Kreeg van W te L te horen dat je veel beter kunt spreken van “hydrateren“ dan van “drinken“, klinkt veel beschaafder. Vond ik een goede vondst tot ik later de column van Sylvia Witteman in het Parool las, laat zij nu dezelfde twee termen (drinken en hydrateren) gebruiken. Toeval?
Van H te G kwam de vraag of W inmiddels is bevorderd tot “mevrouw Nales“. Ben me hiervan
niet bewust, dus heb een deel van mijn schrijfsels nog eens nageplozen en ben tot de conclusie gekomen dat “W“ de liefkozende versie is en “mevrouw Nales“ gebruikt wordt bij serieuze aangelegenheden.
Wees gerust: het gaat steeds om dezelfde persoon. Om even concreet te worden: als je verderop in dit verhaal leest dat ik met mevrouw Nales in het bootje zat, dan regende het en hadden we te maken met stormen op de Berkel
(dan kwam het idiote plan om te gaan varen uiteraard uit haar koker), als W het idee had om te gaan varen liet de zon zich regelmatig zien op ons lieflijke tochtje over het water waarbij de wind ons op de juiste momenten de
goede kant opdrukte. Je hebt het helemaal door? Mooi zo, nu nog wachten op de beschrijving van onze tocht.
Had het gisteren over “verbreding van de agrarische activiteiten“, een mooie omschrijving voor “neveninkomsten zoeken“. Het Dommerholt was en is daar goed in. Waar het erf vroeger volledig in het teken stond van de melkveehouderij, zijn landbouw, recreatie en ijsverkoop tegenwoordig met elkaar verbonden. Het agrarische karakter van het bedrijf is altijd herkenbaar gebleven, ook nu nog. Kijk bijvoorbeeld naar de camperplaats: de ruime standplaatsen liggen aan de rand van de weilanden en sluiten aan bij het open landschap van de Hambroek. “Op de boer is het nooit stil“, zei W terwijl een boer het gras aan het keren was. Je verblijft dan ook midden in een werkend agrarisch bedrijf. De koeien in de wei, het maaien van het gras, het inkuilen van de oogst of het melken behoren tot het gewone dagelijkse leven op het erf. We kennen het wel, maar kan me heel goed voorstellen dat dat voor gasten “uit de groe stad“ juist een belangrijk onderdeel van hun verblijf vormt. Zij zoeken niet de drukte van een recreatiepark, maar de rust van het Achterhoekse buitengebied.
Overigens heet de eigenaar van het Dommerholt geen Dommerholt maar Evenhuis. Nee, ik ga nu niet de hele familiegeschiedenis uitdiepen, maar moet wel een paar dingen kwijt. In 1791 wordt Hendrik Dommerholt geboren in de omgeving van Gorssel. Hij behoort nog tot de oorspronkelijke Gorsselse tak, in 1837 krijgt hij een zoon, Jan Willem Dommerholt die later landbouwer wordt en zich vestigt in Borculo. Hij is de eerste Dommerholt die duidelijk in de Borculose bevolkingsregisters voorkomt. Diens zoon Hendrik Dommerholt (genoemd naar opa) ziet het levenslicht in 1873 en zet samen met ene Hendrika Johanna Oonk de Borculose tak voort. Dommertholt verschijnt dus pas in de negentiende eeuw op het Borculose toneel. Maar dan worden er plotseling geen jongens meer in de familie geboren en trouwt ene Dommerholt met een Evenhuis en samen zetten zij het werk op de boerderij voort. Kon bij die gebeurtenis het jaartal 1903 vinden. De grootmoeder van de huidige eigenaar hield evenwel de naam “Erve Dommerholt“ aan. En dat is altijd zo gebleven ook toen Wilbert en Erna Evenhuis het melkveebedrijf overnamen en in 1999 startten met de productie van ambachtelijk boerenijs van melk van eigen koeien. Dat bleek een groot succes en vormde het begin van de IJsboerderij 't Dommerholt. Daarna volgden verdere uitbreidingen: een grotere ijssalon (2006), uitbreiding van de recreatieve voorzieningen, de verkoop van zuivelproducten en uiteindelijk het camperpark, waarmee het erf uitgroeide tot een veelzijdig agrarisch recreatiebedrijf. Dommerholt is aangesloten bij de groep Langsboerenerven, een samenwerkingsverband van inmiddels 19 camperplaatsen. Als je de link aanklikt kun je lezen “Onze camperplaatsen hebben allemaal hun eigen verhaal en karakter maar wat ze verbindt is de prachtige landelijke omgeving, de hoge kwaliteit én het kloppende hart van de beherende boeren en boerinnen voor wat hun is toevertrouwd. Beleef hun Boerenerven in de breedste zin van het woord; van veeboer tot akkerbouwer, van bloemkweker tot hobbyboer…“ De laatste keer dat we op een camperplaats van deze groep stonden was een paar weken geleden toen we net te vroeg waren voor de vroege kersen van de Kersenpit in Werkhoven.
