noordpolderzijl

noordpolderzijl

zondag 25 augustus 2024

nazomertocht 2024 – 4: de kampina

Vertelde gisteren al dat we waarschijnlijk nog een dagje zullen blijven omdat we nog door de Kampina moeten. Er is geen sprake meer van waarschijnlijkheid, gewoon bikkelharde werkelijkheid. De naam Kampina is afgeleid van het Romeinse “Campina” een andere naam voor Kempen, dat ‘woeste grond’ betekent. De Kampina beslaat 1535 hectare ten zuidoosten van Oisterwijk en ten zuidwesten van Boxtel. Het is één van de weinige plekken in Noord-Brabant waar geen bebouwing waarneembaar is. Het noordelijk deel van de Kampina is vrij droog en biedt in augustus een prachtig kleurenmozaïek in paarstinten van de bloeiende heide. In de winter treedt het water van de zuidoostelijk gelegen Beerze buiten haar oevers. Het beekdal is dan een geliefde plek voor water- en trekvogels. Bijgaande foto heb ik gejat, is afkomstig van https://www.bezoekoisterwijk.nl/locaties/1936287390/kampina-1. Toen ik W vertelde dat er in de Kampina vogelkijkschermen staan bij het Meeuwenven en het Ganzenven en dat er ook nog ergens een kijkhut te vinden is wilde ze meteen een week bijboeken.

zondag 25 augustus: @ lennisheuvel bij boxtel

Nog even over dat weerfeestje van gisteren. Om zes uur werd het donker, begon het te waaien en er kwam wat vocht uit de lucht. Niets om in paniek te raken. Ook de beloofde buien later op de avond bleken slechts druppelgevalletjes te zijn. Het was wel een kantelpunt in het weer: een stuk kouder vandaag en de wind uit een totaal andere hoek. Niks mis mee, gewoon lange broek, trui en dichte schoenen aan.


Even verkassen naar een iets meer riante plek: beter uitzicht, groter tuintje. Nee, geen andere camperplaats: we blijven in Lennisheuvel, alleen een andere plaats op dezelfde cp. Ben inmiddels ook achter de oorsprong van de naam Lennisheuvel gekomen. In vroegere tijden woonde een zekere Len of Lennen op een heuvel die door zijn voorvaderen was opgeworpen omdat de rivier de Dommel nog wel eens buiten haar oevers trad. Bij hoog water konden ze hun vee op de bult in veiligheid brengen. In de loop der tijden werd de bult steeds breder en kon er zich een heel dorp vestigen op Lennis' heuvel. De bult is inmiddels 9 meter hoog. Andere watertjes in de buurt: het Smalwater en de Heerenbeekloop. Op bijgaande foto de dorpsvlag van Lennisheuvel.

Voor ons was de Kampina de belangrijkste reden om in deze buurt neer te strijken. Heb gisteren de naam van het natuurgebied al laten vallen, tijdens de fietstocht de flanken geschampt. Vandaag gaan we voor het echte werk. Een grote lap bos, heide en beekdalen, vrijwel geheel in handen van de Vereniging Natuurmonumenten. Wil je het groter zien dan knoop je de Oisterwijkse Bossen en Vennen (in het westen) aan de Kampina vast en richt je je blik naar het oosten dan zie je in de verte het natuurgebied “de Mortelen” liggen. Het gat tussen Kampina en de Mortelen wordt op dit ogenblik opgevuld met een natuurontwikkelingsgebied (Banisveld). Al dat natuurgeweld bij elkaar heeft de naam “het Groene Woud” gekregen en vormt een samenhangende cluster van grote natuurgebieden in het midden van Brabant tussen Tilburg, 's-Hertogenbosch en Eindhoven. De eerste redelijke ingang van de Kampina ligt op een kilometer of twee van onze camperplaats.

We begonnen en eindigden onze fietstocht met de Kampina. Het is een gevarieerd natuurgebied met heide, dennenbossen en veel, heel veel vennen. Centraal ligt de grote Kampinase Heide. We mochten er een klein eindje op, toen bleek de doorgaande weg (zandpad) compleet ondergelopen te zijn en de route die Komoot aangaf was verboden voor fietsen. We zijn er dus maar omheen gefietst, een keurig verhard zandpad. We hebben ook andere paden gehad in de Kampina (overigens is het volgend Natuurmonumenten niet IN maar OP de Kampina). De Huisvennen werden door W omgedoopt in Baggervennen, regelmatig een behoorlijke modderpoel die we moesten doorkruisen. De Huisvennen vennen ontstonden op plekken waar vroeger turf werd gestoken. Dat was de brandstof om huizen te verwarmen. Begin twintigste eeuw verstookten ze in de Boxtelse elektriciteitscentrale nog steeds turf uit de Huisvennen, valt dat eigenlijk ook onder groene stroom? Ik las ergens dat de Kampina is zoals Brabant ooit was: “Je vindt hier nog natte heide met vennen, geurende gagelstruwelen, beemden, loofbossen en blauwgraslanden. We veranderen de monotone dennenbossen langzaam maar zeker in een veel gevarieerder leefgebied voor dieren, planten en paddenstoelen. Een mooi succes is de terugkeer van de das. Sinds 2016 voelt die zich hier weer helemaal thuis”.


