noordpolderzijl

noordpolderzijl

zondag 17 september 2017

najaarstocht 2017 – 6: bij domingo

zondag 17 september: @ calabardina

W heeft het weer voor elkaar gekregen: een ongekend mooi plekje in de buurt van Aguilas. Voor wie de kaart van Spanje niet voor ogen heeft: een eindje ten zuidwesten van Cartagena. En volgens ons zitten we nu aan de Costa Cálida in de provincie Murcia.


Eigenlijk een te mooie dag om te rijden, maar een camperaar moet verder wanneer het kriebelt. Een noodontbijt van crackers, want geen brood meer en vervolgens na een hartelijk afscheid van Karin (Peter lag om tien uur nog op één oor) door de palmentuinen van Elche en Orihuela snel de A7 op. Beetje kilometers maken voor het echt te warm wordt. Langs Murcia (waar het sardientje ongetwijfeld nog in de rivier de Segura dobbert; zie eventueel http://berrynales.blogspot.com.es/2016/03/op-naar-de-zon-8-murcia.html) en Lorca (staat nog steeds op het verlanglijstje) de RM 11 op naar Aguilas. Even terzijde: deze keer het waarschuwingsbord wel in de juiste positie.

Area de Autocaravana Tortugamora staat nog in de steigers. Domingo (motto: we denken hier niet in problemen maar in oplossingen) is nog niet zo lang bezig, maar het meest elementaire is aanwezig en ja: de douche werkt voor het winterseizoen. Een zeer rustige omgeving, direct aan zee. Alleen jammer dan het zondag is: de leuke plekken met volop zeezicht komen pas later op de dag vrij, wanneer de Spanjaarden weer huiswaarts trekken. Ons zeezicht is beperkt tot een glimp tussen de witte dozen en de struiken door. Voor 7 € (en twee voor de vonkjes) mag je niet klagen. Blijf je overwinteren dan betaal je maar vijf flappen per dag. Kan me overigens niet voorstellen dat ik hier langer dan een paar dagen kan staan: je kunt niet zoveel kanten op. De camperplaats is zo’n tien kilometer van Aguilas verwijderd en een paar heftige bulten scheiden ons van de stad op een dusdanige manier dat ik zeg: fietsen is geen optie.

Even een klein fietstochtje: eerst linksaf naar het dorpje Calabardina, vandaag ingenomen door een tweetal bussen met studenten uit Liverpool. Geen vrij plekje op een terrasje meer over. Ik neem ook aan dat men qua omzet liever te maken heeft met dorstige jonge Engelsen dan zuinige oude(re) Nederlanders. De toren van Cope (vlak bij de camperplaats aan de Cabo de Cope) diende als verdediging tegen de aanvallen van de Barbarijse zeerovers vanuit de Middellandse Zee. De toren (een verzameling oude stenen, maar goed gerestaureerd) dateert uit het midden van de 16e eeuw. Ik heb W beloofd géén boek te schrijven over de Barbarijse piraten, dus met deze informatie zul je het (vandaag) moeten doen. Terug naar de cp en bij de poort rechtsaf waar we een ontziltingsinstallatie tegenkwamen. We vroegen ons al af hoe men in deze omgeving al die akkers van water kan voorzien. Eenvoudig dus: pomp water uit de zee en haal het zout eruit.
 
 
 
Eén van de positieve dingen van deze camperplaats: er is een strandtentje waar ze vandaag livemuziek ten gehore brachten en ook nog een fantastische Estrella tapten. Het uitzicht over de zonnige zee kreeg je er gratis bij. De cp heeft ook één groot nadeel: net als alle plekken aan de kust van Spanje die we tot heden toe bezocht hebben stikt het van de vliegen. Op sommige momenten is het zo erg dat we van narigheid binnen gaan zitten. En ook daar is het een kwestie van doodmeppen. Schijnt allemaal bij het Spaanse leven te horen en volgens Karin (die van de camperplaats in Elche) wen je er vanzelf aan. Ondanks de hinderlijke vliegen blijft onze reis één groot feest.

