Twee weken geleden wisten we nog niet dat we een tijdje door het land van Sissi en haar Frans-Jozef zouden trekken. Voor degenen die niet grootgebracht zijn met de mierzoete Sissifilms: Sissi is de bijnaam van Elisabeth Amalie Eugenie, prinses van Beieren en door haar huwelijk met Frans-Jozef keizerin van Oostenrijk en koningin van Hongarije. (Sissi werd gespeeld door Romy Schneider en Frans door Karlheinz Böhm). We spreken over de Dubbelmonarchie, ook wel Donaumonarchie genoemd.
Eigenlijk was deze Dubbelmonarchie in zekere zin een voorloper van de Europese Unie: het was een multi-etnische staat met een veelvoud aan talen en religies, een gemeenschappelijke markt en vrijheid van verkeer en vestiging. Beide gebiedsdelen waren vrij autonoom, maar hadden munt, maten en gewichten, buitenlandse politiek en defensie gemeenschappelijk. De Leitha was de grensrivier tussen Oostenrijk (Cisleithanië) en Hongarije (Transleithanië). Na de Eerste Wereldoorlog werd het Oostenrijks-Hongaarse Rijk in stukjes verdeeld. Bijgaand kaartje (bron: the Historical Atlas van W.R. Shepherd; 1911) laat zien hoe uitgestrekt het Rijk van Sissy en haar Frans was (aanklikken maakt de kaart groter).
woensdag 7 augustus: van slowakije naar tjechië
Even afrekenen bij Margo op Dobrá Lúka (25 € per nacht), boodschappen doen voor een paar dagen in Zvolen (komen we toch langs), de buik van Puzzel vullen en dan een ritje van een kleine 500 kilometer waar we zo’n 8 uur over doen. Wel “binnendoor” want we willen niet over Bratislava wat ons door de routeplanner wordt voorgesteld. Aanvankelijk schiet het lekker op, tolvignetje aan de grens, maar in de buurt van Brno is men met man en macht bezig om de snelweg te verbreden van 2 x 2 naar 2 x 3 rijstroken en dat houdt een beetje op ondanks onze goed meedenkende Google Maps die veel file-ontwijkende weggetjes weet te vinden. Voorlopig richting Praag, maar daar komen we niet: camping v Klokočovĕ ligt een stukje ten zuiden van de hoofdstad van Tsjechië, nabij Vojkov in de landstreek Bohemen (code Campercontact 52.851).
In Tsjechië zagen we borden met dezelfde opschriften als in Slowakije. Het blijkt dat beide talen nauw verwant zijn, lange tijd werden ze beschouwd als twee varianten van dezelfde taal. Toen Tsjechië en Slowakije nog bij elkaar hoorden (tot 1993) sprak men zelfs over het Tsjechoslowaaks. Staatstelevisie en -radio zonden programma’s uit in beide “dialecten” (om en om), die zelfs meer naar elkaar toe groeiden. Men zegt dat jongeren tegenwoordig steeds meer moeite hebben om de buren te verstaan. “Pozor vlak” blijft evenwel in beide landen “pas op, trein” en ijsje is zmrzlina. Het Pools hoort tot dezelfde taalgroep (West-Slavische talen), maar daar zul je toch om een “lody” moeten vragen wil je zo’n koude versnapering hebben.
Tsjechië bestaat uit Bohemen, Moravië en een deel van Sileziė. Vooral in Bohemen hebben zich vroeger veel Duitstaligen gevestigd, deels in berggebieden waar ze vrijwel onbewoonde streken in cultuur brachten. In het land van Sissi was dat niet zo’n probleem (iedereen hoorde tot het multiculturele Habsburgse Rijk), maar toen in 1918 Tsjecho-Slovakije werd gevormd vormden de Sudeten-Duitsers een geografisch geconcentreerde grote minderheid: 90 % woonde in gebieden waar ze tevens een 90 % meerderheid vormden. Zie onderstaande kaart (ook uit de eerder genoemde atlas van Shepherd.
Na 1918 vond er onteigening plaats van grote landgoederen die meestal in bezit waren van de Duitse adel. Ook confisqueerde de regering 1/5 van het papiergeld, dat ging meer ten laste van de rijke Duitsers dan van de andere bevolkingsgroepen. Toen Hitler een paar jaar aan de macht was vond hij dat deze Volksduitsers terug in het “Reich” moesten en met toestemming van onder meer Engeland en Frankrijk mocht hij de Duitstalige gebieden annexeren. Vervolgens pikte hij ook de rest van Tsjechië in en maakte daar een “protectoraat” van en maakte van Slowakije een marionettenstaat.
Na de instorting van het nazirijk mochten de Duitstaligen in Tsjechië het bezuren. Vrijwel alle etnische Duitsers werden collectief tot landverraders verklaard en verdreven, bezittingen werden onteigend. 700.000 mensen vluchtten onmiddellijk naar Duitsland en Oostenrijk en vervolgens werden 2.500.000 Duitstaligen – vaak na langdurige internering – het land uitgewezen. Als direct of indirect gevolg van deze officieel bevolen uitwijzing is ruim 1 op de 10 om het leven gekomen. Een groot deel door standrechtelijke executie of moord, een ander deel door uitputting of ziekte.
De beloofde regen kwam niet tijdens het rijden, de temperatuur liep zelfs op tot 31 graden (buiten dan: binnen hadden we last van bijna bevroren tenen door een zeer goed werkende airco). Pas op de camping begon het te waaien en te regenen. Busje even 180 graden gedraaid zodat de wind niet onder de luifel kon komen.
V: 139.531; A: 140.007
donderdag 8 augustus: @ v klokočovĕ
Camping v Klokočovĕ zal zeer waarschijnlijk niet lang meer bestaan: er is al jaren sprake van de aanleg van een (snel)weg en dat betekent dat “eens” dit paradijsje opgedoekt moet worden. Gijs en Lenie, de eigenaren, zitten er al jaren tegen aan te hikken. Misschien kunnen ze er een leuk prijsje voor krijgen, ze zijn inmiddels ook niet meer de jongsten. We hebben uitgerekend dat we hier 17 jaar geleden ook waren, toen met een klein tentje, waarbij een kind de gedenkwaardige woorden sprak “Hier wonen mensen in!”.
