vrijdag 12 juni: @ vessem
“Laten we vandaag een fietstocht maken langs de Acht Zaligheden”, opper ik. “Ik heb meer dan genoeg aan één zaligheid”, sprak W en vervolgens …… werd ik wakker.
Was meteen genezen van mijn Acht-Zalighedenplannen. Temeer omdat er erg veel verschillende verhalen rondzwerven op internet over de herkomst van de naam. Duidelijk is wel dat met de Acht Zaligheden dorpjes in de Kempen worden bedoeld die allemaal op SEL eindigen of eindigden: Duizel (was Duijsel), Eersel, Hulsel, Knegsel, Netersel, Reusel, Steensel en Wintelre (in de volksmond: Wentersel). En toegegeven: vandaag lagen een paar van die zaligheden op onze route en was één ervan zelfs ons einddoel.

“In Esbeek staat het museum van Andreas Schotel en er is een mooie wandeling langs kunstwerken door en in de buurt van het dorp”, sprak W na het ontbijt. Nu heb ik nog nooit van ene Andreas Schotel gehoord en ik durf er een maand AOW op te zetten dat hij bij W ook niet in het balboekje voorkomt (tenminste tot gisteren). De KPN heeft in de omgeving van De Spelbonken voor een uitstekend 4G-netwerk gezorgd, dus al heel snel wisten we van de hoed en de rand.
Schotel werd in 1896 in Rotterdam geboren en is uiteindelijk op 88-jarige leeftijd overleden. Vanaf zijn veertiende werkte de goede man als patroontekenaar voor een tapijtfabriek in Rotterdam, waar hij in het seizoen 1916/1917 een etsklas aan de kunstacademie volgde. Vanaf 1923 bracht hij samen met zijn vrouw en zijn twee dochters de zomermaanden door in Esbeek. Hij verbleef in een klein huisje in de bossen van “Oranjebond van Orde”. Het huisje bestaat nog steeds, al lijkt het me wel aardig opgekalefaterd.
De mens aan het werk in het Brabantse land was voor hem een voortdurende bron van inspiratie. Zo heeft hij in de vorige eeuw de geschiedenis van de Brabantse landbouw in en om Esbeek in zijn werken weergegeven. Naast aquarellen en gouaches heeft Schotel zich voornamelijk toegelegd op de etstechniek. (bron: folder Andreas Schotel Wandelroute). W vindt zijn werk geweldig, ik vind het maar zo-zo.



Bij het Andreas Schotelmuseum staat Café Schuttershof, eigenlijk moet ik zeggen dat het museum in hetzelfde pand zit als het café. Toen we op het terras neerstreken voor een stevige lunch, dacht ik: “Waar ken ik dit van?” Blijkt dat er Tweede Pinksterdag een item geweest is in onder meer het journaal met als werktitel “Polonaise in Esbeek”. Na tweeëneenhalve maand coronasluiting ging men los in de kroeg, temeer daar er een overdracht van uitbaters plaatsvond. Op de tonen van “Laat de zon in je hart” ging iedereen uit zijn dak en werd 1,5 meter plotseling verkleind tot 1,5 cm. Filmpje van de polonaise is nog terug te vinden op YouTube. Het kenmerkende van deze kroeg is dat het eigendom is van de bewoners van Esbeek, 340 inwoners hebben zich verenigd in de Coöperatie Esbeek. Het pand werd in 2007 aangekocht om te voorkomen dat het laatste café in de dorpskern zou verdwijnen, net als het andere dorpscafé, de supermarkt en de Heilige Adrianuskerk.
Na een uitstekende lunch en een vlotte draf door het één-kamer-museumpje werd het tijd voor de Andreas Schotel Wandelroute. Een wandelroute van 3,5 of 10 kilometer langs enkele werkplekken van de kunstenaar. Onderweg kom je schildersezels tegen met zijn werk. Daarnaast staan er kunstwerken langs de route. De werken zijn geïnspireerd op etsen en aquarellen van Schotel. Er zaten juweeltjes bij, zoals “Baadster in Broekeling” en vooral “De Melkfabriek”. Dit laatste werk is een stalen constructie met een raamwerk van gaas en staaldraad met daarop zo’n 15.000 eiken plankjes. Het gevaarte is 15 meter lang en 8 meter hoog. De binnenkant is te bekijken en bevat een melkfabriek. Natuurlijk hebben we de wandeling gedaan, maar dan op de fiets en natuurlijk hebben we gekozen voor de lange variant, maar dan met een kleine verkorting.