Onze tocht ging opnieuw door de Oisterwijkse Bossen en Vennen, voor een deel zelfs dezelfde paden. Vandaag had Komoot echter een Engels tintje: moesten we gisteren rechtsaf de Bosweg op, vandaag noemde Miep Komoot dezelfde weg Forest Road. Och, we spreken onze talen. Wat later kwamen we aan de rand van Moersgestel h
et geografisch middelpunt van Brabant tegen. Het ligt op Landgoed De Oude Hondsberg waar de Reusel door de natuur slingert. We mochten even op het bankje zitten want we zaten op ongeveer een derde deel van onze route.

Vaste fotokijkster C te L kunnen we vandaag ook weer plezieren: ze kan een foto toevoegen aan haar kapelletjesverzameling. We hebben vandaag de kapel “Onze Lieve vrouw van de Vrede” in de aanbieding. Ene Carol (met de toepasselijke achternaam Schade) overleefde in 1939 een auto-ongeluk. De een geeft dan een feestje, onze Carol liet een kapelletje bouwen. Ieder zo zijn ding toch? Een verdere beschrijving zal ik jullie onthouden, want ik kom dan al snel aanzetten met zinsconstructies als “Inwendig heeft de kapel een ietwat ongebruikelijke T-vormige plattegrond, waarbij de absis breder is dan het schip. Rode plavuizen vloer. Open bekapping.” Wel is het interessant te weten dat iquotation-markseder jaar op Hemelvaartsdag en op 15 augustus (het feest van Maria Ten Hemelopneming) er bij de kapel in de open lucht een mis opgedragen wordt. Dus C op naar rijksmonument nummer 519980 in Moersgestel.

Vervolgens kwam het Zuid-Willemskanaal aan de beurt, een kilometer of tien of zo, afwisselend Kanaaldijk Noord en Kanaaldijk Zuid. Je zou zeggen zo'n routeapp neemt de verharde wegen. Komoot vandaag niet: we mochten regelmatig een brug nemen omdat aan de andere kant van het kanaal een zandpad lag. Bij één van de bruggen kreeg ik nog een halve aanvaring met een brugwachter-op-afstand. Hij deed na het belsignaal de slagboom weer open en ik dacht dat hij nog even twee grijze duiven op de fiets wilde doorlaten, maar het bleek dat hij meer gecharmeerd was van twee jonge dames met schitterende kontjes die van de andere kant kwamen. Of ik maar even de fiets op de brug wilde laten staan en zelf aan de andere kant van de slagboom wilde wachten, klonk het keihard door de luidsprekers. W lag in een deuk en ik was me van geen kwaad bewust.


En na 56,2 kilometer waren we weer thuis. Mooie fietstocht, mooie dag. Niet te warm, acceptabele wind. En morgen? Morgen is er weer een dag. We blijven nog een dagje, want we hebben nog niks van Boxtel gezien, behalve dan de Lidl vanmorgen (dus plus 2 x 4 kilometer zet de dagteller op 64).



zaterdag 24 augustus 2024

nazomertocht 2024 – 3: camperplaats van het jaar

Heeft iemand toch nog “Eenzaam maar niet alleen” gelezen, je weet wel de memoires van Mientje waarover ik een paar verhaaltjes geleden vertelde. F te E die het ondanks mijn waarschuwingen aandurfde vond het wel interessant maar had wat moeite met sommige taalconstructies. Wilhelmina gebruikt namelijk regelmatig “zeide” als verledentijdsvorm van zeggen. Gangbaar is tegenwoordig “zei”, in België zelfs “zegde”. We kennen de vorm “zeide” nog in liedjes als:

Ik zeide mijn Jaap, ik zeide mijn Jaap, ik zeide mijn Japie, sta stil
En waarom zou ik stille staan, ik heb van mijn leven geen kwaad gedaan.
Ik zeide mijn Jaap, ik zeide mijn Jaap, ik zeide mijn Japie, sta stil


