Gebruikte in het vorige blog (december 2025) het werkwoord “kneuteren“. Heeft nogal wat reacties opgeleverd. Eén opmerking stak er met kop en schouders bovenuit: “verzin je al die aparte woorden zelf?“ Nee, absoluut niet A te G: kneuteren is een normaal woord en betekent zachtjes mopperen, brommen of knorren, maar het kan ook een vrolijkere betekenis hebben: gezellig babbelen of zachtjes zingen, zoals een vogel (een kneu - afbeelding in deze alinea is van de Vogelbescherming) dat doet. Korte samenvatting: in de negatieve betekenis is het zachtjes mopperen, morren, knorren of kniezen en in de positieve vorm prettig bijeen zitten en babbelen of zachtjes zingen. Moet ik het ook nog over “kwinkeleren“ hebben?
Als je een beetje snuffelt in tijdschriften en boeken kom je tot de ontdekking dat er veel van die oude woorden zijn die we te weinig gebruiken. Neem als voorbeeld “studderen“ (nee, niet verwarren met sudderen, alhoewel?). Schijnt iets te betekenen als koken, braden, eten bereiden. Las ook ergens de verklaring “allerlei kleine klusjes verrichten (zonder dat het echt opschiet)“. Zal wel een of andere regionale oorsprong hebben denk ik. Ik kan me er iets bij voorstellen: in de keuken van boerderij Kots op ons museum (een heel oude keuken met een open vuur en zo’n zwartgeblakerde achterwand - zie afbeelding) hangt een pan al uren boven het vuur. Niet kokend. Niet stil. Hij stúddert. Dat woord doet iets wat sudderen niet helemaal doet: je hóórt het. Een zacht tuk… tuk… tuk, alsof de tijd zelf even geen haast heeft. En dan borrelen zinnen op als “Men laat het vleesch lang studderen, tot het zacht wordt en de geuren zich mengen.” Kijk: dat is pas studderen! Vanavond een stoofpotje met riblappen, uien, paprika, winterwortel, prei, knoflook en aardappel. Neem maar van mij aan dat het gestudderd heeft!
De kerstdagen in gepaste vreetzaamheid doorgebracht met lekkere biertjes op kerstavond bij zoonlief en familie. Ook nog een sushiworkshop met kleinzoon Q aan de Kötteldiek op Eerste Kerstdag (Q vertelde opa hoe het moest en omgekeerd), een uitgebreide lunch met de overgebleven directe familie van W en kaasfondue als diner, beide op Tweede Kerstdag. Derde en Vierde Kerstdag was er werk aan de winkel op het Achterhoeks Openluchtmuseum en dan snap je dat je op 29 december snakt naar wat platte rust. Zo’n dag dat je als je rechtop zit niet verder komt dan het sorteren van je digitale fotoverzameling en tot de ontdekking komt dat de Jökulsárlón Glacier Lagoon in IJsland (eigen foto uit 2002) best een mooi ding is en als voorbereiding op het nieuwe camperseizoen oude reisverslagen (eigen en vreemde) gaat lezen. W noemt dat “nietsnutten op niveau“. Laat ik nou net die uitspraak gekoppeld hebben gezien aan Barry Hay (die van de Golden Earring weet je wel) die dat op Curaçao tot kunstvorm gecultiveerd heeft: aan het zwembad liggen, afspraken maken om te golven of zijn favoriete hobby beoefenen - nippen aan een perfect geshakete coctail.
Tijdens het lezen van die oude reisverslagen van onszelf kom ik volgende episode tegen: “Discussie van de dag: weegt een volle (fiets)accu meer dan een lege? Volgens W wil vol zeggen dat er wat meer in zit. En dat “wat meer” moet toch wat wegen? Wanneer we thuis zijn gaan we een volle en een lege accu op de weegschaal zetten en als er meer dan 2 gram verschil is, heb ik een dure fles port verloren. Is dat niet het geval dan verdien ik een (goedkoop) flesje Lidl-wijn. Kom maar op met die weegschaal!“ Het heeft ruim tien jaar geduurd voor ik uitsluitsel geef (niemand heeft er ooit om gevraagd), maar op een besneeuwde dag vroeg in januari heb ik een chatbot maar eens geprompt (zo heet het wanneer je ChatGPT een vraag stelt). En het antwoord zal je verrassen: “Ja — een volle accu weegt héél iets meer dan een lege, maar het verschil is extreem klein. Waarom? Bij het opladen van een accu (bijv. lithium-ion of loodaccu) wordt elektrische energie opgeslagen in chemische bindingen. Volgens Einsteins formule E = mc² heeft energie een massa. Extra opgeslagen energie = een miniscuul beetje extra massa. Dat scheelt het volgende: voor een smartphone-accu
→ ~10⁻¹¹ gram verschil (totaal verwaarloosbaar); voor een elektrische auto-accu (±75 kWh)→ ~0,0000003 gram“. Conclusie: niet meetbaar met een keukenweegschaal, dus W: op naar de Lidl voor een flesje huiswijn. Chatpiet is bezig geweest, zie je aan het gebruik van de gedachtenstreepjes (—) en verwijspijlen (→). Heb nog wel naarstig het gummetje gebruikt.
