noordpolderzijl

noordpolderzijl

vrijdag 1 april 2016

Op naar de zon 9: sol y playa in el campello

donderdag 31 maart: van Alquerías naar El Campello

Vandaag afscheid genomen van de Huerta van Murcia, van de leuke camperplek waar de eigenaresse ons in “perfect” Nederlands nog bedankte voor het bezoek (klonk als “bedankt für die bloemen”), waar we ook afscheid genomen hebben van vogeltjes in leuke gestreepte pakjes (echt een paar keer een hop gezien) en de veldmuisjes onder de citroenbomen. Er volgde weer een monsterverplaatsing van net geen 100 kilometer, waarbij we het eerste stuk over de N340 gereden hebben en in Crivillent de A7 zijn opgedoken op zoek naar camperpark “Campello Beach”, vlak bij zee aan Playa Muchavista, ergens tussen Alicante en El Campello in. Mooi camperpark met (wederom) geen natuurlijke schaduw, maar deze keer hebben we dat niet nodig omdat de temperatuur gedaald is naar een aangename 20 tot 21 graden.
Een verkennend fietstochtje liet ons kennis maken met El Campello, lange stranden en mooie boulevards, maar ook dure jachten en archeologische opgravingen. Zo laat Illeta dels Banyets zien dat er in 2000 BC al mensen in dit gebied woonden. Ja, en nu kun je er leuk snorkelen. Overigens wordt er beweerd dat je in deze kustplaats de schoonste lucht van Europa inademt (hadden we dat ook al niet in Noorwegen gehoord?)

V: 66.982; A: 66.074



 
 
vrijdag 01 april: met de tram naar Alicante
Het leuke kusttrammetje bracht ons voor € 1,45 pp/enkele reis een kilometer of 11 naar het zuiden (het eindstation Alicante Luceros). Volgens onze ANWB-reisgids heeft Alicante niet veel bezienswaardigheden, maar daar kun je een boom over opzetten. Een leuke straat (hier leven de sardientjes nog!) bracht ons naar de Paseo Explanada d’Espanya, één van de bekendste promenades van Spanje, waar je heerlijk kunt slenteren langs de haven (het schijnt niet goedkoop te zijn om je sloepje hier aan te meren). De plaatselijke Batavia (geloof dat de boot de Trinidad heette) ligt er ook te liggen.
 
 
Op naar het Castillo de Santa Bárbara, van (Moorse) oorsprong een kasteel uit de 9e eeuw op een heuvel van 166 meter hoog; wat er nu te zien is zijn de restanten van de fortificaties die tussen de 13e en 18e eeuw werden aangelegd. We konden de 166 meter hoogteverschil stilstaand overbruggen: een lift bracht ons omhoog en – zoals het hoort – gratis voor de oude man (W. mocht € 2,70 betalen). Een oud kasteel is nu eenmaal een oud kasteel, niets bijzonders dus, ware het niet dat het fantastisch helder weer was en we dus “sweeping views” – Lonely Planet – hadden over de stad en de baai. De bult af was leuk, maar niet het goede pad (wie maalt daarom?) 
 




 


zaterdag 02 april: met de tram naar Villajoyosa
Een late start voor W.: de batterij van haar horloge blijkt geen eeuwigdurend leven te hebben, dus kwam ze er om tien uur achter dat de zon voor vijf voor zeven wel erg hoog aan de hemel stond. Ik was er twee uur eerder uit en weet nu welke essentiële attributen we zijn vergeten mee te nemen: lijmtangen. Deze zijn nodig om mijn anorexialijfje te verankeren aan de bedbodem, immers: W. heeft de gewoonte om ’s nachts alles tegen elkaar open te zetten, zodat eerst het setje dekbedden en vervolgens jezelf tegen de wc-deur waait.
 
