noordpolderzijl

noordpolderzijl

maandag 22 juli 2024

een tussendoortje – 3e: back home

De Zwarte Cross hebben we weer overleefd. Net als vorige jaren door Lichtenvoorde te ontvluchten. De dames en de heren zullen ongetwijfeld hebben genoten, wij trouwens ook. Zagen wel mooie filmpjes en foto's voorbijkomen van het moddersspektakel. Bijgaande foto is afkomstig uit het AD. De kust is weer veilig: we kunnen weer naar de Kötteldiek.



Kreeg van lezer G te W nog een berichtje dat hij Blauwe Engel niet associeerde met een trein maar met een film met Marlene Dietrich, Der blaue Engel uit 1930, de eerste Duitse lange speelfilm waarin gesproken werd en nog kenmerkender: Marlene zingt in deze film “Ich bin von Kopf bis Fuss auf Liebe eingestellt, und sonst... gar nichts” en laat daarbij haar lange blote benen zien.



maandag 22 juli: @ kötteldiek

Vier nachten hebben we gestaan op de Kersenpit, een camperplaats tussen Werkhoven en Odijk. Kenmerkend: een grote kersenkraam voor de deur: overdag door mensen bemand, in de avonduren en op zondag doet een automatiek het werk. Een heel druk adres, misschien alleen in het kersenseizoen, dat ongeveer loopt van juni tot augustus. Veel vaste klanten, als je zo luistert naar de gesprekken tijdens het verkoopgebeuren, maar ook fietsers en wandelaars stoppen graag. Toen we op donderdag aankwamen was er juist een grote rollatorgroep onder de oude hoogstambomen aan het koffiedrinken. De kersenkraam is in de loop der jaren steeds verder uitgebreid. Je kunt er niet alleen kersen en aardbeien halen, maar “ook eigen appels, peren, asperges, eieren, ijsjes van Merels ijs (lokaal gemaakt in Werkhoven), aardappelen van Wims broer Co en Schulp sappen, gemaakt van eigen appels!” vertelt de website van de Kersenpit. We hebben er prima gestaan, sanitair netjes en de plek is prima. € 20,00 per nacht en de gemeente Bunnik wil ook een beetje meeplukken (geen kersen maar toeristenbelasting).

De Kersenpit was een fantastisch uitgangspunt voor het verkennen van het gebied van de Kromme Rijn, “een streek gekenmerkt door kastelen, buitenplaatsen, kersenboomgaarden en knotwilgen” om Staatsbosbeheer te citeren. “Aan de voet van de Utrechtse Heuvelrug strekt zich een landschap met sporen van een rijk verleden uit. Wat door de jaren heen hetzelfde is gebleven is de aantrekkingskracht van dit gebied. […] Het karakteristieke landschap van de Kromme Rijn is in alle seizoenen even mooi. De Kromme Rijn was ooit de hoofdstroom van de Rijn en daarmee de noordgrens van het Romeinse rijk. In de achttiende eeuw lieten rijke Utrechters hier hun buitenplaatsen bouwen. Juist vanwege de strategische ligging vind je hier ook veel forten en verdedigingswerken van de Nieuwe Hollandse Waterlinie. En door de bodem van rivierklei zijn er nergens zoveel kersengaarden als hier te vinden”. Tot zover de reclameboodschappen.

Verdwalen konden we niet zo snel in deze omgeving. Blikvanger was de watertoren van Werkhoven die tevens een “paddenstoelfunctie” had. Hij staat midden in het mooie Kromme Rijngebied, aan de Watertorenweg. De Watertoren is gebouwd in 1935/1936 en wordt nu particulier bewoond. De bewoners exploiteren een terras en geven op bepaalde dagen rondleidingen. Foto: www.bunniksnieuws.nl.

Verrassend was ook ons bezoek aan het Spoorwegmuseum, waar we nog nooit eerder geweest waren. Verbazingwekkend. Niet alleen dat we dat museum nog nooit eerder met een bezoek hebben vereerd, maar ook de hoeveelheid materieel die men hier heeft samengebracht.

