noordpolderzijl

noordpolderzijl

dinsdag 3 september 2024

nazomertocht 2024 – 13: de baai van de somme

Réserve Naturelle Nationale de la Baie de Somme, je mag natuurlijk ook gewoon “Nationaal Natuurreservaat Baai van de Somme” zeggen. Het reservaat beslaat maar een deel van de monding van de Somme, die bestaat uit wadden en kwelders. En dat alles heeft te maken met de werking van eb en vloed. Het is een belangrijk stop-, overwinterings- en broedgebied voor vogels. We bezoeken deze dagen de hele baai zonder ons iets aan te trekken van de grenzen van het officiële natuurgebied. Doet het water van het Kanaal (la Manche/the English Channel) ook niet tenslotte. Gisteren helemaal vergeten te vertellen dat we nat geworden zijn tijdens het laatste gedeelte van de fietstocht. Regen die Buienalarm niet voorspeld had: te weinig om te noteren, te veel om droog bij te blijven. Het was gelukkig nog iets boven de 20 graden dus heel erg waren de spetters niet en de pijpen van de lange broek konden niet nat worden, want we hadden een korte aan.

Nog even terugkomen op de camping. Deze heeft haar naam te danken aan een klein riviertje. Stelt niet zoveel voor: kleine 38 kilometer lang en mondt uit in de Baai van de Somme. Gisteren zagen we een paar keer een bord “Canal de la Maye” tijdens het fietsen. Dat is een watertje dat eind jaren zestig van de vorige eeuw parallel aan het meanderende riviertje gegraven is om de afwatering te verbeteren. Camping de la Maye staat bij Campercontact vermeld onder nummer 57.652. Camping stelt ook niet zoveel voor, wat wil je ook met twee Franse sterren? Wil je hier overnachten bedenk dan dat de receptie maar beperkt open is, 's middags van 14.30 tot 18.00 uur. En dan nog: toen wij er om kwart voor drie waren, was de beheerder in geen velden of wegen te bekennen; hij was nog met zijn lunch bezig (of zoiets). We betaalden met ACSI-kaart € 19,00 per nacht, all-in. En als je het echt wilt weten: plekje 35!

Heb in het vorige blog de kapel in Rue al genoemd. Het stadje lag vroeger aan één van de wegen naar Saint Jacques de Compostela en dan hoort er een kapel te zijn. Er was nog een tweede reden om als pelgrim naar Rue te gaan: omstreeks 1100 spoelde er op miraculeuze wijze een schip met een Byzantijns kruis aan. Er hoort het verhaal bij dat het voorwerp rechtstreeks uit Jeruzalem afkomstig was. Toen dit in een kar naar Abbeville zou worden vervoerd, weigerden de trekdieren dienst. Waar of niet waar, mensen geloofden er in en Rue werd daardoor een bekend bedevaartsoord. De talrijke giften die de bedevaarders meebrachten compenseerden de teloorgang van de handel als gevolg van de verzanding van de haven. Er kwam genoeg pecunia binnen om de kapel van de Heilige Geest op te metselen (1440-1514).

Tot slot nog één opmerking. Lezer G te W ergerde zich aan mijn foto's met scheve horizon. Hoeft in deze tijd niet meer volgens hem, er is een optie “Horizon rechtzetten” in Windows Foto's. Open de app en de foto en kies voor “bewerken”. Onderin het scherm heb je de mogelijkheid om de foto te kantelen. Met de hulplijnen kun je bepalen of de horizon recht is. Even geprobeerd met een scheve foto van een monument in Koksijde, zie het resultaat. Zal mijn leven beteren G te W.


dinsdag 3 september
: @ rue

Een andere avond dan normaal. Slechte 4G-verbinding, waardoor streamen niet mogelijk was. Geen twee afleveringen van Flikken Maastricht dus, we zijn net begonnen aan seizoen 13. Misschien maar goed ook: hebben er zondagavond 10 Gb doorgejaagd en we hebben maar 100 per maand tot onze beschikking.


We komen steeds langzamer op gang. Vanmorgen eerst een instructie afgemaakt voor gidsen van ons museum, de bedoeling is dat elke gids tijdens een rondleiding ongeveer hetzelfde vertelt. De onderwerpen staan vast, maar een ieder mag er zijn eigen draai aan geven. Het komt nogal eens voor dat wanneer groepen in tweeën worden gesplitst de ene groep na anderhalf uur met totaal andere informatie terugkomt dan de andere. Staat een beetje slordig. Daarna ontbijten, afwassen; dat soort dingen. Voor je het weet is het een uur of elf voor de dag echt begint.