Mooie dag, tijd voor een wandelingetje. Een mooie tocht van 8,5 kilometer door de omgeving waarbij we dorpjes als Nezdice, Bučovice en Křenovice aandeden en mochten wandelen over paden dwars door de graslanden met schitterende uitzichten. Twee uur en drie kwartier later waren we afgepeigerd weer terug op de camping, waar het biertje sissend naar binnen ging.
Wisselend bewolkt, 24 graden.
vrijdag 9 augustus: @ v klokočovĕ
Vanmorgen gezond weer op. We hoorden deze week bij "We zijn er bijna" wat de meest ideale manier is om te sterven: 's morgens dood wakker worden. Het blijft een leuk programma. Heb het eindelijk voor elkaar gekregen, wel onder protest van mijn wederhelft: een echte kiepstoeldag. Ik vond het met 28 graden te warm voor een wandeling (8 kilometer bult op en af in de palle zon) en had geen zin om met de camper een sightseeingtoertje te maken. W heeft zich door de dag heen kunnen worstelen met een paar keer zwemmen in het (relatief koude) zwembad, een paar “blokjes om” en een goed boek. Ikzelf kan desnoods de dag zittend en nietsdoend doorbrengen, maar had nog wat lees- en schrijfwerk. Alleen al die woorden met dat omgekeerde accentcircondakje; officieel de háček, die ze hier boven elke letter – klinker of medeklinker maakt niet uit – weten te prutsen. Binnenkort ook geen last meer van.
Zon, af en toe een wolkje, 28 graden.
noordpolderzijl
vrijdag 9 augustus 2019
dinsdag 6 augustus 2019
zomerreis 2019 – 4: in het geografisch centrum van slowakije
Het fijne van reizen met een camper is dat je rare dingen kunt doen. We hadden het beiden eigenlijk wel gehad met Slovenië, waarbij het onstabiele weer een belangrijke rol speelde. Mooi land waar het toerisme de laatste jaren booming bussines is geworden, maar de infrastructuur niet meegegroeid is. We komen ongetwijfeld nog eens terug, maar dan in het voor- of naseizoen wanneer de campings een beetje minder prijzig zijn.
We hadden onlangs een uitzending gezien van “Ik vertrek” over Margo en Mark die in Slowakije een nieuw bestaan hebben opgebouwd door er met vallen en opstaan een camping te beginnen. “Waarom niet even een kijkje nemen?” vroegen we ons af. Dus op naar Dobrá Luká in Pliešovce, “ergens” in de binnenlanden, ver van de bewoonde wereld.
De Slowaken vormen weer zo’n volk dat deel heeft uitgemaakt van veel landen. Het langst viel het onder de Habsburgse kroon (vanaf 1526). Toen in 1918 het Oostenrijks-Hongaarse Rijk uit elkaar viel bouwde men van Bohemen, Moravië en Slowakije een nieuwe natie: Tsjecho-Slowakije, weer zo’n land (net als Joegoslavië) dat gedoemd was uit elkaar te vallen, maar daarover later meer.
Slowakije dus, het land van Peter Sagan, de eeuwige groene-truidrager van de Tour de France. Het land waarvan we de naam schrijven met een W, terwijl Slovenië met een V wordt geschreven. In het Engels beide met een V (waardoor George Bush een paar keer op zijn bek ging omdat hij Slovakia en Slovenia weer eens door elkaar haalde), terwijl net over onze grens onze Nachbarn beide landen met een W schrijven. Maar nu dwaal ik weer eens ernstig af. Bijgaande foto heeft de ANWB op al haar Slowakije-pagina’s staan.
vrijdag 2 augustus: van slovenië naar slowakije
Bij het opladen van de fiets op de drager constateerden we weer eens een lekke band: steentjeswegen in combinatie met hitte. Nu was het de achterband. Voorlopig komt er niks van fietsen, daarvoor is het gebied waar we heengaan te heuvelachtig. Volgens Google Maps hadden we twee opties om naar het geografische centrum van Slowakije te rijden. Optie 1 door Hongarije viel af: weliswaar minder kilometers, maar een langere reistijd en een Hongaars tolvignet (21 €, waar we dan maar één dag gebruik van zouden maken). Het werd dus optie 2: Graz, Wenen, Bratislava, Nitra, Zvolen en dan de binnenlanden in. Veel snelwegen en nog even een flinke file in Slovenië. Ons vignet voor Oostenrijk was nog geldig, mooi meegenomen. Voor je het weet ben je 550 kilometers verder. Bij de grens met Slowakije nog even een tolvignet scoren: modern, een e-vignet; kenteken wordt geregistreerd, 10 € betalen (contant, dat dan wel weer) en je mag 10 dagen over de Slowaakse wegen rijden. In Zvolen, zo’n 30 kilometer voor onze eindbestemming de koelkast aangevuld, waarbij we constateerden dat de prijzen hier een stuk lager liggen dan in Nederland, het is hier gemiddeld 37 % goedkoper, met als uitschieters restaurants (- 59 %) en openbaar vervoer (-75 %). Bron: landenkompas.nl. Slowakije is sinds 2009 een Euroland
en is in 2004 toegetreden tot de EU.
Bij Bratislava (nee, niet bezocht) hielden al onze papieren kaarten op en waren we overgeleverd aan Google Maps op de telefoon. Ome Tom hebben we al een paar dagen vrijaf gegeven, die wil ons overal elk karrespoor laten volgen. Tegen half vijf kwamen we aan op de camping bij “een oude boerderij met rustieke elementen”, wat moet het een puinhoop geweest zijn toen men hier in 2011 begon. De camping ligt midden in de ongerepte natuur, waar reeën, vossen en wilde zwijnen voorkomen. “Gelukkig geen beren”, zei W en voerde vervolgens de varkens, aaide de geiten en schapen en liep tenslotte met een grote boog om de kippen en parelhoenders heen. Alle dieren hier hebben een naam die begint met een H, da’s om het de campinggasten gemakkelijk te maken, maar wie nu Hannibal en wie Henkie is?
