noordpolderzijl

noordpolderzijl

vrijdag 7 juli 2023

de alve stêden – 2: een zuidelijk lusje

Vroeger was er een reclame die luidde: “Rang is pas Rang als er Rang op staat”. Moest het even opzoeken: de kreet stamt uit 1956. Gisteren gebruikte ik een vrije variant: “Een stad is pas een stad wanneer ze stadsrechten heeft gekregen”. Voor die tijd is het een nederzetting, meestal ontstaan doordat er een samenloop van wegen is waar mensen stopten om handel te drijven. In Friesland gaat dit dan vooral om waterwegen en om het moerassige kustgebied dat meedeint op het komen en gaan van de zeeën: de Waddenzee en de Zuiderzee, het huidige IJsselmeer. Als we de geschiedenis induiken en zoeken naar het ontstaan van de elf steden van Friesland, dan begint dat wanneer men voor het eerst over een plaats schrijft, in de Romeinse tijd bijvoorbeeld, of in de middeleeuwen. 

Gisteren zijn we beland in de oudste van de elf steden. Toen ik een beetje ging neuzen met behulp van Tante Google en een paar oude kaarten bekeek (vaste lezers weten dat ik van oude kaarten natte dromen kan krijgen) zag ik dat het gebied hier er tot in de Middeleeuwen er iets anders dan tegenwoordig uitzag. Werp maar eens een blik op bijgaande kaart. Nevenstaande schematische kaart geeft een indruk hoe ons land er ongeveer bij lag in de tijd van Karel de Grote (voor diegenen die niet goed opgelet hebben tijdens de geschiedenisles: we leven dan rond 800). Waarschijnlijk pas na de elfde eeuw is dit kaartbeeld ingrijpend veranderd, door het ontstaan van een doorbraak tussen Noordzee en Zuiderzee, waardoor Friesland en Holland van elkaar werden gescheiden. De geleerde dames/heren/anders zijn het overigens helemaal niet met elkaar eens. Onderstaande kaart moet ook Nederland rond het jaar 800 voorstellen. Even officieel: Door RACM & TNO - RACM & TNO. Developed for the Nationale Onderzoeksagenda Archeologie www.noaa.nl, CC BY-SA 3.0.

vrijdag 6 juli: @ stavoren

Zo: nou weet je weer waar vandaag mijn huis woont en vannacht mijn bed slaapt! Vandaag het meest zuidelijke stukje van de Elfstedentocht. Stavoren hebben we gisteren afgestempeld, vandaag vinken we Sloten af. Sloten is volgens de boekjes de kleinste van de elf steden. Ik neem het zonder discussie voor waar aan. Eerst op zoek naar onze tweede fontein. Deze in Sloten heeft de naam "Kievit" meegekregen. VisitFriesland omschrijft het als volgt: "Kievit toont een meisje dat op de schouders van een man staat. Ze houdt een vogel in haar hand. Onder de voeten van de man vormt een slordige stapel emmers, jerrycans en teilen de basis van de fontein. Deze universele containers waar het water rustig in en uit stroomt, wijzen er op dat onze samenleving overvloedig beschikt over iets wat elders in de wereld helemaal niet vanzelfsprekend is: water - de bron van al het leven. De vogel die het meisje koestert is een kievit, een vogelsoort die in Friesland wordt bedreigd." Het spuitertje vonden we direct, VisitFriesland had ons gewaarschuwd voor een wirwar van straten, stegen en bruggen. Viel reuze mee: één keer goed snuiven en we hadden heel Sloten onder de neus hangen.