V: 100.723; A: 100.900

 

 


 

 
 

zaterdag 16 september 2017

najaarstocht 2017 – 5: palmen en granaatappels

vrijdag 15 en zaterdag 16 september: @ elche

Na het aftikken van 3 x € 17,00 bij de juffrouw van Devesa Gardens, hetgeen niets te veel is voor een grote plek, een zwembad en (wanneer je het juiste gebouw selecteert) uitstekend sanitair. Dan vergeten we nog de toldo boven je hoofd en de dierentuin op het terrein te noemen. Mooi plekje daar in het natuurpark van l’Albufera. Uit dankbaarheid hebben we de inhoud van het cassettetoilet en de vuilwatertank achtergelaten. Door de rijstvelden naar Cullera voor het Lidl-verhaal en (bijna) aan zee een verlaat bruin-brood-ontbijt. Vervolgens naar Gandia en daar rechtsaf de CV60 op, zodat je de punt van Dénia, Javéa en vooral de kermis van Benidorm ontloopt. Een stuk frisser dan de vorige dagen, af en toe een verkoelend buitje op het dak van onze Puzzel, maar echt schoon werd ze er niet van.
Overigens voor het vertrek nog even een discussie over de wijze waarop het verplichte fietsbord geplaatst moest worden: diagonaal van linksboven naar rechtsonder of net andersom? Vandaag hebben we het fout gedaan, een volgende keer beter!
 
Onze camperplaats ligt aan de weg van Elche (in deze omgeving noemen ze het Elx) naar La Marina. Karin en Peter die hier de scepter zwaaien hebben de plek Parking Los Verdes genoemd. Nog niet zo lang open, zie je aan het nummer van Campercontact (55.749) en aan de dingen die net-niet-af-zijn-maar-ongetwijfeld-mooi-zullen-worden. Gastvrij ontvangen met een lekkere bak koffie en een lange babbel. Voor € 7,50 per nacht en 40 cent per kwh voor de vonkjes mag je niet klagen, vooral wanneer je voor die prijs gratis kunt douchen (met een regendouche), niet hoeft te stinken op je campertoilet en via internet Eltiempo.es kunt volgen. Als je plek hebt voor maximaal 7 campers beheer je een camperplaats puur uit liefhebberij en niet om er beter aan te worden. We komen hier ongetwijfeld nog een keertje terug.

 
Na de koffie en het optuigen van de fietsen naar Elche vertrokken. Geprobeerd zoveel mogelijk binnendoorweggetjes te vinden, wat voor 90 % gelukt is dankzij Google Maps op de telefoon van W. Mooi temperatuurtje om te pedaleren: graadje of 25 met een (soms voorzichtig soms tetterend) zonnetje. Zeg je Elche dan zeg je palmen en dan vooral dadelpalmen. Alleen kunnen ze in deze buurt van Spanje niet zo goed tellen. Volgens de ene website tellen de palmenboomgaarden van Elche (binnen en buiten de stad) zo’n 200.000 palmen, een ander heeft het over 300.000 bomen en ik kwam er ook eentje tegen die 500.000 een leuk getal vond. Het zijn er in elk geval heel veel. De eerste dadelpalmen zijn vermoedelijk in de 5e eeuw vC geplant door Carthagers. Deze jongens hadden toen in zuidoost Spanje het heft in handen. De Romeinen knutselden wat later met irrigatiesystemen en de Moren (7e tot 10e eeuw) perfectioneerden de waterwerken. Overigens vandaag wel de helmpjes op (mede op aanraden van de camperplaatsbaas).

Het zal wel aan ons liggen, maar voor de zoveelste keer konden we HET palmenpark van Elche, de Jardin Huerto del Cura, niet vinden. Volgens W zijn we er vandaag wel geweest (ze vergeleek foto’s van internet met de onze), ik denk dat we niet verder gekomen zijn dan het gemeentelijk park. Fijn hoor die Spanjaarden: eerst een bordje met een verwijzing en verder mag je het zelf uitzoeken. Welke tuin we ook gezien hebben, het was in elk geval fantastisch: Elche en omgeving heeft door al die bomen een erg exotisch tintje.
 