En dan vandaag: ontbijten, nog één keer de afwas doen, inpakken en dan terug naar de Achterhoek, waar vrijwilligersplichten roepen. Het was weer mooi. V: 209.833; A: 209.941. Rijtemperatuur: max. 22 graden. Zon op/onder: 05:46/21:43 (Werkhoven), 05:41/21:37 (Lichtenvoorde), scheelt een paar lengtegradenmillimeters of zo, vandaar het verschil.




zondag 21 juli 2024

een tussendoortje – 3d: kromme rijn, de finale en treintjes kijken

“Waar heb je het over als je op de fiets zit?” was onlangs de vraag van lezeres L te D. Het antwoord is simpel: eigenlijk over niks. Ik fiets voorop en W volgt op Turkse wijze, dat wil zeggen meestal op zo'n tien meter afstand. Veel conversatie is dan niet mogelijk. Hoeft eigenlijk ook niet. We hebben genoeg aan onze gesprekken op pauzeplekken. Laat ik één voorbeeld geven: pauzeplek Bunnik bij de ijsbaan zaterdag 20 juli 13:54 (ik weet het zo precies omdat er toen een foto gemaakt is en die foto heeft dat tijdstempel). W zei “Weet je dat de naam Victor Reinier alleen maar uit voornamen bestaat en dat de goede man van achteren Nieuwenhuijzen heet?” Dat die acteur/scenarioschrijver/regisseur/presentator onderwerp van gesprek was, is waarschijnlijk te danken aan het feit dat we inmiddels gevorderd zijn tot serie 8 van de 18 van Flikken Maastricht, waar Victor de rol van regisseur Floris Wolfs speelt die samen met Eva van Dongen Maastricht veilig en hun eigen levens onveilig maakt. Volgens W heeft hij zijn achternaam laten vallen omdat hij niet geassocieerd wil worden met zijn tante, de actrice Annet Nieuwenhuijzen. Of dat door W uit de duim gezogen is of dat ze teveel de Story gelezen heeft, is de vraag. Kijk lezeres L te D: met het antwoord op zo'n simpele vraag zijn we zo een half A4'tje verder.

En ja, ik deed het gisteren ook weer: afbeeldingen zonder begeleidende tekst. Deze keer bewust, vond het plaatje mooi maar de verklaring veel te vaag. Vooruit om verder gezeur te voorkomen: “Het kunstwerk van Michel Kuipers bestaat uit twee, 3 meter hoge torenvalken van keramiek die in de opening van de bossages langs het bospad bij Schaerweyde staan. Het thema ‘twijfel’ wordt uitgebeeld door op elk van de rudimentair gevormde valken een gestileerde tekening van een torenvalk te projecteren. Het ideaalbeeld wordt vervormd door de onregelmatigheid van de ondergrond. Het kunstwerk zet een vraagteken bij de objectiviteit van de waarneming en roept daarmee twijfel op. Michel Kuipers zet de natuurlijke vorm af tegen het volmaakte van de projectie. Deze opdracht behoort tot de reeks opdrachten op basis van het masterplan van Wim Korvinus. Het betreft hier het zesde stadium van de liefde, ‘de liefde en de opkomende twijfel’, uit het boek van Stendhal ‘Over de liefde’.” Bron: https://www.geheugenvanzeist.nl/ Hier kun je toch niks meer?

zondag 21 juli: @ werkhoven

De Kromme Rijn dus, daar waren we de afgelopen dagen. Het riviertje loopt van Wijk bij Duurstede tot aan Utrecht. Lieflijk: een bochtje naar links, een kronkeltje naar rechts, een bruggetje hier een sluisje daar. Soms een paar poeltjes waar zelfs kinderen aan het zwemmen zijn. Heel landelijk dus. Zo was het niet altijd. Vroeger was de Kromme Rijn een wild stromende rivier van wel honderd meter breed. Overstromingen waren aan de orde van de dag. Tot 1122. Toen besloot bisschop Godebald de Kromme Rijn af te dammen. De reden hiervoor was dat hij wat meer ruimte wilde creëren in de omgeving door het zompige Langbroek te ontginnen. Dammetje in de Rijn en sindsdien stroomt het Rijnwater via de Lek naar zee en is de Kromme Rijn voorgoed veranderd in een rustige stroom. De Lek was tot die tijd een kleine zijtak van de Rijn.