Na een laat ontbijt konden we tegen twaalf uur aan onze dagactiviteit beginnen: met de kusttram naar een leuk plaatsje een kilometer of 10 ten zuiden van Benidorm: Villajoyosa, dus noordelijk van onze standplaats. Alle namen worden hier trouwens in twee talen weergegeven (zie foto). Voor € 4,25 pp konden we een ida y vuelta (zeg maar heen-en-terug) uit de automaat trekken en mochten we met lijntje 3 naar El Campello en daar overstappen op lijn 1 richting Benidorm. In El Campello moesten we een tijdje wachten op de aansluiting en wat doe je dan? Je gaat dienstregelingen bestuderen. Nu stikken de Spanjolen van de vrije dagen, dus zo’n timetable is een interessant gevalletje. Ik las later op internet dat er maximaal 14 dagen aangewezen mogen worden als feestdag; daarvan worden er 8 gekozen door de nationale regering en 2 door de gemeente, zodat elke deelstaat er dus nog 4 vrij kan kiezen. Overigens valt Eerste Kerstdag buiten de officiële 14. We misten in het overzicht 5 mei als feestdag (Hemelvaartsdag dit jaar); blijkt dat Jezus in Spanje een andere dienstregeling naar de hemel heeft: dia de la ascensión wordt hier op de zondag voor Pinksteren gevierd.
Het was een mooie rit door de heuvels langs de kust. Ook de plaats Villajoyosa was leuk om te bekijken (we hebben alleen het oude gedeelte met de gekleurde huizen en de boulevard gehad), geen zin om in het (nieuwe) winkelgedeelte op zoek te gaan naar een “pequeña bateria” voor een “reloj de pulsera”. Overigens was toen ook al de siësta begonnen, zodat we zouden moeten wachten tot vijf uur en dat past niet in ons strakke schema.
 




 
zondag 03 april: fietsen naar Alicante
Het is al weer een paar jaar geleden dat je ’s morgens op de camping overal het krakende korte-golfgeluid van Radio Nederland Wereldomroep hoorde. Ergens in 2012 is men gestopt met de Nederlandstalige uitzendingen voor vakantiegangers en expats. Sinds 2013 richt RNW Media zich op jongeren en jongvolwassenen in landen waar de vrijheid van meningsuiting en –vorming beperkt is. De girobetaalkaarten (en de rijen bij het postkantoor) om cash te krijgen en de files voor de telefooncellen mis ik niet, maar de goeie oude Wereldomroep mag van mij morgen weer uitzenden.
Onze laatste dag in El Campello hebben we sportief besteed: een fietstocht naar Alicante; zoveel mogelijk de kustweg heen en via de binnenlanden terug. Gelukkig zat er voldoende stroom in de accu’s: er zaten behoorlijk wat gemene bultjes in de route. Ook hier zien we weer veel bouwprojecten die stilgelegd zijn: wachten op economisch betere tijden? Morgen weer verder: we kennen het hier nu zo’n beetje.
 

 

 

 


woensdag 30 maart 2016

Op naar de zon 8: murcia

maandag 28 maart: van Santa Ana naar Murcia

Een  verplaatsing via de A30 naar Alquerías, een klein plaatsje in de buurt van Murcia maar niet nadat W. een gammel schroefje in haar zonnebril opnieuw had laten monteren door de plaatselijke óptico van Santa Ana. De kosten? Nada, noppes dus. De tocht ging langs het spookvliegveld Murcia Corvera, waarover ik al eerder wat verteld heb. Alle verwijzingen op de borden langs de A30 naar dit vliegveld waren keurig afgeplakt, dus officieel is hier geen luchthaven. Beetje vreemde rotondes in de buurt van Murcia: het lijkt wel wat op knooppunt Velperplein, waar je gewoon rechtdoor kunt; alleen is alles hier gelijkvloers aangelegd, als je dus linksaf wilt moet je de rotonde op naar rechts, wil je rechtdoor dan heb je niets met de rotonde te maken (is dit eigenlijk wel te volgen?).
We bezoeken Murcia vanwege de Lentefeesten (Fiestas de Primavera) met als hoogtepunten op dinsdag “el Bando de la Huerta” (maken we mee) en op zaterdag “Entierro de la Sardina” (de verbranding van het sardientje, hetgeen we niet mee zullen maken).

