noordpolderzijl

noordpolderzijl

zondag 23 augustus 2026

nog even weg vóór de slachting - 2: een (klein) rondje veluwemeer

Veel vragen over het schilderij dat ik gisteren bij mijn verhaal over het “vleesch“ plaatste (voor de duidelijkheid neem ik het prentje nog een keer op). Als je het plaatje gaat zoeken kom je terecht bij “A Meat Stall with the Holy Family Giving Alms", een buitengewoon interessant schilderij van de Nederlandse schilder Pieter Aertsen (1507/08–1575), gemaakt in 1551. Het bevindt zich tegenwoordig in het North Carolina Museum of Art. Het is een behoorlijk groot olieverfschilderij op paneel van ongeveer 116 × 169 cm. Zal het schilderij niet gaan “duiden“, daarvoor kun je wel op internet terecht. 

Wat ik niet wist is dat het eigenlijke religieuze verhaal verborgen zit in de achtergrond. Door de openingen van de kraam zie je de Heilige Familie op hun vlucht naar Egypte (zie uitsnede van het schilderij). Maria zit op de ezel en geeft brood aan arme mensen: “alms“ zijn aalmoezen. Beetje vreemde vogel die Pieter, hij ging zo’n beetje zijn eigen gang: hij schilderde alledaagse scènes en verwerkte daar vervolgens een bijbels tafereel in. De opdracht voor het doek kwam waarschijnlijk van het slagersgilde van Antwerpen ter gelegenheid van het 50-jarig jubileum van het gildehuis.

Wil nog even terugkomen op dat stationnetje waar ik gisteren W uit de bus gezet heb en laten fietsen. Geloof dat ProRail Voorst-Empe inmiddels geen station meer noemt maar een halte. Kan me nog herinneren dat er gelijktijdig met Voorst-Empe nog een halte geopend werd, namelijk Apeldoorn de Maten. De inpassing van die twee haltes in bestaande halfuursdienst tussen Apeldoorn en Zutphen had nogal wat voeten in de aarde en had negatieve gevolgen voor de aansluitingen in Apeldoorn en Zutphen. Een naadloze overstap van en naar het westen in onder meer Apeldoorn was vanaf dat moment van de baan. De Reisplanner laat je tegenwoordig van Zutphen via Arnhem reizen om bijvoorbeeld op Schiphol te komen. Afbeelding afkomstig van Google StreetView.

zondag 23 augustus: @ nunspeet

Wakker worden op camperplaats De Zwaan, een paar kilometer buiten het centrum van Nunspeet, midden in het agrarische landschap van de Veluwe en nog preciezer: in de Biblebelt. Een rustig begin dus, vooral omdat het zondag is. We hebben plaats 17 van de 60 (verharde) plekken en ja: W staat weer eens in een (voormalig) weiland. Ooit camperplaats van het jaar (2011 geloof ik), maar inmiddels een beetje groter en onpersoonlijker geworden. Dat laatste kan ook aan ons liggen: we zijn niet zo van de praatjes bij de afwasbakken over de prijs van de Dreft. Modern georganiseerd met een zelfbedieningszuil voor in- en uitchecken. De Zwaan is een echt familiebedrijf, gerund door Lammert en Anneke de Zwaan. Stroom en warm water wordt apart afgerekend, zelfs het afwaswater moet je betalen, da’s wel weer een minpuntje. Verdere voorzieningen: toiletten en douches, water, loospunten voor afvalwater en cassettetoiletten. Voor de mensen die wel van het groepsgebeuren houden is er een recreatieruimte en een jeu-de-boulesbaan. Gisteren reed er iemand met een golfkarretje rond om te kijken of eenieder wel netjes ingecheckt had. Nunspeet ligt met ongeveer 2 kilometer net te ver voor een wandelingetje voor W maar met de fiets is het goed te doen. En inderdaad kwamen we hier voor dat fietsen: het Veluwemeer, de bossen en de heide zijn gemakkelijk per fiets bereikbaar, terwijl Harderwijk en Elburg goed te doen zijn.