V: 138.922; A: 139.470
Temperatuur rond de 23 graden; tijdens het rijden zo goed als droog. ’s Avonds een buitje op de camping.
zaterdag 3 augustus: @ pliešovce (wandeling)
Margo had een leuke wandeling voor ons in de aanbieding: ongeveer 8 kilometer door de heuvels in de omgeving. Het zijn er een paar meer geworden (kilometertjes dan), toch de volgende keer W maar niet meer de cruising laten doen. Als een moderne Hans en Grietje konden we dank zij de app Guru Maps op mijn telefoon weer op het juiste pad komen. Het werd nog wel een beetje spannend toen het accuniveau van mijn smartphone onder de 10% kwam. W had aanvankelijk ernstige bedenkingen bij de we-zijn-de-weg-kwijt-route, maar ik steeg in haar achting toen we de juiste markeringen weer tegenkwamen (of was het Guru Maps die ze zo bewonderde?). Een mooie route, een beetje hilly vooral de lange klim door een weiland. Deze keer kwam ik niet strompelend over de eindstreep, maar was het de beurt aan mijn sportieve wederhelft (last van de rug).
zondag 4 augustus: met de trein van zvolen naar banská bystrica
Als je W kent weet je dat een dag doorbrengen in een kiepstoel er niet in zit: zij wil “programma”. Dus alles zeilvast gemaakt in ons Puzzeltje en gereden naar het 30 kilometer verder liggende Zvolen, waar we de trein gepakt hebben naar Banská Bystrica. Ik had al vermeld dat het openbaar vervoer in Slowakije stukken goedkoper is dan in Nederland. We betaalden voor 40 kilometer (20 heen en 20 terug) € 2,00 per persoon. Het bewijs is hiernaast afgedrukt. Op de heenreis een gloednieuwe trein die voor een Spurt van Arriva niet onderdoet. Op de terugreis zo’n ding van net na het stoomtijdperk, waarbij je moeite moet doen om in- en uit te stappen. Elk stationnetje (hoe klein ook) heeft nog een stationschef compleet met rode pet en ook op elk station een kaartjesverkoper. De trein loopt door het dal van de Hron, waarbij je de H uitspreekt als een G. De Hron mondt in Hongarije uit in de Donau.
In de verte landde een militair vliegtuig op Sliač Airport, ook bekend onder de naam Letiko Zvolen. Aangelegd in de jaren 30 van de vorige eeuw, lange tijd een Russische basis en tegenwoordig schijnt de NAVO wat in de melk te brokkelen te hebben. Regelmatig vliegt er een vreemde formatie over: een straaljager, een transportvliegtuig en een klein verkenningsgevalletje, steeds keurig naast elkaar. Het vliegveld wordt ook gebruikt door vakantiecharters, voornamelijk naar Antalya, Boergas (aan de Zwarte Zee in Bulgarije) en Hughada; meestal 1 tot 3 vluchten per dag, dus geen vetpot.
Behalve kastelen en openluchtmusea moet Slowakijke het hebben van het natuurschoon en een enkele verdwaalde bezienswaardige stad. Eén van die steden is Banská Bystrica, groot geworden door de mijnbouw en bekend van de Slowaakse opstand van 29 augustus 1944. De geschiedenis van Slowakije is niet helemaal fris. Toen in 1938 Hitler-Duitsland het Sudetenland annexeerde (overigens met internationale instemming – Verdrag van München) en gelijk maar de rest van Tsjechië inpikte en er het “Protectoraat Bohemen en Moravië” van maakte, verklaarde Slowakije zich onafhankelijk, maar werkte onder president Jozef Tiso nauw samen met Duitsland. Tiso is later geëxecuteerd onder meer vanwege zijn rol bij de deportatie van de Slowaakse Joden. In 1944 was Banská Bystrica het centrum van de nationale opstand tegen de totalitaire regering van het land en haar alliantie met Duitsland. Het centrale plein van de stad werd een verzamelplaats voor de opstand. Uiteindelijk werden de meeste rebellen een kopje kleiner gemaakt. Mooi pleintje dat Námestie Slovenskéo Pavstania (plein van de nationale Slowaakse opstand), afgekort SNP-plein, vol met restaurantjes, cafés, winkeltjes (wel dicht want zondag) en leuke optrekjes. Op één van de terrasjes hebben we geluncht, wel goedkoop maar we hebben wel eens beter gegeten. Er kwam een overheerlijk glas bier voorbij, helaas niet voor mij: Slowakije hanteert de 0-promille regeling en ik mocht nog dertig kilometer rijden.
In een architectonisch wat vreemd gebouw is een museum (Muzeum SNP) gevestigd dat aandacht besteedt aan de antifascistische verzetsbeweging van Europa in het algemeen en Slowakije in het bijzonder. Het bestrijkt de periode 1939 – 1945. W wist mij over te halen de tentoonstelling (voornamelijk uniformen en geweren) te bekijken. “Het kost maar 70 cent voor bejaarden” sprak ze. Ze had het mis: vandaag “free of charge”.
Na WO-II mochten Tsjechië en Slowakije weer één land vormen. De communisten kwamen aan de macht en Tsjecho-Slowakije werd een eenpartijstaat en zwaar leunend op de Sovjet-Unie die elke poging tot hervorming met veel militair vertoon de kop in drukte. Aan het einde van de jaren tachtig van de twintigste eeuw zwaaide er een revolutionaire wind door Oost-Europa. In veel lid- en vazalstaten van de Sovjet-Unie kwamen revolutionaire bewegingen op die een einde maakte aan de communistische regimes. Het regime in Tsjecho-Slowakije viel in 1989. Nog vergeten te vermelden dat Tsjechië en Slowakijke in 1993 vreedzaam uit elkaar gingen: men had genoeg van elkaar.
Slowakije is een "binnenstaat", een land zonder kusten. Het grenst aan Tsjechië, Polen, Oekraïne, Hongarije en Oostenrijk.
V: 139.470; A: 139.531
40 kilometer met de trein
8,6 kilometer gewandeld.
Zonnig weer met af en toe een spettertje; 26 graden maximaal.
maandag 5 augustus: @ pliešovce (bijna een kiepstoeldag)
Vermoeide lijven hebben rust nodig. Op een wandeling na (2.22 km naar beneden om een witte kool en een ijsje te scoren bij de plaatselijke kruidenier en vervolgens 2.22 km weer omhoog; gegevens verzameld door runkeeper) de tijd doorgebracht rond en later, toen het wat frisjes werd, in ons campertje. Niks mis mee. Eindelijk het laatste deel van het drieluik over de Wullinks (Henk Krosenbrink) uit kunnen lezen.