En nu we toch met kaartjes aan het strooien zijn: eentje van de Limes. “Limes” betekent in het Latijn in eerste instantie “grens” en daar is later ook het begrip “weg” bijgekomen. We hebben het dan over de grens en verdedigingszone van het Romeinse Rijk. Van Groot-Brittannië via de Muur van Hadrianus, de Rijn, Donau naar de Zwarte Zee en dan nog een stukje verder. Als we in dit verband het woord Rijn laten vallen dan gaat het om de Rijn voordat deze werd afgedamd in 1112 bij Wijk bij Duurstede, dus waren de Kromme Rijn en de Oude Rijn (tot aan Katwijk, ofwel Lugdunum Batavorum) de grensrivieren. Langs de limes was een militaire weg aangelegd, de Limesweg, die de Romeinse forten (castella) met elkaar en met het achterland, verbond. Deze weg was niet alleen van belang als militaire weg, maar ook voor de handel en het brengen van nieuws. Als je tegenwoordig de term “castellum” tegenkomt is het waarschijnlijk de naam van een winkelcentrum (bijvoorbeeld in Houten) en duidt het niet een fort aan waar zo'n 500 man (infanterie en cavallerie) waren ondergebracht. Heb je het over een “castrum” dan gaat het om een legerplaats van zo'n 5.000 man. De Limesweg was een doorgaande hoofdweg. In eerste instantie ging het om een zandweg, later werd het een met grind verharde weg. Deze Romeinse ‘snelweg’ was soms zeven meter breed en in natte gebieden voorzien van greppels. Bijna twee eeuwen lang heeft deze Limesweg gefunctioneerd, totdat de Romeinen zich in de derde eeuw terugtrokken. Werelderfgoed dus, sinds de Unesco de Neder-Germaanse Limes in juli 2021 op het lijstje heeft gezet. Hou je van wandelen? Loop dan LAW-16 (waarbij LAW staat voor LangeAfstandsWandeling) met de naam het Romeinse Limespad. Loop je het hele pad dan ben je klaar na 275 kilometer.

Ander weer: 10 hele graden minder dan gisteren. Blijft met 22 graden om drie uur 's middags nog genoeg hitte over. 's Morgens kwam er zelfs nog een serieuze regenbui over. “Plan eens een leuke tocht door de omgeving met als eindpunt het Spoorwegmuseum”, was het verzoek van W. Leuk, met de Museumkaart spaar je weer € 19,50 per persoon uit. Scheelt je ook een digitaal ticket kopen, zodat mijn online winkelmandje niet vol kwam te zitten. Kwam alleen tijdens mijn voorbereiding de teleurstellende mededeling “Wegens onvoorziene omstandigheden zal de Arend op 21 juli niet rijden op ons achterterrein” tegen, maar over dat locje later meer.

Voor we met eigen ogen konden zien hoe de trein het leven heeft veranderd mochten we ruim 14 kilometer fietsen. We kwamen onder meer door Nieuw-Wulven, een bos met een recreatiegebied in de buurt van Houten. Staatsbosbeheer is er de baas. Als je het hebt over Nieuw-Wulven dan moet er ook een Oud-Wulven zijn en dat klopt. Dat ligt aan de andere kant van de spoorlijn. Een groot deel door het bos ging over het Fectiopad. De naam “Fectio” kom je regelmatig tegen in deze omgeving, zo kwamen we een dezer dagen langs een paar scholen die onderdeel uitmaken van een (katholieke) scholenstichting met die naam. Officieel was het een Romeins fort (ik gebruikte al eerder de term castellum) dat dicht bij de plek lag waar de rivier de Vecht van de Rijn afsplitste. Toen we het bos in fietsten zagen we een kunstwerk dat geïnspireerd was op een archeologische vondst: een master dat door de Romeinen werd gebruikt in het theater. De kunstenaars hebben het masker uitvergroot tot een object van zo'n twee meter hoog. Als je goed kijkt is het samengesteld uit stalen driehoekjes.

Na exact 14,6 kilometer kwamen we aan op Station Utrecht Maliebaan, een in 1874 geopend station aan de spoorlijn Hilversum – Lunetten. Om verschillende redenen is het nooit erg druk geweest op dit station, tot in 1954 hier het Nederlands Spoorwegmuseum werd gevestigd (in 2005 werd het woord “Nederlands” uit de naam verwijderd en bleef alleen “Spoorwegmuseum” over). Op één moment was er wat meer leven in de brouwerij, al was dat niet zo gezellig: tijdens de Tweede Wereldoorlog werd het Maliebaanstation gebruikt om de Utrechtse Joden te deporteren naar Kamp Westerbork en vandaar naar de vernietigings- en concentratiekampen. De stad Utrecht kent 1.239 Joodse slachtoffers (bron: Wikipedia). Volgens een informatiebord was Station Maliebaan ook in gebruik als vertrekstation van Duitse soldaten die naar de Heimat met verlof gingen. Er was een grote keuken waar de soldaten konden eten en drinken voor hun trein vertrok. Daarnaast reden vanaf het Maliebaanstation treinen met vrijwillige en gedwongen Nederlandse arbeiders die in Duitsland werden tewerkgesteld.

