noordpolderzijl

noordpolderzijl

dinsdag 6 oktober 2026

wanneer je weer kunt lopen - 3: leef alsof het de laatste dag is en denk dat je nog een heel leven voor je hebt

Een aantal jaren geleden was er een oudere man in “We zijn er bijna“ die als levensmotto had: “Leef alsof het de laatste dag is en denk dat je nog een heel leven voor je hebt“. Weet niet of hij nog op dit ondermaanse aanwezig is, hij zat toen eigenlijk al aardig tegen zijn houdbaarheidsdatum aan te hikken. Vond het wel een mooie uitspraak van hem. “Leef alsof het de laatste dag is” is misschien een beetje een gevaarlijke uitspraak. Als je dat letterlijk neemt, wordt het bij sommigen misschien een soort paniekproject. Je gaat dingen doen die je normaal nooit zou doen, simpelweg omdat je denkt dat het moet. Terwijl de mooiste momenten vaak ontstaan uit het gewone. Kwam er later achter dat André Hazes jr. ook een liedje had met een tekst die er wat op lijkt: “Leef, alsof het je laatste dag is. Leef, alsof de morgen niet bestaat“. Met 75 jaar op de teller heb ik niet echt de neiging om elke dag nog één keertje alles te moeten doen wat ik ooit heb uitgesteld. Eerlijk gezegd: als het echt mijn laatste dag zou zijn, zou ik waarschijnlijk gewoon rustig koffie drinken, een beetje in de verte staren en proberen te begrijpen waarom het allemaal zo snel is gegaan. Als het de juiste tijd van het jaar is zou ik misschien mijn busje pakken en een dag of zo verdwijnen in de rimboe en hopenlijk heb ik dan een bijrijdster mee. Beetje klungelen op zo’n camperplaats waar het waterpunt dichtbij is als je niks nodig hebt en zich juist aan het andere eind van het terrein bevindt wanneer je tot de ontdekking komt dat je geen water meer hebt om de boontjes, laat staan de aardappelen, op te zetten. Met altijd zo’n buurman naast je die duidelijk laat merken dat hij over alles heeft nagedacht en dat hij ook nog eens een professioneel rangeerpiloot is. 

Ik moet toegeven dat er zelfs op een camperplek van die dagen zijn waarop ik wakker word en denk: “Nou, als dit mijn laatste dag is, dan begint hij wel erg matig.” Ik kijk naar buiten, zie een miezerige regenbui die zelfs de slakken depressief maakt en besluit dat ik eerst koffie nodig heb voordat ik überhaupt in staat ben te overwegen om groots te leven. Als ik goed nadenk geloof ik niet dat ik op mijn laatste dag nog spectaculaire dingen zou willen doen. In ieder geval niet onmiddellijk na het wakker worden: in ieder geval eerst even acclimatiseren. Niet meteen een berg beklimmen of een parachutesprong doen, eigenlijk hoeft die flauwekul helemaal niet meer: dat soort fratsen heb ik al jaren geleden afgevinkt. Been there, done that, ready. Hooguit een stukje fietsen vanaf de camperplek en bij terugkomst gelukkig zijn dat je stoel nog staat waar je hem had neergezet en beseffen dat je nergens hoeft te zijn behalve hier, op deze plek, met deze lucht en deze stilte. Gewoon genieten van het feit dat de wereld even niet aan me trekt.

dinsdag 6 oktober: @ kotten/oeding

Eigenlijk begon de dag vandaag zoals ik hierboven beschreven heb: bewolkt, beetje somber. Nog net niet koud genoeg om de kachel aan te doen: het gas dat het koffiewater naar kookhoogtepunt moest brengen en daarna de broodjes in de Omniapan moest laten bruinen gaf net voldoende warmte af om geen dooie vingers te krijgen. Gelukkig veegde W me niet van de kaart met ons (werk)dagelijkse spelletje BeterSpellen: beiden schreven we “graffiti“ niet goed terwijl we de juiste “hiërogliefen“ aanvinkten. Toen ik ook nog een (oude) column van Sylvia Wittemans achter de kiezen had: “Een kroket moest het dus worden. En dan niet het vegetarische ‘vitaaltje’, want dat smaakt naar de klonten in champignon-Cup-a-Soup, en ook niet de satékroket, want die valt al net zo lastig uit te leggen als het bamiblok, nee, een gewone vleeskroket. Ik hield mijn adem in terwijl ze het eerste hapje nam. Zelf ben ik er dol op, maar je weet nooit hoe zoiets bij een ander valt“, mocht ook deze dinsdag echt beginnen. Wie weet: misschien wel de laatste dag. In ieder geval onze laatste nacht op de camping in Kotten: woensdagavond begint volgens Buienradar (en andere profeten) de herfst.