Het Museum Sloten (in het centrum, pal naast de kerk) hebben we niet van binnen gezien. Ik wilde het skippen wegens te mooi weer, maar W had daar duidelijk andere ideeën over. Een paar dat graag in de echt verbonden wilde worden redde mijn dag: museum gesloten wegens huwelijksvoltrekking. De kerk zelf heeft niet alleen een mooie naam (Grutte Tsjerke), maar schijnt architectonisch ook een juweeltje te zijn. Protestantse laatgotische kerk uit 1647 met een interessant interieur (classicistisch vormgegeven preekstoel, doophek en herenbank, alle daterend uit de 17e eeuw). Een snelle blik naar binnen werpen was voldoende. Sloten, een mooi plekje voor een aflevering van "Hier zijn de Van Rossums", waarbij vooral Vincent zijn ei kwijt zou kunnen. (Foto bij deze alinea: VisitFriesland).

En als Vincent dan toch goed op dreef is kan hij ook spannende verhalen vertellen over landpoorten (allemaal afgebroken en opgeruimd) en waterpoorten (ontsnapt aan de slopershamer). Er zijn twee waterpoorten in Sloten: de Sneker- of Woudsenderpoort en de zuidelijke of Lemsterpoort. We hebben beide gezien en zagen weinig verschil.

Vóór we in Sloten waren hadden we ook al het nodige gezien. Enkele kleine delen van de tocht overlapte de route van gisteren. Kleine delen, want gisteren gingen we in Hermelum linksaf om het fietspad langs de Morra te bewonderen en later het aquaduct van Galamerdammen in het Johan Frisokanaal te onderdoren. Oude herinneringen kwamen boven. Vóór 2007 lag hier een brug die vooral in het hoogseizoen voor veel vertraging op het water kon zorgen. We hebben er met het skûtsje menig uurtje doorgebracht terwijl we lagen te wachten op het moment dat de brug weer ging draaien. Altijd een natte bedoening, terwijl het echt niet zo vaak regende. De foto geeft een sfeerbeeld van de brug in kwestie die je duidelijk laat weten: ik geef dubbel rood, morgenvroeg ben je weer aan de beurt. Maar goed: daar waren we gisteren. Gewoon vergeten te vertellen.

Toch een beetje memorylanegevoel. Veel plaatsen ken ik vanaf het water en ja: zo af en toe kwam je van de boot af. Woudsend was zo'n plaatsje om even af te stappen, vooral om boodschappen te doen. Een deel van Woudsend is een beschermd dorpsgezicht: onder meer de negentien stegen die het centrum van oost naar west doorkruisen. Eén en al watersport dat Woudsend. Wij zegen neer op een bankje, speciaal voor ons gemaakt en keken naar het draaien van de brug en alles wat daar bijhoorde.


Het Swaentje in Balk was ook zo'n plek waar we wel eens kwamen. Wel eens? Ja: twee keer in de veertig jaar dat we hier gevaren hebben. De eerste paar jaren werd vooral het Friese binnenwater onveilig gemaakt, later werd veel vaker het wad opgezocht. Even door het dorp gefietst, maar de kroeg niet kunnen vinden. W vroeg wanneer ik er voor het laatst een biertje had gedronken. Na diep nadenken moest ik toegeven dat dat toch wel 35 jaar geleden geweest moet zijn in het weekend dat we met de Nieuwe Zorgen het IJsselmeer zijn overgestoken. Hoort het verhaal van Plompje bij, maar dat mag ik niet van W vertellen (en ze was er niet eens bij!).

En ja: we kwamen ook nog door Oudega. Onmiddellijk vroeg W: “In welke Aldegea zijn we nu?” want om de verwarring groot te maken kent Friesland maar liefst drie dorpen met die naam, namelijk in de gemeentes Súdwest-Fryslân (de gemeente met twee accenten én een koppelteken!), in Smallingerland en deze in De Friese Meren. En nu we toch oude herinneringen aan het ophalen zijn: de toren van Spannenburg. Vroeger, toen we nog jong en mooi waren, hebben we een fietsvakantie naar Vlieland gehouden: vader, moeder en twee kinderen; de oudste was een jaar of 13. De toren van Spannenburg was al van verre te zien. In onze beleving is hij de hele tocht door Friesland onze metgezel geweest, niet alleen op de heen-, maar ook op de terugweg. In Ittervoort staat een zusje of broertje, ook die noemen we liefdevol Toren van Spannenburg. De toren is met 118 meter het hoogste bouwwerk van Friesland, op de voet gevolgd door de Achmeatoren (een lompe kantoortoren in het centrum van Leeuwarden) die bijna 115 meter haalt.