 
 
Onze tocht liet ook veel granaatappelstruiken zien. Vooral mannen moeten veel granaatappels eten: de rode pitjes zijn niet alleen ontstekingremmend, bloeddrukverlagend en zorgen voor een mooie huid, het schijnt dat ze ook erectieproblemen voorkomen. En dat alles (en nog veel meer) komt door de polyfenolen. Nee, ik verzin het niet ter plekke.
V: 100.526; A: 100.723

Eigenlijk zouden we op zaterdag een deurtje verder, maar het bleek dat de plaatselijke Piet Paulusma ook maar een koffiedikkijker is: de voorspelde hele-dag-regen werd droog-met-een-prettig-temperatuurtje. De verwachte regen was al in de nacht gevallen. Dus opnieuw op de fiets en “binnendoor” naar Santa Pola. Heb je een schitterend fietspad, heeft daar een of andere malloot bedacht om de overgang met de “snelweg” N332 af te sluiten. Met gevaar voor eigen leven moesten we de weg over en onze fietsen over de vangrails zeulen (of 15 kilometer omfietsen).
 
 
De zoutpannen en de boot naar het pirateneiland Tarabarca hebben we tijdens een vorig reisje al eens gezien (dus ook helemaal vergeten om foto’s te maken). Via een omtrekkende beweging door de velden en later over de CV853 naar La Marina getrokken waar we ons hebben getrakteerd op inktvis en een soort bitterballen met ham. Uiteraard moet je die hapjes wegspoelen. Accu’s leeg en knollen op, dus W een dutje en ik aan het bloggen. Je zou hier in dit gebied van Spanje bijna een finca (zeg maar landgoed met een – meestal vervallen – stulpje) kopen.



 

 

donderdag 14 september 2017

najaarstocht 2017 – 4: nationaal park l’albufera

dinsdag 12 tot vrijdag 15 september: @ El Saler (Valencia)

Als je een camper hebt doe je boodschappen bij de Lidl, dat hoort zo! En om de dichtstbijzijnde vestiging te zoeken gebruikt de camperaar de Lidl-app, voor zover de winkels niet als Points of Interest in het navigatiesysteem staan. Dus even met de bus naar het noorden, omdat ze in Benicarló een groot Lidlfiliaal hebben met lekker bruin brood (beter dan de stopverf die ze op campings verkopen). Aan dezelfde weg (Avenida de Papa Luna) zit ook een gratis camperplek. Niet om nu al een slaapplaats voor de nacht te zoeken (aan zee, gratis, maar wel pal in de zon) maar om onze vuilwatertank te lozen. Op camping Viz Mar de stortplaats niet gevonden, vooropgesteld dat deze er is.
Door de C13 te nemen bij Torreblanca (je gaat dan wel een klein stukje het binnenland in), mis je het drukke Benicàssim en Castello. Wel dwars door Valencia en dat is ook een heel avontuur: zes rijen dik moeten vervolgens tot twee banen geperst de rotonde over. Ome Tom was regelmatig aan de trage kant (hoge gebouwen), dus een paar keer een afslag gemist. Uiteindelijk de brug over de “nieuwe” Turia over en de CV 500 bracht ons naar camping Devesa Gardens, waar we een paar nachtjes zullen blijven. De camping ligt een kleine 20 kilometer ten zuiden van Valencia. We zijn al een paar keer in deze prachtige stad geweest (onder andere drie keer voor de Fallas in maart) en elke keer was ons uitgangspunt Camperpark Valencia in Bétera. Deze keer toch maar een ander plekje, we willen het natuurgebied l’Albufera met de fiets verkennen.

Na aankomst meteen op de fiets en een verkennend rondje door de “duinen”. Mooie fietspaden en stille stranden. Morgen meer! Uiteraard moest W ook nog even het zwembad uitproberen.
 

V 100.360; A: 100.562
woensdag 13 september

De toldo’s (zonneschermen) boven de campingplaatsen geven dan wel de nodige beschutting, maar in de wind piept en kraakt het behoorlijk, alsof dertig Spanjolen grind aan het harken zijn (zonder te praten dan wel). Stopverf bij het ontbijt, want geen bruin brood in de campingsupermarkt.
Vanwege het zonnige en warme weer al om half tien op de fiets door het “droge” deel van l’Albufera, morgen staat het “natte” gedeelte op het programma. Zonder een verkeersweg buiten de bebouwde kom (helmpjes dus alleen ter geruststelling meegenomen) aangekomen bij de stad van de kunst en de wetenschap (vooruit op zijn Catalaans: La Ciutat de les Arts i les Ciences). Nadat de rivier de Turia (die dwars door Valencia stroomde) voor de zoveelste keer buiten haar oevers was getreden, besloot de overheid eind jaren 80 van de vorige eeuw de rivier buiten de stad om te leiden door de aanleg van een kanaal ten zuiden van de bebouwde kom. De oorspronkelijke bedding kwam droog te liggen en werd veranderd in een 7 kilometer lange groenstrook met wandelparken, fietspaden en sportvelden. Vlak vóór de plek waar de Turia bij El Grau de Valencia in de Middellandse Zee uitmondde, werd la Ciutat gebouwd die in fasen tussen 2000 en 2004 werd opgeleverd. Het complex wordt gekenmerkt door verrassende architectuur. We zijn er al eens eerder geweest (oktober 2014), maar het is net of het geheel steeds indrukwekkender wordt. Overigens staat één van de gebouwen al weer stevig in de steigers, misschien toentertijd toch verkeerde materialen gebruikt?

