Heb een paar opmerkingen gekregen over het lied van Boudewijn de Groot waarin hij Het Land van Maas en Waal bezong. Volgens muziekkenner M te E heeft het wel wis en waarachtig wat met het gebied te maken waarin wij nu bivakkeren. Ze zegt “De Groot haalde inspiratie voor dit lied uit Hatsji-Bratsji's toverballon, een kinderboek van Franz Karl Ginzkey uit 1904 dat hem als kind voorgelezen werd. In dit verhaal zweeft Pietje in een ballon over het Land van Maas en Waal. De Groot had allerlei fantasieën bij dit land en stelde in 1966 de titel voor aan Lennaert Nijgh“. Mag ik het dan als volgt samenvatten? Je zou kunnen denken dat het lied een beschrijving van de streek is, maar dat klopt helemaal niet. In het echte Land van Maas en Waal zijn geen “groene hemels”, “bruine zonnen” of “circus Jeroen Bosch”-achtige optochten. De tekst is expres surrealistisch en fantasierijk geschreven. Het idee van het lied kwam uit het hoofd van De Groot die als kind een verhaal gehoord had over iemand die “over het Land van Maas en Waal” vloog. Die naam klonk voor hem geheimzinnig en sprookjesachtig.
Gisteren tijdens onze fietstocht vroeg W: “Maakt het Land van Maas en Waal onderdeel uit van de Betuwe?“ Wel dat soort vragen stellen en meteen eisen dat de teksten van mijn blogs niet te lang worden. Valt niet helemaal te rijmen, maar: ik doe mijn best. De verhouding tussen de Betuwe en het Land van Maas en Waal is eigenlijk vrij simpel: het zijn twee verschillende streken binnen het Gelderse rivierengebied, maar ze liggen direct naast elkaar en hebben veel overeenkomsten. Voornaamste punt: de Betuwe ligt ten noorden van de Waal en Het Land van Maas en Waal ligt tussen die twee rivieren. De Waal vormt als het ware de scheiding tussen beide gebieden. En ik vroeger maar geleerd hebben dat Gelderland uit drie delen bestond: de Veluwe (de Vale ouwe), de Graafschap (de olde Graafschap) en de Betuwe (onze rijke Betuw). Die drie delen worden ook in het Gelders volkslied bezongen: alle drie “kostlijk deel van Gelres Oord". Laten we het er maar op houden dat “voortschrijdend“ inzicht heeft gezorgd voor een wat meer fijnmazige indeling en dat de oude driedeling tegenwoordig veranderd is in Veluwe, Betuwe, Land van Maas en Waal, Graafschap (Achterhoek) plus nog een paar kleinere regio’s zoals de Liemers. Kan ik mee leven, jij ook? ChatGPT heeft het kaartje in deze alinea gemaakt. Ik sta er niet 100 procent voor in.
zaterdag 23 mei: @ balgoy
Pinksterzaterdag en wakker worden met het volgende bericht: “Pinksterzaterdag in Wijchen verloopt zomers warm en droog. De temperatuur loopt op naar een tropische 30 °C, gecombineerd met flink wat zon en een zwakke wind. Houd rekening met een UV-index rond de 6; onbeschermd verbranden kan al in 15 tot 25 minuten.“ (bron: Weerplaza.nl) Vannacht niet al te warm geweest, dus goed geslapen. De zon stond al wel vroeg op het camperdak te tetteren: lang uitslapen was er niet bij.