Tenslotte in dit deel voor de pauze nog even een bericht van T te D die sprak van een gemiste kans: “Als je foto’s laat zien van de Beekvlietstuw“ hoort daar het verhaal bij dat je 'Slinge wordt Berkel' kunt noemen“. Helemaal gelijk beste T te D, maar je weet dat wanneer ik alles omschrijf wat mijn ogen (en de camera) zien, ik elke dag een streekroman kan vullen. Bijgaande foto (© Gerald Harmsen, Waterschap Rijn en IJssel) laat zien dat ter hoogte van de stuw bij Beekvliet de Slinge zich bij de Berkel voegt, maar dat is niet wat we bedoelen met 'Slinge wordt Berkel'. Ooit was het namelijk de Slinge zelf die hier verder stroomde en via Lochem en Zutphen de IJssel bereikte. De Berkel liep dood in de moerassen ten noorden van Borculo tot er in de dertiende eeuw een verbinding werd gegraven tussen Berkel en Slinge. Misschien omdat de heer van Borculo op die manier water door stads- en slotgracht kon laten stromen, maar meer waarschijnlijk omdat Zutphen zich zo een handelsroute naar het Duitse achterland verschafte. De gegraven verbinding werd allengs de hoofdafvoer van het Berkelwater en zo werd het riviertje langs Lochem en Zutphen niet meer Slinge, maar Berkel. Het hele verhaal tref je hier aan.
donderdag 2 juli @ borculo
De dag begon (zoals elke werkdag) met vier hersenkrakers van beterspellen.nl. Vandaag waren er helaas twee “weetjes“ bij, namelijk “applaudisseren“ en “uitentreuren“. Weetjes, omdat er totaal geen logica te bespeuren is. Neem nu “uitentreuren“. Dit werkwoord betekent eindeloos, telkens opnieuw, tot vervelens toe. Je kent het bijvoorbeeld uit de uitdrukking: "Hij vertelde het verhaal uitentreuren." Zag later dat de oorspronkelijke betekenis letterlijk was "uitgetreurd zijn" of "zo lang treuren tot het verdriet op is". Het ging dus om iets dat duurde totdat alle treurnis was uitgeput. Vanaf de 17e en 18e eeuw kreeg het woord een figuurlijke betekenis. Men gebruikte het voor handelingen die zó lang werden voortgezet dat ze uitputtend of vervelend werden. Van "tot je uitgetreurd bent" verschoof de betekenis naar "tot je er helemaal genoeg van hebt". Je kunt daar volgens de geleerde dames en heren het stempeltje “gelexicaliseerd bijwoord“ op plakken (de oorspronkelijke letterlijke betekenis is vrijwel verdwenen en het woord wordt nu vooral als vaste uitdrukking gebruikt) maar ik ben bang dat inmiddels al 80 procent van mijn kijkbuisvriendjes is afgehaakt. Samenvattend: ik ben meer van de echte spelling dus het verhaal van de D en de DT bijvoorbeeld. Maar nu “on topic“.