Camperpark Huerta de Murcia ligt inderdaad in de boomgaarden. We staan midden tussen de citroenbomen die op dit ogenblik èn nog vruchten dragen èn in bloei staan. Het meurt heerlijk als de zon op de boompjes staat te tetteren. Vergeleken bij deze camperplaats is de vorige (Camperpark Cartagena) een zigeunerkamp, al was daar alles voorhanden en was het ook daar goed toeven; het ziet er hier een stuk verzorgder uit en dat komt voornamelijk door de grintsteentjes die de boel stofvrij houden. Overigens zou ik ook hier niet in de zomer willen staan, het was nu ’s middags al bijna niet te harden bij 27 graden. Murcia is de warmste provincie van Spanje – wordt gezegd – met temperaturen rond de 40 graden in juli en augustus en als je dan geen natuurlijke schaduw hebt is het afzien.

Overigens heeft niet alleen de berijder van het Chinese wonder op twee wielen geleden onder de smak tegen het plaveisel: ook het rijwiel is weer wat ziekelijk. W. en ik zijn maar van fiets gewisseld: scheelt minstens 30 kilo op het (laatste, dus reserve-) tere zadel.
dinsdag 29 maart: “el Bando de la Huerta” in Murcia
 
Onder het motto “alles wat je ziet, in de Indesit” moest eerst een wasje gedraaid worden. Daarna op de fiets naar Murcia waar het vandaag dolle pret is: de bevolking loopt in regionale kostuums door de stad (voor zover ze niet zitten te eten en/of te drinken). Fietsen vanaf het camperpark naar Murcia is kinderlijk eenvoudig: je volgt het fietspad langs de rivier de Segura gedurende zo’n kilometer of acht en je komt vanzelf in de stad. Toen we er tegen tweeën aankwamen werden we (hoe kan het anders) verrast met een groots (en vooral hard) vuurwerk. Volgens mij wordt elk feest in Spanje (en het zijn er heel wat) begeleid door geknal. Mocht men het vuurwerk in dit land een jaar verbieden en alle uitgespaarde Eurootjes in de staatskas storten, is het land binnen de kortste tijd geheel schuldenvrij en hoort het in één keer bij de rijkste landen van Europa.

Het was één groot feest in de stad, waarbij ons opviel dat er zeer stevig werd gedronken. Je kon niet alleen op elke hoek van de straat wat kopen, duizenden Murcianos zeulden met koelboxen, ijskarren en grote paellapannen door de stad en zochten een schaduw- of juist zonneplek in één van de vele plantsoenen. Anderen (die meer geld hadden) vielen neer op een van de vele terrassen in de stad.
Om vijf uur zou de optocht beginnen, maar ik heb het idee dat de vertrektijd louter indicatief was en vooral niet klokvast gegarandeerd, want de meute begon pas tegen half zes richting optochtstraat te slenteren. De bewoners van de Huerta de Murcia (een erg vruchtbare vlakte tussen de heuvels aan weerszijden van de rivier de Segura) demonstreerden de vroegere land- en tuinbouwtijden door middel van oude wagens voortgetrokken door ossen, paarden, muilezels en wat er nog meer aan vierbenig materiaal voorhanden was, een grote afdeling “versierde fietsen”, dansgroepen met een hoog castagnettengehalten en mooie Spaanse politieagentes. Na anderhalf uur hielden we het voor gezien.
 