Op de terugweg vertelde het buienalarm op de telefoon ons dat we de snelste weg naar huis moesten nemen met daarbij de ondersteuning op “zeer ernstig". En toen we omhoog keken om dit te controleren bleek er niks mis met de waarschuwig zodat we inderdaad maar snel op de fiets zijn gesprongen. En warempel: net voor de bui konden we onder ons luifeltje gaan zitten en in de avondstand gaan. Lang leve 4G.
Weer een zeer bijzondere en aangename dag.
Fietsen: 60 km
Temperatuur: ergens rond de 25 graden met zon, bewolking en een paar buitjes later op de middag.
donderdag 11 juni: @ vessem
En weer geen prijs is de Staatsloterij! Vroeger zouden we zeggen “Dan maar weer een maandje werken”, tegenwoordig is het eerder “Dan maar weer een maandje op pad”.
Vessem werd het deze keer, je weet wel: dat typisch Brabantse plaatsje in de Kempen, ergens in de buurt van Eindhoven. Kwam ergens Camperlocatie De Spekdonken tegen; aan de code van Campercontact kun je zien dat het nog niet zo lang bestaat: 82.350 en inderdaad pas in augustus 2019 geopend. Hoge waardering, ruime plekken, prachtige natuurgebieden, rust en 135 melkkoeien, wat wil je nog meer? En bij de tijd: je kunt afrekenen met een Tikkie.
Druk op de A12: Frohnleichnam in Duitsland, een vrije dag in veel Bundesländer. De Nederlandse naam is Sacramentsdag, maar in de kerken van ons vlakke land wordt dit feest op zondag gevierd, kwestie van economie. Bij onze Nachbarn knopen ze er een vrijdag aan vast en je hebt alweer een lang weekend zodat je gezellig in Nederland in de file kunt staan, ondanks code oranje. Miep van Google Maps leidde ons bij Didam binnendoor zodat we nog maar een klein streepje rood op de kaart zagen.

Een verkennend rondje fietsen, voornamelijk door kleine dorpjes en uiteindelijk de Oirschotse Heide, waar we het fenomeen “schijnvliegveld” tegenkwamen. Direct na de bezetting, dus zeg juni 1940, werden overal in Nederland in de buurt van “echte” vliegvelden neppers aangelegd. Werden de officiële vliegvelden zoveel mogelijk gecamoufleerd, de Scheinflugplätze moesten juist in het oog vallen. Om de aandacht van Walschap (bij Eindhoven) af te leiden – een prominent doelwit voor de Engelse bommenwerpers – werd tussen Oostelbeers en Oirschot een namaakstartbaan aangelegd die bestond uit zo’n 500 meter spoorrails met daarop een namaakvliegtuig. De startbaan werd voorzien van twee rijen lampen. Zelfs een hangar ontbrak niet. Het vliegtuig was vastgekoppeld aan een staaldraad en voortgetrokken door een elektromotor. Het schijnvliegveld functioneerde in de beginjaren van de oorlog naar behoren: het terrein werd enkele malen gebombardeerd. Na een tijdje hadden de jongens van de RAF (Royal Air Force) het systeem door en het verhaal gaat dat er nog één keer een aanval plaatsvond maar nu met houten nepbommen. De Duitsers gebruikten het terrein daarna vooral om de overbodige last kwijt te raken op de terugweg vanuit Engeland: landen met bommen aan boord was gevaarlijk.