Het laatste deel van de fietstocht ging langs de dijken van het IJsselmeer. Eerst nog even een blik geworpen op de klokkenstoel van Mins. Deze stond eens naast de kerk van Mins, maar toen die afgebroken werd liet men de klokkenstoel op het kerkhof staan. In WO II verwoest (door geallieerde bommen), in 1953 herbouwd. Vanaf dat jaar fungeert de klokkenstoel tevens als oorlogsmonument.

Na het bezoek aan de klokkenstoel nog even klimmen: het Roode Klif op. Gevormd in de IJstijd toen gletsjers als bulldozers dienst deden. Boven op de klif  staat een in 1951 gemaakt monument ter herinnering aan de slag bij Warns in 1345. Op de steen staat de tekst leaver dea as slaef, liever dood dan slaaf.

En toen gingen de gedachten weer met me op de loop: als het IJsselmeer nog niet zo oud is hoe oud is de IJssel dan en is dat water dat je op oude kaarten ziet inderdaad wel die rivier met die naam? Je snapt al waar ik je de komende dagen mee ga lastig vallen. Wind achter en bult af, fietsen met twee spreekwoordelijke vingers in de neus. Niet handig tijdens het fietsen, maar verzin er zelf je verhaal bij. Rust, douchen en wachten op het eten. Dat wordt vanavond geserveerd door de jongens/meisjes/anders van de Potvis. Hoor je morgen ongetwijfeld meer van bij een nieuwe voorstelling in dit theater. Mooie tocht: 68 kilometers met de vingers in de neus!





donderdag 6 juli 2023

de alve stêden - 1: stavoren

"Heb je nog wat leuks op je bucketlist staan dat we na een paar intensieve dagen kunnen afstrepen?” was de vraag van W een paar dagen geleden. Genoeg! Als ik 150 jaar oud wordt heb ik de helft van mijn lijstje nog niet afgewerkt. Onlangs een artikel gelezen over de Elfstedentocht per camper (standaardreisje van de NKC; er is ook een variant van VisitFriesland). Je schijnt hem ook te kunnen fietsen, wandelen, zwemmen, kanoën en vandaag of morgen vindt een of andere gek dat je de tocht der tochten ook op stelten kunt lopen. Alles is mogelijk, alleen schaatsend de elf steden bezoeken zal er wel nooit meer inzitten. "Leuk, 
las once ciudades" sprak W, zij is van de talen. Nog een todotje erbij: in 2018 zijn in de elf steden van Friesland elf fonteinen geplaatst. Volgens camperende kennissen is de ene fontein nog lelijker dan de andere. We vellen geen oordeel tot we de kunstwerken zelf gezien hebben. 

Wel meteen een wedstrijdje van gemaakt: wie kent de meeste van de 11 Friese steden? Gelijkspel: we kwamen beiden tot tien:
Leeuwarden, Sneek, Sloten, Hindeloopen, Workum, Stavoren, Bolsward, Franeker, Harlingen en Dokkum. W heeft in haar jeugd veel gelogeerd bij familie in het Friese land en ik heb later met diverse boten het water (en het land) onveilig gemaakt. Op bijgaand kaartje (Mozaiek Reizen) moet je net doen alsof Makkum en Rijs niet genoemd worden. Is een kaartje van een standaard fietsreis, waarbij in deze twee plaatsen overnacht wordt. Tien steden konden we noemen, beiden misten we dus IJlst. Is ook niet zo vreemd: eigenlijk te klein voor een stad. Alhoewel: een stad is een stad als ze stadsrechten gekregen heeft. IJlst kreeg die in 1268 en werd daarmee de vierde stad van Friesland. Grote broer Sneek (dat op steenworp afstand van IJlst ligt) kreeg pas in 1456 als laatste stad officieel haar stadsrechten en toen waren de alve stêden compleet. Voor ik gezeik krijg: Stavoren was in 1061 de eerste Friese, maar ook Nederlandse stad die stadsrechten kreeg. Kan de bron wel noemen, maar W vond een internetadres dat twee volledige regels in beslag zou nemen totaal niet interessant en “als je lezers wilt houden moet je deze onzin ernstig beperken”. Voldoende info te vinden als je googelt op “elfstedentocht camper” of “elfstedentocht fiets”. Je kunt het officieel doen door op bepaalde plekken je kaart te laten afstempelen, maar dat gaat ons a) een beetje te ver en b) word je geacht op bepaalde camperplaatsen de nacht door te brengen. Stempelen in Twente is nog daar aan toe, ook nog gaan stempelen in Friesland wordt een beetje teveel van het goede. 