Max 26 graden, zon en wolken wisselden elkaar af.
dinsdag 6 augustus: wijnproeverij
We sluiten ons bezoek aan Dobrá Lúka af met een wijnproeverij. Met twaalf drinkers en drie chauffeurs rijden we naar het wijndorpje Stará Hora vlak bij het dorp Sebechleby (nabij de Hongaarse grens). Het dorpje bestaat uit ruim 100 huisjes (met een of twee kamers en een kelder) uit de 18e en 19e eeuw. Onze excursie begon met een bezoek aan een tot museum omgebouwd huisje. Een lang verhaal over folklore, tradities en kostuums met kleurrijke borduurwerk. Vervolgens een verhaal hoe men in dit deel van Slowakije leefde in de jaren 30 van de vorige eeuw. Allemaal interessant, maar uiteindelijk kwamen we voor de wijn! Tien stuks mochten we proeven en eerlijkheidshalve moet ik zeggen dat de bijgeleverde hapjes lekkerder waren dan de Slowaakse wijnen. Van de tien wijnen die Jozef Husák van Pivnica (= kelder) Konkordia ons voorschotelde kon er maar eentje een plusje scoren: de Bouvierovo hrozno, waarvan een flesje meegenomen voor eventuele moeilijke tijden. Het was een hele plezante middag met boeiende gesprekken. Temperatuur: oplopend tot 28 graden; zon en wolken. Opvallend: voor het eerst ’s avonds niet frisjes; moesten we voorgaande dagen tegen zessen een dikke trui aan of naar binnen, deze avond konden we nog lang buiten zitten. Later op de avond de dag binnen afgesloten met aflevering drie van “we zijn er bijna”. Het was weer een mooie dag.
We hadden onlangs een uitzending gezien van “Ik vertrek” over Margo en Mark die in Slowakije een nieuw bestaan hebben opgebouwd door er met vallen en opstaan een camping te beginnen. “Waarom niet even een kijkje nemen?” vroegen we ons af. Dus op naar Dobrá Luká in Pliešovce, “ergens” in de binnenlanden, ver van de bewoonde wereld.
De Slowaken vormen weer zo’n volk dat deel heeft uitgemaakt van veel landen. Het langst viel het onder de Habsburgse kroon (vanaf 1526). Toen in 1918 het Oostenrijks-Hongaarse Rijk uit elkaar viel bouwde men van Bohemen, Moravië en Slowakije een nieuwe natie: Tsjecho-Slowakije, weer zo’n land (net als Joegoslavië) dat gedoemd was uit elkaar te vallen, maar daarover later meer.
Slowakije dus, het land van Peter Sagan, de eeuwige groene-truidrager van de Tour de France. Het land waarvan we de naam schrijven met een W, terwijl Slovenië met een V wordt geschreven. In het Engels beide met een V (waardoor George Bush een paar keer op zijn bek ging omdat hij Slovakia en Slovenia weer eens door elkaar haalde), terwijl net over onze grens onze Nachbarn beide landen met een W schrijven. Maar nu dwaal ik weer eens ernstig af. Bijgaande foto heeft de ANWB op al haar Slowakije-pagina’s staan.
vrijdag 2 augustus: van slovenië naar slowakije
Bij het opladen van de fiets op de drager constateerden we weer eens een lekke band: steentjeswegen in combinatie met hitte. Nu was het de achterband. Voorlopig komt er niks van fietsen, daarvoor is het gebied waar we heengaan te heuvelachtig. Volgens Google Maps hadden we twee opties om naar het geografische centrum van Slowakije te rijden. Optie 1 door Hongarije viel af: weliswaar minder kilometers, maar een langere reistijd en een Hongaars tolvignet (21 €, waar we dan maar één dag gebruik van zouden maken). Het werd dus optie 2: Graz, Wenen, Bratislava, Nitra, Zvolen en dan de binnenlanden in. Veel snelwegen en nog even een flinke file in Slovenië. Ons vignet voor Oostenrijk was nog geldig, mooi meegenomen. Voor je het weet ben je 550 kilometers verder. Bij de grens met Slowakije nog even een tolvignet scoren: modern, een e-vignet; kenteken wordt geregistreerd, 10 € betalen (contant, dat dan wel weer) en je mag 10 dagen over de Slowaakse wegen rijden. In Zvolen, zo’n 30 kilometer voor onze eindbestemming de koelkast aangevuld, waarbij we constateerden dat de prijzen hier een stuk lager liggen dan in Nederland, het is hier gemiddeld 37 % goedkoper, met als uitschieters restaurants (- 59 %) en openbaar vervoer (-75 %). Bron: landenkompas.nl. Slowakije is sinds 2009 een Euroland
en is in 2004 toegetreden tot de EU.
Bij Bratislava (nee, niet bezocht) hielden al onze papieren kaarten op en waren we overgeleverd aan Google Maps op de telefoon. Ome Tom hebben we al een paar dagen vrijaf gegeven, die wil ons overal elk karrespoor laten volgen. Tegen half vijf kwamen we aan op de camping bij “een oude boerderij met rustieke elementen”, wat moet het een puinhoop geweest zijn toen men hier in 2011 begon. De camping ligt midden in de ongerepte natuur, waar reeën, vossen en wilde zwijnen voorkomen. “Gelukkig geen beren”, zei W en voerde vervolgens de varkens, aaide de geiten en schapen en liep tenslotte met een grote boog om de kippen en parelhoenders heen. Alle dieren hier hebben een naam die begint met een H, da’s om het de campinggasten gemakkelijk te maken, maar wie nu Hannibal en wie Henkie is?
V: 138.922; A: 139.470
Temperatuur rond de 23 graden; tijdens het rijden zo goed als droog. ’s Avonds een buitje op de camping.
zaterdag 3 augustus: @ pliešovce (wandeling)
Margo had een leuke wandeling voor ons in de aanbieding: ongeveer 8 kilometer door de heuvels in de omgeving. Het zijn er een paar meer geworden (kilometertjes dan), toch de volgende keer W maar niet meer de cruising laten doen. Als een moderne Hans en Grietje konden we dank zij de app Guru Maps op mijn telefoon weer op het juiste pad komen. Het werd nog wel een beetje spannend toen het accuniveau van mijn smartphone onder de 10% kwam. W had aanvankelijk ernstige bedenkingen bij de we-zijn-de-weg-kwijt-route, maar ik steeg in haar achting toen we de juiste markeringen weer tegenkwamen (of was het Guru Maps die ze zo bewonderde?). Een mooie route, een beetje hilly vooral de lange klim door een weiland. Deze keer kwam ik niet strompelend over de eindstreep, maar was het de beurt aan mijn sportieve wederhelft (last van de rug).
