noordpolderzijl

noordpolderzijl

dinsdag 20 september 2022

nazomeren – 15: de chiantigiana en 10.000 stappen door Florence

Ben de laatste dagen met open mond verhalen aan het lezen over die dooie queen. Vreemd dat we tegenwoordig nog het systeem monarchie kennen. Raar volk die jongens en meisjes met blauw bloed. Ze jagen op dieren, doen rare dingen, ook de Nederlandse tak die op verkeerde momenten reisjes maakt, dure boten koopt en denkt op een van de meest foute plekken ter wereld een vakantiehuis te kopen. In Engeland (weet het: verkeerde benaming) is het een sport geworden om familie die een scheve schaats rijdt de hand boven het hoofd te houden. En zonder enige schaamte maken ze gebruik van belastingvoordelen. Dan hebben we in Nederland nog zo’n hele rare constructie, opgetuigd in de negentiende eeuw onder het bewind van Thorbecke (in de tijd dat liberaal nog geen scheldwoord was): de koning als een onder curatele gesteld onmondig kind: hij kan geen fouten maken, daarvoor bestaat het begrip “ministeriële verantwoordelijkheid”. Vandaag is het Prinsjesdag: mag Alex weer spelen voor buikspreekpop. Voorlezen wat de minister-president (en zijn kliek) heeft verzonnen en net doen alsof het uit de koninklijke koker komt. Gelukkig zit ik ver weg, heb geen schotel en is internet te zwak om die flauwekul te bekijken. Hoezo: ik links en republikein?

dinsdag 20 september: @ florence

Vandaag de Chiantigiana (voluit: Strada del Vino e dell’Olio Chianti Classico of gewoon de SR 222) gevolgd, de weg die Siena met Florence verbindt. Volgens de boekjes is het een van de mooiste autoroutes in Italië: hectare na hectare wijngaarden die de wereldberoemde Chianti produceren. Oorspronkelijk rode wijn, maar dan oorspronkelijk naast rode druiven een paar handenvol van het witte soort. Volgens broer/zwager R te K die alles van Italië weet heeft Chianti een helder rode kleur, smaakt het fris-fruitig en ruikt de wijn naar viooltjes. Snel opslobberen dat sap, want de meeste Chiantiwijnen kun je niet zo lang bewaren. Jong drinken, ik ben voor. De echte topwijnen (met een donker oranjerode kleur) zijn langer houdbaar maar aan de prijzige kant. In een groot deel van Toscane wordt Chianti gemaakt, maar wanneer we het hebben over Chianti Classico dan komt de wijn uit het oorspronkelijke gebied: driehoek Florence – Siena – Arezzo. 

Deze wijnen zijn te herkennen aan de Gallo Nero, de zwarte haan op het logo. De Chianti Classico wijnen dienen uit minstens 80 procent sangiovesedruiven te bestaan. Dit werd vroeger verder aangevuld met witte druivenrassen, maar sinds het einde van de 20ste-eeuw zijn de eisen aangepast en om benoemd te kunnen worden tot Chianti Classico DOCG dienen de wijnen volledig uit sangiovesedruiven te bestaan. Hierdoor zijn veel wijnhuizen ook witte wijnen gaan maken om zo alsnog de witte druivensoorten kwijt te kunnen. Mooie route, wel ruim twee uur gedaan over een afstand van 85 kilometer en inderdaad een uitstapje gemaakt buiten de SR 222 om. Olijfbomen, wijngaarden, cipressen en blauwe luchten: Toscaanser kun je het niet krijgen.



Net na de noen gearriveerd op camping Il Poghetto in Troghi, een eind van Firenze (je mag ook Florence zeggen) af. Mooie camping, fijn zwembad voor W (nog open ook) en een uitstekende busverbinding naar de hoofdstad van Toscane. Mondkapjes verplicht, maar die hebben we sinds gisteren. Klein uurtje bussen naar de stad en het grote voordeel van Firenze: zo goed als plat! Het ligt aan de rivier de Arno en dat is tevens de bottleneck: de stad is zijn geschiedenis diverse malen getroffen door extreme overstromingen van die rivier. De laatste grote overstroming vond plaats op vrijdagochtend 4 november 1966. Delen van de stad werden bedolven onder een soms wel metershoge stroom water en modder. Vijfendertig mensen verloren daarbij het leven en duizenden boeken en kunstwerken werden onherstelbaar beschadigd. 