donderdag 6 juli: @ stavoren 

Naar Súdwest-Fryslân dus, de grootste gemeente van Friesland met 6 van de 11 steden op haar grondgebied. Twee accenten en een koppelteken maken het een moeilijke naam voor een blog. De gemeente is het resultaat van voortdurende fusies van kleinere gemeentes sinds 2011. Stavoren (ook Staveren en op zijn Fries Starum) is onze eerste halteplaats. 

De Marina heeft bij de buitenhaven plek voor zo'n 50 campers, deels op gras (of wat er nog van over is) en deels op asfalt. Op bijgaande foto (
Auteursrecht: © 2006 CMT Group 1 Inc. and Garmin International, Inc.) zie je rechts onderin twee parkeerplaatsen. Op de onderste staan wij.  


Marina Stavoren is een groot complex (ook nog een binnenhaven, camping, huisjespark en zwembad) en is eigendom van SkipsMaritiem, een toko die nog een aantal havens exploiteert (Lelystad, Hindeloopen, Lemmer) en daarnaast een aantal watersportgerelateerde zaken heeft. 



We stonden wel goed (met stroom) op asfalt. Kwestie van een plekje zoeken waar je èn stroom èn een beetje schaduw kunt vinden. € 20,00 plus 2 x € 1,25 toeristenbelasting per nacht. All-in, dus geen apart muntje meer voor de douche.
Vergeten brood van huis mee te nemen, dus een een goed excuus om te gaan lunchen op het terras van het bij de Marina behorende strandpaviljoen De Potvis. Leuk zitten met een geweldig uitzicht. Bediening? Je kunt zeggen “ze drongen zich niet op”. De kroketten en de tosti waren goed binnen te houden, biertje alleen van een verkeerd merk (Heineken – maar eigen schuld). 

Het verkennende rondje Stavoren is een beetje uit de hand gelopen en werd een fietstocht door de omgeving van een kleine 30 kilometer. Eerst een paar verplichte nummertjes in Stavoren. Uiteraard de (foeilelijke) Visfontein. Het is een creatie van Mark Dion en op VisitFrieland tref je de volgende omschrijving aan: “De zee geeft, de zee neemt. Stavoren, ooit een rijke Hanzestad, kan erover meepraten. Overstromingen, zeehandelsoorlogen, een haven die verzandde: meermalen verviel de stad tot armoede. Maar telkens richtte ze zich op en brachten zeevaart en visserij nieuwe welvaart. Volksverhalen als ‘de Vrouwe van Stavoren’ vertellen van dat wisselvallige lot. ‘De Vis voor Stavoren’ voegt daar een nieuw verhaal aan toe, met een knipoog naar een symbolische prent van Pieter Bruegel de Oude: ‘Hoe grote vissen kleintjes eten!’ We zien hoe de enorme open muil van een machtige vis ons langs de watersproeiende lippen naar binnen lokt. Wie ontsnapt in Stavoren de dans?”
 