Oostelbeers staat bekend om zijn twee vrijstaande kerktorens. De eerste, de Oude Toren, staat een eindje buiten de kern. Het is de toren van de oorspronkelijke kerk (begin 14e eeuw) van Oostelbeers. In 1648 moesten de katholieken de kerk afstaan aan de protestanten en werd het pandje verwaarloosd, omdat deze gemeenschap te klein was om het te onderhouden. Toen in 1798 iedereen weer naar de kerk mocht was het gebouw in zodanig slechte staat dat de katholieke inwoners van Oostelbeers het niet meer wilden gebruiken. In de tweede helft van de 19e eeuw is het zaakje ingestort met uitzondering van de toren. Deze is in 1968 gerestaureerd, maar moest het voortaan zonder spits stellen.
De katholieke gemeenschap bouwde in 1852 een nieuwe kerk, de Heilige Andreas en Antonius van Padua. In 1893 bouwde men een toren tegen de kerk aan. De kerk werd al snel te klein en aan de overkant van het plein werd een groter gevaarte neergezet. De oude kerk overleefde de Tweede Wereldoorlog niet, de toren wel. Er zit nu een Mariakapelletje in.
V: 149.439; A: 149.593
Een waterig zonnetje, temperatuur rond de 20 graden. Het zal de komende dagen alleen maar mooier worden.
Nog even “zelfvoorzienend bezig zijn”. Je eigen toiletje meesjouwen is nog wel te doen, maar die kabouterdouche! Twee minuten onder de straal en vervolgens drie kwartier poetsen. Voordeel is: de bus krijgt ook een wasbeurt van binnen. Binnenkort kunnen we weer gebruik maken van ander sanitair.
Schitterende pinksterdagen, die we in het westen van het land hebben doorgebracht. Daarna veel vocht in en uit de lucht, Buienradar noteerde zelfs een dag met meer dan 20 mm neerslag en op zo’n moment kun je het beste gewoon thuis zitten. Maar het blijft kriebelen, ondanks dat “zelfvoorzienend bezig zijn”.
zondag 7 juni: @ de heurne
“Zonder gezelschap is geluk onmogelijk”, zijn wijze woorden van Seneca (waarvan je er overigens twee hebt: de oudere en de jongere) ergens in het prille begin van onze jaartelling. Gelukkig heb ik altijd mijn tweede ik bij me, dus voortdurend gelukkig. Kwam goed uit want ik mocht zonder W een nachtje doorbrengen op camperplaats De Haar in De Heurne (Campercontactcode 65) en een studie maken van de fietsmogelijkheden aldaar; dat voor later gebruik. Kosten 12 € inclusief stroom. Tegenwoordig 12 plaatsen (zijn er wel eens meer en ook wel eens minder geweest, schijnbaar is het meningsverschil met de gemeente bijgelegd). En inderdaad: het eerste fietsknooppunt tref je op 100 meter op de Casperstraat aan. Uiteindelijk brachten we de nacht met twee doosjes door, ook geen vetpot voor de eigenaren.
maandag 8 juni: @ bentelo
Nog zo eentje van Seneca: “Begin meteen te leven en tel elke afzonderlijke dag als een apart leven”. Wijze woorden die vanzelf boven komen drijven als je een pannetje kokend water leeggiet op het koffiefilter met vier lepels Kanis en Gunnink teneinde uit deze chemische reactie de noodzakelijke bak ochtendpleur te verkrijgen. Als dan na een klein half uurtje de geur van afgebakken broodjes (lang leve de Omniawonderpan) die van de koffie gaat verdringen, kan de dag eigenlijk al niet meer stuk. Nog even de vaat wegwerken, dat dan weer wel.
Via @home om W en wat levensmiddelen in te laden en vervolgens naar de Bentelose Esch (code Campercontact 50505). ’s Middags een schitterende fietstocht door Delden, Twickel en langs het Twentekanaal. De tocht had ik voor Pinksteren al “voorgefietst” en zo zag ik kasteel Twickel voor de derde keer in een paar weken.


