noordpolderzijl

noordpolderzijl

woensdag 27 mei 2026

camperfietsen - 12: de pilletjes van de dokter

Aan de titel van dit blog kun je zien dat we onze oude hobby weer hebben opgepakt: W met de fiets en ik met de camper. We hebben nog een weekje voor het vrijwilligersgeweld weer losbarst (fietsexamens van Veilig Verkeer, avondvierdaagse van Lichtenvoorde, elektrocarwerk en “op het museum is altijd wel wat te doen“). En dan heb ik het nog niet gehad over de bijklusactiviteiten van W. Vandaag even naar het oosten en later in de week naar het westen richting een deel van het nageslacht. Even voor de duidelijkheid: vrijwilligerswerk doe je misschien een beetje voor een ander maar vooral voor jezelf. Je moet me niet aankomen met verhalen als “Wat zijn jullie toch goed bezig“, we hebben er zelf lol in en is die lol er niet meer dan gaat de stekker er gewoon uit.

In dit blog het verslag van twee dagen. Oorzaken: op dinsdag weinig beleefd en vooral geen zin om te schrijven. Soms heb je dat.

dinsdag 27 mei: @ halle

“Alle wegen leiden naar Halle“, is een uitspraak van onze zoon en hij kan het weten: hij woont in Harreveld. De reden dat we in Halle neerstrijken heeft te maken met het feit dat we te maken hebben met een “pillencalculatieprobleem“. Het zit zo: al jaren heb ik een voorraad pillen van minimaal drie maand. Ooit zo geregeld toen we nog regelmatig, dikwijls en vaak lang in het buitenland vertoefden. Een tijdje geleden vond Pleegzuster Bloedwijn (in overleg met de huisarts) dat er wel een pilletje of twee bijkon, iets met variatie en maagbescherming als ik het goed onthouden heb. Deze laatste aanvulling op het medicijnenmenu maakt nog geen deel uit van het ik-heb-voolopig-genoeg-systeem, dus het was even slikken toen de bodem van één van de potjes in zicht kwam. Vandaag even naar de apotheek in Lichtenvoorde en daarna de bus in Halle neerzetten. En tussendoor even thuis douchen en bij de Aldi voor een paar dagen inslaan. W gaat natuurlijk op de fiets van Balgoy naar Halle: de bikkel.

Camping Hessenoord in Halle is het geworden. Als je gaat zoeken naar de oorsprong van de naam van de camping kom je nergens een officieel gedocumenteerde verklaring tegen, ook niet op de website van de camping. Geen probleem: taalkundig is de naam vrij goed te duiden. Allereerst heb je “Hessen“ en dat verwijst ongetwijfeld naar de historische Hessenwegen: handelsroutes waar Duitse kooplieden (“Hessen”) vroeger over trokken, ook door de Achterhoek. “Oord” betekent een plek, streek of verblijfplaats. “Hessenoord” zou dus iets betekenen als: “plek van de Hessen” of “oord aan de Hessenroute”. En dat past precies in dit gedeelte van de Achterhoek waar de Hessen met hun brede karren vanuit Hessen via Bocholt, langs de Vennebulten (pas op: struikrovers!) en de Radstake over de “Halse Rug“ (het omliggende gebied was vroeger nat en moerassig) richting Halle, Zelhem trokken en daarna verder westwaarts naar Doesburg aan de Oude IJssel, een belangrijke Hanzestad. Voor de Achterhoek hield het daar op, voor de Hessen nog niet, die reisden vaak verder westwaarts met hun handelswaar: zout, textiel, graan, ijzerwaren, wijn, koloniale goederen en verder alles waar op dat moment vraag naar was. De Hessenweg in de Achterhoek was geen strak aangelegde “weg” zoals nu, maar een netwerk van zandige handelsroutes. We staan op de camping op het gezinsveld, maar geen gezin te bekennen, nog specifieker: we hebben het complete veld voor ons alleen. In de verte, op het Platanenveld, staat nog een camper verstopt achter de struiken. Op het Rustzoekersveld is het wat drukker.