Uit het reisverslag van een ander camperstel met een buscamper en hun vrienden (Kees en Trui hebben het over Thole en Everdien) komt een volgende zin. De vier treffen elkaar in Frankrijk om samen de overtocht naar Marokko te maken om daar te overwinteren: “Het weerzien is fijn en hun verhalen overtrokken van serieuze steenkoude weersomstandigheden.....“ Het is dan eind december 2025 en ze zitten in Zuid-Frankrijk. Brengt me op het volgende: elk jaar komt de vraag voorbij waarom W en ik niet gaan overwinteren. Elk jaar probeer ik een antwoord te geven. Het klopt dat het aan niet-camperaars moeilijk uit te leggen is hoe genoeglijk de kneuterige ochtenden in een campertje kunnen zijn: nog wat frisjes, dus de kachel aan en weer een half uurtje onder het dekbed kruipen. Wanneer de temperatuur aangenaam genoeg is, de slaap uit de ogen wrijven en een keteltje water opzetten op het tweepitsgastoestel in het kabouterkeukentje. Een filterzakje zoeken en dat vullen met vier scheppen koffie. Met de hand het kokende water op de koffie gieten en ruiken hoe het dampende vocht in de zwarte koffiepot loopt. En dan dat eerste kopje koffie met de gordijnen open! De rest van het ochtendritueel zal ik je besparen, ik neem aan dat je niet in poep en pies geïnteresseerd bent. Kortom: we voelen ons erg knus in de bus. Maar om dat een aantal maanden in de winter in Spanje vol te houden? Foto in deze alinea is gegenereerd door ChatGPT (prompt: "morgenkoffie in de campervan").
Echt overwinteren betekent ook op één plek blijven staan, want kortingen op het stageld op een camping beginnen meestal pas na een maand of zo interessant te worden. En dan? Het meest gehoorde motto van overwinteraars is “Niks moet! Niksen mag”, er zijn zelfs al T-shirts met die tekst te koop. Maar elke dag niksen? Even de bikkelharde werkelijkheid: je bent (meestal) niet aangesloten op het leidingstelsel, dus je sjouwt je een breuk met schoon water, met vuil water, met het toilet. Met een beetje pech kom je lotgenoten tegen die zich vervelen en dus ben je verplicht om je sociaal op te stellen en een praatje te maken, gemiddeld 7 x op de heenweg en 5 x op de route terug. Is dat gebeurd dan kun je je gaan bezighouden met de dagbesteding: de meesten fietsen een klein of groter stukje (afhankelijk van de aanwezigheid van een betaalbaar terras voor een kopje koffie). Op de terugweg even de boodschappen meenemen: geen volle kar, want dat past niet in een fietstas, dus overmorgen weer en als je toiletpapier moet meenemen ben je meteen de volgende dag weer aan de beurt. Nee, niks voor W en mij. En neem van mij aan dat we er geen spijt van zullen krijgen, immers: spijt is wat de geit schijt (in lokale varianten schijten ezels en koeien ook). En wil je er een taalkundig hoogstandje van maken (iets met korte en lange ei/ij) dan fabriek je het volgende zinnetje: “spijt is als de schijt die een geit uitscheidt.“
Nog een feitje dat niemand interesseert, maar wel kenmerkend is voor deze tijd. In mijn reisverslagen tot een paar jaar geleden kom je regelmatig bij de beschrijving van het ochtendritueel de afkorting KenG tegen (Kanis en Gunnink). De afgelopen jaren kom je die koffie niet meer in het busje (trouwens ook niet meer in ons woonhuis) tegen. We zijn overgestapt naar het huismerk van de Lidl. Reden? Kijk maar even naar bijgaand grafiekje.