Een monsterroute vandaag. Een beetje van Komoot en een beetje van mezelf. Voor het eerst sinds tijden weer een lange broek aan, maar de trui kon een tijdlang uit. Opnieuw naar Le Crotoy, maar nu via een andere route. W wees me nog even liefdevol op het feit dat ik een bepaald terrein niet op zou komen tenzij ik eerst gewogen zou worden. Waarschijnlijk werd het dan een kwestie van gewogen worden en te zwaar bevonden of zoiets.


Le Crotoy, gelegen in de baai van de Somme, was gevuld met marktkraampjes. Voor zover we Jeanne en Jules nog zouden wilden vereeuwigen was dat fysiek onmogelijk. W heeft toen maar een monument als slachtoffer genomen: mooi door zijn lelijkheid (dat monument dan).












Aan het eind van Le Crotoy ligt niet alleen een parkeerplaats voor campers (9 € voor 24 uur) maar ook de “Promenade Alfred Manessier”. Dan denk je natuurlijk in eerste instantie aan een of andere architect die zo'n dijk heeft laten aanleggen, maar Alfred is een schilder (
de schilder van licht en kleur die een groot deel van zijn werk wijdde aan het zand en de kiezels van de Baie de Somme”, volgens de toeristische dienst van de Baai van de Somme). Was in ieder geval de stop waard. W spotte nog een lepelaar, ik was meer geïnteresseerd in de waterhuishouding: het water stroomde van de zee via de sluizen het Bassin du chasse de Crotoy in.



Het rondje rond de baai was niet veel bijzonders: we zaten aan de verkeerde kant van de weg, dus niks te zien alleen het zoef-zoeflawaai van voorbijrazende auto's. Het werd pas weer interessant toen we de D940 verlieten en het Kanaal van de Somme mochten volgen naar een waypoint dat Komoot de naam “Uitzicht op de Baai van de Somme en de zeehonden” heeft gegeven. Toen we bij het einde van de wereld waren aangekomen stond er een bordje “Ben even vissen, zo terug. Zacharias Emanuel Estoban Hond”. Je zult het dus met een ander schepsel moeten doen op de foto.

Toen mochten we een kilometer of acht vanaf Saint-Valery-sur-Somme het Sommekanaal volgen. Weer zo'n lateraalkanaal bedoeld om het de scheepvaart gemakkelijker te maken. Tenminste vroeger. Watertje was klaar in 1827 en tot in de jaren zestig van de vorige eeuw was het nog behoorlijk druk. Tegenwoordig wordt het kanaal enkel voor de pleziervaart gebruikt. Zegt men, want we hebben op dat lange rechte stuk van acht kilometer geen varende boot gezien. Wel in de haven van Saint-Valery-sur-Somme, daar vertrok een volgeladen rondvaartboot even later gevolgd door twee grote Zodiacs, vermoedelijk allemaal op zoek naar die vissende zeehond.

quotation-marks

Tegen drie uur weer terug in Rue, waar W op jacht ging voor ansichtkaarten voor de kleinkinderen en toe die eenmaal geschreven waren op de fiets naar het postkantoor voor de broodnodige postzegels. En zoals gewoonlijk waren die plakplaatjes duurder dan de kaarten. Een mooie dag. Prima weer om te fietsen: 21 graden, wisselend bewolkt, windje 2 tot 3 uit het westen. Totaal 55,7 kilometer trappen. Soms schitterende fietswegen, af en toe levensgevaarlijke stukken over de doorgaande weg zonder vrijliggend fietspad. Je zult toch maar zo'n hobby hebben. En morgen? Morgen is er weer een dag. Er moet nog ergens een natuurgebied liggen, waar we nog niet geweest zijn. Op de fiets wel te verstaan. Waarschijnlijk blijven we dus nog een dag.





maandag 2 september 2024

nazomertocht 2024 – 12: we gaan naar frankrijk en ik kom nooit meer terug...