Het volgende verplichte nummertje was “het vrouwtje van Stavoren”. Het beeld hoort bij een sage die het verhaal van Stavoren als handelsstad vertelt.
De bloeiende en groeiende handelsstad Stavoren kwam vanaf de 15e eeuw steeds verder in verval. De haven verzandde waardoor schippers een andere thuishaven zochten. Economisch gaat het dan snel bergafwaarts. Wil je het hele verhaal? Klikkerdeklik dan hier. 

Daarna een leuk rondje door het achterland van Stavoren. Deze keer weer eens met knooppunten. Leuke plaatsjes gezien en kon het niet laten foto's te maken van plaatsnaamborden (vooral leuk als de namen in het Fries en het Nederlands niet identiek
zijn). 

Toen nog even de uitsmijter in Stavoren: de restanten van de aanlegplaats van de stoompont die de dienst naar Enkhuizen onderhield. Hebben we tegenwoordig alleen nog maar een zomerdienstregeling die toeristen drie keer per dag in elke richting over het water vervoert, een kleine 150 jaar geleden was dat heel anders. In 1885 werden de spoorlijnen tussen Enkhuizen – Amsterdam en Stavoren – Leeuwarden aangelegd. Toen de veerdienst daar bij kwam, kom men in ongeveer vier uur van Leeuwarden naar Amsterdam reizen. Heb “ergens” gelezen dat er rond 1900 ongeveer 100.000 mensen per jaar over de Zuiderzee werden vervoerd. Niet alleen passagiers werden overgezet, ook goederen moesten het water over. Voor het goederenvervoer werd in 1899 een nieuwe stoompont voorzien van rails in gebruik genomen waar men de goederenwagons door middel van een locomotief op kon duwen. Uiteindelijk (1909) had men de beschikking over drie stoomponts die op het hoogtepunt (1916) meer dan 43.000 wagons hebben overgezet. In de jaren daarna werd het goederenvervoer steeds minder (allereerst door de opkomst van de vrachtauto en toen kwam in 1932 ook nog eens de Afsluitdijk gereed) en in 1936 werd deze dienst opgeheven.

V: 196.665; A: 196.839. Rijtemperatuur: 16 – 21 – 20 graden. Later op de dag in Stavoren werd het 22 graad. Half bewolkt, zwaar bewolkt, vrijwel onbewolkt: we hebben het allemaal meegemaakt vandaag. Windkracht 3 tot 4 uit het zuidwesten. Zon op/onder: 05:21/22:04 (gegevens Stavoren). Een mooie dag. En morgen? Morgen is er weer een dag. De fietsroute staat al op de telefoon.
 







zondag 2 juli 2023

oma viert 70

Van 70 worden is pas over een week of vier sprake, maar vieren doen we dit weekend. Tegen de tijd dat W echt 70 wordt is er geen nageslacht meer in het land, want vakantie. Een verjaardag vieren: dat moet je toch in Eindhoven doen? Buuf vroeg laatst of ik met al dat reizen en verkassen van hot naar her geen last had van heimwee. Nee buuf, bij mij is eerder het omgekeerde het geval, dus geen “homesickness” maar “outsickness”. Verzin het niet zelf. Hans Christian Andersen kwam in 1856 met de term op de proppen en schreef het volgende: “Als de sneeuw smelt, de ooievaar arriveert en de eerste stoomschepen vertrekken, dan voel ik de pijnlijke reisonrust.” Stoomschepen hebben we inmiddels niet meer, maar de rest klopt helemaal.