Als je W kent weet je dat een dag doorbrengen in een kiepstoel er niet in zit: zij wil “programma”. Dus alles zeilvast gemaakt in ons Puzzeltje en gereden naar het 30 kilometer verder liggende Zvolen, waar we de trein gepakt hebben naar Banská Bystrica. Ik had al vermeld dat het openbaar vervoer in Slowakije stukken goedkoper is dan in Nederland. We betaalden voor 40 kilometer (20 heen en 20 terug) € 2,00 per persoon. Het bewijs is hiernaast afgedrukt. Op de heenreis een gloednieuwe trein die voor een Spurt van Arriva niet onderdoet. Op de terugreis zo’n ding van net na het stoomtijdperk, waarbij je moeite moet doen om in- en uit te stappen. Elk stationnetje (hoe klein ook) heeft nog een stationschef compleet met rode pet en ook op elk station een kaartjesverkoper. De trein loopt door het dal van de Hron, waarbij je de H uitspreekt als een G. De Hron mondt in Hongarije uit in de Donau.
In de verte landde een militair vliegtuig op Sliač Airport, ook bekend onder de naam Letiko Zvolen. Aangelegd in de jaren 30 van de vorige eeuw, lange tijd een Russische basis en tegenwoordig schijnt de NAVO wat in de melk te brokkelen te hebben. Regelmatig vliegt er een vreemde formatie over: een straaljager, een transportvliegtuig en een klein verkenningsgevalletje, steeds keurig naast elkaar. Het vliegveld wordt ook gebruikt door vakantiecharters, voornamelijk naar Antalya, Boergas (aan de Zwarte Zee in Bulgarije) en Hughada; meestal 1 tot 3 vluchten per dag, dus geen vetpot.
Behalve kastelen en openluchtmusea moet Slowakijke het hebben van het natuurschoon en een enkele verdwaalde bezienswaardige stad. Eén van die steden is Banská Bystrica, groot geworden door de mijnbouw en bekend van de Slowaakse opstand van 29 augustus 1944. De geschiedenis van Slowakije is niet helemaal fris. Toen in 1938 Hitler-Duitsland het Sudetenland annexeerde (overigens met internationale instemming – Verdrag van München) en gelijk maar de rest van Tsjechië inpikte en er het “Protectoraat Bohemen en Moravië” van maakte, verklaarde Slowakije zich onafhankelijk, maar werkte onder president Jozef Tiso nauw samen met Duitsland. Tiso is later geëxecuteerd onder meer vanwege zijn rol bij de deportatie van de Slowaakse Joden. In 1944 was Banská Bystrica het centrum van de nationale opstand tegen de totalitaire regering van het land en haar alliantie met Duitsland. Het centrale plein van de stad werd een verzamelplaats voor de opstand. Uiteindelijk werden de meeste rebellen een kopje kleiner gemaakt. Mooi pleintje dat Námestie Slovenskéo Pavstania (plein van de nationale Slowaakse opstand), afgekort SNP-plein, vol met restaurantjes, cafés, winkeltjes (wel dicht want zondag) en leuke optrekjes. Op één van de terrasjes hebben we geluncht, wel goedkoop maar we hebben wel eens beter gegeten. Er kwam een overheerlijk glas bier voorbij, helaas niet voor mij: Slowakije hanteert de 0-promille regeling en ik mocht nog dertig kilometer rijden.
Slowakije is een "binnenstaat", een land zonder kusten. Het grenst aan Tsjechië, Polen, Oekraïne, Hongarije en Oostenrijk.
V: 139.470; A: 139.531
40 kilometer met de trein
8,6 kilometer gewandeld.
Zonnig weer met af en toe een spettertje; 26 graden maximaal.
maandag 5 augustus: @ pliešovce (bijna een kiepstoeldag)
Vermoeide lijven hebben rust nodig. Op een wandeling na (2.22 km naar beneden om een witte kool en een ijsje te scoren bij de plaatselijke kruidenier en vervolgens 2.22 km weer omhoog; gegevens verzameld door runkeeper) de tijd doorgebracht rond en later, toen het wat frisjes werd, in ons campertje. Niks mis mee. Eindelijk het laatste deel van het drieluik over de Wullinks (Henk Krosenbrink) uit kunnen lezen.
Max 26 graden, zon en wolken wisselden elkaar af.
dinsdag 6 augustus: wijnproeverij
We sluiten ons bezoek aan Dobrá Lúka af met een wijnproeverij. Met twaalf drinkers en drie chauffeurs rijden we naar het wijndorpje Stará Hora vlak bij het dorp Sebechleby (nabij de Hongaarse grens). Het dorpje bestaat uit ruim 100 huisjes (met een of twee kamers en een kelder) uit de 18e en 19e eeuw. Onze excursie begon met een bezoek aan een tot museum omgebouwd huisje. Een lang verhaal over folklore, tradities en kostuums met kleurrijke borduurwerk. Vervolgens een verhaal hoe men in dit deel van Slowakije leefde in de jaren 30 van de vorige eeuw. Allemaal interessant, maar uiteindelijk kwamen we voor de wijn! Tien stuks mochten we proeven en eerlijkheidshalve moet ik zeggen dat de bijgeleverde hapjes lekkerder waren dan de Slowaakse wijnen. Van de tien wijnen die Jozef Husák van Pivnica (= kelder) Konkordia ons voorschotelde kon er maar eentje een plusje scoren: de Bouvierovo hrozno, waarvan een flesje meegenomen voor eventuele moeilijke tijden. Het was een hele plezante middag met boeiende gesprekken. Temperatuur: oplopend tot 28 graden; zon en wolken. Opvallend: voor het eerst ’s avonds niet frisjes; moesten we voorgaande dagen tegen zessen een dikke trui aan of naar binnen, deze avond konden we nog lang buiten zitten. Later op de avond de dag binnen afgesloten met aflevering drie van “we zijn er bijna”. Het was weer een mooie dag.