Vlak dus, voor mij een meevaller: 10.000 stappen door een warme stad zet ik graag zonder noemenswaardig te moeten klimmen. Heel wat anders dan Siena gisteren, maar daar deed de motor van de fiets het zware werk. Firenze is de hoofdstad van Toscane en tussen de chaos en de drukte vonden we er heel mooie plekjes. Florence is de meest uitgesproken renaissancestad van. Nergens anders in Italië bevinden zich zoveel gebouwen en kunstwerken. Beroemde mannen als Botticelli, da Vinci en Michelangelo brachten een deel van hun leven door in de stad en overal kom je hun werken tegen. En als je denkt: dit is van één van die drie heb je het mis. Ik bedoel dan de Fontana del Nuttuno op het Piazza della Signoria voor het Pallazzo Vecchio. Neptunus met een groot aantal duiveltjes in marmer en brons en ruim 5,6 meter hoog. Laatste kwart zestiende eeuw en van de hand van Bartolomeo Ammanati. Ook hij was dol op kleine piemeltjes.

Hoogtepunt was wel de Duomo waar W maar foto’s van bleef maken. Aan het eind van de dertiende eeuw startte men met de bouw van de kathedraal. Het oorspronkelijk ontwerp was van Arnolfo di Cambio, maar er zijn meerdere architecten bij betrokken geweest. Pas in de vijftiende eeuw werd de Santa Maria del Fiore voltooid, maar ook in latere jaren heeft men gezellig aan het kerkje (één van de grootste van Europa) geknutseld, zo is de voorgevel zoals we die nu kennen pas in de zestiende eeuw toegevoegd. Had men een paar brokken marmer over soms? Overigens: de klokkentoren staat in het echt niet scheef.

 








Een bezoek aan Florence is niet af zonder de Ponte Vecchio, de beroemde middeleeuwse brug over de rivier de Arno, gefotografeerd te hebben. Op en aan de brug zijn winkeltjes (vooral juweliers) gevestigd. De eerste versie van de brug was al in de Romeinse tijd gemaakt en wel van hout. Een overstroming in 1333 spoelde het ding weg, maar de brug werd herbouwd in 1345, deze keer van steen. De rest van de geschiedenis van Florence en haar bezienswaardigheden krijg je van mij cadeau. Je kent de helft van het verhaal al: Etrusken, Romeinen, de’ Medici. Ook het verhaal van Cesare Borgia (rond 1500) zal ik voor me houden.


Na twee uur slenteren door de stad op zoek naar ons busstation waar W nog door een fietser werd uitgemaakt voor “bandito” omdat ze hem de weg versperde en goed zes uur sisten de biertjes open. Een mooie dag! V: 186.316 ; A: 186.401. Rijtemperatuur tussen 17 en 22 graden, strak blauw. Later op de camping en in Firenze 24 graden. Zon op/onder: 06:58/19:16 (gegevens Troghi). En morgen? Morgen is er weer een dag. We besluiten wel bij het ontbijt wat we gaan doen.





maandag 19 september 2022

nazomeren – 14: siena

“Leuk verhaal, maar ik mis die grote wolken ongedierte waar we aan het begin van de tocht door moesten fietsen”, zei W, toen ze het verhaal van gisteren bekeken had. Klopt: je moest je mond goed dichthouden en blij zijn dat je brildragend bent. Zwermen klein vliegend ongedierte, weet niet wat voor beestjes het waren. Kwamen overigens alleen in het begin voor. Zelfs in de wetlands die we later tegenkwamen waren ze niet aanwezig. Als er een god is die deze wereld geschapen heeft, moet hij wel een ontzettende pestbui gehad hebben toen hij bij de afdeling muggen en ander zoemend en stekend gedierte was aanbeland. Of hij heeft gewoon de mens niet liefgehad. W opperde nog dat deze categorie dieren geschapen werd nadat Adam en Eva stout waren geweest, kwestie van strafmaatregel of zo. Foto van de dansmuggen: www.onzenatuur.be.

