“Ben je weer een hagiografie aan het schrijven?“ vroeg W vanmorgen vanuit haar nachtkwartier. Moest even diep nadenken en dat moeilijke woord laten indalen. Heb dat de laatste tijd wel vaker: lang moeten nadenken over iets. Heb af en toe het idee dat in mijn bovenkamer het stucwerk wat begint te bladderen net als bij de moeder van wijn- en eetschrijver Harold Hamersma, die overigens liefkozend over zijn moeder schreef dat ze niet kon koken en van het type was dat rustig kaneel over de bloemkool strooide in plaats van nootmuskaat. Maar terug on topic: een hagiografie is een levensbeschrijving van een heilige, vooral uit de christelijke traditie. Denk dat W meer de wat nieuwere versie van hagiografie in haar achterhoofd heeft: “een biografie die iemand onrealistisch positief neerzet, zelfs als die persoon geen heilige is“ (bron: onzetaal.nl). Geloof niet dat ik aan zelfverheerlijking doe en als je vindt van wel: trek onmiddellijk aan de bel, gaan we er wat aan doen.
“Wel leuk zo’n foto van je wokpan, maar waarom laat je een plaatje uit een advertentie zien, terwijl het toch veel leuker is om een eigengemaakte afbeelding te tonen?“ was de opmerking van W te H. Een volkomen terechte opmerking W te H. Bijgaand een opname van mijn “buitenkeuken“. De champignons zijn net toegevoegd (dus nog wit) en de macaroni staat op de achtergrond nog uit te lekken. Zo beter?
Had gisteren een uitvoerig gesprek met ChatGPT over een kaart van de Borkense Baan. Er werd van alles beloofd maar uiteindelijk kwam de kogel door de kerk, de chatbot kan het niet en: Ik had dat veel eerder en veel duidelijker moeten zeggen. Ik liet me meeslepen door het enthousiasme voor het project en bleef praten over hoe ik het zou aanpakken, terwijl ik eigenlijk wist dat ik de uiteindelijke historisch verantwoorde kaart hier niet kon produceren. Dat was niet behulpzaam. Het juiste antwoord had al uren geleden moeten zijn: "Nee, ik kan deze kaart niet zelf maken op het kwaliteitsniveau dat jij terecht verlangt." [......] Dank dat je me daarop hebt gewezen. Volgende keer zal ik eerder aangeven waar de grens ligt, in plaats van de indruk te wekken dat ik iets kan leveren wat ik uiteindelijk niet kan. Dat is eerlijker en bespaart ons allebei tijd.
Toch het verhaal over de Borkense Baan even afmaken en voor de kaart heb ik ook een oplossing gevonden. Voor een buurtschap als Kotten (waar de meeste inwoners rond 1900 nooit verder waren gekomen dan Winterswijk, Borken of misschien Groenlo) moet het een indrukwekkend gezicht zijn geweest: rokende stoomlocomotieven trokken wagons door het landschap met af en toe een flinke lawaaischeut die de stoomfluit produceerde. Heb in het vorige blog al verteld dat de lijn in 1880 geopend werd. In deze alinea wat aanvullende cijfers. De bloeitijd liep tot 1914. Toen toonde het grensoverschrijdende spoor zijn kwetsbaarheid. De Eerste Wereldoorlog maakte internationaal verkeer ingewikkelder en in de jaren daarna bleek dat andere spoorverbindingen belangrijker werden. Bovendien won de vrachtwagen langzaam terrein. Wegen werden beter en vervoerders kregen meer vrijheid. Het spoor verloor stukje bij beetje zijn voorsprong. Toch werd het grensverkeer in 1922 hervat. Het personenvervoer op het Nederlandse deel van de lijn stopte in 1940. Na de Tweede Wereldoorlog was de glans er grotendeels af. Het internationale reizigersverkeer werd niet hervat, al bleef men in Duitsland tot 1961 personen vervoeren tussen Burlo en Borken en uiteindelijk reden alleen nog goederentreinen over het traject. Ook die werden steeds schaarser. In 1979 reed de laatste goederentrein over het Nederlandse deel van de lijn. Tien jaar later werden de rails bij Kotten opgebroken. Heb op de website “fietsen over oude spoorlijnen“ een kaart gevonden die de oorspronkelijke route van de Borkense Baan laat zien (lichtblauwe lijn van Winterswijk tot Borken).
