noordpolderzijl

noordpolderzijl

woensdag 9 augustus 2023

wordt het balgoy, vessem of eersel – 3: teuterij

Gisteravond vond één van mijn vaste lezers (nee ik noem geen namen) het woord “libertijn” beter bij me passen dan “norbertijn”. Laat het over aan mijn individuele lezers om daarover te oordelen, google maar even “libertijn” en bepaal of je bij mij libertijnse trekken kunt ontwaren. Bijgaand zeiljacht heet trouwens ook “de Libertijn”, maar nu dwaal ik weer eens ernstig af.


Had gisteren al een voorzetje gegeven. We gaan het vandaag hebben over “teuten”. Het Nederlandse werkwoord “teuten” betekent talmen, treuzelen, zeuren, lijzig praten. Ook komt “teut” voor in de betekening van aangeschoten, beschonken, dronken. Over beide vormen van teuterij ga ik het niet hebben. Een teut was een rondreizende handelaar of ambachtsman. In de Kempen woonden veel van de teuten. Lommel (B) bijvoorbeeld had er op het hoogtepunt zo'n 260. Ze vertrokken in de lente naar andere streken om daar rond te venten of een ambacht uit te voeren. In de winter keerden ze terug om hun tijd thuis door te brengen. In Westfalen (D) kennen we de Tödden, ook wel kiepkerels genoemd. Hun naam hadden ze te danken aan de kiep op hun rug: een grote mand met koopwaar. De namen van sommigen van hen zijn later in Nederland een begrip geworden zoals de broers Clemens en August Brenninkmeijer van kledingconcern C&A. Ja, er bestonden verschillen tussen teuten en tödden, maar ook veel overeenkomsten. Nee, noem een teut of een tödde (er bestaan lokale varianten zoals "Tiötte" of "Tüödde") geen marskramer. Teuten onderscheidden zich van gewone marskramers door een strakke organisatiegraad in compagnieën met kenmerken van een gilde. 

Teuten, tödden, kiepkerels had je in verschillende soorten: de helft werd gevormd door ketellappers of koperteuten. Ze repareerden beschadigde potten en pannen, maar verkochten ook nieuw keukengerei en sloten. De broers Brenninkmeijer hoorden tot de tafteuten: ze handelden in textiel. Een speciale groep werd gevormd door de snijders (ook lubbers genoemd). Zij waren gespecialiseerd in het castreren van paarden, varkens, stieren en schapen. Soms dreven ze ook handel in deze dieren. Pas veel later kwamen daar de haarteuten bij. Toen Lodewijk XIV van Frankrijk een pruik begon te dragen, ontstond er een nieuwe modegril: de rijken aapten hem na. De haarteuten speelden in op de situatie en kochten het haar van jonge boerendochters op om het aan pruikenmakers in de steden te verkopen. Voor de volledigheid: je had ook nog handelaars in bloedzuigers die voor medicinale doeleinden werden gebruikt (de echelteuten) en de gleiswerkteuten die aardewerk verkochten.


Hoe kom ik nu op zo'n onderwerp is je logische vraag. Antwoord: de allereerste melding van het bestaan van een teut is uit 1597 en komt uit.... Eersel. De teuterij heeft voortgeduurd tot ongeveer 1890, maar zelfs in het begin van de twintigste eeuw werd er nog geteut. De komst van industrie en massaproductie luidde (rond 1840) de neergang van de teuterij in om uiteindelijk in het begin van de twintigste eeuw geheel te verdwijnen. De Eerste Wereldoorlog betekende door de afsluiting van de Nederlandse grens de economische doodsteek voor de laatste Teuten.





dinsdag 8 augustus: @ home

Tijd om terug te gaan naar de Achterhoek, morgen weer verplichtingen. Ook W heeft wat bijzonders: een voorstelling in de Steengroeve in Winterswijk. Ik ga voor wat minder spektakel en wat korter: twee keer een half uur PEERtof theater op het museum. Alvast een schermafbeelding van één van de socials van de dames op de betreffende woensdag.


Halverwege een fietspauze: een rondje Betuwe en onderkant van de Veluwe (aan de andere kant van het water), weet niet of het gebied waar onder meer de voormalige Westerbouwing ligt. Kon niet vinden of dit gebied een speciale naam heeft. Leuk tochtje. Bus geparkeerd op de (gratis) camperplaats van Heteren en vervolgens richting Arnhem.