Genoeg Belgische kust gezien, vandaag verder richting Frankrijk. Camping 't Minnepark in Bredene was een uitstekend uitgangspunt voor het verkennen van de omgeving per fiets en met de tram. Eigenlijk is de camping een groot huisjespark (van die grote houten stacaravans) met beperkte ruimte voor campers, caravans en tenten. Camper op de betonplaat (staat hij lekker waterpas) en een groen tuintje aan weerszijden. Zelfs een eigen fietsschuurtje. Onder de luifel staan we aan de Kalverstraat, al is het niet overdreven druk; aan de andere kant van de bus is het wat meer privé. Campercontactcode 67.718 en een waardering van 4,56/5. We hadden gereserveerd maar was niet echt nodig: plexat. Weet niet of dat overal geldt, maar tijdens onze fietstochten hebben we veel campings gezien met regelmatig lege plekken. Misschien al het einde van het seizoen? Daarbij komt dat de Vlaamse Kust 14 badplaatsen telt in 10 kustgemeenten. Moet toch altijd wel een plekje te vinden zijn, in ieder geval buiten het hoogseizoen? Kijk even naar de foto in deze alinea, gemaakt om 10:07 vanmorgen. Onthou dat wanneer je straks de foto van de baai van de Somme bewondert, gemaakt om 17:26; inderdaad dezelfde dag.



Ik weet het: we hebben de afgelopen dagen vrijwel geen aandacht besteed aan de
Vlaamse Velden/Flanders Fields. En dat terwijl we een tijdje midden in de regio gezeten hebben die vier jaar lang een strijdperk was van de Eerste Wereldoorlog. Het stikt dan ook van de herdenkingssites en een groot deel is officieel herkend als UNESCO-werelderfgoed. We waren hier al eerder, namelijk in 2016. Toen hebben we onder meer de Last Post in Ieper bijgewoond. Zie eventueel https://berrynales.blogspot.com/2016/09/najaarstocht-2016-02-de-groote-oorlog.html. Genoeg over deze ellende geschreven dus, ik volsta met het gedicht van McCrea “In Flanders Fields”: 

In Flanders fields, the poppies blow
Between the crosses, row on row

That mark our place; and in the sky
The larks, still bravely singing, fly
Scarce heard amid the guns below…

We are the Dead. Short days ago
We lived, felt dawn, saw sunset glow,
Loved, and were loved, and now we lie

In Flanders fields…
Take up our quarrel with the foe:
To you from failing hands, we throw
The torch; be yours to hold it high.
If ye break faith with us who die

We shall not sleep, though poppies grow
In Flanders fields…

maandag 2 september: @ rue

We konden het rustig aan doen vanmorgen, waren pas vanaf half drie welkom op de volgende camping en als je weet dat het zo'n 200 kilometer rijden is, je een half uurtje boodschappen incalculeert en weet dat de zon altijd ergens in het oosten opgaat, kom je een heel eind. Dus niet erg dat er twee spellingtesten zijn, altijd op maandag. “Nooit te vroeg gejuicht, want de schaalverdeling is niet lineair maar logaritmisch, zelfs in een crèche”. Dat soort werk dus. Zowel W als ik hadden 90% (voor het wekelijkse examen) als 100 % (voor de dagtest).

Om een of andere reden schalden om negen uur al de Amazing Stroopwafels door de camper met “We gaan naar Frankrijk, ik kom nooit meer terug...”. Een paar dingen kloppen er niet aan de tekst: we gaan niet met de trein, maar met de camper en we komen wis en waarachtig wel terug. De prévisions météorologiques zijn belabberd voor later deze week. Bijgaand kaartje laat de verwachting zien voor jeudi, après-midi. W heeft regelmatig appcontact met haar broer die in het oosten van Frankrijk zit en ze sturen elkaar niet bepaald opwekkende berichten (op weertechnisch gebied dan). Hoe deden we dat vroeger, toen je het weerbericht in de (buitenlandse) krant kon lezen of op de wereldomroep Pelleboer kon horen oreren. Volgens mij laten we ons tegenwoordig veel te veel leiden door die weerapps.

De dag begon al goed, niet alleen met het geluid van de Amazing Stroopwafels, maar ook met een tegeltje dat ik van dochterlief kreeg. Kon het niet nalaten een passend antwoord te sturen, natuurlijk ook in de vorm van een tegeltje.

Boodschappen bij de Aldi, binnendoor naar de A18/E40, de IJzer in de buurt van Nieuwepoort oversteken, de autoweg werd in Frankrijk de A16, maar veranderde niet veel. Bij Duinkerken en Calais niet overgestoken naar Engeland. Kleine file bij Boulogne-sur-Mer, maar wij mochten linksaf de binnenlanden in, de file ging rechtsaf de stad in. En toen kwamen we in Rue, camping de la Maye, waarbij la Maye een rivier is die hier in de buurt stroomt. Morgen wat meer over Rue, volsta vandaag met een paar foto's: het Belfort en de kerk, nee kapel. Weet dat er nog veel meer moois te zien is in Rue: het is een oud stadje dat een heuse haven had in de Middeleeuwen toen de baai van de Somme nog niet verzand was.