Als je op zondag naar de kerk wilt hebt je in Nunspeet keuze genoeg. De plaats zelf telt momenteel twaalf kerken/kerkelijke locaties. Als je het gemeentebreed gaat bekijken komen er nog zes bij (vijf in Elspeet en één in Hulshorst). Wel veel afscheidingen van afscheidingen en zo is Nunspeet een mooi voorbeeld van een plaats op de Biblebelt. Die Biblebelt moet je zien als een mozaïek van dorpen en gemeenschappen, niet als een scherp begrensd gebied, een langgerekte streek in Nederland waar orthodox-protestantse geloofsgemeenschappen van oudsher sterk vertegenwoordigd zijn. De band loopt grofweg van Zeeland via de Alblasserwaard, de Gelderse Vallei en de Veluwe naar Overijssel, al zijn de grenzen niet scherp. Belangrijke plaatsen zijn onder meer Urk, Barneveld, Ede, Veenendaal, Nunspeet, Elspeet, Staphorst en Rijssen. De wortels van de Biblebelt liggen vooral in de Reformatie en de latere ontwikkeling van orthodox-calvinistische stromingen door diverse afscheidingen, maar dat laatste heb ik al genoemd. Hoe de Biblebelt zich over Nederland uitstrekt kun je heel eenvoudig zien door te kijken naar het percentage SGP-stemmers in een een gemeente (zie bijgaand kaartje).

Een fietstocht om het hele Veluwemeer is op dit ogenblik gezien mijn lichamelijke gesteldheid wat toe veel van het goede. Gelukkig vaart van medio april tot medio oktober tussen Nunspeet en Biddinghuizen het Veluwerandveer. Uit de toeristenfolder: “Een unieke verbinding over het water die het mogelijk maakt in één dag te genieten van zowel de Veluwe als de polder. Van oud naar nieuw land! Het pontje brengt je in circa 15 minuten van Gelderland naar Flevoland en vice versa. Per oversteek kunnen maximaal 12 fietsen mee. De kosten zijn € 4,00 p.p. (Kinderen 4 t/m 12 € 2,00 p.p.)“

Met die kennis gewapend konden Komoot en ik aan de slag en rekening houdend met de windrichting (en -kracht), de ligging van het veer en de bruggen over het Veluwemeer kwam er een aantrekkelijke fietsroute uit onze koker. Één minpunt (volgens W): zes jaar geleden hebben we een compleet rondje Veluwemeer gefietst en toen prima geluncht aan het Erkermederstrand (zie bijgaande foto). Deze plek lag vandaag behoorlijk buiten de route.

Al snel konden we met droge voeten het water over door gebruik te maken van het Veluwerandveer, een fiets- en voetveer over het Veluwemeer, tussen de Gelderse oever bij Hulshorst/Nunspeet en de Bremerbaai in Flevoland. Denk dat het speciaal bedoeld is voor het fietsrecreatieverkeer. Was even in de war met het Horsterveer tussen Strand Horst en Zeewolde. Dat bestaat al sinds 1993 en is vooral belangrijk voor voor scholieren uit Zeewolde die naar scholen in Harderwijk en Ermelo gaan. Het Veluwerandveer is nog vrij jong; het werd in 2004 geopend. Het stond als eerste op onze bucketlist want op het laatste moment hebben we de route omgedraaid en besloten om tegen de klok in te fietsen.


Net aan de overkant van het Veluwemeer, dus op Flevolandse bodem kwamen we langs
het Monument voor Prima Mensen. Als je het zoekt: het staat aan de Bremerbergdijk in Biddinghuizen, vlak bij de Bremerbaai (een paar honderd meter ten westen van de plek waar het fietspontje naar Nunspeet vertrekt of - in ons geval - aankomt). Het kunstwerk werd in 2014 gemaakt door de kunstenaar Domenique Himmelsbach de Vries. Het is een betonnen pentagram (vijfpuntige ster), met aan twee punten een hand met een opgestoken duim. Volgens W is dat het bekende “like“-symbool dat je vooral in social meda gebruikt (ik gebruik wat anders, maar nu dwaal ik weer eens ernstig af). Er zit een hele filosofie achter het beeld. Kort samengevat: het is een eerbetoon aan gewone, vaak onbekende mensen die nooit een standbeeld zouden krijgen. Aan de voet liggen keramische tegels met hun namen. De eerste vijf tegels werden bij de officiële onthulling op 25 augustus 2015 geplaatst en dat aantal is inmiddels behoorlijk uitgebreid: regelmatig komen er tegels voor “prima mensen“ bij. Klein detail: het monument staat volgens de initiatiefnemers op het geografische middelpunt van Nederland.