Al snel kwamen we langs het sluizen- en stuwcomplex van Driel, onderdeel van het “stuwenensemble Nederrijn en Lek”. Dit stuwenensemble bestaat uit drie stuwcomplexen, de andere twee vinden we bij Amerongen en Hagelstein (zie kaart). Het zijn onmisbare schakels in het waterbeheer want samen zorgen deze drie kunstwerken voor een goede bevaarbaarheid van de Nederrijn, Lek en IJssel. De stuw bij Driel (met de bijnaam “de kraan van Nederland”) zorgt ervoor dat het water van de Rijn bij de kop van het Pannerdens Kanaal wordt verdeeld tussen de IJssel en de Nederrijn. Het hele zootje, aangelegd in de jaren 50 en 60 van de vorige eeuw, is tussen 2015 en 2020 compleet gerenoveerd en gemoderniseerd en kan nu weer een aantal jaren mee. Probeer de tekst op het bord maar te lezen (keertje klikken levert een vergroting op); geeft namelijk aanvullende informatie.



Echt nieuw voor ons was Meinerswijk, een uiterwaardengebied tussen Driel en Arnhem. Mooi gebied waar ooit (aan het begin van onze jaartelling) een castellum gestaan heeft om de Limes, de noordgrens van het Romeinse Rijk, te verdedigen. In de middeleeuwen was Meinerswijk een heerlijkheid met het kasteel van Arnhem als centrale punt. Tegenwoordig grazen er Gallowayrunderen op de grasvelden tussen de vele plassen. Deze plassen zijn ontstaan door afgravingen voor klei- en zandwinning door een drietal steenfabrieken die hier waren gevestigd. Enkele gebouwen en een deel van een schoorsteen herinneren aan vroegere tijden. Een “kunstwerk” van een Shermantank en wat kazematten herinneren aan de IJssellinie en de Tweede Wereldoorlog.

Om aan de andere kant van de Nederrijn te komen kun je in Arnhem vier bruggen gebruiken (zie bijgaand kaartje): 1. Andrej Sacharovbrug, 2. John Frostbrug, 3. Nelson Mandelabrug, 4. Spoorbrug (voor de laatste moet je wel een treinkaartje hebben). Wij kwamen aan de andere kant van het water via de Nelson Mandelabrug.


Toen werd het serieus fietsen: de accu moest behoorlijk wat ondersteuning geven, want erg heuvelachtig terrein. Extra krachten werden geleverd door een bak overheerlijke kersen uit de Betuwe, een verkoper (nee: geen teut of tödde) wilde wel een kilo kwijt voor € 8; koopje toch? Opgepeuzeld aan het water op de plek waar eens de boot naar de Westerbouwing aanlegde. In de reeks “opa vertel nog eens van toen” het volgende: vanaf de jaren 50 van de vorige eeuw was de Westerbouwing een populaire plek voor dagjes uit en schoolreisjes. In Arnhem stapte je op de boot, die bracht je naar de Westerbouwing, daar werd je opgepikt door een treintje dat je vervolgens naar de speeltuin bracht. Ik herinner me dat er ook een kabelbaan, een uitkijktoren en een restaurant was. Volgens mij is het ergens in de jaren 90 gesloten.


En toen moesten we nog één keer de Rijn over. We konden kiezen uit een fietspad over de brug naast de snelweg bij Renkum of een iets verkorte fietsrouteversie door met het voet- en fietsveer het water over te steken. De brug kwam er pas in 1972, dus tot die tijd kon je alleen (ook met de auto) alleen met de veerboot heen en weer. Na de opening van de verkeersbrug (A50) over de Rijn liep de klandizie voor de pont snel terug, was de pont niet langer rendabel en is uit de vaart genomen. In 2015 is het veer opnieuw in de vaart genomen als voet- en fietsveer door Uit®waarde, het recreatieschap wat onder andere pontjes heeft op de Waal, Maas, Linge en Nederrijn/Lek. Het pontje tussen Renkum en Heteren kan per keer 12 wandelaars en fietsers overzetten, het wordt bemand door vrijwilligers en is elektrisch aangedreven. Eén nadeel: het vaart alleen in het zomerseizoen.

Ruim 31 kilometer hadden we op onze fietsteller staan en toen we een uurtje later weer op de Kötteldiek waren hadden we vanaf Eersel 160 kilometer gereden. Even een week of twee pas op de plaats: de plicht roept.

maandag 7 augustus 2023

wordt het balgoy, vessem of eersel – 2: kloosterling worden?