donderdag 1 augustus 2019
zomerreis 2019 – 3: slovenië in vijf dagen
Slovenië maakte lange tijd deel uit van het gebied van de Habsburgers. Aan het eind van de Eerste Wereldoorlog viel dat rijk uiteen en werd een begin gemaakt met de vorming van Joegoslavië: Servië en Kroatië werden toen samengevoegd met delen van Oostenrijk-Hongarije. Het nieuwe Joegoslavië besloeg het huidige Slovenië, Kroatië, Bosnië en Herzegovina, Servië, Kosovo, Montenegro en Macedonië. De bevolking sprak verschillende talen, er werden twee alfabetten gebruikt (het Latijnse en het Cyrillische) en bovendien was de bevolking sterk religieus verdeeld. Een waar kruitvat dus. In de Tweede Wereldoorlog werd het land verdeeld tussen Duitsland en Italië. De politieke kleur van de deelstaten zorgde er voor dat er absoluut geen sprake was van een eenheid: Slovenië en Kroatië waren pro-Duits, Servië en Macedonië voelden zich meer aangesproken tot Rusland en de rest was voor de Verenigde Staten. Tito hield het zootje een hele tijd bijeen onder het motto “bek houden en luisteren”, maar na zijn dood (in 1980) kwamen er scheuren in de coalitie die uiteindelijk leidden tot de Joegoslavische oorlogen (vanaf 1991). Slovenië werd al snel zelfstandig, werd in 2004 lid van de Europese Unie en ruilde drie jaar later de Tolar in voor de Euro.
zondag 28 juli: @ velenje
Op de verjaardag van W was de Keutschacher See gehuld in mist, wolken en werd het landschap nog groener gemaakt door de regen. Pas tegen twaalven hadden we voldoende moed verzameld om Puzzel de sporen te geven en via Lavamünd verlieten we Oostenrijk. Tolvignetje voor Slovenië 15€. Meteen na de grensovergang kwamen we tot de ontdekking dat er grote verschillen zijn tussen Oostenrijk en Slovenië: andere huizen, andere wegen; alleen de regen voelde hetzelfde aan. Zelfs de Drau die we een tijdje gevolgd hadden kreeg een andere naam en werd de Drava. De mooie foto’s van groene alpenweiden met witte schapenwolkjes tegen een blauwe hemel en grillige bergtoppen hebben we vandaag niet kunnen schieten.
W had een camping uitgezocht in de buurt van Velenje, camping Jerezo Velenje. Jerezo betekent meer en we konden Puzzel dus inderdaad parkeren aan de rand van een oud bruinkoolgat (campercontact 50.232, zo’n 35 € per nacht). Bericht van dochterlief die een paar kilometer verderop in een huisje haar eerste vakantieweek doorbracht met man en kind: “Gaan jullie mee naar een grot? Binnen zal het wel droog zijn!” Luxe hoor, zo’n privéchauffeur. Nee, het werden niet de zeer toeristische grotten van Postojna of de wat minder commercieel uitgebuite Caves of Šcocjan maar de Jama Pekel (Pekelgrot). Pekel (= hel) is een veel voorkomende naam in Slovenië. Alles wat een beetje donker of smal is krijgt Pekel in de naam: grotten, kloven, spleten, tunnels, holen en gaten. Jama Pekel is zeer ondergewaardeerd en trekt relatief weinig bezoekers. Het geheel is meer dan drie miljoen jaar oud en met een kleine dertig man werden we door de grotten geleid door een gids die verstaanbaar Engels sprak. Door het grottencomplex stroomt de Peklenščica die zelfs nog voor een waterval zorgt. Droog binnen, maar buiten goot het, zowel voor ons bezoek als erna.
Bezoek afgesloten in een leuk boerenrestaurantje dat veel en goed te pruimen vlees leverde voor weinig geld. De Beilagen waren ook best binnen te houden. Sloveense wijn besteld, maar schijnbaar de verkeerde: met bubbeltjes, niet zo lekker.
V: 138.676; A: 138.808
Regenbuien, temperatuur 20 – 24 graden.
maandag 29 juli: bled en vintgar kloof
Schoonzoon bracht ons zondagavond terug naar ons campertje, waar we de volgende ochtend wakker gemaakt werden door een appje “Ga je mee naar Bled? Daar schijnt het vandaag droog te blijven.” W las voor uit ons reisgidsje “Wie het duizend jaar oude Bled voor het eerst in het oog krijgt zal in vervoering raken. In het fraai gekleurde meer ligt een eiland met een barokke kerk, op de hoge rotsoever toont een kasteel en op de achtergrond zie je de Karawanken”. De reisgids vergat evenwel te vermelden dat je Bled in het hoogseizoen absoluut moet vermijden en dat je een dikke portemonnee met heel veel flappen mee moet nemen. Nieuw Sloveens gezegde: “Een toerist is als een citroen, beide zijn perfect uit te knijpen”.
Vergeefs geprobeerd de Vintgarkloof te "benaderen", beetje druk. Toen maar gekozen voor Blejki Grad, het 130 meter hoog gelegen kasteel, gebouwd door de bisschoppen van Brixen (zeg maar 1004). Deze vrolijke jongens heersten hier vervolgens 800 jaar. Tegenwoordig is het een tourist trap, eigenlijk betaal je alleen grof voor het uitzicht (11 €): elk historisch kamertje of hokje bevat wel een winkeltje. Het weinige authentieke bestond uit de enorme verdedigingsmuren en de massieve Gotische toren. Volgens kleinzoon Q moet een bezoek aan een dergelijke oudheid samen te vatten zijn met “Erin, bekijken en snel wegwezen”. De rodelbaan van Bled kon samengevat worden met “Bekijken en wegwezen”; “erin” zat er deze keer niet in, want een wachttijd van bijna twee uur.
Na wat omzwervingen (slechte communicatie tussen parkeerwachten van de verschillende locaties) kwamen we uiteindelijk op een parkeerterrein aan de voet van de Vintgarkloof in het Triglav Natinaal Park terecht. We waren niet de enigen: bussen vol met toeristen reden af en aan en na het kopen van een entreekaartje (vorig jaar nog 4 €, dit jaar 10 €) mochten we in de file lopen. Wel erg mooi: al miljoenen jaren lang baant de rivier Radovna zich een weg door het gebergte. Op sommige plaatsen is de kloof 250 meter diep. De tocht door de kloof is 1,6 kilometer lang (enkele reis, je mag dezelfde weg terug of een pad buiten de kloof terug kiezen), waarbij het eerste stuk het meest interessant is. Volgens W waren we hier 35 jaar geleden ook al eens: een dagje uit vanuit Oostenrijk met de kinderen. Kan me het niet meer herinneren. Had ik al verteld dat je ook nog 5 flappen mag neertellen om 4 uur te mogen parkeren?
