Zoals gebruikelijk eerst de post. Een snerende opmerking van G te W over mijn gebruik van het woord “broodnoodzakelijk“ in mijn vorige blog: hij vond dat het “broodnodig“ moest zijn. Dat soort problemen moet onmiddellijk uit de wereld geholpen worden en wees gerust (tegenwoordig moet wees dan weer zonder t): uw scribent heeft géén fout woord gebruikt, want broodnoodzakelijk is een gangbaar en officieel erkend woord in het Nederlandse taalgebied - het staat gewoon in de Dikke Van Dale. Broodnodig betekent hetzelfde en is minder formeel; het wordt omdat het beter “bekt“ vaker gebruikt.
En dan nog twee vragen over het door mij gebruikte woord “overpinksteren“. Heb het inderdaad zelf verzonnen, meer als variant op overwintereren: ergens de pinksterdagen doorbrengen. Volgens ChatGPT is het een gangbaar woord in de door mij gebruikte betekenis (voorbeeld: “Wij gaan overpinksteren in Limburg met de camper.” Volgens Gemini is het “Pinksteren langer maken“, dus gaat het over de dinsdag na Pinksteren. Ben me van geen kwaad bewust, vindt dat ik het zelf verzonnen heb en dat die twee chatbots ons gewoon een beetje willen "pleasen"; daar hebben ze wel vaker een handje van. HePi daarentegen is wel een gangbare uitdrukking en je komt het tegen in de recreatie- en onderwijssector. Het is een populaire afkorting voor de periode tussen Hemelvaart en Pinksteren. Sommige scholen plannen in deze tussenliggende week een vakantie in, de HePi-vakantie, dan kun je gezellig gebruikmaken van een HePi-arrangement. Voor de toerismesector is de HePi-periode kassa: het is één van de belangrijkste en meest winstgevende piekperiodes van het voorjaar. Natuurlijk hoogseizoen met de daarbij behorende prijzen. Nadeel voor ons is dat in deze periode en dan met name met de feestdagen zelf veel is volgeboekt. Ik kwam op het woord “overpinksteren“ omdat ik op donderdag ons busje wilde neerzetten op één van die camperplaatsen die niet aan de reserveringsmanie meedoet en op die plek de pinksterdagen wilde afwachten: overpinksteren dus.
En dan als laatste (en voorlopig ook de laatste keer) de “campercrisis“, de term die ik onlangs van stal haalde met het benoemen van de stijgende kosten van het bezit van een camper. “De oplossing voor die hogere wegenbelasting is toch schorsen?“ hoorde ik van medecamperaar T te L. Als je je camper laat schorsen mag je er niet meer de weg mee op (niet rijden, maar ook niet parkeren), maar je betaalt ook geen belasting. Je moet je karretje dus op privéterrein stallen. Schorsing kost per keer voor een normale camper (jonger dan 15 jaar) iets minder dan € 90, dus theoretisch heb je dat bedrag er na twee weken uit. Punt is alleen dat je minimaal een maand moet schorsen. Op zich is schorsen een heel simpele zaak, kwestie van een bezoekje brengen aan de site van de Rijksdienst voor het Wegverkeer (RDW). Vind regelmatig schorsen alleen geen optie: je kunt niet meer spontaan een paar daagjes weg, maar je moet een complete planning bijhouden. Wel zal Puzzel dit jaar wat eerder op stal gaan en volgend jaar er wat later dan de afgelopen jaren uit komen. We verlengen op die manier de campervrije winterperiode. Verkopen? Denk het niet: je hebt zo’n ding voor de lange termijn en wat is het alternatief? Vliegreizen en vakantiehuisjes kosten ook duizenden euro’s en dat geld ben je echt kwijt. Het wordt natuurlijk een totaal ander verhaal als je je camper maar één of twee keer per jaar een paar weken gebruikt.
dinsdag 19 mei: @ lottum
Gisteravond vielen er nog een paar druppels, maar het mocht eigenlijk geen naam hebben. Beetje frisse nacht, de Truma moest vanmorgen even een uurtje een tandje bijzetten: 9 graden is te koud om fijn wakker te worden. Toen eenmaal de 20 graden werd aangetikt ging het apparaat over op “standje afwaswater“. Gas genoeg, want afgelopen weekend nog een bus laten vullen. Het verbruikt nogal wat in het voorjaar, maar nu hebben we weer twee volle flessen te gaan en daar moeten we het zomerseizoen ruim mee doorkomen. Elektriek minder: de automaat had behoefte aan meer klein geld en aangezien zo’n beetje alles opgeladen was, trokken we een zuinig gezicht.
Om half elf waren we nog in Sint Odiliënberg om tot de conclusie te komen dat het motto van vandaag op de achterkant van de camper van onze buurman stond: “geneet van ’t laeve“. en vervolgens beiden op weg naar Lottum. W op de fiets en ik met de bus. Ik wel wat later want de grote vaat moest nog weggewerkt worden. Weet niet wie er vandaag beter af was. Beetje apart landschap: combinatie van Maasdal en hogere zandgronden met veel kleine dorpen, te beginnen bij Sint Odiliënberg zelf, een oud dorp (historisch gezien dan). Heb al eerder verteld dat het in de vroege middeleeuwen al een religieus centrum was met een beroemde abdij en kapittelkerk op een verhoging bij de Roer. Lottum is een stuk kleiner dan Sint Odiliënberg, ligt op oude Maasterrassen en werd bekend door landbouw en later vooral