Het Veluwemeer is vernoemd naar het Veluwse landschap, een bosgebied in de provincie Gelderland. Het Veluwemeer ligt tussen de provincies Gelderland en Flevoland en is de grootste van de Veluwerandzeeën, onderdeel van de voormalige Zuiderzee. In het zuidwesten komen de Veluwerandzeeën van Wolderwijd, Nuldernauw en Nijkerkernauw samen. Er zijn maar een paar plekken waar je van het Veluwerandmeer in de Flevopolder komt. Één van die plekken is de Blauwe Dromer, een sluis bij gemaal Lovink bij Harderwijk (specifiek de Harderhaven). De sluis is alleen geschikt voor recreatievaart en vormt de doorgang tussen het Veluwemeer en de lager gelegen poldervaart en kent een verval van ruim vijf meter. De Blauwe Dromer is ook een opvallend stuk landschapskunst vlak bij de sluis, gemaakt door de kunstenares Jacqueline Verhaagen. Het is een van de bekendste kunstwerken in Flevoland en heeft een heel eigen, bijna poëtische betekenis. Ga ik niet meer oplepelen want toen W van mij naar de andere kant van de weg mocht om een plaatje te schieten, sprak ze de gedenkwaardige woorden “Hier ben ik vaker geweest!“. Inderdaad W, de laatste keer was dat in augustus 2024. Degene die meer informatie wil over het kunstwerk kan daar terecht. Via Google kom je ook veel te weten.


Op het keerpunt van onze tocht moesten we de oversteek maken Twee belangrijke onderdelen van onze fietstocht waren de oversteek bij Harderwijk en de veerdienst. Was eerst nog de vraag in hoeverre we met de fiets gebruik zouden maken van het aquaduct bij Harderwijk. Zelfs de geleerde heren (lees AI) spraken elkaar tegen en eentje beloofde ons een brug. Niet dus: wij mochten gewoon met de auto’s mee onder het Veluwemeer door rijden via het aquaduct, gelukkig wel op een vrijliggend fietsfpad naast de N302. Voor het uitzicht wat minder. We hadden het kunnen weten: hebben een paar jaar geleden hier ook de oversteek gemaakt.

Tegen half vier draaiden de vier wielen de camperplaats weer op na ruim 31 kilometer. De eerlijkheid gebiedt te vertellen dat we ons zo’n kleine drie daarvan hebben laten voortbewegen door het pontje over het water. Mooie dag, droog gebleven en de hoeveelheid wind viel mee. Het besluit om de route om te draaien was windtechnisch gezien een goede beslissing. Temperatuur: tegen de 20 graden maximaal, zon zo’n 40 procent gemiddeld. Opvallend: weinig bankjes aan de “nieuwe“ kant van het water. En morgen? Morgen is er weer een dag en bij het ontbijt valt de beslissing: blijven (en een rondje Veluwse bossen), terug in één keer (zodat we dinsdag een “klungeldag“ in Lichtenvoorde hebben) of terug in twee etappes (waarbij W het fietswerk volledig voor haar rekening kan nemen). Dit is nu precies het voordeel van reizen met een camper. Je verneemt de beslissing morgen. Als afsluiter krijg je het plaatje van sculptuur de Vruchtbaarheid van me. Verhaal hiervan zal ik morgen vertellen. Vandaag ruimtegebrek.

zaterdag 22 augustus 2026

nog even weg vóór de slachting - 1: autofietsen naar nunspeet

Zuslief (de oudste) onderhoudt de contacten met het handjevol ooms en tantes die het tot heden toe overleefd hebben. Kreeg een appje met de tekst “Tante T heeft wederom een jas uitgedaan“. Vond ik wel een heel mooie uitdrukking die precies aangeeft wat er aan de hand is. De rest van de familie (uw scribent incluis) kende de term niet, terwijl het toch gangbaar Nederlands schijnt te zijn. Volgens Wiki is de uitdrukking "een jas uitdoen" (of "een jasje uitdoen") een figuurlijke spreekwijze die betekent dat iemand veel krachten of energie heeft ingeleverd, flink is afgevallen, of zwaar heeft geleden na een grote inspanning of tegenslag. En natuurlijk kan het ook pikant: in oudere volkstaal of schertsend taalgebruik werd er soms ook mee bedoeld dat iemand zwanger is (waarbij 'jas' een Bargoens woord voor condoom was). 