De regen zal vandaag niet het belangrijkste onderwerp van gesprek zijn, het Nederlandse publiek heeft wat anders gevonden: na 40 jaar stopt Hoogvliet met het verstrekken van zegeltjes. De teneur van de berichten: hoe durven ze trouwe klanten zo in de kou te laten staan. De AD meldde hierover het volgende: “Het van oorsprong Alphense concern heeft deze spaaractie misschien al wel veertig jaar. Oprichter Leen Hoogvliet zag bonnetjes rond de kassa's slingeren. Met zegeltjes om de zoveel centimeter op de achterkant namen klanten die alsnog mee en was het probleem van rommel op het kassaplein flink ingeperkt. En klanten kunnen zo elke drie weken een gratis product bij elkaar sparen.” Wat W en ik ervan vinden? We hebben geen Hoogvlietfiliaal in de buurt. Hoorde overigens met betrekking tot het weer nog een leuke van een verre kennis: “Heb vandaag een file kunnen omzeilen maar de regen helaas niet”. Een blog waar we speciaal rekening hebben gehouden met vaste fotokijkster C te L. Laten we beginnen met een paar foto's waar ik een verhaal bij had kunnen schrijven, ware het niet dat mijn twee A4'tjes al vol waren.




maandag 7 augustus: @ eersel

Pas laat wakker, was al half tien. Is weer eens wat anders dan “ergens tussen half zeven en acht” wat normaal voor me is. Mijn bedgenote had toen al een uur of wat strijd geleverd met de app “Beter Spellen” en gekeken naar Bob-Ross-achtige landschappen (mijn zusje en haar man zitten in Zweden) en surfende kinderen en kleinkinderen (een deel van ons nageslacht maakt Portugal onveilig). Beetje veel wind: ons ontbijtsapje was shaken not stirred. Iets met 4 tot 5 Beaufort.

Ondanks de wind leek het weer vanmorgen fantastisch voor een fietstocht en dat was het ook, kwestie van de fietsondersteuning in standje levensgevaarlijk zetten en één korte (maar stevige) regenbui uitzingen in een automatenhokje waar aardappelen en uien werden verkocht. Deze keer niet een route van Miep Komoot maar een knooppuntenbingo, aangeboden door de wettige bezitters van de camperplaats, beetje aangepast omdat 40 kilometer voor een echte fietstocht wel wat te min is. Nummertjes volgen dus en wel met de Abij van Postel als keerpunt. W vroeg nog even of ik op mijn oude dag Norbertijn wilde worden. 

Blijkbaar had ze haar huiswerk gemaakt want in de abdij wonen nog een paar nog-net-niet-uitgestorven religieuzen die zich volgelingen noemen van ene Norbertus van Gennep, ook bekend onder de naam Norbertus van Xanten. Deze brave ziel zag het levenslicht omstreeks 1075, je mag raden in welke streek. Als zoveelste zoon van de heer van Gennep zat er voor hem niet veel anders op dan zijn avontuur op de geestelijke jachtvelden te zoeken. Waren oorspronkelijk aanzien, macht en rijkdom belangrijk voor Norbertus, in 1115 werd hij tot priester gewijd, deed afstand van al wat hij bezat en werd een rondtrekkende prediker. Hij was niet de enige die dit deed. Talrijke christenen wilden een meer radicaal-evangelisch leven leiden. Zij wilden als armen de ‘arme Christus’ volgen. Norbertus kreeg een schare van volgelingen, vooral jonge adellijke clerici. Zij verruilden hun rijke gewaden voor een sober habijt van wol. Dit witte habijt werd het teken van hun bekering. Zo ontstond er een nieuw type van clerici, die “de waardigheid van het priesterschap” verbonden met “het habijt van de kloosterling”. In 1121 besloot het clubje officieel een orde te worden. De orde groeiende bijzonder snel. Er werden geweldig veel kloosters gesticht, onder ander te Maagdenburg, nadat Norbertus in 1126 aartsbisschop van deze stad was geworden. Daar overleed de brave ziel (volgens overlevering) op 6 juni 1134.