Gelukkig was er deze keer geen toeristisch complot bij de Noordmolen. De vorige keer was het terrein ingenomen door tientallen bejaarden die echt geen moeite deden om anderhalve meter afstand te houden. Vandaag hadden we de oliemolen voor ons alleen, altijd leuk als je foto’s wilt maken zonder vreemden mee te kieken. De molen is ruim 650 jaar oud en sinds 1990 slaan vrijwilligers op gezette tijden olie uit lijnzaad. Toch een vreemd woord, dat “olieslager”. Nadat de zaden zijn gekneusd en het zaadmeel is verwarmd, wordt in de derde fase van het proces de olie uit het mengsel “geslagen”. Het proces levert twee producten op: de olie en het afval (dit in de vorm van lijnzaadkoeken die als veervoer dienen). Je leert wel van alles als je dit proces gaat bestuderen. Wat vind je bijvoorbeeld van het volgende zinnetje: “Bij windoliemolens worden de kantstenen aangedreven door de onderschijfloop op de koningsspilen de wentelas door de onderbonkelaar”. Toen ik na een half uur doorhad wat het inhield, kwam ik tot de ontdekking dat de Noordmolen geen wind- maar een watermolen is. Rest me nog te melden dat oorspronkelijk aan de andere kant van de beek ook een korenmolen heeft gestaan.


Tijdens een pauzemoment zagen we een blauwe trein rijden met de opdruk “Blauwnet”. En dat terwijl ik meende dat hier rode boemeltjes dieselden van het Twentse Syntus. Blijk dus al weer een tijdje achter de feiten aan te lopen. In 2017 hebben "ze" niet alleen de kleur veranderd, maar is Syntus in dit gebied een samenwerkingsverband aangegaan met Arriva en twee Duitse splinterbedrijven. Ook de provincies Overijssel en Drenthe participeren in Blauwnet. De naam Syntus is inmiddels verdwenen en vervangen door Keolis. Makkelijker kunnen we het toch niet maken? En dus is er weer een kleurtje bijgekomen in het land van de in- en uitcheckpaaltjes, deze keer blauw. Je zult toch maar als buitenlander van Winterswijk naar Oldenzaal reizen met de trein: bij welk paaltje moet ik deze keer zijn? We zijn in staat om een satelliet in een baan om Mars te brengen, maar iets simpels als inchecken aan het begin van een reis en uitchecken wanneer je aangekomen bent, schijnt nog teveel problemen op te leveren. Laat dat afrekenen tussen de verschillende vervoerders toch fijn buiten het beeld van de reiziger plaatsvinden.
Het kan nog bonter: Blauwnet heeft geen fysieke klantenservice. Bij vragen of klachten moet je zijn bij de maatschappij die het vervoer op het betreffende lijntje verzorgt. Afhankelijk van het traject is dat: Keolis (voorheen Syntus), Arriva, Keolis Duitsland (let op: andere maatschappij) of Deutsche Bahn Regio. Ze zou je zonnebril maar in een blauw treintje hebben laten liggen!
dinsdag 9 juni: @ almen
Een monsterverplaatsing van 31 kilometer (volgens Miep van Google Maps). Al jaren hebben we in de verte “De Nieuwe Aanleg” aan het Twentekanaal zien liggen, een combinatie van restaurant, haven en camperplaats (code Campercontact 14.916). Voor 15 € mochten we hier ons mobiele huisje aan het water parkeren, de stekker in het stroominfuus stoppen en de stoeltjes in het gras zetten. De plek kent 12 plaatsen, helaas niet allemaal direct aan de waterkant.
Stoeltjes konden maar even in het gras want onze kontjes mochten op het fietszadel en het Twentekanaal (en omgeving) verkennen. Leuk tochtje geworden: Gorssel, Zutphen, Warnsveld en Vorden. In Zutphen hebben we de plek gezien waar het Twentekanaal in de IJssel uitkomt.


