noordpolderzijl

noordpolderzijl

zondag 22 maart 2026

voorzichtige schreden - 5: opnieuw bootjes kijken

Vraag van W te Z naar aanleiding van mijn filmbespreking in het vorige blog: “Is een longbow hetzelfde als een kruisboog?“ Nee, beste W te Z, wis en waarachtig niet. Bijgaande afbeelding laat het onderscheid misschien het duidelijkst zien. Het verschil tussen een longbow en een kruisboog (crossbow) zit vooral in bouw, gebruik en kracht. Een longbow is een lange, rechte boog (vaak ongeveer zo lang als de schutter zelf). Je spant hem met je armen (je trekt de pees met je hand naar achteren) en schiet pijlen. Tot je schiet houd je de spanning zelf vast. Een kruisboog: lijkt meer op een klein geweer met een horizontale boog erop. Hij heeft een trekkermechanisme dat de pees vasthoudt. Het voordeel van de logbow is dat je er snel veel pijlen mee kunt schieten, terwijl de kruisboog makkelijker voor beginners is, maar het duurt een stuk langer voor hij opnieuw geladen is. De longbouw is ouder dan de kruisboog: de eerste bestond al in 1200 voor onze jaartelling, terwijl de kruisboog pas in 600 vC in China werd ontwikkeld. Beide type bogen werden veel gebruikt in de middeleeuwen waarbij de longbow in Engeland de voorkeur had. Uiteindelijk verdwenen beide wapens uit legers toen vuurwapens steeds beter werden. We schijven dan ongeveer 1500-1600.

Of we niet genoeg krijgen van bootjes kijken, was een vraag van E te Z. Dit naar aanleiding van ons ritje naar Toldijk en Spijk. Nee hoor, beste E te Z, al moet ik wel vertellen dat W en ik het fenomeen “bootjes kijken“ benaderen vanuit een andere invalshoek. W kijkt heel graag bootjes met de ogen dicht, terwijl ik graag een tablet op mijn schoot heb liggen met daarop een programma als Marinetraffic of Vesselfinder actief. Heb een voorkeur voor de laatste omdat het net wat meer details laat zien. Als je naar bijgaande afbeelding kijkt zie je eigenlijk al wat het programma doet: je kunt schepen live volgen op een kaart. Daarnaast kun je informatie opvragen over bijvoorbeeld de naam van het schip, wat voor soort schip het is (containerschip, tanker, cruise), snelheid, bestemming en aankomsttijd. Heb al eens vaker uitgelegd hoe het werkt, maar herhaling kan geen kwaad: schepen sturen automatisch signalen via Automatic Identification System; die signalen worden door satellieten en kuststations opgevangen, en VesselFinder zet die informatie op een kaart. Wat me de laatste keer opviel was het grote verschil in snelheid van de schepen die stroomopwaarts gingen in verhouding tot de boten stroomafwaarts. Was toch sprake van een grote stroomsnelheid.

Inmiddels een afspraak gemaakt met de camperdokter. Jongens moeten goud verdienen: net als bij een echte ziekenhuisspecialist geldt hier ook een wachttijd van bijna twee maand; laten we dan net - ijs en weder diendende - een reisje gepland hebben, dus we konden niet eerder terecht dan begin juni. Och, we kunnen er mee leven. Nee, vraag me niet af waar het heen gaat en als we het al weten dan is het nog zo dat onze route beslist niet in beton gegoten wordt. Alles met potlood invullen, kunnen we daarna lekker gummen. Ongetwijfeld hoort daar wel dat land bij met die dorpjes die gekendmerkt worden door “Tous commerces“ en dan een pijltje dat aangeeft welke kant je op moet, je weet wel zo’n hoopgevend bord op een parkeerplaats dat uiteindelijk verwijst naar zegge en schrijve (schrijven schijnt ook te mogen) één winkeltje, namelijk de boulanger. Moet je wel snel zijn want ook dat verplichte bakkertje is ook druk bezig te verdwijnen.

zondag 22 maart: @ spijk

Het duurde weer even voor ons pak-vla-op-vier-wielen weer een dagje mocht doorbrengen op een andere plek dan aan de Köttediek. Het laatste ritje was naar Steenderen, met een verlenging naar Tolkamer en Spijk (7 tot 9 maart). Een nachtje zat er deze keer niet in: W wilde wel, maar ik hield de boot af. Het is in de middag wel heel erg lekker, maar de avonden, nachten en ochtenden moet je behoorlijk wat stoken om een aangename temperatuur te krijgen. Nou was dat in het verleden geen echte reden om het “thuis“ te verplaatsen, dit jaar wel: behalve rijden en stilzitten wil mijn lijf even niks, zelfs fietsen is er niet echt meer bij. Voor vandaag (mooie zonnige dag) hebben we een tussenvorm gekozen: picknicken aan de Rijn en daarna fietst W zo’n kleine 50 kilometer terug naar het stenen “thuis“. Wordt opa even uitgelaten? De bus heeft inmiddels weer volle accu’s. Rijtemperatuur 14 tot 16 graden.

Kreeg vandaag een foto van zuslief die met man en hun Dick@Marianneke op weg is naar “ergens waar het mooi is“. Ze zullen wel niet de goedkoopste pomp in Duitsland hebben gevonden, maar het wordt wel ernstig. Vanmorgen zei W nog tegen mij: “Parkeren langs de sloot kost € 50 per week.“ Gelijk heeft ze wel een beetje. Maar ja: rijden kost ook (veel) geld.