Een hele dag droog; eerst nog wat bewolking, later kwam het zonnetje door. Temperatuur oplopend tot zo’n 26 graden.
maandag 30 juli: @ varpolje
Een verplaatsing van 25 kilometer. Reden? Morgen moeten we een dagje op kleinzoon Q passen en de camping in Velenje heeft niets voor het mannetje te bieden. Kamp Menina aan de oever van de Savinja heeft dat wel. Er wordt geschermd met natuur- en activiteitencamping en dat klopt. Mudjevol en 95 % Nederlanders. We kregen een plekje in de Kalverstraat, vlak bij het restaurant en de animatietent, tevens in het looppad naar het sanitairgebouw, de speeltuin, de groentenboer….. Heel gezellig dus. Beetje lapwerk met de stroom, verschillende kabeltjes en hulpstukken maar uiteindelijk werd het bier koud en bedierf het vlees niet. ’s Middags nog een leuk eindje gefietst langs de oevers van de Savinja, waar vroeger vlottenmensen handel dreven en nu geraft en gekajakt wordt. Ergens in Mozirje een Optik ontdekt dus W kon haar zonnebril laten repareren (net als de fietsen een terugkerend vakantiepechgevalletje).
Nog even heerlijk buiten kunnen zitten en toen werd de droge dag wat minder droog en mocht ik ’s avonds de bus nog even een paar meter verzetten, want: een zwembad voor de uitgang. In de diepte moet je nog een rubber mat kunnen bespeuren. Wel heel fijn naar de tweede aflevering van We zijn er bijna kunnen kijken dank zij het uitstekende 4G netwerk.
dinsdag 31 juli: oppasdag in varpolje
Kleinzoon Q heeft zich uitstekend vermaakt, onder meer dank zij het Nederlandstalige animatieprogramma en de vele leeftijdsgenootjes. Wij konden ’s avonds genieten van het optreden van een band die vooral tieners aantrok. Gelukkig hielden ze ruim voor middernacht op
Temperatuur: oplopend tot 30 graden; droog (op een verdwaalde spetter na)
woensdag 1 augustus: @ maribor
63€ aftikken voor twee nachtjes camping (campercontact 42.711). Ja: hoogseizoen en Slovenië, maar het was het waard. Wel waren W en ik blij dat we konden vertrekken, niet helemaal onze camping. Kleinzoon Q heeft zich er uitstekend vermaakt en dat was het uitgangspunt. Een leuke plek voor kinderen en pubers.
Op naar ons laatste plekje in Slovenie: Maribor of zoals het eeuwenlang heette toen het nog bij Oostenrijk hoorde: Marburg an der Drau. Tweede stad van Slovenië (na Ljubljana) en tweede stad van Stiermarken (na Graz). Pas na de Eerste Wereldoorlog werd dit stukje Oostenrijk aan Joegoslavië gekoppeld. Door de hop- en de wijnvelden, maar echt opschieten deed het niet: een paar flinke files op de A1. Wel een internationaal weggetje als je al die kentekenplaten bestudeert.
Nog voor twaalven op camping Kekec. Plek genoeg, maar in de loop van de dag stroomde het vol. 27 € contant en geen bonnetje. Uitstekend verzorgd, dat wel. Op de fiets naar Maribor om een paar toeristische highlights te bekijken: de oudste wijnrank ter wereld, de kathedraal, de Mariazuil (gedenkmonument pestepidemie van 1680 en natuurlijk moesten we een stuk van de Drauradweg (hier de Drava) fietsen. Maribor werd in de Tweede Wereldoorlog verblijd met een aantal bombardementen van de geallieerden en dat heeft de stad er niet mooier op gemaakt, al is een deel van de oude stad grenzend aan de rivier leuk opgeknapt.
V: 138.833; A: 138.922 Temperatuur: oplopend tot 28 graden; droog.
zondag 28 juli: @ velenje
Op de verjaardag van W was de Keutschacher See gehuld in mist, wolken en werd het landschap nog groener gemaakt door de regen. Pas tegen twaalven hadden we voldoende moed verzameld om Puzzel de sporen te geven en via Lavamünd verlieten we Oostenrijk. Tolvignetje voor Slovenië 15€. Meteen na de grensovergang kwamen we tot de ontdekking dat er grote verschillen zijn tussen Oostenrijk en Slovenië: andere huizen, andere wegen; alleen de regen voelde hetzelfde aan. Zelfs de Drau die we een tijdje gevolgd hadden kreeg een andere naam en werd de Drava. De mooie foto’s van groene alpenweiden met witte schapenwolkjes tegen een blauwe hemel en grillige bergtoppen hebben we vandaag niet kunnen schieten.
W had een camping uitgezocht in de buurt van Velenje, camping Jerezo Velenje. Jerezo betekent meer en we konden Puzzel dus inderdaad parkeren aan de rand van een oud bruinkoolgat (campercontact 50.232, zo’n 35 € per nacht). Bericht van dochterlief die een paar kilometer verderop in een huisje haar eerste vakantieweek doorbracht met man en kind: “Gaan jullie mee naar een grot? Binnen zal het wel droog zijn!” Luxe hoor, zo’n privéchauffeur. Nee, het werden niet de zeer toeristische grotten van Postojna of de wat minder commercieel uitgebuite Caves of Šcocjan maar de Jama Pekel (Pekelgrot). Pekel (= hel) is een veel voorkomende naam in Slovenië. Alles wat een beetje donker of smal is krijgt Pekel in de naam: grotten, kloven, spleten, tunnels, holen en gaten. Jama Pekel is zeer ondergewaardeerd en trekt relatief weinig bezoekers. Het geheel is meer dan drie miljoen jaar oud en met een kleine dertig man werden we door de grotten geleid door een gids die verstaanbaar Engels sprak. Door het grottencomplex stroomt de Peklenščica die zelfs nog voor een waterval zorgt. Droog binnen, maar buiten goot het, zowel voor ons bezoek als erna.
V: 138.676; A: 138.808
Regenbuien, temperatuur 20 – 24 graden.
maandag 29 juli: bled en vintgar kloof
Schoonzoon bracht ons zondagavond terug naar ons campertje, waar we de volgende ochtend wakker gemaakt werden door een appje “Ga je mee naar Bled? Daar schijnt het vandaag droog te blijven.” W las voor uit ons reisgidsje “Wie het duizend jaar oude Bled voor het eerst in het oog krijgt zal in vervoering raken. In het fraai gekleurde meer ligt een eiland met een barokke kerk, op de hoge rotsoever toont een kasteel en op de achtergrond zie je de Karawanken”. De reisgids vergat evenwel te vermelden dat je Bled in het hoogseizoen absoluut moet vermijden en dat je een dikke portemonnee met heel veel flappen mee moet nemen. Nieuw Sloveens gezegde: “Een toerist is als een citroen, beide zijn perfect uit te knijpen”.