Het Twentekanaal is een werkverschaffingsproject geweest. In de dertiger jaren van de vorige eeuw hebben werklozen gewapend met een schop en een kruiwagen het kanaal tussen IJssel en Enschede aangelegd, het kanaal werd in 1938 opgeleverd. In de jaren vijftig is er een zijkanaal gegraven, zodat ook Almelo via het water bereikbaar werd. De bedoeling was dat de Twentse industrie verzekerd werd van een betere aanvoer van grondstoffen (toen vooral katoen) en steenkool. Tegenwoordig heeft het kanaal drie functies: transport (voornamelijk zand, grind, zout, veevoer en containers), recreatie (pleziervaart en visserij) en afwatering. Om het hoogteverschil te overbruggen zijn drie sluizen aangelegd: in Eefde, Delden en Hengelo. Voor de volledigheid: je kunt op 37 plekken met droge voeten het water over. Mijn suggestie om al die 37 bruggen te fotograferen werd “goedgunstig gewezen van de hand”.

In Gorssel kwamen we nog het geheel gerestaureerde tramstationnetje tegen. In het begin van de 20e eeuw stikte het van de stoomtrammetjes in Nederland. Aanvankelijk werden passagiers en goederen vervoerd met een verbluffende snelheid van zo’n 25 kilometer per uur en dat over een spoorbreedte van 75 centimeter in het oosten van het land. Een van die lijnen was Deventer – Emmerik (eigenlijk Deventer – Zutphen en Zutphen – Emmerik, maar een kniesoor die daar op let). De opkomst van de autobus is voor de meeste tramlijnen de ondergang geworden: de bussen reden veel sneller. Veel tramlijntjes vervoerden nog lang alleen goederen, maar dat transport werd na de Tweede Wereldoorlog door vrachtwagens overgenomen.
woensdag 10 juni: @ home
Even een dagje naar huis voor de was, de plas en wat mantelzorgwerk. Later in de week naar het Brabantse land. Een leuk tripje en veel stof om over na te denken. Bijvoorbeeld onderstaande foto.
vrijdag 29 mei tot woensdag 3 juni: @ delft
Mooie weersvooruitzichten, reden te over om camping De Abtwoudse Hoeve in Delft te reserveren om niet alleen veel vlees te laten bakken maar ook om kleinzoon Q en de daarbij behorende personen op te zoeken en om (sinds lange tijd) de waterrijke omgeving van Delft al fietsknooppuntend te herverkennen.
vrijdag: via randwijk
Niet al te vroeg aankomen, dus even een tussenstopje. Soms kom je er in 70 jaar niet en dan plotseling twee keer in één week. Randwijk dus, de plek waar ik een paar dagen geleden prettig heb overnacht (met mezelf, zie vorig verhaaltje), maar waar het weer toen niet uitnodigde om een wandeling te maken. Vandaag was het different koek (of zoiets), dus op naar de plek waar van het 14e-eeuwse kasteel de Nijborg (ook: Nyenborch) niets meer over is behalve een parkeerplaats (maar die zal er in de 14e eeuw wel niet geweest zijn).

Een keuze uit twee wandelingen, het werd een rondje Randwijk (maar dan zonder Randwijk zelf). Samenvattend: door Randwijk over te slaan hebben we zo’n beetje alle hoogtepunten van het tochtje gemist, voor zover er sprake kan zijn van hoogtepunten, want Randwijk heeft twee keer een flinke opdonder gehad: In 1901 werd vrijwel het gehele dorp afgebrand en toen die schade eenmaal goed was hersteld werd het in de nasleep van de Slag om Arnhem (WO II) nog eens een keertje platgegooid. Zie bijgaande foto's die ik geleend heb van de Historische Kring Midden Betuwe.
Wat overbleef na het strippen van onze wandelroute was een vierkantje, waarbij we op de Nijburgsestraat een aantal arbeidershuisjes behorende bij de (ontmantelde) steenfabriek passeerden, op de Achterstraat een paar oude boerderijen konden aanschouwen en op de Randwijkse Rijndijk geen Rijn konden zien maar wel veel verkeer (dit omdat een andere weg van Heteren naar Randwijk was afgesloten in verband met asfalteringswerkzaamheden). Tenslotte bracht de Steenkuil ons na 3,5 kilometer stappen terug bij ons Puzzeltje en konden we via de A15 onze tocht naar het westen vervolgen.
zaterdag: fietsen door het westland