vrijdag 30 juni: @ veldhoven

Het is altijd aangenaam in ons Puzzeltje, maar dit weekend wordt het nog aangenamer: ’s nachts koelt het namelijk af naar ik-heb-weer-een-deken-nodig-temperatuur. Ben niet zo dol op die zweetnachten. Even een tussendoortje: hoorde afgelopen week in Twente een Belg “Het is pertang een schoontje...” tegen zijn vrouw zeggen. Dacht eerst dat hij het over mij had, maar hij bedoelde ons busje. Na de noen vertrokken en druk op de weg. Miep van Google liet me over de Pleyroute rijden om een ernstige vertraging door een ongeluk op de A12 te ontlopen. Meer chauffeurs volgden braaf de aanwijzingen van Miep van Google, waardoor ook de Pleyroute +17 aangaf. Schrok me in Veldhoven te pletter toen mijn navigatiesysteem aangaf dat ik nog 1,5 kilometer moest rijden en ik me op een lelijk industrieterrein bevond te midden van de gebouwen van ASML, gebouwen-in-aanbouw van ASML en bouwterrein-in-wording van ASML. Kortom: één verschrikkelijke puinhoop. Gelukkig: A67 onderdoor en het leven werd weer landelijk en draaglijk. Voor wie ASML niet kent: het is een Nederlands hightechbedrijf, leverancier van machines voor de halfgeleiderindustrie, met andere woorden: de klanten van het bedrijf zijn meestal chipproducenten. Wil je echt details weten, klikkerdeklik dan even en er gaat een wereld voor je open. Tot vandaag dacht ik dat Veldhoven een onbeduidend gat was dat hoorde bij Eindhoven. Niks is minder waar: het is een volwaardige zelfstandige gemeente (al sinds 1921 toen Veldhoven werd samengevoegd met Meerveldhoeven, Oerle en Zeelst) met zo'n 46.000 inwoners.

Oorspronkelijk zou zoonlief met gevolg ook één of meerdere nachtjes in de buurt van Eindhoven doorbrengen. Van hem komt de locatie Witven Vakantiepark in Veldhoven. Zoals zo vaak in dit leven gaan dingen anders, alleen W en ik mogen hier twee nachtjes doorbrengen. Had al geboekt, kwam vandaag nog even wat toeristenbelasting bij. Totale kosten € 53,90, als volgt samengesteld: 2 x 23 € (Acsi-prijs) + 1,50 boekingskosten (zal wel naar de clubkas van ACSI gaan) + 2 x 2 x 1,60 boevenbelasting. Krijg je een camperplaats voor met stroom en alle denkbare campingvoorzieningen.

W moest nog een tijdje oppassen in Pijnacker en kon pas tegen zessen deze kant op rijden. Tijd genoeg om een verkennende fietstocht door de omgeving en vooral door Eindhoven te doen. Gewoon om kennis met Eindhoven te maken. Voor het eerst sinds lange tijd weer eens via knooppunten en toen ik uiteindelijk door verkeerschaos geen bordjes meer kon ontdekken gewoon Miep van Google Maps. Buitengebied is wisselend interessant. Stukje langs de Dommel leverde een paar leuke plaatjes op. Over stukken van de Dommel kun je varen met de kano. Om meer water vast te houden zijn op twee plekken extra balken in stuwen geplaatst. Wil je die stuwen passeren moet je gebruik maken van glijgoten.



Een paar kilometer verder kwam ik het preHistorisch Dorp tegen, een openluchtmuseum dat het verhaal vertelt over de tijd van de prehistorie tot de late middeleeuwen. Te laat om nog te bezoeken, want bijna sluitingstijd. Misschien morgen samen met W? De website van het museum lokt wel:
Ontdek de geschiedenis door deze zelf vast te pakken, eraan te ruiken en te proeven. Zo leer je het verleden kennen zoals het ooit écht is geweest. Je kunt het preHistorisch Dorp uitstekend zelf of met anderen ontdekken. Struin lekker over de paadjes, ruik de smeulende vuurtjes en speur in de huizen, hoeves en schuren. De bewoners die je tegenkomt, vertellen je alles wat je wil weten over hun tijdperk”.


Nog wat meer Dommel volgde, nee: geen Dommelsch. De Dommel loopt zo'n 120 kilometer door België (35 km) en Nederland (85 km). Lange tijd een stinkende rivier vanwege kunstmest, dierlijke mest en niet te vergeten menselijke troep: grote hoeveelheden afvalwater uit huishoudens en industrie. Je kunt je het bijna niet voorstellen maar tot halverwege vorige eeuw waren waterzuiveringsinstallaties niet gewoon. Pas in 1963 werd in Eindhoven een grote installatie geopend en door transportleidingen is daarop een groot aantal plaatsen in de regio aangesloten. Er kan weer vis leven in de Dommel. Vincent was hier ook, hij schilderde een paar keer de Genneper Watermolen. Hij schilderde twee waterraderen, ik zag er in het eggie maar één.