En nu het stulpje in Postel van de “Witjurken”. Na de stichting van de orde in Prémontré (1121) is de abdij van Floreffe in het graafschap Namen de oudste norbertijnenabdij. Van daaruit ontstond rond 1138 op een aan Floreffe geschonken goed in Postel een nieuw klooster. De leiding ervan lag in handen van een prior die onderhorig was aan de abt van Floreffe. Opvang van reizigers en pelgrims alsmede armenzorg waren speciale taken voor de priorij. Deze situatie bleef bijna vijf eeuwen voortbestaan. Vijf eeuwen lang was de voertaal Frans, handig als je kerkelijk grondpersoneel (dat dan alleen maar Frans spreekt) levert aan kerken op Nederlandstalige bodems. Uiteindelijk werd (in 1618) het klooster van Postel afgesplitst van zijn Franse oudere broer en ging verder als een zelfstandige abdij. Het kostte een paar centen (de Postelse Abij mocht een flinke “afkoopsom” betalen aan Floreffe), maar dan heb je ook wat. Groot complex, op gezette tijden uitgebreid, gerestaureerd en omgebouwd (bijvoorbeeld de Sint Nicolaaskerk uit 1190 die gedeeltelijk verbouwd werd van romaans naar gotisch). “Zie je dat met je blote oog”, vroeg ik aan W, waarop ik een zeer ontwijkend antwoord kreeg.



De knoopjes, voor als je het nog eens wilt nafietsen: 80 – 81 – 13 – 02 – 16 – 18 – 22 – 77 – 17 – 92 – 15 – 14 – 91 – 71 – 13 – 02 – 16 – 12 – 11 – 09 – 17 – 64 – centrum Eersel – cp. De route heeft Miep van Komoot voor me opgetekend, kan ze namelijk ook. Dat piemeltje links onderaan op de kaart is een stukje we-waren-de-bordjes-kwijt.

Als je goed met de bingo hebt meegedaan, dan heb je gemerkt dat drie nummers twee keer genoemd zijn en dat klopt: twee keer gereden. We wilden namelijk nog bloeiende heide zien, vanmorgen bij de planning niet goed uitgekeken en dit stukje route mochten we een extra keertje doen om de Cartierheide te zien. Mooi stukje natuur dat deel uitmaakt van het natuurgebied De Kempen. Het ligt niet zo mooi, namelijk ingeklemd tussen de weg van Eersel (NL) naar Postel (B) en de snelweg A67. De hei trok zich van deze ligging niks aan en bleef mooi. Beetje rare naam voor een heidegebied maar als de oorspronkelijke koper jonkheer Paul-Emile de Cartier de Marchienne heet, mag je blij zijn dat ze voor de naam van het natuurgebied maar een deel van de aanduiding van de eigenaar gebruikt hebben. In 1840 kreeg de voormalige gemeente Hogeloon, Hapert en Casteren een groot stuk heide in beheer (de Hapertse Heide). De Cartier kocht een gedeelte hiervan. De zoon van Emile gebruikte het vooral al jachtterrein en schonk het in 1932 aan Natuurmonumenten. De rest van de oorspronkelijke Hapertse Heide werd vanaf 1930 bebost met vooral denk, spar en lariks. Het hout werd gebruikt als stuthout in de mijnen van Limburg. Door deze ontwikkeling ontstond Boswachterij Hapert, later opgegaan in Boswachterij De Kempen. Door de schenking van de jonkheer/baron (kom beide titels tegen) aan Natuurmonumenten bleef de Cartierheide gespaard. Ook een aanpalend gebied (De Hapertse Heide) bleef heide. Dat inmiddels Staatsbosbeheer hier de baas is zal ongetwijfeld niemand interesseren.



En toen moest Eersel (inboorlingen hier spreken van Irsel) nog even gedaan worden. Had er mooie verhalen over gelezen en vooral de “sfeervolle” markt moest een aanrader zijn. Och, laat maar. De horeca zal ongetwijfeld goede zaken doen, het plein (en een klein stukje eromheen) is uitgeroepen tot beschermd dorpsgezicht. Het zal wel, kan mij niet zo boeien. Veel interessanter vind ik het verhaal van de teuten (töten, tödden, tuötten zijn andere schrijfwijzen), maar dat verhaal bewaar ik voor morgen.



Terug naar onze camperplaats waar W nog een rondje kunstwerken deed. Een mooie dag. En morgen? Morgen is er weer een dag. We moeten terug naar Lichtenvoorde, maar ik denk dat we “ergens onderweg” de fietsen even af- en uitladen. Later!







zondag 6 augustus 2023

wordt het balgoy, vessem of eersel – 1: regen, wat is dat?