Fijn dat we tegenwoordig net kunnen leven als vroeger, in de periode dat er geen klokken waren. Acht uur, negen uur? Niemand doet ons wat en op zich is dat een zeer bevredigend gevoel. Voor tienen naar bed en twaalf uur later pas je nest uitkomen? Geen probleem!
W wilde graag fietsen (voor de verandering!) en had één verzoekje: midden in de polder van Schipluiden staat de Beeldenkas van Willem Berkhout en die wilde ze graag bekijken, dus Knooppuntenberry liet zijn appjes er maar eens op los. Willem is in het dagelijks leven orchideeënkweker en maakt in zijn vrije tijd levensgrote mozaïekbeelden. Hij werkt niet met schetsen en tekeningen, alles zit “in zijn hoofd”. Ook verkoopt hij geen enkel kunstwerk, maar stelt ze tentoon in een gedeelte van een kas. Er zijn inmiddels zo’n 200 mannen- en vrouwenfiguren te bewonderen. Zijn werk wordt afgewisseld met schilderijen van Jacob Kanbier, een beetje “ruig” werk, maar ik hou er wel van. Ook het werk van Willem is af en toe aan de ruige kant. Meer informatie op www.debeeldenkasschipluiden.nl. Een bezoek aan de kas is de moeite waard, maar zoek er wel een koude dag voor uit: het was nu niet te harden met dat tetterende zonnetje. Weet nu ook weer waarom een broeikas broeikas heet.






We maakten deze dag meer kilometers dan de bedoeling was. Oorzaak: alle voet-/fietsveren zijn in verband met het coronagebeuren uit de vaart en daarnaast is een essentiële oeververbinding over de Schie gestremd: een vrachtwagen heeft een tijdje geleden gemeend om de Kandelaarsbrug (een fietsbrug) op zijn stevigheid te moeten testen door er proberen overheen te rijden. De brug heeft het niet overleefd en wacht nu op reparatie. De chauffeur moet wel vanuit het oosten zijn komen aanrijden, want aan de andere kant van de Schie kan een vrachtwagen nooit en te nimmer de scherpe bochten nemen.
W maakte ’s avonds nog een wandeling door de beeldentuin van Stichting Land Art Delft, grenzend aan onze camping. In een veenweidegebied van zo’n 170 ha heeft men een aantal werken geplaatst van kunstenaars die de opdracht kregen “laat je inspireren door de specifieke natuur in de omgeving”. Behoorlijk bij de tijd, gezien het werk “het nieuwe normaal” (tweede foto).
zondag: in de schoot van de familie
Schoonzoon M had voor ons kleinkind Q (en ook een beetje voor ons) een fotopuzzelsterrittocht uitgezet door delen van de omgeving die voor ons absoluut nieuw waren. De omgeving van Delft, Pijnacker, Berkel-Rodenrijs is tussen de bebouwing door best mooi te noemen. In tegenstelling tot onze Achterhoek heb je hier erg veel vrij liggende fietspaden, waardoor je nauwelijks gehinderd wordt door vierwielers. Markant was de “Tol aan de Klapwijkseweg”. Vroeger werd in deze omgeving op veel plekken tol geheven. Van één van die tolhekken is onlangs een replica geplaatst en wel aan de “oude” weg van Berkel naar Pijnacker. Hier werd tot geheven tot 1932. Bijgaande antieke foto stamt uit een artikel uit het tijdschrift “Groot Rotterdam”, de nieuwe foto met het overzicht van het landschap is met een smartphone genomen.
De zon brandde aardig in de nek en op zorgde voor een mooi kleurtje op de benen.