In 1989 onderging het stationsgebouw een grote verbouwing en modernisering. In 2005 werd het nogmaals verbouwd en grotendeels teruggebracht in de negentiende- eeuwse staat, waarbij het voorheen deels wit geschilderde gebouw de kleuren uit de begintijd terugkreeg. Tot 2009 reden er nog regelmatig doorgaande goederentreinen door het station. Het baanvak Utrecht Maliebaan – Lunetten werd gesloten in oktober 2012, waarna de sporen ten zuiden van het station in november 2012 werden opgebroken.

Kom ik terug op de Arend. Volgens velen de eerste stoomlocomotief van Nederland. Niet waar: dat was de Snelheid. De Arend was de tweede. Wel is het zo dat hij op 20 september 1839 samen met de Snelheid de eerste trein van Nederland heeft getrokken van Amsterdam (station d'Eenhonderd Roe) naar Haarlem met een snelheid van 38 kilometer per uur, een record want tot 1839 is het snelste vervoermiddel de paardenkoets. Die haalt zo’n 14 kilometer per uur. Veel prettiger reis je in de trekschuit, maar die gaat twee keer zo langzaam. De originele locomotief bestaat niet meer. In 1938 werd een replica gebouwd. Dat "neppertje" is tevens de enige stoomlocomotief van het museum die nog rijdt!

Mooi spul allemaal en veel foto's gemaakt, niet alleen voor mijn vaste fotokijkster C te L, maar vooral voor onszelf. Toppunt vond ik wel een exemplaar van Plan X (eerder: materieel DE1 en DE2), maar beter bekend onder de naam Blauwe Engel, een serie Nederlandse dieselelektrische treinstellen die vanaf de jaren 50 tot bijna aan het eind van de vorige eeuw door de Nederlandse Spoorwegen werden ingezet. De naam was ontleend aan de helderblauwe kleur die deze treinstellen aanvankelijk hadden.

We konden in een leuk theatertje ook nog een voorstelling bijwonen: Jonkvrouw Annabel gaat alleen op reis en wel van Parijs naar Constantinopel, inderdaad met de Oriënt Express. Haar man vindt het ongepast: een vrouw hoort niet alleen te reizen. Leuk gedaan, alleen moesten ze kinderen onder de vier niet toelaten: er zaten echte stoorzenders bij.

Bilthoven was ook een verzoekje van W, waarschijnlijk om de villawijken te bewonderen (die we overigens niet gezien hebben). Of was het vanwege de school die Kees Boeke in 1926 stichtte, Werkplaats Kindergemeenschap? Beatrix en haar zusjes mochten hier vroeger onderwijs volgen. Ik heb meer op met oude stationnetjes, zoals Station de Bilt, daterend uit 1863 toen de spoorlijn Utrecht – Amersfoort in gebruik werd genomen en men het nodig vond om bij de kruising van de spoorlijn met de Soestdijkseweg een stopplaats te hebben. Het nieuwe station lag wel op een half uur lopen van de plaats De Bilt. Pas omstreeks 1900 verschenen de eerste villa's rond het nieuwe station, de grond was er spotgoedkoop. Om verwarring met de plaats De Bilt te voorkomen werd in 1917 besloten de naam van het nieuwe dorp (De Bilt-Station) te wijzigen in Bilthoven. Helaas worden oude stationnetjes opgedoekt en krijgen een nieuwe naam. Station Bilthoven is tegenwoordig een eilandstation en dateert van 2007. Bilthoven zelf is één van de zes dorpen die samen de gemeente De Bilt vormen.

De rest van de terugweg was voor een deel bekende weg: Odijk en Zeisterbos. Voor een deel ook onbekend terrein: langs de Utrechtse golfclub De Pan, onderdeel van natuurgebied “Beerschoten, Houdringe en Panbos”, drie afzonderlijke delen die samen goed zijn voor 367 hectare parkbos, stuifduinen, weiden met boomgroepen en oude lanen. Zie kaart. Ook de Jumbo in Odijk is inmiddels bekend terrein: W kon er zonder veel moeite een flesje sladressing en een doosje groenschimmelkaas vinden.