En dan Halle zelf, een klein kerkdorp tussen Zelhem en Varsseveld in de gemeente Bronckhorst. Eigenlijk mag het geen naam hebben: de supermarkt is al een paar jaar geleden verdwenen en veel middenstand is er inmiddels ook niet meer in dit dorp van ongeveer 2.000 inwoners. Meestal rustig, maar als ze feesten dan doen ze dat goed. Binnenkort staan er maar liefst drie happenings op stapel. Vooraf moet je weten dat Halle drie “deelkernen“ heeft: Halle-Dorp (de dorpskern rondom de Grote Kerk), Halle-Heide (de uitgestrekte buurtschap ten noorden van het dorp en Halle-Nijman (de buurtschap richting Zelhem). De feesten dus! Allereerst is er wat te doen in Halle-Heide: op zaterdag 13 en zondag 14 juni 2026 vindt het festival 'Op 't Arf in de Hiet' plaats rond het Heidehuus. Hier fiets je langs verschillende boerenerven voor muziek, theater en dans. Wil je meer weten: Festival Halle-Heide. Dan volgt de kermis van Halle, ook bekend als School- en Volksfeest: dit traditionele dorpsfeest en de bijbehorende kermis vinden plaats van donderdag 2 tot en met zondag 5 juli 2026. En kun je er helemaal niet genoeg van krijgen dan kun je nog naar de Halse Dag, de jaarlijkse streekmarkt in het centrum van Halle. Dti jaar wordt dat evenement gehouden op zondag 6 september 2026. Je reist dan in het centrum 30 jaar terug in de tijd. Het laatse nieuws en het programma vind je op Halse Dag.

Maar we waren er nog niet: W moest zo’n 80 kilometer ploeteren door het hete Nederlandse land, al viel het op de fiets best wel mee, was haar mening. Dwars door Wijchen en Nijmegen en toen de Ooypolder in, bij Millingen aan de Rijn het pontje benutten en als laatste markante tussensop Babberich. Toegegeven: in die 80 kilometer zat ook een heen-en-weertje naar Halle City voor het noodzakelijke dagelijkse ijsje. Mijn telwerk liet wat meer kilometers zien (V: 224.319; A: 224.433), maar ik mocht ook een “ommetje“ A50/A12 (stervensdruk aan de andere kant) en een uitje naar Lichtenvoorde voor de pilletjes en de boodschappen. Warme dag: rijtemperatuur tussen de 26 (’s morgens voor tien uur al) en 32 graden (omstreeks 13:00 uur). En wat een rust op camping Hessenoord. Volgens Carel, de eigenaar, zag het er met de pinksterdagen (jazeker: kleine letter!) iets anders uit op het terrein. Toen W tegen tweeën arriveerde kon de ruststand beginnen. Oeps: vergeten dat de waston een paar uur zijn werk had gedaan in de garage van de bus en even geleegd moest worden. 

En terwijl wij zaten en lagen kon onze vogelapp zijn werk doen: behalve het “gangbare“ spul als merel, houtduif, bonte specht en spreeuw ook het geluid opgevangen van de bosrietzanger, zwartkop, putter, zanglijster, boomklever, tjiftjaf, gekraagde roodstaat, wielewaal en de roodborst. Zal er ongetwijfeld een paar overgeslagen hebben. De zwarkop liet het meest van zich horen, vertelde Merlin (da’s zij van de vogelapp). De pastasalade van vandaag had als vulling penne en garnalen en was goed binnen te houden. Laat in de avondstand: het was nog lang warm buiten.

woensdag 27 mei: @ halle

Met 27 graden (binnen) tegen elf uur naar bed en met 16 graden (nog steeds binnen) om half acht wakker worden. Lekker afgekoeld, dus goed geslapen. Niks te horen en vooral pikdonker, dus dat wil wel. Alhoewel pikdonker? Zon op/onder: 05:25/21:38 (gegevens Meuhoek/Halle). Ontbijten met een trui aan, voor het eerst weer sinds een tijdje; nog wel buiten.

Had een route uitgestippeld door het typische coulisselandschap van deze streek: weilanden, houtwallen, beekjes en kleine bossen die elkaar afwisselen; eigenlijk het “lievelingslandschap“ van W. De naam “Halle” komt waarschijnlijk van een oud Germaans woord dat verwijst naar een hoger gelegen plek of een open ruimte in het landschap. Het werd een route die past bij de uitstraling van de omgeving: geheimzinnig, spannende verhalen en veel bijgeloof. Wat vind je bijvoorbeeld van het verhaal van de Wodanseik, dat ik zou zou kunnen laten beginnen: “Lang geleden, toen de Achterhoek nog donkerder en wilder was, geloofden de mensen dat de god Wodan hier neerdaalde tijdens stormachtige nachten. Ze vertelden dat zijn paard, met vurige ogen en hoeven die vonken sloegen, rond de eik cirkelde. De wind die door de takken gierde, was volgens hen het gefluister van geesten die hem vergezelden. Niemand durfde op zulke nachten dicht bij de boom te komen. Toch was de eik niet alleen een plek van ontzag, maar ook van bescherming. Reizigers die verdwaald waren in de mist, vonden vaak onverwacht hun weg terug zodra ze de silhouet van de Wodanseik zagen. Boeren legden er kleine offers neer, een broodkorst, een munt, een stukje wol, in de hoop op een goede oogst of een voorspoedig jaar.“ En aan dat alles word je herinnerd als je bij het bijlmonument Wodanseik op de kruising van de Halsedijk met de Landeweerweg in Halle staat en kijkt naar de boom met zijn diep gegroefde stam en “takken [die] kronkelen als armen die verhalen vasthouden, en zijn wortels reiken zo ver dat men zegt dat ze de geheimen van de aarde zelf aanraken.“ Kan je het complete verhaal van Ludovicus en de Wodanseik (uit het jaar 801) wel vertellen maar dan zijn we zo drie kantjes A4 verder. Kan je natuurlijk ook een linkje geven.