Dat we op het Dommerholt terecht kwamen had te maken met drie dingen: nieuwsgierigheid (want we zijn er nog nooit geweest), het vermaarde ijs (gisteren geproefd en inderdaad zo lekker dat we vandaag weer in de rij stonden) en de Berkelzomp. Bij dat laatste hoort een verhaal! Eeuwenlang was de Berkel veel meer dan een schilderachtige rivier. Voordat spoorwegen en verharde wegen het vervoer overnamen, vormde de rivier een belangrijke handelsroute tussen de Achterhoek, de Duitse grensstreek en de IJssel. De schepen die deze route bevoeren waren de Berkelzompen: kleine, platbodemde vrachtschepen die speciaal waren gebouwd voor het ondiepe en kronkelige water van de Berkel. Ze speelden vanaf de zeventiende tot het begin van de twintigste eeuw een belangrijke rol in de economische ontwikkeling van de streek. Een Berkelzomp was ongeveer twaalf meter lang, tweeënhalve meter breed en had een diepgang van slechts zo'n veertig centimeter. Dankzij de platte bodem kon het schip varen op water dat voor andere schepen te ondiep was. De zomp werd voortbewogen met een klein zeil wanneer de wind gunstig stond, maar vaak moesten de schippers bomen, staken of een treklijn gebruiken om vooruit te komen. De Berkel was namelijk grillig en kende veel ondiepe gedeelten, waardoor varen een vak apart was. De lading bestond uit producten die in de Achterhoek werden geproduceerd of juist van elders werden aangevoerd. Hout, turf, graan, meel, kalk, bouwmaterialen en landbouwproducten vonden via de Berkel hun weg naar Zutphen, waar aansluiting bestond op de IJssel en daarmee op de rest van Nederland. Andersom werden onder meer zout, koloniale waren en andere handelsgoederen landinwaarts vervoerd. Voor veel dorpen langs de rivier, zoals Borculo, Eibergen en Lochem, vormde de Berkelscheepvaart een belangrijke bron van inkomsten.
Om de rivier beter bevaarbaar te maken werden vanaf de zeventiende eeuw zogenoemde Berkelcompagnieën opgericht. Zij legden sluizen aan bij watermolens, verbeterden de vaarweg en organiseerden het scheepvaartverkeer. Ondanks deze inspanningen bleef de Berkel een moeilijke rivier. Bij een lage waterstand liepen de zompen regelmatig vast. Schippers bouwden dan soms een tijdelijke dam in de rivier, waardoor het water zich ophoopte. Zodra voldoende water was verzameld, werd de dam doorgestoken en liet men de zomp met de ontstane watergolf weer een stuk verder varen. Deze bijzondere techniek illustreert hoe inventief de schippers moesten zijn om hun bestemming te bereiken. Aan het einde van de negentiende eeuw verloor de Berkelzomp geleidelijk zijn functie. De aanleg van spoorlijnen, verbeterde wegen en later gemotoriseerd vervoer maakte vervoer over water minder aantrekkelijk. Bovendien werd de Berkel gekanaliseerd en veranderde de economische betekenis van de rivier. Rond 1905 verdween de laatste Berkelzomp uit de vaart en leek een eeuwenoude traditie voorgoed verleden tijd.
En dan komen de vrijwilligers om de hoek kijken; vrijwilligers die de geschiedenis in ere willen houden. In dit geval het verhaal van van de oude bootjes. In 1987 werd de Stichting De Berkelzomp opgericht met als doel een historisch verantwoorde replica te bouwen. Twee jaar later werd in Borculo de Jappe te water gelaten, gebouwd naar een negentiende-eeuwse tekening uit het archief van geoloog en waterstaatskundige W.C.H. Staring. Inmiddels varen ook replica's in Eibergen, Almen en Lochem. Vrijwillige schippers nemen bezoekers mee over de Berkel en vertellen onderweg over de geschiedenis van de rivier, de scheepvaart en het landschap. Zo is de Berkelzomp uitgegroeid van een onmisbaar vrachtschip tot een varend monument dat het verhaal van de Achterhoek levend houdt. We waren op deze tocht de enige passagiers (behalve dan honderden steekvliegen). Één vrijwilliger deed het verhaal, eentje stond er aan het roer en een derde keek toe want de roerganger was in de leer. Kortom: meer bemanning dan passagiers.