We zijn intussen voorbereidingen aan het treffen voor de terugreis: nog zo’n dag of tien te gaan voor we onze snuitjes weer moeten laten zien in het Lichtenvoordse. Toen ik opperde via een leuke weg terug te gaan (leuk in de zin van “over de bergen” en niet “eronderdoor”), appte W mij een foto die ik jullie niet wil onthouden: sneeuw in de bergen; volgens haar is het de Simplonpas met als datum 18 september 2022. Toch maar ernstig nadenken over wormen die onder door de grond kruipen. Heeft ook zijn voordeel: zien we de Gotthardtunnel eindelijk eens van binnen.



maandag 19 september: siena

Drie nachten hebben we doorgebracht aan de oevers van het Trasimenomeer en meegemaakt in alle weersomstandigheden. Thuis maar eens kijken of de dennenappels van de pijnbomen dutjes gemaakt hebben in het dak van Puzzel. “Voorschans regent het nog niet in”, waren de wijze woorden van W en konden we met een gerust hart aan onze monstertocht naar Siena beginnen, een kleine 100 km. Zal nog wat bijkomen omdat we nog een grootgrutter op moeten zoeken, de bodem van de voorraadkast is weer in zicht.

Een rustig tochtje met een uitstap naar de Lidl in Castiglione del Lago, een paar kilometer uit de route. Bekend filiaal, we waren er gisteren ook maar toen op de fiets. Opmerkelijk: het schap met een heerlijk likeurtje bij de kassa ontbrak, gisteren stond het er nog. Jammer voor W, voor mij veel te zoet. Daarna via de A1 (veel wegwerkzaamheden, want broodnodig asfalteerwerk) en uiteindelijk in Siena op vier minuten afstand van de camping nog verkeerd gereden: Miep had het over rechtdoor, hetgeen ik interpreteerde als “weg volgen” terwijl de weg rechtdoor eigenlijk een afslag was. Na een paar minuten kunnen keren, maar toen wel heel scherp de draai moeten nemen en omhoog; terugschakelen naar de één lukte zonder tandwielen die ons om de oren vlogen. Camping Colleverde is het geworden, € 36,00, een normale prijs voor een Italiaanse stadscamping in “low season”. Hoorden laatst van iemand dat ze in het hoogseizoen € 72,00 voor een klein tentje, twee personen en een auto moesten bestalen op een stadscamping. Weet niet of het deze was.

Toen op de fiets naar Siena, alleen: de fiets van W wilde niet ondersteunen. Plannen gewijzigd: dan maar met de bus. Met de bus heb je een mondmasker nodig, te koop in de farmacia. Eerste farmacia (bij de bushalte) gesloten. Mocht dus op de fiets naar het station, waar ook een farmacia gevestigd is. Lekker bult af, maskertjes aanschaffen en bult op. Op de camping terug even met mijn timmermansoog naar het fietsie gekeken en het mankement gevonden: in het scharnier van de vouwfiets zat het niet lekker met een paar stroomdraadjes. Beetje wrikken, een lief woord zeggen en gaan met die banaan. Dus toch op de fiets en niet met het openbaar vervoer. Kriskras door de stad, maar dat zie je op bijgaand kaartje.

Zeg je Siena, dat zeg je James Bond 2008 “Quantum of Solace”. De openingsscènes met Daniel Graig (zijn tweede film als 007) zijn in deze stad opgenomen. In de film komt ook nog een marmergroeve in de buurt van Carrara voor, maar toen we daar waren ging het lichtje niet branden. Wel toen we op het Piazza il Campo waren en de binnenplaats van het Palazzo Pubblico. “Weer zo’n tic van jou”, was de opmerking van W terwijl ze memoreerde dat de historische binnenstad sinds 1995 op de Unesco Werelderfgoedlijst staat. Leuk eigenlijk: we bedoelen hetzelfde, maar kijken er met andere ogen naar. “Door het zeer goed behouden middeleeuwse stadsbeeld en zijn bijzondere geschiedenis behoort Siena tot de belangrijkste toeristentrekkers van Italië”, zegt onze reisbijbel. En alweer komen daar de Etrusken aan galopperen, gevold door de Romeinen. Toen die opgehoepeld waren, de bisschoppen en de adel een tijdje de baas hadden gespeeld, kwam in 1125 de Repubblica di Siena tot stand die tot 1555 heeft bestaan, voortdurend in strijd met de Florentijnse Republiek en haar opvolger het hertogdom Florence en nog later groothertogdom Toscane. De Zwarte Dood (de pest) kwam de stad te boven (1348), in Florence moest men tijdens de laatste Italiaanse Oorlog de meerdere erkennen. 