 
 

Een tochtje door de tuin van Turia (de drooggevallen rivier) bracht ons bij metrostation Alameda, waar we drie jaar geleden met veel pijn en moeite twee vouwfietsen en een paar dikke konten in een superklein liftje hebben weten te stoppen. We konden er nu smakelijk om lachen: we bleven bovengronds. Het idee om een paar ansichtkaarten in de stad te kopen hebben we heel snel laten vallen, want: te druk! Snel weer de tuinen in en een vloeibare versnapering genuttigd bij een kiosk-met-terras. Daarna dezelfde tocht in omgekeerde richting terug (dus wind tegen en zon in het gezicht). Dagteller van de fiets: weer een eind boven de 50 kilometer. Heb ik het al over het weer gehad? Strakblauw, graadje of 28. Morgen komt het kwik nog een eindje hoger te staan in de thermometer. Misschien voor de thuisblijvers in de eerste herfststormen niet leuk, maar we kunnen het niet anders maken.
 
donderdag 14 september

Parc Natural de l’Albufera de Valencia is sedert 1988 een nationaal park. Een lange rij duinen scheidt het zoetwatermeer (grootste meer van Spanje) van de Middellandse Zee. Het gebied staat bekend om de rijstteelt. De plaatselijke paella (met paling) schijn je te moeten proeven. (Voor ons was het nog wat aan de vroege kant). Boottochtje gemaakt over het meer en door de rietvelden. Net de Weerribben, maar daar hebben we nog nooit een arend zien vliegen. Hier dus wel.  

 
 
 
 
35 Graden, dus de rest van de middag doorgebracht bij het zwembad van de camping. Lekkere ligbedden in de schaduw en een koud drankje erbij. Minpuntje: reis je helemaal naar Spanje, tappen ze Heineken (bier) en Amstel (radler). Morgen schijnt het weer en vooral de temperatuur “in te zakken”, dus dan maar een stukje verder.

maandag 11 september 2017

najaarstocht 2017 – 3: naar de kust

zaterdag 09 september: @ casa de fusta (ebrodelta)

Wat hebben we een vooruitziende blik gehad, of: wat hebben we het weerbericht van El Tiempo goed in de gaten gehouden. Gisteren een stakblauwe dag in de Pyreneeën, dus een mooie passentocht. Vandaag deels grauw en somber, soms een buitje en ook regelmatig wat opklaringen; een mooie reisdag door het binnenland van Spanje.
Het bestelde brood zou niet eerder dan half tien geleverd kunnen worden. Hopelijk kan de campingwinkel er anderen mee gelukkig maken, voor ons is het te laat; we proberen onderweg wel een “pan” te scoren.

Wat een mooie route weer. Eerst een stuk over de N260, een carretera nacional, een weg van in totaal 470 kilometer oost-west door de oostelijke Pyreneeën. De carretera is in 1988 ontstaan door allerlei lokale stukjes weg aan elkaar te knopen. Daardoor zijn veel gedeelten bochtig en smal, dus geliefd bij motorrijders. We hebben de N260 gereden van Gavin naar Aínsa. Vanaf Ainsa bracht de mooi brede, maar bochtige A138 ons naar Barbastro met links regelmatig uitzicht op verschillende stuwmeren in de Rio Cinca. Een erg dun bevolkt gebied. Op het juiste moment moest W een foto nemen – ietwat mislukt, maar de strekking is duidelijk.
 
Het volgende ijkpunt was Lleida dat we bereikten via de A22/N240 om tenslotte de route langs de Ebro (C12) naar Amposta op te pikken. We hebben weer een (voor ons onbekend) mooi gedeelte van Spanje gezien.