Niet alleen de Wodanseik boezemt angst in. In deze omgeving heb je ook nog het verhaal van de boelekeerl, een boemanfiguur die ouders vroeger gebruikten om kinderen weg te houden bij gevaarlijke plekken zoals gierputten, sloten, kolken en poelen. Hij werd voorgesteld als een enge kerel of monster dat onder het water, onder een vlonder of in een gierput zat. Als kinderen te dichtbij kwamen, zou hij ze grijpen en naar beneden trekken. Dit werd bewust verteld om ongelukken te voorkomen en dat werkte, want kinderen bleven er wel uit de buurt. Het verhaal van de Boelekeerl leeft vooral in de streek rond Halle, Zelhem en de Slangenburg. In Halle is zelfs een Boelekeerlspad, een wandelroute van ongeveer 6 km waar je onderweg verwijzingen tegenkomt naar het verhaal. Het beeld van de graaiende hand hebben we deze keer niet zelf gezien (mocht er niet met de fiets komen) dus de foto is geleend.

Zelfs Smoks Hanne kwam nog even op haar bezem aanvliegen om te kijken of we wel op het goede pad bleven (W kon haar nog net op de foto krijgen). Volgens de bronnen was Smoks Hanne oorspronkelijk een kruidenvrouwtje dat in de 19e eeuw leefde in de buurt van Zelhem in een eenvoudige hut. Ze plukte kruiden in het bos en gaf mensen raad en middeltjes tegen ziekten. Door de jaren heen groeide haar reputatie uit tot die van een goede heks: iemand met genezende krachten en een zesde zintuig. Ze werd een markante dorpsfiguur, en haar naam bleef hangen omdat ze indruk maakte op de gemeenschap. Terwijl ik Smoks Hanne bewonderde scoorde W onze lunch bij de lokale Aldi en nam ook nog sperzieboontjes mee (want die zagen er zo lekker uit).

Tegen drieën waren we weer op ’t nös, met veel vragen waar we ook weer antwoord op gekregen hebben. “Meuhook“ moet dan betekenen “natte moerasachtige uithoek“ terwijl Gemini (die van Microsoft) het in eerste instantie houdt op een mestvork, de domme doos! En ja: er liep vroeger een spoorlijn van Ruurlo naar Doetinchem. Het was een lokaalspoorlijn van de GOLS (Geldersch-Overijsselsche Lokaalspoorweg-Maatschappij). De lijn werd geopend in 1885 en je kon heerlijk boemelen van Ruurlo via Wolfersveen en Zelhem naar Doetinchem. Voor reizigers werd de spoorlijn al in 1937 gesloten, omdat bus- en autoverkeer steeds belangrijker werden. Goederentreinen reden tussen Doetinchem en Zelhem nog door tot 1972. Veel van het oude tracé is vandaag nog zichtbaar. Vanaf de voormalige halte Wolfersveen tot Zelhem is het baanvak grotendeels goed te volgen via een smal pad, ideaal om te fietsen maar je moet geen tegenliggers krijgen (en die kregen we niet). De rest van de vragen en de antwoorden zal ik je besparen: het verhaal wordt te lang.

Mooie dag. Heel mooi fietsen. Een stuk koeler dan gisteren: niet warmer dan 24 graden. Trui aan op de fiets. En morgen? Morgen is er weer een dag. We hebben camperplaats De Kersenpit in Werkhoven gereserveerd (tja, reserveren schijnt daar te moeten). Om te fietsen 101 kilometer, beetje teveel van het goede. Hoe we dat gaan oplossen (er gaan zelfs geruchten dat er niet gefietst wordt, want: saaie route) krijg je in een volgend blog te horen.