Onze eerste echte stop was bij een standbeeld van Garibaldi. Het gebeurt niet vaak dat ik een verzoekje van W krijg, maar deze keer was de vraag: “Kun je vandaag iets over Garibaldi vertellen? Ben een boek aan het lezen en daar komt die vent ook in voor.” Met plezier. Na de val van Napoleon in 1814 werd het Congres van Wenen bijeengeroepen door de overwinnende mogendheden. Eén van de uitgangspunten van dit congres was “terug naar het oude”, je mag het ook het herstel van het ancien régime noemen. Italië bestond niet, wel een groot aantal staten, waaronder de Kerkelijke Staat. Er kwam een beweging tot stand die streefde naar de eenwording van al deze staten. Deze eenwording kreeg de naam Risorgimento. Guiseppe Garibaldi (generaal, politicus, maar vooral nationalist) speelde een belangrijke rol bij deze eenwording. Hij gaf leiding aan militaire campagnes en vocht met zijn duizend Roodhemden (I Mille) voor de vrijheid van Italië. Uiteindelijk werd Italië een koninkrijk in 1861 en bleef dat tot 1946. Garibaldi wordt wel één van de Italiaanse “vaders des vaderlands” genoemd samen met Camillo Cavour, Victor Emanuel II en Giusseppe Mazzini.


Op naar het hart van Siena, de highlight Piazza del Campo, dat beschouwd wordt als één van Europa’s middeleeuwse pleinen. Dat het lijkt alsof de gebouwen allemaal tegelijk gebouwd werden is geen wonder: elk bouwwerk moest voldoen aan eisen die opgesteld waren in 1297 (strikte bepalingen over de hoogte en de versieringen van alle – ook toekomstige – bouwsels op het plein. Het plein wordt gedomineerd door het Palazzo Pubblico, het gotische raadhuis met zijn Torre del Mangia. Opvallend detail: de toren moest exact even hoog zijn als de toren van de kathedraal, de Duomo, dit om aan te geven dat kerk en staat evenveel macht hadden. De grote klok in de toren dateert van 1360. De datum wordt dagelijks met de hand aangepast, dat vind ik dan weer een minpuntje.
 



We kriskrasten wat af door de stad, Komoot kon door de smalle steegjes en de hoge bouwwerken de satellieten niet goed volgen en op sommige plekken kwamen we een paar keer, onder andere bij de imposante kathedraal op het Piazza del Duomo, een indrukwekkend bouwwerk met zwart-wit marmer. Heb me laten vertellen dat de kerk niet helemaal af is. Door de uitbraak van de pest is men gestopt met de bouw van het middenschip (de zijbeuken dus) en men heeft het werk later nooit voltooid, ook omdat er ernstige constructiefouten werden ontdekt. Anders was het een van de grootste kerken van Italië geworden. De gevel is prachtig gedecoreerd met beeldhouwwerken van verschillende apostelen, profeten en aartsvaders.





Nog even naar een van de poorten van de stad en toen hadden we (eigenlijk ik) genoeg van de drukte. W moet maar eens terug met een vriendin en dan torens beklimmen, musea bezoeken, de dom van binnen bekijken, een Chianti drinken op een (duur) terrasje; dat soort dingen. Ondanks dat we dat alles niet gedaan hebben, hebben we toch wel een goed beeld van de stad gekregen: verrassend mooi. Ga niet bij alle foto’s een verhaal schrijven, dan wordt het een boekwerk en een blog moet leesbaar blijven. Toch?



V: 186.210; A: 186.316. Rijtemperatuur 18 – 23 graden, wisselend bewolkt. Later in de stad 23 graden, ook een zeer wisselend weertype (voelde zelfs nog een keer een spetter). Zon op/onder: 06:57/19:18 (gegevens Siena). Een mooie dag. En morgen? Morgen is er weer een dag. We gaan richting Florence, maar dan wel via de Chiantiroute. Proost of beter: saluti!

