noordpolderzijl

noordpolderzijl

vrijdag 24 juli 2026

de kippenoppascentrale - 6: een relatieve rustdag

W te H appte me met de vraag waarom het woord asymmetrisch het niet gehaald had in het vorige blog, immers zo'n vervelend exemplaar dat hij die dag maar een score van 75 % had. Ik ook trouwens! Dus op verzoek de taalles van vandaag. Bij 'asymmetrisch' (niet-symmetrisch) staat geen streepje achter de a (mijn fout). Beter Spellen aan het woord: “Het woord 'symmetrie' komt via Frans en Latijn uit het Grieks (symmetria = maatovereenkomst) en heeft waarschijnlijk in de 18e eeuw in Frankrijk de huidige specifieke betekenis gekregen (vormovereenkomst aan weerszijden van een spiegelas)“.

R te K fluisterde in mijn oor dat de gemeente Winterswijk de afgelopen jaren veel heeft geïnvesteerd in het vastleggen van de identiteit van haar buurtschappen. Over Kotten verscheen in 2026 een uitgebreid erfgoedrapport met de poëtische titel 't Is, of alles hier droomt en tot droomen uitlokt. Daarin wordt Kotten niet alleen beschreven als een agrarisch gebied, maar vooral als een buurtschap waar landschap, grensgeschiedenis, spoorlijn, oude erven en gemeenschapszin samen een bijzonder geheel vormen. Het rapport is hier te lezen, maar bedenk wel dat het 188 bladzijden lang is en een beetje taaie kost. Veel interessanter vond ik het artikel dat het uitgangspunt was voor de titel van het rapport. De tekst is terug te vinden onder de titel “Wandelingen door Nederland met pen en potlood. Deel 7: In den Gelderschen Achterhoek. Winterswijk“. Geschreven in 1884 door Jacobus Craandijk. Maar ook dit artikel lees je niet in een kwartiertje uit. Je merkt dat ik me absoluut niet hoef te vervelen.

Kreeg laat op de avond - nadat ik mijn blog al had gepubliceerd - nog een paar leuke foto’s van de ambachtsdag van het Achterhoeks Openluchtmuseum in Lievelde. Natuurlijk wil ik je die niet onthouden. Zo’n 550 bezoekers zijn de kassa gepasseerd. Nog even en we kunnen niet meer “veilig“ over het terrein lopen omdat je voortdurend in de nek wordt geprikt door iemand met een selfiestick. Wel fijn dat steeds meer mensen ons museum weten te vinden. Ben benieuwd waar de bezoekersteller stopt op het eind van het jaar.






Gisteren al geplaatst, maar zonder begeleidende tekst omdat ik al voldoende stof had: een foto van olifantengras. Mijn broertje houdt van Latijnse namen en zou het miscanthus noemen. Wat voor naam je er ook aan geeft, het is een snelgroeiend gewas dat steeds belangrijker wordt in duurzame landbouw en energieproductie. Op de foto kun je zien dat het al behoorlijk aan het groeien is. Het kan nog hoger, tot zo’n vier meter. Een ideaal gewas voor de Achterhoek, het groeit namelijk op arme grond en heeft weinig mest of bestrijdingsmiddelen nodig. Volgens de boekjes is het daardoor een milieuvriendelijke gewas “met een lage ecologische voetafdruk“. Olifantengras wordt gebruikt voor biomassa, biobrandstof, isolatiemateriaal, strooisel en zelfs bioplastics. Het gewas legt veel CO₂ vast, waardoor het interessant is voor klimaatprojecten. Boeren waarderen het omdat het meerjarig is: één keer planten, daarna jarenlang oogsten zonder intensief onderhoud.