Na een paar dagen me verdiept te hebben in “de historie van de zaadschoningmachines, toepassingen, werkingstechnieken en doelstellingen. Verleden, heden en toekomst” nu weer even anroet. “Wtf zijn zaadschoningsmachines?” zul je je misschien afvragen. Als ik zeg “het kaf van het koren scheiden”, dan heb je misschien een eerste ingang. Even kort door de bocht: op het Achterhoeks Openluchtmuseum staan een groot aantal landbouwmachines, bij elkaar gebracht in de loop der decennia. Van heel veel weten we naam, toenaam, functie en werkwijze. Af en toe botsen we tegen een exemplaar waarbij we de schouders ophalen en snel doorlopen. Laat er nu onlangs iemand op het museum staan te kwijlen boven dit soort apparaten. Jawel: een deskundige, een expert in zaad en bijbehorende machines en (gelukkig voor ons) een beetje gek. Moet je ook zijn wanneer je een boek geschreven hebt over de historie van zaadschoningsmachines. Ramon – ja, zo heet hij – heeft ons een dag aan de hand meegenomen door de wondere wereld van de manteltrieux (da's enkelvoud), de clippers, de airscreens, hekel- en dorsmachines en nam terloops ook nog een combine, drie aardappelsorteermachines en een zaklift mee. We weten nu ook dat de Schouten Sortex die op het museum staat er totaal anders uitziet dan de Sortexen die Schouten tegenwoordig produceert. Gekregen boekwerk van 128 pagina's inmiddels ook (bijna) uit en we krijgen nog de nodige relevante informatie toegestuurd over de objecten die we samen hebben bekeken. Nooit te oud om te leren en eigenlijk best interessant.


zondag 6 augustus: @ eersel

Ja, we zouden naar Balgoy, maar we kwamen er nooit. We waren er al eerder en toen de discussie “is het Balgoy of Balgoij” gevoerd. Een paar dagen en nachten op het landgoed van Yvon en Ruud met de tuin met tegeltjeswijsheden, tenminste dat was de bedoeling. W is ook mee, kan goed alleen zijn maar met zijn tweeën is het een stuk gezelliger. Ik wilde wel eerder weg, maar W hikte tegen de regen aan. Het is een compromis geworden: zaterdag in het Achterhoekse land fietsen (en net voor een geweldige regenbui thuis na niet-te-vreten-pruimen bij de boer gekocht te hebben), zondag rijden en maandag/dinsdag een paar droge fietsdagen in Balgoy. Hoeft niet echt droog te blijven, want op zaterdag nog een extra regenjas bij Veenstra (in de Heelweg) gescoord. Fijne winkel: vader en zoon hebben veel keuze in de grote maten en acceptabele prijzen. Maar Balgoy is het niet geworden. Net na Arnhem kwam Hoofd Route en Chef Meteorologie tot de ontdekking dat het in Balgoy vandaag zou blijven regenen en het juist in de buurt van Eindhoven na tweeën droog zou worden en vooral zou blijven. Maakt me eigenlijk helemaal niks uit: Balgoy of een plek in de buurt van Eindhoven, overal kan Puzzel staan en als de camper tevreden is ben ik het ook. Draaide dus iets langer aan het wieltje en zette de cruisecontrol op 105.

Vessem werd in Google Maps geprogrammeerd en wel camperplaats De Spekdonken, want goede herinneringen aan. Blijkt maar weer dat herinneringen ook maar herinneringen zijn, vergeten dat je na een flinke regenbui tot aan de assen in het water staat. Keek even naar rechts en dacht “als je zegt 'draai hem er maar in' is dat een gegronde reden om echtscheiding aan te vragen”. Gelukkig werd het “ik kijk even of ik een cp kan vinden met harde ondergrond”. Ja, ook daar heeft ze een appje voor.

Niet ver uit de buurt ligt het leuke plaatsje Eersel en Eersel heeft een fantastische camperplek. Wel een beetje aan de prijs: € 23,00 staat bij de ingang op een bord, € 26,00 op de website. Adres hoort bij Duizel, maar die plaats maakt deel uit van de gemeente Eersel. De eigenaar noemt “Blije Venneke” een campercamping, een camperplaats maar dan met voorzieningen die een camping ook biedt. We werden er blij van en ook Puzzel vond het heel prettig droge pootjes te hebben. Grasveldjes nog behoorlijk drassig, maar dat kan ook niet anders na al dat vocht dat uit de lucht is komen vallen. Eigenaar is hovenier en dat zie je aan het terrein. Zijn vrouw is van de kunst, dus tussen de bloeiende planten en struiken staan interessante kunstwerken. Kortom: we houden het hier wel twee nachtjes uit.