Nu weet ik dat er diverse varianten van dit lied in omloop zijn: “ik zei er van Jaap”, “ik zeide van Jaap” en de knul moet in sommige varianten niet stilstaan maar stilzitten. Ook zie je soms dat “Japie” vervangen worden door gewoon “Jaap”.

zaterdag 24 augustus: @ lennisheuvel bij boxtel

Een gezellige avond met broer, zussen en de aanhang. Goed van eten en drinken, zou mijn moeder zeggen. Alle campers voldoen aan de verwachtingen van hun eigenaren en dat is mooi. Een paar sfeerfoto's om een beetje een idee te krijgen moet volstaan. Toen het donker werd kwamen de muggen ondanks alle gebruikte chemicaliën en die krengen joegen een ieder naar de andere kant van de hordeuren en het muskietengaas. Voor we vanmorgen weggingen kwam er nog een stel “gluren bij de buren”: wilden een idee krijgen van de mogelijkheden van buscampers. Bij ons drieën aan het goede adres.



De andere twee campertjes blijven nog een dag en nacht, Puzzeltje trekt verder. We kennen de omgeving wel en onze twee fietstochten lieten voldoende nieuwe dingen zien. Op naar Boxtel, zeg maar een eindje onder 's-Hertogenbosch. A18 – A12 – A50, dat soort werk, alleen A59 afgesloten, deel van de A50 dicht, dus de nodige omleidingen in het laatste stuk. Ons einddoel was Camperplaats Boxtel (code Campercontact 107283) en uitgeroepen tot beste camperplaats van Nederland. Waardering door de gasten: 4,99 uit 5 en dat gemeten in 134 reviews. Komen we normaal op onze reis naar het westen door het Groene Hart, vandaag zitten we midden in het Groene Woud. Volgens W zitten we gewoon in de Meijerij, maar nu dwaal ik ernstig af. Nog twee (niet de mooiste) plaatsen vrij, morgen kunnen we eventueel verkassen. Al snel na ons was de toko vol, werd keurig op de website geregistreerd. Désirée, eigenaresse, ontving ons met een stevige bak koffie, gaf prima uitleg en paste haar spreekvolume aan aan een man die zijn gehoorapparaten niet in heeft. Top, niet voor niets beste camperplaats van 2024 en dat terwijl de tent pas sinds eind augustus 2023 open is.


Had al een fietsroute klaar, maar was eigenlijk niet nodig: er lagen er voldoende bij de info van de camperplaats. Schreef hierboven wel dat we naar Boxtel gingen, is niet geheel correct, het is een buurtschap van Boxtel met de naam
Lennisheuvel. Dus de A van bijgaand kaartje is een plekje in Lennisheuvel. Een afwisselende route vandaag, veel door natuurgebieden maar de verbindingstrajecten waren vooral grote doorgaande wegen met veelal een vrijliggend fietspad.


En wat kwamen we tegen onderweg? Ik beperk me wederom tot een paar highlights, anders wordt het een compleet boekwerk. Allereerst de Spoordonkse Watermolen, een koren- en oliemolen. Was tot voor kort ook een horecagelegenheid en bood de mogelijkheid tot bezichtiging. Google geeft echter het predicaat “permanent gesloten” aan dit plekje en dat is jammer want in het midden van het gebouw bevindt zich de ruimte met de raderen. De molen gebruikt het water van de Beerze en komt al sinds 1320 in de papieren voor. Vermoed wordt dat ze al langer bestaat. Zal niet te technisch worden, want wat moet je met de volgende info: “De molen heeft twee sleepluiwerken die via een luitafel op de koningsspil worden aangedreven”.

Vlakbij Oisterwijk kwamen we door de Oisterwijkse Bossen en Vennen, een afwisselend bosgebied met lieflijke vennen en verscholen heideveldjes. Zaterdag en mooi weer dus je kon in delen van het gebied over de koppen lopen, andere stukken waren juist weer heel rustig. De meeste vennen in dit natuurgebied ontstonden na de laatste ijstijd. “IJzige poolwinden bliezen zand op tot heuveltjes, die nu nog goed te zien zijn in het bos. Achter de heuvels vulden de uitgewaaide kommen zich met regenwater en zo ontstonden tientallen vennen. Een leemlaag in de bodem zorgt ervoor dat het water niet wegzakt. Een uitzondering is het Kolkven, dat door het kolkende water van een oude rivier is ontstaan. Andere vennen herinneren aan hun vroegere gebruiksfunctie, zoals de Brouwkuip, waar bierbrouwers hun kuipen reinigden. Het Brandven dankt zijn naam aan het feit dat hier vroeger bluswater uitgehaald werd. Weer andere zijn vernoemd naar bekende families of personen, zoals het Speijckven en Van Esschenven. Zo heeft ieder meertje zijn eigen sfeer, zijn eigen natuur en zijn eigen verhaal.” De toeristische dienst weet het leuk te brengen.