Tenslotte nog even iets over die pruimachtigen die we in de Achterhoek kwetsen noemen. Net over de grens heten ze Zwetschgen. We hebben het dan over een oud Europees fruit dat vooral in Duitsland en Oostenrijk geliefd is, maar ook in Oost‑Nederland weten we dit dieppaarse pruimpje te waarderen. Het bakje dat W gisteren meebracht hebben we in een paar minuten leeggegeten, anderen gebruiken de vrucht liever voor taarten, jam, compote en chutney. Het grote voordeel is dat het vruchtvlees zich makkelijk van de pit laat losmaken. Bij de bakker in Oeding (aan de andere grenskant van Kotten) kun je Zwetschgenkuchen krijgen, maar ik kan me ook voorstellen dat het een ideale basis is voor het illegaal stoken van een brandewijntje. Hebben we het dan niet over slivovitsj of slivovitz? Toch maar weer eens op reis naar de Balkan.

vrijdag 23 juli: @ kotten

Een rustdag. En wie W een beetje kent weet dat we dan aan de bak moeten. Rustdag is geen synoniem voor kiepstoeldag. Een veel-fietskilometersdag komt dichter in de buurt. Geef toe dat het bij mij qua slaap wel een rustnacht was: van 11 tot 9; gekker moet het niet worden. “Hij zal het wel nodig hebben gehad“, zou mijn moeder zeggen en die kon het weten. Geen haast deze ochtend want het weer was wat “motterig“, het regende niet echt maar er kwam genoeg water naar beneden om langzaam maar zeker goed nat te worden op de fiets. Zat niets anders op dan te wachten tot de voorruit van de bus liet zien dat er geen vocht meer in de lucht zat en tegen twaalf uur was dat het geval (zie foto).

 

Had van W de opdracht gekregen om een route van zo’n 20 kilometer (ongeveer mijn fysieke max) te ontwerpen door het grensgebied met (bijna) op het eind de bakker in Oeding voor “wat lekkers“. Komoot en ik regelen dat graag voor haar. Paar highlights aanklikken en we zijn weer een paar kilometer verder. Het werden er 23, net te doen. Het eerste waypoint werd gevormd door het Sievering, een kolossale boerderij die van oorsprong geen scholtengoed is maar een klein keuterboertje in de buurtschap Brinkheurne. De oudste vermelding is van 1651, met de geboorte van een dochter. Maar qua grootte en bouw van de boerderij heeft het wel de allure van een scholte. Het is een boerderij waar het boerenbedrijf al jarenlang niet meer centraal staat, maar plaats heeft gemaakt voor het eekschillen (eik) voor de leerlooierij en rad/wielen maken voor de boerenkarren. Foto in deze alinea is van de oude eik die in het weiland tegenover de boerderij staat; volgens mij de enige boom van Winterswijk die een eigen fototentoonstelling gehad heeft: in 2018 legden 24 fotografen de boom vast in een boek en expositie, als eerbetoon aan “de oudste boom van Winterswijk”.

Een eind verder lag onze grensovergang, een oude grensovergang in een nieuw jasje: het Torfpad (ook geschreven als Törfpad, Törfweg of Törfpadje). Oud vanwege het feit dat de overgang er al eeuwen ligt, nieuw vanwege het feit dat 15 oktober 2018 de laatste 250 meter aan Nederlandse zijde werd geopend die de verbinding vormde tussen de Vennweg in Burlo en de Kuipersweg in Kotten en die meters kregen daarbij een eigen naam: Torfpad. De naam is Duits. "Torf" betekent turf. Het pad ontleent zijn naam aan de turfwinning in het grensgebied van Kotten, Burlo en het Wooldse Veen. Het ligt in een gebied waar eeuwenlang veen werd afgegraven en turf werd gestoken voor brandstof. Het is wel een compleet cultuurverschil wanneer je de grens bent overgestoken: van landbouw ga je ineens over naar min of meer woeste grond, kijk maar naar bijgaande foto.

We mochten ook nog een klein stukje fietsen over de Borkense Baan, dat voormalige spoorpad tussen Borken en Winterswijk. Ik weet dat ik je er al een paar dagen mee geplaagd heb, maar als je het verdict weer tegenkomt kun je er niet om-, alleen maar overheen. De website van de lokale vereniging Burlo schrijft hierover het volgende: "1880 - De spoorlijn Winterswijk - Gelsenkirchen-Bismarck wordt geopend. De route liep over het Borkenwirther-gebied van noord (Nederlandse grens) naar zuid (Gemenwirthe). Bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog werd de route gesloten voor grensoverschrijdend passagiersverkeer. 1898 - Burlo krijgt een eigen treinstation, dat tot 1914 van nationaal belang was. De treinen en wagons stopten hier op hun reis tussen Gelsenkirchen en Amsterdam voordat de verbinding in 1996 volledig werd afgesloten“.