De dag begon niet vrolijk, weertechnisch gesproken dan. Wel droog maar geen zon te vinden. Dat bleef zo tot in de middag, toen werd het wat vriendelijker. Maken we er toch een vakantieactiviteitendagje van? Soms hoef je helemaal niet ver weg om het gevoel te hebben dat je een dagje op vakantie bent. Vanuit de Achterhoek rijden we vandaag richting Duitsland. Niet voor een groot avontuur, maar gewoon omdat het leuk is om eens een andere kant van de grens op te zoeken. We hadden een paar ideetjes, één ervan was Borken. We zijn er al eens vaker geweest, de laatste keer op de fiets geweest. Gemakkelijk te doen want Borken ligt maar een klein eindje over de grens. In de serie “Grensverkenningen“ beschreef ik toen ook Borken. BOR op de kentekenplaten voor de geïnteresseerden. Om heel eerlijk te zijn zijn we niet verder gekomen dan een “voorstadje“ van Borken, namelijk Gemen met zijn waterburcht net ten noorden van Borken. Op het eerste gezicht lijkt het een rustig Duits dorpje, maar midden tussen de huizen ligt een kasteel met een eeuwenoude geschiedenis. De Wasserburg Gemen werd meer dan 900 jaar geleden gebouwd. De burcht ligt op twee eilanden in het voormalige moerasgebied van de Bocholter Aa en wordt omringd door een brede gracht. De ligging was niet toevallig. Gemen lag precies in een gebied waar verschillende machthebbers elkaar in de gaten hielden. Aan de ene kant het prinsbisdom Münster, aan de andere kant de gebieden van Kleef en Gelre. De heren van Gemen wisten daar eeuwenlang handig tussen door te laveren. Hun gebied groeide uit tot een rijksonmiddellijke heerlijkheid, dat wil zeggen: Gemen viel rechtstreeks onder het Heilige Roomse Rijk en niet onder een grotere regionale vorst. Die bijzondere zelfstandige positie bleef bestaan tot 1806. Het complex is in de loop van de eeuwen steeds aangepast en uitgebreid. De grote watergracht, de gebouwen en de ligging tussen het groen geven het geheel nog altijd een behoorlijk middeleeuwse uitstraling. Sinds 1946 heeft de burcht een heel andere functie. Het bisdom Münster huurt het complex en gebruikt het als Jugendburg Gemen, een grote katholieke jeugd- en onderwijsinstelling. Dat betekent dat je niet zomaar als toerist naar binnen kunt lopen, maar ik weet hoe het er van binnen uitziet (tenminste hoe het er 60 jaar geleden uitzag). Vandaag beperkten we ons tot een blik vanaf de openbare weg.

In Gemen hebben we onze plannen bijgesteld. Kwam tot de ontdekking dat ik ooit een foto had gemaakt van de fontein van Stadtlohn en toen ik die wilde publiceren was het kreng verdwenen. Volgens mij was dat ook in 2018. Dus op naar Stadtlohn, tijd om even bij te komen van de wandeling tijdens de autoreis. Parkeerplaatsje gevonden net buiten het centrum van Stadtlohn gevonden en op de markt de Figurenbrunnen gekiekt. De fontein werd gebouwd in 1984. Als onderdeel van de stadsvernieuwing in 2015 werd de locatie ervan op het marktplein, in de schaduw van de St. Otgerkerk, enigszins gewijzigd. De fontein beeldt bisschop Liudger, een pottenbakker, generaal Tilly, Christian van Brunswijk, een boerin, een weefster, de burgemeester, een stadsomroeper met een bel en een vrouwelijke burger uit. Het werk is gemaakt door de kunstenaar Kleinhans uit Sendenhorst. Belangrijk? Helemaal niet. Veel belangrijker was dat op de terugweg een ijssalon onze weg versperde.


“Next stop Vreden“ sprak W. Niet dat we van alles af te vinken hebben, de kreet kwam er gewoon spontaan uit. Misschien was dat “onverwachte“ wel de charme van deze dag. Geen lange wandelingen, geen strak programma en geen ingewikkelde route. Gewoon met de auto een stukje Duitsland in, ergens parkeren, een paar dingen bekijken en daarna weer rustig naar ons huis in Kotten. Maar eerst Vreden. Een heel klein stukje Vreden! In het Stadtpark van Vreden, vlak bij de Berkel, ligt een "plakje" Westmünsterland dat eigenlijk zo uit de Achterhoek had kunnen komen. Het Bauernhausmuseum Vreden, officieel de historische Hofanlage, bestaat uit twaalf oude gebouwen die vanuit verschillende plaatsen in het Westmünsterland naar het park zijn overgebracht. Het middelpunt is het Hof Früchting uit Vreden-Ellewick. Het woonhuis werd in 1712 gebouwd als een zogenoemd Zweiständerhaus, een type boerderij dat je in deze streek veel tegenkwam. In 1967 begon de verhuizing naar het Stadtpark en in 1969 werd de hof officieel geopend. Een paar mooie dingen die zo in ons Achterhoeks Openluchtmuseum hadden kunnen stan, bijvoorbeeld de ruim tweehonderd jaar oude Huning'sche Wassermühle. De molen werd in 1811 oorspronkelijk in Ammeloe gebouwd en is later naar het museum verplaatst. De techniek is nog steeds aanwezig en vrijwilligers van het Möllenkring zorgen ervoor dat de molen bij bepaalde gelegenheden daadwerkelijk kan draaien. Als Achterhoeker herken je hier veel. De boerderijen, de indeling van het erf, de schuren en de manier waarop wonen en werken vroeger bij elkaar hoorden, verschillen niet zo gek veel van wat je aan Nederlandse kant van de grens aantreft.






En toen was opa voldoende uitgelaten. Terug naar de camper in Kotten waar we in de laatste middagzonnestralen een biertje hebben weggekauwd met de beentjes hoog en ons daarna al snel aan het avondprogramma konden overgeven. W had uit de diepvries thuis weer een bakkie boerenkool en een paar karbonades opgeduikeld zodat de kok van dienst opnieuw een poging kon ondernemen om zijn felbegeerde Michelinster te halen. Helaas: geen inspecteurs deze keer. Een mooie dag. En morgen? Morgen is er weer een dag. We gaan terug naar de Kötteldiek, maar waarschijnlijk pas nadat ik ben “uitgelaten“.