Koffie, ontbijten met afbakbroodjes (buiten), wat sanitair gerommel en de afwas waren de hoogtepunten van deze ochtend vóór we ons konden opmaken voor een hernieuwde kennismaking met het Land van Maas en Waal. Had wat verzoekjes van W verwerkt in een fietsroute die de werktitel “van Balgoy naar Hernen“ meegekregen had. Omdat we gisteren al kennis gemaakt hebben met het fenomeen “Pontjesdagen“ (het draait vooral om fietsen, varen, genieten van het Maasgebied én allerlei kleinschalige activiteiten onderweg) doen we vandaag de Pontjesdagen zonder pontjes: we houden niet van lang wachten in de palle zon. De Pontjesdagen zijn nog een vrij jong evenement (het fenomeen bestaat pas een paar jaar), maar ze zijn in korte tijd uitgegroeid tot een populair toeristisch weekend in het Maasgebied. Het idee achter de Pontjesdagen ontstond vanuit een eenvoudige gedachte: “ontspannen recreatie dichtbij huis”. De Pontjesdagen stimuleren mensen om het Maasgebied op een rustige en duurzame manier te beleven, vooral zonder haast, met aandacht voor natuur en landschap. De nadruk lag oorspronkelijk op de pontjes over de Maas (niet alleen praktisch vervoer, maar ook cultureel erfgoed én een belevenis op zich), later - toen de organisatie groeide - kwamen er allerlei activiteiten bij zoals streekmarkten, rondleidingen, kunstprojecten, kortingsacties, proeverijen en culturele optredens. Wij storten ons vandaag in dit feestgewoel, maar dan zonder de pontjes, terwijl die eigenlijk in het centrum van de belangstelling zouden moeten staan volgens de organisatie: “[....] De pontjes zelf hebben trouwens een veel langere geschiedenis dan het evenement. Eeuwenlang waren veren onmisbaar voor bewoners van de streek. Voor bruggen overal verschenen, waren pontjes dé verbinding tussen dorpen, markten en steden. Boeren, handelaren, kerkgangers en reizigers maakten dagelijks gebruik van deze overtochten. Sommige veerdiensten bestaan al honderden jaren.“ (bron: www.pontjesdagen.nl).
Ons eerste stoppunt was het kasteel Wijchen. Één van de vele kastelen hier in de omgeving. De oorsprong van dit gevalletje ligt eind 14e eeuw, toen de eerste versie van het kasteel werd gebouwd: 1392 om precies te zijn. Tot aan de 17e eeuw was het voornamelijk een verdedigingswerk met een ander uiterlijk dan het huidige kasteel. De achtereenvolgende bewoners, eigenaren en de bij een kasteel horende familieruzies zal ik je deze keer besparen. In 1932 kocht de gemeente Wijchen het kasteel. Het werd als raadhuis in gebruik genomen. Na een grondige restauratie zijn sinds 1996 de raad- en trouwzalen van de gemeente in het kasteel gehuisvest. Met de Museumkaart konden we “gratis“ naar binnen en (bijna) het gehele gebouw bekijken. Rottrappen, pas later zag ik dat het pand ook een lift had. Sommige zalen zijn in gebruik door de gemeente en dus niet openbaar.
Een paar leuke exposities op het kasteel, te beginnen met een bijzondere presentatie van kunstenaar Yves Eau (ja het is een pseudoniem). Hij maakt kunstwerken van natuurlijke materialen zoals drijfhout, stro, wilgentakken, zonnebloemen en plantenmateriaal. Van dat spul produceert hij “interpretaties“ van onder meer bekende schilders (Vincent van Gogh en Claude Monet konden we met ons kunstkennersoog ontwaren). Vaak lijken de creaties van de kunstenaar op het eerste gezicht schilderijen, maar als je er met de neus bovenop gaat staan zie je het bijzondere materiaalgebruik. Yves was er zelf ook en probeerde zijn geëxposeerde werken aan de man te brengen. “Kleurstelling past niet helemaal bij de inrichting van onze living“, sprak W toen ze een prijskaartje had gezien.