De dag werd afgesloten met een bbq en een paar spelletjes waarbij kleinzoon en oma samenspanden tegen de oude man, die dan ook ernstig het onderspit moest delven. Weer een aangenaam dagje.
maandag: rondje rotte
Wakker worden en op de smartphone lezen dat het belangrijkste wereldnieuws is dat wetenschappers tot de ontdekking zijn gekomen dat windturbines eigenlijk de verkeerde kant op draaien, tenminste ’s nachts. Zo’n dag dus. Vind de oude windmolens, zoals die van de Molenviergang ten noorden van Zevenhuizen aan de Rotte veel interessanter. Die zijn rond 1722 gebouwd en dienden om de Tweemanspolder droog te houden. Omdat het hoogteverschil tussen polder en boezem vier meter bedroeg had men vier molens nodig, één per meter was in die tijd absoluut noodzakelijk. Bijgaande afbeelding is van de Vereniging Molenvrienden Rottemerengebied.

Je snapt het al: op naar de Rotte, de rivier waar Rotterdam de naam aan te danken heeft. Kwamen we zomaar langs een nieuw fenomeen: een zangfietspad. In 2013 bedacht Fietsersbondcolumniste/kunstenaar Mapije dit concept: zingen op een fietspad zonder je stem te hoeven dempen wanneer je een tegenligger ontmoet, dus zingen zonder schroom. Heb W overigens gevraagd niet mee te doen: ze kan in haar eentje zevenstemmig zingen, dus dan weet je het wel.


Rondje Rotte dus en wij niet alleen: druk op het fietspad, druk op het water en vandaag was het 1 juni, dus om 12 uur de terrassen afgeladen vol, eigenlijk niet uitnodigend. Wel uitnodigend was het Bleiswijkse Verlaat, een oud schutsluisje uit 1772, helemaal uit hout opgebouwd. Het is een paar jaar geleden volledig gerestaureerd. Het vertimmerwerk heeft een slordige 1,6 miljoen Euro gekost en dat terwijl het sluisje niet meer gebruikt wordt om te schutten, het heeft slechts een waterkerende functie. Voor dat bedrag is het wel een rijksmonument geworden (of was het dat al eerder?) Voor de deskundigen (en zijn wij dat tegenwoordig niet allemaal?): het is een juksluis.
Toen het te druk begon te worden op en naast de Rotte zijn we via een zeer omtrekkende beweging richting camping vertrokken. Mooi uitzicht op Overschie. De fietswind maakte dat de brandende zon draaglijk bleef.
dinsdag: oppasdag
Een van de redenen om dit lange weekend naar het Delftse land te vertrekken was een geplande oppasdag van kleinzoon Q. Twee werkende ouders en een kind dat nog niet alle dagen naar school kan. De ochtend besteed aan het schoolse werk. Het arme kind mocht sommetjes maken in de trant van 17 - 3, terwijl hij afgelopen zondag de gepasseerde fietsknooppunten bij elkaar heeft opgeteld (uit zijn hoofd) tot een totaal van 1.738. Passend onderwijs had geloof ik met andere zaken te maken. Maar al scheldend op het Nederlandse onderwijssysteem kwam onze Q ook deze ochtend door.

's Middags bestond de beloning uit een bezoek aan een speeltuin in Schiedam. Op de fiets naar Fort Drakensteijn, 16 kilometer heen, 14 terug en ruim een uur spelen. We vormden wel een culturele minderheid in het Beatrixpark, maar dat maakte het er alleen maar gezellig op. En waar kom je tegen dat je zomaar een groot ijsje (en nog wel een cornetto) krijgt aangeboden van een wildvreemde omdat zij er toevallig twee over heeft? Leuke speeltuin, verstopt in een parkachtige ambiance. Fort Drakensteijn ligt op de foto aan de andere kant van het water.
woensdag: @ home
Even een pas op de plaats, de temperaturen gaan kelderen, de zon wordt opgevolgd door regen. Puzzel blijft paraat!