Na vier maanden stilstand begint het wat te kriebelen, misschien niet bij de camper en bij W maar bij mij in ieder geval wel. Het is wel zo dat Puzzel beter op stal kan staan dan stilstaan aan de Kötteldiek. Op stal is hij ontschorst, aan de Kötteldiek moet wegenbelasting (sorry: houderschapsbelasting) betaald worden en sinds 1 januari van dit dat is dat het dubbele van wat we vorig jaar mochten ophoesten. Eigenlijk moet onze Puzzel voor 8 maart opnieuw getaxeerd worden, tenminste wanneer we dezelfde verzekeringscondities willen houden en bij het “in-de-prak-rijden“ de taxatiewaarde willen ontvangen in plaats van de dagwaarde. Lang over nagedacht maar tussen 20.000 en 30.000 zitten wel aardig wat flesjes rode wijn verschil. Dus afspraak gemaakt voor een camperwaardetaxatie begin maart. Kan dan dus het feest beginnen.
Even een paar briefschrijvers “afwerken“. Allereerst H te L die het verhaal van Bialetti een beetje vreemd vond. Geeft niks beste H te L: ik ken die naam ook nog maar sinds een paar maanden. Eén van de medebestuursleden van het museum is ook campereigenaar. Zijn camper is dan wel wat luxer uitgevoerd dan ons Puzzeltje, maar weet niet of hij net zo tevreden is als ik. Hij zweert bij goede koffie, heeft thuis een state-of-art-koffiezetter staan en wil op het museum beslist geen koffie uit een bepaald koffieapparaat. In de camper zweert hij bij zijn Bialetti. Ja, heerlijke Italiaanse koffie van Bialetti. Kijk maar even op bialettistore.nl. Niet schrikken van de prijzen, niet alleen de pruttelaartjes (de percolators dus) hebben een leuk prijskaartje, ook de “speciale“ koffie is “speciaal“ geprijsd. Koffie lijkt me goedkoper te krijgen, alleen heet het dan geen Bialetti.
Camperaarster M te W vond mijn verhaal over het leven in een camper heel herkenbaar. Ze vond de volgende aanvullig beslist noodzakelijk: “Soms moet je een wasje doen, weer de hele camping over sjouwen met wasmand van en naar dat washok dat nooit naast de camper staat. Verder moet je oppassen met de sociale borrels: er zijn er die vertrokken op overwintering als lid van de blauwe knoop en kwamen terug als lid van de AA. Maar zoals altijd heb je minpunten nodig om van de pluspunten te kunnen genieten. En zeker is zeker: je kunt niet altijd zes gooien.“
Vaste lezeres R te L kwam de volgende tekst tegen op een collegablog, helaas was ze de naam vergeten (moet eerlijk bekennen dat ik het stuk behoorlijk heb ingekort, kreeg er op mijn oude dag nog net geen natte dromen van en het heeft ook een hoog AI-gehalte, onder meer door die liggende streepjes): “Er is een bijzonder soort rust die je alleen vindt als je met een buscamper op reis gaat. Het begint meestal al voordat je weg bent — namelijk op het moment dat je probeert alles in te pakken. Want hoe klein die camper ook is, er past altijd meer in dan je denkt. Een soort magische Tetris-ruimte waarin koffiekopjes, slippers, boeken, drie verschillende soorten kaas en een vergeten zak marshmallows moeiteloos verdwijnen. Tot je de deur dichtdoet. Dan valt er natuurlijk iets om. Dat hoort erbij. Toch begint het échte ontspannen pas wanneer je de motor start. Er is iets meditatiefs aan het gevoel dat niemand anders bepaalt waar je heen moet. Geen strakke schema’s, geen instaprij 43B, geen steward die vriendelijk doch dringend vraagt om “stoelriemen vast”. Nee, in de buscamper is het motto: je ziet wel waar je uitkomt — hopelijk vóór de lunch. De weg zelf maakt je al zen. Je rijdt langs weilanden, bossen, riviertjes… of een bouwput die er gisteren nog niet was. Maar zelfs dan is er dat fijne gevoel dat je nooit te laat bent. Want hoe kun je te laat zijn als je geen afspraak hebt?“ Bijgaande foto komt uit de hele oude doos, 2005 als ik me niet vergis: familiefietsvakantie naar Hamburg. Onze vorige bus was bagagewagen (en voor W en mij overnachtingsplek).