Een mooie dag. Maar het is genoeg geweest hier in het gebied van de Kromme Rijn. We hebben ons een paar dagen ondergedompeld in de tijd van de Romeinen, de tijd van de Waterlinies, de geschiedenis van de spoorwegen en vooral veel fietskilometers gemaakt. Vandaag waren het er 41. Verrassend dat je net buiten de stadsgrenzen en de autosnelwegen een zee van ruimte tegenkomt, soms druk, maar ook vaak stil en verlaten. Morgen weer richting Achterhoek waar de plicht roept.









zaterdag 20 juli 2024

een tussendoortje – 3c: over ploffende sluizen en vastgespende demonstranten

In de rubriek “waar heb je je nu weer aan geërgerd?” vandaag het verhaal over de verplichte vastgemaakte doppen (flessen en pakken). Het is vanaf 3 juli 2024 verplicht voor fabrikanten om door die maatregel zwerfafval tegen te gaan. Europese regelgeving weet je wel. Weet van veel oudjes in mijn omgeving dat ze er moeite mee hebben, ook W krijgt met haar halve reumahandjes vaak moeilijk zo'n dop los. Heb er zelf nog geen last van maar het wordt wel regelmatig een knoeiboel; is het niet met het openen dan wel bij het inschenken. Schijnt ook dat een aantal goede doelen door deze maatregel minder geld inzamelen. Organisaties als Kika, KNGF Geleidehonden en het Diabetes Fonds krijgen kilo's minder doppen binnen.

Nog zo'n komkommertijdbericht: las in de Trouw van maandag de 15e hoe je bij jongeren de leeftijd kunt bepalen. Kijk naar de sokken. Generatie Z vindt enkelsokken “cringe” (internets voor tenenkrommend), draagt iemand enkelsokken dan is er sprake van een millennial (ook bekend onder de naam Generatie Y).

Of ik van raadplaatjes hou? Schijn dat ik regelmatig foto's plaats zonder beschrijving. Het standbeeld van gisteren was volgens één van mijn familieleden zo'n typisch voorbeeld. Gaat om een beeld van Yvonne Visser, geplaatst op 17 november 2012 op het Van Egmondplein in Wijk bij Duurstede met als titel “Sterren van weleer”. Opgezocht: “de titel verwijst naar hen die betrokken waren bij Theater Rondeel en die er uitvoeringen, tentoonstellingen enz. hebben gegeven. De ronde sokkel waarop het beeld staat, heeft het karakter van een grafsteen, zinspelend op de sluiting in 2005 van Theater Rondeel”. Voldoende zo?



zaterdag 20 juli: @ werkhoven

Was het gisteren bewolkt en benauwd op sommige momenten, vanmorgen werden we wakker met 100 % zon. Pas later in de middag kwam er af en toe een wolkje aan het zwerk en werd de grote ster soms getemperd en toen tikten we ook de 32 graden aan, iets warmer dan vanmorgen werd aangegeven. Op de fiets heb je er minder last van.

Onze fietstocht vandaag kende twee highlights: een op verzoek van W en een die uit mijn koker kwam. Laten we met de laatste beginnen, die kwamen we namelijk als eerste op onze tocht tegen: de Plofsluis. Fronsende wenkbrauwen? Kan ik me wat bij voorstellen, had er ook nog nooit van gehoord. 1937: we hadden een schitterende Waterlinie, toen kwam men bij de aanleg van het Amsterdam-Rijnkanaal (begonnen in 1934) tot de ontdekking dat er een “gat” in het verdedigingswerk was gekomen; niet alleen liep het kanaal dwars door de linie, het had bovendien weinig zin om het omliggende gebied onder water te zetten als het water via het kanaal weer wegliep. Nederland had en heeft knappe ingenieurs. Zij bedachten de “plofsluis”. Ga proberen het uit te leggen zonder al te technisch te worden: men bouwde boven het Amsterdam-Rijnkanaal ter hoogte van Nieuwegein een aantal bakken met een relatief zwakke bodem. In de bakken kon ongeveer 40.000 ton zand, grind en/of puin worden opgeslagen. Bij een oorlogsdreiging kon de bodem worden opgeblazen, waardoor de inhoud in het kanaal zou storten, zodat dat afgesloten werd en het inundatiewater niet kon wegstromen. De sluis was zo ontworpen dat de zijkanten zouden blijven staan bij de ontploffing, zodat de bodem hersteld kon worden om de sluis nogmaals te gebruiken. Hij is uiteindelijk nooit geactiveerd. De Plofsluis bleek een ingenieuze oplossing. De sluis leverde toentertijd geen hinder voor de scheepvaart op, maar kon in geval van nood wel snel het kanaal afsluiten. Later vormde het wel een obstakel voor de moderne binnenvaartschepen: de doorvaartopeningen werden te smal voor de steeds grotere vaartuigen. De hele Nieuwe Hollandse Waterlinie was toen ook al jaren overbodig geworden. Bij de verbreding van het Amsterdam-Rijnkanaal in 1981 werd ervoor gekozen om het hele bredere kanaal om de Plofsluis heen te leggen. Dat was goedkoper en sneller dan het afbreken van de betonnen sluis. Sindsdien reikt de Plofsluis niet meer van kanaaloever tot kanaaloever, maar ligt het oostelijk landhoofd op een ovaal schiereiland. De bakken worden tegenwoordig gebruikt door een schietvereniging.