Wij hadden andere (fiets)plannen: een rondje omgeving (22,5 km) met als eindpunt Le Crotoy aan de baai van de Somme. Was meer een eerste verkenning, dus niet te lang stilgestaan bij allerlei zaken. Dus vergeet maar even dat
Jeanne d'Arc hier in 1430 een maandje gevangen heeft gezeten in het kasteel. Toen W haar standbeeld zag zei ze: wist niet dat we al in Orleans waren. Jeanne is niet alleen gebeeldhouwd, een eindje verder staat Jules Verne versteend te staan aan de kade. Jules woonde hier van 1865 tot 1870 op een bootje en schreef in Crotoy zijn werk “Twintigduizend mijlen onder zee”. Wij fotografeerden geen standbeelden vandaag, wel een boot die op zijn kant lag te wachten tot het weer vloed zou worden en een baai van de Somme vrijwel zonder water.


Net buiten Le Cotoy ligt een stationnetje. De Spoorwegvereniging van de Baie de Somme laat van hieruit sinds 1971 “nostalgische” treinen lopen. Volgens de foldertjes moeten het stoomlocomotieven zijn die de wagons trekken, wij zagen met eigen ogen een armoedig diesellocje. Zal wel een oudje zijn, maar ik krijg eerder natte dromen van stoom. Belle époque, jawel: ook hier. De club gebruikt het spoor er al sinds 1887 ligt toen de Société Générale des Chemins de Fer Economiques (SE) het Somme-netwerk bouwde rond de baai. Naast personen werden er ook goederen vervoerd. Maar zoals bij vrijwel al dit soort lijnen: het was niet meer lonend tenzij je zoals nu toeristen € 18,00 voor een kaartje laat betalen.


Een mooie dag. Rijtemperatuur 25 graden bij vertrek, in een regenbui 19 graden en daarna weer oplopend tot 21. Zon op/onder: 07:10/20:34 (gegevens Rue Frankrijk). En morgen? Morgen is er weer een dag. We hebben voor twee nachten betaald, dus dan weet je het wel.



zondag 1 september 2024

nazomertocht 2024 – 11: nog één keer op de fiets langs de belgische kust

Of die foto met W op de boulevard in Oostduinkerke gefotoshopt is? Nee, beste lezer W te H, dat flatgebouw staat inderdaad haaks op de boulevard. Ze hadden nog een beetje ruimte over, zullen we maar zeggen. In ieder geval genoeg om er nog even een betonblok neer te kwakken.


En ja: we beginnen ons beeldenverzadigingspunt te bereiken. Nog één dag en dan is het gebeurd met de kunstwerken, in ieder geval die langs de Belgische kust. Er zaten verrassende stukken tussen. Neem nu bijvoorbeeld de drie baby's in Blankenberge. Op en rond het casinogebouw zijn drie reuzenbaby's te zien, gemaakt door Tsjechische kunstenaar David Černý. De gezichtsloze figuren met grote waterhoofden zitten vastgeplakt aan het casino en kijken van daar uit over de zee. Ze zitten er al sinds de tentoonstelling van 2006 te zitten en te hangen. Van kunststof, dus onverslijtbaar.


zondag 1 september
: @ bredene

De zon wilde er eerst niet doorkomen vandaag. Betekent dat de slaapfase langer duurt: minder licht en ook minder snel warm. Een kalm begin van de dag, altijd fijn wanneer je geen haast hebt en dat hebben we eigenlijk nooit. Komoot heeft op basis van een aantal GPX-gegevens van Beaufort (je weet wel van die beelden) en een paar muisklikjes van mij een fietsroute van een kleine 50 kilometer gefabriekt. Voor een deel langs gebaande paden, we hebben vrijdag al een vluggertje Ostende gedaan en op zaterdag hebben we de kusttram naar het zuiden genomen. Beetje rekening houden met de wind: de kust is hier zuid/west-noord/oost georiënteerd en zelfs een windkracht twee uit het oosten kun je op het kale strand best goed voelen, dus kun je die het best “van achteren” hebben. W heeft vanmorgen de camping afgerekend, eigenaar is morgen niet aanwezig. 4 x € 30,00, bijna all-in: er kwamen een paar douchemunten bij. En na de afwas op de fiets.