Vergeefs geprobeerd de Vintgarkloof te "benaderen", beetje druk. Toen maar gekozen voor Blejki Grad, het 130 meter hoog gelegen kasteel, gebouwd door de bisschoppen van Brixen (zeg maar 1004). Deze vrolijke jongens heersten hier vervolgens 800 jaar. Tegenwoordig is het een tourist trap, eigenlijk betaal je alleen grof voor het uitzicht (11 €): elk historisch kamertje of hokje bevat wel een winkeltje. Het weinige authentieke bestond uit de enorme verdedigingsmuren en de massieve Gotische toren. Volgens kleinzoon Q moet een bezoek aan een dergelijke oudheid samen te vatten zijn met “Erin, bekijken en snel wegwezen”. De rodelbaan van Bled kon samengevat worden met “Bekijken en wegwezen”; “erin” zat er deze keer niet in, want een wachttijd van bijna twee uur.
Na wat omzwervingen (slechte communicatie tussen parkeerwachten van de verschillende locaties) kwamen we uiteindelijk op een parkeerterrein aan de voet van de Vintgarkloof in het Triglav Natinaal Park terecht. We waren niet de enigen: bussen vol met toeristen reden af en aan en na het kopen van een entreekaartje (vorig jaar nog 4 €, dit jaar 10 €) mochten we in de file lopen. Wel erg mooi: al miljoenen jaren lang baant de rivier Radovna zich een weg door het gebergte. Op sommige plaatsen is de kloof 250 meter diep. De tocht door de kloof is 1,6 kilometer lang (enkele reis, je mag dezelfde weg terug of een pad buiten de kloof terug kiezen), waarbij het eerste stuk het meest interessant is. Volgens W waren we hier 35 jaar geleden ook al eens: een dagje uit vanuit Oostenrijk met de kinderen. Kan me het niet meer herinneren. Had ik al verteld dat je ook nog 5 flappen mag neertellen om 4 uur te mogen parkeren?
Een hele dag droog; eerst nog wat bewolking, later kwam het zonnetje door. Temperatuur oplopend tot zo’n 26 graden.
maandag 30 juli: @ varpolje
Een verplaatsing van 25 kilometer. Reden? Morgen moeten we een dagje op kleinzoon Q passen en de camping in Velenje heeft niets voor het mannetje te bieden. Kamp Menina aan de oever van de Savinja heeft dat wel. Er wordt geschermd met natuur- en activiteitencamping en dat klopt. Mudjevol en 95 % Nederlanders. We kregen een plekje in de Kalverstraat, vlak bij het restaurant en de animatietent, tevens in het looppad naar het sanitairgebouw, de speeltuin, de groentenboer….. Heel gezellig dus. Beetje lapwerk met de stroom, verschillende kabeltjes en hulpstukken maar uiteindelijk werd het bier koud en bedierf het vlees niet. ’s Middags nog een leuk eindje gefietst langs de oevers van de Savinja, waar vroeger vlottenmensen handel dreven en nu geraft en gekajakt wordt. Ergens in Mozirje een Optik ontdekt dus W kon haar zonnebril laten repareren (net als de fietsen een terugkerend vakantiepechgevalletje).
Nog even heerlijk buiten kunnen zitten en toen werd de droge dag wat minder droog en mocht ik ’s avonds de bus nog even een paar meter verzetten, want: een zwembad voor de uitgang. In de diepte moet je nog een rubber mat kunnen bespeuren. Wel heel fijn naar de tweede aflevering van We zijn er bijna kunnen kijken dank zij het uitstekende 4G netwerk.
dinsdag 31 juli: oppasdag in varpolje
Kleinzoon Q heeft zich uitstekend vermaakt, onder meer dank zij het Nederlandstalige animatieprogramma en de vele leeftijdsgenootjes. Wij konden ’s avonds genieten van het optreden van een band die vooral tieners aantrok. Gelukkig hielden ze ruim voor middernacht op
Temperatuur: oplopend tot 30 graden; droog (op een verdwaalde spetter na)
woensdag 1 augustus: @ maribor
63€ aftikken voor twee nachtjes camping (campercontact 42.711). Ja: hoogseizoen en Slovenië, maar het was het waard. Wel waren W en ik blij dat we konden vertrekken, niet helemaal onze camping. Kleinzoon Q heeft zich er uitstekend vermaakt en dat was het uitgangspunt. Een leuke plek voor kinderen en pubers.
Op naar ons laatste plekje in Slovenie: Maribor of zoals het eeuwenlang heette toen het nog bij Oostenrijk hoorde: Marburg an der Drau. Tweede stad van Slovenië (na Ljubljana) en tweede stad van Stiermarken (na Graz). Pas na de Eerste Wereldoorlog werd dit stukje Oostenrijk aan Joegoslavië gekoppeld. Door de hop- en de wijnvelden, maar echt opschieten deed het niet: een paar flinke files op de A1. Wel een internationaal weggetje als je al die kentekenplaten bestudeert.
Nog voor twaalven op camping Kekec. Plek genoeg, maar in de loop van de dag stroomde het vol. 27 € contant en geen bonnetje. Uitstekend verzorgd, dat wel. Op de fiets naar Maribor om een paar toeristische highlights te bekijken: de oudste wijnrank ter wereld, de kathedraal, de Mariazuil (gedenkmonument pestepidemie van 1680 en natuurlijk moesten we een stuk van de Drauradweg (hier de Drava) fietsen. Maribor werd in de Tweede Wereldoorlog verblijd met een aantal bombardementen van de geallieerden en dat heeft de stad er niet mooier op gemaakt, al is een deel van de oude stad grenzend aan de rivier leuk opgeknapt.
V: 138.833; A: 138.922 Temperatuur: oplopend tot 28 graden; droog.
Abonneren op:
Posts (Atom)



























