Ook interessant in dit gebied is het Kommiezenpad. Ook hierover heb ik in het verleden al het nodige verhaald. Korte samenvatting: het Kommiezenpad bij Kotten is een prachtig stukje grensgeschiedenis in het landschap tussen Winterswijk en Burlo. Het is een oude douaneroute, gebruikt door Nederlandse en Duitse kommiezen (grenswachters) die vanaf de 19e eeuw tot ver in de 20e eeuw de grens bewaakten. Ze patrouilleerden langs de grens om smokkel tegen te gaan en hadden als taak reizigers, boeren en handelaren te controleren en liepen vaste rondes langs zandpaden, steegjes en bosranden. Het was een soort “spelletje“ tussen kommiezen en smokkelaars: boter, koffie, tabak, textiel, zelfs vee ging clandestien de grens over. De kommiezen kenden elke boer, elk erf en elk sluippad; de smokkelaars waren op de hoogte van het doen en laten van de grensbewakers. Die tijd ligt achter ons: het Kommiezenpad is nu een wandelroute door een van de mooiste stukken van Kotten. Waarbij je oude grenswallen, scholteboerderijen en restanten van douanepaden ziet.

Onze voorlaatste highlight vormde de Oossinkhoeve in Kotten (foto komt van de Boerderijstichting Winterswijk, wij konden niet dichtbij komen). Het is een van de oude, karakteristieke scholteboerderijen in het grensgebied. Het heeft - net als alle andere scholteboerderijen - dezelfde historische structuur: een groot erf, meerdere bijgebouwen, akkers rondom het huis en een lange geschiedenis van hofhorigheid onder Bredevoort. In het rapport dat ik aan het begin van dit document aanhaalde ('t Is, of alles hier droomt en tot droomen uitlokt) wordt Kotten beschreven als een streek met grote scholtegoederen, hofhorigheid, oude paden en een landschap vol houtwallen en boerderijen. Een citaat dat dit mooi vangt: “Overal liggen boerderijen in het hooge hout, met hun bouwvelden en weilanden, hun schuren en arbeiderswoningen. [....] ’t Zijn meestal kloeke gebouwen, goed onderhouden en van welvaart getuigend.” Dat is precies het soort erf waar de Oossinkhoeve onder valt.

Een binnendoortje via de Italiaanse Meren bracht ons naar Oeding waar sprake was van één grote vlaggenparade, immers Kirmess komend weekend. De kermis vindt dit jaar plaats van 25 tot en met 27 juli 2026. Dit driedaagse volksfeest is gecombineerd met het lokale Sankt Jakobi-Schützenfest, Heb me laten vertellen dat het ophangen van vlaggen (het zogenaamde "Flaggen hissen") een diepgewortelde traditie is in de regio waarmee de buurtbewoners het schuttersfeest officieel inluiden. Groen en wit zijn de clubkleuren van de schuttersvereniging. Weet niet of we nog wat meekrijgen van dit volksfeest, dat in Duitsland meestal uit Bier und Bockwurst bestaat. 

Wij hadden in Oeding een ander doel, namelijk bakkerij Späker, een vrij grote bakkerij in deze omgeving: hoofvestiging in Weseke en een vijftal filialen, o.a. in Oeding. Volgens W heeft Feinbäckerei Späker de lekkerste Torte. Had gehoopt dat het iets met Zwetschgen zou zijn, maar ze koos de veilige kant: Apfeltorte. Inderdaad “lecker“ bleek later.

Op tijd terug voor de Tour: de Alpe d’Huez opbeuken wil je toch niet missen? Wij fietsten 23 kilometers, de renners hadden een iets langer en wat lastiger parcours. Wij namen trouwens genoegen met een temperatuur die maximaal 23 graden werd en een windje met kracht 1 uit het noordwesten. Dat deed zijn best om ons van de weg te blazen maar het bleef bij pogingen. Zon op/onder: 05:42/21:35 (gegevens Kotten). Terwijl ik naar de tour keek kon W mooi de linkerkant van de bus opkalefateren. En weer een mooie dag. En morgen? Morgen is er weer een dag. Het schijnt warm te worden, dus misschien ons programma aanpassen? Je hoort van ons.