We kwamen ook nog een tweetal kapelletjes tegen, eerst Maria in de bossen en daarna een exemplaar dat opgedragen was aan Sint Willibrord. Horen lange verhalen bij maar je bent het begin alweer vergeten als je het eind aan het lezen bent. Volsta met het noemen van de gevelsteen boven de ingang met de tekst “Anno 1940 frigoris bellique caloris” (“in het jaar 1940, het jaar van koude en oorlogshitte”).


En het mooiste plaatje van vandaag? Een bankje “ergens” in
de Oisterwijkse Bossen en Vennen, voor speciaal voor ons neergezet door Natuurmonumenten en voorzien van de passende tekst “Vier het leven”. V: 210.797, A: 210.942; rijtemperatuur oplopend tot 25 graden. Tijdens de fietstocht wisselend bewolkt en maximaal 29 graden. Stevige wind uit oostelijke richting, kracht 3 tot 4. Zon op/onder: 06:39/20:41. Een mooie dag. En morgen? Morgen is er weer een dag. Denk dat we nog een dagje blijven, we moeten tenslotte de Kampina nog in.




Nu nog even een klein feestje van de weergoden afwachten. Bijgaand plaatje laat de verwachte situatie zien. Zal morgen verhalen van wat er uitgekomen is van die verwachting/voorspelling. 

vrijdag 23 augustus 2024

nazomertocht 2024 – 2: drie familiecampertjes

Kwam in de bibliotheek van de camping het jubileumboek Zelhem 1200 tegen met ook wat achtergronden over de Meuhoek. Zelhem was tot 2005 een zelfstandige gemeente. Een van de vele verhalen in het jubileumboek handelt over een zonderlinge figuur die aan het einde van de achttiende eeuw in deze buurt woonde, Derk Jan Ten Brinke, een vreemde snuiter met de bijnaam de Spekvos. Over deze man deden vooral vroeger vele volksverhalen de ronde. Hij voorzag met geweld in zijn levensonderhoud en maakte strooptochten in de wijde omgeving. Op 27 maart 1790 is de Spekvos door een buurtbewoner neergeschoten.


Heb gisteren al verhaald over de zeer natte boel die het hier vroeger was. Halle ligt in een gebied dat in oude geschriften reeds wordt aangeduid als “het lage midden van de Achterhoek”. Een vlak land met hier en daar wat hogere zandruggen en zandbulten. Daartussen lagen ondiepe kommen met veenmoeras. Het water bleef daarin staan boven ondoordringbare lagen van leem en oer. De beekjes in dit gebied konden nauwelijks een bijdrage leveren aan de ontwatering. Een zeer verraderlijk en gevaarlijk gebied. Er waren maar een paar manieren om aan de andere kant van die ellende te komen. Een belangrijke doorgangsweg was de Halse rug, een zandrug die loopt van Aalten langs de Hallerdijksbulten en de Vennebulten naar Halle om vervolgens af te buigen richting Hengelo. Het was maar gering, misschien twee meter, maar toch was deze zandrug voor onze voorouders van levensbelang. In de loop der eeuwen zijn duizenden en duizenden mensen over deze rug getrokken. Op doortocht, op jacht en later ook om er een woonplek te zoeken. Onze camping ligt aan de Landstraat. Je kunt je niet voorstellen dat deze weg in vroeger tijden zo’n belangrijke functie had als verbindingsweg. Sterker nog: deze weg groeide uit tot een belangrijke handelsroute vanuit Duitsland in de richting van de Arnhem, de Veluwe en verder naar het westen van Holland. De Landstraat heette overigens in 1829 nog de “Groote weg van Zelhem naar Bocholt". Om je een idee te geven over de verbindingswegen (meestal niet meer dan een krakkemikkig karrenspoor) een afbeelding van een kaart van het Kwartier van Zutphen zoals dat er in 1757 uitzag.

vrijdag 23 augustus: @ halle

Stond er vanmorgen vroeg nog maar één familiecampertje op het terrein, in de loop van de middag werden dat er uiteindelijk drie. Kareltje (moet eigenlijk met een C) was gisteravond al bij ons langs geweest om zijn goudstukken te incasseren. We mochten contanten in zijn buidel werpen of (heel modern) een bedrag op zijn bankrekening overmaken. Kosten voor twee nachten € 52,00, inclusief stroom en geen verborgen bedragen voor douchen en/of afwas en zo. Voor een natuurkampeerterrein een gangbaar tarief.