zondag 18 september 2022

nazomeren – 13: giro in bicicletta intorno al lago

Al eerder heb je kunnen vernemen dat we op dit ogenblik niet meer in Toscane zitten maar in Umbrië (Umbria op zijn Ito’s), het land van Francisus van Assisi, maar die stad gaat het niet meer worden deze tour. Als je op bijgaande kaart kijkt (we zitten bij de blauwe vlek) zie je dat we wel tegen Toscane “schuren”. Wat we van de Umbrië gezien hebben, kunnen we samenvatten met: groen, zacht glooiende heuvels begroeid met wijn- en olijfaarden maar ook zonnebloemen. De regio is genoemd naar een volksstam die zich hier in de zesde eeuw voor onze jaartelling vestigde. De Etrusken en later de Romeinen namen het stokje over.


zondag 18 september: passignano sul trasimeno

Na een periode van warme nachten nu een van het soort “diggies tegen elkaar” en onder twee dekbedden kruipen. Het deed deugd, zoals de Belgen zeggen: heb 10,5 uur geslapen (W een uurtje minder). Nadeel is wel dat je dan ’s morgens even door de reptielenfase heen moet: wachten tot de zon de binnenkant van de bus voldoende verwarmd heeft, je het aangenaam mag noemen en je lijf op temperatuur is. Duurt even wanneer je onder grote pijnbomen staat.

Het meer waar ons mobiele huis staat is een natuurpark met de mooie naam “Il Parco del lago Trasimeno”. Volgens betrouwbare bronnen is een deel van het meer en de oevers (Oasi Naruralistica La Valle) een van de belangrijkste draslanden van Europa: ondiep water dat samen met de uitgestrekte rietvegetatie zorgt voor een ideale rust- en broedplaats van tienduizenden trekvogels. Dus tijd voor een fietstocht rond het meer, een tour door Etruskenland. Dit volk stichtte onder meer Castiglione del Lago, weer zo’n dorpje waar je eigenlijk auto’s zou moeten verbieden, maar waar de Italianen er een sport van maken om in nauwe straatjes dubbel te parkeren zodat je er zelfs met een fiets niet meer langs kunt. De Etrusken mogen dan veel gebouwd hebben, het moderne Lidlfiliaal is ongetwijfeld niet van hun hand. We waren er, want de Lidl mocht vandaag onze lunch verzorgen. Rond het meer loopt een fietspad, voor een deel nog in aanleg (inmiddels voor driekwart klaar - zegt men, ik geloof er niks van). Eigenlijk is het een MTB-route, maar in de folder staat dat het ook geschikt is voor e-bikers. Het bestaat uit onverharde paden en enkele stukken normale asfaltweg. De route is uitgepijld en we hebben hem ook op de telefoon staan. Ik vertelde eerder dat het meer smerig is. Dat moet ik terugnemen: het lijkt alleen smerig. Het Trasimeense meer is juist één van de schoonste meren van Italië en is absoluut niet vervuild. Weet je dat ook weer, had dus te snel mijn grote bek weer open. Laten we het erop houden dat het water niet echt uitnodigt om te gaan zwemmen.

In het meer liggen drie eilandjes: Isola Maggiore, Isola Polvese en Isola Minore (liefkozend “Isoletta” genoemd). Een bootdienst onderhoudt een min of meer regelmatige verbinding met de eerste twee. Het laatste eiland is onbewoond privébezit.


Bijzonderheden? Eigenlijk teveel. Weinig tekst vandaag, maar veel foto's, dus erg veel rekening gehouden met mevrouw C te L. Route op bepaalde delen goed en andere delen erg slecht aangegeven. Daar waar wel borden stonden kwamen we af en toe voor verrassingen te staan: bijvoorbeeld gewoon niet verder kunnen omdat er een bouwput was. Verrassend was dat we op een bepaald moment langs een (voormalig? militair?) vliegveld fietsten dicht bij het water. Landingsbaan van 800 meter nog in gebruik? Kon het niet achterhalen.








Onze “giro in bicicletta intorno al lago” (Italiaanser kan niet) was 63 kilometer lang en in de loop van de dag mocht er steeds weer een laagje kleding uit, kwestie van de ui pellen. Uiteindelijk is het nog 22 graden geworden en met uitzondering van een verdwaald wolkje strakblauw. Na terugkomst (16:00 uur) heeft W het zwembad nog onveilig gemaakt, een heel ander weerbeeld dan gisteren. Een mooie dag. En morgen? Morgen is er weer een dag. We gaan een deurtje verder. Waarschijnlijk Siena, maar dat weet je met ons nooit.