Veel indruk maakte de tentoonstelling Het Woeste Water, die aandacht besteedt aan de oudejaarsnacht van 1925 toen de Maasdijk bij Nederasselt doorbrak. Het water stroomde het Land van Maas en Waal in. Dorpen in vijf gemeenten werden verrast door het natuurgeweld. Huizen verdwenen onder water en mensen moesten vluchten. Na enkele dagen begon het streng te vriezen. Drijvende ijsschotsen zorgden voor nog meer schade aan huizen en land. Pikant detail: de Nederlandse regering noemde het geen nationale ramp. Daarom was er geen geld van de overheid. De inwoners moesten het zelf oplossen. Onze Willemien (koningin van dienst) kwam nog wel even handjes schudden maar de knip bleef gesloten. Een deel van de expositie gaat dan ook over inzamelingsacties die toen gehouden werden en hoe de noodhulp op gang kwam. Voor W en mij een totaal onbekend verhaal.
Toen we genoeg cultuur hadden opgesnoven kon onze fietstocht “echt“ beginnen. Een windmolentje pakken we daarbij graag mee, vooral wanneer het de “Schoonoord“ in Alverna is (klemtoon op de tweede lettergreep: Al-VER-na), een ronde stenen beltmolen uit 1887. De molen staat op een vrij lage belt (een kunstmatige heuvel) naast het voormalige klooster Schoonoord dat gelijktijdig is gebouwd en dat in 1980 is afgebroken. Interssant feit: de molen is tijdens de oorlog door het verzet gebruikt om signalen te geven. Regelmatig gerestaureerd, de laatste restauratie dateert van 2006. De molen is weer draaivaardig en laat af en toe de wieken wapperen. Draaivaardigheid niet verwarren met maalvaardigheid, maar er is hoop: het authentieke gaande werk uit 1887 is nog steeds aanwezig, al is het decennialang niet gebruikt. Met een paar handige handjes en vooral met een flinke pot subsidiegeld kan de molen dus nog maalvaardig gemaakt worden. Je weet dat ik wat heb met molens. Het mooiste van Schoonoord vind ik de ligging: een herkenningspunt midden in het landschap van Wijchen en Maas en Waal. Er stond een vrachtwagen voor pianovervoer voor de molen, dus je zult het met een geleende foto moeten doen.
Na de molen volgden een achttal “wegtrapkilometers“, voor een deel door de woonwijken van Wijchen, maar ook het industriegebied liet zich van zijn mooiste kant zien. Daarna een stukje weidse weiden en toen tikten we de Heerlijkheid Leur aan. Tja, hoe heerlijk is een heerlijkheid? In de vroege middeleeuwen slaagden enkele adellijke grondbezitters erin om steeds meer politieke, economische en juridische macht te verwerven. Ze noemden zich ‘heer’ en hun gebied heette ‘heerlijkheid’. De heer woonde in een kasteelachtige woning, van waaruit hij zijn gebied bestuurde. Zo ook bij Leur in het Land van Maas en Waal. Zo’n heerlijkheid bestond vooral uit een hoeveelheid rechten, zoals het recht om orde te handhaven, rechtspraak toe te passen en belasting te innen. Ook het jachtrecht, visrecht en molenrecht hoorden daarbij. Vaak waren de heren alleen verantwoording verschuldigd aan de koning of de keizer, dus niet aan een hertog of graaf. Www.spannendegeschiedenis.nl: “Het Land van Maas en Waal telde verschillende van dit soort heerlijkheden. Als een van de weinige heeft Leur haar karakter als landgoed kunnen bewaren. Leur hoorde in de Middeleeuwen tot het aartsbisdom Keulen. In 1311 kwam Leur in het bezit van Cisterciënzer monniken, die de woeste grond ontgonnen en geschikt maakte voor de landbouw. Eind 18e eeuw is een landgoed aangelegd met park in romantische landschapsstijl. Opvallend zijn de grote, statige lanen met prachtige eiken en beuken. Te midden van dit parkbos vinden we geen kasteel, maar een sober, statig landhuis met classicistische motieven uit de 18e eeuw. Het landgoed telt bijna 50 hectare en is nog altijd in bezit van een adellijke familie“. We kwamen een paar keer een landhuisachtig bouwwerk tegen, die we voor Huis Leur uitscholden, een juiste foto vonden we op internet (www.heerlijkheidleur.nl).