Nu we het toch over het Amsterdam-Rijnkanaal hebben: het kanaal loopt van Amsterdam naar Tiel, van het IJ naar de Waal. Het verbindt de Amsterdamse haven met het Ruhrgebied in Duitsland en is het drukst bevaren kanaal van de wereld (ca. 100.000 schepen per jaar). Men begon met de bouw in de jaren 30 van de vorige eeuw en werd stukje bij beetje in gebruik genomen. Pas in mei 1951 knipte Koningin Juliana een lintje door of zo en werd het gehele kanaal (lengte 72 kilometer) geopend. Later werd het verbreed en sinds 1981 is het opengesteld voor vierbaksduwvaart. Significant detail: onze oorlogsboef Anton Mussert (hoofdingenieur van de Utrechtse waterstaat) heeft een belangrijke rol bij het kanaalontwerp gespeeld. Net naast het Amsterdam-Rijnkanaal ligt Kasteel Heemstede. W wilde er lunchen, maar we waren niet gekleed voor een bezoek aan een Michellinrestaurant (één sterretje maar). 

Of ik de route via Amelisweerd wilde laten lopen, was het vriendelijke verzoek van W. Wist nog niet waarom, maar geen probleem: voldoe graag aan dat soort verzoeken. Het is met een paar klikken in Komoot geregeld. Wist ook nog niet zo veel van Amelisweerd, behalve dat dat een landgoed was en dat er vroeger veel is geprotesteerd in verband met de aanleg van een snelweg dwars door het natuurgebied. Blijkt om de A27 te gaan. Een deel van Amelisweerd werd begin jaren 80 van de vorige eeuw bezet door actievoerders compleet met tentenkampen en boomhutten. In september 1982 kwam de ME erbij, het actiekamp werd ontruimd en een kleine 500 bomen werden in rap tempo gekapt en omvergeduwd door bulldozers. Een deel van Nederland in rep en roer: op hetzelfde moment diende namelijk in de rechtbank nog een kort geding dat de kap moest tegenhouden. Beetje consternatie in de rechtszaal toen de gemeenteadvocaat meldde dat de laatste boom inmiddels gekapt was. Hoezo een zinloos kort geding? In 1986 werd de A27 door het westelijk deel van Amelisweerd aangelegd, zij het met de nodige aanpassingen. Ruim 20 jaar later was het weer raak toen er door Rijkswaterstaat gezocht werd naar ruimte voor uitbreiding van de snelwegen in de buurt van Amelisweerd en weer waren er hevige protesten, onder meer van Groenfront en Vrienden van Amelisweerd. Wil je meer weten over de laatste ontwikkelingen, dan heb ik een interessante website voor je in de aanbieding: https://www.stopverbredingringutrecht.nl/ met teksten als “Het Tracébesluit 2022 met een verbreding van de A27/A12 – 2 x 7 rijstroken en de kap van het bos in Amelisweerd – is een achterhaald plan van meer dan veertien jaar geleden. Dit plan gaat minimaal 1.700 miljoen euro kosten. Een plan dat niemand nu nog zou bedenken. Inmiddels – eind 2023 – ligt er een Alternatief plan (ARU) van provincie en gemeente Utrecht samen, ondersteund door alle gemeenten in de regio.”

Dat Amelisweerd dus. De reden dat ik het moest opnemen in de route had evenwel niks met de aanleg van de A27 te maken. W heeft in een grijs verleden tijdens een fietstocht vanaf dochterlief overnacht in een jeugdherberg in Amelisweerd en ze vond het een mooi gebied. Als je dan weet dat jeugdherbergen niet meer bestaan maar Stayokay heten en dat je het pandje aan de Rhijnauwenselaan in Bunnik moet zoeken is het toevoegen van dat stulpje aan de tocht une flûte du centime. Let wel: de slaapzalen zijn niet in nevenstaand pandje ondergebracht maar in een paar barakken waarvan ik geen foto mocht nemen van mezelf. Amelisweerd: wel wandelen, maar weinig fietsen; helaas. Maar alleen van de omschrijving al krijg je natte ogen: “Amelisweerd is een landgoed in de gemeente Bunnik, ten oosten van de stad Utrecht. Het landgoed ligt aan de Kromme Rijn tussen Utrecht en Bunnik en grenst aan het landgoed Rhijnauwen.” Een uitstapje naar de Markiezeneik in het Markiezenbos overgeslagen want niet fietsbaar.