Fietsroute uitgestippeld en de titel “we gaan naar België” meegegeven. Goed gekeken of er heuvels (en dus ook afdalingen) in het traject zaten. Dat dus vanwege het wel of niet dragen van een extra kledingstuk: een helmpje. Mijn laatste ervaring met afdalingen waren niet zo prettig en ik voel de gevolgen nog steeds aan de linkerkant van mijn lijf. W was ook nog opbeurend: “Als het echt fout gaat komt er lekker iemand je kont wassen en hoef je nooit meer te lopen”. Op mijn antwoord “Hoef ik alleen maar mooi te zitten zijn” was de simpele respons van W: “Zitten? Je mag blij zijn dat je dan nog fatsoenlijk kunt liggen!” Ze mag meepraten: ze heeft mij regelmatig zien neerstorten met de fiets. Stond vorige week nog in het Brabants Dagblad: “Nederlandse traumachirurgen maken zich grote zorgen over de kwetsbaarheid van oudere mensen die elektrisch fietsen. Meer dan ooit zien ze ouderen met ernstig letsel het ziekenhuis binnenkomen, nadat ze met de e-bike onderuit zijn gegaan”. Landelijke cijfers zijn er nog niet, maar ziekenhuizen in Brabant kregen vorig jaar ruim 120 meer zwaargewonde patiënten binnen dan vóór corona. In de regio’s rondom Rotterdam en Utrecht nam het aantal met enkele tientallen toe, in de omgeving van Amsterdam en Flevoland waren zo’n 160 meer zogenoemde multitraumapatiënten. De zogenoemde multitraumapatiënten (meer dan één soort letsel) gaan onderuit met hun elektrische- of racefiets. Een deel van de fietsers komt het ziekenhuis binnen na een aanrijding, maar de meeste ongevallen zijn ‘eenzijdig’, voornamelijk omdat ze uit de bocht vliegen omdat ze te hard rijden. Sommige ouderen kunnen zelfs vanuit stilstand ernstig gewond raken.

Route was heuvelvrij, dus helm bleef in de bus. Mooie route uitgestippeld met Komoot maar om een lang verhaal kort te maken: we hielden het niet droog onderweg. Nog wel (voor de zoveelste keer) een blik geworpen op “de draad des doods” (dit exemplaar hadden we nog niet eerder gezien), maar de tocht maar met de helft ingekort en ondanks schuilen onder de bekende schuilboom toch behoorlijk nat geworden. Terug in de bus konden we ons bezighouden met ons “telos”, zeg maar ons doel in dit leven. Aristoteles zei het al zo’n 350 jaar voor Christus: alles heeft een telos, een doel. Een plant heeft een doel (groeien), een bijenkorf heeft een doel (onderdak voor het overleven en floreren van de bijenkolonie) en de mens heeft een doel (volgens Aristoteles: deugdzaamheid). Over dat laatste is door ons het laatste woord nog niet gesproken.



Onze autotocht was vandaag 159 kilometer lang. Veel regen onderweg. Temperaturen niet om echt blij van te worden: 14 graden in een bui en oplopend tot 17 in een droge periode. De zon moet er geweest zijn, want ze ging om 06:09 op en om 21:18 onder (gegevens Eersel). Ze was dol op verstoppertje spelen vandaag. Een mooie dag? Och, heb ze wel mooier gezien. Let's call it a day, het is voor even nat genoeg geweest. Kreeg van de buren nog overstromingsfoto's van onze straat. Gebeurde vroeger wel vaker maar is de laatste jaren niet meer voorgekomen, dat overstromen dan. En morgen? Morgen is er weer een dag: laat de regen een stille dood sterven, dan kunnen we weer gewoon normaal (en vooral droog!) gaan fietsen.






donderdag 3 augustus 2023

één grote regenbui

Soms heb je de kriebels. W en ik waren aan het fietsen door het Achterhoekse land (inderdaad weer een paar onbekende paden gevonden) toen de kriebels zich afvroegen: “waarvoor hebben we eigenlijk een camper?” W had geen zin: te koud, teveel regen en alleen maar binnen zitten. Ze had niet helemaal gelijk: het was niet koud. Nou niet denken: met een heerlijk wijntje en een kaasplankje zal ik me eens lekker door een paar bladzijden tekst worstelen. Veel tekst is er niet deze keer. Foto's ook niet, dus je zult het met een paar exemplaren van mijn tegeltjeswijsheden moeten doen.