Na het Hernense Ven opnieuw een kasteel: Kasteel Hernen. Naar men zegt één van de best bewaarde middeleeuwse kastelen van Nederland. Je voelt onmiddellijk de sfeer als je in de buurt komt: dikke verdedegingsmuren verbergen ridders, jonkvrouwen en schandknapen (oeps: schildknapen). W fluisterde onmiddellijk “Floris was here!“ en als je in het najaar van 1969 naar de nederlandse televisie gekeken hebt weet je wat dat betekent: hier werden opnames gemaakt voor de populaire jeugdserie Floris, met onder andere de jonge Rutger Hauer in de hoofdrol. Dankzij die serie kreeg het kasteel landelijke bekendheid en spreekt het nog steeds tot de verbeelding van jong en oud. Overigens: de opnamen (dertien afleveringen) vonden plaats in de zomer en herfst van 1968, voor een groot deel op Kasteel Doornenburg en daarnaast onder meer op Kasteel Hernen, Slot Loevestein en in Gent en Brugge. Wat Kasteel Hernen bijzonder maakt, is dat het nooit is verbouwd tot een luxe paleis, zoals bij veel andere kastelen gebeurde. Daardoor heeft het zijn oorspronkelijke middeleeuwse karakter behouden. De geschiedenis van het kasteel gaat terug tot de veertiende eeuw. Waarschijnlijk stond er eerst een eenvoudige woontoren, die later werd uitgebreid tot het kasteel zoals we dat nu kennen. Door de eeuwen heen woonden hier verschillende adellijke families. Zij gebruikten het kasteel niet alleen als woning, maar ook als veilige vesting in onrustige tijden. “Het is een waterkasteel“, sprak W, “en het staat bekend om zijn karakteristieke overdekte weergangen“. Ze kan het weten want ze is een paar jaar lang donateur geweest van Geldersch Landschap & Kasteelen die dit complex nu beheert.
De tuinen werden gebruikt voor een plantenbeurs: je mag 5 Euro per persoon neertellen om vervolgens plantjes te mogen kopen, beetje vreemde gedachtengang vind ik. De foto's die we van het kasteel maakten
bevat dan ook een aantal kraampjes.
In het jaar dat ik geboren werd stond Kasteel Hernen op een postzegel afgebeeld (Zomerzegel 1951 - kastelenserie). Voor ik vragen krijg over zomerzegels in het algemeen: Zomerpostzegels of kortweg Zomerzegels was in Nederland een jaarlijkse uitgifte van een serie bijzondere postzegels met een toeslag die bestemd is voor "sociaal en cultureel werk". De eerste serie zomerzegels werd in 1935 uitgegeven. Daarna kwam er elk jaar een serie zomerzegels op de markt, met uitzondering van de periode 1942 tot 1946. De dienstdoende postbesteller (volgens mij was dat toen TNT Post) heeft besloten vanaf 2011 géén Zomerpostzegels meer uit te geven.
Een bezoek aan de Lidl aan de Touwslagersbaan in Wijchen topte ons tripje bijna af en met de fietstassen vol nat en droog konden we beginnen aan de laatste kilometers naar onze camperplaats waar ons busje heerlijk in de zon stond te tetteren maar waar de grote witte doos van de buurman ons de nodige schaduw gaf. W begon spontaan het begin van het Gelders volkslied te zingen “Waar der beuken brede kronen Ons heur koele schaduw biên“ maar ze was even de weg kwijt: allereerst zitten we niet op de Veluwe en ten tweede was het kunststof dat ons zijn schaduw bood. Een mooie dag. En morgen? Morgen is er weer een dag. We blijven nog een dagje hier (misschien moet ik schrijven: we blijven nog één dagje hier, maar ik heb geen cursus koffiedikkijken gevolgd). Na een kopje zout water (W noemt dat soep) moest één van ons nog even een ijsje halen, in Grave inderdaad. 28 fietskilometers is te min. En om half vijf hadden we een biertje verdiend.





.jpeg)