de rozenteelt — tegenwoordig noemt het zich het “rozendorp van Nederland”. En tussen die twee dorpen lag onze route, eigenlijk al eeuwenlang ongeveer dezelfde oude route: handelswegen langs de Maas, veelal over de hogere zandgronden. In natte tijden waren delen van het Maasdal moeilijk begaanbaar, dus veel oude wegen slingerden over hogere ruggen. W nam voor een groot deel de LF8, de Maasroute. Voor mij (met de camper) zou de A73 een logische weg zijn geweest maar die had ik op de heenreis al gehad. Natuurlijk is dan de N273 een optie. Die weg is beter bekend als de Napoleonsweg. Voor de aanleg van moderne snelwegen was de Napoleonsweg een van de belangrijkste noord-zuidroutes van Limburg. Veel dorpen langs de Maas waren er sterk op gericht. Toen de A73 werd aangelegd nam het doorgaand verkeer af, werd zelfs de Mac aan de N273 gesloten, maar bleef de weg belangrijk voor regionaal verkeer. De naam verwijst naar de Franse tijd onder Napoleon Bonaparte. Een deel van de route gaat terug op een geplande verbindingsweg uit begin 19e eeuw, toen Limburg onder Franse invloed stond. De N273 kende ik al met plaatsen als Roermond, Haelen, Baarlo, Kessel, Neer en Maasbree tegen, allemaal aan de de westkant van de Maas. Sommige plaatsen erg bekend omdat we er al eens op een camperplaats hebben gestaan en van daaruit de omgeving hebben verkend. Er bleek aan de oostkant van de Maas ook een interessante weg te lopen, de Rijksweg en die komt dan door Swalmen, Reuver, Belfeld en tenslotte Steyl waar ik met het pontje de Maas mocht oversteken. Keer eens wat ander asfalt.
En de avonturen van W op de fiets? W noemde het “de katholieke etappe“. Kan me er wel wat bij voorstellen. De route van Sint Odiliënberg naar Lottum loopt door een stuk Limburg dat historisch tot de meest katholieke delen van Nederland hoorde. Dat merk je onderweg voortdurend, bijvoorbeeld aan de dorpen. Je ziet in elk dorp een kerk, een plein, een processieroute en vaak ook nog een klooster of kapel. En buiten de bebouwde kom veel zichtbare rooms-katholieke elementen als veldkapellen, Mariagrotten, wegkruisen en heiligenbeelden. En midden in dat oude Maaslandse “katholieke“ cultuurlandschap liggen de maasveren tussen Kessel en Beesel en bij Baarlo/Steyl. Vlak bij de Pont Baarlo/Steyl was ons meetingpoint en kon ik voor koffie zorgen. Het leuke was dat ik de pont nam van Steyl naar Baarlo en W (na de koffie) de andere kant op richting Steyl. Dus als W haar route “de katholieke etappe” noemt, bedoelt ze een landschap waarin katholieke geschiedenis nog overal zichtbaar in steen, dorpsstructuur en sfeer aanwezig is.
Voor beiden ging het stuk vanaf de pauzeplek naar Lottum razendsnel: W omdat ze de wind pal achter had (zuid kracht 3) en ik omdat ik via allerlei Braamstruikse Binnenpaden van Baarlo naar Lottum werd geleid. Eindpunt was camperplaats IndeVerte (je schrijft het inderdaad aan elkaar). Ooit begonnen als een kleine camping en langzaam uitgegroeid tot een bekende camperplek in Noord-Limburg. De naam “In de Verte” verwijst naar het vrije uitzicht over akkers, bossen en het Maaslandschap rondom Lottum. De nieuwe eigenaar (sinds december vorig jaar) had nog een leuk plekje voor me inderdaad met uitzicht en ik had amper de bus geparkeerd op plekje 33 toen W voor de deur stond: wind achter, weet je wel.
Soepje, even uitrusten en toen samen op de fiets (wel twee exemplaren) naar Lottum, gemeente Horst aan de Maas. Al een heel oud gat, je komt de naam (in de vorm van "de Lutmo") al tegen rond 1100. Lottum behoorde afwisselend tot Spaans en Pruisisch gebied, maar werd in 1815 onderdeel van het Koninkrijk der Nederlanden. In rozen zijn we niet zo geïnteresseerd, in blauwe bessen ook niet, dus blijven er alleen oude stenen over; je moet toch een doel hebben? Dat doel werd het 16e-eeuwse kasteel De Borggraaf, maar je moet het maar durven om dit een kasteel te noemen. Benamingen als hoeve, landhuis of hof komen dichter in de buurt van dit pandje met het jaartal 1743 in de muur rechts van de poort. W kon geen foto maken: er zat een bewoner op een bankje. Maar als we de naam “Kasteelbeer“ noemen die bijgaande foto op Wikipedia heeft gezet, mogen we best een plaatje van hem lenen.
En toen we tegen half vijf terug waren, de volgende camperplek hadden uitgezocht (zelfs gereserveerd), W nog even een wandelingetje had gemaakt om een plaatje te schieten van het meest gefotografeerde busje van Nederland, was het al snel tijd voor het middag- en avondprogramma dat we helaas binnen moesten uitvoeren (buiten te fris en regelmatig wat licht gespetter van boven). Maar toch: weer een mooie dag. V: 224.193; A: 224.255. Rijtemperatuur 16-17 graden. W op de fiets 46,8 kilometer, later naar Lottum nog 8 erbij. Zon op/onder: 05:38/21:25 (gegevens Lottum). En morgen? Morgen is er weer een dag. W gaat fietsen en ik breng de bus naar Balgoy, naar onze “vriendin“ Yvonne.


.jpg)

.jpeg)


.jpeg)






.jpg)
.jpeg)