Met een laatste citaat uit “Wandelingen door Nederland met pen en potlood. Deel 7: In den Gelderschen Achterhoek. Winterswijk“, Jacobus Craandijk (1884) nemen we afscheid van de kippenoppascentrale en met dat citaat zijn we weer in Kotten terecht gekomen: “De buurschap Kotten, waarin wij zijn aangekomen, sedert wij het Woold hebben verlaten, herinnert althans in haar' naam nog aan dit verleden. Wij denken aan de ‘kotten’, de stulpen, door de ‘kotters’ bewoond; wij denken aan den kleinen man, die geen regt had in de Marke, maar als de boerenarbeider dier dagen een hut met een lapje gronds op het gewaarde erf in gebruik had, aan den hoorige aan een der groote scholtegoederen, die welligt zijn vrijheid, - zonder waarde, als zij met armoede en onmagt gepaard ging - prijs gaf voor betrekkelijke veiligheid en een tamelijk zeker, schoon dan ook hoogst bescheiden, stukje brood. Thans zijn 't weêr vrije mannen en ‘kotten’ zien wij er ook niet meer, al zijn 't meest kleine boerenplaatsjes en eenvoudige woningen, die wij voorbij komen. De heide is nog niet geheel ontgonnen en veel van het hout is geveld. Behalve van den landbouw leeft hier de bevolking deels van de weverij voor de Winterswijksche fabrikanten, deels van het maken van klompen en wagenraderen, en met dien arbeid zien wij er velen bezig.“ Onder het plaatje dat in het begin van de alina wordt weergegeven stond: “P.A.Schipperus“, moet voldoende verantwoording zijn voor zo’n oude prent.
zondag 26 juli: @ kötteldiek
De koek (in ons geval: het kippenvoer) is virtueel op, want de landheer (en -dame) komen vandaag terug. Tijd voor ons om de Kötteldiek weer op te zoeken en het busje een (kort?) moment rust te geven. Even een paar dagen pas op de plaats en W in het zonnetje zetten, want jarig dinsdag. Inderdaad: de kaarsjes zijn inmiddels duurder dan de taart (tel ze maar). Om de gemiddelde leeftijd in de straat een beetje te drukken is onze buurvrouw tijdens onze afwezigheid bevallen van een leuk kereltje. Als we ’s nachts wakker worden weten we hoe het komt (dat wakker worden dus, niet dat bevallen). Geen probleem: hoort bij het leven. Foto ooievaar is afkomstig van ene C te L. Overigens een prima moment om te vertrekken: het is zo'n druilerige zondagochtend waarop het landgoed een tikkeltje roestig lijkt te ontwaken na weer een enerverend warme dag en plakkeringe nacht. Temperatuur is behoorlijk gekelderd en tikt de 20 graden net niet aan.
Een laatste gesprek met de kippen en een sopje door het huis en de bus. W houdt van spic en span. Met kleine letters betekent het “brandschoon“, met hoofdletters (Spic and Span of Spic 'n Span) is het een schoonmaakmiddel dat nog steeds in de Verenigde Staten verkocht wordt. In Nederland werd dit middel onder de naam Spic & Span en Spic-Span rond 1922 op de markt gebracht en werd in mijn “jeugd-en-jonge-jaren“ veel verkocht, we hebben het dan over de jaren vijftig tot zeventig van de vorige eeuw. Volgens Google is het schoonmaakmiddel niet meer te koop in ons land, al kwam ik nog wel een advertentie tegen van een vloerreiniger met die naam.
Had een beetje voeten in de aarde om weg te komen: moest allerlei manoeuvres uithalen om de bus van het erf te krijgen (smalle oprit) en mijn benen begonnen te protesteren. Motor uit, half uurtje rust, twee paracetamollen, even diep zuchten en het was gepiept. Had ik vorige week zondag last van het verkeer van de Zwarte Cross, deze zondag ging het een kwartiertje sneller en had ook minder kilometers nodig (geen omweg). We hebben een mooie week gehad op Erve Holthoes, maar het was eigenlijk te kort.
Probeer W warm te krijgen voor een paar dagen Duitsland en wel het stuk achter Coesfeld, Horstmar of zoiets. Maar ik hoorde al mompelen “ik ga niet met 34 graden in die bus zitten“. Dus dat wordt òf alleen op stap òf gezellig thuisblijven de volgende hittegolf uitzitten. Tot dan, of met andere woorden: hasta la proxima!






