Tja, wanneer je weer (een beetje) kunt lopen en het weer is nog net acceptabel dan staat niks in de weg om het belachelijk lage aantal overnachtingen op vier wielen dat we dit jaar in ons balboekje hebben bijgeschreven een beetje op te krikken. De oorzaak zal bij de meesten wel bekend zijn: nadat op de bejaardengym werd geconstateerd dat het wel erg snel bergafwaarts ging met mijn onderdanen en ik op het museum niet meer kon gidsen omdat het einde van het terrein inmiddels een bruggetje te ver was, volgden op 2 maart een aantal onderzoeken in het skb: beetje lopende-band-werk en een (zwangerschaps)echo. Het bleek dat nader onderzoek wenselijk was en dus mocht ik op 19 maart een vatenscan ondergaan. De medische tak van mijn familie (en dat zijn twee zussen, een broer en twee maal aanhang) noemen dat een CTA of angio-CT-scan, een geavanceerd röntgenonderzoek waarbij een scanner digitale afbeeldingen maakt van dunne dwarsdoorsneden ("plakjes") van de bloedvaten. En inderdaad: opa leed aan aderverkalking (het vriendelijke woord is “vaatvernauwing“ heb ik me laten vertellen). Dat werd me op 13 april door de vaatchirurg meegedeeld met de bemoedigende opmerking dat er wat aan gedaan kon worden. Het minder bemoedigende deel was dat de wachtlijst voor dit soort ingrepen inmiddels was opgelopen tot drie maand. Door omstandigheden zijn dat er vijfeneenhalf geworden, waarbij ik uiteindelijk “leuke dingen“ zoals een bezoek aan een concert van Boh Foi Toch vanuit een rolstoel kon meemaken. De eerste oproep werd gecancelled vanwege een kapotte operatietafel en toen ik de tweede keer al geoormerkt was in het ziekenhuis (polsbandje om en zo) werd me meegedeeld dat de operatie vóór mij uitliep en gezien de vermoedelijke lengte van mijn ingreep de vaatchirurg niet meer mocht werken omdat hij voor die dag al voldoende meters had gemaakt. Mocht dus onverrichter zake naar huis. Kreeg een paar dagen later wel een bosje bloemen van het Medisch Spectrum Twente uit Enschede, dus daar voelden ze ook wel op hun klompen aan dat het niet helemaal volgens de regels ging. De derde keer was het raak: gedurende 3,5 uur (voorbereiding en uitslaapkamer niet meegerekend) hebben ze aan en in me zitten peuteren: beetje schrapen in twee liezen en via de linkerlies met een katheter werden er twee stents in mijn buikslagader en een paar in mijn linkerbeen geplaatst. Beide benen werden ook gedotterd. Volgende dag alweer naar huis en weinig last gehad. Enige nadeel: hoe vaker zo’n operatie wordt uitgesteld hoe meer je te weten kunt komen over wat er allemaal tijdens het knutselwerk mis kan gaan, tot geamputeerde benen toe.
En dan een paar weken rustig aan doen. Je krijgt een aantal leefregels mee, maar dat is ook een vrij vaag verhaal. Als je het kort samenvat: “Luister naar je lijf“. Een beetje gedetailleerder: na het plaatsen van een stent kun je lichte dagelijkse activiteiten na 24 uur hervatten, maar moet je zware inspanning en druk op de wonden de eerste dagen tot week vermijden. Dus niet tillen, duwen en andere zaken die je lijf belasten. Je moet de wonden goed laten genezen. Eerste week niet sporten, autorijden en fietsen ook pas na een week of zo. Vergeet nog te vertellen dat je voorzichtig moet zijn op het toilet: niet te hard persen! Douchen mocht al na 24 uur en dat was wel fijn want mijn hele onderlichaam zat onder de roze jodium (mijn zus noemde dat chloorhexidine, maar dat woord is onmogelijk te onthouden). “U hebt slechte aderen, dus lopen, lopen en lopen is het devies“, was de belangrijkste leefregel van de dokter. W vulde dat spontaan aan met minstens 20 kilo afvallen en voorlopig geen alcohol, maar waar ze die wijsheid vandaan haalde weet ik niet. De laatste rode wijn die nog in huis was ging in ieder geval in de stoofperen. Zoonlief kwam met een “fruitmandje“ op ziekenbezoek: een grote wasmand vol met peren-uit-eigen-tuin, zodat “je je even niet hoeft te vervelen“. Toen W later de stoofpeertjes proefde vond ze dat ze vooral glühwein naar binnen aan het werken was. Toch te scheutig geweest met de kruidnagelen? En zo kabbelde de week voort: flink wat visite, de nodige bloemen, een uitje naar de Dublin Legends (nog een verjaardagscadeautje), samen boodschappen doen en voor je het weet ben je een week verder.