 

 
 

Zaterdag aanstaande wordt het sardientje verbrand (het hele verhaal over de oorsprong van dit gebruik is vrij ingewikkeld en interesseert volgens mij niemand). Dit gebeuren is dan meteen de afsluiting van de Lentefeesten. Tegen de avond trekt een parade door de stad met muziekkorpsen en mensen verkleed als reuzen en dwergen voorzien van enorme koppen en een twintigtal sierkoetsen. Deze wagens betuigen eer aan de goden van de Olympus (mooi samenhangend verhaal, is het niet?). Aan de oevers van de Segura wordt tenslotte de sardine verbrand en het geheel wordt afgesloten met … een daverend vuurwerk! We zullen het niet meer meemaken in Murcia, inmiddels zijn we een beetje uitgeoptocht. En tenslotte zagen we het sardientje al in het water liggen.
woensdag 30 maart: fietsen naar Orihuela

Volgden we gisteren de rio de Segura stroomopwaarts, vandaag ging het zo’n 14 kilometer stroomafwaarts via het mooie fietspad naar Orihuela: boomgaarden en natuur aan de linkerkant en de Segura aan de rechterkant en terug via hetzelfde fietspad, je raadt het al …. Op het eind van de tocht kreeg ik tijdens het fietsen (en praten) nog een vliegbeest binnen: het smaakte naar citroen.

Vanmorgen heeft W. de plaatselijke rijwielboer (weer zo’n heerlijke prutser in de goede betekenis van het woord) duidelijk kunnen maken dat ze van de zes versnellingen van het Chinese gedrocht er tenminste vijf wilde kunnen gebruiken (in plaats van één)! Hij begreep het en voor een tientje is het mannetje bijna een uur bezig geweest en is ons Chineesje weer gezond verklaard. Ik mocht niet kijken of ik het fietsje zelf kon repareren, want “wat jouw ogen zien, maken je handen kapot!” Die houden we erin!









 

 

 


 


 

 
 

zondag 27 maart 2016

Op naar de zon 7: cartagena

vrijdag 25 maart: van Los Alcazáres naar Santa Ana bij Cartagena

De komende dagen geen “sol y playa” maar bloedserieuze cultuur: een bezoek aan de stad Cartagena staat op het programma en het bijwonen van de Paasprocessie op Domingo de Resurrección (paaszondag).
Ome Tom voor de verandering eens op “vermijd snelwegen” ingesteld, het is tenslotte maar een klein eindje rijden. De leverancier van ons navigatiesysteem kan deze navigatiemethode beter noemen “de kronkelstand” of “zoek muilezelpaden op”, want het was (na de Plundra van de Lidl) weliswaar een mooie weg tussen de boerenkool- en artisjokkenvelden door, maar je raakt elk gevoel van richting kwijt. Het Nomadenleven is simpel tegenwoordig: je tikt een paar cijfertjes die de coördinaten van Camperpark Cartagena moeten voorstellen op je Tommetje in en rijden maar! Op een bepaald moment vraagt W.: “Is het nog ver?” en het antwoord is kort maar krachtig “volgens ome Tom nog 400 meter” en inderdaad verschijnt er meteen een camperbordje. De officiële naam van de camperplaats is Area Autocaravanes Cartagena en ligt onder de rook van Santa Ana, een leuk plaatsje zo’n acht kilometer buiten Cartagena. Een (regelmatig rijdende) bus brengt je voor € 1,20 pp/enkele reis naar de stad. Fietsen zou ik niet doen, weinig interessante drukke weg. Tja, Camperpark Cartagena: weer zo’n plek waar het nu goed toeven is (€ 10,00 per nacht, inclusief stroom/toiletten/douches en erg vriendelijk en behulpzaam personeel), maar waar je niet moet verblijven in de zomer, tenzij je een schaduwallergie hebt.
Niet veel gedaan vandaag: ik heb mijn wonden gekoesterd (de valpartij van gisteren heeft wat interessante sporen achtergelaten.) W. heeft het op foto gezet, maar een en ander is niet voor publicatie geschikt. Neem maar aan dat de plattegrond van het Uddelermeer veel gelijkenis vertoont met de gemaakte foto’s. Bloedverdunners kunnen voor mooie patronen zorgen!