Kende wel iets soortgelijks: “het gaat iemand zeer weinig naar den vleesche“. De uitdrukking "naar den vleesche" betekent letterlijk "in aards, stoffelijk of lichamelijk opzicht". Als het iemand "zeer weinig naar den vleesche ging", betekent dit dat het hem in het dagelijks leven, qua welvaart, gezondheid of aardse voorspoed, helemaal niet voor de wind ging. Bijgaand plaatje is dus eigenlijk "helemaal verkeerd".

 

zaterdag 22 augustus: @ nunspeet

De titel van dit blog vraagt ongetwijfeld om de nodige uitleg. Allereerst “de slachting“: na een hele lange wachttijd (vanaf half maart) heb ik dan eindelijk een oproep gekregen voor een operatie. Niet de snel jubelen, want het kan nog tot een dag van tevoren worden gecanceld omdat er iemand is die eerder dood dreigt te gaan of zoiets. Woensdag ben ik aan de beurt. Nog even er tussenuit onder het motto “nu kan het nog“. Het begrip “autofietsen“ is qua term nog niet eerder genoemd maar we hebben het het laaste half jaar veel gedaan: W gaat op de fiets naar een camperplaats en ik mag de bus verplaatsen. Nu is de afstand naar Nunspeet iets verder dan “aangenaam“, dus heb ik haar bij station Empe-Voorst vrijgelaten. Dit station is eigenlijk de opvolger van een veel ouder station dat al in 1876 werd geopend, in de tijd dat de spoorbomen nog tot aan de hemel groeiden. Het maakte onderdeel uit van de spoorlijn Apeldoorn–Zutphen (een stukje van de Oosterspoorweg van Amsterdam via Apeldoorn naar Zutphen. Het reizigersvervoer bleek uiteindelijk niet voldoende. Precies 62 jaar na de opening, werd station Voorst gesloten voor reizigers. Tijdens de Tweede Wereldoorlog was er nog een korte opleving: van 25 september 1940 tot 5 mei 1941 stopten er weer reizigerstreinen. Daarna bleef de locatie nog enige tijd als los- en laadplaats voor goederen in gebruik. Het stationsgebouw werd uiteindelijk in 1946 gesloopt. De goederenfunctie verdween later eveneens; in 1965 werd de spoorverbinding met Voorst definitief beëindigd. En dan, na 68 jaar, komt het station terug: op 10 december 2006 werd op vrijwel dezelfde plek een nieuwe halte geopend, nu onder de naam Voorst-Empe. Heel eenvoudig uitgevoerd: slechts één perron met een overkapt wachthuisje, fietsenstalling en kaartautomaat. En op die plek begon W aan haar tocht over de Veluwe naar Nunspeet. Overigens wel na het afwachten van een “buitje“, kort maar zeer hevig. Gelukkig hadden we een soepje bij ons en nog voldoende gas in de propaanfles om ervoor te zorgen dat de soep heet werd opgediend. De regen tikte knus op het camperdak. Toen W op de fiets stapte was de zon al weer met haar werk begonnen.

De fietstocht van W ging over de Veluwe. De hei was een stuk paarser dan vorige week en behalve een lang traject langs het Apeldoorns Kanaal (dat loopt van Dieren via Apeldoorn naar Hattem) mocht W weer over een voormalige spoorlijn fietsen. Deze keer was het een stuk van de voormalige Baronnenlijn, de spoorverbinding van Apeldoorn via Het Loo, Vaassen, Emst, Epe, Heerde en Wapenveld naar Hattemerbroek, waar aansluiting bestond op de spoorlijn naar Zwolle. De lijn werd tussen 1887 en 1889 aangelegd door de Koninklijke Nederlandsche Locaal-Spoorwegmaatschappij (KNLS). De bijnaam Baronnenlijn verwijst naar de adellijke en invloedrijke heren uit de streek die zich sterk hadden gemaakt voor de aanleg. Zij zagen het spoor als middel om de Noordoost-Veluwe economisch te ontwikkelen. De spoorlijn was niet alleen bedoeld voor reizigers. Vooral het goederenvervoer was belangrijk. Fabrieken en andere bedrijven langs het traject kregen aansluiting op het spoor, waardoor onder meer papier, hout, steen en andere producten konden worden vervoerd. De lijn droeg daarmee aanzienlijk bij aan de industrialisatie van de dorpen aan de oostkant van de Veluwe. Er zat bovendien een koninklijk tintje aan. De Baronnenlijn maakte gebruik van de bestaande spoorverbinding naar Paleis Het Loo, die in 1876 was aangelegd voor koning Willem III. De nieuwe lijn liep aanvankelijk via Het Loo verder richting Vaassen en Epe. Het reizigersvervoer werd steeds minder belangrijk door de opkomst van de autobus en werd in 1950 beëindigd. Het goederenvervoer hield het aanzienlijk langer vol: pas in 1972 reden de laatste goederentreinen. Daarna werd de spoorlijn opgebroken.