Na de "spectaculaire" boottocht (eindje heen en zelfde eindje terug over een stuk van de gekanaliseerde Berkel) nog even een korte fietstocht om af te kicken. Via de Hambroekplas (heet tegenwoordig "de meren van Borculo") naar de restanten van een oude havezate (de Hoeve), gebouwd in de late middeleeuwen en gesloopt in 1860, punt 3 op bijgaande routekaart. Als je goed kijkt ontdek je dat de voormalige kasteellocatie nog zichtbaar is in het landschap. Ook is de parkaanleg nog herkenbaar, waaronder de vijver van Park de Waterster, dat is geclassificeerd als gemeentelijk monument. Belangrijk? Helemaal nit: we moesten gewoon een waypoint hebben voor onze fietstocht en eigenlijk niet de moeite waard: dichtgegroeid zodat je wel heel erg goed moest kijken, al zag het er in eerste instantie op de kaart wel aardig uit (zie detail routekaart hieronder).
Een mooie dag. Zo’n dag waarvan je zegt “de hemel regelmatig een ander kleed aan“ en dat kun je ongetwijfeld zien op de foto’s die we vandaag gemaakt hebben. Een nuchtere Achterhoeker zou het omschrijven als “behoorlijk wisselvallig weer“. Wel af en toe een trui (of vest, ja zelfs een zomerjas) aan, da’s ook voor het eerst sinds een paar weken. W in de late ochtend nog even op de fiets naar de stad. Ze heeft wat meer beweging nodig dan ik. Het bleek dat we wel in het bezit zijn van vier vliegenmeppers maar dat die (door omstandigheden) alle vier in ons stenen huis liggen terwijl we er nu hier op de camperplaats (op de boer) juist eentje nodig hebben. Laat Borculo nu een Action hebben met van die zeer praktische moordwerktuigen (goede kwaliteit voor een zacht prijsje: twee voor 70 Eurocent). Alleen per twee stuks te koop, zodat ons bezit nu aangegroeid is tot 6 (vliegenmeppers wel te verstaan). Het is geen impulsaankoop geweest want W heeft ook het Kruidvat en de Hema in haar koopjesjacht betrokken. En voor je begint te mailen en te appen: inderdaad een verkeerde foto (drie in plaats van twee). Temperatuur een beetje wisselend: 23 graden in de ochtend, later een dipje (regenbui, maar toen zaten we binnen) en daarna weer oplopend naar 21. Het fijne van deze weersomslag is dat de nachten lekker koel zijn en je geen zonnebril hoeft mee te nemen. Niet te vroeg juichen want over een week gaan we weer richting hittegolf.
Nog één ding: wel eens van een “rookhoen“ gehoord? Ik niet, tenminste tot vanmorgen. Toen W op vliegenmepperjacht was kwam ik een site over het Hof van Borculo tegen en daar las ik het volgende “De onderdanen van een heerlijkheid hadden soms te maken met vreemde verplichtingen jegens hun heren. Zo moest elk huis met een schoorsteen in de heerlijkheid Borculo een rookhoen leveren aan de kasteelheer van Borculo. Deze rookhoenbelasting moest worden voldaan op Vastenavond (carnavalsdinsdag). Dat velen hier onderuit probeerden te komen, blijkt uit een lijst uit het jaar 1805. De in totaal 716 huizen met schoorsteen leverden uiteindelijk maar 541 kippen“. Op de kweekschool heb ik (heel) vroeger wel de term geleerd die overeenkomt met deze vorm van belasting, namelijk haardstedengeld of schoorsteenbelasting (ook wel haardbelasting of hearth tax in het Engels). Daarbij betaalde men belasting op basis van het aantal haarden of schoorstenen in een huis. Omdat een haard een goede indicator was van de grootte en welstand van een woning, was dit een praktische manier voor overheden om belasting te heffen.“ Vanaf heden is dus het woord “rookhoenbelasting“ een geaccepteerd Scrabblewoord in huize Nales.
En om een lang verhaal af te sluiten: deze dag werd u aangeboden door W (dus niet door mevrouw Nales). Alleen: we hadden wel een mast, maar geen zeil.

.jpeg)
.jpeg)




.png)
.jpeg)
.jpeg)

.jpeg)
.jpeg)
.jpeg)
.jpeg)
.jpeg)