Na het ochtendritueel, inclusief de afwas, konden we natuurlijk gaan wachten tot alle twaalf wielen verzameld waren. Deden we uiteindelijk toch maar niet: onze billen waren gisteren net gewend aan het zadel toen ze al weer in de ruststand mochten. Komoot en ik hadden dus weer een leuk tochtje gefabriekt. Werktitel: smalle gravelpaden rond Halle. We kwamen weer een aantal verrassende zaken tegen. Wat vind je bijvoorbeeld van “De Goede Herder Kapel” in het buurtschap Veldhoek, met het uiterlijk van een Scandinavisch kerkje? Het gebouwtje is gemaakt van hout dat zo'n tachtig jaar geleden vanuit de haven in Rotterdam naar de Veldhoek is gebracht. We leven dan ergens in het midden van de twintigste eeuw, het kerkje werd in 1951 ingewijd. Jarenlang hoefden de Veldhoekers niet naar Hengelo of naar Zelhem naar de kerk. Maar daar kwam een paar jaar geleden een einde aan. Bekende verhaal van hoge onderhoudskosten die door steeds minder kerkgangers opgebracht moeten worden. Een eenvoudige oplossing is dan het pandje in de verkoop zetten. Binnen een week dienden zich kopers aan. Inmiddels is het een woonhuis.


Volgende highlight: Rijkswerkkamp De Wittebrink. Nog nooit van gehoord.
Het Rijkswerkkamp De Wittebrink werd in 1937 in gebruik genomen in het kader van de werkverschaffing tijdens de crisis van de jaren 30. Verspreid over heel Nederland werden in die tijd kampen uit de grond gestampt om werklozen onder te brengen die tewerkgesteld werden bij het het ontginnen van delen van de heide. Ook op landgoed Enghuizen werden slaapbarakken, een kantine en nog een paar schamele gebouwen neergezet door de Rijksgebouwendienst. De Heidemij had uiteindelijke leiding. We hebben het al eerder gezien bij die werkkampen: in de oorlogsjaren (hier in Enghuizen in augustus 1942) werden de werklozen heengezonden om plaats te maken voor Joodse dwangarbeiders, die begin oktober werden weggevoerd die via Kamp Westerbork in de vernietigingskampen terecht kwamen. Na de bevrijding werden in het kamp voormalige NSB'ers en SS'ers geïnterneerd. Ook sloten de geallieerden er Duitse krijgsgevangenen op. Uiteindelijk is de hele handel gesloopt met uitzondering van de beheerdersbarak, deze is in gebruik als woning. Eigenlijk is er van het hele kamp niets meer te zien. Gelukkig heeft de gemeente Bronkhorst in 2014 nog een potje gevonden om een gedenkbord bij het voormalige kamp te plaatsen. Maar waarom zo'n lullig bord nog 1.000 euro moet kosten is mij een raadsel. Neem aan dat het kunstwerk van oud ijzer niet bij dat bedrag inbegrepen zat.

Bladzijden vol kun je schrijven over de dingen die we tegenkomen. Lyrische verhalen vallen te vertellen over het Achterhoekse coulisselandschap en smalle gravelpaadjes die zich een weg banen door velden met Engels Raaigras links en Zuid-Amerikaans maïs rechts en soms ook omgekeerd. Een tijdlang hadden we een variant: rechts maïs en links de Veengoot (zie foto's). Ik beperk me tot nog één highlight, namelijk de Kruisbergse bossen. Niet omdat in dit bosgebied ten noordwesten van Doetinchem rond het begin van onze jaartelling Romeinen hebben gebivakkeerd, maar omdat het een “aardkundig monument” is. De bossen bevinden zich op een complex van rivierduinen dat zo’n 10.000 jaar geleden door de wind is gevormd uit eerder afgezet rivierzand. Door de aanwezigheid van die rivierduinen zijn er veel hoogteverschillen te vinden zijn. Het hoogste punt ligt op ongeveer 30 meter boven NAP. Hier en daar zijn vennetjes te vinden. De vele sloten zijn in het verleden gegraven door boeren om overtollig water af te voeren. Ben je een beetje kreupel? Geen probleem! Er zijn door het bos verharde paden aangelegd die een route van ongeveer vier kilometer vormen. Dit om rolstoelafhankelijken van het verpleeghuis Den Ooiman en (in mindere mate) het Slingelandziekenhuis te faciliteren. Overigens mag je er ook komen als je wat meer valide bent.