Al snel zitten we in Oostende, een grote stad. Eerst even een veerbootje. Had het bij de voorbereiding al gelezen. Weer zo'n heerlijk sappig stukje Vlaams: “Het agentschap voor Maritieme Dienstverlening en Kust organiseert de watergebonden personenmobiliteit op verschillende locaties in Vlaanderen. Het transport via het water is een belangrijk alternatief voor de wagen op strategische verkeersaders, zowel voor recreatieve verplaatsingen als woon-werkverkeer”. Bijna net zo mooi als de uitdrukking “stopzetting” die we eerder deze week tegenkwamen; men bedoelde “definitieve winkelsluiting”. De veerboten brengen voetgangers en fietsers gratis van de westeroever (de Visserskaai ter hoogte van het Noordzeeaquarium) naar de oosteroever (het Maritiem Plein) en wij mochten het in omgekeerde richting doen.



Komoot dirigeerde ons vervolgens naar de boulevard en we verwonderen ons weer over het verpesten van de kustlijn, een specialiteit van de Belgen: fantasieloze flatgebouwen van 15 tot 20 verdiepingen hoog. Hoog uittorenend boven de vroegere bebouwing, als een muur zover het oog reikt. Dan komen we op een fietswandelpad over de boulevard en dat is dan weer fantastisch geregeld hier in België: je kunt hier kilometers langs de kust fietsen. Deze is breed en sluit direct aan op het strand. De enorme wal van torenflats die nog erger zichtbaar, reikt zover het oog kan kijken, met een eentonige geel geplaveide boulevard, maar voorzien winkels van alle soorten en maten onnutte zaken het strand betreffende en natuurlijk veel eet- en drinkgelegenheden. Zondag, zon en zee, dus zijn de boulevards heel druk. Fietsers, wandelaars, kinderen, fietskarren waar je met z'n tweeën of meer op kan. Fatbikes en andere elektrische vervoermiddelen. Peuters die zó oversteken en vooral veel jonge kinderen op elektrische kleine motortjes. Aan hun eigen veiligheid is gedacht: verplicht een helm op, de veiligheid van anderen schijnt minder belangrijk te zijn. Foto: https://www.oostendevoorbeginners.nl/.

Mooi dat station van Oostende. Gebouwd in 1907 tot 1913 en zoals zoveel gebouwen in de buurt (kijk maar naar het Thermenpaleis in de vorige alinea) in belle-époquestijl. Oorspronkelijk een kaaistation, dus bedoeld om zowel trein- als bootklanten (lijndienst naar Dover) te bedienen. Helaas is een deel van het gebouw “in doeken gewikkeld”, er is weer eens een renovatie aan de gang. Zelf een foto gemaakt, maar om te laten zien hoe het er in werkelijkheid uitziet ook een fotootje geleend. De lijndienst naar Dover werd zo'n twaalf jaar geleden opgedoekt. Wil je nu met droge voeten naar de overkant dan kun je de ferry uit Calais of Duinkerken nemen of je kruipt door de tunnel.



Een van de mooiste gebouwen in Oostende is de Sint Petrus en Pauluskerk. Mooi bouwwerk, ziet er ouder uit dan dat het in werkelijkheid is. “Heb je wel vaker met neogotiek”, zei W. Zij kan het weten want ze is het kunstkennende deel van ons huwelijk. Het vervangt een oude kerk die in 1896 in vlammen opging. Boze tongen beweren dat koning Leopold II meer weet over die fik, omdat hij een gruwelijke hekel had aan de oude kerk, deze wilde laten afbreken, maar het niet voor elkaar kreeg. De politie heeft niets kunnen vinden toentertijd (of waren het alleen een paar vette enveloppen met frankskes?). In 1905 was de kerk klaar en kon ingehuldigd worden. Misschien moet of wil je nog het volgende weten:
 “De kerktorens zijn 72 m hoog. Het gebouw is opgetrokken met kalksteen uit de Maasstreek (pierre de Meuse), een steensoort reeds gebruikt in de tijd der Romeinen voor hun villabouw. Deze steensoort is ook uitstekend geschikt voor fijn beeldhouwwerk. Verder werden er ook baksteen, Belgische blauwe hardsteen en roze graniet gebruikt. [….] Het uitgestrekte voorplein werd bekomen door onteigening en sloop van enkele huizenblokken” (bron Wikipedia). Onderstaande foto mocht ik plaatsen als ik aan naamsvermelding deed. Bij dezen: Marc Ryckaert (MJJR). Vind toch mijn eigen foto mooier.