De prijs van alle koffie is in tien jaar tijd meer dan verdubbeld en dat heeft de volgende oorzaken: Stijgende wereldmarktprijzen voor koffiebonen (onder meer veroorzaakt door oogstschommelingen), algemene inflatie en logistieke kosten en bovenal retail-pricingstrategieën bij supermarkten (de koffiebranders “vragen“ gewoon). Maar er is hoop: als je een beetje op de kleintjes let haal je twee pakken Lidl-koffie voor nog geen € 10 (moet je de folders in de gaten houden).
In Nederland kregen we toch waarempel weer een beetje te maken met een min of meer “echte“ winter, gezellig met veel sneeuw en een paar keer code oranje. Van dat weer waarbij je niet alleen aan overlast denkt, maar ook kunt genieten van de sneeuw. De opmerking van W, 'Je kan je weer kind voelen', leverde bij mij echter verkeerde associaties op. De marketingafdelingen van diverse bedrijven maakten weer overuren. Postnl liet me vriendelijk weten dat ze nu een legitieme reden had om geen post te bezorgen: “Het winterse weer zorgt voor mooie plaatjes. Maar het heeft ook gevolgen voor de bezorging van je post of pakketten. Door de sneeuw en gladheid en het wisselende weerbeeld kunnen die wat langer onderweg zijn.“ Sneeuw, inderdaad. Sinds een paar jaar is het niet zo wit geweest. En dat in de periode tussen 1 januari en mijn verjaardag, de periode waarin ik mijn lever rustig houd. Niet uit overtuiging, meer uit gewoonte. De kerstnieuwjaarskilo’s moeten er weer van af.
Ja, opa was ook een beetje jarig. 75 hele jaren al weer. Feestje gevierd met kinderen en kleinkinderen: bowlen bij Leo in Lichtenvoorde en daarna een hapje eten. Altijd spannend met wat voor cadeau het nageslacht aan komt zetten. Was nog even bang dat ze een Bialetti espressopotje te voorschijn zouden toveren, omdat dat een van de weinige dingen is die ik nog niet heb. Maar nee, geen koffiepotje: ik kon heel erg blij worden van toegangskaartjes voor een optreden van The Dublin Legends (ergens in oktober in Enschede). Voor degenen die niet op de hoogte zijn van de Ierse muziekcultuur en -geschiedenis: de Dublin Legends vormen het vervolg van de Dubliners waarvan de meeste leden inmiddels zijn gaan hemelen. Kort samengevat: The Dublin Legends zijn eigenlijk de erfgenamen van de legendarische band The Dubliners die de traditionele Ierse folk blijven spelen en zo de muzikale traditie voortzetten voor nieuwe generaties. De enige die nog een beetje met de “oude“ Dubiners te maken heeft is Seán Cannon die in 1982 tot de Dubliners toetrad, de band bestond toen al twintig jaar. De goede man is op het moment dat ik dit schrijf 85 jaar. In 2012 vierden The Dubliners hun 50-jarig jubileum en ontvingen ze een Lifetime Achievement Award van de BBC Radio 2 Folk Awards. Kort daarna stopte de band met toeren na het overlijden van banjo-legende Barney McKenna en het besluit van John Sheahan om te stoppen met optreden. Een mooi cadeau van de patatgeneratie voor opa.
Van Generatie Alpha (misschien zit er net ééntje tussen die we nog tot Generatie Z kunnen rekenen) kreeg ik een speciaal spel: “Opaster“, een variant op Hitster met als spelbeschrijving: “Opaster is speciaal ontworden voor HELE oude mensen die nooit meer kunnen winnen tijdens spelletjes. Dus heeft u hier last van dan is dit spel speciaal voor u ontworpen!“. Enkele nummers om een idee te krijgen: Twee motten van Dorus (1957), Paint it black van de Rolling Stones (1966) en Kolonel Hathi’s Mars uit het Junglebook van 1968. Kom maar op folks, zal opa jullie eens een poepje laten ruiken. Op mijn verjaardag zelf kreeg ik ook nog een cadeautje. Van W! Ja, weet het: we doen al jaren niet meer aan cadeautjes want we hebben alles al. Alleen als iets stuk is is het tijd voor een presentje. De Omnia-oven, een onmisbaar attribuut voor ons, begon aftakelingsverschijnselen te vertonen (mag het na ruim 12 jaar?). W dus op een regenachtige vrijdag naar Obelink in Winterswijk. Een diepte-investering inderdaad, maar ik denk dat het oventje mij wel gaat overleven, in ieder geval mijn campertijd.
Tja, weer een beetje een lang verhaal geworden, maar je moet er ook weer een hele maand mee doen: neem aan dat Puzzel over een maand nog op stal staat.







.jpg)



