We zijn al een paar dagen duidelijk op de terugweg. Vandaag
weer zo’n “grote” barrière genomen, namelijk de Elbe. Je kunt via Hamburg, maar
daar is de kans op lange files groot. Wij kozen voor de veer Glückstadt – Wischhafen.
Ook daar heb je kans op lange wachttijden, maar soms kun je volgens de
verschillende reisverslagen geluk hebben. En laten we dat vandaag hebben: we
konden zo aanschuiven. Aan de andere kant stond wel een erg lange wachtrij. Het
probleem met dit soort veerdiensten is dat grote veerboten duur zijn en dat
bovendien het laden en lossen erg lang duurt ten opzichte van de overzettijd.
Ook zou je voor grote veerboten de infrastructuur (kadehoofd en toegangswegen)
moeten aanpassen. Dus vaart men tot op heden op deze route met een aantal
kleinere overzetbootjes. Eigenlijk zijn er maar twee oplossingen om het probleem op te lossen: bruggetje er overheen
of tunneltje er onderdoor, maar gezien de breedte van de Elbe kan dat aardig in
de papieren lopen. Na onze overzet van 25 minuten (voor Puzzel en twee
passagiers € 17,50) hadden we Sleeswijk-Holstein ingewisseld voor
Niedersachsen. Overigens leuk om te weten: paarden, koeien, schapen, kalveren
varkens, lammeren e.d. worden alleen in voertuigen overgezet, dus geen los vee
bitte! Verzin het niet zelf maar staat duidelijk op de website van de Elbefähre
genoteerd. Waarvan akte.
Een beetje bewust omgereden (via Cuxhaven) naar onze
eindbestemming Bremerhaven. Leuk pauzeplekje gevonden aan een watertje. De camperplaats Reisemobil-Parkplatz Doppelsleuse (code
campercontact 586) was door W uitgezocht, evenals de stad Bremerhaven trouwens.
Voor een tientje mochten we er een nachtje staan, 50 cent per kilowattuur voor
de stroom en wel even borg betalen voor de sleutel van het toiletgebouw.
Prettig geregeld allemaal, alleen het gewenste uitzicht op de boten zat er niet
in, het is geen Europakade in Tolkamer waar de schepen bijna je busje in varen.
Eindelijk is het bij ons nu ook bekend waarom Bremerhaven
met een V en Friedrichshafen met een F geschreven wordt. Heeft te maken met de
landstreek: zodra de invloed van het Niederdeutsch groot is (zeg maar zodra je
in de buurt van de Nederlandse grens komt) schrijf je de plaatsnaamhaven met
een V. Bij de Oostzee wordt hafen met een F gebruikt.
Bremerhaven heeft haar ontstaan te danken aan de verzanding
van de Wezer. De hanzestad Bremen was via deze rivier verbonden met de
Noordzee. Door de verzanding konden schepen de haven steeds moeilijker
bereiken. We schrijven dan begin 19e eeuw. Aan geld geen gebrek in
Bremen, dus de stad koopt een lapje grond van het koninkrijk Hannover en in
1830 kwam de eerste haven (de Alte Hafen) gereed, al snel gevolgd door een
tweede (de Neue Hafen). Beide havens lagen achter een schutsluis, zodat ze geen
last hadden van het getij. Bremerhaven ontwikkelde zich als een belangrijke
vertrekhaven voor immigranten. Door de eeuwen heen vonden er voortdurend
uitbreidingen plaats, het meest recent is de aanleg van containerterminals
direct aan de Wezer.
Er was nog een haven in de omgeving, namelijk Geestemünde.
De Geeste is de laatste zijrivier van de Wezer nabij Bremerhaven. Geestemünde
werd samengevoegd met Lehe tot de gemeenste Wesermünde. Nadat het hele gebied
goed platgegooid was in de Tweede Wereldoorlog werden alle brokstukken in 1947
samengevoegd tot één stad: Bremerhaven. Een fietstochtje van zo’n 30 kilometer voerde ons langs de
verschillende havens. Ook kwamen we enkele (gerestaureerde) oudheden tegen,
zoals de Leuchtturm Bremerhaven. Deze vuurtoren is sinds 1856 in werking, al is
de techniek in de loop der jaren wat veranderd. Nog een stukje oudheid: de
Bürgemeister-Schmidt-Gedächtniskirche (tweede helft 19e eeuw,
gebouwd op 522 houten palen).
Toen we het gedeelte ten noorden van de
camperplek voldoende hadden bekeken moest het zuiden geïnspecteerd worden:
eerst een grote weg, later de wat landelijke natuur. Toen we op onze terugweg
een kudde bejaarde Zwitsers op elektrische mountainbikes met een Zwitsers
vlaggetje achter een gids over de dijkpromenade zagen fietsen (we dachten dat
die afgesloten was) zei W: “die gids zal zich toch wel goed voorbereid hebben?”
en als makke schapen volgden we de leider om na een kilometer of 5 tot de
ontdekking te komen dat de gids wel veel wist, maar niet op de hoogte was van
plaatselijke afsluitingen. Samenvattend: hadden we eerst de Wezer 5 kilometer
aan onze linkerhand, bij het “Ende der Welt” (volgens één van de Zwitsers),
mochten we keren en zagen vervolgens de Wezer weer 5 kilometer aan onze
rechterhand stromen om tenslotte weer 5 kilometer de dijk (aan onze linkerhand)
te zien. Geen probleem: mooi fietstochtje met een aangenaam temperatuurtje (zo’n
24 graden) en een verfrissend briesje. Het leven kan goed zijn en ja hoor tante
Rikie: er is nog steeds leven vóór de dood.