Na 30 kilometer was ik weer “daar waar ik hem geparkeerd had”. Goed half acht volgde de hereniging. W had net als ik flink wat files meegemaakt. Kippenlevers met paprika, uien en kapucijners. Lange tijd niet gehad, maar goed binnen te houden. Na het eten moest W even de omgeving verkennen en vervolgens hadden we nog twee afleveringen van Endless on Wheels te goed.

V: 196.363; A: 196.514. Rijtemperatuur 22 – 24 graden, half bewolkt. Zon op/onder: 05:25/21:58 (gegevens Eindhoven). Een mooie dag. En morgen? Morgen is er weer een dag. We gaan de verjaardag van W vieren.




zaterdag 1 juli: @ veldhoven


Naar aanleiding van een vraagje van iemand die absoluut niet weet wat een camper is: ja, we hebben stroom op de camping, altijd handig om accu's van apparaten (en fietsen) op te laden, lampjes laten branden en koelkast laten koelen. Nee, koffie zetten gaat nog ouderwets: pannetje water op het vuur, water koken en opgieten op een filter. Het is even wennen, maar vroeger ging dat ook zo. En als je goed kijkt ben ik helemaal van vroeger! Volgens mijn zoon dateer ik uit de tijd van de deukchevaux.

De dag stond vandaag in het teken van W70. Alleen: programma met de kinderen en kleinkinderen pas vanaf half vier. Geen nood, een leuke fietstocht en het bezoek aan het preHistorische Dorp maakten het wachten draaglijk. Het museum laat in zes tijdvakken zien hoe het leven van de mens was en veranderde in de periode van de prehistorie tot het eind van de Middeleeuwen en dat dan weer op een bijzondere manier. De folder van het museum vertelt het volgende: “De basis voor dit museum ligt in experimentele archeologie. Bij deze tak van de wetenschap testen we archeologische theorieën in de praktijk, bijvoorbeeld door een prehistorische ijzeroven na te bouwen en deze te gebruiken om ijzer te winnen. Op die manier krijgen we een idee van hoe dit vroeger ging. De meeste gebouwen in het preHistorisch Dorp zijn zo tot stand gekomen: met de kennis van nu en met de gereedschappen en materialen van toen.” Vandaag was het ambachtendag, dat betekende dat er extra veel vrijwilligers (en aanverwante personen) op het terrein rondliepen. Gelukkig geen Nikes onder hun oude kleding en ik heb ook geen moderne horloges om polsen gezien. Twee kleine minpunten: een jager/verzamelaar uit de tijd voor het begin van onze jaartelling zal beslist geen bril gedragen hebben en neem van mij aan dat je in die tijd wel ergens honing zou kunnen kopen, maar het verschuldigde bedrag absoluut niet kon pinnen. Wel leuk dat museum, ook een prettig dagje uit voor kinderen en kleinkinderen, leerzaam en genoeg te doen.



En toen het echte hoogtepunt van de dag. De kinderen hadden een wel bijzonder cadeau voor de (bijna) jarige oma bedacht: met de hele familie naar De Parade. Voor de (enkele) cultuurbarbaar die niet weet wat het evenement inhoudt even een toelichting. De Parade is (sinds 1990) een rondreizend theaterfestival dat plaatsvindt in de zomermaanden in vier Nederlandse steden: Den Haag, Utrecht en Amsterdam. Ja weet het: dat zijn er drie! De vierde stad is normaal Rotterdam, maar wordt al een aantal jaren om diverse redenen vervangen door Eindhoven. De organisatie is in handen van een stichting, de Stichting Mobile Arts. Heb gelezen dat dit clubje zelf de broek moet ophouden en geen subsidies ontvangt, met uitzondering van een paar corona-overbruggingscenten. 