Ik draaide om half drie camperplaats de Zwaan in Nunspeet op, W twee uur later. Zij had ruim 50 kilometer afgelegd vanaf station Voorst-Empe. Een mooie dag. V: 225.898; A: 225.999. Rijtemperatuur 18-19 graden. Later op de camperplaats af en toe wat warmer. Belangrijker: het bleef droog (de buien scheerden boven- en onder langs Nunspeet). Zon op/onder: 06:30/20:47 (gegevens Nunspeet). En morgen? Morgen is er weer een dag. We blijven nog een paar dagen hier “nu het nog kan“. Het zal wel fietsen worden. Niet iedereen trekt er zich wat van aan dat hij op de Biblebelt zit en het morgen zondag is.

dinsdag 18 augustus 2026

een weekendje haarle - 4: done

R te dH was weer even op Whatsapp. Hij vond mijn verhaal over de rekkelijken en de preciezen maar heel karig, ook al was het afwasgerelateerd. Weet niet of mijn publiek geïnteresseerd is in de theorieën van de Leidse hoogleraar Jacobus Arminius. Zijn volgelingen werden de rekkelijken, ook wel remonstranten of arminianen genoemd. Deze groep vond dat de mens, ondanks zijn zondigheid, een zekere vrijheid van wil had. Gods genade was noodzakelijk, maar de mens kon die genade wel aannemen of afwijzen. De preciezen, ook contraremonstranten genoemd, stonden onder invloed van onder anderen de Leidse hoogleraar Franciscus Gomarus. Zij hielden sterker vast aan de klassieke calvinistische predestinatieleer. Volgens hen was de mens door de zonde niet in staat uit zichzelf voor God te kiezen. Het was uiteindelijk God die bepaalde wie werd uitverkoren. Gods genade was dus niet afhankelijk van een beslissing van de mens. Kan er vervolgens ook nog de politiek bijhalen: stadhouder Maurits schaarde zich achter de preciezen terwijl Johan van Oldenbarnevelt bij de rekkelijken hoorde. Het kostte Johan zijn kop, maar dat had ik in een vorig blog al verteld. Een godsdienstig meningsverschil was uitgegroeid tot een nationaal politiek conflict, dat uiteindelijk beslist werd tijdens de Synode van Dordrecht (1618-1619). De remonstranten werden veroordeeld en hun leer werd verworpen in de Dordtse Leerregels. Honderden remonstrantse predikanten werden afgezet en een aantal werd verbannen. Het werd uiteindelijk: God bepaalt, de mens ontvangt. Maar wat heeft dit met afwas te maken, ook al is W daar eerder deze week over begonnen?

dinsdag 18 augustus: @ kötteldiek

Niets is mooier in een droog land dan wakker worden van het zachte getik van de regen. Zolang het geen dagen duurt, altijd een heerlijk ontspannen geluid in de camper. En dat terwijl ik net lekker aan het dromen was. Dromen van carnaval. Gekleed als gevulde koek: naakt en met een amandel in mijn navel door de straten van Groenlo. Groenlo, inderdaad: in Lichtenvoorde wordt geen carnaval meer gevierd.