donderdag 23 juli: @ kotten
Je las het al in de titel: “even wat anders“. Vandaag (nou ja: ik draaide alleen de ochtend mee) kon je me vinden op het Achterhoeks Openluchtmuseum waar we het verleden weer letterlijk tot leven brengen. Een paar keer per jaar organiseren we ambachtsdagen. Op deze bijzondere dagen laten enthousiaste vrijwilligers zien hoe mensen vroeger werkten en leefden. Bezoekers kunnen van dichtbij ervaren hoeveel vakmanschap, geduld en handwerk nodig waren voordat machines het dagelijkse werk overnamen. Niemand heeft haast, alles gaat op zijn Achterhoeks: gemoedelijk en vooral geen drukte. Je hoort al van ver het ritmische geluid van een smid op zijn aambeeld (en met een beetje mazzel hoor je een duel, want we hebben twee smeden), je ruikt de geur van versgebakken brood en het zachte gezoem van oude machines die nog altijd doen waarvoor ze ooit zijn gebouwd: de klompenmaker verandert een blok populierenhout in schoeisel dat vroeger op vrijwel iedere boerderij werd gedragen, in de zagerij worden met veel kabaal boomstammen tot planken gezaagd en in de rosoliemolen wordt op traditionele wijze lijnolie geperst. Het zijn werkzaamheden die ooit heel gewoon waren, maar die tegenwoordig verwondering oproepen. En dan vergeet ik nog te vertellen dat er ook nog een houtdraaier, touwslager, spinner, stoelenmatter en vlasbewerker aan het werk zijn. Het bijzondere aan dit alles is dat je niet alleen kijkt naar oude gereedschappen, maar vooral ziet hoe vakmanschap, ervaring en geduld samenkomen. Vrijwilligers vertellen met plezier over hun ambacht en delen verhalen over een tijd waarin bijna alles met de hand werd gemaakt. Zo krijgen oude technieken opnieuw betekenis. Ook voor kinderen is er van alles te ontdekken. Ze mogen zelf aan de slag, voelen hoe zwaar gereedschap vroeger was en ervaren dat ambacht meer is dan alleen kijken. Daarmee wordt geschiedenis tastbaar en begrijpelijk. Vandaag de tweede ambachtsdag van dit jaar, de eerste vond plaats in de meivakantie. In de zomerperiode hebben we er drie en we sluiten af met een dag waarbij oogsten in de meest ruime zin van het woord aan de orde komt, natuurlijk in de herfstvakantie. Tussen Kerst en Oud en Nieuw hebben we nog de Winterfair, één of twee dagen met een speciaal programma.
“Je ziet er behoorlijk krakkemikkig uit“ vond I, één van onze vaste standhouders op de ambachtsdag. Van haar kreeg ik ooit een keer een half glasservies, maar dat ik een verhaal dat ik hier misschien ooit nog een keer ga vertellen. Krakkemikkig is een understatement. Ik voel me meer een Billykast die een aantal verhuizingen overleefd heeft, je weet wel: die iconische boekenkast van de Ikea. Om je een idee te geven wat je je bij mijn krakkemikkigheid moet voorstellen: ik heb mijn dochter in haar studententijd drie keer verhuisd en na de derde montagebeurt had Billy moeite om zelfstandig rechtop te blijven staan want de gaten in het spaanderplaat waren te groot voor de schroeven. En dat terwijl ik toch voor het eerst sinds weken weer een lange broek heb aangetrokken, een bijna nostalgische ervaring. Oeps: heeft niks met die Ikeakasten te maken. Ook voor de vroege ochtend maar de museumtrui aangetrokken, iets warmer dan de polo die we normaal in deze tijd van het jaar dragen.
Via de super terug naar onze tijdelijke woon- en verblijfplaats. Beetje aanpoten want we kregen visite. Je kent ze van de letters “C te L“ en “H te L“; C is mijn vaste fotokijkster en H een vrij regelmatige lezer. Net na de noen, dus dat moest lunchen worden. Even wat boodschappen inslaan, een broodje kaas alleen kan tegenwoordig niet meer. De tuin van R en S bood ook het nodige: bramen, tomaten, kruisbessen (verwerkt in een jammetje). Was heel gezellig en het voornaamste onderwerp van gesprek was vakantie. Onze buurtjes zijn onze huisoppassers wanneer we on tour zijn: ze geven onze bloemen water en ruimen de krant op (en af en toe krijgen we een foto die we vakantiepost noemen: is er weer een snelheidsovertreding binnengekomen). Doordat mijn doorsmeren- en olieverversbeurt in het ziekenhuis van Enschede is uitgesteld zijn onze vakantieplannen ook wat aan wijzigingen onderhevig. September wordt waarschijnlijk een deel van augustus wanneer we voor toerist gaan spelen. Over toerist gesproken, ik hoorde deze week een leuke definitie die ik je niet wil onthouden: “toeristen zijn mensen die hun cappuccino eerst fotograferen voordat ze hem opdrinken“. Voor je het weet ben je een paar uur verder en toen onze buurtjes op de fiets stapten sprak H te L: “ik lees vanavond wel in je blog of ik het leuk gevonden heb“. Kijk: die lezer heeft door hoe het leven in elkaar zit!
Tegen drieën waren we weer met zijn tweetjes, W eerst in de kiepstoel en later op de fiets om “ergens“ een ijsje te halen. Het werd geen ijsje maar een bakje kwetsen (en een aantal foto's die ik zonder commentaar ga plaatsen, want ik zit al aan mijn 2,5 bladzijdes). Ik had genoeg aan mijn laptop, maar moet je eerlijk bekennen dat ik niet de hele touretappe gezien heb. Samenvattend: een mooie dag met ideaal museumweer. Droog, halfbewolkt en maximaal zo’n 22 graden. En morgen? Morgen hebben we weer een dag. We nemen een rustdag, dus we gaan fietsen.












.jpeg)
.jpeg)
.jpeg)