Dus: JA, we gaan er nog een jaartje tegenaan. Proberen in 2026 een zo groot mogelijk aantal camperovernachtingen te halen terwijl ik regelmatig twijfel of ik nu bewondering of medelijden met mezelf moet hebben, wanneer ik mijn lijf weer eens krakkemikkig naar de sanitaire unit probeer te verplaatsen. Woorden als rollator en scootmobile worden in huize Nales tegenwoordig vaker gebruikt dan app en game. Maar ik ben niet de enige. Zie regelmatig mensen die “onderweg zijn“ ondanks de beperkingen die het ouder zijn met zich meebrengt. “Je kunt het ook wat optimistischer bekijken“, sprak W, “je kunt ook zeggen dat je erachter gekomen bent dat je brein een stuk jonger is dan je lijf.“ Tja, ook dat is soms wel frustrerend, maar zolang er nog geen rolstoel en een Sensiredame in de bus gepropt moeten worden en W nog niet dagelijks mijn kont hoeft te wassen kunnen we ons overgeven aan wat de Noren noemen friluftsliv, zo’n mooi klassiek Noors begrip dat je met “vrij buiten leven“ zou kunnen vertalen (fri = vrij, luft = lucht, liv = leven), maar de betekenis gaat veel dieper. Het is eigenlijk meer een levenshouding dan een woord dat je één-op-één kunt vertalen. En nee, er is niks spektaculairs aan, het gaat niet om extreme avonturen. Een rustige wandeling door het bos, een picknick bij een meer, langlaufen, paddenstoelen zoeken of gewoon buiten zitten met een thermoskan koffie, dát is friluftsliv. En de oorsprong? Het begrip werd in de 19e eeuw populair gemaakt door de Noorse schrijver Henrik Ibsen, die het gebruikte om een eenvoudiger, natuurgericht leven te beschrijven als tegenwicht voor verstedelijking en industrialisatie. Friluftsliv draait om op een eenvoudige manier tijd doorbrengen in de natuur, verbondenheid voelen met landschap, seizoenen en weer, genieten zonder prestatiedruk of luxe, rust, balans en mentaal welzijn. Blote kont erbij en je noemt het naturisme. Probleempje: Noorwegen heeft nu niet het meest ideale klimaat om veel in je blote poepert rond te lopen. Kreet tussendoor: “Slecht weer bestaat niet, alleen slechte kleding“.
We gaan dus weer op stap, inmiddels al een paar periodes geblokkeerd zodat we geen andere afspraken maken, maar of we ons daar ook aan gaan houden is de vraag. En voor je het weet begint de kassa weer te rinkelen: camper taxeren (moet van de verzekering), onderhoudsbeurtje bij Wisselink (hele waslijst), APK en kleine beurt bij de garage en waarschijnlijk straks ook af en toe een onvrijwillige bijdrage doen aan een of andere staatskas: je krijgt dan van die vriendelijke (maar dwingende) “bedelbrieven“, meestal in het Frans, soms in het Nederlands maar de laatste jaren zelden meer in het Duits en da’s dan weer jammer want die laatste jongens doen er altijd een gratis foto bij en hebben een relatief lage kilometeroverschrijdingsprijs. ChatGPT maakte er graag een diagrammetje voor me van. Heb overigens de boetebedragen niet gecontroleerd.
Met die kennis gewapend dus min of meer onbevangen de grote wereld in, alleen misschien wel wat anders dan vroeger. Ja: oudere mensen spreken graag over vroeger. Vroeger, toen ik meer toekomst dan verleden had en er eigenlijk helemaal van overtuigd was dat ik wist hoe de wereld in elkaar zat. Dat soort vroeger dus. En waar gaan we komend jaar naar toe? Kleine uitstapjes in Nederland en net over de grens. En het buitenland? In zekere zin hebben we "alles wel gezien". Mijn generatie geboren rond de jaren 50 van de twintigste eeuw heeft in een paar decennia meer verandering meegemaakt dan welke andere ook. Volgens mijn zoon ben in opgegroeid in de jaren dat in het buitenland een fles wijn goedkoper was dan een fles bronwater. Weet alleen dat het voordeel van de eerste was dat je die niet echt hoefde te koelen. Bier koud houden in een tent? Een ware crime. Een ijsblok kopen in de campingwinkel, of (als je geluk had) een sixpack bier dumpen in een riviertje of beekje achter je tent. Zal ophouden met “opa vertelt weer eens over vroeger“. Ja, ik ben van de uitstervende generatie die zich aanpaste aan veranderingen en die nog weet hoe het was voor de tijd van het internet en mobiele telefoon. Aangepast inderdaad: in den beginne hadden we een tentje, tegenwoordig zetten we ons Puzzeltje neer tussen andere bussen en dozen, waaronder dure campers van rond de 6,5 ton met alle denkbare luxe van binnen en van buiten en dat terwijl ze toch nog steeds zelf hun potje moeten legen en hun eigen bed opmaken.






.jpg)

.jpg)