Via onder meer het Lettinkpad (foto van Komoot, duidelijk in een ander jaargetijde gemaakt) ging het camperwaarts, over een paar dagen zeggen we huiswaarts wanneer we het over de camper hebben. Het pad is in 2014 aangelegd. Mooi stukje fietsen: je komt het tegen wanneer je van knooppunt 3 naar 41 fietst (of omgekeerd), je komt langs de Heidenhoekse Vloed en door een natuurgebied dat in 2006 op voormalige landbouwgrond is ontwikkeld en eindigt aan de Nijmansedijk. In dat nieuwe natuurgebied hebben buurtbewoners het Boelekeerlspad aangelegd, een pad van ongeveer zes kilometer lang langs watergangen (zoals de Halsche Vloed) poelen, landerijen, oude en nieuw aangelegde natuur.
Het pad is vernoemd naar de "boelekeerl", een boeman waarmee in vroeger tijden kinderen angst werd aangejaagd om ze op die manier bij putten, sloten en poelen vandaan te houden: “De boelekeerl zit onder ’t vlonder, doarumme meug i-j nooit dichte bi-j ’t water of bi-j de kolk kommen” (in de variant Achterhoeks die men in Halle bezigt). Onderstaande foto heeft in 2019 in het tijdschrift Noaber gestaan. Het bijbehorende artikel kun je vinden op https://www.naober.nl/eropuit/wandelen/wandelen-rond-zelhem-op-het-boelekeerlspad/.


En toen we op Hessenoord terugkwamen stonden daar drie campertjes op ons te wachten (zie foto aan het begin van dit verhaal) en konden we beginnen aan een ingelaste (spontane) familiereünie en werd het tijd voor het weekendsapje (vrijdag hoort toch bij het weekend?) En al snel werd het onrustig op de camping, ook omdat broertje-zonder-camper met zijn wederhelft een vorkje kwam meeprikken. Wat een kabaal: o
udejaarsavond in Lichtenvoorde is er maar een klappertjespistooltje bij. En dat op een natuurterreincamping. Foei! Maar over het barbecuegebeuren morgen meer. Een mooie dag, niet het allermooiste weer want regelmatig een paar spetters, maar goed te doen. En morgen? Morgen is er weer een dag. We gaan richting Zeeuws-Vlaanderen, maar waarschijnlijk doen we daar twee dagen over en stoppen we morgen “ergens halverwege”.



donderdag 22 augustus 2024

nazomertocht 2024 – 1: één familiecampertje

 

Eén familiecampertje staat er op dit ogenblik op camping Hessenoord in Halle, het moeten er morgen drie worden. Zuster/schoonzus/zwager D&M hebben eindelijk een nieuw (nou ja nieuw?) Dickenmarianneke. En dat beestje moet natuurlijk getoond/gekeurd/bewonderd/becommentarieerd worden. Dus een plekje zoeken voor drie campertjes. Broer/zwager/schoonzus T&M hebben (nog) niet zo'n ding en zien het niet zitten om met hun bejaarde lijven in een klein tentje te kruipen, maar komen wel een vorkje meeprikken vrijdag. Hessenoord werd het dus. Kampeerterrein Hessenoord ligt midden in het groen in Halle, gemeente Bronckhorst. Als je dat niet weet te vinden: in de driehoek Zutphen-Doetinchem-Winterswijk. Het is een officieel erkend natuurkampeerterrein, dus een kampeerkaart nodig. Nu zijn we vroeger tussen de bloemetjes en de bijtjes opgevoed, dus de camperbezitters van de familie hebben zo'n kaart. Denk overigens wel dat de liefde voor de natuur bij mijn moeder vooral door de maag ging, maar misschien is dat een erg persoonlijke interpretatie en zien anderen dat niet. Ik herinner me in ieder geval de vraag “Kö'j dat etten?” bij alles wat bewoog. Ooit werd er door mij een wilde eend gesignaleerd in de tuin. Een dag later was hij (want bont gekleurd) er niet meer, wel kregen we een bijzondere soep voorgeschoteld. Over kampeerkaartjes gesproken: sommige familieleden hebben nog flink wat meer varianten maar daar zullen we het nu niet over hebben.