Koffie, de afwas en een beetje poetsen en dan naar het stenen huis. Even afrekenen: 3 x € 12,00 + 6 flappen voor een nachtje W. Koopje toch: all-in-prijs. Het werd trouwens wel wat duurder: op de terugweg moest ik uitwijken voor een bus-met-L en laat nu net aan de rechterkant een bord “pas op wergwerkzaamheden“ een beetje (dicht) tegen de wegrand staan. Rechter spiegel naar de filistijnen (je mag zelf weten of je het met een hoofdletter schrijft of niet). Verzekeringswerk? Even uitzoeken. 

En dat terwijl ik zat te filosoferen over de juistheid van de historische feiten in de film Gladiator II. Dit weekend gezien en mijn conclusie: een spectaculaire en vermakelijke film, maar duidelijk minder goed dan de eerste Gladiator. Categorie popcornfilm en dat van die historische onjuistheden hoor je een volgende keer wel, moet ik eerst nazoeken. Van één ding ben ik wel 100 procent zeker: in de film laat de regisseur het Colosseum vollopen met water, waarna er een soort mini-zeeslag plaatsvindt, compleet met schepen en haaien. Dit kan op dat moment onmogelijk: onder de bodem van de arena zat een compleet systeem van gangen, liften en installaties voor dieren en gladiatoren. In een eerdere scène liet men leeuwen uit een opening midden in de arena komen; lijkt me vrijwel onmogelijk om vlak daarna een grote watergevechtschouwburg te organiseren: het water zou ongetwijfeld weglopen. En de haaien? Gewoon een Hollywoodgeintje.

Een iets andere route dan de heenweg, moest nog even tanken en dat is het goedkoopst bij Kusters net buiten Ruurlo. Ruitenwissers de gehele terugreis op intervalstand en het werd tijdens de rit niet warmer (of kouder) dan 16 graden. Zag later dat er 7 mm regen gevallen was in Lichtenvoorde, alle kleine beetjes helpen. Het “gewone“ leven gaat weer zijn gang. Even wachten voor een volgend avontuur. Tot die tijd heb ik nog even een nadenkertje voor je. Waren die jongens helderziende in 1977?

maandag 17 augustus 2026

een weekendje haarle - 3: en weer gescheiden

Een niet nader te noemen vaste lezer heeft het idee dat ik af en toe uit mijn nek zit te kletsen. Hij kon namelijk die bewuste foto van het kunstwerk ’t Gonst in Nieuw-Heeten niet op mijn website vinden. Ik help graag, het blog kun je hier vinden en voor het gemak druk ik de foto ook nog een keer met plezier af. Geen probleem niet nader te noemen vaste lezer.

 

R te dH wees mij op het feit dat tegelijkertijd met het ontginnen van de woeste gronden in de omgeving van Haarle er iets anders gebeurde op de Haarlerberg en Sprengenberg. Grote delen van de heide werden niet tot landbouwgrond gemaakt, maar bebost. Toen Van Wulfften Palthe zijn landgoed uitbreidde, werd vanaf het einde van de 19e eeuw begonnen met de ontginning van heide voor bosbouw; de Nederlandse Heidemaatschappij speelde daarbij een belangrijke rol. Koppel ik dit even aan mijn verhaal van gisteren dan kan ik stellen dat het proces van de markeverdeling begon in 1855, maar de grote verandering van heide naar landbouwgrond en bos vond vooral plaats tussen ongeveer 1890 en 1930. Eigenlijk wel geinig: fiets je in de omgeving van Haarle dan zijn grote delen van het landschap nog maar iets meer dan honderd jaar oud of zelfs nog jonger. De foto in deze alinea is een volgens mij gephotoshopte opname die ik vond met de aanduiding @marketingoost.

maandag 17 augustus: @ haarle

Na een rustige nacht (met veel regen volgens W) werd ik vanmorgen om negen uur wakker naast een lijfje dat het warm had gehad vannacht. Had zelf mijn twee dekbedden nog over, dus weinig van gemerkt. Kreeg vervolgens een hele tirade over rekkelijken en preciezen over me heen, maar dan in het kader van de afwas. Kon er eerst geen touw aan vastknopen, immers met rekkelijken en preciezen wordt vooral een tegenstelling bedoeld die in de Nederlandse Republiek aan het begin van de zeventiende eeuw ontstond binnen het gereformeerde protestantisme. Nou kan ik zelf een verhaal gaan afsteken over de fundamentele verschillen tussen de groepen die wat dieper gingen dan simpelweg "softe" tegenover "strenge" gelovigen. Zal ik je besparen. Het afwasverhaal van W had helemaal niets te maken met fundamentele verschillen in onze kijk op God, de mens en de kerk. Het had alles te maken met onze kijk op de afwas! W vond dat ik beter moest voorspoelen vóór ik de vaat in de afwasbak deed: ze vond me te gemakkelijk, zeg maar te “rekkelijk“. Heb me maar ingehouden en niet verteld dat dit conflict (nee: niet het afwasprobleem) uiteindelijk leidde tot de onthoofding van Johan van Oldenbarnevelt (13 mei 1619). En dat allemaal op een vroege maandagmorgen.