Zeist deden we ook nog even aan. Het slot van Zeist aan de achterkant bewonderd, de voorkant hadden we vroeger al eens bekeken. Fijn dat de tocht vanaf Zeist na de Slotlaan en de Verlengde Slotlaan voor een groot gedeelte door de bossen ging, onder meer via het Oude Woudenbergse Zandpad. Bij het herdenkingsteken moest W nog even een fotootje trekken: hier zei haar achterband de laatste keer “pang”.




Komoot waarschuwde al: “
De UV-index is hoog voor een groot deel van je Tour. Zonnebrand en zonnebril kunnen goed van pas komen.” Een mooie dag. Op het eind nog even boodschappen gedaan bij de Jumbo in Odijk. Kunnen we er weer tegen tot maandag. Uiteindelijk 53 kilometer op de teller. En morgen? Morgen is er weer een dag. Laten we maar eens een keer gaan fietsen.




vrijdag 19 juli 2024

een tussendoortje – 3b: fietsen langs sluizen en forten (en een paar kastelen)

Komkommertijd? Moet haast wel als je in de krant de volgende tekst leest: “Parende reuzenpanda's hadden maar anderhalve minuut nodig”, een grote kop op bladzijde 3 van de Gelderlander van dinsdag 16 juli. Zou er echt iemand met een stopwatch in de hand geklokt hebben hoe lang het pandapiemeltje actief was? Och op dezelfde dag in 1869 kreeg Hippolyte Mège-Mouriès octrooi op margarine, eigenlijk net zo'n “nutteloos” feit.

Vaste lezeres L te K vroeg zich af waarom ze geen verhalen meer las over de Fontein, vroeger één van onze lievelingscampings. Weet je: sinds de toko verkocht is is het sfeerloos geworden en vanaf volgend jaar is het helemaal gebeurd met het kamperen daar. Het terrein wordt volgebouwd met ruim honderd recreatiewoningen, volgens de brochure “naar keuze met of zonder wellnessruimte en variërend in grootte en stijl”. De website vertelt het volgende: “De zandstrook aan de plas wordt breder gemaakt voor het realiseren van de Beach Cubes direct op het strand. Alle ruim 100 recreatiewoningen zijn vrijstaand, gelegen op ruime kavels eigen grond en hebben stuk voor stuk een prachtig uitzicht door de unieke opzet van de architect. Naast de recreatiewoningen krijgt het resort ook een nieuwe centrale receptie, een resortwinkel voor de essentiële boodschappen en -aan het strand met een waanzinnig uitzicht - een prachtige horecagelegenheid om te relaxen en wat te drinken en een hapje te eten”. NOSD: Niet Ons Soort Ding.

vrijdag 19 juli: @ werkhoven

Tijdens een stevige bak donker vocht, terwijl het marmotje nog murmelt, heb ik alle tijd om terug te kijken op de vorige dag en vooruit te blikken naar wat de dag van vandaag ons te bieden heeft. Besef elke morgen dat de grote reis, waarvan je niet weet wat achter de volgende bocht is, nog niet is begonnen: weer een dag dat je levend wakker geworden bent. Was warm vannacht en nagedacht over de vervoegingen van “sjezenrijden”. Mag je dat werkwoord eigenlijk wel vervoegen? Volgens mij heeft er onlangs in Trouw hierover een artikel gestaan. Ben wel gestoord, maar zoiets verzin je toch niet zelf?

In een grijs verleden heb je al een paar keer uitvoerig meegenomen naar de Hollandse Waterlinies, zowel de oude als de nieuwe. Hier in het gebied van de Kromme Rijn is van die oude meuk het nodige bewaard gebleven. We scoorden een boekje met een aantal fietsroutes die je een mooi beeld geven van het militair erfgoed in de streek ruwweg tussen Houten en Wijk bij Duurstede en met Werkhoven als middelpunt. De tocht van vandaag (een combinatie van twee van de drie aanbevolen routes) bracht ons langs forten loopgraven, dijen, sluizen, kanalen, kazematten en groepsschuilplaatsen. Even voor de juiste beeldvorming: de Nieuwe Hollandse Waterlinie en de Stelling van Amsterdam vormden samen één lange verdedigingslinie van meer dan 200 kilometer met robuuste forten en veel slimme waterwerken, gebouwd om het westen van ons land tegen de vijand te beschermen door brede stroken land tot kniehoogte onder water te zetten. Inmiddels Unesco Werelderfgoed. Er is onlangs een twaalfdelige tvserie (elke uitzending duurt een klein kwartier) uitgekomen en nu te bekijken op https://www.hollandsewaterlinies.nl. Op dezelfde site veel achtergrondinfo over de inzet van water bij de verdediging van het land.