donderdag 22 augustus: @ halle

De start van onze nazomertocht stond al weken gepland: voor vandaag dus; het idee van de familiereünie is van latere datum, dus waarom niet een dagje eerder naar de camping toe en de familie jaloers maken met mooie foto's? De buurtschap waar we vertoeven heet de Meuhoek. Als je je een beetje gaat verdiepen in de materie kom je tot de ontdekking dat de Meuhoek een ontginning is in de Halsse Maeden van boeren uit Halle. De grond lag te laag of was te onvruchtbaar om te dienen als bouwland, maar was goed bruikbaar als weidegrond. De naam Halsse maeden geeft aan dat deze weilanden hoorden bij de Halse boerderijen. Meu is waarschijnlijk een verbastering van made, ik verzin het niet zelf. De toevoeging hoek duidt een bepaald gebied aan: zo bestaat er bijvoorbeeld in de directe omgeving ook een Heidenhoek en de Veldhoek. Het kenmerkende van de Meuhoek is de aanwezigheid van knotelzen. Knotwilgen schijnen algemeen te zijn maar knotelzen niet. Het gebied is van nature vrij vochtig en in dat milieu voelt de zwarte els zich goed thuis. In 2011 zijn door Stichting Achterhoek weer Mooi in het gebied circa 3000 knotelzen en elzenbomenrijen geteld. Veel elzen zijn meer dan 200 jaar oud. Dit omvangrijke knotelzenlandschap is uniek voor de Achterhoek. Vroeger werden deze bomen met regelmatig geknot. Omdat het gebruik van brandhout in de laatste 30 jaar steeds minder nodig is dreigde het beheer van deze elzen steeds meer in de knel te komen omdat ze niet meer geknot werden. Tel daarbij op dat de bomen van natte voeten houden en dat juist dit gebied te maken had met verdroging. In 2015 is er aan de noodrem getrokken en inmiddels is voor 30 jaar aanplant en onderhoud van ruim 1900 knotelzen verzekerd, de rest schijnt te volgen. Wil je meer weten: https://www.achterhoekweermooi.nl/knotelzen-in-de-meuhoek/. Volgens mij is de collage die in deze alinea staat ook van die site.


“
Is er een inniger huwelijk dan dat tussen fiets en camper”, vroeg Léon Geuijen zich af in Kampeerauto 2024-6 (septembernummer). Hij mag zich dat afvragen want hij is hoofdredacteur van genoemd blad. W werd helemaal wild van deze editie. Een rondje Doetinchem stond dan wel niet in het tijdschrift, maar Komoot en ik maken zoiets in een paar minuten. Landschappelijk niet al te mooi vandaag, maar verrassende dingen gezien. Een deel van de route ging door het buitengebied van Doetinchem, plekken waar je normaal niet komt. Ook een fietspad langs het Braamtse Gat (officieel Stroombroek) was voor ons totaal onbekend. Net geen 46 kilometer, met aan het begin een stevige tegenwind. Voordeel is dan dat je op het eind naar de camper geblazen wordt en bijna niet hoeft te trappen. Wisselend bewolkt, later op de camping een paar spetters. Een mooie eerste dag, er volgen er nog zo'n 25 (Deo volente hoor je dan te zeggen). Tijdens het fietsen nog een nieuw tegeltje bedacht: “Toppunt van onschuld: denken dat fellatio een soort pasta is”. Een mens moet toch aan iets denken tijdens het fietsen?

maandag 19 augustus 2024

een tussendoortje – 6: alleen maar niet eenzaam

Ja, ken mijn klassiekers wel en weet dat de titel eigenlijk “Eenzaam maar niet alleen” moet zijn, tenminste als je daarmee de memoires van prinses Wilhelmina, die vijftig jaar lang koningin van Nederland was, bedoelt. In haar boek (verschenen in 1959) blikt ze terug op haar leven: op haar jeugd in de negentiende eeuw, haar regeringstijd gedurende de moeilijke jaren van neutraliteit tijdens de oorlog van 1914-1918 en de bezetting door nazi-Duitsland, waarin ze uitgroeide tot symbool van de Nederlandse eenheid en onafhankelijkheid. Wilhelmina was de eerste Oranjevorst die memoires schreef. Even voor de volledigheid: begin er niet aan, tenzij je er van houdt om in delen van vrijwel elk hoofdstuk iedere zin minstens twee keer het woord “God” tegen te komen. Wat vind je bijvoorbeeld van de volgende tekst? “Ik keerde mij ijzende van hen af, die de wetenschap als het hoogste huldigden en nam mij voor mijn geliefd, mijn heiligst geloof, het gezag over mijn levensscheepje toe te vertrouwen, de voorrang te geven aan ziel en hart en de tweede plaats, die van hun gewillige dienaar, toe te kennen aan mijn verstand. De vrede met God, die alle verstand te boven gaat, maar ook alle verstand verlicht, in mijn hart toe te laten.” Onze Mien schreef memoires letterlijk vol geloofsovertuiging. Wil je het toch proberen? Als je een beetje diagonaal leest en kunt genieten van taalconstructies als “Hierna vertrokken wij naar Het Loo om te genieten van het herfsttij, dat daar zo prachtig kan zijn met zijn opwekkende lucht en schitterende kleuren”, dan moet je er gewoon een paar uur voor uittrekken. De tekst is gratis en voor niks te lezen op https://www.dbnl.org/tekst/wilh001eenz01_01/.