Mocht tijdens het afbakken van de broodjes een route voor de fietskoningin in elkaar prutsen. Het werd er eentje die op de kaart een stuk minder mooi leek dan de route van gisteren. Ik werd gezien de grote kans op kletsnat worden niet uitgelaten vanmorgen. Geen punt: voel het zadel van gisteren nog in mijn kont. W was om kwart voor twee thuis en vond het maar een route van niks. Jammer, heb alleen maar haar aanwijzingen opgevolgd.



Over de rest van de dag valt niet zoveel te zeggen, alleen dat de boer meende het gras van zijn paradijs te moeten maaien. Niks mis mee, maar ik was net met mijn siësta bezig. Met bezettingsproblemen van de elektrocar, voorbereidingen van de vergadering van de A4d en afzeggingen van standhouders op de ambachtendag van het museum zal ik je niet vermoeien. Zo’n dag dus. W had een bui op de terugreis, hier is het (tot nu toe) droog gebleven.



zondag 16 augustus 2026

een weekendje haarle - 2: herenigd (en gelukkig)

Wat een mens toch te zoeken heeft in Haarle, was de vraag van ondermeer G te W. Volgens mij heb ik daar in mijn vorige blog al antwoord op gegeven: rust, ruimte en goedkoop. Voor de rest is er niet veel. Haarle zelf (op een paar kilometer afstand) is een dorp aan de voet van de Sallandse Heuvelrug, ingeklemd tussen het boerenland van Salland en de uitgestrekte bossen en heidevelden van de heuvelrug. Als je met de fiets naar de heuvelrug gaat merk je meteen dat het landschap hier het verhaal vertelt. De rechte wegen door het open land (ontginningen) maken geleidelijk plaats voor bos en hoogte. Het dorp ontstond op de overgang van de hogere gronden naar het lager gelegen Sallandse land. De naam Haarle wordt al in de middeleeuwen genoemd en is waarschijnlijk verbonden met een oude aanduiding voor een hoger gelegen, zandige plek. Eeuwenlang leefden de bewoners hier van landbouw. Op de schrale zandgronden waren vooral schapen en heide belangrijk. De mest van de schapen werd gebruikt om de akkers vruchtbaarder te maken. Zo ontstond het karakteristieke landschap van essen, boerderijen, heide en woeste gronden dat Salland lange tijd bepaalde. Tot ver in de 19e eeuw waren de heidevelden rond Haarle nog volop onderdeel van het agrarische systeem. De boeren hadden die gronden nodig voor het weiden van schapen en het steken van heideplaggen, die samen met mest werden gebruikt om de essen vruchtbaar te houden. De woeste grond was dus helemaal niet 'waardeloos'; hij was juist onmisbaar voor het boerenbedrijf. Een belangrijk keerpunt was de verdeling van de markegronden in 1855. De gemeenschappelijke Haarlese gronden werden toen onder de eigenaren van de boerderijen verdeeld. Daarmee ontstond de mogelijkheid om de heide- en broekgronden individueel te verkopen of te ontginnen. De eerste jaren bleef alles nog bij het oude. De daadwerkelijke grootschalige ontginning kwam pas rond 1900 goed op gang. De komst van kunstmest maakte het mogelijk om zonder de enorme hoeveelheden schapenmest en plaggen meer grond in cultuur te brengen. In Haarle werden vervolgens nieuwe boerderijen gebouwd in gebieden die daarvoor nog als woeste grond golden. Bijgaande kaart uit 1854 heeft als bron Topotijdreis.nl.