Het festivalterrein ziet er uit als een kermis door de vele kermistenten, een zweefmolen en restaurants (geen patat maar andere dingen). Vergeet helemaal de poffertjeskraam en de silent disco te noemen! De lommerrijke bomen die de afgelopen week de zonnestralen temperden hielden vandaag de ergste regendruppels tegen. Waar lommerrijke bomen al niet goed voor zijn. De oervoorloper van het festival was Traktor Toernee, later opgevolgd door Boulevard of Broken Dreams (beide niet echt een commercieel succes). Bij de Parade kunnen bezoekers kiezen uit verschillende voorstellingen, die vaak speciaal voor het festival gemaakt zijn. Alle voorstellingen worden meerdere keren per avond gespeeld. De voorstellingen duren in de meeste gevallen een half uur, zodat een bezoeker meerdere voorstellingen kan bekijken. Er worden per voorstelling kaartjes verkocht. Ook het terrein is alleen te betreden na betaling van toegang. Het voordeel van de Parade in Eindhoven is dat het niet zo groot is, je kunt dus spreken van een “compacte” Parade. Het terrein naast het Parktheater is knus en biedt ruimte voor een kleiner aantal tentjes dan de andere edities, zodat het geheel zeer overzichtelijk is. 

Kan nu een samenvatting geven van bekeken voorstellingen (meestal absurdistisch), het genuttigde voedsel (uit de Wereldkeuken en prijzig), de opgeslobberde consumpties (goed binnen te houden). Prijsstelling komt ook omdat er een beetje (veel) groen wordt gedacht en geleefd: groene stroom, het eten is bio-industrievrij, geen flessen- maar kraanwater, het eten wordt geserveerd op echt porselein en er wordt géén plastic maar echt bestek gebruikt. Samenvatting? Dat gane-me-nie-doen Ga gewoon zelf een dagje naar de Parade en onderga het feest dat door al die zzp-ers wordt georganiseerd. W heeft een heel mooie dag gehad en opa genoot omdat oma zo kon genieten. Tegen half tien terug op de camping en best moe. Maar zoals W op de fietsterugweg sprak “Het tijdperk van de pijntjes en de kwaaltjes is nu echt aangebroken”. Vervolgens zette ze de ondersteuning op standje onbenullig en kon verder de hele wereld aan. Een mooie dag. En morgen? We moeten terug naar de Achterhoek. En nee, vaste fotokijkster C te L: géén foto's van genietende kleinkinderen. Geloof niet dat ze het op prijs stellen met hun koppies in opa's blog te staan.







zondag 2 juli: @ home

F te P appte me dat ik het de laatste tijd wel erg vaak over de dood heb. Misschien is dat wel zo, maar wees gerust: denk nog niet aan doodgaan, want ben nu pas 72, dus daar nog niet oud genoeg voor. Aan de andere kant: weet dat ik de langste tijd op dit ondermaanse wel heb gehad en als de Man met de Zeis voor Pinokkio gaat spelen en een lange neus gaat maken dan is dat jammer, maar acceptabel. Om het verhaal even af te maken een gedicht van Eddy van Vliet (een Vlaams dichter en advocaat), uit het hoofd geciteerd door Joost Prinsen in een interview in de Gelderlander van een paar weken geleden:

Dood. Heb geen angst.
Talm niet voor mijn deur. Kom binnen.
Lees mijn boeken. In negen van de tien kom je voor.
Je bent geen onbekende.
Hou me niet voor de gek met kwalen
waarvan niemand de naam durft te noemen.
Leg mij niet in een bed tussen kwijlende kinderen
die van ouderdom niet weten wat ze zeggen.
Klop mij geen geld uit de zak voor nutteloze uren in chique klinieken.
Veeg je voeten en wees welkom.

Kan ik me helemaal in vinden.