitbonjourden. In het Joods Museum wordt de relatie Spanje – Girona en Joden uit de doeken gedaan, we kennen het verhaal, dus museum geskipt. El Call is erg mooi gerestaureerd. 

Girona kent twee immense kerken: de kathedraal en de Eglesia Sant Feliu. Beide gebouwen kennen een uitgebreide bouwgeschiedenis en daardoor verschillende stijlen. Ze waren mooi aan de buitenkant. Om de pandjes van binnen te mogen bewonderen mochten we 8 € per persoon betalen (en dat was dan nog gereduceerd tarief). Voor een paar Eurootjes meer hebben we gegeten bij Txalaka Girona (aan de Carrier Bonastruc de Porta), een tip van schoonzus S te K. Je snapt niet hoe ze het in Spanje voor elkaar krijgen: 3 gangen, water, wijn en brood voor 12 € per persoon. 














Voor we op het terras mochten nestelen moest nog wel een rondje stadsmuren gedaan worden (ja helemaal boven aan de trappen). De Muralles zijn gebouwd in verschillende periodes en onlangs mooi vertimmerd.    





Uiteindelijk 26 graden in Girona. Een fantastsche dag! 





Wat er overbleef bij W. "Het beest kijkt me aan".


vrijdag 4 oktober: @ pinade de mar


De laatste dag aan de Costa de Maresme is een rustdag geworden. Spierpijn bij het opstaan (in ieder geval bij mij) vanwege de sportieve activiteiten van gisteren. Een dagje luieren, fietsen door Malgrat de Mar en Santa Susanna, shawltje kopen op de markt (W) die vandaag in Pineda gehouden werd, liggen op het strand, een beetje zwemmen en veel lezen. Geef toe: het uitzicht vanaf ons terras (foto boven) nodigt toch uit tot nietsdoen en met het zwembad is ook niets mis. De aanwezigheid van wat ander kampeertuig nemen we dan maar voor lief. We zitten in een Nederlandse enclave met een hoog we-zijn-er-bijna-gehalte. Je mag zelf invullen.


Nog twee weken en we hebben de verschillende kleuren blauw weer ingeruild voor 50 (of meer) tinten grijs. Moet er nog even niet aan denken. En even voor de kleinkinderen de onderstaande foto.


Oma durft hier te zwemmen, dapper!