En dan heb je natuurlijk het grote decor van Haarle: de Sallandse Heuvelrug. De Holterberg, Hellendoornse Berg en Haarlerberg vormen samen een langgerekte stuwwal die in de voorlaatste ijstijd door het landijs werd gevormd. Vanaf de hoger gelegen wegen heb je op sommige plekken prachtige vergezichten over Salland. Ik mijd even de bulten, teveel van het goede op dit moment. De foto van de heide is afkomstig van W die op haar tochtje van vast naar mobiel huis de Sprengenberg beklommen heeft.

 



zondag 16 augustus: @ haarle

Ander weer, dat bleek vannacht al toen ik maar een tweede dekbed over me heentrok. Had er ook een beetje om gevraagd: alles stond wagenwijd open. W appte even of ik samen met tante Komoot een leuke route voor haar kon fabrieken en toen ze na haar tocht van net geen 60 kilometer in net geen 3 uur (gemiddelde snelheid van 20,3 km en hoogste punt van 110 meter) om 14:30 uur de camperplaats opreed was haar conclusie: “een geweldige tocht“. Even een paar plaatjes om een idee te geven van de omgeving. De foto van het verdiende ijsje is gemaakt door het ijsboerinneke van dienst.






Even later vond W dat ik moest worden uitgelaten. De opdracht was wel om de bergen te vermijden, want die had ze vandaag al voldoende beklommen en
“ik wil ook graag heel met je terugkomen“, waren de geruststellende woorden. Het werd een leuke rit van 22,4 kilometer met als doel het vlakke land van de omgeving van Haarle verkennen. Dat is gelukt. Hoogtepunt? Ongetwijfeld het kunstwerk met de naam ’t Gonst in Nieuw-Heeten. Het werd in 2006 gemaakt door de beeldhouwster Saske van der Eerden. Het is eigenlijk één kunstwerk dat uit verschillende onderdelen bestaat: zes mensenhoofden en een hondenkop, verspreid over het dorpshart. Ik laat even de plaatselijke VVV aan het woord: “De titel is mooi gekozen. Gonzen betekent immers dat er overal geluid, bedrijvigheid en beweging is. Van der Eerden wilde met de beelden de levendigheid en saamhorigheid van Nieuw-Heeten verbeelden. De hoofden zijn als het ware een dwarsdoorsnede van de dorpsbevolking: jong en oud. Het aardige is dat de beelden niet zomaar los van elkaar staan. Ze lijken met elkaar te communiceren. Een vrouw fluistert een oudere man iets in het oor – misschien een geheim, misschien een roddel. Een hond lijkt tegen zijn baasje te blaffen. Een groepje vogels vormt een gesprek met een man. Een jongetje kijkt omhoog naar de kerk, waarvan de klok hem vertelt hoe laat het is. En voor de school staat een meisje dat naar de overkant lijkt te roepen. Daarmee heeft Van der Eerden eigenlijk het hele dorp in een paar beelden gevangen: praten, luisteren, roddelen, roepen, kijken en elkaar ontmoeten.“ “Het komt me allemaal wel bekend voor“, sprak W en daar had ze gelijk in: we hebben er al eens vaker bij stilgestaan. De laatste keer ongeveer 4 jaar geleden, toen hebben we zelfs nog een foto gemaakt.



Om vijf uur terug, tijd voor een biertje en een luie stoel. En voor je het weet sta je weer in je kabouterkeukentje. Wel gemakkelijk deze keer: had een restant kip siam meegenomen dat ik vrijdag vakkundig in elkaar gemetseld had: onderdelen uit een doosje van de Jumbo, een paar kipfilets van de Esbro en een (deel van een) zak basmatirijst. Uiteraard aangevuld met alles wat heel nodig op moest en enigszins bij het gerecht pastte. Nu een kwestie van even in de elektrieke wok en klaar is B. Gezellig samen eten en dan is het de hoogste tijd voor het avondprogramma. Wel binnen, want het wordt frisjes buiten. Een mooie dag: wisselend bewolkt, max zo’n 24 graden en een wind kracht 2 uit het noordwesten. Zon op/onder:
06:18/20:58 (gegevens Haarle). En morgen? Morgen is er weer een dag. W fietst waarschijnlijk weer terug en haar kennende zal ik eerst nog even worden uitgelaten. Je hoort van de hoed en de rand in het volgende blog.