zaterdag 29 juli tot dinsdag 1 augustus: @ haarle

Mijn reisverhaal kan dus kort zijn: het werd de Bosweide in Haarle (eerder deze week geweest mijn zijn tweetjes). Veel gedaan? De fiets is amper buiten geweest. Ik iets vaker maar dat had te maken met toilet en afwas. Niet helemaal waar: zaterdag kon ik nog een tijdje buiten zitten. Daarna was het gedaan met de stilte, ging de koekoek vaak tekeer en kletterde de regen op het dak. Beetje achterstallige administratie, wat concept beleidsstukken schrijven, dat soort werk. Dingen die je thuis ook kunt doen, maar ja: wat is "thuis"?

Volle bak op de camperplaats trouwens die zaterdag. Zondag werd het minder en maandag en dinsdag stonden we met een viertal campers. Verplichte neusrichting, dat betekent dat je de deuren niet naar elkaar open hebt staan maar nog een beetje privacy hebt bij volle bak. De website kampeermeneer.nl heeft een onderzoek gedaan naar de grootste irritaties bij het campervolk en deze kwam er niet eens in voor. Mijn grootste ergernis stond ook niet in het lijstje: we kamperen veel buiten het seizoen en wat mij al redelijk vaak is overkomen, is dat mensen op een compleet lege camping of kampeerplek, waar echt een zee van ruimte is, pal naast je gaan staan. 

Vraag je je natuurlijk af wat volgens dat “onderzoek” dan wel de meest irritante punten waren. Nou, schrik niet: op één met stip staat “poepen in de bosjes”. Komt me vrij onbekend voor, misschien omdat we meestal op campings en camperplekken staan waar wel zo'n skithus aanwezig is. Op nummer twee staat het innemen van meerdere camperplekken, bijvoorbeeld door twee bevriende camperaars die met hun luifels samen zo'n vier plekken innemen met hun grote campers. Nummer drie: overvolle prullenbakken; tref je ook vaak aan op parkeerplaatsen langs de snelweg. Kan ik niet zoveel mee: vuilnis meenemen en dumpen op een plek waar het wel verantwoord is. 

Nummer vier heb ik wel weer wat mee: heel vaak kom je op een plek en zeg je vriendelijk “hoi” of iets soortgelijks in het Zweeds, Spaans, Frans, Lets of desnoods Servo-Kroatisch. Heel vaak krijg je dan geen boeh of bah als antwoord. Nee, ik hoef niet meteen grote vrienden te worden met jan en alleman maar elkaar even begroeten moet toch kunnen? Het tegenovergestelde komt ook voor en dat is vaak nog veel vervelender: mensen die denken dat hun buren altijd in zijn voor een gezellig praatje en graag op de hoogte willen worden gebracht van kwaaltjes, pilletjes en meer van dat soort ongein. Op nummer 6: feesten op campings, vooral in Spanje kan men er wat van. Luifel uit, stoelen en tafel naar buiten en dan samen met veel kabaal gaan eten, tijdens de voorbereidingen keiharde muziek en na het eten tot heel laat opblijvende kinderen met heel veel kabaal. En tenslotte nummer 7, ben ik ook af en toe schuldig aan: knallende schuifdeuren van buscampers. Kan soms niet anders: 's avonds moet je hard gooien want de schuifdeur moet goed sluiten, anders kan de bus niet op slot. Probeer het wel te beperken, maar dan nog. Het leven kan eigenlijk best simpel zijn: of je nu gaat tentkamperen met de fiets, een vette camper hebt, een vouwwagen of een caravan: iedereen is anders en beleeft kamperen ook anders. Gewoon rekening met elkaar houden. 

Dinsdagmorgen had ik het wel gezien, een paar hele of halve huttendagen is niet erg, maar er zijn grenzen. Puzzel had nog graag een paar dagen willen zonnen, maar voor zonnen heb je zonnestralen nodig en beslist niet in vloeibare vorm. Op naar de Kötteldiek dus. Samen de regen uitzitten is ook heel gezellig. Tja, we zouden naar Denemarken gaan....