Was Willemien eenzaam maar niet alleen, de schrijver van dit stuk was weer een paar dagen alleen, maar beslist niet eenzaam. Gewoon enkele etmalen in mijn eentje nadenken over de zin van het leven en een aantal BHBHH evalueren. Ook even nadenken over de wijze woorden van kleinzoon Q (net 12 geworden): “Je hebt gezegd dat je camper naar een autoschadebedrijf is geweest. Vind dat een domme benaming, want kunnen ze dat niet beter een autorepareerbedrijf of autoschadeherstelbedrijf noemen”. Kijk, hou wel van dat soort wijze woorden. Zou een kleinkind van zijn opa kunnen zijn. Op de tweede foto hieronder staat hij raddraaier te zijn.



zaterdag 17 tot maandag 19 augustus: @ bentelo

“Een huwelijk is als een houtvuur: als twee houtblokken te stijf op elkaar liggen gaat het vuur uit, maar als ze losjes op elkaar liggen branden ze als een tierelier omdat er zuurstof bij kan.” Weet niet waar ik deze tekst gelezen heb, maar er zit een grote kern van waarheid in. Met de liefdevolle opmerking “er zijn meer huwelijken kapotgegaan door zweetvoeten dan door overspel” nam W afscheid van me, maar vond dat ik in haar woorden geen vrijbrief mocht zien. Met die kennis gewapend nam ik ook afscheid van haar en wendde de steven naar net-buiten-de-Graafschap, waarvan je het deel van het Gelders volkslied (het derde couplet) nog tegoed hebt:

Waar kasteelen statig prijzen, Rond door park en bosch omringd,
Waar het voog’lenkoor zijn lied’ren, In het dichte loover zingt;
Waar het lief’lijk schoon van ’t landschap, ’t Oog des schilders steeds bekoort,
Daar is onze “olde Graafschap”, Kost’lijk deel van Gelre’s oord.
Daar is onze “olde Graafschap”, Kost’lijk deel van Gelre’s oord.


Bij het wegrijden van huis kon ik nog net zien dat de postbezorger de laatste versie van het Michelinkaartenboek (met ringband) van la douce France door de brievenbus liet glijden. Drie keer raden waar we volgende week naar toe willen. Nu werden het twee rustige dagen en nachten Bentelo, op de Bentelose Esch. Nee, geen opsomming van dingen die ik (niet) gedaan heb deze dagen. Ook geen verhaal over last van z
eemist of zeevlam (plotseling van zee opkomende mist), heb ik namelijk niet gehad. Zelfs de vliegen hielden zich rustig. Volsta met de melding van drie feiten: heb “Eenzaam maar niet alleen” uitgelezen, heb twee dagen geleefd op een ontzettend lekkere pastasalade (zelf ontworpen) en ben tot de ontdekking gekomen dat mijn nieuwe (sport)broek verschrikkelijk lange binnenpijpen heeft (zit zo'n binnenbroekje in). Wat je met dat laatste nieuwsfeit moet weet ik niet, maar zoals gewoonlijk ben ik het weer kwijt. Heerlijk om al je problemen van je af te kunnen schrijven. 

Kortom: gewoon twee rustige dagen, acceptabele temperaturen en goede gesprekken met mezelf. Voor herhaling vatbaar.
Of zoals een helaas veel te vroeg overleden zeilmaat eens zei: “Na een paar van dat soort dagen kun je de echtelijke staat weer aan”. En toen ik op maandagmorgen weer redelijk door de spellingproblemen was gekomen en geen fouten had gemaakt bij fantastische woorden als immigratie en consciëntieus, het juiste aantal n'en. s'en en t'en nog kende van comité en commissie en ook de woorden haviken en dromedarissen foutloos kon schrijven, kon ik weer proberen in het gevlij te komen bij mijn wederhelft (ook het woord gevlij stond in de proeve van bekwaamheid van maandagmorgen). Nu eerst iets met een reparatie van een gehoorapparaat, controlebezoekje ogenboer (waarschijnlijk blijven druppelen), iets met 60 kinderen van asielzoekers op het museum een dagje bezighouden, een tienjarige kleinzoon feteren en een stichtingsvergadering en daarna (vanaf donderdag) een kort nazomerreisje.