Even een studie gemaakt van de twee vlaggen die we in Catalonië tegenkomen. De Senyera is de oorspronkelijk vlag van Cataluña, maar tegenwoordig zie je steeds vaker de versie met de ster, de “estelada”. Deze vlag symboliseert de wil van de Catalanen om op een democratische, legitieme, gewettigde en geweldloze manier onafhankelijk te worden. Dat is er uit: zo leer je nog eens wat op zo’n reisje.
 
 
Het laatste stukje door de delta was weer bekend terrein, we zijn er in het voorjaar nog geweest (zie eventueel http://berrynales.blogspot.nl/2017/03/naar-de-zon-6-de-ebrodelta.html ). De Ebrodelta is eigenlijk een mix van een Hollandse polder met Indonesische rijstvelden. In maart lag de delta nog grotendeels braak en overheerste de grauwheid van onbewerkte aarde, nu oogt alles okergeel en wacht de rijst om geoogst te worden. De rijstpluk start eind september. Helaas: regen tot zes uur en vervolgens een stormachtige wind. Meer dan even de neus buiten de deur steken zat er niet in. De Spanjaarden (weekend, dus de gehele camperplek vol met Spaanse kentekens) trekken zich van een beetje wind niets aan. Toen het ophield met druppelen werd er met veel kabaal uitgebreid geborreld en later op de avond nog uitgebreider gegeten. Toen wij tegen elven naar bed gingen, speelden de kleine krullekoppen nog buiten.


V: 99.880; A: 100.229
zondag 10 september: @ peñiscola

De bedoeling was een dagje te fietsen in de Ebrodelta, maar ons blik heeft de hele nacht liggen te schudden op de vier wieltjes. W heeft midden in de nacht nog even de dakluiken vergrendeld, omdat ze het idee had dat ze weg zouden waaien. De koelkast is uitgewaaid: doordat je op een camperplek geacht wordt allemaal met de neus dezelfde kant op te wijzen (behalve de Britten, die hebben de deur aan de andere kant) stond de koelkast pal op de wind. Geen voorzieningen op deze camperplaats dus moet het gas het koelwerk doen. Bij het opstaan nog steeds een windkracht zes of zo, dus niet fietsen maar rijden: lauw bier en bedorven koteletten is ook niet alles. Een uitgebreid rondje delta in de camper, met de nodige uitstapjes bij kijkhutten, een broodje aan zee in Riumar tussen de surfers, een bakje koffie in een tentje (€ 2,70 voor een cappuccino en een café solo – samen dus), een voorzichtig wandelingetje en daarna full speed naar Peñiscola. Tijdens het rijden liet ik weer een staaltje van het klassiek mannelijke vermogen tot multitasking zien: rijden, luisteren naar muziek en W de opdracht geven op te zoeken wanneer Conny Vandenbos is overleden.


Peñiscola (we waren er al eens eerder - http://berrynales.blogspot.nl/2016/04/op-naar-de-zon-11-achter-de-geraniums.html ) heeft een groot aantal campings/camperplaatsen. Deze keer “won” Viz Mar, voornamelijk omdat deze camping een leuk Acsi-prijsje hanteert (€ 11 all-in) en vooral vanwege het zwembad voor W. Strakblauw, dus snel op de fiets (sinds Rotterdam niet meer gebruikt). Wel een beetje wind, maar je weet: die hebben we altijd mee! Een heerlijk ijsje bij een vestiging van Haägen Dasz en W nog even afkoelen in het zwembad. Voor je het weet is er weer een mooie dag voorbij.
 
 
 
V: 100.229; A: 100.360

maandag 11 september: @ peñiscola
Wat valt er te vertellen? Een fantastische fietstocht langs de kust van Peñiscola via Benicarló en Vinaròs naar een riviertje Sòl de Riu dat ons min of meer de weg versperde en ongeveer via dezelfde weg terug. Zonnetje erbij, drankje op een terrasje en W heeft nog even voor dolfijn gespeeld in de Middellandse Zee. Met veel moeite een flappentap gevonden (veel, maar niet alles valt met creditcard en bankpas te betalen). Zestig kilometer op de teller en nog steeds de fietsbroek niet ingepakt. Morgen een deurtje verder: hier kennen we inmiddels de weg.