Vrijdag fietsten we er langs aan de zeezijde, zaterdag zagen we het vanuit de tram vanaf de andere kant en vandaag doen we het dunnetjes over: een verzameling galerijen gebouwd aan het begin van de vorige eeuw. De stad Oostende en koning Leopold II betaalden en het heet Koninklijke en Venetiaanse Gaanderijen. Foto geleend van Georges Jansoone, met dank! Noem het maar een vorm van grootheidswaanzin: de wandelgalerij diende in de eerste plaats als passage van het koninklijk chalet naar de renbaan voor de koning en zijn hoge gasten, zonder dat ze gehinderd werden door weer en wind. De Koninklijke Gaanderijen werden in 1905 voltooid. Ze zijn ongeveer 400m lang. Tegen de Gaanderijen werd begin jaren dertig het Thermenpaleis gebouwd. Vandaag is het een viersterrenhotel dat nog steeds belle époquesfeer ademt.

Middelkerke deden we ook nog aan, de plaats met de meeste zonuren van de hele Belgische kust volgens het bureau voor toerisme. We trapten kilometerslang met een zee vol zwemmers, kiters, surfers en kajakkers aan de rechterkant en wat het belangrijkste was: dat alles met een achterlijk windje. Na Middelkerke kwam Westende aan de beurt en wat ons opviel (vooral ik kijk graag naar de huizenprijzen) was dat de vakantiehuizen en appartementen vlakbij het strand een stuk goedkoper zijn dan in Oostende. Anekdote? “Valt hier best mee met de prijs van de huizen”, sprak W, “heb er hier al eentje gevonden voor € 135.000”. Bleek bij nadere bestudering dat het ging om een garagebox. En op elke boulevard komen allerlei verleidelijke geuren aanwaaien: wafels, chocolaatjes, garnalenkroketjes; je kunt het niet zo gek bedenken of het is er (de geur ook). En natuurlijk beelden, heel veel beelden.




Een paar kilometer voor de monding van de IJzer moest ik van Komoot, maar vooral van W, omdraaien. “Als ik je naar de monding van de IJzer laat fietsen wordt je verhaal twee keer zo lang”, waren haar wijze woorden. Klopt inderdaad, had al complete teksten over de Slag om de IJzer (1914) in mijn hoofd zitten.

W had het op zaterdag in de tram al aangekondigd: “Ik ga die uitkijktoren beklimmen”. Ze bedoelde de Warandatoren, ooit gebouwd op de restanten van een watertoren. Mooi bouwwerk met lange gebogen sprieten, die moeten verwijzen naar helmgras. W klom helemaal naar boven (20 wiebelige meters) en keek als een matroos in haar kraaiennest een flink eind de ruimte in: Middelkerke en Westende, de uitgestrekte polders, heel wat Beaufortkunstwerken en uiteraard de zee. Ik hoefde niet naar boven: er moet er altijd eentje de fietsen bewaken.



Wat verderop kwamen we de Atlantikwall tegen bij het plaatsje Raversyde, aan de rand van Oostende. Volgens de toeristische dienst: “Het is een van de best bewaarde overblijfselen van de formidabele Duitse kustverdediging van de Tweede Wereldoorlog. Deze bestaat uit een systeem van tunnels, loopgraven, bunkers, observatieposten en geschutsopstellingen. Tegenwoordig is de historische plek aan de Belgische kust een openluchtmuseum dat je op eigen gelegenheid kunt verkennen. De 80 jaar oude bouwwerken zijn allemaal in hun staat van oorlog hersteld en voorzien van authentieke wapens, meubilair en uitrusting.” We hebben het geskipt: te warm en we weten hoe een betonnen bunker eruit ziet.

Tegen drieën kwamen we weer bij ons mobiele home aan. Na een pantosti naar binnen te hebben gewerkt kon W het niet laten om de plaatselijke rommelmarkt te bezoeken en daarna moest ze in de kiepstoel de toestand in de wereld overdenken. Had ik tijdens haar wandelingetje al gedaan. En zo kwam er een einde aan weer een mooie dag. Een warme dag want in de loop van de middag werd het 28 graden. En morgen? Morgen is er weer een dag. We gaan naar Rue en dat ligt in Frankrijk. We hebben nog nooit langs de rivier de Somme gefietst.