zondag 4 oktober: @ kotten/oeding
Nee, niet meteen “kippenoppascentrale“ roepen als je Kotten hoort. Deze keer gaat het om een andere Kottense plek, namelijk de boerderij van schaapsherder Roelof. Wie in de Oost-Achterhoek regelmatig wandelt of fietst, kan hem zomaar tegenkomen: Roelof Kuipers, met zijn hoed, zijn lange haar en baard, zijn honden en daarachter een hele stoet schapen. Geen decorstuk uit een nostalgisch plaatjesboek, maar gewoon een man die van schapen hoeden zijn beroep heeft gemaakt. (Ja even voor je opgezocht: schapen hoeden - dus met twee woorden - schrijf je wanneer het gaat om het werkwoord, zoals in de zin "De herder gaat de schapen hoeden." en je schrijft het aan elkaar - één woord - schapenhoeden wanneer het als zelfstandig naamwoord wordt gebruikt, zoals in: "Schapenhoeden is een eeuwenoude traditie."). Terug weer naar Roelof, een Achterhoeker die helemaal geen Achterhoeker is. Roelof Kuipers komt oorspronkelijk uit Drenthe. Hij is ooit als loodgieter begonnen, maar de schapen trokken uiteindelijk harder dan de leidingen. Sinds 2006 is hij fulltime herder. En dat betekent niet dat hij iedere ochtend met zijn kudde een rondje maakt en om vijf uur de staldeur achter zich dichttrekt. Schapen hebben geen agenda. Als ze honger hebben, willen ze gras. En als dat gras ergens anders beter is, dan willen ze daar naartoe. Daar komt Roelof in beeld. Met zijn honden houdt hij de zaak een beetje bij elkaar. Want een kudde van honderden schapen is misschien een indrukwekkend geheel, maar van dichtbij blijkt het vooral een verzameling eigenwijze individuen te zijn. De een loopt te ver naar links, de ander heeft iets interessants aan de overkant gezien en nummer drie vindt kennelijk dat hij best alleen verder kan. Gelukkig zijn daar de honden.
De schapen zijn inmiddels ondergebracht in een stichting: Stichting Landschapskudde Oost-Achterhoek, deze stichting zet zich in voor het behoud van de schaapskuddes in het Nationaal Landschap Winterswijk. In Kotten kreeg dat verhaal uiteindelijk een vaste plek. Roelof en zijn vrouw kochten een boerderij en die en de bijbehorende schaapskooi werden ontwikkeld tot een belevenisboerderij, met activiteiten rond de kudde, schapen en natuur. Wandelen met de herder, schapen scheren, werken met wol en natuurlijk gewoon kijken naar de dieren, van die dingen die westerlingen leuk vinden. De bedoeling is daarmee niet alleen de kudde in stand te houden, maar ook de kennis en het oude ambacht van het gescheperde hoeden door te geven. Wij komen niet voor al deze tierlantijnen maar gewoon voor de camping: een mooi SVR-exemplaar. En terwijl de schapen van Roelof het gras korthouden, zaden verspreiden en met hun mest weer voedingsstoffen terug in de grond brengen zitten wij op de “Belevingshof“ gewoon te zitten en peinzen over het verschil tussen het leven hier met een herder die gewoon achter zijn kudde aan loopt en de wereld waar steeds meer geautomatiseerd wordt. En het fijne is dat we tijd hebben om te peinzen, eigenlijk hebben we alle tijd.
De komende dagen gaan we hier wat filosofisch het camperjaar afronden. Een jaar met weinig overnachtingen, maar daar zullen we een dezer dagen eens een boom over opzetten. We beginnen met een familietreffen. Afgesproken dat we de drie campertjes weer eens aan elkaar laten snuffelen en dat kan heel goed bij schaapsherder Roelof. En daar gaan we deze zondag mee beginnen. W had eerder deze week al een bezoekje gebracht aan de Belevenishof en ons bezoek voor later in de week aangekondigd. Was een beetje stout: heb de camper gereden, dacht “luister naar je lijf“ en ik hoorde niks. Geen problemen, alleen als je een noodstop moet maken kan de stop die je aderen afsluit ontstoppen. Moest wel op deze manier want W had voor maandagochtend (vrijwilligerswerk) de auto nodig. Camping liep in de loop van de middag leeg: er zijn nog steeds mensen die op maandag moeten werken. Een middag in bejaardentempo: vier van de zes gingen de hond uitlaten en waren zo maar anderhalf uur weg. Twee (oude) mannen bleven achter om het fort te bewaken en dat kon ik in ieder geval heel goed met gesloten ogen. Mijn metertjes wel op de camping gemaakt achter de rollator, bijvoorbeeld om te kijken waar de stroompunten verstopt waren. Veel koffie en thee en tegen etenstijd regelde W een paar prettige pizza’s bij de pizzaboer in Oeding (een paar honderd meter verder, net over de grens).
V: 226.951; A: 226.970. Rijtemperatuur 18-19 graden, later op de camping nog iets hoger. Vrijwel onbewolkt. Zon op/onder: 07:37/19:04 (gegevens Oeding). Een mooie dag. En morgen? Morgen is er weer een dag. De rest van de familie gaat naar huis, wij blijven nog zolang het droog blijft. Morgen wel even het busje verkassen naar een plek met meer zonuren per dag: meter of 50.