Vandaag dus een tochtje langs en door een deel van deze linie en wel via knooppunten. De officiële route pakten we op in Werkhoven. Werkhoven is zo typisch brinkdorp met een kleine kern en is ontstaan in de achtste eeuw onder de naam Wercundia. Geïnteresseerd in de Sint Stevenskerk met een toren uit de elfde eeuw, opgetrokken uit tufsteen? Of misschien in de oude molen Rijn en Weert? Dan moet je toch eens naar Werkhoven. Als je op zaterdag gaat draait de molen en in juni en juli zijn de kersen rijp en stikt het van de fruitstalletjes aan de kant van de weg.

Een deel van de fietsroute overlapte die van gisteren, maar geen probleem: de ochtendzon die een deel van de rit ontbrak zette de kastelen die we zagen in een totaal ander daglicht dan de middagzon van donderdag. Ik heb het dan over het gebied dat de naam Langbroek draagt. Je treft er een compleet kastelenlint aan langs onder meer de Langbroekerwetering. De kastelen Hindersteyn, Lunenburg, Sandenburg, Walenburg, Weerdesteyn, Zuilenburg en Poortgebouw Groenesteijn zijn alle particulier bezit. Eigenlijk zijn het allemaal kastelen die zo uit een Playmobildoos zijn gehaald, maar dan in het groot. Een aantal stelt één of meerdere keer per jaar zijn (tuin)poorten open. Wij genoten gewoon op onze fietsen van de buitenkant van deze juweeltjes, die afgewisseld worden door fraaie boerderijen. Langbroek bestond heel vroeger vooral uit moerasbos. Ontginners trokken na de afdamming van de Rijn bij Wijk bij Duurstede (1122) de moerassen in en groeven weteringen en sloten voor de afwatering. Zo ontstond het landschap dat Langbroek zo kenmerkt. De wetering was de belangrijkste manier om het gebied te ontwateren.


De fietsknooppunten 14 en 15 liggen in Wijk bij Duurstede. Ook aan die plaats (met het kasteel van Bassie en Adriaan) heb ik in een grijs verleden al de nodige aandacht besteed met als uitgangspunt de schoolplaat “De Noormannen bij Dorestad” van J.H. Isings (getekend in 1927).
Inmiddels weten we dat er niet veel van dat verhaal klopt, maar dat (kerk)politieke factoren, verschuivende machtsverhoudingen en verzanding van de haven ten grondslag lagen aan de ondergang van Dorestad en de Vikingen een totaal andere (veel vreedzamere) rol hebben gespeeld in de negende eeuw. We pauzeerden bij het leugenbankje aan de haven waar ons voorland aangemeerd lag: de Zonnebloemboot.


Een deel van onze route liep langs de Lek. Hier staan een groot aantal forten die de kwetsbare delen van
de Waterlinie onder schot moesten houden. Ik pik er eentje uit: Fort Honswijk, misschien wel het meest toonaangevende fort van de Nieuwe Hollandse Waterlinie. “De toren van fort Honswijk (gebouwd tussen 1841 en 1848) is de oudste en grootste van de Nieuwe Hollandse Waterlinie en is van een bijzondere architectonische schoonheid. De functie van Fort Honswijk was om de vijand de doortocht over de Lekdijk te verhinderen en om in samenwerking met het aan de andere zijde van de rivier gelegen Fort Everdingen de Lek af te grendelen. Fort Honswijk is onderdeel van de Stelling van Honswijk op het Eiland van Schalkwijk”. Och, al bladerend door Wikipedia kom je nog eens wat interessants tegen. Font Honswijk was toegankelijk wanneer je wandelde. Soms moet je keuzes maken: wij concludeerden dat we fietsten.

Daarna mochten we het Amsterdam-Rijnkanaal over. Fotootje getrokken, maar een bespreking van dit water stellen we uit tot morgen, waarschijnlijk.



Een mooie dag: 62 kilometer op de fietsteller en dat bij 29 graden. Wind Z/ZO 1 tot 2. Goed te fietsen. We weten nu wel dat we in een fruitige omgeving zijn. En morgen? Morgen is er weer een dag. Er gaan geruchten dat we gaan fietsen. Heb Amelisweerd horen fluisteren en zag zelf een foto van een “plofsluis” langs komen. Moet ik meer van weten.