V: 66.899; A: 66.925
 
zaterdag 26 maart: Cartagena
Men noemt het Stille Zaterdag, de dag na Goede Vrijdag, maar zo stil was het echt niet in Cartagena. Gewapend met een plattegrondje konden we de weg in de stad goed vinden en het voordeel is: alles is redelijk op loopafstand. De stad dateert uit de derde eeuw BC en inderdaad zijn er nog wat oude stenen van onder meer de Romeinen te vinden (erg lange rijen voor het museum van de Romeinse resten). De oude muren van de vesting zagen er uit alsof ze gisteren waren opgeleverd en opvallend: geen bedelaars en zwervers (dit in tegenstelling tot Valencia bijvoorbeeld). De Moren hebben hier ook jarenlang rondgehuppeld. Wat ook in het oog springt zijn de vele goedonderhouden panden die rond 1900 gebouwd zijn (de bloeiperiode van de mijnbouw in deze streek).


Cartagena heeft een mooie haven, vanwege de diepte kunnen cruiseschepen goed afmeren. Ook is het de voornaamste oorlogshaven van Spanje.
 
 
 
 
 
 
 

 
 
Een ritje met de panoramalift (W. betaalde weer het dubbele, de volgende keer moet ze maar naar boven lopen!) bracht ons naar het Castillo de la Conception, alwaar we een schitterend uitzicht over de stad hadden (en het museum over de geschiedenis van de stad en omgeving gelukkig siësta hield). Overigens schijnen oudjes hier pensionistas te heten en geen pensionados.

Terug naar de camperplek waar we onze eigen Hof van Olijven hebben: achter op het terrein is een kleine olijfboomgaard.
 



zondag 27 maart: processie in Cartagena
De Semana Santa (Goede Week) loopt van Domingo de Ramos (Palmpasen) tot Domingo de Resurrección (Paaszondag). Ik kan me van vroeger herinneren dat de beelden in de kerk in die periode afgedekt waren met paarse doeken en dat we op vrijdag met de hele (katholieke) school naar de kerk mochten voor de kruisweg (terwijl onze vriendjes van de protestante school een vrije dag hadden: ongelijk verdeeld in de wereld toen). Hier in Spanje maken ze er een feest van. De gehele week trekken processies met veel pracht en praal door de straten. Paso’s (in sommige steden trono’s genoemd) zijn platformen met beelden en bloemen die door stoere mannen (en in Cartagena ook door één vrouwengroep) op het ritme van trommels over de keien worden getorst. De processies worden georganiseerd door broederschappen die allen hun eigen kleur gewaad en embleem hebben. Het lijkt overigens wel of iedereen meedoet. Een bekende uitspraak is dan ook: “in Spanje is iedereen katholiek, zelfs de atheïsten”.



Het schijnt dat de opbouw van een Paasprocessie in Cartagena verschilt van andere Spaanse steden. Ik kan er niet over meepraten: dit was mijn eerste Paasprocessie. Opvallend vandaag vond ik de militair aandoende discipline van alle deelnemers. W. vond de optocht wat op de begrafenis van prins Claus lijken, maar toen miste ik toch de mooie kostuums. De meest kenmerkende figuren in de processie zijn de nazarenos (de boetelingen) die capriotes - puntmutsen met een masker met twee gaten voor de ogen - dragen. Het doet een beetje aan de Ku Klux Klan denken, maar die boys schijnen hun pakkie gejat te hebben van de Spanjolen die het al sinds de Middeleeuwen dragen. Leuk overigens ook al die kindergroepen die snoepjes uitdelen.
 
 
 
Na twee uur kwam de laatste paso langs: de maagd Maria en toen was het echt de hoogste tijd voor koffie, het was tenslotte vroeg vanmorgen en ook de klok moest vannacht een uur vooruit gezet worden. We sloten onze verkenning van Cartagena af met het bezoek aan de twee stations van de stad: een klein stationnetje voor het smalspoorverkeer en een wat groter (overigens weinig treinverkeer) voor het normaalspoor. De bus bracht ons weer keurig terug naar Santa Ana.